vrijdag 18 september 2026

Zij

  

Zee


Ik wil nog wel een tijdje
zei hij.
Ze glimlachte.
Een zee van tijd
zei zij.
Dat heb ik toch weer maar mooi gehad,
die glimlach,
dacht hij,
en zei

en zij
en zij


 

Beeld:
"De zee, die grote beeldhouwer"
Jean-Michel Folon



donderdag 17 september 2026

G.E.M Anscombe

 

Zettel.
Snippers.

Wittgenstein knipte fragmenten uit zijn teksten en bewaarde ze in een doos.

Snipper 455
"The philosopher is not a citizen of any community of ideas. That's what makes him a philosopher".

Dat is een beroerde vertaling van het origineel. 

 "Der Philosoph ist nicht Bürger einer Denkgemeinde. Das ist, was ihn zum Philosophen macht."

The philosopher is not a citizen of a community of thought. That is what makes him a philosopher.
The philosopher is not a citizen of an intellectual community. That is what makes him a philosopher.
The philosopher is not a citizen of a thinking community. 
That is what makes him a philosopher.

Allemaal geldige alternatieven die de geest van het aforisme niet versnipperen.

605
Eine der philosophisch gefährlichsten Ideen ist, merkwürdigerweise, daß wir mit dem Kopf oder im Kopf denken.
One of the most philosophically dangerous ideas is, strangely enough, that we think with the head or inside the head.

G.E.M. Anscombe is een filosofe vertaalster die in de categorie Russell kan ondergebracht worden.

456
Manche Philosophen (oder wie man sie nennen soll) leiden an dem, was man »loss of problems«, »Problemverlust« nennen kann. Es scheint ihnen dann alles ganz einfach, und es scheinen keine tiefen Probleme mehr zu existieren, die Welt wird weit und flach und verliert jede Tiefe, und was sie schreiben, wird unendlich seicht und trivial. Russell und H. G. Wells haben dieses Leiden.

Some philosophers (or whatever one should call them) suffer from what might be termed a "loss of problems." Everything then seems quite simple to them, and there appear to be no deep problems left; the world becomes vast and flat, losing all depth, and what they write becomes infinitely shallow and trivial. Russell and H. G. Wells suffer from this affliction.


woensdag 16 september 2026

Wouter Duyck



Er is "vrij onderwijs" en "officieel onderwijs".
"Vrij" betekent hier "vrij van de overheid".

 

De terminologie "neutraal onderwijs" als synoniem voor "officieel onderwijs" is misleidend.
Het is een poging om het zo fel begeerde woord "vrij" te recupereren.
Het officieel onderwijs is "vrij van levensbeschouwing".
Dat lijkt mij bij de haren getrokken.
De levensbeschouwing van het officieel onderwijs is het humanisme.
"Vrijzinnig humanisme is een levensbeschouwing gericht op vrijdenken, zingeving en menswaardigheid."
(Let u vooral op het obligate "vrij".)

Als het humanisme de levensbeschouwing is van het officieel onderwijs (en dat is het, tenzij men het officieel onderwijs als een soort nihilistisch onderwijs beschouwt), dan heeft het officieel onderwijs potentieel toch een klein probleem.

"Het verbod op levensbeschouwelijke symbolen vloeit voort uit de grondwettelijke verplichting voor de provincie om in de uitvoering van haar overheidstaken, met inbegrip van het onderwijs, een volledige neutraliteit te bewaren en te bewaken."
Dat is een zin uit de communicatie van de rechtbank over haar uitspraak.

Want wat als de sympathiserende collega's van mevrouw Amajoud morgen bij wijze van burgerlijke ongehoorzaamheid allemaal met het symbool van een fakkel op hun kledij zouden gaan werken.
Zouden die dan allemaal ontslagen worden?



vrijdag 11 september 2026

De herhaler

 


Over de vrijheid van meningsuiting.

Misschien kunnen we het er bij de aanvang over eens zijn dat de vrijheid van meningsuiting een "principe" betreft. Bij wijze van voorbeschouwing is het in dat verband interessant om een uitspraak van de Deense filosoof Sören Kierkegaard in herinnering te brengen: "People of experience maintain that it is very sensible to start from a principle. I grant them that and start with the principle that all men are boring. Or will someone be boring enough to contradict me in this?" (Either/Or, Part I, Rotation of crops, first sentence)
Kwestie van duidelijk te maken tegen welke achtergrond ik schrijf.

NEGER.

Lang getwijfeld, maar kijk, voilà, het staat er.
Het woord is niet inherent racistisch.
Als mijn moeder het per abuis nog een keertje gebruikt, ze is hierover naar behoren opgevoed door haar kleinkinderen, is dat geen racisme.
Het woord is niet inherent racistisch.

