donderdag 2 april 2026

Geert Noels



 Een bisnummer over de academische vrijheid.

De "opiniemaker" is volgens mijn inmiddels roemruchtige Van Dale editie 1984 : iemand die, verbonden aan een van de massamedia, het publiek van informatie voorziet.

Het is dus niet iemand die het publiek van een opinie voorziet.
Graag neem ik opnieuw de zaak Nathan Cofnas als referentie.

Op X stelde iemand de vraag aan ex-rector Rik Torfs of  hij onder andere dergelijk onderzoek zou toelaten aan de universiteit.
Zijn antwoord luidde: "Uiteraard zou ik wetenschappelijk onderzoek in die drie domeinen toelaten. Daar hoef ik geen seconde over na te denken. Wat telt, is de inhoudelijke kwaliteit van het geleverde werk."

Dat is interessante informatie. Het is geen opinie over de standpunten van Nathan Cofnas.
De informatie is dat alles aan de universiteit kan onderzocht worden.
De informatie is dat de "inhoudelijke kwaliteit van het geleverde werk" zich zal openbaren. Van een devaluatie van het begrip "openbaring" gesproken.

Er is evenwel een alternatief.
Het alternatief is dat er over de inhoudelijke kwaliteit van het geleverde werk een onderzoek kan verricht worden. Aan de universiteit, dat spreekt.
De universiteit reduceren tot een stilstaande praatbarak waarin niemand meer de verantwoordelijkheid op zich durft nemen om de keuze te maken tussen "wat kan onderzocht worden" en "wat zal onderzocht worden."

Ook op X stelde Geert Noels: "Als universiteiten bewakers van juiste gedachten worden, verliezen ze de kracht om nieuwe ideeën voort te brengen."
Dat is geen opinie over de standpunten van Nathan Cofnas.
Dat is informatie over een economische realiteit: de universiteit als een onuitputtelijke bron van middelen om om het even wat te onderzoeken.






maandag 30 maart 2026

Nathan Cofnas

 

Ik ben gek op onmogelijke combinaties van woorden.
"Academische vrijheid", om een voorbeeld te geven.
Het roept bij mij altijd de herinnering op aan een catamaran met de naam "double trouble" die ik ooit zag zeilen.

Nathan Cofnas stond de afgelopen dagen in het middelpunt van de belangstelling omwille van zijn stelling "IQ hangt samen met ras".
Studenten protesteerden tegen de aanstelling omdat de uitspraak in strijd zou zijn met de deontologische regels van de universiteit.
Een aantal confraters kwamen in naam van het "academische" tegen zijn aanstelling in het verzet. De verkondigde theorie zou indruisen tegen de wetenschappelijke regels.
Zij werden op hun beurt in naam van de "vrijheid" terechtgewezen: "De essentie in deze zaak is de vrijheid van meningsuiting."
Daar valt weinig op af te dingen.
Behalve dan misschien die reductie tot "mening".
Want, om het met de woorden van de onderzoeker Nathan Cofnas zelf te zeggen: "Voor mij kan een waarheid uitspreken geen racisme zijn".
"De essentie in deze zaak is de vrijheid van onderzoek."
Maar Nathan Cofnas staat in dat opzicht buitenspel.
Wat valt er in hemelsnaam nog te onderzoeken aan een waarheid?
Bovendien kan de vraag opgeworpen worden of de beschermers van de vrijheid niet aan één oog blind zijn. Het "academische" stoelt op twee pijlers, naast het onderzoek is er ook het onderwijs. 
Kan de theorie onderwezen worden?
(We kunnen evenwel niet blind zijn voor het feit dat we toch in het toppunt van de omgekeerde wereld belanden als studenten gaan bepalen wat hun onderwezen wordt.)

De hoeders van de vrijheid  zijn de anarchisten onder de wetenschappers, journalisten en columnisten. 
Ze hebben altijd een streepje voor. Wie wil er nu niet vrij zijn? Wie houdt er nu niet van de patroonheiligen der vrijheid?
En toch heb ik het wat gehad met die eeuwige mantra van "Vrijheid van Meningsuiting"
Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het een gemakkelijkheidsoplossing is. Steevast beginnen de beschermers van het vrije woord (alvast deze die ik gelezen heb) met de mededeling dat ze de ideeën van de betrokkene verafschuwen, maar hé, er is nu eenmaal vrijheid van meningsuiting. Het is als de verdedigende voetballer die aanvoelt dat er een pass naar zijn tegenstander zal verstuurd worden en die als de weerlicht wegloopt van de aanvaller in plaats van de confrontatie aan te gaan.
Op die manier wordt de bewijslast verschoven van de verdediger naar de aanvaller, de aanvaller wordt gedwongen om dezelfde weinig benijdenswaardige positie als Nathan Cofnas in te nemen: "het is de waarheid dat de verkondigde theorie onwetenschappelijk is".
Waarop de verdediger hem zonder meer als moraalridder kan wegzetten.

