zaterdag 24 december 2016

Sorites


Post-truth is het woord van het jaar. Volgens het Oxford woordenboek dan toch. Dat laatste maakt het alvast geen absolute waarheid. Wat mij betreft is het een godsgeschenk, ideaal om over te schrijven. Al vraagt dat meteen om een kanttekening. Het is namelijk niet onbelangrijk er op te wijzen dat post-truth volgens het Oxford woordenboek een adjectief is: Relating to or denoting circumstances in which objective facts are less influential in shaping public opinion than appeals to emotion and personal belief.
Post-truth-seks lijkt me leuker om te doen dan om er over te schrijven bijvoorbeeld.

Een tweede voorafgaande opmerking is dat het Oxford woordenboek in tegenstelling tot de Dikke Van Dale zijn keuze niet gemaakt heeft op basis van een subjectieve stemronde. Neen, met dergelijke emotie en persoonlijke voorkeur gaat het Oxford woordenboek zich niet inlaten.
"Oxford Dictionaries is part of Oxford University Press (OUP), a department of the University of Oxford. Our mission is to provide reliable, evidence-based, up-to-date dictionaries. "
Daar kan de Dikke Van Dale nog een punt aan zuigen.
Post-truth is verkozen omdat " Language research conducted by Oxford Dictionaries editors reveals that use of the word post-truth has increased by approximately 2,000% over its usage in 2015."

Post-truth is een paradoxaal woord, dat is de kern van mijn betoog.
In de betekenis van post-truth zoals die nu voorligt is de waarheid zelf irrelevant geworden.
"Post-truth seems to have been first used in this meaning in a 1992 essay by the late Serbian-American playwright Steve Tesich in The Nation magazine. Reflecting on the Iran-Contra scandal and the Persian Gulf War, Tesich lamented that ‘we, as a free people, have freely decided that we want to live in some post-truth world’.  There is evidence of the phrase ‘post-truth’ being used before Tesich’s article, but apparently with the transparent meaning ‘after the truth was known’, and not with the new implication that truth itself has become irrelevant."
Het is mijn overtuiging (= personal belief) dat dit nonsens is.
Als er ooit een wereld zal zijn waarin de waarheid volstrekt irrelevant is, als er ooit een wereld zal zijn waarin waarheid volledig uitgestorven is, dan zal deze wereld om evidente reden niet gekend zijn als post-waarheid-wereld. Het woord "waarheid" zou er geen enkele betekenis meer hebben, het zou een woord zijn dat uit het Oxford woordenboek verdwenen is, het zou een kronsveile wereld zijn.
De "wij" uit "wij, als een vrij volk" is dus helemaal geen wij, het is een "zij". Eénieder die het woord post-truth gebruikte, heeft dat gebruikt als "betrekking hebbend op de andere".  Het verwijt dat de waarheid irrelevant geworden is heeft de uitspreker nooit zichzelf gemaakt, het was altijd gericht aan de geadresseerde. Elke keer dat de zender aan de ontvanger trachtte duidelijk te maken dat de waarheid er niet meer toe deed was precies een gigantisch bewijs dat de "wij" van de "wij, als een vrij volk" besloten heeft om wel in een waarheid-wereld te willen leven.

"Wij" vrezen een niet-waarheid-wereld. Wat is de niet-waarheid? De niet-waarheid kan de leugen zijn. De leugen-wereld, niet echt iets om naar uit te kijken. Maar de niet-waarheid kan ook de opinie zijn, datgene wat noch waar noch onwaar is. Bij wijze van proef kan u in een discussie terloops eens laten vallen dat u alleen maar een opinie uitspreekt, dat u de waarheid niet in pacht heeft. Gegarandeerd dat uw debat tegenstander dat zelf onmiddellijk zal beamen. In plaats van tevreden te zijn dat hij de discussie wint op punten (u geeft immers toe dat u niet de waarheid spreekt) en het debat als gesloten beschouwd, zal hij sneller dan uw schaduw toegeven dat hij evenmin de waarheid spreekt.
"Wij" willen allemaal de waarheid maar niemand van "ons" bezit ze. Wil ze zelfs niet bezitten.
Van een paradox gesproken.

Bij wijze van besluit ga ik pogen om het woord van 2035 te lanceren: pseudo-paradox.
Een paradox is een schijnbare tegenstelling. Intuïtief lijkt het een tegenstelling, maar bij nader inzien, "evidence-based" blijkt het niet om een tegenstelling te gaan. Een paradox is een tegenstelling die geen tegenstelling is maar alleen een tegenstelling lijkt. Maar waarom noemt men een tegenstelling die geen tegenstelling is nog een tegenstelling?
Een paradox is onbegrijpelijk van zodra men een definitie geeft.
In tegenstelling tot wat men zou vermoeden heeft pseudo-paradox helemaal niets met paradox te maken.
De pseudo-paradox is een "woord zonder betekenis". Toch vreemd dat dat nog niet bestaat (bestond), een woord voor "een woord zonder betekenis". Terwijl dat toch een hiaat is in de taal. Er zijn heel wat woorden zonder betekenis. Denk maar aan woorden van Cees Buddingh, Lewis Carroll, woorden uit de liedjes van Sigur Ros of woorden als rechtvaardigheid, waarheid en schoonheid.
Allemaal pseudo-paradoxen, woorden zonder betekenis. Een woord zonder betekenis maakt bij nader inzien weinig kans om opgenomen te worden in het Oxford woordenboek.
De Dikke Van Dale daarentegen....



vrijdag 16 december 2016

Peter Vandamme


De rechter heeft het niet onder de markt dezer dagen.
Hoog tijd voor een filosofische reflectie.
Het laatste werk van de filosofe Hannah Arendt is "The life of the mind".
Het zou een drieluik worden
Thinking, willing, judging.
De eerste twee omvangrijke delen waren klaar.
Bij het overlijden van Hannah Arendt vond men een papier in haar typemachine met de titel "JUDGING", een verder nagenoeg leeg blad. Dat verzin ik hier niet, dat kan u rustig verifiëren. En toch is dat het belangrijkste werk voor onze belaagde rechter. Ik verklaar me nader.
Men is er tot nu altijd van uitgegaan dat Hannah Arendt haar werk niet heeft kunnen afmaken door haar overlijden. Dat is natuurlijk een geldig excuus. Helaas, het is bezijden de waarheid.
De prozaïsche verklaring voor het lege blad is de "writer's block". Dat blad papier zat al maanden in die verrekte schrijfmachine.
Hoe kwam dat zo?
Hannah Arendt is er om bekend dat ze zich liet inspireren door anderen. Dat is een aardig uitgangspunt, het kan nooit kwaad om even te luisteren wat iemand anders er van vindt. Misschien is kennis wel eerder relationeel in plaats van rationeel. In haar zoektocht kwam Hannah Arendt in contact met Ludwig Wittgenstein.

