dinsdag 6 juni 2017
De Verlichte geest
Schotschrift gericht aan niemand.
Dit is wat me stoort aan de Verlichte geesten.
Hun opdringerigheid.
"A is superieur ten opzichte van B."
Dit is een abstracte vorm van de propositie.
Het gaat er niet om of deze abstracte propositie juist of fout is. Zolang er geen concrete invulling is van A en B is het nogal zinloos om er een uitspraak over te doen.
Het gaat er om of deze abstracte propositie geldig is of niet.
De Verlichte geest kan hier "neen" op antwoorden.
Om een willekeurig voorbeeld te geven, als A en B personen zijn, dan is deze abstracte propositie niet geldig.
Hitler is superieur ten opzichte van Gandhi.
De vraag of deze propositie juist of fout is komt niet aan de orde.
De propositie is immers niet geldig
Ideeën zijn superieur, mensen niet.
De Verlichte geest kan er ook "ja" op antwoorden.
Om een willekeurig voorbeeld te geven, als A en B ideeën, waardenstelsels, kennismethodes of samenlevingsvormen zijn, dan is de propositie geldig.
Het atheïsme is superieur ten opzichte van de islam.
Dat is een geldige propositie.
De vraag stelt zich dan of deze concrete propositie juist of fout is.
Ik weet het niet.
De Verlichte geest waarschijnlijk ook niet, maar hij heeft ongetwijfeld objectieve argumenten om zijn mening kracht bij te zetten.
We worden dus geconfronteerd met het feit dat de propositie "A is superieur ten opzichte van B" soms geldig is en soms niet. (Vergis u niet, dat is geen relativisme. Dat is een absolutisme)
De geldigheid blijkt uit de concrete invulling van A en B.
Net zoals de juistheid. De juistheid blijkt uit de concrete invulling van A en B.
Bij nader inzien is er dus blijkbaar geen verschil tussen de geldigheid en de juistheid.
Ik blijf het vreemd vinden dat niemand er een flauw benul van heeft hoe die concrete invulling van A en B er uitziet zolang ik de woorden Hitler, Gandhi, atheïsme en islam niet gebruikt heb terwijl iedereen er blijkbaar van uitgaat dat zijn concrete invulling van Hitler, Gandhi, atheïsme en islam volledig correspondeert met mijn concrete invulling van die begrippen.
Wat is superieur?
Wat is een Verlichte geest?
“When I use a word,” Humpty Dumpty said, in rather a scornful tone, “it means just what I choose it to mean—neither more nor less.” “The question is,” said Alice, “whether you can make words mean so many different things.” “The question is,” said Humpty Dumpty, “which is to be master—that’s all.”
maandag 22 mei 2017
Ola Lanko
Hoofdredacteur
Rob Wijnberg
‘De waarheid is belangrijker dan ooit.’
Of dat waar is, weet ik niet. Maar het is wel de reclameslogan waarmee The New York Times al een aantal maanden lezers probeert te verleiden tot een abonnement. En dat is ook niet zo vreemd.
Sinds de verkiezing van een pathologisch liegende Donald Trump als president van de Verenigde Staten, en parallel daaraan, de vloedgolf van nepnieuws die de sociale media overspoelt, staat het begrip ‘waarheid’ weer helemaal centraal in de journalistiek. Je kunt geen journalistieke conferentie bezoeken of academische paper openslaan, of de beschouwingen over post-truth society, fact free politics en fake news vliegen je om de oren.
Een breed gedeelde analyse van het probleem luidt in een notendop: onze samenleving is voorbij de waarheid. En, misschien nog wel belangrijker: machthebbers zijn de schaamte voorbij. Openlijk liegen en verdraaien is het nieuwe normaal. Geholpen door nieuwe media, die politiek gemotiveerde propaganda als nieuws verkopen, wordt de burger overspoeld met ‘alternatieve feiten’ en ‘alternatieve realiteiten.’ Eerder schreef ik dit essay over hoe het verdienmodel van Google en Facebook het begrip waarheid hebben veranderd. Waar is niet meer wat klopt. Waar is wat klikt.
Hierdoor is het onderscheid tussen nep en echt verdwenen. Niemand weet meer wat werkelijk is en wat niet. Dat verdwenen onderscheid is een gevaar voor de democratie. Als een bevolking geen realiteit meer deelt, kan die immers ook niet samenleven - laat staan samen besturen. Zoals het ook onmogelijk zou zijn samen naar een voetbalcompetitie te kijken, als iedereen andere uitslagen in het nieuws zou zien en aan het einde zijn eigen club tot kampioen zou kronen. Voor het spel genaamd politiek geldt hetzelfde: je kunt niet van mening verschillen als je het niet eerst eens bent over de feiten.
Ook traditionele kranten, zoals The New York Times en The Washington Post, hebben zich volledig gestort op het factchecken: er zijn inmiddels hele redacties gewijd aan Factchecking Donald Trump: de kranten in Amerika hebben het er druk mee. het controleren van de uitspraken van president Trump. En ook Jimmy Wales, oprichter van Wikipedia, heeft zich aan het factcheckingfront gemeld: hij kondigde onlangs Wikitribune aan, een soort Wikipedia waar journalisten en burgers samen Wikitribune is een nieuwssite waarbij journalisten en lezers nepnieuws tegengaan. de feitelijkheid van nieuws gaan controleren.
Deze initiatieven vinden allemaal hun oorsprong in een bepaalde filosofische opvatting van wat waarheid precies is - een opvatting die haar grootste bloeiperiode kende in de zeventiende- en achttiende-eeuwse Verlichtingsfilosofie van denkers als René Descartes en Immanuel Kant en die in de loop van de negentiende en twintigste eeuw tot het DNA van de moderne journalistiek is gaan behoren. Het is een opvatting waar journalisten hun obsessie met feiten aan te danken hebben en waar ze ook hun streven naar objectiviteit op baseren.
Die opvatting werd door de Amerikaanse filosoof Richard Rorty in zijn boek Philosophy and the Mirror of Nature (1979) ooit samengevat als de ‘spiegeltheorie’ van waarheid: het idee dat waarheid ‘een correcte weergave’ of ‘weerspiegeling’ is van de realiteit om ons heen. Waarheid is, volgens deze filosofische school, ‘correspondence to reality’: overeenstemming met de werkelijkheid. Wat een uitspraak, stelling of theorie van de mens waar maakt, is de mate waarin deze de werkelijkheid reflecteert.
Voor een leek, niet geschoold in de filosofische finesses van waarheid, klinkt dit misschien als een open deur: natuurlijk is waarheid een juiste weergave van de werkelijkheid. Vergelijk het met een schilderij: dat noem je ‘realistisch’ als het gelijkenis toont met de realiteit waar het een afbeelding van is.
Maar in de filosofie is deze opvatting van waarheid allesbehalve onproblematisch. Er zijn hele stromingen gewijd aan de ontkrachting ervan (en Rorty behoorde tot een belangrijke spil in één van deze stromingen).
