Zee
Ik wil nog wel een tijdje
zei hij.
Ze glimlachte.
Een zee van tijd
zei zij.
Dat heb ik toch weer maar mooi gehad,
die glimlach,
dacht hij,
en zei
en zij
en zij
Beeld:
"De zee, die grote beeldhouwer"
Jean-Michel Folon
Het is vijf voor twaalf. Bent u ook zo benieuwd hoe laat het hier straks zal zijn?
Zee
Ik wil nog wel een tijdje
zei hij.
Ze glimlachte.
Een zee van tijd
zei zij.
Dat heb ik toch weer maar mooi gehad,
die glimlach,
dacht hij,
en zei
en zij
en zij
Beeld:
"De zee, die grote beeldhouwer"
Jean-Michel Folon
Kierkegaard, dagboekfragment (technische referentie NB32)
Het onderscheid tussen de "primitieven" enerzijds en de "voorbeeldmensen" (Exemplar-Menneske), de
"stekelbaarsjes-mensen" (Hundesteilerne) anderzijds.
"Men
moet de wereld nemen zoals ze is,
of: De wereld is zoals men haar neemt, begrepen als volgt: men moet de
wereld nemen zoals ze is, is de inhoud van deze miljoenen, het leven en
bestaan van de voorbeeldige mens. Ze vinden alles gegeven, concepten, ideeën, gedachten, evenals gewoonten en gebruiken, kortom, alles is gegeven – de voorbeeldige mens brengt niets mee. Dus
alles is gegeven – en nu haasten ze zich ieder naar zijn eigen om
rijkdom te vergaren, iets te worden, te trouwen, enzovoorts enzovoorts.
Dat deze miljoenen bestaan, merkt het bestaan zelf niet op, ze raken
het niet aan, dit hele bestaan is te onbeduidend om het bestaan aan
te raken, dat is ontworpen voor een ander soort bestaan, zodat het de
voorbeeldige mens ten deel valt.
in verhouding tot het bestaan zoals stekelbaarsjes in verhouding tot
een net dat is uitgezet voor grotere vissen, het net is zeker een net
(en dus is het bestaan ook een net) dat is uitgezet om vissen te
vangen – maar de stekelbaarsjes hebben vrije doorgang. Het
feit dat de voorbeeldige mensen een massa vormen, helpt niet, daarom
wegen ze niet zwaarder: één voorbeeldig persoon en een miljoen mensen
raken het bestaan slechts een klein beetje aan, dat als uit een hoorn
des overvloeds uit het zwart stroomt.
Zodra er daarentegen iemand komt die een primitiviteit met zich
meebrengt, die niet zegt dat men de wereld moet accepteren zoals die is
(dit teken geeft aan dat de stekelbaarsjes vrij mogen passeren), maar
die zegt: hoe de wereld ook is, ik verbind me met een originaliteit die
ik niet van plan ben te veranderen naar de grillen van de wereld: op het
moment dat dit woord wordt gehoord, vindt er een transformatie plaats
in het hele bestaan. Zoals
in het sprookje – wanneer het woord wordt uitgesproken, opent het
kasteel, dat honderd jaar lang betoverd was, zich en komt alles tot
leven: zo wordt het bestaan pure aandacht. De engelen gaan aan de slag, ze kijken nieuwsgierig toe wat dit zal worden, want dit houdt hen bezig. Aan
de andere kant staan duistere, sinistere demonen, die al lang
werkeloos op hun vingers hebben zitten knagen – ze springen op, strekken
hun ledematen – want hier is iets voor ons, zeggen ze, en daar hebben
ze lang op gewacht, omdat de voorbeeldmachines hun niets geven wat ze
moeten bestellen, net zo min als de engelen."
("dit teken" verwijst naar "de wereld zoals die = ")
"Primitivity" (Primitivitet), then, is to be understood as some kind of ethical
standard with which to correct the ethical and political order of a given
community.
(Straight into the Bliss of Knowing, Søren
Kierkegaard's Influence on Franz Kafka. Isak Winkel
Holm)
Hoe moet die "some kind of ethical standard" begrepen worden?
