donderdag 30 januari 2025

De wegloper

 

Niets is zo gemakkelijk als je mond roeren, en met behulp van je mond bij jezelf weglopen; in wat je zegt jezelf vele en vele duizenden mijlen vooruit te zijn.
Kierkegaard, Christelige taler

Thi Intet løber dog saa let som Munden, og Intet er saa let som at lade Munden løbe, og kun Dette ligesaa let, ved Hjælp af Munden at løbe fra sig selv, i hvad man siger at være mange, mange tusinde Mile foran sig selv.
https://tekster.kb.dk/text/sks-ct-txt-root#id2880e4cd-e141-47f9-b2a2-1aa2c45de246



Runaway sculpture.
Artist: Peter Riss

donderdag 16 januari 2025

De opruimer

 
De zolder opgeruimd.
En plots had ik het weer in mijn handen.
Mijn eerste poging tot een boek.

Om dat even te situeren in de tijd: Ik had met mijn eerste spaarcenten een supersonisch typemachine gekocht.
Het had een fenomenaal geheugen van zegge en schrijve twee regels.
Ik kon dus twee volledige regels uittikken en nalezen alvorens die af te drukken.
Dat scheelde een slok op een borrel aan Tipp-Ex.
Het mochten wel geen al te lange regels zijn.
Want eens het geheugen vol, weigerde mijn compagnon de route elke verdere medewerking en wiste hij consequent de laatste letter om die dan in te ruilen voor een nieuwe laatste letter.
Vol is vol.
Of hoe de technologie destijds een niet te onderschatten invloed uitoefende op de literaire stijl.
En zo zat ik dus avond na avond aan mijn bureautje in een afgemaakt hoekje van de badkamer die ook dienst deed als toekomstige kinderk... kindera...kinderm...kindere...kinderr.

Nu ik er over nadenk: Het lijkt wel mijn huidig schrijven.
                                                  



P.S.
Ik herinner me nu ook nog een recensie van een uitgever uit die tijd.
"Overstijgt het niveau van een (goed) Vlaams filmpje niet."
Of toch iets in die aard.
Toen zakte de wereld onder mijn voeten weg uiteraard.
Achteraf gezien kan ik er best mee leven.
Bij nader inzien bleek de wereld er nog te zijn.
En in mijn bibliografie kan ik toch maar mooi pronken met "auteur van een (goed) Vlaams filmpje".

 

dinsdag 31 december 2024

De auditeur

 

Op de valreep van 2024 toch een mooi perspectief voor volgend jaar.

Is de avondklok in Kuregem legaal of niet?
Na rijp beraad oordeelde de auditeur dat het uitgaansverbod in principe illegaal is.
De maatregel blijft echter geldig omdat de belanghebbende geen "voldoende ernstig nadeel" ondervindt.

Mooi precedent in het kader van het recht op vrije meningsuiting.
Het is illegaal om u te verbieden uw beargumenteerde mening naar voor te brengen.
Maar anderzijds hebt u er ook geen "voldoende ernstig nadeel" van om ze voorlopig even voor uzelf te houden.


Ik wens u in 2025 een adviseur om duidelijk te maken wat de algemene regel is en dat wat de algemene regel overstijgt.
En een vogelperspectief om de vraag te beantwoorden of dat onderscheid al dan niet aan een algemene regel beantwoordt.


donderdag 19 december 2024

Danièle Moyal-Sharrok

 

(erbarmelijke vertaling van vorige blogpost - pitiful translation of previous blogpost)

 

In Flemish, there is an expression "It's as good as I have had it".
According to the Flemish dictionary, it is a polite rejection of the question whether someone wants to eat or drink something.

- Would you like to drink something?
- No, thank you. It's as good as I have had it.


 In my neighborhood, the expression has evolved into a polite rejection tout court, often with an ironic undertone. So if you absolutely do not feel like responding to something: "No thanks, it's as good as I have had it.".
Epistemology, for example.

A philosopher who is often associated with epistemology is Ludwig Wittgenstein.

New publications on his views appear with the regularity of a clock.



