donderdag 24 september 2026

Zij

  

Zee


Ik wil nog wel een tijdje
zei hij.
Ze glimlachte.
Een zee van tijd
zei zij.
Dat heb ik toch weer maar mooi gehad,
die glimlach,
dacht hij,
en zei

en zij
en zij


 

Beeld:
"De zee, die grote beeldhouwer"
Jean-Michel Folon



maandag 21 september 2026

De uitsteller

 

Al de columns en analyses in de zaak Cofnas zijn een ware zegen wat mij betreft.
De vrije meningsuiting is een hoog goed.
De academische vrijheid is een hoog goed.
Maar wat als deze vrijheden in conflict komen met een ander hoog goed?
Uiteraard is het verzet tegen racisme ook een hoog goed.






Het is een zegen omdat er een soort van thermiek ontstaat waardoor ik boven de wolken kan stijgen.
Ik zie alsmaar helderder wat mijn standpunt is.
Neen, ik weet al lang wat mijn standpunt is, maar ik zie alsmaar meer mogelijkheden om het helderder te formuleren.
Voor mezelf dan toch, de rest wil nog niet echt mee.

Er zijn grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. 
Uiteindelijk zullen die grenzen aangegeven worden door de rechterlijke macht, stellen sommigen.
Er zijn grenzen aan de academische vrijheid.
Uiteindelijk zullen die grenzen aangetoond worden door de "peerreview", stellen sommigen.
Zij gaan voorbij aan een belangrijk adagium van Sören Kierkegaard.
"It is quite true what philosophy says: that life must be understood backwards. But in doing so, one forgets the other proposition: that it must be lived forwards."
Zij gaan voorbij aan de "collateral damage".
Voor die rechterlijke macht een uitspraak doet zijn we algauw enkele jaren verder.
Wat de academische macht betreft kunnen we al eerder spreken van enkele decennia.
Als die partijen dan eventueel tot de conclusie zouden komen dat het effectief om racisme zou gaan, kan men zich de vraag stellen of dat racisme gedurende al die jaren geen schade zou berokkend hebben.
"Collateral damage" als neveneffect van een principe.
Alsof men nog nooit gehoord had van "verbaal geweld".

In afwachting kunnen we ons alvast bezinnen over de volledige dagboeknotitie van Kierkegaard.
De laatste regels worden namelijk doorgaans achterwege gelaten.

Det er ganske sandt, hvad Philosophien siger, at Livet maa forstaaes baglænds. Men derover glemmer man den anden Sætning, at det maa leves forlænds. Hvilken Sætning, jo meer den gjennemtænkes, netop ender med, at Livet i Timeligheden aldrig ret bliver forstaaeligt, netop fordi jeg intet Øieblik kan faae fuldelig Ro til at indtage Stillingen: baglænds.

Journalen JJ 167

It is quite true what philosophy says: that life must be understood backwards. But in doing so, one forgets the other proposition: that it must be lived forwards. And the more one reflects on this proposition, the more it leads to the conclusion that life in time never becomes truly intelligible—precisely because I can never find a moment of complete repose to assume the stance of looking backwards.

zaterdag 19 september 2026

De official

De officials laten op zich wachten blijkbaar.
Wie zijn ze?
Wat drijft hen?
Wanneer beslissen ze?

Allemaal moeilijke vragen om die ene vraag te ontwijken:
Vind jij het racisme?

In afwachting van het antwoord nog een papiersnipper dan maar.

315 
Why do you demand explanations? If they are given to you, you will once more be facing a terminus. They cannot get you any further than you are at present.

Warum verlangst du Erklärungen? Wenn diese gegeben sein werden, wirst du ja doch wieder vor einem Ende stehen. Sie können dich nicht weiterführen, als du jetzt bist





donderdag 17 september 2026

G.E.M Anscombe

 

Zettel.
Snippers.

Wittgenstein knipte fragmenten uit zijn teksten en bewaarde ze in een doos.

Snipper 455
"The philosopher is not a citizen of any community of ideas. That's what makes him a philosopher".

Dat is een beroerde vertaling van het origineel. 

 "Der Philosoph ist nicht Bürger einer Denkgemeinde. Das ist, was ihn zum Philosophen macht."

The philosopher is not a citizen of a community of thought. That is what makes him a philosopher.
The philosopher is not a citizen of an intellectual community. That is what makes him a philosopher.
The philosopher is not a citizen of a thinking community. 
That is what makes him a philosopher.

Allemaal geldige alternatieven die de geest van het aforisme niet versnipperen.

605
Eine der philosophisch gefährlichsten Ideen ist, merkwürdigerweise, daß wir mit dem Kopf oder im Kopf denken.
One of the most philosophically dangerous ideas is, strangely enough, that we think with the head or inside the head.
606
Die Idee vom Denken als einem Vorgang im Kopf, in dem gänzlich abgeschlossenen Raum, gibt ihm etwas Okkultes.
The idea of thinking as a process in the head, in a completely enclosed space, gives him something occult.

Deze vind ik ook grappig. 
Wat is "him"?
Het wijst toch een beetje op een ik-weet-het-eigenlijk-niet-zo-goed-maar-hij-heeft-het-nu-eenmaal-zo-geschreven-vertaling.
De idee is niet occult, idee is vrouwelijk, en dus dan zou er "ihr" moeten staan.
Het denken is occult.
The idea of thinking as a process in the head, in a completely enclosed space, gives this thinking something occult.
Het is het "denken" waar Wittgenstein geen lid van wenst te zijn.