En vooral, de vraag die men dan bij voorkeur uit de weg gaat, : Is die ethische standaard dan "gegeven"?
Elke vezel in mijn lijf zegt "neen, dank u", tegen Martin Luther King.
De
goede mensen zijn de mensen die de goede (juiste) dingen zeggen en de
slechte mensen zijn de mensen die de slechte (foute) dingen zeggen.
En de juiste dingen MOETEN gezegd worden.
Dat laatste is het onvermijdelijke eindstation van een uitgangspunt dat niet het mijne is: de ene mening is de andere niet.
Een bang uitgangspunt, bang van een wereld waar er geen "waarom" is. Bang van een wereld waarin er geen argumenten zijn.
Het andere uitgangspunt: All propositions are of equal value.
Wittgenstein, Tractatus 6.4
Het voordeel van een Martin Luther King is dat je hem zonder probleem kan inruilen voor een Sören Kierkegaard.
"Wittgenstein, as I have argued, thinks that the skeptic’s doubt is incoherent and therefore nonsense. He held this position already in the Tractatus (see TLP 6.51) and his later writings are all in continuity with it", I read in the new publication of Andrea Kern.
6.51
Scepticism is not irrefutable, but palpably senseless, if it would doubt where a question cannot be asked.
For doubt can only exist where there is a question; a question only where there is an answer, and this only where something can be said.
I will not comment on the arguments Andrea Kern puts forward to arrive at her thesis, but there already seems to me to be a difference between that thesis and the bare quote from Wittgenstein.
6.51
Skeptizismus ist n i c h t unwiderleglich, sondern oenbar unsinnig, wenn er bezweifeln will, wo nicht gefragt werden kann. Denn Zweifel kann nur bestehen, wo eine Frage besteht; eine Frage nur, wo eine Antwort besteht, und diese nur, wo etwas g e s a g t werden ka n n
Skeptical doubt (is doubt not by definition skeptical?) or skepticism is nonsense IF it were to doubt where no question can be asked.
"The game doesn't begin with doubt about whether someone has a toothache, because that wouldn't correspond—so to speak—to the biological function of play in our lives. Its simplest, most primitive form is a reaction to the other person's cries of distress and gestures, a reaction of pity, or something similar. We comfort, we want to help. One might think: because doubt is a refinement, in a certain sense an improvement, of the game, then it would probably be most appropriate to begin with doubt. (Similarly, just as one might think that because it is often good for a judgment to be reasoned, so too would the chain of reasons have to continue infinitely for the perfect justification of a judgment.)
Let us imagine doubt and conviction expressed not through language, but merely through actions, gestures, and facial expressions. This might be the case with very primitive humans or animals. Let us imagine, for example, a mother whose child is crying and holding its cheek. One type of reaction to this is that the mother tries to comfort the child and cares for it in some way. There is nothing here that would suggest any doubt as to whether the child is actually in pain. Another case would be this: the reaction to the child's cry is usually the one just described, but under certain circumstances, the mother behaves skeptically. She might shake her head suspiciously, interrupt comforting and caring for the child, and even occasionally be unwilling and indifferent, expressing unwillingness and indifference. Now, let us imagine the mother who is skeptical from the outset: when the child cries, she shrugs her shoulders and shakes her head; perhaps sometimes she looks at it searchingly, examining it; in exceptional cases, she makes hesitant, Even vague attempts to comfort or care for it. – If we saw such behavior, we certainly wouldn't call it skepticism; it would (only) seem strange and foolish to us. “The game cannot begin with doubt” means: we wouldn't call it ‘doubt’ if the game began with it."
MS 119, 111-115
Das Spiel beginnt nicht mit dem Zweifel, ob Einer Zahnweh hat, denn das entspräche – sozusagen – nicht der biologischen Funktion,des Spiels in unserm Leben. Seine einfachste || primitivste Form ist eine Reaktion auf die Klagelaute & Gebärden des Anderen, eine Reaktion des Mitleids, oder dergleichen. Wir trösten, wollen helfen. Man kann denken, || : weil der Zweifel eine Verfeinerung, in gewissem Sinne, Verbesserung des Spiels ist, so wäre es wohl das allerrichtigste, mit dem Zweifel gleich anzufangen. (Ähnlich wie man denkt, weil es oft gut ist, wenn ein Urteil begründet ist, so müßte zur vollkommenen Rechtfertigung eines Urteils die Kette der Gründe in's Unendliche weitergehen.)