De moraal van al deze argumenten is min of meer hetzelfde, namelijk: er is niet zoiets als waarheid, want - voor zover er één realiteit is - ervaart, interpreteert en beschrijft iedere mens die steeds weer anders. De mens kan niet bepalen of zijn interpretatie ‘overeenstemt met de werkelijkheid.’ Het hoogst haalbare is eerder: overeenstemming tussen mensen onderling. In de woorden van Rorty: ‘We kunnen praten over hoe we onze claims rechtvaardigen, maar we kunnen niet praten over waarheid. Rechtvaardiging hangt af van een toehoorder en van een aantal waarheidsopties. Waarheid hangt nergens van af. Juist omdat waarheid nergens van afhangt, valt er niks over te zeggen.’
Dat betekent: waarheid is een sociale constructie, waar mensen zich als groepen omheen scharen. En omdat de werkelijkheid geen eenduidige interpretaties of beschrijvingen opdringt, ontstaan er allemaal verschillende sociale groepen die allemaal verschillende opvattingen koesteren over wat nu precies die werkelijkheid is waar wij - mensen - in leven.
Anders gezegd: mensen leven in verschillende realiteiten en het samenspel tussen die realiteiten noemen we ‘cultuur.’
En hoe sterker die realiteiten van elkaar verschillen, hoe sterker het gebrek aan waarheid wordt ervaren: als de ene groep gelooft dat de gehele samenleving wordt bedreigd door, bijvoorbeeld, ‘islamisering,’ terwijl de andere groep die ontwikkeling helemaal niet ervaart of ziet, komen realiteiten zo ver uit elkaar te liggen dat samenleven steeds moeilijker - of zelfs onmogelijk - wordt. Of, om het wederom in de voetbalmetafoor uit te drukken: bedenk maar eens wat er gebeurt als Feyenoord-fans straks op de Coolsingel vieren dat hun club kampioen is geworden, terwijl op alle televisies in Amsterdam Teletekst zegt dat Ajax bovenaan staat.
Precies, daar komen rellen van.
Geen wonder dus dat journalistieke organisaties als The New York Times en sociale platforms als Facebook hun heil zoeken in meer feiten. Het zijn immers feiten die ten grondslag liggen aan een gedeelde realiteit.
Maar, de kritiek op de spiegeltheorie van waarheid indachtig, wordt onmiddellijk duidelijk waarom dat een heilloze weg is. Als waarheid niet ‘overeenstemming met de realiteit’ is, maar een sociale constructie waarmee mensen aan groepsvorming doen, hebben meer feiten geen zeggingskracht. Dat is immers precies waarmee de groepen zich van elkaar onderscheiden: in een andere opvatting van wat feiten zijn.
Zoals Clay Shirky, een denker gespecialiseerd in de effecten van het internet op de samenleving, het treffend formuleerde: ‘We are bringing fact checkers to a culture war.’ Overeenstemming met de werkelijkheid leidt niet automatisch tot overeenstemming tussen mensen onderling.
Integendeel, hoe meer de journalistiek erop hamert dat zij ‘de feiten presenteert’ en daarmee dus ‘de waarheid in pacht heeft,’ hoe sterker ze wordt gewantrouwd door de groepen die niet deze feiten delen. Het doel een gedeelde realiteit te creëren, gebaseerd op overeenstemming over wat feit is en wat niet, heeft dan precies het omgekeerde effect: het wantrouwen tussen journalistiek en publiek neemt toe in plaats van af. Objectiviteit wordt dan ervaren als snobisme of opdringerigheid: alsof ‘jullie realiteit’ de ‘enige juiste’ is.
Die opvatting zou je kunnen samenvatten als: waarheid als eerlijkheid en integriteit. In plaats van waarheid te baseren op de veronderstelling dat er één realiteit is die op een juiste manier kan worden weergegeven, gaat deze opvatting ervan uit dat waarheid een sociale constructie is ten opzichte waarvan je als mens een bepaalde houding kunt aannemen. Dat klinkt wellicht een beetje vaag, maar kan als volgt worden begrepen:
Aanhangers van de eerste theorie streven er dan ook naar, in de woorden van Richard Rorty, ‘om tijd te vervangen door oneindigheid en het gesprek te vervangen door zekerheid.’ Waarheid, eenmaal gevonden, is absoluut en universeel.
Aanhangers van de tweede theorie daarentegen koesteren die hoop niet. Want die gaan ervan uit dat, wederom in de woorden van Rorty: ‘het enige dat we als mens kunnen doen, is met elkaar delen wat we geloven en willen. En voor zover we kunnen overzien, zal het leven er voor altijd zo uit blijven zien.’
Uit deze twee verschillende opvattingen vloeit logischerwijs een heel ander soort journalistiek voort. De gevonden waarheid schrijft voor dat je als journalist uitzoekt hoe iets zit, de feiten op een rijtje zet en deze presenteert aan het publiek.
Bij De Correspondent proberen we dit in praktijk te brengen. Door niet te doen alsof we objectief zijn, maar juist transparant te zijn over Correspondent Jelmer Mommers heeft bijvoorbeeld als missie: ‘Ik wil de impact van klimaatverandering laten zien en samen met leden de overgang naar duurzaamheid versnellen.’ onze missies en (morele) aannames. Door niet te doen alsof waarheid iets eenduidigs is, maar door onze aannames Hierover veranderden correspondenten van mening in 2016. continu bij te stellen als nieuwe informatie ons daartoe aanzet. En door niet alleen maar te zenden, maar in Een mooi voorbeeld van hoe leden ons helpen is dit stuk van Thalia Verkade over de elektrische auto. een permanente dialoog met onze leden gezamenlijk tot nieuwe inzichten te komen. Het uiteindelijke doel is om een nieuw soort vertrouwen te kweken, niet gebaseerd op het idee dat de journalist de waarheid in pacht heeft, maar door toegankelijk, integer en transparant te zijn.
Als ik The New York Times was, zou ik dus een andere slogan kiezen.
Openheid is belangrijker dan ooit.
Licht vazen
De foto's bij dit essay
zijn onderdeel van het project 'Light Vases' van fotograaf Ola Lanko. In
haar studio bouwde zij een constructie met ronddraaiende schoenveters
die licht geven. Zo ontstonden er foto's van "vazen" gemaakt van licht.
Objecten die in werkelijkheid niet bestaan, en niet meer zijn dan vormen
van licht en lucht. Door de lange sluitertijd en de verschillende
draaiende bewegingen, ontstonden steeds weer andere vormen. Dit project
vormt een onderdeel van diverse projecten waarin Lanko de notie van tijd
en illusie onderzoekt.
Een tekst die ik cadeau kreeg van Rob Wijnberg.
Het is altijd een beetje tricky om een cadeau dat je gekregen hebt op je eigen beurt opnieuw cadeau te doen.
Daarom zal ik trachten er een meerwaarde aan te geven.
Om te beginnen: mooie vazen.
De reclameslogan van de Correspondent is " een dagelijks medicijn tegen de waan van de dag".
Ik vermoed dat ze daarmee bedoelen dat de teksten die gepresenteerd worden een langer leven dan het moment beschoren zijn.
Zelf ben ik zeer gewonnen voor het idee om teksten te voorzien van een vervaldatum.