G.E.M. Anscombe is een filosofe vertaalster die in de categorie Russell kan ondergebracht worden.

456
Manche Philosophen (oder wie man sie nennen soll) leiden an dem, was man »loss of problems«, »Problemverlust« nennen kann. Es scheint ihnen dann alles ganz einfach, und es scheinen keine tiefen Probleme mehr zu existieren, die Welt wird weit und flach und verliert jede Tiefe, und was sie schreiben, wird unendlich seicht und trivial. Russell und H. G. Wells haben dieses Leiden.

Some philosophers (or whatever one should call them) suffer from what might be termed a "loss of problems." Everything then seems quite simple to them, and there appear to be no deep problems left; the world becomes vast and flat, losing all depth, and what they write becomes infinitely shallow and trivial. Russell and H. G. Wells suffer from this affliction.


woensdag 16 september 2026

Wouter Duyck



Er is "vrij onderwijs" en "officieel onderwijs".
"Vrij" betekent hier "vrij van de overheid".

 

 

De terminologie "neutraal onderwijs" als synoniem voor "officieel onderwijs" is misleidend.
Het is een poging om het zo fel begeerde woord "vrij" te recupereren.
Het officieel onderwijs is "vrij van levensbeschouwing".
Dat lijkt mij bij de haren getrokken.
De levensbeschouwing van het officieel onderwijs is het humanisme.
"Vrijzinnig humanisme is een levensbeschouwing gericht op vrijdenken, zingeving en menswaardigheid."
(Let u vooral op het obligate "vrij".)

Als het humanisme de levensbeschouwing is van het officieel onderwijs (en dat is het, tenzij men het officieel onderwijs als een soort nihilistisch onderwijs beschouwt), dan heeft het officieel onderwijs potentieel toch een klein probleem.

"Het verbod op levensbeschouwelijke symbolen vloeit voort uit de grondwettelijke verplichting voor de provincie om in de uitvoering van haar overheidstaken, met inbegrip van het onderwijs, een volledige neutraliteit te bewaren en te bewaken."
Dat is een zin uit de communicatie van de rechtbank over haar uitspraak.

Want wat als de sympathiserende collega's van mevrouw Amajoud morgen bij wijze van burgerlijke ongehoorzaamheid allemaal met het symbool van een fakkel op hun kledij zouden gaan werken.
Zouden die dan allemaal ontslagen worden?



vrijdag 11 september 2026

De herhaler

 


Over de vrijheid van meningsuiting.

Misschien kunnen we het er bij de aanvang over eens zijn dat de vrijheid van meningsuiting een "principe" betreft. Bij wijze van voorbeschouwing is het in dat verband interessant om een uitspraak van de Deense filosoof Sören Kierkegaard in herinnering te brengen: "People of experience maintain that it is very sensible to start from a principle. I grant them that and start with the principle that all men are boring. Or will someone be boring enough to contradict me in this?" (Either/Or, Part I, Rotation of crops, first sentence)
Kwestie van duidelijk te maken tegen welke achtergrond ik schrijf.

NEGER.

Lang getwijfeld, maar kijk, voilà, het staat er.
Het woord is niet inherent racistisch.
Als mijn moeder het per abuis nog een keertje gebruikt, ze is hierover naar behoren opgevoed door haar kleinkinderen, is dat geen racisme.
Het woord is niet inherent racistisch.

TRAP HET HIER AF VUILE NEGER.

Al heb ik er alle begrip voor dat de zwarte medemens die het woord voor de honderdste keer op honderd naar zijn hoofd geslingerd wordt in dergelijke context, het woord als inherent racistisch beschouwt.
Vandaar dat ik het woord uit principe niet zal gebruiken.
De uitspraak is echter niet inherent racistisch, in de context van dit geschrift hooguit provocerend. 
Bij "dergelijke" had u een context in gedachten die de context van dit geschrift oversteeg, u had de context van de zwarte medemens in gedachten.
Nu, ik weet niet hoe het bij u gesteld is, maar ik hoef dergelijke uitspraak maar één keer in zijn context te horen om die context te beoordelen. Ik weet wanneer het bij die ene keer moet blijven, ik weet wanneer ik hem niet meer wil horen.
Het recht op vrije meningsuiting wordt doorgaans verward met het vermeende recht om in herhaling te vallen.

Als de leraar dergelijke uitspraak op de speelplaats hoort, kan hij de leerling ter verantwoording roepen.
"Dat past in het kader van mijn recht op vrije meningsuiting meneer".
De leraar kan het op dat ogenblik onder het mom van de vrijheid van meningsuiting blauwblauw laten.
Maar met evenveel recht en rede kan hij stellen: "niet hier jongeman, niet in deze school."
U kan zelf het voorbeeld tot in het oneindige uitbreiden. De trainer versus de speler, de werkgever versus de werknemer, de voorzitter versus de trainer, de journalist versus de lezer.
We kunnen er niet onderuit dat er hier telkens sprake is van een hiërarchie. Het woord van de leraar zal zwaarder doorwegen dan het woord van de leerling, het woord van de trainer zal zwaarder doorwegen dan het woord van de speler, het woord van de werkgever zal zwaarder doorwegen dan het woord van de werknemer, het woord van de voorzitter zal zwaarder doorwegen dan het woord van de trainer, het woord van de journalist zal zwaarder doorwegen dan het woord van de lezer.
Niet hier.
Niet in deze school.
Niet op dit veld.
Niet in deze fabriek.
Niet in deze club.
Niet in deze krant.
Ik eigen mij het recht toe om de bezoeker in mijn huis "niet hier" te zeggen.
Ik eigen mij dat recht toe omdat ik aanvaard dat als ik elders op bezoek ga, te horen kan krijgen "jij zal mij hier niet de les komen spellen."