Denken wir uns den Zweifel & die Überzeugung nicht durch eine Sprache, sondern bloß durch Handlungen, & Gebärden, Mienen, ausgedrückt. So könnte es etwa bei sehr primitiven Menschen, oder bei Tieren sein. Denken wir also eine Mutter, deren Kind schreit & sich dabei die Wange hält. Eine Art der Reaktion hierauf ist (also) die, daß die Mutter das Kind zu trösten trachtet & es, auf irgend eine Art & Weise, pflegt. Hier ist nichts was dem Zweifel daran entspricht, ob das Kind wirklich Schmerzen habe. Ein anderer Fall wäre (nun) der: die Reaktion auf die Klage des Kindes ist für gewöhnlich die eben geschilderte || beschriebene, unter gewissen Umständen aber ist || verhält sich die Mutter skeptisch. Sie schüttelt dann etwa mißtrauisch den Kopf, unterbricht das Trösten & Pflegen des Kindes, ja ist sogar || gelegentlich unwillig & teilnahmslos || ja gibt Äußerungen des Unwillens & der Teilnahmslosigkeit || äußert Unwillen & Teilnahmslosigkeit. Nun aber denken wir uns die Mutter, die von vornherein skeptisch ist: Wenn das Kind schreit, zuckt sie die Achseln & schüttelt den Kopf; eventuell || manchmal sieht sie es forschend || prüfend an, untersucht es; in Ausnahmsfällen || ausnahmsweise macht sie zögernde || auch vage Versuche es zu trösten || & zu pflegen. || des Tröstens oder Pflegens.– Sähen wir ein solches Verhalten, so würden wir es durchaus nicht das der Skepsis nennen, es würde uns (nur) seltsam & närrisch anmuten. “Das Spiel kann nicht mit dem Zweifel anfangen” heißt: wir würden es nicht ‘Zweifel’ nennen, wenn das Spiel damit anfinge.
Where does the game begin, Andrea?
A consolation for Andrea:
MS 172 12-13
Ist es aber eine genügende Antwort auf die Reden der Idealisten, oder der Realisten || Skepsis der Idealisten, oder die Versicherungen der Realisten || auf das was uns die Idealisten(, oder Realisten) sagen; || : “Es gibt physikalische Gegenstände” ist Unsinn? Für sie ist es doch nicht Unsinn. Es wäre zu sagen || Man könnte ihnen antworten || Eine Antwort wäre aber: diese Behauptung, oder ihr Gegenteil, sei fehlgegangener Versuch, (das || etwas) auszudrücken, was so nicht auszudrücken ist. Und daß er fehlgeht läßt sich zeigen; damit ist aber ihre Sache noch nicht erledigt. Man muß | eben zur Einsicht kommen, daß das was sich uns als erster Ausdruck einer Schwierigkeit oder ihrer Beantwortung anbietet noch ein ganz falscher || gar nicht ihr richtiger Ausdruck sein mag. So wie der welcher ein Bild mit Recht tadelttadeln wird wo nicht zu tadeln ist & eine Untersuchung nötig ist den richtigen Ausdruck des Tadels zu finden. || & es einer Untersuchung bedarf, den richtigen Angriffspunkt des Tadels zu finden. || mit Recht tadelt, zuerst oft da den Tadel anbringen wird, wo er nicht hingehört, & es eine Untersuchung braucht um den richtigen Angriffspunkt des Tadels zu finden.
Solchen verunglückten Versuchen begegnen wir aber auf
Schritt & Tritt.
P.S. I did not know that both "the knower" and "the doubter" are female.
"Wittgenstein, as I have argued, thinks that the skeptic’s doubt is incoherent and therefore nonsense. He held this position already in the Tractatus (see TLP 6.51) and his later writings are all in continuity with it", lees ik in de nieuwe publicatie van Andrea Kern.
