Zee
Ik wil nog wel een tijdje
zei hij.
Ze glimlachte.
Een zee van tijd
zei zij.
Dat heb ik toch weer maar mooi gehad,
die glimlach,
dacht hij,
en zei
en zij
en zij
Beeld:
"De zee, die grote beeldhouwer"
Jean-Michel Folon
Zee
Ik wil nog wel een tijdje
zei hij.
Ze glimlachte.
Een zee van tijd
zei zij.
Dat heb ik toch weer maar mooi gehad,
die glimlach,
dacht hij,
en zei
en zij
en zij
Beeld:
"De zee, die grote beeldhouwer"
Jean-Michel Folon
De twijfelaar.
Het bed geeft rust.
Ooit
was het bed een kersenbloesem.
Een bloei van nauwelijks een week,
om dan plaats te maken voor
de kers,
de pit,
de kerselaar,
het bed.
Nooit
ben ik zekerder
van wat ik wil
dan in die twijfelaar.
Omdat allicht
de bloesem
nog in dat bed ligt.
Ik lees graag teksten met een filosofische inslag.
Die teksten zijn onder te verdelen in twee categorieën.
Er zijn teksten die filosofen citeren die niet mijn voorkeur wegdragen en teksten die filosofen citeren die wel mijn voorkeur wegdragen maar die onnauwkeurig, onvolledig, irrelevant geciteerd worden. Kortom, uit het aangehaalde citaat blijkt dat ze de filosoof in kwestie helemaal niet begrepen hebben.
Zo las ik een column van Rik Torfs waarin hij het had over de tolerantie paradox van Karl Popper.
Terwijl Karl Popper het verbod als een allerlaatste redmiddel
beschouwde, enkel aanvaardbaar als een discussie aan de hand van
rationele argumenten door de ‘intoleranten’ wordt afgewezen, geldt
vandaag de tegenovergestelde volgorde. De ‘intoleranten’ mogen vooral
niet aan een rationele discussie deelnemen. Ze worden vooraf
uitgesloten, want dat hun argumenten geen hout snijden, is een
onwankelbaar axioma. Een gevaarlijke evolutie, samen te vatten in één
zin: terwijl Popper intoleranten uitsloot als ze een rationele discussie
weigerden, worden ze vandaag uitgesloten voordat die discussie kan
beginnen. ‘Want met dat soort mensen kan men toch niet discussiëren.’
Rik Torfs.
Rik Torfs heeft een punt.
In de afbeelding wordt Karl Popper onzorgvuldig geciteerd.
"Less well known is the paradox of tolerance: unlimited tolerance must lead to the disappearance of tolerance. If we extend unlimited tolerance even to those who are intolerant, if we are not prepared to defend a tolerant society against the onslaught of the intolerant, then the tolerant will be destroyed, and tolerance with them.—In this formulation, I do not imply, for instance, that we should always suppress the
utterance of intolerant philosophies; as long as we can counter them by rational argument and keep them in check by public opinion, suppression would certainly be most unwise. But we should claim the right to suppress them if necessary even by force; for it may easily turn out that they are not prepared to meet us on the level of rational argument, but begin by denouncing all argument; they may forbid their followers to listen to rational argument, because it is deceptive, and teach them to answer arguments by the use of their fists or pistols. We should therefore claim, in the name of tolerance, the right not to tolerate the intolerant. We should claim that any movement preaching intolerance places itself outside the law, and we should consider incitement to intolerance and persecution as criminal, in the same way as we should consider incitement to murder, or to kidnapping, or to the revival of the slave trade, as criminal."
Karl Popper
Dat gaat echter voorbij aan een niet onbelangrijk detail: Karl Popper is niet de filosoof die mijn voorkeur wegdraagt.
terwijl Popper intoleranten uitsloot als ze een rationele discussie
weigerden, worden ze vandaag uitgesloten voordat die discussie kan
beginnen.
terwijl Popper intoleranten uitsloot als ze een rationele discussie
weigerden, worden ze vandaag uitgesloten voordat die discussie kan
beginnen.
terwijl Popper intoleranten uitsloot als ze een rationele discussie
weigerden, worden ze vandaag uitgesloten voordat die discussie kan
beginnen.
De "intoleranten die de rationele discussie weigeren" betekent niet dat ze de rationele discussie niet willen beginnen.
De "intoleranten die de rationele discussie weigeren" betekent dat ze weigeren zich neer te leggen bij de rationele argumenten van de toleranten.
Hoe komt dat zo?
Hebben de intoleranten een defect tolerantie-gen?