GELDIG TOT ....
De "sluitertijd" van een tekst lijkt me een fijn nieuw label. CE !
Voor de tekst van Rob Wijberg zou het om een jaar gaan schat ik.
"Feynoord is kampioen", dat is immers een feit.
In het licht daarvan is de slogan van de New York Times de bescheidenheid zelve.
The truth is more important NOW than ever.
Of dat waar is, weet ik niet. Maar het is wel de reclameslogan waarmee The New York Times al een aantal maanden lezers probeert te verleiden tot een abonnement. En dat is ook niet zo vreemd.
Sinds de verkiezing van een pathologisch liegende Donald Trump als president van de Verenigde Staten, en parallel daaraan, de vloedgolf van nepnieuws die de sociale media overspoelt, staat het begrip ‘waarheid’ weer helemaal centraal in de journalistiek. Je kunt geen journalistieke conferentie bezoeken of academische paper openslaan, of de beschouwingen over post-truth society, fact free politics en fake news vliegen je om de oren.
Een breed gedeelde analyse van het probleem luidt in een notendop: onze samenleving is voorbij de waarheid. En, misschien nog wel belangrijker: machthebbers zijn de schaamte voorbij. Openlijk liegen en verdraaien is het nieuwe normaal. Geholpen door nieuwe media, die politiek gemotiveerde propaganda als nieuws verkopen, wordt de burger overspoeld met ‘alternatieve feiten’ en ‘alternatieve realiteiten.’ Eerder schreef ik dit essay over hoe het verdienmodel van Google en Facebook het begrip waarheid hebben veranderd. Waar is niet meer wat klopt. Waar is wat klikt.
Hierdoor is het onderscheid tussen nep en echt verdwenen. Niemand weet meer wat werkelijk is en wat niet. Dat verdwenen onderscheid is een gevaar voor de democratie. Als een bevolking geen realiteit meer deelt, kan die immers ook niet samenleven - laat staan samen besturen. Zoals het ook onmogelijk zou zijn samen naar een voetbalcompetitie te kijken, als iedereen andere uitslagen in het nieuws zou zien en aan het einde zijn eigen club tot kampioen zou kronen. Voor het spel genaamd politiek geldt hetzelfde: je kunt niet van mening verschillen als je het niet eerst eens bent over de feiten.
Het antwoord: méér feiten
Al een tijdje zoekt de gevestigde journalistiek naarstig naar een antwoord hierop. Logischerwijs wordt dat antwoord vaak gevonden in: meer feiten. Google ontwikkelt nu hulpmiddelen voor het factchecken van websites. Google en Ook Facebook probeert iets te doen aan nepnieuws op het eigen platform. Facebook investeerden allebei in nieuwe factchecking tools, om gebruikers te waarschuwen voor nepnieuwsberichten in hun zoekresultaten en nieuwsfeed.Ook traditionele kranten, zoals The New York Times en The Washington Post, hebben zich volledig gestort op het factchecken: er zijn inmiddels hele redacties gewijd aan Factchecking Donald Trump: de kranten in Amerika hebben het er druk mee. het controleren van de uitspraken van president Trump. En ook Jimmy Wales, oprichter van Wikipedia, heeft zich aan het factcheckingfront gemeld: hij kondigde onlangs Wikitribune aan, een soort Wikipedia waar journalisten en burgers samen Wikitribune is een nieuwssite waarbij journalisten en lezers nepnieuws tegengaan. de feitelijkheid van nieuws gaan controleren.
Deze initiatieven vinden allemaal hun oorsprong in een bepaalde filosofische opvatting van wat waarheid precies is - een opvatting die haar grootste bloeiperiode kende in de zeventiende- en achttiende-eeuwse Verlichtingsfilosofie van denkers als René Descartes en Immanuel Kant en die in de loop van de negentiende en twintigste eeuw tot het DNA van de moderne journalistiek is gaan behoren. Het is een opvatting waar journalisten hun obsessie met feiten aan te danken hebben en waar ze ook hun streven naar objectiviteit op baseren.
Die opvatting werd door de Amerikaanse filosoof Richard Rorty in zijn boek Philosophy and the Mirror of Nature (1979) ooit samengevat als de ‘spiegeltheorie’ van waarheid: het idee dat waarheid ‘een correcte weergave’ of ‘weerspiegeling’ is van de realiteit om ons heen. Waarheid is, volgens deze filosofische school, ‘correspondence to reality’: overeenstemming met de werkelijkheid. Wat een uitspraak, stelling of theorie van de mens waar maakt, is de mate waarin deze de werkelijkheid reflecteert.
Voor een leek, niet geschoold in de filosofische finesses van waarheid, klinkt dit misschien als een open deur: natuurlijk is waarheid een juiste weergave van de werkelijkheid. Vergelijk het met een schilderij: dat noem je ‘realistisch’ als het gelijkenis toont met de realiteit waar het een afbeelding van is.
Maar in de filosofie is deze opvatting van waarheid allesbehalve onproblematisch. Er zijn hele stromingen gewijd aan de ontkrachting ervan (en Rorty behoorde tot een belangrijke spil in één van deze stromingen).
Mensen leven in verschillende realiteiten en het samenspel tussen die realiteiten noemen we ‘cultuur’Die ontkrachtingen zijn zeer uiteenlopend, maar bevatten altijd wel een mengeling van argumenten als deze: 1) Er is niet één werkelijkheid waaraan je de uitspraken van de mens kunt toetsen; 2) Er is wel één werkelijkheid, maar daar heeft de mens geen directe toegang toe, omdat de ervaring van de werkelijkheid per definitie iets anders is dan de werkelijkheid zelf; of 3) Uitspraken van mensen zijn altijd modellen van de werkelijkheid en dus nooit ‘werkelijk’ (of zoals de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche zei: ‘Er zijn geen feiten, enkel interpretaties.’)
De moraal van al deze argumenten is min of meer hetzelfde, namelijk: er is niet zoiets als waarheid, want - voor zover er één realiteit is - ervaart, interpreteert en beschrijft iedere mens die steeds weer anders. De mens kan niet bepalen of zijn interpretatie ‘overeenstemt met de werkelijkheid.’ Het hoogst haalbare is eerder: overeenstemming tussen mensen onderling. In de woorden van Rorty: ‘We kunnen praten over hoe we onze claims rechtvaardigen, maar we kunnen niet praten over waarheid. Rechtvaardiging hangt af van een toehoorder en van een aantal waarheidsopties. Waarheid hangt nergens van af. Juist omdat waarheid nergens van afhangt, valt er niks over te zeggen.’
Dat betekent: waarheid is een sociale constructie, waar mensen zich als groepen omheen scharen. En omdat de werkelijkheid geen eenduidige interpretaties of beschrijvingen opdringt, ontstaan er allemaal verschillende sociale groepen die allemaal verschillende opvattingen koesteren over wat nu precies die werkelijkheid is waar wij - mensen - in leven.
Anders gezegd: mensen leven in verschillende realiteiten en het samenspel tussen die realiteiten noemen we ‘cultuur.’