6.51
Scepticism is not irrefutable, but palpably senseless, if it would doubt where a question cannot be asked.
For doubt can only exist where there is a question; a question only where there is an answer, and this only where something can be said.
Ik spreek mij niet uit over de argumenten die Andrea Kern aanbrengt om tot haar stelling te komen, maar mij lijkt er alvast een verschil tussen die stelling en het naakte citaat van Wittgenstein.
6.51
Skeptizismus ist n i c h t unwiderleglich, sondern oenbar unsinnig, wenn er bezweifeln will, wo nicht gefragt werden kann. Denn Zweifel kann nur bestehen, wo eine Frage besteht; eine Frage nur, wo eine Antwort besteht, und diese nur, wo etwas g e s a g t werden ka n n
Sceptische twijfel (is twijfel niet per definitie sceptisch?) of sceptiscisme is nonsens ALS het zou betwijfelen waar geen vraag gesteld kan worden.
In heel het oeuvre van Wittgestein is dat trouwens de enige keer dat hij het woord "Skeptizismus" gebruikt.
Het is een beetje flauw van mij om dat in deze context aan te halen.
Is "sceptisch" niet per definitie "twijfel"?
En "twijfel" is wel degelijk een dingetje bij Wittgenstein.
Maar desalniettemin zou ik graag nog even in de boosheid volharden.
In de "Nachlass" van Wittgenstein zitten nog twee verwijzingen naar scepsis en ik vind het doodzonde dat deze niet vermeld worden in een boekje met de titel "Wittgenstein en scepticisme".
Het spel begint niet met twijfel over de vraag of iemand kiespijn heeft, want dat zou – om het zo maar te zeggen – niet overeenkomen met de biologische functie van spelen in ons leven. De meest eenvoudige, primitieve vorm is een reactie op de noodkreten en gebaren van de ander, een reactie van medelijden, of iets dergelijks. We troosten, we willen helpen. Je zou kunnen denken: omdat twijfel een verfijning, in zekere zin een verbetering, van het spel is, zou het waarschijnlijk het meest gepast zijn om met twijfel te beginnen. (Net zoals je zou kunnen denken dat, omdat het vaak goed is dat een oordeel beredeneerd is, de keten van redenen oneindig zou moeten doorgaan voor een perfecte rechtvaardiging van een oordeel.)
Laten we ons eens voorstellen dat twijfel en overtuiging niet via taal worden uitgedrukt, maar louter via handelingen, gebaren en gezichtsuitdrukkingen. Dit zou het geval kunnen zijn bij zeer primitieve mensen of dieren. Stel je bijvoorbeeld een moeder voor wiens kind huilt en zijn wang vasthoudt. Een mogelijke reactie hierop is dat de moeder probeert het kind te troosten en er op een of andere manier voor te zorgen. Er is hier niets dat twijfel zou kunnen oproepen over de vraag of het kind daadwerkelijk pijn heeft. Een ander voorbeeld is dit: de reactie op het huilen van het kind is meestal zoals zojuist beschreven, maar onder bepaalde omstandigheden gedraagt de moeder zich sceptisch. Ze schudt misschien achterdochtig haar hoofd, onderbreekt het troosten en verzorgen van het kind en is zelfs af en toe onwillig en onverschillig, waarbij ze onwil en onverschilligheid uitdrukt. Stel je nu eens een moeder voor die vanaf het begin sceptisch is: als het kind huilt, haalt ze haar schouders op en schudt ze haar hoofd; misschien kijkt ze het soms onderzoekend aan, bestudeert ze het; in uitzonderlijke gevallen doet ze aarzelende, zelfs vage pogingen om het te troosten of te verzorgen. – Als we zulk gedrag zouden zien, zouden we het zeker geen scepsis noemen; het zou ons (alleen) vreemd en dwaas lijken. "Het spel kan niet beginnen met twijfel" betekent: we zouden het geen 'twijfel' noemen als het spel ermee zou beginnen.