TRAP HET HIER AF VUILE NEGER.

Al heb ik er alle begrip voor dat de zwarte medemens die het woord voor de honderdste keer op honderd naar zijn hoofd geslingerd wordt in dergelijke context, het woord als inherent racistisch beschouwt.
Vandaar dat ik het woord uit principe zal vermijden.
De uitspraak is echter niet inherent racistisch, in de context van dit geschrift hooguit provocerend. 
Bij "dergelijke" had u een context in gedachten die de context van dit geschrift oversteeg, u had de context van de zwarte medemens in gedachten.
Nu, ik weet niet hoe het bij u gesteld is, maar ik hoef dergelijke uitspraak maar één keer in zijn context te horen om die context te beoordelen. Ik weet wanneer het bij die ene keer moet blijven, ik weet wanneer ik hem niet meer wil horen.
Het recht op vrije meningsuiting wordt doorgaans verward met het vermeende recht om in herhaling te vallen.

Als de leraar dergelijke uitspraak op de speelplaats hoort, kan hij de leerling ter verantwoording roepen.
"Dat past in het kader van mijn recht op vrije meningsuiting meneer".
De leraar kan het op dat ogenblik onder het mom van de vrijheid van meningsuiting blauwblauw laten.
Maar met evenveel recht en rede kan hij stellen: "niet hier jongeman, niet in deze school."
U kan zelf het voorbeeld tot in het oneindige uitbreiden. De trainer versus de speler, de werkgever versus de werknemer, de voorzitter versus de trainer, de journalist versus de lezer.
We kunnen er niet onderuit dat er hier telkens sprake is van een hiërarchie. Het woord van de leraar zal zwaarder doorwegen dan het woord van de leerling, het woord van de trainer zal zwaarder doorwegen dan het woord van de speler, het woord van de werkgever zal zwaarder doorwegen dan het woord van de werknemer, het woord van de voorzitter zal zwaarder doorwegen dan het woord van de trainer, het woord van de journalist zal zwaarder doorwegen dan het woord van de lezer.
Niet hier.
Niet in deze school.
Niet op dit veld.
Niet in deze fabriek.
Niet in deze club.
Niet in deze krant.
Ik eigen mij het recht toe om de bezoeker in mijn huis "niet hier" te zeggen.
Ik eigen mij dat recht toe omdat ik aanvaard dat als ik elders op bezoek ga, te horen kan krijgen "jij zal mij hier niet de les komen spellen."

Het moet duidelijk zijn dat het hier een voorbeeld, een concrete uitspraak, betreft.
Hoe maken we de overstap van het voorbeeld, een concrete uitspraak, naar het principe, een algemene uitspraak?
Dat kan niet.
Uiteraard kan de wetgevende macht niet bepalen dat de aangehaalde uitspraak verboden is. De rechtspraak kan onmogelijk elke mogelijke uitspraak in elke mogelijke context ten berde brengen, de rechtspraak zou een oneindig lang in het kwadraat wetboek worden.
De wetgever moet zich noodzakelijkerwijs tot een veralgemening beperken: "haatspraak is verboden".
Maar is het voorbeeld haatspraak?
In een democratie is het uiteindelijk de rechter die daar het laatste woord zal over hebben.
Maar de rechterlijke macht is bij gebrek aan duidelijkheid (de concrete uitspraak is niet expliciet verboden in het wetboek) verplicht om een interpretatie van de algemene regel te geven.
De interpretatie van de rechter weegt zwaarder door dan de interpretatie van de leraar, de trainer, de werkgever, de voorzitter, de beheerder, de journalist.
Maar het zal nooit meer zijn dan een interpretatie.



(Geef ze even om op gang te komen ...)

 "Denken dat jij vooraf mag bepalen welke ideeën anderen wel of niet mogen horen, is een vorm van politieke en intellectuele arrogantie", schrijft professor filosofie Patrick Loobuyck op zijn sociale media.

 

"Denken dat jij vooraf mag bepalen welke ideeën ik wel of niet moet horen is een vorm van filosofische arrogantie."

Het is een filosofie die vertrekt vanuit een principe, een filosofie waarin de contradictie taboe is.
Je moet principieel zijn, je moet consequent zijn.
Het is een filosofie die niet mijn filosofie is.

Bij wijze van nabeschouwing:
"Et c'est si bon de se contredire de temps en temps. Cela repose."
Albert Camus, Caligula.


donderdag 10 september 2026

Francis Fukuyama

 

 

The end of "ism"

 Ik las het essay "The end of history?"  van Francis Fukuyama.