Het moet duidelijk zijn dat het hier een voorbeeld, een concrete uitspraak, betreft.
Hoe maken we de overstap van het voorbeeld, een concrete uitspraak, naar het principe, een algemene uitspraak?
Dat kan niet.
Uiteraard kan de wetgevende macht niet bepalen dat de aangehaalde uitspraak verboden is. De rechtspraak kan onmogelijk elke mogelijke uitspraak in elke mogelijke context ten berde brengen, de rechtspraak zou een oneindig lang in het kwadraat wetboek worden.
De wetgever moet zich noodzakelijkerwijs tot een veralgemening beperken: "haatspraak is verboden".
Maar is het voorbeeld haatspraak?
In een democratie is het uiteindelijk de rechter die daar het laatste woord zal over hebben.
Maar de rechterlijke macht is bij gebrek aan duidelijkheid (de concrete uitspraak is niet expliciet verboden in het wetboek) verplicht om een interpretatie van de algemene regel te geven.
De interpretatie van de rechter weegt zwaarder door dan de interpretatie van de leraar, de trainer, de werkgever, de voorzitter, de beheerder, de journalist.
Maar het zal nooit meer zijn dan een interpretatie.



(Geef ze even om op gang te komen ...)

 "Denken dat jij vooraf mag bepalen welke ideeën anderen wel of niet mogen horen, is een vorm van politieke en intellectuele arrogantie", schrijft professor filosofie Patrick Loobuyck op zijn sociale media.

 

"Denken dat jij vooraf mag bepalen welke ideeën ik wel of niet moet horen is een vorm van filosofische arrogantie."

Het is een filosofie die vertrekt vanuit een principe, een filosofie waarin de contradictie taboe is.
Je moet principieel zijn, je moet consequent zijn.
Het is een filosofie die niet mijn filosofie is.

Bij wijze van nabeschouwing:
"Et c'est si bon de se contredire de temps en temps. Cela repose."
Albert Camus, Caligula.


donderdag 10 september 2026

Francis Fukuyama

 

 

The end of "ism"

 Ik las het essay "The end of history?"  van Francis Fukuyama.

Liberalism.
Historicism.
Relativism.
Marxism.
Existentialism.
Solipsism.
Idealism.
Materialism.
Capitalism.
Determinism.
Fascism.
Communism.
Ultranationalism.
Egalitarianism.
Marxism - Leninism.
Dynamism.
Maoism.
Consumerism.
Anachronism.
Socialism.
Cynicism.
Leninism.
Centralism.
Stalinism.
Breshnevism.
Criticism.
Nationalism.
Fundamentalism.
Expansionism.
Imperialism.
Gaullism.
Terrorism.
Chauvinism.
Antagonism.

In een tekst van veertien bladzijden worden er vijfendertig (35!)verschillende "ism" woorden gebruikt.
In een tekst van veertien bladzijden wordt er honderdzevenenvijftig (157!) keer een "ism" woord gebruikt.

Grappig om dan te lezen dat Fukuyama in een interview met The new statesmen over de terugkeer van het socialisme het volgende zei: "It all depends on what you mean by socialism".
Er blijkt nog heel wat werk aan de winkel.

De leukste "ism" vond ik "aphorism".
Een aforisme van Hegel, een grote bron van inspiratie voor Francis Fukuyama.
"Everything that is rational is real, and everything that is real is rational." 

It all depends on what you mean by real or rational.

"If Hegel had written the whole of his logic and then said, in the preface or some other place, that it was merely an experiment in thought in which he had even begged the question in many places, then he would certainly have been the greatest thinker who had ever lived. As it is, he is merely comic."
Kierkegaard, journaler (JJ 265)

 



maandag 31 augustus 2026

De onderscheider

 
Wie het onderscheid maakt tussen fictie en non-fictie kan nog niet goed lezen.

vrijdag 28 augustus 2026

De behoeftige

 Als een schrijver er al eens behoefte aan heeft van gelezen te worden, dan heeft het geschrevene dat zeker niet.

dinsdag 25 augustus 2026

De rector


Kloppen SVP


van september ’35 tot juni ’38 

studeerde ik middelbaar engels a.

in het gymnasium

aan de laan van meerdervoort te den haag.

het was een zich deftig voordoend gebouw:

de stortbak van de wc

had dan ook twee deftige trekkers,

er hing een stukje ivoorkarton naast

waarop in deftige drukletters stond:

‘voor grote spoeling gebruike men de lange trekker

voor kleine spoeling gebruike men de korte trekker’

een vermoedelijk iets minder deftig

iemand had eronder geschreven:

‘in geval van twijfel

wende men zich tot de rector’


moraal:

ga niet bij het onderwijs,

en als u toch bij het onderwijs gaat

word dan liever geen rector.

Cees Buddingh


Aan dit gedicht moest ik denken bij de nieuwe golf van alle "de academische vrijheid wordt geketend" teksten bij de schorsing van Nathan Cofnas. Dat is ook zo, maar niet zoals men het laat uitschijnen.