MS 119, 111-115
Das Spiel beginnt nicht mit dem Zweifel, ob Einer Zahnweh hat, denn das entspräche – sozusagen – nicht der biologischen Funktion,des Spiels in unserm Leben. Seine einfachste || primitivste Form ist eine Reaktion auf die Klagelaute & Gebärden des Anderen, eine Reaktion des Mitleids, oder dergleichen. Wir trösten, wollen helfen. Man kann denken, || : weil der Zweifel eine Verfeinerung, in gewissem Sinne, Verbesserung des Spiels ist, so wäre es wohl das allerrichtigste, mit dem Zweifel gleich anzufangen. (Ähnlich wie man denkt, weil es oft gut ist, wenn ein Urteil begründet ist, so müßte zur vollkommenen Rechtfertigung eines Urteils die Kette der Gründe in's Unendliche weitergehen.)
Denken wir uns den Zweifel & die Überzeugung nicht durch eine Sprache, sondern bloß durch Handlungen, & Gebärden, Mienen, ausgedrückt. So könnte es etwa bei sehr primitiven Menschen, oder bei Tieren sein. Denken wir also eine Mutter, deren Kind schreit & sich dabei die Wange hält. Eine Art der Reaktion hierauf ist (also) die, daß die Mutter das Kind zu trösten trachtet & es, auf irgend eine Art & Weise, pflegt. Hier ist nichts was dem Zweifel daran entspricht, ob das Kind wirklich Schmerzen habe. Ein anderer Fall wäre (nun) der: die Reaktion auf die Klage des Kindes ist für gewöhnlich die eben geschilderte || beschriebene, unter gewissen Umständen aber ist || verhält sich die Mutter skeptisch. Sie schüttelt dann etwa mißtrauisch den Kopf, unterbricht das Trösten & Pflegen des Kindes, ja ist sogar || gelegentlich unwillig & teilnahmslos || ja gibt Äußerungen des Unwillens & der Teilnahmslosigkeit || äußert Unwillen & Teilnahmslosigkeit. Nun aber denken wir uns die Mutter, die von vornherein skeptisch ist: Wenn das Kind schreit, zuckt sie die Achseln & schüttelt den Kopf; eventuell || manchmal sieht sie es forschend || prüfend an, untersucht es; in Ausnahmsfällen || ausnahmsweise macht sie zögernde || auch vage Versuche es zu trösten || & zu pflegen. || des Tröstens oder Pflegens.– Sähen wir ein solches Verhalten, so würden wir es durchaus nicht das der Skepsis nennen, es würde uns (nur) seltsam & närrisch anmuten. “Das Spiel kann nicht mit dem Zweifel anfangen” heißt: wir würden es nicht ‘Zweifel’ nennen, wenn das Spiel damit anfinge.
Waar begint het spel Andrea?
Een troost voor Andrea:
Maar is dat een afdoende antwoord op de toespraken van de idealisten, of de scepsis van de idealisten, of de geruststellingen van de realisten, op wat de idealisten (of realisten) ons vertellen: "Er bestaan fysieke objecten", is onzin? Voor hen is het geen onzin. Men zou kunnen zeggen: men zou hen kunnen antwoorden: maar een antwoord zou zijn: deze bewering, of het tegendeel ervan, is een misleidende poging om iets uit te drukken dat niet op die manier kan worden uitgedrukt. En dat het misleidend is, kan worden aangetoond; maar dat lost hun probleem niet op. Men moet beseffen dat wat zich aan ons voordoet als de eerste uiting van een probleem of het antwoord daarop, nog steeds volkomen onjuist kan zijn, en helemaal niet de juiste uitdrukking. Net zoals iemand die terecht kritiek levert op een schilderij waar niets te bekritiseren valt, en een onderzoek nodig is om de juiste uitdrukking van de kritiek te vinden, en een onderzoek nodig is om het juiste aanvalspunt van de kritiek te vinden. Wanneer je iemand terecht bekritiseert, richt je je kritiek vaak eerst op iets wat niet thuishoort. Een onderzoek is nodig om het juiste aanvalspunt te vinden.
Maar we stuiten voortdurend op dergelijke misplaatste pogingen.