Of zijn de intoleranten (tijdelijk) besmet met het intolerantie-virus?
Over het "Hoe komt dat zo?" is er nog geen eensgezindheid onder de toleranten. Dat is een rationele discussie die nog wel een tijdje kan aanmodderen.
Wittgenstein dan maar als toevluchtsoord: my kind of philosopher.
Een onderwerp dat mij mateloos fascineert dan nog.
Was Wittgenstein een vermaledijde relativist?
Op pagina 30 wordt Wittgenstein geciteerd:
"If I were to see the standard meter in Paris, but were not acquainted with the institution of measuring and its connection with the standard meter - could I say, that I was acquainted with the concept of the standard meter?"
"Wat betekent het dan om van de elementen te zeggen dat we ze noch zijn noch niet-zijn kunnen toeschrijven? –
Men zou kunnen zeggen: als alles wat we 'zijn' en 'niet-zijn' noemen,
besloten ligt in het bestaan en niet-bestaan van verbanden tussen de
elementen, dan heeft het geen zin om te spreken van het zijn
(niet-zijn) van een element; net
zoals, als alles wat we 'vernietigen' noemen, besloten ligt in de
scheiding van elementen, het geen zin heeft om te spreken van de
vernietiging van een element.
Maar men zou kunnen zeggen: men kan een element geen zijn toeschrijven,
want als het er niet was, zou men het niet eens kunnen benoemen en er
dus helemaal niets over kunnen zeggen. – Laten we een analoog geval bekijken! Van één ding kan men niet zeggen dat het 1 meter lang is, noch dat het niet 1 meter lang is, en dat is de oorspronkelijke meter in Parijs."
Was
heißt es nun, von den Elementen zu sagen, daß wir ihnen weder Sein noch
Nichtsein beilegen können? – Man könnte sagen: Wenn alles, was wir
“Sein” und “Nichtsein” nennen, im Bestehen und Nichtbestehen von
Verbindungen zwischen den Elementen liegt, dann hat es keinen Sinn vom
Sein (Nichtsein) eines Elements zu sprechen; sowie, wenn alles, was wir
“zerstören” nennen, in der Trennung von Elementen liegt, es keinen Sinn
hat, vom Zerstören eines Elements zu reden.
Aber man möchte
sagen: man kann dem Element nicht Sein beilegen, denn wäre es nicht, so
könnte man es auch nicht einmal nennen und also garnichts von ihm
aussagen. – Betrachten wir doch einen analogen Fall! Man kann von einem
Ding nicht aussagen, es sei 1 m lang, noch, es sei nicht 1 m lang, und
das ist das Urmeter in Paris
"Goh, ik kan er mee leven", zei de patiënt tegen de arts die hem zijn palliatieve status had meegedeeld.
Een bisnummer over de academische vrijheid.
De "opiniemaker" is volgens mijn inmiddels roemruchtige Van Dale editie 1984 : iemand die, verbonden aan een van de massamedia, het publiek van informatie voorziet.
Het is dus niet iemand die het publiek van een opinie voorziet.
Graag neem ik opnieuw de zaak Nathan Cofnas als referentie.
Op X stelde iemand de vraag aan ex-rector Rik Torfs of hij onder andere dergelijk onderzoek zou toelaten aan de universiteit.
Zijn antwoord luidde: "Uiteraard zou ik wetenschappelijk onderzoek in die drie domeinen toelaten. Daar hoef ik geen seconde over na te denken. Wat telt, is de inhoudelijke kwaliteit van het geleverde werk."
Dat is interessante informatie. Het is geen opinie over de standpunten van Nathan Cofnas.
De informatie is dat alles aan de universiteit kan onderzocht worden.
De informatie is dat de "inhoudelijke kwaliteit van het geleverde werk" zich zal openbaren. Van een devaluatie van het begrip "openbaring" gesproken.
Er is evenwel een alternatief.
Het alternatief is dat er over de inhoudelijke kwaliteit van het geleverde werk een onderzoek kan verricht worden. Aan de universiteit, dat spreekt.
De universiteit reduceren tot een stilstaande praatbarak waarin niemand meer de verantwoordelijkheid op zich durft nemen om de keuze te maken tussen "wat kan onderzocht worden" en "wat zal onderzocht worden."
Ook op X stelde Geert Noels: "Als universiteiten bewakers van juiste gedachten worden, verliezen ze de kracht om nieuwe ideeën voort te brengen."
Dat is geen opinie over de standpunten van Nathan Cofnas.