"A man’s judging goes on within his consciousness in a seclusion in comparison with which any physical seclusion is an exhibition to public view."
(Philosophical investigations)
Het oordelen speelt zich af in het brein van de mens, alleen in zijn brein. Er is niets waar de oordeler een beroep op kan doen. Geen argumenten, geen verwijzingen, geen voorbeelden.
De argumenten, de verwijzingen, de voorbeelden gaan niet aan het oordeel vooraf, het zijn a posteriori elementen.
Een mens zou voor minder een writer's block krijgen. Wat kan men dan nog schrijven over het oordelen?

Ik pleit schuldig.
Ik heb met opzet Ludwig Wittgenstein verkeerd geciteerd.
Het juiste citaat gaat als volgt:

"A man’s thinking goes on within his consciousness in a seclusion in comparison with which any physical seclusion is an exhibition to public view."
Maar Hannah Arendt had haar hoofdstuk "thinking" al klaar.
Ze had haar tijd verbeuzeld met Kant en Heidegger.



Wat moet een rechter er mee?
Men heeft mij om mijn mening gevraagd en ik heb ze gegeven.

Naschrift.

Wat heeft dat in hemelsnaam met Peter Vandamme te maken?
Niets.
De werking van de geest is ondoorgrondelijk.
Ik wou nog wat verder borduren op mijn vorige bedenkingen
Over hoe het toch vreemd is dat Bart De Wever (alias Theo Francken alias de Belgische staat) wordt beticht van het ondermijnen van de rechterlijke macht terwijl ze in cassatie gaan. Ze zoeken met andere woorden hun heil bij de rechterlijke macht.
En toen las ik over het arrest van de Hof van Cassatie dat de politie de identificatie van snelheidsoverteders op een onrechtmatige manier heeft verkregen.
En toen las ik dat rechter Kathleen Stinckens van de Leuvense politierechtbank wel veroordeelde ondanks de vraag van de advocaat om zijn cliënt de vrijspraak te verlenen op basis van ongrondwettelijk verkregen informatie.
"Het openbaar ministerie verwijst naar artikel 32 om te besluiten dat de rechtbank WEL rekening mag houden met de vaststellingen van het pv, ongeacht of de identificatie van de beklaagde onrechtmatig zou zijn gebeurd."
Ongetwijfeld maakt dat van Kathleen Stinckens een wereldvreemde rechter, een lagere macht die een hogere macht (al te) ruim interpreteert. (Dat is dan weer een verwijzing naar een artikel van Hendrik Vuye waar ik naar een originele insteek zocht om aan te kaarten dat "ruim" op zichzelf een begrip is dat voor (een al te ruime) interpretatie in aanmerking komt. Maar ik vond er geen, dus dat verhaal ging niet door)
Procedurefouten zijn voortaan ook geen absolute fouten meer. 
De rechter beslist wel even hoe zwaar ze doorwegen.
En toen las ik de reactie van de Brugse rechter Peter Vandamme met een reactie op het arrest van het Hof van Cassatie.
"Ik zal geval per geval bekijken."
"Bovendien oordeelt Cassatie ook telken over één zaak, niet over alle zaken."
En toen wou ik iets schrijven over "oordelen" en raakte ik (zoals gewoonlijk) gelukkig de pedalen helemaal kwijt. 




zondag 11 december 2016

Theo Francken


De democratie wordt aangevallen!
Iedereen op de barricades!





Gelukkig woedt de revolutie dezer dagen alleen op twitter.
Zo is er Theo Twitter bijvoorbeeld:


Het is niet omdat een rechter de motivering ve neg beslissing van DVZ niet afdoende vindt, dat rechters in plaats vd regering m beslissen.



@Francken Theo
Dat is 100 % waar. Dit is geen #ironie

Ach, het zijn van die dagen dat ik volledig begrijp waarom ik niet op twitter zit.
Nog voor ik op de knop "verzenden" zou kunnen duwen (of wat er dan ook moet gebeuren om je tweet te publiceren), zou ik overmeesterd worden door een alles verlammende angstaanval.
Wie gaat de motivering ve neg beslissing van DVZ dan wel afdoende verklaren?

Op die vraag zijn vele antwoorden mogelijk.
Zo is "Theo Francken" een mogelijk antwoord.
In dat geval spreekt men van een theocratie.

zaterdag 10 december 2016

Meneer Louis


De democratie wordt aangevallen!
Allemaal op de barricades!

"De rechter heeft de democratie aangevallen."
Dat is de cruciale stelling van Bart De Wever .
"Bart de Wever heeft de democratie aangevallen", is het verweer van zijn tegenstanders.
Zo blijven we weer ettelijke dagen bezig met heen-en-weer raketaanvallen.
De democratie ligt voortdurend onder vuur, het lijkt Aleppo wel.

Het discours van Bart De Wever:
Er is een duidelijke wet.
Deze wet is niet voor interpretatie vatbaar.
Met de logica zijn er logische (uiteraard) gevolgtrekkingen te maken uit die wet.
Deze conclusies zijn ondubbelzinnig.

Nu blijkt echter dat er een rechter is wiens conclusies haaks staan op de conclusies van Bart De Wever. Deze conclusies zijn omstandig gemotiveerd bovendien.
Indien Bart De Wever kritiek uit op deze conclusies kan men zich terecht afvragen of Bart De Wever hier het principe van de scheiding der machten niet schendt. De scheiding der machten is een wezenlijk onderdeel van de democratie en een aanval op dat onderdeel is dus de facto ook een aanval op de democratie zelf.

"Het is een opinie", is de verdediging van Bart De Wever.
Maar wat is de waarde van een opinie?
De conclusies van de rechter kunnen niet zonder meer weggezet worden als een opinie. De conclusies zijn, zoals het hoort, omstandig gemotiveerd. In het licht van de logica en de logische (uiteraard) gevolgtrekkingen zijn de conclusies van de rechter van een hogere rangorde dan de opinie van Bart De Wever, dat is immers louter een opinie.
In de ogen van Bart De Wever zijn de conclusies van de rechter echter volledig irrelevant. De conclusies hadden nooit gemaakt mogen worden. Immers, er is een duidelijke wet die niet voor interpretatie vatbaar is. De voorliggende wet en "er mag in dit geval geen asiel verleend worden door de rechter" zijn synoniem. Met de logica kunnen vanaf dat uitgangspunt gevolgtrekkingen gemaakt worden, maar het uitgangspunt zelf is niet voor interpretatie vatbaar.