An innumerable number of studies have been published in the specialized trade press on some of Wittgenstein's concepts such as "Familienähnlichkeit" (family resemblance) and "Lebensform" (form of life).
In the most recent "Cambridge elements" the authors concentrate mainly on the theme of "hinges".
Judging by the hallucinatory number of articles and books that have been published on "Angeln" (hinges),  you have to conclude that it is a central theme in Wittgenstein's work. To put that immediately into perspective: in all of Wittgenstein's writings the term appears two, -two !-, times.




The scribbles from Wittgenstein's notebooks were published after his lifetime under the title "On Certainty"

341. The questions that we raise and our doubts depend on the fact that some propositions are exempt from doubt, are as it were like hinges on which those turn.

342. That is to say, it belongs to the logic of our scientific investigations that certain things are in deed not doubted.

343. But it isn’t that the situation is like this: We just can’t investigate everything, and for that reason we are forced to rest content with assumption. If I want the door to turn, the hinges must stay put.

344. My life consists in my being content to accept many things.

 

341. D. h. die Fragen, die wir stellen, und unsre Zweifel beruhen darauf, daß gewisse Sätze vom Zweifel ausgenommen sind, gleichsam die Angeln, in welchen jene sich bewegen.

342. D. h. es gehört zur Logik unsrer wissenschaftlichen Untersuchungen, daß Gewisses in der Tat nicht angezweifelt wird.

343. Es ist aber damit nicht so, daß wir eben nicht alles untersuchen können und uns daher notgedrungen mit der Annahme zufriedenstellen müssen. Wenn ich will, daß die Türe sich drehe, müssen die Angeln feststehen.

344. Mein Leben besteht darin, daß ich mich mit manchem zufriedengebe.

I would like to make some remarks on that.
And that under the motto of "slow reading"

"Man ist nicht umsonst Philologe gewesen, man ist es vielleicht noch, das will sagen, ein Lehrer des langsamen Lesens: - endlich schreibt man auch langsam."
Friedrich Nietzsche, Morgenröthe – Gedanken über die moralischen Vorurtheile
"It is not for nothing that one has been a philologist, perhaps one is a philologist still, that is to say, a teacher of slow reading: - at last one also writes slowly."

Wittgenstein himself was a fan of this, by the way.
Manchmal kann ein Satz nur verstanden werden, wenn man ihn im richtigen Tempo liest. Meine Sätze sind alle langsam zu lesen.
Ms 134, 76
“Sometimes a sentence can be understood only if it is read at the right tempo. My sentences are all supposed to be read slowly” (CV, 57e).
Ich möchte eigentlich durch fortwährende || meine häufigen Interpunktionszeichen das Tempo des Lesens verzögern. Denn ich möchte langsam gelesen werden. (Wie ich selbst lese.)
Ms 136,128
"I really want my copious punctuation marks to slow down the speed of reading. Because I should like to be read slowly. (As I myself read)" (CV, 68e).
Man muß da bedenken daß das So-Sehen eine ähnliche Wirkung haben kann, wie ein Verändern des Gesehenen, z.B. durch ein Setzen von Klammern, ein Unterstreichen, Zusammenfassen auf die oder jene Art, etc., & daß das So-Sehen in dieser Weise wieder mit dem Vorstellen Ähnlichkeit hat.
Niemand wird doch leugnen daß ein Unterstreichen, ein Setzen von Klammern, || , dem Erkennen einer Ähnlichkeit günstig sein kann.
Ms 135,1
One must remember that seeing something in this way can have a similar effect to changing what is seen, e.g. by putting brackets, underlining, summarizing in this or that way, etc., and that seeing something in this way is again similar to imagining it. Nobody will deny that underlining, putting brackets, || , can be beneficial to recognizing a similarity. (google translate)

We should be able to manage the "slow reading"
After all, it's only a handful of sentences.

Let's start with underlining.
You would expect that if something were to be underlined, it would be "Angeln".
Not so.

"Fragen, Zweifel, in der Tat, können en Leben" are the words that are underlined.
"In der Tat" is the one I like the most of all.
"Indeed", the "certainty" is to be found "in deed".