Wat is de academische vrijheid in deze? De zelfstandigheid.

Nathan Cofnas kan zelfstandig beweren dat de hypothese die hij verkondigt, die hij onderzoekt en die hij onderwijst, dat die niet racistisch is. De hypothese is noch racistisch noch niet racistisch.  Dat is de logica zelve. Anders zou het niet langer een hypothese zijn. Hij hoeft dus geen beroep te doen op andere argumenten dan zichzelf.  (Al heeft Nathan Cofnas de neiging om die academische vrijheid te grabbel te gooien.)

Ook de leidinggevende professor Bouke de Vries geniet van zijn academische vrijheid. Hij kan zelfstandig beslissen wie er mag deelnemen aan zijn onderzoek. Hij hoeft geen beroep te doen op iets of iemand anders dan zichzelf om te stellen dat de hypothese niet racistisch is  Dat is de logica zelve. Anders zou het niet langer een hypothese zijn.

Maar de academische vrijheid geldt blijkbaar niet voor de rector, en bij uitbreiding ook niet voor elkeen die de verdediging van de rector op zich neemt, als die poneert dat de hypothese racistisch is. Als een duivel uit een doosje heeft de "is" in "dit is racisme" een upgrade gekregen. De "subjectieve is" is een "objectieve is" geworden en de rector wordt de rol van orakel toegedicht, de rector "weet" wat racisme is. De zelfstandigheid van de rector verdampte in een oogwenk.

De hoeders van de vrijheid struikelen over hun eigen woorden. Ze verwijten de rector deugdzaamheid terwijl ze zelf het behoeden van de vrijheid als de hoogste deugd beschouwen. De academische vrijheid wordt wel degelijk beknot: ze geldt niet langer als je van mening verschilt met de beheerders van de term.

maandag 10 augustus 2026

De ethicus

 

Ethiek is als een bord met de tekst "GEEN ZWERFVUIL!".
Als er niemand is om het bord te onderhouden, is het gedoemd om als zwerfvuil te eindigen.

maandag 6 juli 2026

De zindaar

 

Geen
zin
in 
zinnige
zinnen. 

zondag 5 juli 2026

Constantine Sandis (English)

 

 
There are some subjects that, to put it neatly, are swept under the rug

(note for the English reader: the original text in dutch reads: "Please don't throw sanitary napkins or other subjects in the toilet.")

I continue to be amazed that renowned Wittgenstein experts make no attempt to discern the common thread in his work. 
The common thread is like a clothesline; you can hang objects on it of all sizes, colors, and weights.
But a clothesline is just a clothesline because it is suspended between two points. You can undo it without any problem, roll it up, and carelessly store it in the attic. There it continues to gather dust until a girl on an exploration finds it and takes it along to use as a jump rope.



 
The Wittgenstein specialists focus on the things hanging on the clothesline.
But would they still be tempted to make a statement like "the view is wrong, I think" if they paid more attention to the common thread to which their object is attached?

"I still find my own way of philosophizing new, and it keeps striking me so afresh: that is why I need to repeat myself so often. It will have become second nature to a new generation, to whom the repetitions will be boring. I find them necessary."

("Meine Art des Philosophierens ist mir selbst immer noch, und immer wieder, neu, und daher muß ich mich so oft wiederholen. Einer anderen Generation wird sie in Fleisch und Blut übergegangen sein, und sie wird die Wiederholungen langweilig finden. Für mich sind sie notwendig.")

"Each of the sentences is trying to say the whole thing, i.e. the same thing over and over again: it is as though they were all simple views of one object seen from different angels."

("Jeder Satz, den ich schreibe, meint immer schon das Ganze, also immer wieder dasselbe und es sind gleichsam nur Ansichten eines Gegenstandes unter verschiedenen Winkeln betrachtet.")

What is "das Ganze", "the whole thing", the "common thread" for Wittgenstein?

If you don't even attempt to put that into words, you end up in a rather unenviable position:

"It is all one to me whether or not the typical western scientist understands or appreciates my work, since he will not in any case understand the spirit in which I write".

("Ob ich von dem typischen westlichen Wissenschaftler verstanden oder geschätzt werde, ist mir gleichgültig, weil er den Geist, in dem ich schreibe, doch nicht versteht.")


 

Constantine Sandis

 

Er zijn zo van die onderwerpen die, om het proper te zeggen, onder de mat geveegd worden.



Ik blijf me er over verbazen dat gerenommeerde Wittgenstein kenners geen poging ondernemen om de rode draad in zijn werk te onderscheiden.

De rode draad is als een waslijn, je kan er dingen aan ophangen in alle maten, kleuren en gewichten.
Maar een waslijn is ook maar een waslijn omdat ze tussen twee punten is opgehangen. Je kan ze zonder probleem losmaken, oprollen en  achteloos op zolder opbergen. Daar blijft ze dan stof vergaren tot een meisje op ontdekkingstocht ze terugvindt en ze meeneemt om te gebruiken als springtouw.



De Wittgenstein specialisten concentreren zich op de dingen die aan de waslijn hangen.
Maar zouden ze zich nog laten verleiden tot een uitspraak als "the view is wrong, I think" als ze meer oog zouden hebben voor de rode draad waar hun voorwerp aan is vastgemaakt?

"I still find my own way of philosophizing new, and it keeps striking me so afresh: that is why I need to repeat myself so often. It will have become second nature to a new generation, to whom the repetitions will be boring. I find them necessary."