Elke redenering is gebaseerd op regels.
Op basis van de deontologische regels van de universiteit besluit ik dat ....
Gelet op de Antiracismewet van 30 juli 1981 (rechtsregel) acht ik de kans groot dat ...
Geen enkele regel is echter absoluut. Als u daar anders over denkt, ben ik razend benieuwd welke regel u daarvoor nomineert. 
Ook de vrijheid van meningsuiting is geen absolute regel.
De uitzonderingen op de regel zijn, om subjectiviteit uit te sluiten, vastgelegd in regels.
Een eindeloze piramide van regels om toch maar de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen.
Het is als een partner in een relatie die de kantjes er van af loopt in de opvoeding van de kinderen. Vroeg of laat krijgt die te horen: "Waarom DOE jij nooit iets? Waarom moet ik altijd de rol van de boze verbiedende ouder op mij nemen?"
Het zijn de anderen die moeten opdraaien voor hun principe. Zelf weigeren ze de man een forum te geven (ze zijn toch niet verplicht om iets te lezen waar ze het niet mee eens zijn), maar ze eisen dat wel van anderen.

Toegegeven, zelf heb ik ook sympathie voor de anarchisten: "er zijn geen regels". 
Behalve dan wanneer ze zichzelf ernstig beginnen nemen. 
Wanneer "er zijn geen regels" vervelt tot "het is verboden te verbieden". 
Dat is namelijk een regel. 
Logisch gezien een bedenkelijke regel trouwens.




donderdag 26 februari 2026

De genezene

 

 

"Goh, ik kan er mee leven", zei de patiënt tegen de arts die hem zijn palliatieve status had meegedeeld. 

woensdag 18 februari 2026

De twijfelaar

 
De twijfelaar.

Het bed geeft rust.

Ooit
was het bed een kersenbloesem.
Een bloei van nauwelijks een week,
om dan plaats te maken voor
de kers,
de pit,
de kerselaar,
het bed.

Nooit
ben ik zekerder
van wat ik wil
dan in die twijfelaar.
Omdat allicht
de bloesem
nog in dat bed ligt.


zondag 15 februari 2026

De apostaat

 

Maarten Boudry is een afvallige: hij heeft zijn geloof in drogredenen afgezworen.
Why fallacies don't exist (except in textbooks).

Waarschijnlijk zal hij dus helemaal geen bezwaar maken als ik hem er op wijs dat zijn stelling onderhevig is aan een drogreden: "secundum quid (et simpliciter)". 
Wat waar is in een bepaald opzicht is daarom nog niet absoluut waar. 
De uitzonderingen worden genegeerd in de algemene regel (fallacies don't exist).
Er zijn dus wel degelijk drogredenen in het werkelijke leven, bij voorbeeld deze van Maarten Boudry.

Nu ben ik natuurlijk de eerste om toe te geven dat de drogreden alleen van toepassing is op de titel van zijn stuk. Iedereen heeft dezer dagen wel "clickbait" nodig.
Uit de inhoud van zijn artikel blijkt het omgekeerde.
Maarten Boudry is helemaal geen apostaat, hij is een "bijna apostaat".
In het Engels bekt dat nog net iets lekkerder: "an almost apostate".
"real-life examples are almost nonexistent" is een symptomatische quote.
Het woord "almost" wordt acht keer gebruikt in zijn tekst. Voeg daar nog vier keer het gelijkaardige "mostly" en zeven keer "often" aan toe en je kan rustig besluiten dat Maarten Boudry wel de postmodernistische koning der bijwoorden moet zijn.
Laten we eerlijk blijven Maarten: Er is niet zoiets als een "fallacy fork".
Dat is er niet omdat er geen "almost" in de fallacy fork terug te vinden is.
Het is een "fake fork".

In werkelijkheid is het geen tweesprong.
In werkelijkheid is het een rotonde. 
Een rotonde waar de denkers even in de remmen moeten om daarna weer in dezelfde richting volop gas te geven.

zondag 1 februari 2026

De semanticus


 

 


 
Je kan niemand meer op zijn woord geloven dezer dagen.
Een titel als "dit is fascisme" vraagt er toch gewoon om.
Negeer het en er is ons een nieuwe golf van fascisme bespaard gebleven.
Terwijl het toch twijfelachtig is of de auteur in kwestie dat wat er staat ook effectief bedoelde.

Ik las het boek dus niet.
200 (tweehonderd !) bladzijden.
Waarom zou je tweehonderd bladzijden schrijven als je aan één woord genoeg hebt: "fascisme"?
Er zijn grenzen aan mijn welwillendheid.
Mijn welwillendheid in deze beperkt zich tot het artikel.

"Fascisme begint met taal, niet met tanks."
Dat is een insteek naar mijn hart.

"Het is een beproefde tactiek om taal van haar betekenis te ontdoen", schrijft Rosan Smits.
Fascisme begint met het woord "fascisme" van haar betekenis te ontdoen.
De zin impliceert een wereldbeeld, een wereldbeeld van "En in den beginne schiep God taal".
"Fascisme" heeft een betekenis.
We moeten "fascisme" helemaal geen betekenis geven, want als "fascisme" geen betekenis zou hebben, dan hadden we het in eerste instantie ook helemaal niet kunnen benoemen.
Er is een onverbiddelijke overgang van "er is een betekenis van fascisme" naar "er is fascisme".