MS 172 12-13
Ist es aber eine genügende Antwort auf die Reden der Idealisten, oder der Realisten || Skepsis der Idealisten, oder die Versicherungen der Realisten || auf das was uns die Idealisten(, oder Realisten) sagen; || : “Es gibt physikalische Gegenstände” ist Unsinn? Für sie ist es doch nicht Unsinn. Es wäre zu sagen || Man könnte ihnen antworten || Eine Antwort wäre aber: diese Behauptung, oder ihr Gegenteil, sei fehlgegangener Versuch, (das || etwas) auszudrücken, was so nicht auszudrücken ist. Und daß er fehlgeht läßt sich zeigen; damit ist aber ihre Sache noch nicht erledigt. Man muß | eben zur Einsicht kommen, daß das was sich uns als erster Ausdruck einer Schwierigkeit oder ihrer Beantwortung anbietet noch ein ganz falscher || gar nicht ihr richtiger Ausdruck sein mag. So wie der welcher ein Bild mit Recht tadelttadeln wird wo nicht zu tadeln ist & eine Untersuchung nötig ist den richtigen Ausdruck des Tadels zu finden. || & es einer Untersuchung bedarf, den richtigen Angriffspunkt des Tadels zu finden. || mit Recht tadelt, zuerst oft da den Tadel anbringen wird, wo er nicht hingehört, & es eine Untersuchung braucht um den richtigen Angriffspunkt des Tadels zu finden.
Solchen verunglückten Versuchen begegnen wir aber auf
Schritt & Tritt.
P.S.
Ik wist niet dat zowel "the knower" als "the doubter" vrouwelijk waren.
De twijfelaar.
Het bed geeft rust.
Ooit
was het bed een kersenbloesem.
Een bloei van nauwelijks een week,
om dan plaats te maken voor
de kers,
de pit,
de kerselaar,
het bed.
Nooit
ben ik zekerder
van wat ik wil
dan in die twijfelaar.
Omdat allicht
de bloesem
nog in dat bed ligt.
Ik lees graag teksten met een filosofische inslag.
Die teksten zijn onder te verdelen in twee categorieën.
Er zijn teksten die filosofen citeren die niet mijn voorkeur wegdragen en teksten die filosofen citeren die wel mijn voorkeur wegdragen maar die onnauwkeurig, onvolledig, irrelevant geciteerd worden. Kortom, uit het aangehaalde citaat blijkt dat ze de filosoof in kwestie helemaal niet begrepen hebben.
Zo las ik een column van Rik Torfs waarin hij het had over de tolerantie paradox van Karl Popper.
Terwijl Karl Popper het verbod als een allerlaatste redmiddel
beschouwde, enkel aanvaardbaar als een discussie aan de hand van
rationele argumenten door de ‘intoleranten’ wordt afgewezen, geldt
vandaag de tegenovergestelde volgorde. De ‘intoleranten’ mogen vooral
niet aan een rationele discussie deelnemen. Ze worden vooraf
uitgesloten, want dat hun argumenten geen hout snijden, is een
onwankelbaar axioma. Een gevaarlijke evolutie, samen te vatten in één
zin: terwijl Popper intoleranten uitsloot als ze een rationele discussie
weigerden, worden ze vandaag uitgesloten voordat die discussie kan
beginnen. ‘Want met dat soort mensen kan men toch niet discussiëren.’
Rik Torfs.
Rik Torfs heeft een punt.
In de afbeelding wordt Karl Popper onzorgvuldig geciteerd.
"Less well known is the paradox of tolerance: unlimited tolerance must lead to the disappearance of tolerance. If we extend unlimited tolerance even to those who are intolerant, if we are not prepared to defend a tolerant society against the onslaught of the intolerant, then the tolerant will be destroyed, and tolerance with them.—In this formulation, I do not imply, for instance, that we should always suppress the
utterance of intolerant philosophies; as long as we can counter them by rational argument and keep them in check by public opinion, suppression would certainly be most unwise. But we should claim the right to suppress them if necessary even by force; for it may easily turn out that they are not prepared to meet us on the level of rational argument, but begin by denouncing all argument; they may forbid their followers to listen to rational argument, because it is deceptive, and teach them to answer arguments by the use of their fists or pistols. We should therefore claim, in the name of tolerance, the right not to tolerate the intolerant. We should claim that any movement preaching intolerance places itself outside the law, and we should consider incitement to intolerance and persecution as criminal, in the same way as we should consider incitement to murder, or to kidnapping, or to the revival of the slave trade, as criminal."