Wat is de opinie in het geheel van deze uiteenzetting?
"Er is een duidelijke wet", is de opinie.
Het is een stelling die zonder enige motivatie naar voor wordt geschoven.
We hebben het maar te geloven. Het is een duidelijke wet omdat Bart De Wever zegt dat het een duidelijke wet is.
Het feit dat de rechter een omstandige motivatie toevoegt aan zijn conclusie is echter per definite een bewijs van diens overtuiging dat de wet niet duidelijk is, dat de wet (voor hem) wel voor interpretatie vatbaar is.

Nu lijkt mij de rechtsgang een beetje vreemd. Ongetwijfeld kunnen professoren in de rechtsgeleerdheid het mij allemaal onverstaanbaar uitleggen, maar af en toe is het misschien interessant om de bedenkingen van een volslagen leek even te aanhoren in deze.
Voor zover ik het begrijp heeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen geoordeeld dat familie X recht heeft op visa. De Belgische Staat (alias Theo Francken alias Bart De Wever) zou daar tegen in beroep kunnen gaan, maar dat doet ze niet.
In beroep gaan betekent dat men hoopt op een andere uitspraak bij een hogere rechter. Het proces wordt dan eigenlijk voor een tweede keer gevoerd alsof er de eerste keer nooit een proces geweest is.
De Belgische Staat (alias Theo Francken alias Bart De Wever) gaat echter niet in beroep. In beroep gaan is Russiche roulette. Maar dan Russische roulette waar er pakweg in drie of vier van de zes cilinders wel een kogel zit. De hogere rechter zou wel eens een franstalige kunnen zijn, PAF, of nog erger, een rechter van PS signatuur, PAF PAF.
Neen, de Belgische Staat (alias Theo Francken alias Bart De Wever) gaat niet in beroep, ze gaan onmiddellijk in cassatieberoep. Men vraagt niet om de feiten opnieuw aan een onderzoek te onderworpen, men vraagt te onderzoeken of  de rechter de wet op de juiste manier heeft toegepast. De Belgische Staat (alias Theo Francken alias Bart De Wever) richt een annulatieverzoek in bij de Raad van State.
Om eerlijk te zijn, ik weet niet wat dat precies inhoudt. Enig opzoekingswerk (zelfs een volslagen leek wil toch enigszins beslagen ten ijs komen) levert ook bitter weinig op. Dat is voorlopig nog een hiaat in de huidige transparantie. Je kan zonder veel moeite het  betrokken arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen of zelfs het heel recente arrest van het Hof van Hoger Beroep terugvinden op het internet. Maar helaas niet het annulatieverzoek. Ik kan niet achterhalen wat men precies beoogt met het annulatieverzoek.
Ik kan alleen maar voortgaan op de letterlijke betekenis van het woord: het annuleren van de conclusie. Er is niets te concluderen, de wet is duidelijk.
Overigens kan ik me niet van de indruk ontdoen dat heel wat van de huidige heisa eigenlijk maar heisa "in afwachting" is. Familie X eiste namelijk in kort geding dat in afwachting van de uistspraak van de Raad van State de nodige documenten zouden afgeleverd worden en een dwangsom indien dat niet zou gebeuren. Op 7 november verklaarde de rechtbank zich in eerste aanleg onbevoegd. Familie X ging tegen deze uitspraak in beroep en het Hof Van Beroep (als ik het goed heb is dat alias rechter Mireille Salmon, franstalig én volgens roddels van PS signatuur) besliste dat "in afwachting" de visa moeten afgeleverd worden. En nu gaat Theo Francken "in afwachting" blijkbaar ook nog eens in cassatieberoep tegen deze uitspraak in beroep. Ook hier moet nog eerst onderzocht worden of alles wel volgens de regels van de wet is verlopen. Maar dat is dus allemaal "in afwachting" van het annulatieverzoek bij de Raad van State.

In afwachting.
Nu is wel algemeen bekend dat de Raad Van State niet over één nacht ijs gaat. Zes à zeven jaar is niet uitzonderlijk voor er een uitspraak volgt.
In afwachting.
In afwachting geef ik u alvast mijn opinie mee.
"De wet is duidelijk."
Dat is natuurlijk een zeer algemene uitspraak, een zeer algemene uitspraak die niet vol te houden is.
Zelfs Bart De Wever geeft toe dat de wet soms onduidelijk is. Als de wet soms onduidelijk is, dan is de wet niet duidelijk. Dat is logica waar geen speld tussen te krijgen is. "Soms" bestaat namelijk niet in de logica.Exit Bart De Wever.
Maar dat is niet de essentie natuurlijk, de essentie waar de Raad van State zich moet over buigen is "Is deze wet duidelijk?"
In hoeverre iets duidelijk is lijkt mij nogal persoonsgebonden.
En dan vallen we onvermijdelijk terug op de rechter van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen die in eerste instantie oordeelde dat de Belgische staat onterecht visa weigerde aan de familie X. Laten we deze rechter gemakshalve meneer Louis noemen, Louis is gewoon een nogal courante franstalige naam.
Ging meneer Louis zijn boekje te buiten van zodra hij ook maar begon na te denken? Er hoefde immers niet nagedacht te worden, de voorliggende wet is duidelijk.
Het minste dat men mag verwachten (vind ik, dat is gewoon een opinie) is dat meneer Louis gehoord zou worden. Is het dan al niet door Bart De Wever, dan toch door de Raad van State. Is meneer Louis te dom om te helpen donderen (hij had gewoon niet door dat de wet niet voor interpretatie vatbaar is) of is meneer Louis een stiekeme activistische rechter? Wist hij wel degelijk dat de wet niet voor interpretatie vatbaar was, maar heeft hij willens en wetens van zijn machtspositie misbruik gemaakt om zijn persoonlijke visie door te drukken?
Al is er ook nog een derde mogelijkheid, er is altijd een derde mogelijkheid.
Als meneer Louis er al dan niet bewust van uit gaat dat de voorliggende wet niet duidelijk is, dan kan Meneer Louis dat al dan niet omstandig verantwoorden. Indien hij argumenten naar voor brengt voor zijn standpunt, dan kunnen deze argumenten op hun merites beoordeeld worden. Maar hij is niet verplicht om dat te doen. Een rechter heeft ook de mogelijkheid om zijn vonnis, of een deel van zijn vonnis, niet te verantwoorden. Een rechter kan zeggen "men heeft mij om mijn mening gevraagd en ik heb die gegeven." Dat recht van de rechter werd bekrachtigd door het Hof van Cassatie in het arrest over rechter Walter De Smedt.
"Een vonnis moet aan geen enkele kwaliteitseis voldoen."
Een rechter heeft het recht om zich aan de logica te onttrekken.
Meneer Louis heeft het recht om te zeggen "het is mijn opinie dat de voorliggende wet onduidelijk is."
Meneer Louis heeft dat recht omdat Bart De Wever het recht heeft om te zeggen "het is mijn opinie dat de voorliggende wet duidelijk is."