The text is notable for its wonderfully "senseless" sentences.
"Some propositions are exempt from doubt" would be a clear statement by the author.

But in German it says something different.

"Certain propositions are exempt from doubt" ("gewisse Sätze sind vom Zweifel ausgenommen").
That is a wonderful sentence in the order of "water is wet".
"Certainty is indeed not doubted."
Gewisses ("Gewisses" with a capital letter is a noun)
wird in der Tat nicht angezweifelt.

Wittgenstein's position seems lucid.
"But it is not that we cannot investigate everything and therefore must necessarily be content with the assumption. If I want the door to turn, the hinges must be fixed."
 
In that respect, there is nothing to be said against Danièle Moyal-Sharrock's conclusion: "It should be clear, then, that Wittgenstein's conception of knowledge is the traditional one: knowledge as justified true belief" (page 10).

Only problem is then that we conveniently ignore the last, crucial sentence.

It should be clear, then, that there is an unmistakable connection between the last sentence and the penultimate sentence, between "zufriedenstellen" and "zufriedengeben".

All knowledge can and must be preceded by investigation.

But my life consists in my being content to accept many things (without investigation).

No, thanks. It's as good as I have had it.

Duncan Pritchard

 
Gebruikt u de uitdrukking "Het is zo goed als dat ik het heb gehad"?
Volgens het Vlaams woordenboek is het een beleefde afwijzing op de vraag of men iets wil nuttigen.

- Wilt u iets drinken?
- Nee, dank u. Zo goed als dat ik het heb gehad.

In mijn dialect klinkt het wat mij betreft nog beter.
" 't es zo goe as dakket gat em"

Hier in de buurt is de uitdrukking geëvolueerd tot een beleefde afwijzing tout court, dikwijls ook met een ironische ondertoon. Dus als je absoluut geen zin hebt om op iets in te gaan: "Nië mercie, 't es zo goe as dakket gat em."

Epistemologie bijvoorbeeld.
Een filosoof die daar nogal eens mee geassocieerd wordt is Ludwig Wittgenstein.
Met de regelmaat van een klok verschijnt er wel een nieuwe publicatie over zijn opvattingen.



Over een aantal van zijn begrippen zoals "Familienähnlichkeit" (family resemblance) en "Lebensform" (form of life) zijn onnoemelijk veel studies in de gespecialiseerde vakpers verschenen.
In de meest recente "Cambridge elements" concentreren de auteurs zich vooral op het thema "hinges".
Afgaand op het hallucinante aantal artikels en boeken die er zijn verschenen over "Angeln" (hinges), "scharnieren" in het Nederlands, moet je besluiten dat het een centraal thema is in het werk van Wittgenstein.
Om dat vooraf even in perspectief te plaatsen: in al de geschriften van Wittgenstein komt de term twee, -twee!-, keer voor.






De kribbels uit de notaboekjes van Wittgenstein werden na zijn leven uitgegeven onder de titel "On certainty"

341. The questions that we raise and our doubts depend on the fact that some propositions are exempt from doubt, are as it were like hinges on which those turn.

342. That is to say, it belongs to the logic of our scientific investigations that certain things are in deed not doubted.

343. But it isn’t that the situation is like this: We just can’t investigate everything, and for that reason we are forced to rest content with assumption. If I want the door to turn, the hinges must stay put.

344. My life consists in my being content to accept many things.

 

341. D. h. die Fragen, die wir stellen, und unsre Zweifel beruhen darauf, daß gewisse Sätze vom Zweifel ausgenommen sind, gleichsam die Angeln, in welchen jene sich bewegen.

342. D. h. es gehört zur Logik unsrer wissenschaftlichen Untersuchungen, daß Gewisses in der Tat nicht angezweifelt wird.

343. Es ist aber damit nicht so, daß wir eben nicht alles untersuchen können und uns daher notgedrungen mit der Annahme zufriedenstellen müssen. Wenn ich will, daß die Türe sich drehe, müssen die Angeln feststehen.

344. Mein Leben besteht darin, daß ich mich mit manchem zufriedengebe.

Onder het motto "slow reading" enige bedenkingen.