"Fascisme begint met zijn, niet met tanks."
"Ga terug naar start" :
"Dit is fascisme".

Gelukkig had God een andere visie.
"Well, God has arrived. I met him on the 5.15 train".
John Maynard Keynes.
 

Wat betekent het dan om van de elementen te zeggen dat we ze noch zijn noch niet-zijn kunnen toeschrijven? – Men zou kunnen zeggen: als alles wat we 'zijn' en 'niet-zijn' noemen, besloten ligt in het bestaan ​​en niet-bestaan ​​van verbanden tussen de elementen, dan heeft het geen zin om te spreken van het zijn (niet-zijn) van een element; net zoals, als alles wat we 'vernietigen' noemen, besloten ligt in de scheiding van elementen, het geen zin heeft om te spreken van de vernietiging van een element. Maar men zou kunnen zeggen: men kan een element geen zijn toeschrijven, want als het er niet was, zou men het niet eens kunnen benoemen en er dus helemaal niets over kunnen zeggen. – Laten we een analoog geval bekijken! Van één ding kan men niet zeggen dat het 1 meter lang is, noch dat het niet 1 meter lang is, en dat is de oorspronkelijke meter in Parijs.



 Was heißt es nun, von den Elementen zu sagen, daß wir ihnen weder Sein noch Nichtsein beilegen können? – Man könnte sagen: Wenn alles, was wir “Sein” und “Nichtsein” nennen, im Bestehen und Nichtbestehen von Verbindungen zwischen den Elementen liegt, dann hat es keinen Sinn vom Sein (Nichtsein) eines Elements zu sprechen; sowie, wenn alles, was wir “zerstören” nennen, in der Trennung von Elementen liegt, es keinen Sinn hat, vom Zerstören eines Elements zu reden.
     Aber man möchte sagen: man kann dem Element nicht Sein beilegen, denn wäre es nicht, so könnte man es auch nicht einmal nennen und also garnichts von ihm aussagen. – Betrachten wir doch einen analogen Fall! Man kann von einem Ding nicht aussagen, es sei  1 m lang, noch, es sei nicht 1 m lang, und das ist das Urmeter in Paris


woensdag 21 januari 2026

Leo Vroman

 


Rik Torfs bevindt zich momenteel in het oog van een mediastorm: In zijn boek "waarheid" gebruikte hij citaten van bekende mensen die helemaal niet blijken te bestaan. 
De citaten bedoel ik dan voor alle duidelijkheid.
Tot overmaat van ramp bestempelde hij dergelijke praktijk enkele dagen eerder als "genant" en "iets wat lang aan de bedrijver zou blijven kleven". 

Rik Torfs reageerde echter veel verstandiger op de heisa dan Petra De Sutter. De betrokken citaten zijn geen letterlijke citaten, hij "parafraseert" de aangehaalde auteurs.
Petra De Sutter verzuimde om te vermelden dat ze Albert Einstein parafraseerde. Jammer, het zou haar zijn subtiele spot - veel mensen zijn minder erudiet dan ze willen laten uitschijnen - hebben bespaard.
Het is overigens opvallend dat beide auteurs een zeker relativisme willen promoten.
"Dogma is de vijand van de vooruitgang".
Het aan Einstein toegewezen citaat zou zo maar uit het boek van Rik Torfs kunnen komen.

Het is goed toeven in het oog van de storm, er heerst een absolute rust.
"In de volgende editie zullen de haakjes verwijderd worden."
Zo eenvoudig kan het zijn.
Nu is het echter bij het parafraseren wel de bedoeling dat je de ideeën van de aangehaalde auteurs juist weergeeft. 
Wat dat betreft heb ik een kleine opmerking.
Het mooiste woord uit zijn boek is "algauw".
"Maar wat Friedrich Nietzsche duidelijk besefte, dat feiten algauw interpretaties zijn, .."
Het originele citaat luidt: "Nein, gerade Tatsachen gibt es nicht, nur Interpretationen."
"Nee, er zijn geen absolute feiten, alleen interpretaties."
Met de "algauw" als bijwoord wordt de betekenis algauw het omgekeerde van het oorspronkelijke citaat.
Misschien kan dat ook alsnog rechtgezet worden in de vierde editie.



Want, om het met Vigilius Haufniensis (volledig fictieve schrijver) te zeggen:


Waarheid heeft altijd veel luidruchtige predikers gehad, maar de vraag is of iemand waarheid in de diepste zin zal erkennen, haar zijn hele wezen zal laten doordringen, alle consequenties ervan zal accepteren en niet, in geval van nood, een uitweg voor zichzelf zal zoeken en een Judaskus zal gebruiken om de gevolgen te verzachten.
"Het begrip angst"

"Sandheden har altid havt mange høirøstede Forkyndere, men Spørgsmaalet er, om et Menneske i dybeste Forstand vil erkjende Sandheden, vil lade den gjennemtrænge sit hele Væsen, antage alle dens Consequentser, og ikke have i Nødsfald et Smuthul for sig selv og et Judas-Kys for Consequentsen."