donderdag 7 mei 2026

De twijfelaar

 
De twijfelaar.

Het bed geeft rust.

Ooit
was het bed een kersenbloesem.
Een bloei van nauwelijks een week,
om dan plaats te maken voor
de kers,
de pit,
de kerselaar,
het bed.

Nooit
ben ik zekerder
van wat ik wil
dan in die twijfelaar.
Omdat allicht
de bloesem
nog in dat bed ligt.


maandag 4 mei 2026

Karl Popper

 
Ik lees graag teksten met een filosofische inslag.
Die teksten zijn onder te verdelen in twee categorieën.
Er zijn teksten die filosofen citeren die niet mijn voorkeur wegdragen en teksten die filosofen citeren die wel mijn voorkeur wegdragen maar die onnauwkeurig, onvolledig of irrelevant geciteerd worden. Kortom, uit het aangehaalde citaat blijkt dat ze de filosoof in kwestie helemaal niet begrepen hebben.

Zo las ik een column van Rik Torfs waarin hij het had over de tolerantie paradox van Karl Popper.




Terwijl Karl Popper het verbod als een allerlaatste redmiddel beschouwde, enkel aanvaardbaar als een discussie aan de hand van rationele argumenten door de ‘intoleranten’ wordt afgewezen, geldt vandaag de tegenovergestelde volgorde. De ‘intoleranten’ mogen vooral niet aan een rationele discussie deelnemen. Ze worden vooraf uitgesloten, want dat hun argumenten geen hout snijden, is een onwankelbaar axioma. Een gevaarlijke evolutie, samen te vatten in één zin: terwijl Popper intoleranten uitsloot als ze een rationele discussie weigerden, worden ze vandaag uitgesloten voordat die discussie kan beginnen. ‘Want met dat soort mensen kan men toch niet discussiëren.’
Rik Torfs.

Rik Torfs heeft een punt. 
In de afbeelding wordt Karl Popper onvolledig geciteerd, er wordt een stuk weggelaten. ("Karl Popper wordt geparafraseerd", zou Rik Torfs zeggen.)

"Less well known is the paradox of tolerance: unlimited tolerance must lead to the disappearance of tolerance. If we extend unlimited tolerance even to those who are intolerant, if we are not prepared to defend a tolerant society against the onslaught of the intolerant, then the tolerant will be destroyed, and tolerance with them.—In this formulation, I do not imply, for instance, that we should always suppress the
utterance of intolerant philosophies; as long as we can counter them by rational argument and keep them in check by public opinion, suppression would certainly be most unwise. But we should claim the right to suppress them if necessary even by force; for it may easily turn out that they are not prepared to meet us on the level of rational argument, but begin by denouncing all argument; they may forbid their followers to listen to rational argument, because it is deceptive, and teach them to answer arguments by the use of their fists or pistols. We should therefore claim, in the name of tolerance, the right not to tolerate the intolerant. We should claim that any movement preaching intolerance places itself outside the law, and we should consider incitement to intolerance and persecution as criminal, in the same way as we should consider incitement to murder, or to kidnapping, or to the revival of the slave trade, as criminal."
Karl Popper

Dat gaat echter voorbij aan een niet onbelangrijk detail: Karl Popper is niet de filosoof die mijn voorkeur wegdraagt. 

terwijl Popper intoleranten uitsloot als ze een rationele discussie weigerden, worden ze vandaag uitgesloten voordat die discussie kan beginnen.

Kan u zich de uitspraak "wie 't eerste riekt, heeft het geflikt" nog herinneren? Als jongere in een groep en iemand heeft een scheet gelaten. "Amai, dat stinkt hier zeg, wie heeft er een scheet gelaten?". Waarop er altijd wel iemand zei: "Wie 't eerste riekt, heeft het geflikt."
 Ik vrees dat ik in dat stadium ben blijven hangen. 
Ik verklaar mij nader.

Een discussie begint altijd met een hypothese, een mening. Een hypothese is een stelling die noch juist noch fout is, anders zouden we er niet van mening over verschillen. Ik weet niet hoe het met u gesteld is, maar aan een discussie dat de aarde plat is ga ik echt mijn tijd niet verspillen.