zaterdag 3 december 2016

Joseph Schumpeter




'To realise the relative validity of one's convictions and yet stand for them unflinchingly is what distinguishes a civilised man from a barbarian.’

Dat is een citaat dat nogal gemakkelijk wordt toegeschreven aan Isaiah Berlin.
Hij schreef het wel, maar niet op die manier.
In "Two concepts of liberty" staat het op deze manier:

'To realise the relative validity of one's convictions', said an admirable
writer of our time, 'and yet stand for them unflinchingly is what 
distinguishes a civilised man from a barbarian.’

De bewonderenswaardige schrijver was Joseph Schumpeter.

No more than any other political method does democracy always produce the same results or promote the same interests or ideals. Rational allegiance to it thus presupposes not only a schema of hyper-rational values but also certain states of society in which democracy can be
expected to work in ways we approve. Propositions about the working of democracy are meaningless without reference to given times, places and situations and so, of course, are anti-democratic arguments.
This after all is only obvious. It should not surprise, still less shock, anyone. For it has nothing to do with the fervor or dignity of democratic conviction in any given situation. To realize the relative validity of one’s convictions and yet stand for them unflinchingly is what distinguishes a civilized man from a barbarian.

Joseph Schumpeter, Capitalism, Socialism and Democracy, p. 243 (1943)

Joseph Schumpeter is vooral bekend van "de paradox van Schumpeter".
De paradox van Schumpeter gaat als volgt:
To realize the relative validity of one’s convictions and yet stand for them unflinchingly is what distinguishes a civilized man from a barbarian.
In de logica is deze uitspraak "waar" of "niet waar".
Gelukkig heb je in dit leven altijd de keuze tussen de leugenarij (de volledige zin is "niet waar", dus je bent een leugenaar) en de barbarij (de volledige zin is "waar", dus je realiseert je de relatieve validiteit niet).

woensdag 30 november 2016

Nicolaus Notabene



Winteruurgewijs, net voor het slapen gaan....





Misschien moet ik me hier nog een ogenblik bezighouden met de gedachte in welke relatie ik mezelf denk te plaatsen ten opzichte van de lezers. Deze overweging beschouw ik als iets grappigs, een luchthartig tijdverdrijf, waar je gerust een half uurtje aan kunt besteden als je klaar bent met het schrijven van je boek, maar zeker niet eerder. In onze tijd denkt men daar anders over. Men denkt dat de dwaze ernst waarmee een schrijver zichzelf lezers probeert te verschaffen voordat hij met schrijven begint, en dat de jeugdige luchthartigheid waarmee hij plannen ontwerpt en mensen daarin inwijdt, dat die pas werkelijk ernst zijn, een ernst die bewijst dat je de rijpheid hebt van een volwassen man. Wie bij zijn beschouwing van het leven en wat zich in het leven voordoet niet zover is gekomen dat hij weet wat een ernstige toets kan doorstaan en wat als een dun laagje ijs slechts de snelle vaart van een schaatser kan dragen, zo iemand kan natuurlijk nooit in zichzelf en in zijn prestaties ernst bereiken.

Ieder mens in enkel op zichzelf aangewezen, en wie er op toeziet daar bij te blijven, heeft vaste grond om op te staan, die hem niet beschaamd zal maken. Als hij dan bij zichzelf overweegt wat hij wil, in hoeverre hij wil, en als hij dan op grond van deze overweging langzaam en zwijgzaam een begin maakt, dan zal zijn ernst niet beschaamd worden.Als iemand er echter behagen in schept ernstig te worden bij de gedachte wat hij voor anderen wil doen, dan blijkt daaruit dat hij ten diepste een joker is, wiens leven poppenkast is en blijft, ondanks expressie en gebaren, hoogdravende frasen en gevoel voor theater. Degene die mijn lezer wordt, zal het met mij eens zijn dat de wetenschap, ook al is ze in onze tijd met alles klaar, jammer genoeg de pointe van het geheel heeft vergeten. Dat kernpunt is nu juist dat het hier helemaal niet gaat om fans of om abonnees of om een polonaise rond een of andere literaire afgod. Wie er van overtuigd is dat iedereen op zichzelf is aangewezen en dat dit de hoofdzaak is, alleen zo iemand is mijn lezer.

Maar daarom kan ik ook niet zeker weten of hij al dan niet verder is dan ik. Ik vertrouw er echter toch op dat hij op de een of andere manier er iets aan zal hebben om te lezen wat ik schrijf. Maar, en dat wil ik nog eens herhalen, ik zou nooit op het idee komen mij een gewichtigheid aan te meten alsof het omwille van anderen noodzakelijk was dat ik een boek heb geschreven. Pas als de drijfveer en de drang in mijzelf me tot schrijven heeft gebracht, en pas als ik ermee klaar ben, pas dan kan het in me opkomen aan een lezer te denken.
Met behulp van deze opvatting hoef ik me ook niet bij voorbaat zorgen te maken over de lotgevallen van het boek. Vermoedelijk komt dit boek uit, met zekerheid kan ik dat niet weten. Als het een lezer aantreft die er enig nut van heeft of plezier aan beleeft, dan is dat voor mij een onzekere opbrengst waar ik niet op gerekend heb, en daarmee zijn we quitte tot wederzijdse tevredenheid en genoegen.