"Man ist nicht umsonst Philologe gewesen, man ist es vielleicht noch, das will sagen, ein Lehrer des langsamen Lesens: - endlich schreibt man auch langsam."
Friedrich Nietzsche,
Morgenröthe – Gedanken über die moralischen Vorurtheile
"It is not for nothing that one has been a philologist, perhaps one is a philologist still, that is to say, a teacher of slow reading: - at last one also writes slowly."

Wittgenstein was daar overigens zelf fan van.

Manchmal kann ein Satz nur verstanden werden, wenn man ihn im richtigen Tempo liest. Meine Sätze sind alle langsam zu lesen.
Ms 134, 76
“Sometimes a sentence can be understood only if it is read at the right tempo. My sentences are all supposed to be read slowly” (CV, 57e).

Ich möchte eigentlich durch fortwährende || meine häufigen Interpunktionszeichen das Tempo des Lesens verzögern. Denn ich möchte langsam gelesen werden. (Wie ich selbst lese.)
Ms 136,128
"I really want my copious punctuation marks to slow down the speed of reading. Because I should like to be read slowly. (As I myself read)" (CV, 68e).

Man muß da bedenken daß das So-Sehen eine ähnliche Wirkung haben kann, wie ein Verändern des Gesehenen, z.B. durch ein Setzen von Klammern, ein Unterstreichen, Zusammenfassen auf die oder jene Art, etc., & daß das So-Sehen in dieser Weise wieder mit dem Vorstellen Ähnlichkeit hat.
Niemand wird doch leugnen daß ein Unterstreichen, ein Setzen von Klammern, || , dem Erkennen einer Ähnlichkeit günstig sein kann.
Ms 135,1
One must remember that seeing something in this way can have a similar effect to changing what is seen, e.g. by putting brackets, underlining, summarizing in this or that way, etc., and that seeing something in this way is again similar to imagining it. Nobody will deny that underlining, putting brackets, || , can be beneficial to recognizing a similarity. (google translate)

Dat "slow reading" moet wel lukken, het gaat tenslotte toch maar om een handvol zinnen.

Laten we beginnen met het onderlijnen.
Je zou verwachten dat als er iets onderlijnd zou worden, dat het dan "Angeln" zou zijn.
Niet dus.
"Fragen, Zweifel, in der Tat, können en Leben" zijn de woorden die onderlijnd zijn.
"In der Tat vind ik de allermooiste".
"Inderdaad", de "zekerheid" is te vinden "in der daad".

Opvallend in de tekst zijn de heerlijke "zinloze" zinnen.
"Sommige zinnen zijn uitgesloten van twijfel" (some propositions are exempt from doubt) zou een duidelijke stellingname van de auteur zijn.
Maar in het Duits staat er iets anders.
"Zekere zinnen zijn uitgesloten van twijfel" ("gewisse Sätze sind vom Zweifel ausgenommen).
Dat is een prachtige zin in de orde van "water is nat".
"Zekerheid wordt inderdaad niet betwijfeld."
Gewisses ("Gewisses" met hoofdletter is een substantief) wird in der Tat nicht angezweifelt.

Het standpunt van Wittgenstein lijkt duidelijk.
"Maar het is niet zo dat we niet alles kunnen onderzoeken en daarom noodzakelijkerwijs genoegen moeten nemen met de aanname. Als ik wil dat de deur draait, moeten de scharnieren vaststaan."
In dat opzicht valt er niets in te brengen tegen de conclusie van Danièle Moyal-Sharrock:
"It should be clear, then, that Wittgenstein's conception of knowledge is the traditional one: knowledge as justified true belief" (pagina 10).
Alleen negeren we dan gemakshalve de laatste, cruciale zin.
Het moet duidelijk zijn dat er een onmiskenbaar verband is tussen de laatste zin en de voorlaatste zin, tussen "zufriedenstellen" en "zufriedengeben".
Aan elke kennis kan en moet onderzoek aan vooraf gaan.
Maar mijn leven bestaat hierin, dat ik met sommige (zonder onderzoek) genoegen neem.