Waarom het geen zin heeft factcheckers in te zetten in een cultuuroorlog
Deze (postmoderne) kritiek op de spiegeltheorie van waarheid zie je tegenwoordig heel duidelijk terug in allerlei maatschappelijke discussies. Denk maar aan het debat over dat we allemaal Correspondent Lynn Berger schreef eerder een prachtig essay over de hedendaagse betekenis van het woord ‘bubbel.’ ‘in onze eigen bubbel’ leven. In essentie gaat dat over het ontbreken van waarheid als een verbindende factor tussen groepen mensen met ieder een eigen werkelijkheidsbeleving.En hoe sterker die realiteiten van elkaar verschillen, hoe sterker het gebrek aan waarheid wordt ervaren: als de ene groep gelooft dat de gehele samenleving wordt bedreigd door, bijvoorbeeld, ‘islamisering,’ terwijl de andere groep die ontwikkeling helemaal niet ervaart of ziet, komen realiteiten zo ver uit elkaar te liggen dat samenleven steeds moeilijker - of zelfs onmogelijk - wordt. Of, om het wederom in de voetbalmetafoor uit te drukken: bedenk maar eens wat er gebeurt als Feyenoord-fans straks op de Coolsingel vieren dat hun club kampioen is geworden, terwijl op alle televisies in Amsterdam Teletekst zegt dat Ajax bovenaan staat.
Precies, daar komen rellen van.
Geen wonder dus dat journalistieke organisaties als The New York Times en sociale platforms als Facebook hun heil zoeken in meer feiten. Het zijn immers feiten die ten grondslag liggen aan een gedeelde realiteit.
Maar, de kritiek op de spiegeltheorie van waarheid indachtig, wordt onmiddellijk duidelijk waarom dat een heilloze weg is. Als waarheid niet ‘overeenstemming met de realiteit’ is, maar een sociale constructie waarmee mensen aan groepsvorming doen, hebben meer feiten geen zeggingskracht. Dat is immers precies waarmee de groepen zich van elkaar onderscheiden: in een andere opvatting van wat feiten zijn.
Zoals Clay Shirky, een denker gespecialiseerd in de effecten van het internet op de samenleving, het treffend formuleerde: ‘We are bringing fact checkers to a culture war.’ Overeenstemming met de werkelijkheid leidt niet automatisch tot overeenstemming tussen mensen onderling.
Integendeel, hoe meer de journalistiek erop hamert dat zij ‘de feiten presenteert’ en daarmee dus ‘de waarheid in pacht heeft,’ hoe sterker ze wordt gewantrouwd door de groepen die niet deze feiten delen. Het doel een gedeelde realiteit te creëren, gebaseerd op overeenstemming over wat feit is en wat niet, heeft dan precies het omgekeerde effect: het wantrouwen tussen journalistiek en publiek neemt toe in plaats van af. Objectiviteit wordt dan ervaren als snobisme of opdringerigheid: alsof ‘jullie realiteit’ de ‘enige juiste’ is.
Hoe dan wel? Over waarheid als eerlijkheid en integriteit
Gelukkig is er ook een andere filosofische opvatting van waarheid die hier iets aan kan doen. Die, in mijn ogen, beter in staat is de kloof tussen de verschillende realiteiten waarin we leven te overbruggen en die daarmee in potentie het wantrouwen tussen journalistiek en publiek - en daarmee ook tussen mensen onderling - kan verkleinen.Die opvatting zou je kunnen samenvatten als: waarheid als eerlijkheid en integriteit. In plaats van waarheid te baseren op de veronderstelling dat er één realiteit is die op een juiste manier kan worden weergegeven, gaat deze opvatting ervan uit dat waarheid een sociale constructie is ten opzichte waarvan je als mens een bepaalde houding kunt aannemen. Dat klinkt wellicht een beetje vaag, maar kan als volgt worden begrepen:
- In plaats van te doen alsof ‘de feiten voor zich spreken,’ toon je de aannames waarop jij je oordelen over de wereld baseert.
- In plaats van feiten te ‘controleren’ op overeenstemming met ‘de werkelijkheid,’ toon je de inherente subjectiviteit van jouw interpretaties en stel je je open voor andere ervaringen van de werkelijkheid om je heen.
- In plaats van je onderzoek te presenteren als conclusies en je te distantiëren van de reacties van lezers, zie je je onderzoek als een doorlopende dialoog die niet per se tot een eindpunt hoeft te worden gebracht.
- In plaats van te streven naar geveinsde ‘objectiviteit’ en ‘neutraliteit,’ ben je transparant over je morele opvattingen en de doelen die daaruit voortvloeien.
- In plaats van te doen alsof waarheid iets is wat ‘los van jou’ staat, beschouw je waarheid als een product van de menselijke geest en interactie.
Aanhangers van de eerste theorie streven er dan ook naar, in de woorden van Richard Rorty, ‘om tijd te vervangen door oneindigheid en het gesprek te vervangen door zekerheid.’ Waarheid, eenmaal gevonden, is absoluut en universeel.
Aanhangers van de tweede theorie daarentegen koesteren die hoop niet. Want die gaan ervan uit dat, wederom in de woorden van Rorty: ‘het enige dat we als mens kunnen doen, is met elkaar delen wat we geloven en willen. En voor zover we kunnen overzien, zal het leven er voor altijd zo uit blijven zien.’
Uit deze twee verschillende opvattingen vloeit logischerwijs een heel ander soort journalistiek voort. De gevonden waarheid schrijft voor dat je als journalist uitzoekt hoe iets zit, de feiten op een rijtje zet en deze presenteert aan het publiek.
Journalistiek als het constant bijstellen van aannames
De gemaakte waarheid daarentegen ziet journalistiek als een uitwisseling van ‘beliefs and desires,’ in de vorm van een gesprek, met eerlijkheid en integriteit als onderliggende waarden. Op basis van een open blik, een luisterend oor en een eerlijke dialoog over verschil én overeenstemming in perspectieven en waarden, bouw je een vertrouwensband op met je publiek. Niet een ongelijkwaardige relatie tussen zender en ontvanger (het klassieke massamediamodel), maar tussen gelijkwaardige gesprekspartners.Bij De Correspondent proberen we dit in praktijk te brengen. Door niet te doen alsof we objectief zijn, maar juist transparant te zijn over Correspondent Jelmer Mommers heeft bijvoorbeeld als missie: ‘Ik wil de impact van klimaatverandering laten zien en samen met leden de overgang naar duurzaamheid versnellen.’ onze missies en (morele) aannames. Door niet te doen alsof waarheid iets eenduidigs is, maar door onze aannames Hierover veranderden correspondenten van mening in 2016. continu bij te stellen als nieuwe informatie ons daartoe aanzet. En door niet alleen maar te zenden, maar in Een mooi voorbeeld van hoe leden ons helpen is dit stuk van Thalia Verkade over de elektrische auto. een permanente dialoog met onze leden gezamenlijk tot nieuwe inzichten te komen. Het uiteindelijke doel is om een nieuw soort vertrouwen te kweken, niet gebaseerd op het idee dat de journalist de waarheid in pacht heeft, maar door toegankelijk, integer en transparant te zijn.