Liberalism.
Historicism.
Relativism.
Marxism.
Existentialism.
Solipsism.
Idealism.
Materialism.
Capitalism.
Determinism.
Fascism.
Communism.
Ultranationalism.
Egalitarianism.
Marxism - Leninism.
Dynamism.
Maoism.
Consumerism.
Anachronism.
Socialism.
Cynicism.
Leninism.
Centralism.
Stalinism.
Breshnevism.
Criticism.
Nationalism.
Fundamentalism.
Expansionism.
Imperialism.
Gaullism.
Terrorism.
Chauvinism.
Antagonism.

In een tekst van veertien bladzijden worden er vijfendertig (35!)verschillende "ism" woorden gebruikt.
In een tekst van veertien bladzijden wordt er honderdzevenenvijftig (157!) keer een "ism" woord gebruikt.

Grappig om dan te lezen dat Fukuyama in een interview met The new statesmen over de terugkeer van het socialisme het volgende zei: "It all depends on what you mean by socialism".
Er blijkt nog heel wat werk aan de winkel.

De leukste "ism" vond ik "aphorism".
Een aforisme van Hegel, een grote bron van inspiratie voor Francis Fukuyama.
"Everything that is rational is real, and everything that is real is rational." 

It all depends on what you mean by real or rational.

"If Hegel had written the whole of his logic and then said, in the preface or some other place, that it was merely an experiment in thought in which he had even begged the question in many places, then he would certainly have been the greatest thinker who had ever lived. As it is, he is merely comic."
Kierkegaard, journaler (JJ 265)

 



maandag 31 augustus 2026

De onderscheider

 
Wie het onderscheid maakt tussen fictie en non-fictie kan nog niet goed lezen.

vrijdag 28 augustus 2026

De behoeftige

 Als een schrijver er al eens behoefte aan heeft van gelezen te worden, dan heeft het geschrevene dat zeker niet.

dinsdag 25 augustus 2026

De rector


Kloppen SVP


van september ’35 tot juni ’38 

studeerde ik middelbaar engels a.

in het gymnasium

aan de laan van meerdervoort te den haag.

het was een zich deftig voordoend gebouw:

de stortbak van de wc

had dan ook twee deftige trekkers,

er hing een stukje ivoorkarton naast

waarop in deftige drukletters stond:

‘voor grote spoeling gebruike men de lange trekker

voor kleine spoeling gebruike men de korte trekker’

een vermoedelijk iets minder deftig

iemand had eronder geschreven:

‘in geval van twijfel

wende men zich tot de rector’


moraal:

ga niet bij het onderwijs,

en als u toch bij het onderwijs gaat

word dan liever geen rector.

Cees Buddingh


Aan dit gedicht moest ik denken bij de nieuwe golf van alle "de academische vrijheid wordt geketend" teksten bij de schorsing van Nathan Cofnas. Dat is ook zo, maar niet zoals men het laat uitschijnen.

Wat is de academische vrijheid in deze? De zelfstandigheid.

Nathan Cofnas kan zelfstandig beweren dat de hypothese die hij verkondigt, die hij onderzoekt en die hij onderwijst, dat die niet racistisch is. De hypothese is noch racistisch noch niet racistisch.  Dat is de logica zelve. Anders zou het niet langer een hypothese zijn. Hij hoeft dus geen beroep te doen op andere argumenten dan zichzelf.  (Al heeft Nathan Cofnas de neiging om die academische vrijheid te grabbel te gooien.)

Ook de leidinggevende professor Bouke de Vries geniet van zijn academische vrijheid. Hij kan zelfstandig beslissen wie er mag deelnemen aan zijn onderzoek. Hij hoeft geen beroep te doen op iets of iemand anders dan zichzelf om te stellen dat de hypothese niet racistisch is  Dat is de logica zelve. Anders zou het niet langer een hypothese zijn.

Maar de academische vrijheid geldt blijkbaar niet voor de rector, en bij uitbreiding ook niet voor elkeen die de verdediging van de rector op zich neemt, als die poneert dat de hypothese racistisch is. Als een duivel uit een doosje heeft de "is" in "dit is racisme" een upgrade gekregen. De "subjectieve is" is een "objectieve is" geworden en de rector wordt de rol van orakel toegedicht, de rector "weet" wat racisme is. De zelfstandigheid van de rector verdampte in een oogwenk.

De hoeders van de vrijheid struikelen over hun eigen woorden. Ze verwijten de rector deugdzaamheid terwijl ze zelf het behoeden van de vrijheid als de hoogste deugd beschouwen. De academische vrijheid wordt wel degelijk beknot: ze geldt niet langer als je van mening verschilt met de beheerders van de term.

maandag 10 augustus 2026

De ethicus

 

Ethiek is als een bord met de tekst "GEEN ZWERFVUIL!".
Als er niemand is om het bord te onderhouden, is het gedoemd om als zwerfvuil te eindigen.

maandag 6 juli 2026

De zindaar

 

Geen
zin
in 
zinnige
zinnen.