"Nië mercie, 't es zo goe as dakket gat em."


zaterdag 16 november 2024

De hogepriesteres



Haar moeder was gelovig.
Dat geloofde ze toch.

Dus toen haar vader die nacht was overleden had ze "ja" geantwoord op de vraag van de begrafenisondernemer of ze een kerkelijke dienst wilde. Ze had de vraag niet verwacht en had er nogal impulsief op gereageerd. Ze vroeg zich af of ze de vraag alsnog moest voorleggen aan haar moeder. Die had, op een paar begrafenissen na, immers al jaren geen misviering meer bijgewoond.
Dat was ooit anders geweest. Ze herinnerde zich dat haar moeder actief in het parochieleven was betrokken toen ze zelf een jaar of tien oud was. Er was toen een jonge pastoor, "zeg maar Wim",  aangesteld in de parochie en het duurde niet lang of er woei een frisse wind door de muffe kerk. Onder zijn impuls kwam er weer leven in het ingedommelde dorp. Hij ronselde mensen van zijn leeftijd om het voortouw te nemen in het verenigingsleven. Hoewel haar moeder en vooral haar vader, "ik ben in mijn jeugdjaren genoeg naar de mis geweest voor de rest van mijn leven", aanvankelijk de boot afhielden, wist hij haar moeder na herhaaldelijke avondlijke bezoeken toch te overtuigen om catechese te gaan geven. Haar vader, die zijn leeftijdsgenoot graag jende met vervelende vragen over het verband tussen seksualiteit en procreatie, ging overstag toen hij merkte dat zijn bezwaren vooral weggelachen werden.
"God ziet alles Dirk, maar de paus heeft een bril nodig zoals je wel weet", zei priester Wim, "en bovendien legt hij die op zijn nachttafeltje als hij gaat slapen."
Waarop mijn vader hem met een kwinkslag de vredespijp aanbood: "Gelukkig heeft hij dat waarschijnlijk niet gehoord. Hij heeft zich recent ook een hoorapparaat moeten aanschaffen heb ik gezien."
Maar in al zijn overmoed trapte de nieuwe pastoor met al zijn progressieve ideeën ook op heel wat gevestigde gevoelige tenen. De oude garde liet zich niet zomaar opzij zetten. En al gauw ontsponnen zich allerlei intriges. De geruchten deden de ronde dat de jonge pastoor toch wel erg vaak in het gezelschap van een jonge weduwe vertoefde. En of dat allemaal wel in het kader van "troost bieden" kon ondergebracht worden. Uiteindelijk ging het zo ver dat de bisschop oordeelde dat de pastoor gelet op de gespannen verhoudingen niet normaal meer kon functioneren in de parochie en dat een overplaatsing zich opdrong.
Pastoor Wim werd aangesteld als aalmoezenier in een gesticht voor dementerenden.
En haar ouders verloren opnieuw de voeling met de kerk.

Toen het kleine wagentje zich op de oprit parkeerde en de lange magere man, zijn hoofd kwam ongetwijfeld tot tegen het dak, uitstapte, had ze geen flauw idee wie er op bezoek kwam.
"Weet jij wie dat is?", vroeg ze haar moeder.
"Ik zou het niet weten", schudde die haar hoofd.
"Ik wimpel hem wel af", zei ze terwijl ze haar dochter van haar schoot oppakte en haar op de stoel naast haar zette.