Als ik The New York Times was, zou ik dus een andere slogan kiezen.
Openheid is belangrijker dan ooit.
Licht vazen
De foto's bij dit essay
zijn onderdeel van het project 'Light Vases' van fotograaf Ola Lanko. In
haar studio bouwde zij een constructie met ronddraaiende schoenveters
die licht geven. Zo ontstonden er foto's van "vazen" gemaakt van licht.
Objecten die in werkelijkheid niet bestaan, en niet meer zijn dan vormen
van licht en lucht. Door de lange sluitertijd en de verschillende
draaiende bewegingen, ontstonden steeds weer andere vormen. Dit project
vormt een onderdeel van diverse projecten waarin Lanko de notie van tijd
en illusie onderzoekt. Een tekst die ik cadeau kreeg van Rob Wijnberg.
Het is altijd een beetje tricky om een cadeau dat je gekregen hebt op je eigen beurt opnieuw cadeau te doen.
Daarom zal ik trachten er een meerwaarde aan te geven.
Om te beginnen: mooie vazen.
De reclameslogan van de Correspondent is " een dagelijks medicijn tegen de waan van de dag".
Ik vermoed dat ze daarmee bedoelen dat de teksten die gepresenteerd worden een langer leven dan het moment beschoren zijn.
Zelf ben ik zeer gewonnen voor het idee om teksten te voorzien van een vervaldatum.
GELDIG TOT ....
De "sluitertijd" van een tekst lijkt me een fijn nieuw label. CE !
Voor de tekst van Rob Wijberg zou het om een jaar gaan schat ik.
"Feynoord is kampioen", dat is immers een feit.
In het licht daarvan is de slogan van de New York Times de bescheidenheid zelve.
The truth is more important NOW than ever.
zondag 7 mei 2017
Frank Ramsey
8 minuten
lezen
Enkel wie
de afgelopen maanden op een andere planeet leefde, kan het ontgaan zijn: thans
leven we in het post-truth tijdperk. Sinds de verkiezing van een
pathologische leugenaar in het Witte Huis gonst het van de geruchten dat de
waarheid haar beste tijd heeft gehad. De Oxford Dictionaries koos het
begrip post-truth uit tot woord van het jaar. Wie de grafiek van de term
bekijkt op Google Trends voor de afgelopen vijf jaar, ziet een soort
hockeystick: een nagenoeg platte dode lijn tot de week van 13 november 2016,
met dan een bijna verticale piek in de hoogte. Zelden gebeurt het dat een zo
abstract begrip als ‘waarheid’ de inzet is van het maatschappelijke debat. Maar
is de houdbaarheidsdatum van de waarheid echt verstreken? En wat bedoelen we
precies wanneer we zeggen dat we in het post-waarheidtijdperk leven?
Een van
de evolutionaire functies van ons brein is om kennis te vergaren over de wereld
rondom ons. Daarvoor doen we overtuigingen op, op basis van zintuiglijke
prikkels en denkvermogen. Een overtuiging is als een pijl die we afvuren op de
wereld. Treffen we de roos, dan noemen we die ‘waar’. Zitten we er helemaal
naast, dan noemen we die ‘onwaar’. Dan spreken we van een illusie, verzinsel of
waanbeeld. En wat daartussenin zit, noemen we ‘een beetje waar’ of ‘bij benadering
waar’, afhankelijk van de omstandigheden. Die spreekwoordelijke pijlen vuren we
voortdurend en onwillekeurig af, zonder dat we daar bewuste controle over
hebben. Als ik door het raam kijk en vallende regendruppels zie, dan doe ik
automatisch de overtuiging op: het regent. Dat kan ik niet tegenhouden, zelfs
niet al zou ik dat willen.
Nu kunnen
we het woord ‘waarheid’ in principe wegtoveren uit dit hele verhaal, als we dat
willen. ‘Geloven dat p waar is’ wil niets meer en niets minder zeggen dan ‘geloven
dat p’. De geneste constructie ‘het is waar dat’ is eigenlijk overbodig. Dat is
de grondstelling van het minimalisme over waarheid, een filosofische theorie
die Filip Buekens verdedigt in zijn recente boek De transparantie van
waarheid. Een minimalist wil het begrip ‘waarheid’ tot zijn – laten we
zeggen – ‘ware’ proporties terugbrengen. Filosofen hebben zich er te lang blind
op gestaard: als er ergens een woord voor bestaat, denken ze, dan moet er toch
een ding mee overeenstemmen? Wat heet waarheid dan? Waar vinden we die terug?
Wat is haar ontologische statuut? Voor je het weet, gebruik je de hoofdletter W
en raak je verstrikt in een metafysisch kluwen.
Taal kan
ons verstand beheksen, zo wist Ludwig Wittgenstein. Het verschil tussen waar en
onwaar – tussen opvattingen die met de wereld stroken en zij die ermee botsen –
is eigenlijk iets doodgewoons. Het is onlosmakelijk verweven met de structuur
van ons kenapparaat. In mijn laatste boek Illusies voor gevorderden
schrijf ik voortdurend over ‘waarheid’, en het woord prijkt zelfs in mijn
ondertitel, maar in principe zou ik het hele boek kunnen herschrijven zonder
het ooit te gebruiken. (Het zou alleen omslachtiger en onleesbaar worden.)
Wegtoveren
Precies
omdat het concept ‘waarheid’ zo gewoon en alledaags is, valt er heel moeilijk
aan te ontsnappen. We kunnen het woord zelf wel wegtoveren, zoals minimalisten
betogen, maar we kunnen de geest niet uitbannen. Dat ‘waarheid’
voorbijgestreefd zou zijn, zoals de term ‘post-truth’ aangeeft, is daarom nogal
twijfelachtig, althans in de meest fundamentele zin. Natuurlijk is het mogelijk
dat we thans in een wereld leven waarin de leugen regeert, waarin meer valse
nieuwsberichten de ronde doen dan vroeger, of waarin het vertrouwen in de
traditionele bronnen van ‘waarheid’ afkalft. In zo’n wereld wordt het weliswaar
moeilijker om te achterhalen wat waar is, maar het concept zelf blijft
ongehavend. Daarvoor is het te fundamenteel.
Neem de
dwaallichten die volhouden dat 9/11 een inside job was van Bush en
kompanen, of dat klimaatopwarming een fabeltje is van groene jongens, of dat
Obama in Afrika is geboren. De meeste lezers zullen het – hopelijk – met me
eens zijn dat deze uitspraken faliekant naast de roos schieten. Het zijn
illusies, loze geruchten, verzinsels.
In één zin
zijn deze dwaallichten dus van de waarheid losgezongen. Maar in een andere zin
zijn ze net zo verknocht aan het concept ‘waarheid’ als wij allemaal. Dat zij
al die dingen geloven, wil zeggen dat ze die voor waar houden. Dat ze de
waarheid voor onwaarheid houden en vice versa. In elk geval is het probleem
niet dat zij onverschillig zijn tegenover waarheid, of dat ze niet langer
begrijpen wat het concept betekent, of dat het voor hen voorbijgestreefd is.