Sören Kierkegaard, Voorwoorden VII


http://www.kierkegaardvandaag.nl/kierkegaardvandaag/home.html
Ik veronderstel dat Andries Visser de vertaler van dienst is.





zaterdag 26 november 2016

De nuancist






Er is nood aan een meer genuanceerde visie, zowel voor minderheden als voor de meerderheid

Patrick Loobuyck is hoogleraar levensbeschouwing (UA), gastprofessor politieke filosofie (UGent) en opiniemaker voor De Morgen.




25 jaar na Zwarte Zondag: hebben we vooruitgang geboekt in de discussie over diversiteit, samenleven, populisme en extreemrechts? Te weinig. Er is een en ander geëvolueerd, maar niet ten goede.
Eerste evolutie: politici, journalisten en waarnemers zijn het onderling steeds minder eens over de wenselijkheid van een cordon. Journalist Joël De Ceulaer (DM 19/11) noemt het mediacordon nu een vergissing en ook academici twijfelen. Jos Geysels (DM 22/11) en politiek filosoof Stefan Rummens blijven het idee van een politiek cordon sanitaire verdedigen. Velen blijven verward en verweesd achter.




Tweede evolutie: het debat is erg gefocust geraakt op dé islam. Islampessimisten als Wim Van Rooy zijn er rotsvast van overtuigd dat de islamisering een gigantisch probleem is (DM 23/11). "Moslims hangen een gevaarlijk nazistische ideologie aan. Het zou beter en veiliger zijn mochten we niet met hen moeten samenleven." Islamoptimisten fietsen dan weer om de problemen heen die de islam in zich draagt. Geen kritisch, negatief woord over de islam in het interview met Nadia Fadil (DM 24/11). Zij herleidt de problematiek van de multiculturele samenleving vooral tot racisme en discriminatie.
Van Rooy, Dewinter en anderen zeggen dat moslims hier niet thuishoren en hier niet kunnen integreren. Fadil, Abou Jahjah en co. benadrukken vooral dat moslims hier niet als gelijke burgers worden behandeld en hier niet mogen integreren en participeren. Volgens Fadil lezen we voortdurend, maar ten onrechte, 'dat de islam het probleem is'. Volgens Van Rooy lezen we daarentegen nooit dat de islam het probleem is (vandaar zijn boektitel: Waarover men niet spreekt). Een vastgelopen stellingenoorlog waarin beide partijen slechts de eigen helft van de werkelijkheid willen zien.
Derde evolutie: het succes van Donald Trump, Marine Le Pen, Nigel Farage en Geert Wilders maakt van Zwarte Zondag klein bier. Nog minder dan 25 jaar geleden is er een antwoord op populisme. En ook hier tekent zich een stellingenoorlog af met eenzijdige standpunten.



Vorige week schreef ik dat het Pietenpact de perceptie voedt dat de weldenkende elite haar wereldvreemde multiculti-agenda door de strot van de gewone mens wil duwen (DM 15/11). Het leverde me een nieuwe werkplek op, las ik op sociale media: de WIT, de Weldenkende Ivoren Toren. Van daaruit schrijf ik, op kosten van de gemeenschap, belerende en betweterige stukken zonder voeling met de realiteit.
Hoe durfde ik immers over 'perceptie' te spreken?! "Volk versus elite is geen populistisch denkbeeld, maar de re-a-li-teit. Wie die tegenstelling in twijfel trekt, is niet van deze wereld." Zie ik dan niet dat we al jaren worden geregeerd en gemanipuleerd door een politiek correcte elite? De politiek, het onderwijs, de media, de culturele centra en het middenveld - ze worden allemaal beheerst door een links-progressieve agenda. Migranten en vooral moslims worden ontzien. Vlamingen daarentegen worden voortdurend van racisme beticht. En in plaats dat de nieuwkomers zich integreren, zijn het de Vlamingen die hun eigen cultuur moeten aanpassen. Niet het onverdoofd slachten wordt aangepakt, wel onze Zwarte Piet. En straks eten we met zijn allen halal...

Vox populi

Ziehier de analyse van de populisten: de machtsverhoudingen maken dat wat echt in de samenleving leeft niet aan de oppervlakte komt. Want diegenen die verzet aantekenen tegen de hegemonie van de weldenkende maar corrupte elite worden meewarig aan de kant gezet. Naar de vox populi wordt niet geluisterd, de gewone man is van de macht uitgesloten.
Maar dat is buiten de verkiezingen gerekend. "The times they are a-changin'", zo citeerde Filip Dewinter de kersverse Nobelprijswinnaar Literatuur in de Kamer. Nu Trump verkozen is en de brexit gestemd, is de tijd daar voor de opstand tegen de elite en de emancipatie van het volk. En hoop doet leven, want in Europa zijn Le Pen, Wilders, Alternative für Deutschland, Vlaams Belang en andere rechts-populistische partijen in opgang.



Dit soort analyses horen we dagelijks. Het gevaar bestaat dat we ze nog gaan geloven ook. Als leugens lang genoeg worden herhaald, worden zij vanzelf de waarheid. Nochtans valt er op de tegenstelling volk-elite ontzettend veel af te dingen. Ze is simplistisch schematisch en verdonkeremaant een veel complexere werkelijkheid. Zowel het volk als de elite is over heel wat thema's intern verdeeld. Zelfs het Vlaams Belang heeft een extreemrechtse en een zeer extreemrechtse vleugel. De categorieën 'homogeen volk' en 'weldenkende elite' zijn ongedefinieerde constructies. Handig om electoraat te mobiliseren, maar weinig accuraat om de werkelijkheid te begrijpen. Bovendien is populisme een belangrijk signaal, maar biedt het geen realistische oplossingen.

Spiegelbeeld

Om de populisten in het ongelijk te stellen, proberen velen al jaren de werkelijkheid anders te reconstrueren. In spiegelbeeld. Het stuk 'De tirannie van de meerderheid' van Joël De Ceulaer (DM 19/11) is een sprekend voorbeeld. Hij mocht ongetwijfeld op applaus rekenen van mensen als Dyab Abou Jahjah en andere antiracisme-activisten.
Er bestaat een linkse kerk waar zijn analyse bon ton, ja bijna dogma is. Ze gaat als volgt. We worden helemaal niet door een weldenkende elite geregeerd. Integendeel. De angst voor populisten en extreemrechts heeft ertoe geleid dat mainstreampartijen hen zijn achternagelopen en hun discours en standpunten hebben overgenomen. Plat op de buik. Kijk maar naar het islamdebat, waar de islamkritiek de bovenhand heeft. Niet weldenkend links, maar populistisch rechts zwaait indirect al jaren de plak en bepaalt de politieke agenda. Hierdoor wordt racisme niet aangepakt, maar weggerelativeerd. Niet de etnisch culturele minderheden, maar de bange blanke Vlamingen worden gepamperd.