Dat de intolerante de rationele discussie weigert, betekent dat hij de stelling benadert als zijnde "onjuist". De stelling is bij aanvang van de discussie geen hypothese, maar een gegeven: de stelling is onjuist. Met die instelling weiger je de rationele discussie.

Op die manier wordt de man/vrouw die er een andere mening op na houdt en aan de discussie wil deelnemen, met een catch 22 geconfronteerd. Als je geen rationele argumenten hebt kan je moeilijk verlangen te kunnen deelnemen aan een rationele discussie. En als je op verzoek je rationele argumenten ten berde brengt, word je weggezet als intolerant.
Altijd prijs voor de toleranten.
Ofwel ben je relativistisch, nihilistisch zelfs, (je beweert dat er geen rationele argumenten zijn), ofwel ben je intolerant (je vertrekt vanuit je eigen gelijk).
Vanaf dat moment discussiëren de toleranten nog maar over één onderwerp. 
Hebben de intoleranten een defect tolerantie-gen?
Of zijn de intoleranten (tijdelijk) besmet met het intolerantie-virus?

De enige manier om aan het dilemma te ontsnappen is de chronologie te reconstrueren.
"Amai, dat riekt hier rationeel!"
"Wie 't eerste riekt, heeft het geflikt."
In dit geval: "Wie 't eerste rikt, heeft het geflikt."

Bij wijze van voorbeeld zou ik graag nog eens terugkomen op de zaak Nathan Cofnas.
Wanneer je het verwijt krijgt van de andere mening te bestempelen als racisme is er maar één optie; de bal terugkaatsen.
Vind jij dat er zoiets als racisme bestaat?
Vind jij dat de stelling "IQ is ras gerelateerd" racistisch is?
Vasthoudend als een pitbull de vragen herhalen.
In afwachting van een antwoord kan je je ondertussen aangenaam bezig houden.



 

 

Wittgenstein dan maar als toevluchtsoord: my kind of philosopher.
Een onderwerp dat mij mateloos fascineert dan nog.
Was Wittgenstein een vermaledijde relativist?

Op pagina 30 wordt Wittgenstein geciteerd:
"If I were to see the standard meter in Paris, but were not acquainted with the institution of measuring and its connection with the standard meter - could I say, that I was acquainted with the concept of the standard meter?"

Ik denk dat er in het relevante citaat van Wittgenstein over de standaard meter een beter antwoord te vinden is dan in het hele boekje. 

"Wat betekent het dan om van de elementen te zeggen dat we ze noch zijn noch niet-zijn kunnen toeschrijven? – Men zou kunnen zeggen: als alles wat we 'zijn' en 'niet-zijn' noemen, besloten ligt in het bestaan ​​en niet-bestaan ​​van verbanden tussen de elementen, dan heeft het geen zin om te spreken van het zijn (niet-zijn) van een element; net zoals, als alles wat we 'vernietigen' noemen, besloten ligt in de scheiding van elementen, het geen zin heeft om te spreken van de vernietiging van een element. Maar men zou kunnen zeggen: men kan een element geen zijn toeschrijven, want als het er niet was, zou men het niet eens kunnen benoemen en er dus helemaal niets over kunnen zeggen. – Laten we een analoog geval bekijken! Van één ding kan men niet zeggen dat het 1 meter lang is, noch dat het niet 1 meter lang is, en dat is de oorspronkelijke meter in Parijs."



 Was heißt es nun, von den Elementen zu sagen, daß wir ihnen weder Sein noch Nichtsein beilegen können? – Man könnte sagen: Wenn alles, was wir “Sein” und “Nichtsein” nennen, im Bestehen und Nichtbestehen von Verbindungen zwischen den Elementen liegt, dann hat es keinen Sinn vom Sein (Nichtsein) eines Elements zu sprechen; sowie, wenn alles, was wir “zerstören” nennen, in der Trennung von Elementen liegt, es keinen Sinn hat, vom Zerstören eines Elements zu reden.
     Aber man möchte sagen: man kann dem Element nicht Sein beilegen, denn wäre es nicht, so könnte man es auch nicht einmal nennen und also garnichts von ihm aussagen. – Betrachten wir doch einen analogen Fall! Man kann von einem Ding nicht aussagen, es sei  1 m lang, noch, es sei nicht 1 m lang, und das ist das Urmeter in Paris