Niet toevallig noemen 9/11-complotdenkers zichzelf ‘The Truth Movement’, met
hoofdletter ‘T’. In hun eigen parallelle universum zijn zij de echte
waarheidsvorsers, die de leugens van de machthebbers doorprikken. Dat zijn de
pijlen die zij afvuren op de wereld – alleen zitten ze er grandioos naast.
Bullshit
Maar wat
dan met Trump? De man kraamt voortdurend flagrante leugens uit, schijnbaar op
de meest achteloze en schaamteloze wijze. ‘We hebben een president die in staat
is om in de regen te staan en te zeggen dat het een zonnige dag is’, verbaasde
de komiek John Oliver zich na de inauguratie van Trump. Dat is nog wat anders
dan complotdenkers. We kunnen het een Trumpe l’oeil noemen: een
bedrieglijke voorstelling van aantoonbare en manifeste feiten. Is het mogelijk
Trump en zijn trawanten een totaal andere opvatting van ‘waarheid’ aanhangen,
en dat die stilaan ook onze geesten besmet?
In zijn
traktaat On Bullshit maakt de filosoof Harry Frankfurt een onderscheid
tussen een leugenaar en een bullshitter. Een leugenaar is iemand die
moedwillig onwaarheden verkondigt, of althans wat hij zelf voor onwaarheid
houdt. Om te kunnen liegen, moet je je eerst een idee vormen van de waarheid,
en die vervolgens loochenen. De bullshitter daarentegen is onverschillig
tegenover de waarheid. Hij kletst maar wat uit zijn nek, op basis van wat hem
goed uitkomt, zonder zich iets van de waarheid aan te trekken.
Toen
Trump beweerde dat Vladimir Poetin een persoonlijke vriend van hem is, was dat
een doelbewuste leugen, of geloofde hij dat echt zelf? En toen hij volhield dat
er meer volk was op zijn inhuldiging dan op die van Obama? En dat de zon
bovendien scheen? Misschien spreekt er eerder een soort onverschilligheid
tegenover de waarheid uit. De bullshitter trekt zich niets aan van de waarheid,
maar kraamt gewoon uit wat zijn publiek wil horen, of wat hem goed uitkomt.
Trump heeft een ego ter grootte van Kazachstan, en omdat hij zichzelf zo
belangrijk waant, flapt hij er vaak gewoon iets uit wat in de lijn ligt van dat
zelfbeeld: dat hij de Russische president persoonlijk kent, of dat hij de
grootste mensenmassa ooit op de been bracht.
Maar de
diagnose van Trump als bullshitter is niet helemaal toereikend. Een bullshitter
trekt zich niets aan van de waarheid, maar Trump wil juist heel hard zijn eigen
waarheid tot stand brengen. Denk aan al zijn knettergekke beloftes over hoe
geweldig zijn presidentschap zal zijn. Over de
economie pochte hij bijvoorbeeld: ‘I will be the greatest jobs producer that
God ever created.’ En wie
zal de belofte over de Mexicaanse muur vergeten? In een artikel in The
Guardian schrijft de Zweedse professor Carl Cederström dat Trump sterk is
beïnvloed door Norman Vincent Peale, een Amerikaanse dominee en succesgoeroe.
Die had een erg eigenzinnige opvatting van waarheid. In zijn oppepboek The
Power of Positive Thinking schrijft Peale dat je zelf je eigen waarheid
kunt maken, als je maar hard genoeg in jezelf gelooft. De waarheid is geen
voldongen gegeven, maar iets wat je zelf naar je hand kunt zetten. Peale
koppelde daar denkoefeningen aan, een soort mantra’s die je steeds moet
herhalen, tot je zelf je eigen waarheid sticht: prayerize, visualize,
actualize.
Dat doet
denken aan de figuur van Peter Pan, het geesteskind van de Britse schrijver
J.M. Barrie. In de boeken van Barrie kan Peter Pan vliegen, om een heel
eenvoudige reden: omdat hij rotsvast gelooft dat hij dat kan. Dat is het enige
verschil, in Barries universum, tussen Peter Pan en gewone stervelingen. Indien
wij maar net zo hard geloofden in onszelf, dan zouden wij ook kunnen vliegen.
Ook Trump lijkt te geloven dat hij zijn eigen waarheid kan stichten, door zijn
succesriedeltjes.
FEIT:
Taal kan ons verstand beheksen, zo wist Ludwig Wittgenstein
Is de
waarheidsopvatting van Trump die van Peale en Peter Pan? Denkt Trump echt dat
hij zelf zijn eigen waarheden kan wensen? Niet helemaal. Zelfs The Donald zou
niet zomaar van het dak van zijn eigen Trump Tower springen. Iemand die gelooft
dat hij kan vliegen, als hij maar hard genoeg in zichzelf gelooft, die is niet
goed snik. De wereld schikt zich niet zomaar naar onze wensen. Anderzijds is de
filosofie van Peale niet helemaal uit de lucht gegrepen. Geloof kan ons geen
letterlijke vleugels geven, zoals bij Peter Pan, maar soms wel figuurlijk. Een
voorspelling kan soms in vervulling komen door je eigen geloof erin. Neem een
wielrenner die rotsvast gelooft dat hij als eerste over de eindmeet zal komen.
Dat vertrouwen in zichzelf kan hem een zodanige boost geven dat hij
daadwerkelijk de wedstrijd wint. In die zin heeft zijn geloof de waarheid zelf
tot stand gebracht. Het is alsof we, door onze pijl af te vuren, de roos zelf
kunnen verschuiven.
Natuurlijk
zijn er grenzen aan zulke zelfvervullende waarheden: geloof kan je dat extra
duwtje in de rug geven, maar het zal geen wonderen verrichten. Als je te weinig
talent hebt of te weinig getraind hebt, zal je geloof een onzachte aanvaring
met de werkelijkheid meemaken. De neiging om te geloven dat je je eigen
toekomst naar je hand kunt zetten, staat in de psychologie bekend als de
‘illusie van controle’. We hebben er allemaal wat last van, maar sommigen meer
dan anderen. Mensen die succes kenden in het zakenleven zijn er bijzonder
vatbaar voor. Ze onderschatten de toevalsfactor in hun triomftocht en schrijven
alles op hun eigen conto, waardoor ze steeds overmoediger worden.
Overmoed
kan zelfs zelfweerleggend zijn: als je je te hard inprent dat jij toch de beste
bent, kun je roekeloos worden. Een wielrenner die blaakt van zelfvertrouwen,
doet misschien niet langer de moeite om nog te trainen, of demarreert al in de
eerste kilometer van de wedstrijd, met totale uitputting tot gevolg. Peter Pan
kon blijven vliegen zolang hij in zichzelf geloofde, maar in ons universum gaat
een figuur als Trump vroeg of laat op zijn bek. De overmoed en grootspraak
beginnen zich nu te wreken. De Amerikaanse rechters floten zijn immigration
ban al herhaalde malen terug, de beloofde afschaffing van Obamacare liep
met een gigantische sisser af, en hij moest snel inbinden na de stoere praatjes
over China.