("Meine Art des Philosophierens ist mir selbst immer noch, und immer wieder, neu, und daher muß ich mich so oft wiederholen. Einer anderen Generation wird sie in Fleisch und Blut übergegangen sein, und sie wird die Wiederholungen langweilig finden. Für mich sind sie notwendig.")

"Each of the sentences is trying to say the whole thing, i.e. the same thing over and over again: it is as though they were all simple views of one object seen from different angels."

("Jeder Satz, den ich schreibe, meint immer schon das Ganze, also immer wieder dasselbe und es sind gleichsam nur Ansichten eines Gegenstandes unter verschiedenen Winkeln betrachtet.")

Wat is "das Ganze", "the whole thing", de "rode draad" voor Wittgenstein?

Als je niet eens een poging onderneemt om dat te verwoorden, kom je terecht in een weinig benijdenswaardige positie:

"It is all one to me whether or not the typical western scientist understands or appreciates my work, since he will not in any case understand the spirit in which I write".

("Ob ich von dem typischen westlichen Wissenschaftler verstanden oder geschätzt werde, ist mir gleichgültig, weil er den Geist, in dem ich schreibe, doch nicht versteht.")


 

zondag 14 juni 2026

The mystic

 

WITTGENSTEIN AND THE MYSTICAL.






But what is mystical?
Wittgenstein discusses the mystical only at the end of the Tractatus, starting from 6.44. He never returned to this in his later work.

6.44 Nicht wie die Welt ist, ist das Mystische, sondern dass sie ist.
6.44 Not how the world is, is the mystical, but that it is.
 
The purpose of the Tractatus is logic.
The mystical = that the world is.

So you no longer need to search for the meaning of 'the mystical'. 
The 'is' in 'that the world is, is the mythical' is a totally different 'is' than the 'is' in 'the sky is blue'.

Wittgenstein is very clear about the use of his 'is':

6.421
Es ist klar, dass sich die Ethik nicht aussprechen lässt.
Die Ethik ist transcendental.
(Ethik und Aesthetik sind Eins.)
6.421
It is clear that ethics cannot be expressed.
Ethics are transcendental.
(Ethics and aesthetics are one.)
 
ethics = aethetics = inexpressible = transcendental.
 
How, then, does Wittgenstein arrive at his famous conclusion?
7. Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen.
7. Whereof one cannot speak, thereof one must be silent.

6.13
Die Logik ist keine Lehre, sondern ein Spiegelbild der Welt.
Die Logik ist transcendental.
6.13
Logic is not a theory but a reflexion of the world.
Logic is transcendental

ethics = aethetics = logic = inexpressible = transcendental.

Strange, isn't it, how I am inclined to ask a question:
 'Is Wittgenstein a mystic?'
.
(Fortunately, I did not succumb to a bold conclusion like 'Wittgenstein is therefore (not) a mystic.')
Strange, isn't it, that I am inclined to let myself be tempted into an exposition when I could just as easily have simply written 'Blue.' under the title 'Wittgenstein and Mysticism.'


Or, to put it in Wittgenstein's words:
Es ist so schwer, den Anfang zu finden. Oder besser: Es ist schwer, am Anfang anzufangen. Und nicht versuchen, weiter zurückzugehen.
Über Gewissheit 471.
It is so difficult to find the beginning. Or better: it is difficult to begin at the beginning. And not try to go further back.
On certainty 471.

zaterdag 13 juni 2026

De mysticus

 

 WITTGENSTEIN EN DE MYSTIEK.






Maar wat is mystiek?

Alleen op het eind van de Tractatus heeft Wittgenstein het over het mystieke, vanaf 6.44. In zijn latere werk is hij daar nooit meer op teruggekomen.

6.44 Nicht wie die Welt ist, ist das Mystische, sondern dass sie ist.
6.44 Not how the world is, is the mystical, but that it is.
 
Het opzet van de Tractatus is de logica.
mystiek = dat de wereld is.

Je hoeft dus niet meer op zoek te gaan naar de betekenis van "mystiek".
De "is" in  "dat de wereld is, is het mythische" is een totaal andere "is" dan de "is" in "de lucht is blauw".

Wittgenstein is overigens erg duidelijk over het gebruik van zijn "is":
6.421
Es ist klar, dass sich die Ethik nicht aussprechen lässt.
Die Ethik ist transcendental.
(Ethik und Aesthetik sind Eins.)
6.421
It is clear that ethics cannot be expressed.
Ethics are transcendental.
(Ethics and æsthetics are one.)
 
ethiek = esthetiek = onuitsprekelijk = transcedentaal
 
Hoe komt Wittgenstein dan tot zijn bekende conclusie?
7. Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen.
7. Whereof one cannot speak, thereof one must be silent.

6.13
Die Logik ist keine Lehre, sondern ein Spiegelbild der Welt.
Die Logik ist transcendental.
6.13
Logic is not a theory but a reflexion of the world.
Logic is transcendental

ethiek = esthetiek = logica = onuitsprekelijk = transcedentaal

Vreemd toch hoe ik geneigd ben om eerder een vraag te stellen:
Is Wittgenstein een mysticus?
(Wel gelukkig dat ik mij niet laat verleiden tot een boude conclusie als "Wittgenstein is dus (g)een mysticus.")
Vreemd toch dat ik geneigd ben om me te laten verleiden tot een uiteenzetting terwijl ik even goed onder de titel "Wittgenstein en de mystiek" gewoon "Blauw." had kunnen schrijven.