Even later kwam ze weer de woonkamer binnen.
"Mama, meneer pastoor is hier."
"Mijn deelneming met uw verlies mevrouw", reikte hij haar de hand.
"Oh, en wie hebben we hier?", vroeg hij aan het meisje.
"Ik ben Maya", antwoordde ze terwijl ze even opkeek van haar tekening.
De blik van de pastoor gleed van de ene vrouw naar de andere.
"Merkwaardig hoeveel jullie op elkaar lijken", zei hij, "het lijkt wel alsof ik naar dezelfde vrouw kijk in drie verschillende leeftijdscategorieën"
Toen hem een stoel was aangeboden informeerde hij naar de overledene, naar zijn recente en minder recente verleden.
"En u, bent u ook in deze parochie geboren en getogen?", vroeg hij daarna aan haar moeder.
"Neen", zei ze, "ik ben van Holsbeek afkomstig."
"Wel, wel, van waar precies dan", vroeg hij, "ik ben zelf ook afkomstig van Holsbeek".
"Van de plein", specificeerde haar moeder het gehucht waar ze opgegroeid was."
"Hoe klein kan de wereld zijn", zei de pastoor, "mag ik naar je meisjesnaam vragen?"
"D'hondt", antwoordde ze.
"Het is niet waar, de D'hondten van de plein. Dan moet jij een zus zijn van Louis D'hondt!"
"Dat is zo, ik ben een zus van onze Louis."
"Ah, maar die heb ik goed gekend hé. Dat was nogal een kerel, de Louis."
En al gauw volgde de ene anecdote na de andere over de Louis.
Aanvankelijk nam haar moeder nog deel aan het gesprek, maar het duurde niet echt lang tot haar inbreng zich beperkte tot het af en toe ophalen van haar linker wenkbrauw.
Een veeg teken waar meneer pastoor niet voldoende mee vertrouwd was om er een conclusie aan te verbinden.
Uiteindelijk werd hij onderbroken door een piepgeluid dat van zijn horloge afkomstig was en hem herinnerde aan een volgende afspraak.
Ze namen afscheid met de mededeling dat hij de volgende dag terug zou komen en dat ze al eens moesten nadenken over wat ze in de herdenkingsplechtigheid precies aan bod wilden laten komen.
Ze had de pastoor nog maar nauwelijks uitgelaten of haar moeder stond naast haar.
"Dat was ongepast", zei ze, "daar had ik helemaal geen zin in."
En eenzaam schuifelde ze de trap op naar de slaapkamer.

Toen hij 's anderendaags weer plaats had genomen begon hij met verontschuldigingen.
"Mevrouw D'hondt, ik wil mij eerst oprecht excuseren. Weet u, ik heb geen last van de ondeugden waar sommige van mijn collega's mee te kampen hebben. Ik rook niet, ik drink niet en ik heb geen onkuise gedachten. Maar mijn radde tong speelt mij soms wel parten in negatieve zin. Het spijt me mevrouw D'hondt".
Haar moeder knikte hem toe dat de excuses aanvaard waren.
"Toch vreemd dat Onze-Lieve-Heer soms zo stil spreekt dat we hem niet meer horen. Hier in deze kamer hoorde ik Hem niet, maar dan later in mijn auto, toen ja, toen hoorde ik Hem fluisteren. 'Jij hoort jezelf toch zo ongelofelijk graag babbelen hé'. Daar hoorde ik Hem pas."
Even bleef het stil.
Toen keek Maya even de kring rond.
"Dat is waar oma, soms spreekt opa zo stilletjes dat het wel lijkt alsof hij er niet meer is."
En toen stak ze fier haar tekening in de lucht.
"Kijk", zei ze.
"Dat ben ik en dat is opa", wees ze naar de figuurtjes op haar blad.



dinsdag 12 november 2024

Donald Trump

 

 "De wil tot macht" is een centraal thema in de filosofie van Friedrich Nietzsche.
Er bestaat veel onbegrip over dat begrip.
Een poging tot verduidelijking.

Donald Trump, ik mag hem niet.


Annette Müllender

Ik ben een van die mensen die niet kan begrijpen dat miljoenen mensen verlangen dat deze man hen zal vertegenwoordigen in woorden en daden.
Hoewel ik geen academicus of journalist ben voelde ik me rechtstreeks aangesproken door de column van Rik Torfs, de man die sneller denkt dan zijn schaduw.
Alsof alleen academici en journalisten de verkiezing van Donald Trump 'onbegrijpelijk' kunnen vinden.

"Waarom vinden zoveel gewaardeerde academici en journalisten de verkiezing van Donald Trump ‘onbegrijpelijk’?