FEIT: De
bullshitter is onverschillig tegenover de waarheid
Het
gevaar van Trump is niet zozeer dat hij een andere opvatting van waarheid aanhangt
dan u en ik. Het concept ‘waarheid’ is zo funda-menteel in ons denken dat zelfs
Trump er niet aan kan ontsnappen. Het probleem is eerder dat hij een
onvervalste bullshitter is, die zich onverschillig toont over waarheden die al
vastliggen (het verleden en heden). En als het over de waarheden gaat die nog
in het verschiet liggen (de toekomst), waant Donald Trump zich een soort Peter
Pan. Hij denkt dat hij ze zelf naar zijn hand kan zetten, omdat hij lijdt aan
een extreme vorm van de ‘illusie van controle’.
De
stelling dat we in het post-truth tijdperk leven, lijkt me nogal overdreven.
Leugens, bullshitting en zelfoverschatting zijn van alle tijden. Trump
overtroeft wat dat betreft ruimschoots al zijn voorgangers, maar hij wordt er
dan ook des te harder op afgerekend. En hij brengt zelfs zijn eigen verstokte
medestanders en woordvoerders in verlegenheid. Bovendien belooft de
werkelijkheid zoete weerwraak te nemen op zijn grootheidswaan. Dat toont dat we
van de waarheid niet zo snel af raken, ook Trump niet. Vroeg of laat neemt ze
ons te grazen.
MAARTEN
BOUDRY is
auteur en wetenschapsfilosoof aan UGent. Hij doorprikt illusies, maar stelt
tegelijk de vraag of dit wel altijd verstandig is.
Het minimalisme.
Paradoxaal genoeg is dat geen minimalistisch onderwerp.
Zelf ben ik in deze nogal een aanhanger van de redundancy theory.
De theorie van de overbodigheid.
Dat betekent dat in ontstellend veel teksten heel wat overbodigheid zit.
Meestal zelfs zoveel overbodigheid dat de auteur op het einde niet meer weet wat hij in het begin geschreven heeft.
Nu kunnen we het woord ‘waarheid’ in principe wegtoveren uit dit hele verhaal, als we dat willen. ‘Geloven dat p waar is’ wil niets meer en niets minder zeggen dan ‘geloven dat p’. De geneste constructie ‘het is waar dat’ is eigenlijk overbodig. Dat is de grondstelling van het minimalisme over waarheid, een filosofische theorie die Filip Buekens verdedigt in zijn recente boek De transparantie van waarheid. Een minimalist wil het begrip ‘waarheid’ tot zijn – laten we zeggen – ‘ware’ proporties terugbrengen. Filosofen hebben zich er te lang blind op gestaard: als er ergens een woord voor bestaat, denken ze, dan moet er toch een ding mee overeenstemmen? Wat heet waarheid dan? Waar vinden we die terug? Wat is haar ontologische statuut? Voor je het weet, gebruik je de hoofdletter W en raak je verstrikt in een metafysisch kluwen.
Dat is het uitgangspunt.
In essentie is dat een relativisme.
"Ik geloof dat p waar is en jij gelooft dat niet-p waar is."
Dat wil niets meer zeggen dan "ik geloof p en jij gelooft niet-p".
Er is geen ding dat daarmee overeen stemt.
Behalve dan de werkelijkheid.
De Werkelijkheid die weerwraak neemt op je grootheidswaan.
zaterdag 6 mei 2017
Tiluck Keisam
Het onthullen van fake news.
Het lijkt wel het nieuwe journalistieke mekka geworden.
Het spreekt voor zich dat wij daar graag onze bijdrage aan leveren.
Eén van de frappantste fake news items deze week was het verhaal van het nieuwe wereldrekord limbo skating.
De kern van fake news is de miskenning van het essentiële criterium.
In dit geval spreekt men van een nieuw wereldrekord omdat het zou gaan om 145 meter.
Het criterium om de spreidstand in actie te valoriseren is echter niet de afstand, maar de tijd.
In het geval van de jonge Tiluck Keisam spreken we hier over nog geen halve minuut.
Een spreidstand in actie van och God och Here een halve minuut.
Een halve minuut ! Dan zijn Joël De Ceulaer of Maarten Boudry nauwelijks opgewarmd.
Maak kennis met de ware wereldrecord houders van de spreidstand in actie.
Joël De Ceulaer schreef een essay: kies zelf wat superieur is.
"Voor de goede orde, om elke mogelijke spraakverwarring te vermijden: de liberale democratie heeft op zich niets te maken met de liberale partij, of met het kapitalisme. De liberale democratie is simpelweg een synoniem voor de democratische rechtsstaat – omdat die gebouwd is op de rechten van het individu. Dat die democratische rechtsstaat superieur is, valt makkelijk aan te tonen.
Laten we beginnen met de
democratie: het volk bestuurt zichzelf. Een erg krakkemikkig systeem,
zoals Winston Churchill al wist, maar beter dan alle andere systemen die
tot dusver zijn uitgeprobeerd. In een plutocratie zijn alleen de rijken
aan de macht, in een aristocratie is de macht erfelijk, ook in een
oligarchie zit een elite aan de knoppen, in een dictatuur of tirannie
heeft één persoon alle macht naar zich toe getrokken. Is er iemand die
een van deze bestuursvormen, of eventueel nog een andere, superieur
vindt aan de democratie? Iemand? Eenmaal, andermaal? Verkocht! Lang leve
de democratie. Iedereen heeft een stem, en de meerderheid heeft het
voor het zeggen.
De rechtsstaat, dan. Die staat op
gespannen voet met de democratie, en dat is maar goed ook. Want als de
meerderheid het voor het zeggen heeft, loopt ieder individu en iedere
minderheid voortdurend gevaar. De meerderheid zou bijvoorbeeld kunnen
beslissen om alle mannen kleiner dan anderhalve meter te executeren, of
alle roodharige vrouwen op te sluiten, of alle moslims te verbannen.
Gelukkig maakt de rechtsstaat dat onmogelijk. In een rechtsstaat geldt
het heilige liberale principe dat ieder individu dezelfde rechten heeft,
en altijd tegen de overheid en de meerderheid moet worden beschermd.
Bon, is er iemand die een ander systeem kent dat beter is dan de
rechtsstaat? Iemand? Eenmaal, andermaal? Verkocht! Lang leve de
rechtsstaat.
En aangezien één plus één nog
altijd twee is, luidt de conclusie: de liberale democratie is superieur
aan alle andere systemen die tot dusver door de mens werden bedacht. Wat
moest worden bewezen."
De democratische rechtsstaat. Van een spreidstand gesproken.
Kiest u voor de democratie of voor de rechtsstaat?
Dat kan nog wel even duren vrees ik.
"Rutten danst op twee benen, brengt twee boodschappen tegelijkertijd, en dat maakt een helder debat moeilijk."
Zouden die twee...?
(De volle 8 minuten van Maarten Boudry zijn voor een volgende keer)
zaterdag 29 april 2017
Willem Lemmens
Zelfbeschikkingrecht.
De patiënt heeft een zelbeschikkingsrecht.
Dat betekent dat de patiënt het recht heeft om, in welbepaalde omstandigheden, zijn leven te beëindigen.