Of, om het met Wittgenstein te zeggen:
Es ist so schwer, den Anfang zu finden. Oder besser: Es ist schwer, am Anfang anzufangen. Und nicht versuchen, weiter zurückzugehen.
Über Gewissheit 471.
It is so difficult to find the beginning. Or better: it is difficult to begin at the beginning. And not try to go further back.
On certainty 471.

woensdag 10 juni 2026

De stekelbaarsjes mens

 
Kierkegaard, dagboekfragment (technische referentie NB32)

Het onderscheid tussen de "primitieven" enerzijds en de "voorbeeldmensen" (Exemplar-Menneske),  de "stekelbaarsjes-mensen" (Hundesteilerne) anderzijds.

"Men moet de wereld nemen zoals ze is, of: De wereld is zoals men haar neemt, begrepen als volgt: men moet de wereld nemen zoals ze is, is de inhoud van deze miljoenen, het leven en bestaan ​​van de voorbeeldige mens. Ze vinden alles gegeven, concepten, ideeën, gedachten, evenals gewoonten en gebruiken, kortom, alles is gegeven – de voorbeeldige mens brengt niets mee. Dus alles is gegeven – en nu haasten ze zich ieder naar zijn eigen om rijkdom te vergaren, iets te worden, te trouwen, enzovoorts enzovoorts. Dat deze miljoenen bestaan, merkt het bestaan ​​zelf niet op, ze raken het niet aan, dit hele bestaan ​​is te onbeduidend om het bestaan ​​aan te raken, dat is ontworpen voor een ander soort bestaan, zodat het de voorbeeldige mens ten deel valt. in verhouding tot het bestaan ​​zoals stekelbaarsjes in verhouding tot een net dat is uitgezet voor grotere vissen, het net is zeker een net (en dus is het bestaan ​​ook een net) dat is uitgezet om vissen te vangen – maar de stekelbaarsjes hebben vrije doorgang. Het feit dat de voorbeeldige mensen een massa vormen, helpt niet, daarom wegen ze niet zwaarder: één voorbeeldig persoon en een miljoen mensen raken het bestaan ​​slechts een klein beetje aan, dat als uit een hoorn des overvloeds uit het zwart stroomt. Zodra er daarentegen iemand komt die een primitiviteit met zich meebrengt, die niet zegt dat men de wereld moet accepteren zoals die is (dit teken geeft aan dat de stekelbaarsjes vrij mogen passeren), maar die zegt: hoe de wereld ook is, ik verbind me met een originaliteit die ik niet van plan ben te veranderen naar de grillen van de wereld: op het moment dat dit woord wordt gehoord, vindt er een transformatie plaats in het hele bestaan. Zoals in het sprookje – wanneer het woord wordt uitgesproken, opent het kasteel, dat honderd jaar lang betoverd was, zich en komt alles tot leven: zo wordt het bestaan ​​pure aandacht. De engelen gaan aan de slag, ze kijken nieuwsgierig toe wat dit zal worden, want dit houdt hen bezig. Aan de andere kant staan ​​duistere, sinistere demonen, die al lang werkeloos op hun vingers hebben zitten knagen – ze springen op, strekken hun ledematen – want hier is iets voor ons, zeggen ze, en daar hebben ze lang op gewacht, omdat de voorbeeldmachines hun niets geven wat ze moeten bestellen, net zo min als de engelen." 

("dit teken" verwijst naar "de wereld zoals die = ")


"Primitivity" (Primitivitet), then, is to be understood as some kind of ethical standard with which to correct the ethical and political order of a given community. 
(Straight into the Bliss of Knowing, Søren Kierkegaard's Influence on Franz Kafka. Isak Winkel Holm)


Hoe moet die "some kind of ethical standard" begrepen worden?
En vooral, de vraag die men dan bij voorkeur uit de weg gaat, : Is die ethische standaard dan "gegeven"?


 Friedrich Waismann, Wittgenstein and the Vienna Circle, conversations recorded by Friedrich Waismann.
 


 

 

 

maandag 8 juni 2026

Martin Luther King

 

 


Elke vezel in mijn lijf zegt "neen, dank u", tegen Martin Luther King.
De goede mensen zijn de mensen die de goede (juiste) dingen zeggen en de slechte mensen zijn de mensen die de slechte (foute) dingen zeggen.
En de juiste dingen MOETEN gezegd worden.
Dat laatste is het onvermijdelijke eindstation van een uitgangspunt dat niet het mijne is: de ene mening is de andere niet. 
Een bang uitgangspunt, bang van een wereld waar er geen "waarom" is. Bang van een wereld waarin er geen argumenten zijn.
Het andere uitgangspunt: All propositions are of equal value.
Wittgenstein, Tractatus 6.4

Het voordeel van een Martin Luther King is dat je hem zonder probleem kan inruilen voor een Sören Kierkegaard.


Het citaat is een fragment uit een dagboek notitie van Kierkegaard.