Tijd dus om de rug te rechten en ermee te stoppen de potentieel racistische kiezers naar de mond te praten. Iedereen moet inburgeren in de superdiversiteit, de bedenkers van het Pietenpact mogen niet plooien en laat ons eindelijk werk maken van de strijd tegen het racisme, dat heel diep in de Vlaamse aard, samenleving en instituties zit ingebakken.
Deze framing is even eenzijdig, dualistisch en beperkt als de populistische. Er zijn momenten dat de Vlaming werd ontzien, maar er zijn net zo goed momenten waarop de moslimgemeenschap en de nieuwkomers werden ontzien.
Waarom hebben we gewacht tot in 2003 om een inburgeringsdecreet te stemmen? Waarom is het onverdoofd slachten anno 2016 nog steeds niet verboden? Waarom heeft men de problematische toestanden in het joodse onderwijs niet aangepakt? Waarom durfde men na de invoering van de snel-Belgwet in 2000 jarenlang geen integratievoorwaarden te koppelen aan de nationaliteitsverwerving? Waarom heeft men zo lang geaarzeld om de huwelijksmigratie beter te managen? En laat ons eerlijk zijn: welke ouder zag zijn kind thuiskomen van school met de mededeling dat de leerkracht sympathie had voor Trump?
Het valt niet te ontkennen dat een minimale vorm van weldenkendheid de overhand heeft in de boodschappen die de sociaal-culturele sector, bepaalde media en het onderwijs uitdragen. Dat is niet erg, maar we zijn er ons maar beter goed van bewust.
En: populisme heeft soms de verdienste thema's op de politieke agenda te zetten die vele mensen beroeren maar door de mainstreampolitici niet worden opgepikt of bewust worden vermeden. Migratie, diversiteit, islam en Europese integratie zijn daar voorbeelden van.

Nuance

Bij het lezen van de populistische analyse voelen de etnisch-culturele minderheden zich verongelijkt. Bij het lezen van De Ceulaer voelt de autochtone Vlaming zich verongelijkt. Terecht. De realiteit is complexer en de problematiek verdient beter. Laat ons een discours zoeken dat tegemoetkomt aan ieders zorgen. Ik geef hier enkele voorzetten.
Natuurlijk is racisme niet relatief, maar heb er ook oog voor dat de term vaak gratuit als conversatiestopper wordt gebruikt, bijvoorbeeld om islamcritici de mond te snoeren of om kritiek op storend gedrag van jongeren van Marokkaanse afkomst af te blokken. Natuurlijk zijn er mechanismen van discriminatie waar mensen met een vreemde naam op botsen, maar in plaats van de blanke Vlamingen te culpabiliseren, moeten ze worden geïnformeerd en begeleid, zodat die mechanismen minder impact krijgen. Wijs bovendien ook op de bestaande kansen en doorprik de slachtoffercultuur waarin etnische minderheidsgroepen zich weleens wentelen. Racisme, discriminatie en wij-zijdenken zijn bovendien des mensen en als dusdanig ook aanwezig bij minderheidsgroepen. Dat moet evengoed worden geproblematiseerd.



Natuurlijk brengen verandering, diversiteit en globalisering onrust, angst en onzekerheid met zich mee. Doe daar niet politiek correct meewarig over. Zet de onwennigheid met migranten niet zomaar weg als xenofobie, zoals Bob Cools dat in zijn interview deed (DM 21/11). Maar buit die angst ook niet op een populistische manier electoraal uit. Maak duidelijk dat die onrust normaal is en ga samen zoeken hoe die het best kan worden ontmijnd.
Natuurlijk vergt de diversiteit een inspanning van Vlamingen, maar leg uit dat die inspanning niet impliceert dat ze die zaken waaraan ze gehecht zijn zomaar zullen moeten opgeven. Leg uit dat ook nieuwkomers een inspanning moeten doen om zich onze maatschappelijke cultuur, taal en omgangsvormen eigen te maken. Leg ook aan nieuwkomers uit dat de uitnodiging om hier Nederlands te leren geen vraag is om zich te assimileren. De inburgeringseis is geen uiting van misplaatst nationalisme, maar een manier om de samenleving hier leefbaar te houden, het sociaal weefsel sterk genoeg te houden en henzelf ook optimale participatiekansen te geven. Als we willen dat de integratie lukt, moet de hele samenleving op haar verantwoordelijkheid worden aangesproken. Niet alleen de zogenaamde bange blanke man die De Ceulaer noemt, maar ook niet alleen de zogenaamde integratie-onwillige nieuwkomer die Dewinter noemt.



En inzake terreur: in plaats van eenzijdig de islam te viseren, zoals populisten doen, of de islam te verzwijgen, zoals de politiek correcte president Obama dat deed, probeer de juiste relatie tussen terreur, IS en islam te benoemen. Ja, IS heeft met islam te maken. Nee, IS vertegenwoordigt niet de hele moslimgemeenschap en de meeste moslims hangen de radicale IS-ideologie niet aan.
Worden we geregeerd door de weldenkende elite? Nee. Worden we geregeerd door de tirannie van de meerderheid? Nee. Er is nood aan een meer genuanceerde visie die recht doet aan de problemen en uitdagingen die samenleven in diversiteit met zich meebrengen, zowel voor minderheden als voor de meerderheid. Denkschema's die maar de helft van de realiteit en de problemen belichten, laten we beter achterwege.

http://www.demorgen.be/opinie/er-is-nood-aan-een-meer-genuanceerde-visie-zowel-voor-minderheden-als-voor-de-meerderheid-b0b6b3d2/


De genuanceerde visie.
Hebt u al ooit een artikel gelezen waarin de visie van de tegenstander als "genuanceerd" wordt omschreven en de eigen visie als "niet genuanceerd"?
Ik zal er geen twijfel over laten bestaan: Fuck nuance.
Dit is geen genuanceerde visie.
Ik heb een probleem met nuance.
Ik heb een probleem met nuance en wel hierom:  De categorie "nuance" is een ongedefinieerde constructie.
Dat is een nogal flauwe analogie van mijn kant.
Laten we er gemakshalve van uitgaan dat de auteur "genuanceerd" gebruikt in de betekenis van "met zin voor (subtiel) onderscheid". Soms is het gemakkelijker om iemand woorden in de mond te leggen die hij niet uitgesproken heeft dan het verwijt van vaagheid te gebruiken.
Stel dat een vraag beantwoord wordt met "Ja" of "Nee", hoeveel ruimte is er dan nog voor nuance?
Ik geef hier enkele voorzetten.
Worden we geregeerd door de weldenkende elite? Nee.
Worden we geregeerd door de tirannie van de meerderheid? Nee.
Van zodra iemand de pen ter hand neemt stopt hij met het onderscheid te maken.
Het is aan de lezer te achterhalen op welk moment hij gestopt is.