Karl Popper
Dat gaat echter voorbij aan een niet onbelangrijk detail: Karl Popper is niet de filosoof die mijn voorkeur wegdraagt.
terwijl Popper intoleranten uitsloot als ze een rationele discussie
weigerden, worden ze vandaag uitgesloten voordat die discussie kan
beginnen.
terwijl Popper intoleranten uitsloot als ze een rationele discussie
weigerden, worden ze vandaag uitgesloten voordat die discussie kan
beginnen.
terwijl Popper intoleranten uitsloot als ze een rationele discussie
weigerden, worden ze vandaag uitgesloten voordat die discussie kan
beginnen.
De "intoleranten die de rationele discussie weigeren" betekent niet dat ze de rationele discussie niet willen beginnen.
De "intoleranten die de rationele discussie weigeren" betekent dat ze weigeren zich neer te leggen bij de rationele argumenten van de toleranten.
Hoe komt dat zo?
Hebben de intoleranten een defect tolerantie-gen?
Of zijn de intoleranten (tijdelijk) besmet met het intolerantie-virus?
Over het "Hoe komt dat zo?" is er nog geen eensgezindheid onder de toleranten. Dat is een rationele discussie die nog wel een tijdje kan aanmodderen.
Wittgenstein dan maar als toevluchtsoord: my kind of philosopher.
Een onderwerp dat mij mateloos fascineert dan nog.
Was Wittgenstein een vermaledijde relativist?
Op pagina 30 wordt Wittgenstein geciteerd:
"If I were to see the standard meter in Paris, but were not acquainted with the institution of measuring and its connection with the standard meter - could I say, that I was acquainted with the concept of the standard meter?"
"Wat betekent het dan om van de elementen te zeggen dat we ze noch zijn noch niet-zijn kunnen toeschrijven? –
Men zou kunnen zeggen: als alles wat we 'zijn' en 'niet-zijn' noemen,
besloten ligt in het bestaan en niet-bestaan van verbanden tussen de
elementen, dan heeft het geen zin om te spreken van het zijn
(niet-zijn) van een element; net
zoals, als alles wat we 'vernietigen' noemen, besloten ligt in de
scheiding van elementen, het geen zin heeft om te spreken van de
vernietiging van een element.
Maar men zou kunnen zeggen: men kan een element geen zijn toeschrijven,
want als het er niet was, zou men het niet eens kunnen benoemen en er
dus helemaal niets over kunnen zeggen. – Laten we een analoog geval bekijken! Van één ding kan men niet zeggen dat het 1 meter lang is, noch dat het niet 1 meter lang is, en dat is de oorspronkelijke meter in Parijs."
Was
heißt es nun, von den Elementen zu sagen, daß wir ihnen weder Sein noch
Nichtsein beilegen können? – Man könnte sagen: Wenn alles, was wir
“Sein” und “Nichtsein” nennen, im Bestehen und Nichtbestehen von
Verbindungen zwischen den Elementen liegt, dann hat es keinen Sinn vom
Sein (Nichtsein) eines Elements zu sprechen; sowie, wenn alles, was wir
“zerstören” nennen, in der Trennung von Elementen liegt, es keinen Sinn
hat, vom Zerstören eines Elements zu reden.
Aber man möchte
sagen: man kann dem Element nicht Sein beilegen, denn wäre es nicht, so
könnte man es auch nicht einmal nennen und also garnichts von ihm
aussagen. – Betrachten wir doch einen analogen Fall! Man kann von einem
Ding nicht aussagen, es sei 1 m lang, noch, es sei nicht 1 m lang, und
das ist das Urmeter in Paris
"Goh, ik kan er mee leven", zei de patiënt tegen de arts die hem zijn palliatieve status had meegedeeld.