"Er zal ongetwijfeld een tijd komen dat de kijk op, of het idee van, de pers volledig verandert, maar deze uitvinding (de pers) maakt misschien nog steeds een te grote indruk. Mensen moeten nog meer gewend raken aan het misbruik van de pers om de verhouding tussen goed en kwaad, die deze uitvinding wellicht met zich meebrengt, te kunnen inschatten. In de hogere kringen van de samenleving is men er al niet ver van verwijderd dat de pers oneindig veel meer kwaad dan goed doet. Ik heb het altijd over de dagbladen. De verandering in de kijk op de dagbladen zal zijn dat men het wettelijke onderscheid tussen toelaatbaar en ontoelaatbaar loslaat, alsof de pers (de dagbladen) geen kwaad zou kunnen doen door iets te drukken en te verspreiden dat op geen enkele manier onwaar of verboden genoemd kan worden. Er moet aandacht worden besteed aan de disproportionaliteit van het communicatiemiddel op zich. Door een jong meisje in een krant te vertellen (maar wel met haar volledige naam – en dat is de waarheid) dat ze een nieuwe jurk heeft (en dat wordt als waarheid aangenomen) en dat een paar keer te herhalen: kun je dat meisje de rest van haar leven ongelukkig maken. En één persoon kan dat in 5 minuten doen, en waarom? Omdat de pers (de dagbladen) een disproportioneel communicatiemiddel is. Stel je voor dat iemand een instrument ontdekt, een handige kleine luidspreker, die zo luid is dat hij in het hele land te horen is: zou de politie die dan niet verbieden, uit angst dat de hele samenleving in rep en roer zou raken als hij gebruikt werd? Zo worden vuurwapens ook verboden. Boeken kunnen zeker getolereerd worden, maar bij voorkeur dikke boeken; want door hun omvang hebben ze geen relatie met het directe. Het kwaad van de dagbladen schuilt erin dat ze er zo volledig op gericht zijn om het moment, indien mogelijk, duizend of tienduizend keer groter en belangrijker te maken dan het al is. Maar alle morele opvoeding bestaat er in de eerste plaats uit om jezelf los te maken van het vluchtige. Ik maak dit zelf niet mee, maar ik ben er niettemin van overtuigd dat het op een dag zover zal komen. Zoals China in een ontwikkelingsfase is blijven steken, zo zal Europa bij de pers blijven steken, als een herinnering aan de ontdekking die de mensenfamilie uiteindelijk heeft gedaan en die hen zelf supermachtig heeft gemaakt."
(Gelieve u voor klachten over de vertaling tot google translate te richten) 

Wat zou Sören Kierkegaard van de sociale media vinden?

zaterdag 6 juni 2026

The wrestler

 




Sometimes I wonder to what extent an author struggles with his text.
Does he start from doubt, or does he have everything neatly arranged when he begins writing?
 
Does he know in advance where his path will lead him, or not?
 
Does he know where he will land?




"Wittgenstein, as I have argued, thinks that the skeptic’s doubt is incoherent and therefore nonsense. He held this position already in the Tractatus (see TLP 6.51) and his later writings are all in continuity with it", I read in the new publication of Andrea Kern.

6.51 
Scepticism is not irrefutable, but palpably senseless, if it would doubt where a question cannot be asked.
For doubt can only exist where there is a question; a question only where there is an answer, and this only where something can be said.

I will not comment on the arguments Andrea Kern puts forward to arrive at her thesis, but there already seems to me to be a difference between that thesis and the bare quote from Wittgenstein.

6.51
Skeptizismus ist n i c h t unwiderleglich, sondern oenbar unsinnig, wenn er bezweifeln will, wo nicht gefragt werden kann. Denn Zweifel kann nur bestehen, wo eine Frage besteht; eine Frage nur, wo eine Antwort besteht, und diese nur, wo etwas g e s a g t werden ka n n

Skeptical doubt (is doubt not by definition skeptical?) or skepticism is nonsense IF it were to doubt where no question can be asked.

Incidentally, in Wittgenstein's entire oeuvre, that is the only time he uses the word "Skeptizismus".
It is a bit petty of me to bring that up in this context.

Is "skeptical"  not by definition "doubt"?
 
And "doubt" is certainly a thing with Wittgenstein.
 
But nevertheless, I would like to persist in my pettiness for a little while longer.
 
In Wittgenstein's "Nachlass," there are two more references to skepticism, and I find it regrettable that these are not mentioned in a booklet titled "Wittgenstein and Skepticism."

"The game doesn't begin with doubt about whether someone has a toothache, because that wouldn't correspond—so to speak—to the biological function of play in our lives. Its simplest, most primitive form is a reaction to the other person's cries of distress and gestures, a reaction of pity, or something similar. We comfort, we want to help. One might think: because doubt is a refinement, in a certain sense an improvement, of the game, then it would probably be most appropriate to begin with doubt. (Similarly, just as one might think that because it is often good for a judgment to be reasoned, so too would the chain of reasons have to continue infinitely for the perfect justification of a judgment.) Let us imagine doubt and conviction expressed not through language, but merely through actions, gestures, and facial expressions. This might be the case with very primitive humans or animals. Let us imagine, for example, a mother whose child is crying and holding its cheek. One type of reaction to this is that the mother tries to comfort the child and cares for it in some way. There is nothing here that would suggest any doubt as to whether the child is actually in pain. Another case would be this: the reaction to the child's cry is usually the one just described, but under certain circumstances, the mother behaves skeptically. She might shake her head suspiciously, interrupt comforting and caring for the child, and even occasionally be unwilling and indifferent, expressing unwillingness and indifference. Now, let us imagine the mother who is skeptical from the outset: when the child cries, she shrugs her shoulders and shakes her head; perhaps sometimes she looks at it searchingly, examining it; in exceptional cases, she makes hesitant, Even vague attempts to comfort or care for it. – If we saw such behavior, we certainly wouldn't call it skepticism; it would (only) seem strange and foolish to us. “The game cannot begin with doubt” means: we wouldn't call it ‘doubt’ if the game began with it."