Zo wou ik ooit een essay schrijven over de boom.
Met zin voor nuance weliswaar.
Dus koos ik mij een bos uit.
Het was het bos dat grenst aan mijn tuin.
Maar een bos is uiteraard geen boom.
Ik koos voor een ietwat alleenstaande eik.
Ik bestudeerde de eik zeer grondig.
Het zou een genuanceerd essay over de boom worden. "Genuanceerd" in de betekenis van "doordacht".
Ik bestudeerde de eik zeer grondig, maar net toen ik dacht dat ik de essentie van de eik wel gevat had, stak er een briesje op en waaiden er enkele bladeren van de eik weg.
"Gelukkig maar dat ik zo grondig ben", bedacht ik mij toen ik even in het gras ging zitten, "of ik had deze nuance gemist".










woensdag 23 november 2016

Mieke Groeninck



Meestal is denken gemakkelijk, tenzij het ons van een van onze lievelingsinzichten berooft. Dan blijven we verwilderd achter (1944, 55 jaar)







Kunnen "wij" voor onszelf denken, terwijl "zij" blindelings beïnvloed worden door een bepaald discours?

Mieke Groeninck is doctoraatsstudent sociale en culturele antropologie aan de KU Leuven. Ze reageert op het interview met Wim Van Rooy.




In een interview met Joël De Ceulaer claimt schrijver Wim Van Rooy nog maar eens dat "islam niet integreerbaar is", dat "islam het nieuwe fascisme is", dat "islam geen ‘libido sciendi’ kent", en dus kortom, dat "we" onze hakken in het zand moeten zetten en zeggen "tot hier en niet verder".
In wat intussen ‘normale omstandigheden’ kunnen genoemd worden, zou ik het woord laten aan de tal van jonge Belgische, islamitische intellectuelen die intussen een vaste waarde geworden zijn in het publieke debat. Maar in dezen worden wij, sociale wetenschappers die werken rond islam, ook geïnterpelleerd en wel om het volgende. Meneer Van Rooy claimt dat hij "jarenlang die religieuze ideologie heeft bestudeerd" en dat "u en uw collega-journalisten dat ook eens zouden moeten doen". Wel, ikzelf, net als zovele anderen, doen dat nog steeds. En daarom ben ik het niet met u eens.
Ik zou van wal kunnen steken over hoe, wat Van Rooy claimt over het superioriteitsgevoel dat specifiek ingebed zou zijn in islam, het gebrek aan ‘libido sciendi’ en de onzin van kennis over de natuurwetten binnen islam, niet stroken met tal van vormgevende voorbeelden uit de islamitische geschiedenis. Hoe voor zowel islamitische filosofen, theologen, als mystici, natuur- en menswetenschappen, diversiteit en wederzijdse verschillen niet als contradictorisch of problematisch beschouwd werden, maar net integraal deel uitmaakten van ‘het wonder des Werelds’, en in die hoedanigheid onderzocht en begrepen werden. 
Over hoe tal van hedendaagse wetenschappers met islamitische achtergrond en hervormingsgezinde theologen vanuit hun eigen religieuze traditie hoge toppen scoren en steeds meer mensen bereiken, ook in de diaspora. Of over hoe Van Rooys vereenzelviging van het joods-christelijke kader (wat dat ook moge zijn) met humanisme en respect voor liberale waarden eveneens getuigt van een selectieve lezing van de geschiedenis.
Maar er is iets anders wat nog pertinenter is. Aan de ene kant maakt Van Rooy een duidelijk onderscheid tussen de racistische praat van de "moegetergde volksmens", en elke traditie van "white supremacy" dat hij expliciet veroordeelt. Racistische uitspraken worden door hem beschouwd als "peanuts" en er wordt nergens een link gelegd naar de toename van islamofobe en racistische incidenten in de laatste jaren, noch naar neonazistisch terrorisme als in het geval van Anders Breivik, en al helemaal niet naar een bredere culturele of religieuze Westerse traditie waartoe de daders behoorden – ongeacht of zij daar rechtstreeks naar refereerden of niet. 
Maar aan de andere kant stelt Van Rooy dat het onderscheid tussen het individu en het collectief niet bestaat in het geval van de islam. Zowel jihadi terrorisme als kleinere incidenten beschouwt hij als zijnde exclusief gemotiveerd door "de" islam. Daar waar racistische uitspraken door Van Rooy, ten slotte, worden afgedaan als het gevolg van "angsten" en "moegetergd zijn", is er echter nergens sprake van sociale omkadering in het geval van ‘de ander’. Met andere woorden: het ‘autochtoon’ superioriteitsdenken wordt afgedaan als een gevolg van angsten en kleinmenselijke imperfecties, terwijl superioriteitsdenken van moslims gezien wordt als een bewijs dat "de islam" vergelijkbaar is met "nazisme".
Het verschil in benadering is problematisch, niet alleen omdat het om twee maten en twee gewichten gaat, maar ook omdat het veronderstelt dat ‘wij’ voor onszelf kunnen denken, terwijl ‘zij’ blindelings beïnvloed worden door een bepaald discours. Dat we het "slecht gedrag" in eigen rangen moeten kaderen en nuanceren en niet als representatief beschouwen voor wie we wérkelijk zijn, maar dat dit niet, nooit, geldt in het geval van de "ander" De "ander" wordt dus niet alleen geplaatst binnen wat omschreven wordt als een onrijmbaar ("onintegreerbaar") denkkader, maar wordt tegelijkertijd afgeschilderd als minder rationeel, minder kritisch, minder vrij, minder humanistisch, minder moreel, minder ‘zoals het zou moeten’. Of hoe extremen in se erg gelijkaardig denken. 