Dat is informatie over een economische realiteit: de universiteit als een onuitputtelijke bron van middelen om om het even wat te onderzoeken.
Ik ben gek op onmogelijke combinaties van woorden.
"Academische vrijheid", om een voorbeeld te geven.
Het roept bij mij altijd de herinnering op aan een catamaran met de naam "double trouble" die ik ooit zag zeilen.
Nathan
Cofnas stond de afgelopen dagen in het middelpunt van de belangstelling
omwille van zijn stelling "IQ hangt samen met ras".
Studenten
protesteerden tegen de aanstelling omdat de uitspraak in strijd zou zijn
met de deontologische regels van de universiteit.
Een aantal
confraters kwamen in naam van het "academische" tegen zijn aanstelling
in het verzet. De verkondigde theorie zou indruisen tegen de
wetenschappelijke regels.
Zij werden op hun beurt in naam van de "vrijheid" terechtgewezen: "De essentie in deze zaak is de vrijheid van meningsuiting."
Daar valt weinig op af te dingen.
Behalve dan misschien die reductie tot "mening".
Want, om het met de woorden van de onderzoeker Nathan Cofnas zelf te zeggen: "Voor mij kan een waarheid uitspreken geen racisme zijn".
"De essentie in deze zaak is de vrijheid van onderzoek."
Maar Nathan Cofnas staat in dat opzicht buitenspel.
Wat valt er in hemelsnaam nog te onderzoeken aan een waarheid?
Bovendien
kan de vraag opgeworpen worden of de beschermers van de vrijheid niet
aan één oog blind zijn. Het "academische" stoelt op twee pijlers, naast het
onderzoek is er ook het onderwijs.
Kan de theorie onderwezen worden?
(We
kunnen evenwel niet blind zijn voor het feit dat we toch in het toppunt
van de omgekeerde wereld belanden als studenten gaan bepalen wat hun
onderwezen wordt.)
De hoeders van de vrijheid zijn de anarchisten onder de wetenschappers, journalisten en columnisten.
Ze hebben altijd een streepje voor. Wie wil er nu niet vrij zijn? Wie houdt er nu niet van de patroonheiligen der vrijheid?
En toch heb ik het wat gehad met die eeuwige mantra van "Vrijheid van Meningsuiting"
Ik
kan me niet van de indruk ontdoen dat het een gemakkelijkheidsoplossing
is. Steevast beginnen de beschermers van het vrije woord (alvast deze
die ik gelezen heb) met de mededeling dat ze de ideeën van de betrokkene
verafschuwen, maar hé, er is nu eenmaal vrijheid van meningsuiting. Het
is als de verdedigende voetballer die aanvoelt dat er een pass naar zijn
tegenstander zal verstuurd worden en die als de weerlicht wegloopt van
de aanvaller in plaats van de confrontatie aan te gaan.
Op die manier
wordt de bewijslast verschoven van de verdediger naar de aanvaller, de
aanvaller wordt gedwongen om dezelfde weinig benijdenswaardige positie
als Nathan Cofnas in te nemen: "het is de waarheid dat de verkondigde
theorie onwetenschappelijk is".
Waarop de verdediger hem zonder meer als moraalridder kan wegzetten.
Elke redenering is gebaseerd op regels.
Op basis van de deontologische regels van de universiteit besluit ik dat ....
Gelet op de Antiracismewet van 30 juli 1981 (rechtsregel) acht ik de kans groot dat ...
Geen enkele regel is echter absoluut. Als u daar anders over denkt, ben ik razend benieuwd welke regel u daarvoor nomineert.
Ook de vrijheid van meningsuiting is geen absolute regel.
De uitzonderingen op de regel zijn, om subjectiviteit uit te sluiten, vastgelegd in regels.
Een eindeloze piramide van regels om toch maar de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen.
Het
is als een partner in een relatie die de kantjes er van af loopt in de
opvoeding van de kinderen. Vroeg of laat krijgt die te horen: "Waarom DOE jij nooit iets? Waarom moet ik altijd de rol van de boze verbiedende
ouder op mij nemen?"
Het zijn de anderen die moeten opdraaien voor hun principe. Zelf weigeren ze de man een forum te geven (ze zijn toch niet verplicht om iets te lezen waar ze het niet mee eens zijn), maar ze eisen dat wel van anderen.
Toegegeven, zelf heb ik ook sympathie voor de anarchisten: "er zijn geen regels".
Behalve dan wanneer ze zichzelf ernstig beginnen nemen.
Wanneer "er zijn geen regels" vervelt tot "het is verboden te verbieden".
Dat is namelijk een regel.
