Ik lees graag teksten met een filosofische inslag.
Die zijn onder te verdelen in twee categorieën.
Er zijn teksten die filosofen die niet mijn voorkeur wegdragen citeren en teksten die filosofen die wel mijn voorkeur wegdragen onnauwkeurig citeren.
Zo las ik een column van Rik Torfs waarin hij het had over de tolerantie paradox van Karl Popper.
Terwijl Karl Popper het verbod als een allerlaatste redmiddel
beschouwde, enkel aanvaardbaar als een discussie aan de hand van
rationele argumenten door de ‘intoleranten’ wordt afgewezen, geldt
vandaag de tegenovergestelde volgorde. De ‘intoleranten’ mogen vooral
niet aan een rationele discussie deelnemen. Ze worden vooraf
uitgesloten, want dat hun argumenten geen hout snijden, is een
onwankelbaar axioma. Een gevaarlijke evolutie, samen te vatten in één
zin: terwijl Popper intoleranten uitsloot als ze een rationele discussie
weigerden, worden ze vandaag uitgesloten voordat die discussie kan
beginnen. ‘Want met dat soort mensen kan men toch niet discussiëren.’
Rik Torfs.
Ik ben het eens met Rik Torfs.
In de afbeelding wordt Karl Popper onzorgvuldig geciteerd.
"Less well known is the paradox of tolerance: unlimited tolerance must lead to the disappearance of tolerance. If we extend unlimited tolerance even to those who are intolerant, if we are not prepared to defend a tolerant society against the onslaught of the intolerant, then the tolerant will be destroyed, and tolerance with them.—In this formulation, I do not imply, for instance, that we should always suppress the
utterance of intolerant philosophies; as long as we can counter them by rational argument and keep them in check by public opinion, suppression would certainly be most unwise. But we should claim the right to suppress them if necessary even by force; for it may easily turn out that they are not prepared to meet us on the level of rational argument, but begin by denouncing all argument; they may forbid their followers to listen to rational argument, because it is deceptive, and teach them to answer arguments by the use of their fists or pistols. We should therefore claim, in the name of tolerance, the right not to tolerate the intolerant. We should claim that any movement preaching intolerance places itself outside the law, and we should consider incitement to intolerance and persecution as criminal, in the same way as we should consider incitement to murder, or to kidnapping, or to the revival of the slave trade, as criminal."
Karl Popper
Dat gaat echter voorbij aan een niet onbelangrijk detail: Karl Popper is niet de filosoof die mijn voorkeur wegdraagt.
terwijl Popper intoleranten uitsloot als ze een rationele discussie
weigerden, worden ze vandaag uitgesloten voordat die discussie kan
beginnen.
terwijl Popper intoleranten uitsloot als ze een rationele discussie
weigerden, worden ze vandaag uitgesloten voordat die discussie kan
beginnen.
terwijl Popper intoleranten uitsloot als ze een rationele discussie
weigerden, worden ze vandaag uitgesloten voordat die discussie kan
beginnen.
De "intoleranten die de rationele discussie weigeren" betekent niet dat ze de rationele discussie niet willen beginnen.
De "intoleranten die de rationele discussie weigeren" betekent dat ze weigeren zich neer te leggen bij de rationele argumenten van de toleranten.
Hoe komt dat zo?
Hebben de intoleranten een defect tolerantie-gen?
Of zijn de intoleranten (tijdelijk) besmet met het intolerantie-virus?
Over het "Hoe komt dat zo?" is er nog geen eensgezindheid onder de toleranten. Dat is een rationele discussie die nog wel een tijdje kan aanmodderen.
Wittgenstein dan maar als toevluchtsoord: my kind of philosopher.
Een onderwerp dat mij mateloos fascineert dan nog.
Was Wittgenstein een vermaledijde relativist?
Op pagina 30 wordt Wittgenstein geciteerd:
"If I were to see the standard meter in Paris, but were not acquainted with the institution of measuring and its connection with the standard meter - could I say, that I was acquainted with the concept of the standard meter?"
"Wat betekent het dan om van de elementen te zeggen dat we ze noch zijn noch niet-zijn kunnen toeschrijven? –
Men zou kunnen zeggen: als alles wat we 'zijn' en 'niet-zijn' noemen,
besloten ligt in het bestaan en niet-bestaan van verbanden tussen de
elementen, dan heeft het geen zin om te spreken van het zijn
(niet-zijn) van een element; net
zoals, als alles wat we 'vernietigen' noemen, besloten ligt in de
scheiding van elementen, het geen zin heeft om te spreken van de
vernietiging van een element.
Maar men zou kunnen zeggen: men kan een element geen zijn toeschrijven,
want als het er niet was, zou men het niet eens kunnen benoemen en er
dus helemaal niets over kunnen zeggen. – Laten we een analoog geval bekijken! Van één ding kan men niet zeggen dat het 1 meter lang is, noch dat het niet 1 meter lang is, en dat is de oorspronkelijke meter in Parijs."
Was
heißt es nun, von den Elementen zu sagen, daß wir ihnen weder Sein noch
Nichtsein beilegen können? – Man könnte sagen: Wenn alles, was wir
“Sein” und “Nichtsein” nennen, im Bestehen und Nichtbestehen von
Verbindungen zwischen den Elementen liegt, dann hat es keinen Sinn vom
Sein (Nichtsein) eines Elements zu sprechen; sowie, wenn alles, was wir
“zerstören” nennen, in der Trennung von Elementen liegt, es keinen Sinn
hat, vom Zerstören eines Elements zu reden.
Aber man möchte
sagen: man kann dem Element nicht Sein beilegen, denn wäre es nicht, so
könnte man es auch nicht einmal nennen und also garnichts von ihm
aussagen. – Betrachten wir doch einen analogen Fall! Man kann von einem
Ding nicht aussagen, es sei 1 m lang, noch, es sei nicht 1 m lang, und
das ist das Urmeter in Paris



Geen opmerkingen:
Een reactie posten