Dat onze Vlaamse media Donald Trump geen beste kerel vinden, kan ik best begrijpen. Zelf zou ik ongaarne zijn huwelijkspartner zijn en dat komt niet enkel door mijn verfomfaaide heteroseksuele geaardheid. Een heilige is Trump niet, wat overigens geen ramp hoeft te zijn.

Stel dat een heilige tot president van de Verenigde Staten wordt verkozen. De wereldvrede zou in gevaar zijn. Zonder een aantal gemene trekjes bijt elke politieke leider in het zand waardoor hij zijn land in gevaar brengt. Een politicus van niveau is altijd een beetje listig en vals om zijn volk te kunnen dienen.

Heiligheid is eerder iets voor hypocrieten, wat verklaart waarom ze onder journalisten sterker aanwezig is dan in de meeste andere bevolkingsgroepen. Ook academici uit de zachte sector komen in aanmerking voor de eer der altaren. Ze beschrijven de wereld zoals hij vanuit wetenschappelijk oogpunt zou moeten zijn en verwijten hem vervolgens dat hij weigert te beantwoorden aan de cijfers en boordtabellen die ze in internationaal gereviewde tijdschriften hebben gepubliceerd.

Gevaarlijke president

Daarnaast staat het iedereen uiteraard vrij de pas verkozen Amerikaanse president gevaarlijk te vinden. De boerderijhond die in de broekspijpen van de postbode bijt is dat evenzeer. Ik maak graag van de gelegenheid gebruik om alle postbodes tijdig te waarschuwen voor Donald Trump. Is hij ook een narcist? Het zou de wetenschappelijke consensus doorbreken wanneer dat niet zo was. Dan zwijg ik nog over racisme en seksisme, begrippen die in elke serieuze akte van beschuldiging een ereplaats bekleden. Kortom, alle begrip voor wie Donald Trump een beetje akelig of ronduit gevaarlijk vindt.

Iets anders is lastiger. Waarnemers, mediamensen en experts beschouwen de verkiezing van Trump vaak als ‘onbegrijpelijk’. Verontrustend is dat. Hoe is het mogelijk dat journalisten of wetenschappers een eenvoudige, empirisch waarneembare gebeurtenis zoals de verkiezing van Donald Trump ‘onbegrijpelijk’ vinden, terwijl ze in staat zijn uitgebreide analyses te maken over klimaat en corona, perfect weten hoe de rechtvaardige samenleving eruit hoort te zien en op welke wijze we ‘degrowth’ kunnen verbinden met de magische gedachte dat er ook dan genoeg zal zijn voor iedereen?

Ik zie twee redenen. De eerste, wellicht de belangrijkste, is een vorm van morele verblinding. Veel tijdgenoten bekijken de wereld door de gekleurde brilglazen van hun eigen morele standaarden. Wat niet in het plaatje past, vinden ze ‘onbegrijpelijk’. Niet omdat het rationeel onverklaarbaar zou zijn, maar omdat het zo ver afstaat van hun eigen onwankelbare opvattingen dat ze hun morele afkeuring naadloos laten overgaan in een rationele onmogelijkheid. Toegepast op Donald Trump: hij is zo’n foute man dat een normaal mens redelijkerwijs niet voor hem kàn stemmen.

Aanvaardbare argumenten

Terwijl er best rationeel aanvaardbare argumenten kunnen zijn om voor moreel foute mensen te kiezen. Bijvoorbeeld omdat ze een heldere visie op de economie hebben. Of omdat ze de Amerikaanse mentaliteit vatten en vertolken. Amerikanen zijn optimisten. Ze willen vooruitkomen en niet bij de pakken blijven zitten. Ze stemmen liefst voor wie die gedachte welgevallig is.

Kortom, de heersende uniform gedeelde moraal van onze westerse intellectuele elite maakt haar blind voor elke werkelijkheid die niet binnen het enge kader van haar ethisch waardenpatroon past. Dat heeft rampzalige gevolgen. Een moraal die enkel kan werken door de werkelijkheid te (blijven) ontkennen, is immers ten diepste amoreel.