MS 119, 111-115
Das Spiel beginnt nicht mit dem Zweifel, ob  Einer Zahnweh hat, denn das entspräche – sozusagen – nicht der biologischen Funktion,des Spiels in unserm Leben. Seine einfachste || primitivste Form ist eine Reaktion auf die Klagelaute & Gebärden des Anderen, eine Reaktion des Mitleids, oder dergleichen. Wir trösten, wollen helfen. Man kann denken, || : weil der Zweifel eine Verfeinerung, in gewissem Sinne, Verbesserung des Spiels ist, so wäre es wohl das allerrichtigste, mit dem Zweifel gleich anzufangen. (Ähnlich wie man denkt, weil es oft gut ist, wenn ein Urteil begründet ist, so müßte zur vollkommenen Rechtfertigung eines Urteils die Kette der Gründe in's Unendliche weitergehen.)
      Denken wir uns den Zweifel & die Überzeugung nicht durch eine Sprache, sondern bloß durch Handlungen, & Gebärden, Mienen, ausgedrückt. So könnte es etwa bei sehr primitiven Menschen, oder bei Tieren sein. Denken wir also eine Mutter, deren Kind schreit & sich dabei die Wange hält. Eine Art der Reaktion hierauf ist (also) die, daß die Mutter das Kind zu trösten trachtet & es, auf irgend eine Art & Weise, pflegt. Hier ist nichts was dem Zweifel daran entspricht, ob das Kind wirklich Schmerzen habe. Ein anderer Fall wäre (nun) der: die Reaktion auf die Klage des Kindes ist für gewöhnlich die eben geschilderte || beschriebene, unter gewissen Umständen aber ist || verhält sich die Mutter skeptisch. Sie schüttelt dann etwa mißtrauisch den Kopf, unterbricht das Trösten & Pflegen des Kindes, ja ist sogar || gelegentlich unwillig & teilnahmslos || ja gibt Äußerungen des Unwillens & der Teilnahmslosigkeit || äußert Unwillen & Teilnahmslosigkeit. Nun aber denken wir uns die Mutter, die von vornherein skeptisch ist: Wenn das Kind schreit, zuckt sie die Achseln & schüttelt den Kopf; eventuell || manchmal sieht sie es forschend || prüfend an,  untersucht es; in Ausnahmsfällen || ausnahmsweise macht sie zögernde || auch vage Versuche es zu trösten  || & zu pflegen. || des Tröstens oder Pflegens.– Sähen wir ein solches Verhalten, so würden wir es durchaus nicht das der Skepsis nennen, es würde uns (nur) seltsam & närrisch anmuten. “Das Spiel kann nicht mit dem Zweifel anfangen” heißt: wir würden es nicht ‘Zweifel’ nennen, wenn das Spiel damit anfinge. 

Where does the game begin, Andrea?
A consolation for Andrea:

But is it a sufficient answer to the speeches of the idealists, or the realists || skepticism of the idealists, or the assurances of the realists || to what the idealists (or realists) tell us: || : “There are physical objects” is nonsense? For them, it is not nonsense. One could say || One could answer them || But an answer would be: this assertion, or its opposite, is a misguided attempt to express (something) that cannot be expressed in that way. And that it misguides can be shown; but that doesn't settle their matter. One must | come to the realization that what presents itself to us as the first expression of a difficulty or its answer may still be a completely false || not at all its correct expression. Just as he who rightly criticizes a picture where there is nothing to criticize, and an investigation is necessary to find the correct expression of the criticism, || and an investigation is needed to find the correct point of attack of the criticism. || Rightly criticizing someone, one will often first apply the criticism where it doesn't belong, and an investigation is needed to find the correct point of attack. 
However, we encounter such misguided attempts at every turn.

MS 172 12-13 
Ist es aber eine genügende Antwort auf die  Reden der Idealisten, oder der Realisten || Skepsis der Idealisten, oder die Versicherungen der Realisten || auf das was uns die Idealisten(, oder Realisten) sagen; || : “Es gibt physikalische Gegenstände” ist Unsinn? Für sie ist es doch nicht Unsinn. Es wäre zu sagen || Man könnte ihnen antworten || Eine Antwort wäre aber: diese Behauptung, oder ihr Gegenteil, sei fehlgegangener Versuch, (das || etwas) auszudrücken, was so nicht auszudrücken ist. Und daß er fehlgeht läßt sich zeigen; damit ist aber ihre Sache noch nicht erledigt. Man muß | eben zur Einsicht kommen, daß das was sich uns als erster Ausdruck einer Schwierigkeit oder ihrer Beantwortung anbietet noch ein ganz falscher || gar nicht ihr richtiger Ausdruck sein mag. So wie der welcher ein Bild mit Recht tadelttadeln wird wo nicht zu tadeln ist &  eine Untersuchung nötig ist den richtigen Ausdruck des Tadels zu finden. || & es einer Untersuchung bedarf, den richtigen Angriffspunkt des Tadels zu finden. || mit Recht tadelt, zuerst oft da den Tadel anbringen wird, wo er nicht hingehört, & es eine Untersuchung braucht um den richtigen Angriffspunkt des Tadels zu finden.
 Solchen verunglückten Versuchen begegnen wir aber auf Schritt & Tritt.

 

P.S. I did not know that both "the knower" and "the doubter" are female.