Logisch gezien een bedenkelijke regel trouwens.
Maarten Boudry is een afvallige: hij heeft zijn geloof in drogredenen afgezworen.
Why fallacies don't exist (except in textbooks).
Waarschijnlijk
zal hij dus helemaal geen bezwaar maken als ik hem er op wijs dat zijn
stelling onderhevig is aan een drogreden: "secundum quid (et
simpliciter)".
Wat waar is in een bepaald opzicht is daarom nog niet absoluut waar.
De uitzonderingen worden genegeerd in de algemene regel (fallacies don't exist).
Er zijn dus wel degelijk drogredenen in het werkelijke leven, bij voorbeeld deze van Maarten Boudry.
Nu
ben ik natuurlijk de eerste om toe te geven dat de drogreden alleen van
toepassing is op de titel van zijn stuk. Iedereen heeft dezer dagen wel
"clickbait" nodig.
Uit de inhoud van zijn artikel blijkt het omgekeerde.
Maarten Boudry is helemaal geen apostaat, hij is een "bijna apostaat".
In het Engels bekt dat nog net iets lekkerder: "an almost apostate".
"real-life examples are almost nonexistent" is een symptomatische quote.
Het
woord "almost" wordt acht keer gebruikt in zijn tekst. Voeg daar nog
vier keer het gelijkaardige "mostly" en zeven keer "often" aan toe en je
kan rustig besluiten dat Maarten Boudry wel de postmodernistische
koning der bijwoorden moet zijn.
Laten we eerlijk blijven Maarten: Er is niet zoiets als een "fallacy fork".
Dat is er niet omdat er geen "almost" in de fallacy fork terug te vinden is.
Het is een "fake fork".
Rik Torfs bevindt zich momenteel in het oog van een mediastorm: In zijn boek "waarheid" gebruikte hij citaten van bekende mensen die helemaal niet blijken te bestaan.
De citaten bedoel ik dan voor alle duidelijkheid.
Tot overmaat van ramp bestempelde hij dergelijke praktijk enkele dagen eerder als "genant" en "iets wat lang aan de bedrijver zou blijven kleven".
Rik Torfs reageerde echter veel verstandiger op de heisa dan Petra De Sutter. De betrokken citaten zijn geen letterlijke citaten, hij "parafraseert" de aangehaalde auteurs.
Petra De Sutter verzuimde om te vermelden dat ze Albert Einstein parafraseerde. Jammer, het zou haar zijn subtiele spot - veel mensen zijn minder erudiet dan ze willen laten uitschijnen - hebben bespaard.
Het is overigens opvallend dat beide auteurs een zeker relativisme willen promoten.
"Dogma is de vijand van de vooruitgang".
Het aan Einstein toegewezen citaat zou zo maar uit het boek van Rik Torfs kunnen komen.
Het is goed toeven in het oog van de storm, er heerst een absolute rust.
"In de volgende editie zullen de haakjes verwijderd worden."
Zo eenvoudig kan het zijn.
Nu is het echter bij het parafraseren wel de bedoeling dat je de ideeën van de aangehaalde auteurs juist weergeeft.
Wat dat betreft heb ik een kleine opmerking.
Het mooiste woord uit zijn boek is "algauw".
"Maar wat Friedrich Nietzsche duidelijk besefte, dat feiten algauw interpretaties zijn, .."
Het originele citaat luidt: "Nein, gerade Tatsachen gibt es nicht, nur Interpretationen."
"Nee, er zijn geen absolute feiten, alleen interpretaties."
Met de "algauw" als bijwoord wordt de betekenis algauw het omgekeerde van het oorspronkelijke citaat.
Misschien kan dat ook alsnog rechtgezet worden in de vierde editie.
Want, om het met Vigilius Haufniensis (volledig fictieve schrijver) te zeggen:
Waarheid heeft altijd veel luidruchtige predikers gehad, maar de vraag is of iemand waarheid in de diepste zin zal erkennen, haar zijn hele wezen zal laten doordringen, alle consequenties ervan zal accepteren en niet, in geval van nood, een uitweg voor zichzelf zal zoeken en een Judaskus zal gebruiken om de gevolgen te verzachten.
"Het begrip angst"
"Sandheden har altid havt mange høirøstede Forkyndere, men
Spørgsmaalet er, om et Menneske i dybeste Forstand vil erkjende
Sandheden, vil lade den gjennemtrænge sit hele Væsen, antage alle dens
Consequentser, og ikke have i Nødsfald et Smuthul for sig selv og et Judas-Kys for Consequentsen."