Geschiedenis

Een bijkomende reden die de Europese blindheid verklaart, is de rol van de geschiedenis. Graag wordt ze gebruikt om voor een donkere toekomst te waarschuwen. De jaren dertig, het kolonialisme, de slavernij. Maar elk beeld van de geschiedenis is uiteraard gekleurd. Gekleurd door de morele bril waar mensen door kijken. Dat kan leiden tot een verregaande tunnelvisie. Waardoor de geschiedenis haar breedte en diepte verliest, haar ironie en zin voor relativiteit, en vervelt tot een gedweeë handlanger van de heersende moraal.

Hoe vaak klinkt niet — vanwege weldenkenden — de vermanende uitspraak: ‘Ken uw geschiedenis!’ In feite wordt bedoeld: onderschrijf het morele kader dat in mijn ‘juiste’ interpretatie van de geschiedenis bevestiging vindt. Waarom vinden zoveel gewaardeerde academici en journalisten de verkiezing van Donald Trump ‘onbegrijpelijk’? Omdat hun morele denkbeelden geen ruimte laten voor rationele keuzes die daarmee strijdig zijn en omdat ze hun persoonlijke interpretatie van de geschiedenis volledig dienstbaar maken aan hun eigen moraal, de ‘enig mogelijke’."

Bron:
https://doorbraak.be/de-onbegrijpelijke-verkiezing-van-donald-trump/?dbcode=t8623326699&u=427154602

Ik ben, wellicht, moreel verblind!
Ik ben de incarnatie van het vermanende vingertje.


Het vingertje dat zo verwaand is dat hij zich inbeeldt dat hij "hersenen" is.
In de visie van Rik Torfs is er niet alleen een onderscheid tussen "moraal" en "rationaliteit", er is ook een duidelijke rangorde: rationaliteit overrules moraal.
Over de "wil" in het verhaal wordt zedig (verstandig) gezwegen.
Nochtans cruciaal: Donald Trump president, IK WIL DAT NIET.

"De wil tot macht" is de wil om de wil machten toe te dichten die er niet zijn.
De verheerlijking van de ratio wordt dan onvermijdelijk een lofzang op de eigen ratio.

Ik wil daar niet in meegaan.
Helaas, de wil is sterk, maar het vlees is zwak.
Bij deze dus bij wijze van uitzondering een rationele reactie op de column van Rik Torfs.



 

donderdag 31 oktober 2024

Nick Cave

 
WILD
 GOD

Vind ik een geniale vondst.
Ik wou dat ik het zelf bedacht had.

Geen zin in verdere filosofische bespiegelingen hieromtrent.

Gewoon nagenieten.




zaterdag 19 oktober 2024

De onwetende

 
Ignaas Devisch schreef een boek.
"We informeren ons kapot"
Pleidooi voor onwetendheid.

Ik ben onwetend, dus ik heb niet direct behoefte aan een "pleidooi voor onwetendheid".
Vermits ik zelf veelvuldig tracht mijn onwetendheid te verwoorden, zou ik hooguit benieuwd zijn naar de formulering van de onwetendheid van een spitsbroeder.

De proloog van het boek kan je lezen op de website van de uitgever.
Daarin wordt onmiddellijk een onderscheid gemaakt tussen "informatie" en "desinformatie" en dan gaan bij mij alle alarmbellen rinkelen.
"Om ons te oriënteren in de wereld hebben we ankerpunten of bouwstenen nodig. Maar hoe die te vinden, en op basis waarvan kies je ze? Wie of wat kun je nog geloven? Meer dan ooit zijn die pregnante vragen aan de orde. Onder meer op die vragen zoeken we in dit boek een antwoord."

Dat is het moment dat ik afhaak.
Het is het moment dat ik een alternatieve titel voor het boek verzin, "Ze informeren zich kapot", en mij oprecht afvraag of Ignaas Devisch het daar mee eens zou kunnen zijn?



Max Ernst, De Grote Onwetende

zaterdag 5 oktober 2024

Triton

 

De herauten van het Vrije Woord (alles mag gezegd worden) beantwoorden de verkeerde vraag:
Moet alles gezegd worden?


 

Morenfontein, Giacomo Della Porta