"Extremen" lijken mij niet te denken.
Het denken lijkt mij voorbehouden aan personen.
De islam denkt niet, net zo min als "uiterste waarden" denken.
Extremisten daarintegen denken wel.
Ze denken zelfs gelijkaardig.
Ze denken anders dan "wij".
WAARIN dat denken zich precies onderscheid, dat blijft meestal nogal vaag.
We zijn al lang blij DAT we het kunnen onderscheiden.
Even, heel even maar had ik een ingeving.

"Wij kunnen voor onszelf denken terwijl de extremisten blindelings beïnvloed worden door een bepaald discours".

6 aug. 2012
Dat geldt niet alleen voor denken over ‘zekerheid’ maar ook over JOUW LEVEN EN DAT VAN ANDEREN. Vervelend maar BELANGRIJK (1944, 55 jaar)


Je kunt niet behoorlijk denken als je niet bereid bent jezelf pijn te doen. Als bangerik weet ik daar alles van (1944, 55 jaar)

zondag 20 november 2016

Elianne Van Rens

Uw verhoor leidde tot een wrakingsverzoek van Knoops, omdat rechter Elianne van Rens vooringenomen zou zijn. Bent u het daarmee eens?


'Ze heeft fouten gemaakt door jurisprudentie door elkaar te halen en te insinueren dat mijn verhaal ook maar een mening is. 

Paul Cliteur.

http://www.volkskrant.nl/opinie/paul-cliteur-het-wildersproces-loopt-niet-goed-af~a4418115/

Insinueren mag uiteraard niet.
Een manier om zich te verdedigen tegen de stelling dat "Willen jullie meer of minder Marokkanen?" racistisch zou zijn is opwerpen dat het een vraag is zonder enige zweem van insinuatie.
Maar in het kader van het recht op vrije meningsuiting mag je wel gewoon zeggen:
Het verhaal van Paul Cliteur is ook maar een mening.
Een manier om zich te verdedigen tegen de stelling dat "Het verhaal van Paul Cliteur is ook maar een mening" subjectief zou zijn is opwerpen dat het een zin is zonder enige zweem van insinuatie.

vrijdag 18 november 2016

De angsthaas


Willen jullie meer of minder Marokkanen?
Of, om het anders te formuleren:
Willen jullie meer of minder criminele Marokkanen?
Ik wil minder Marokkanen.
Of, om het anders te formuleren:
Ik wil minder criminele Marokkanen.
Wij willen minder Marokkanen.
Of, om het anders te formuleren:
Wij willen minder criminele Marokkanen.

Wat mag je al dan niet vragen of zeggen onder de auspiciën van de vrije meningsuiting?
Je suis Geert.

Alsof al deze nuances op zich nog niet complex genoeg waren heeft Geert Wilders er nog een extra filosofische dimensie aan toegevoegd in zijn reactie op de eis van het openbaar ministerie.




Zojuist kreeg ik de strafeis van het Openbaar Ministerie te horen: een boete van 5.000 euro.
Het spreken over een van de grootste problemen van ons land - het Marokkanenprobleem - is vanaf nu volgens de elite dus strafbaar. En zo raken we langzaam maar zeker onze vrijheid van meningsuiting kwijt. Zelfs het stellen van een vraag mag niet meer. Ook al zijn miljoenen mensen het ermee eens. En Marokkanen zijn ineens een ras, dus als je wat over Marokkanen zegt ben je vanaf nu een racist. Niemand die dat snapt. Het is de waanzin ten top. Alleen bedoeld om u en mij de mond te snoeren.
Terwijl in andere landen het volk de elite naar huis stuurt, wil de elite hier een oppositieleider de mond snoeren. Nederland dreigt een dictatuur te worden. Het lijkt Turkije wel. De verschillen tussen Nederland en Turkije worden steeds kleiner. De oppositie wordt monddood gemaakt.
Ik ben door bijna een miljoen mensen gekozen. Dat worden er op 15 maart volgend jaar nog veel meer. En het is mijn plicht problemen te benoemen ook als de politiek correcte elite onder leiding van premier Rutte het er liever niet over heeft. Want wegkijken en zwijgen is geen optie.
Ik moet kunnen zeggen waar het op staat.
Want wat heeft u aan politieke angsthazen, die de waarheid niet meer durven te spreken? Die zwijgen over de problemen in ons land? Die de regering naar de mond praten. Die laf de andere kant op kijken?
Helemaal niets! De kop in het zand steken is laf.
En als je over problemen moet zwijgen omdat het stellen van een vraag al strafbaar is dan worden de problemen alleen maar groter. Dan wordt Nederland een dictatuur van bange en laffe politici.

Ik zal dat nooit accepteren. Ik zal blijven vechten voor een vrij en veilig Nederland. Daarom bedreigen islamitische terroristen mij al 12 jaar lang met de dood. En die terroristen staan vandaag te juichen. Wilders wordt gestraft. Het Openbaar Ministerie heeft zich vandaag tot hun bondgenoot gemaakt.
Maar ik laat mij net als u door niemand de mond snoeren!
Geen terrorist zal ons doen zwijgen!
Geen officier in zwarte toga of laffe premier krijgt ons op de knieën!
Ik zal me dan ook helemaal niets van hun strafeis aantrekken. Ze doen maar. Het maakt me alleen maar sterker. Ik word alleen maar meer gemotiveerd.


En u kunt me daarbij steunen.
Door samen met mij te blijven vechten voor het behoud van de vrijheid van meningsuiting. Voor het behoud van een veilig en vrij Nederland.
Ons land.


"Want wat heeft u aan politieke angsthazen, die de waarheid niet meer durven te spreken?"
Of, om het anders te formuleren:
Willen we meer of minder waarheid?
Dat zou pas een makkie zijn voor de rechtbank.
Meer, meer, meer.


Paradoxaal genoeg wordt de meningsuiting daardoor verminderd.
De meningsuiting is immers niet absoluut, laster is verboden.
"Wij willen minder Marokkanen" is de waarheid.
Of, om het anders te formuleren:
"Wij willen niet minder Marokkanen" is louter opinie, het is geen waarheid.
In het licht van de waarheid is de opinie slechts de schaduw in de grot.

Vechten voor de vrije meningsuiting is dan niet zozeer vechten voor "Wij willen minder Marokkanen", dat is immers de waarheid.
Vechten voor de vrije meningsuiting is dan eerder vechten voor "Wij willen niet minder Marokkanen".
Geert Wilders op de bres voor de vrije meningsuiting.
Geert Wilders op de bres voor "wij willen niet minder Marokkanen".
Kut zeg.