De arts heeft een zelfbeschikkingsrecht.
Dat betekent dat de arts niet door de patiënt verplicht kan worden om in te gaan op die vraag.
De instelling heeft geen zelfbeschikkingsrecht.
Dat betekent dat de instelling door de wet verplicht is in te gaan op de vraag van de patiënt.
De staat heeft beslist dat de instelling geen zelfbeschikkingsrecht heeft.
Ik zal het nog even gemakkelijker maken.
De staat, de staat als instelling, heeft beslist dat de instelling geen zelfbeschikkingsrecht heeft.
In die zin kan de staat vergeleken worden met een psychiatrische patiënt.
In hoeverre is die nog bij zinnen?
zaterdag 22 april 2017
Gwendolyn Rutten
Gwendolyn Rutten heeft een nieuw boek geschreven.
"Nieuwe vrijheid."
"Oude vrijheid in nieuwe zakken" was misschien wel een betere titel geweest.
Open Vld-voorzitster Gwendolyn Rutten verdedigt 'onze manier van leven, die zonder enige twijfel superieur is aan alle andere in de wereld'.
Volgens Rutten is vrijheid nooit voorgoed verworven. Dingen die tot voor kort vanzelfsprekend waren, worden weer in twijfel getrokken, stelt ze.
zaterdag 1 april 2017
Joke Hermsen
Een interview in de krant met Joke Hermsen naar aanleiding van haar essay "de kracht van melancholie".
We hebben thuis een slimme kat die luistert naar de naam Cava. Enfin, ze luistert niet echt. Wij luisteren naar haar. Zo staat ze elke ochtend aan de deur te miauwen om binnen gelaten te worden.
Ze geeft niet op alvorens iemand naar haar geluisterd heeft.
Nochtans, onze kat kan zelf deuren openmaken.
Het begon met de keukendeur naar de garage. Dat was een makkelijke. Ze sprong op het aanrecht en duwde dan met haar voorste poten de klink naar beneden terwijl haar achterste poten op het aanrecht bleven staan.
Een tijdje later werkte het echter ook in de omgekeerde richting. Dat was wel wat moeilijker omdat ze de deur naar zich toe moest trekken. Gelukkig stond er aan de kant van de garage een wasmachine. Op die manier kon ze zich de techniek zonder al te veel inspanning eigen maken.
Ondertussen lukt het haar om alle deuren open te maken. Er hoeft helemaal geen aanrecht of wasmachine meer naast de deur te staan. Ze springt vanop de grond naar de klink.
Ze opent elke deur, zolang het maar een binnendeur is.
Dat alles bedacht ik toen ik Joke Hermsen las.
"We zijn allemaal wezens in wording."
ZIJN !
Ik "word" er zowaar wat melancholisch van.
(slow TV, de actie begint pas na anderhalve minuut. Ik ben niet zo goed in het bewerken van die dingen. Maar ondertussen kan u rustig nadenken over de tekst)
vrijdag 17 maart 2017
Derrick Watson
Derrick Watson is de rechter die het inreisverbod voor moslims opnieuw verwerpt.
"Volgelingen van Trump mogen het kritische publiek dan wel oproepen de woorden van de president op Twitter en in de pers 'niet al te letterlijk te nemen', volgens de rechter is een letterlijke lezing van wat iemand zegt nu eenmaal de enige mogelijk interpretatie waarop men een oordeel kan bouwen - zelfs als die woorden op Twitter staan."
Dat lees ik in mijn krant. Een artikel van Hanne Vlogaert en Robin Broos.
Ik moest onmiddellijk glimlachen om die uitspraak.
Klein probleem.
Zo staat het helemaal niet in het arrest.
Het enige wat naar mijn mening in de buurt komt is dit (blz. 34 - 35)
The Government appropriately cautions that, in determining purpose, courts should not look into the “veiled psyche” and “secret motives” of government decisionmakers and may not undertake a “judicial psychoanalysis of a drafter’s heart
of hearts.” Govt. Opp’n at 40 (citingMcCreary, 545 U.S. at 862). The Government need not fear. The remarkable facts at issue here require no such impermissible inquiry. For instance, there is nothing “veiled” about this press release: “Donald J. Trump is calling for a total and complete shutdown of Muslims entering the United States.[]” SAC ¶ 38, Ex. 6 (Press Release, Donald J. Trump for President, Donald J. Trump Statement on Preventing Muslim Immigration (Dec. 7,
2015), available at https://goo.gl/D3OdJJ)). Nor is there anything “secret” about the Executive’s motive specific to the issuance of the Executive Order: Rudolph Giuliani explained on television how the Executive Order came to be. He said: “When [Mr. Trump] first announced it, he said, ‘Muslim ban.’ He called me up. He said, ‘Put a commission together. Show me the right way to do it legally.
Kan bezwaarlijk een letterlijke lezing genoemd worden.
zaterdag 11 maart 2017
Frederik van Eeden
Tinneke Beeckman schreef vandaag een opinie in de Standaard onder de titel "Niets is geheel waar, en zelfs dat niet."
http://www.standaard.be/cnt/dmf20170310_02774518
Er overviel me een waar dilemma.
Enerzijds zit dit artikel onder de hoofding "opinies". Dat deed vermoeden dat het artikel niets meer zou zijn dan, wel ja, een opinie. Dertien in een dozijn.
Anderzijds zit dit artikel achter de betaalmuur. Vermits de waarheid wel degelijk een kostbaar goed is, zou het dus best wel kunnen dat er een deel van waarheid zou in terug gevonden kunnen worden. Niet de gehele waarheid weliswaar, maar toch.
Ik besloot het zekere voor het onzekere te nemen en fietste gezwind naar de bibliotheek om de krant te lezen.
Yep, dertien in een dozijn.
De titel was wel de moeite om te lezen.
Hij werd zelfs vereeuwigd in steen.
Niets is geheel waar, en zelfs dat niet.
Frederik van Eeden.
En hier wordt mijn dag wel weer goedgemaakt.
Ik kende eigenlijk alleen het aforisme van Multatuli uit zijn Ideën.
Misschien is niets geheel waar, en zelfs dat niet.
(Let vooral op de "misschien")
Voorlopig (let vooral op "voorlopig") weet ik niet waar ik het aforisme van Frederik van Eeden kan terug vinden. Behalve dan op die ene gevel.
En dat maakt mijn dag ongelooflijk goed.
Een verkeerde auteur onder de uitspraak "Niets is geheel waar, en zelfs dat niet."
Ik fiets stante pede nog even terug naar de bib.
Het zou toch geweldig zijn moest blijken dat Tinneke Beeckman het artikel niet zou geschreven hebben!
dinsdag 28 februari 2017
De doordenker
De beste doordenker is nog niet doordacht.
‘De mensen’ hebben niet altijd gelijk. Het gebruik alleen van de term ‘de mensen’ doet het individu oneer aan. ‘De mensen’ bestaan niet;
Karel De Gucht in "Ketterijen".
(Belangrijk om te onthouden: "het individu" moet je alvast niet gaan zoeken onder de mensen, want die bestaan niet)
Abonneren op:
Posts (Atom)

