maandag 4 maart 2013
Winston Smith
For whom, it suddenly occurred to him to wonder, was he writing this diary?
For the future, for the unborn. His mind hovered for a moment round the
doubtful date on the page, and then fetched up with a bump against the
Newspeak word DOUBLETHINK. For the first time the magnitude of what he had
undertaken came home to him. How could you communicate with the future? It
was of its nature impossible. Either the future would resemble the present,
in which case it would not listen to him: or it would be different from it,
and his predicament would be meaningless.
("1984", part 1, chapter 1)
http://gutenberg.net.au/ebooks01/0100021.txt
zondag 3 maart 2013
George Orwell
1984.
Een vreemd boek toch.
Wat zijn immers de "feiten" in dit boek?
Er is een totalitaire staat en er is een individu (Winston) die tegen de Partij is.
En op het eind is er de capitulatie van het individu.
Een vreemde capitulatie, een vrijwillige onderwerping aan de totalitaire staat, een liefdesverklaring aan de totalitaire staat.
"He gazed up at the enormous face. Forty years it had taken him to learn
what kind of smile was hidden beneath the dark moustache. O cruel, needless
misunderstanding! O stubborn, self-willed exile from the loving breast!
Two gin-scented tears trickled down the sides of his nose. But it was all
right, everything was all right, the struggle was finished. He had won
the victory over himself. He loved Big Brother".
"Freedom is the freedom to say that two plus two make four. If that is
granted, all else follows." zegt Winston in zijn strijd tegen de partij.
Maar op het eind:
The spasm passed. He put the white knight back in its place, but for the
moment he could not settle down to serious study of the chess problem.
His thoughts wandered again. Almost unconsciously he traced with his
finger in the dust on the table:
2+2=5
De Partij is er in geslaagd om in zijn hoofd te kruipen.
Het boek waarschuwt ons voor de gevaren van een totalitaire staat.
Prachtige zin is dat.
Het boek waarschuwt ons voor de gevaren van een totalitaite staat.
Mooi voorbeeld van "collectief solipsisme"
Winston shrank back upon the bed. Whatever he said, the swift answer
crushed him like a bludgeon. And yet he knew, he KNEW, that he was in the
right. The belief that nothing exists outside your own mind--surely there
must be some way of demonstrating that it was false? Had it not been
exposed long ago as a fallacy? There was even a name for it, which he
had forgotten. A faint smile twitched the corners of O'Brien's mouth as
he looked down at him.
'I told you, Winston,' he said, 'that metaphysics is not your strong
point. The word you are trying to think of is solipsism. But you are
mistaken. This is not solipsism. Collective solipsism, if you like. But
that is a different thing: in fact, the opposite thing.
(deel 3, hoofdstuk 3)
Wat is een totalitaire staat?
Wanneer is de staat totalitair?
En wie beslist dat?
zaterdag 2 maart 2013
Thomas Decreus
Ja, ze kan prikken, die revolutie.
Maar dan moet ze er wel over waken niet in de val van de politieke geslachtloosheid te trappen. Dat loert om de hoek met leuzen als ni état ni marché.
"Je raakt fundamenteel nooit voorbij de tweedeling links-rechts", zegt Decreus.
"De piratenpartij is er op gekapseisd. Op een gegeven momnet moet je kiezen. Bepe Grillo zegt ook: "ik ben links noch rechts, alleen goede ideeën tellen".
Maar wat is een goed idee?
Ga je voor meer markt of voor meer solidariteit?"
Het toeval wil, nu ja , wat heet"toeval", dat ik 1984 van George Orwell aan het lezen ben.
Beetje geïnspireerd door Wittgenstein als u het mij vraagt.
http://gutenberg.net.au/ebooks01/0100021.txt
'It's a beautiful thing, the destruction of words. Of course the great
wastage is in the verbs and adjectives, but there are hundreds of nouns
that can be got rid of as well. It isn't only the synonyms; there are also
the antonyms. After all, what justification is there for a word which is
simply the opposite of some other word? A word contains its opposite in
itself. Take "good", for instance. If you have a word like "good", what
need is there for a word like "bad"? "Ungood" will do just as well--better,
because it's an exact opposite, which the other is not.
(part 1, chapter 5)
Ga je voor meer markt of voor meer onmarkt?
Ga je voor meer solidariteit of voor meer onsolidariteit?
maandag 25 februari 2013
Tinneke Beeckman
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20130224_00481732
Wat is dat toch tegenwoordig? De media staan bol van meningen over politiek, zonder fair opgebouwde argumenten, zonder verwijzing naar feiten. Ook beschuldigingen van leugens en bedrog gaan over en weer. Zonder dat bewijzen en feiten die beschuldigingen beslechten. Wat dat altijd zo? Is het gebrek aan echt debat een gevolg van commercialisering, of van sociale media? Deels ongetwijfeld wel. Maar meningen lijken te volstaan omdat het waarheidscriterium zelf lijkt te hebben afgedaan. En hieraan hebben postmoderne intellectuelen aardig meegewerkt: de afgelopen twintig jaar hebben ze de waarheid dood verklaard, zonder stil te staan bij de politieke gevolgen. Maar het politieke kan niet zonder waarachtigheid.
‘Niemand kan waarheid claimen.' ‘Ieder heeft zijn discours.' ‘De camera liegt altijd een beetje.' ‘Grote Verhalen zijn voorbij.' Verdedigers van de liberale democratie koppelden precies deze ontkenning van de waarheid aan democratie. De filosoof Richard Rorty, bijvoorbeeld: eeuwenlang hebben filosofen zich beziggehouden met de ‘Waarheid', van Plato tot Nietzsche en Heidegger. Laten we niet langer naar waarheid zoeken, maar ons met democratie en solidariteit bezighouden. Liberale democratie garandeert vrije meningsuiting. Je hebt dus de vrijheid om te zeggen wat je gelooft, en dat is het belangrijkste.
De Britse ethicus Bernard Williams zag de gevaren van die houding heel scherp. Zelfs al is aanspraak maken op de ‘Waarheid' onmogelijk, toch blijft waarachtigheid fundamenteel. Want wie de waarheid overboord gooit om te scoren met het eigen gelijk, maakt geen onderscheid meer tussen een eerlijk debat en retorische kneepjes, tussen waarheid en fictie. Williams geeft graag toe dat je de werkelijkheid niet helemaal kan weergeven zoals ze is. Maar er zijn wel meer of minder waarachtige documentaires, meer of minder waarachtige interviews, meer of minder waarachtige standpunten.
Leven in een democratie hangt zelfs af van die waarachtigheid. Het ontmenselijkende van de dictatuur bestaat er juist in dat mensen overtuigd raken van manifest foute informatie. In 1984 laat George Orwell het hoofdpersonage Winston zeggen dat politieke vrijheid erin bestaat dat twee plus twee vier is. ‘Als deze uitspraak mag, is alles mogelijk.' Volgens Rorty onthult de passage hoe belangrijk het is dat je kan zeggen wat je gelooft, terwijl de waarheid van de boodschap er niet toe doet. Maar Williams meent dat het wel uitmaakt dat de informatie ook klopt, dat twee plus twee nooit vijf is.
Williams stelt in Truth and Truthfulness dan twee deugden van waarachtigheid voor: sincerity , oprechtheid, en accuracy , nauwkeurigheid. Wie zich in het publieke debat over politiek uitspreekt, zoals politici, journalisten, filosofen, economen, opiniemakers, kan die deugden dan als leidraad nemen. Waarheid heeft te maken met vertrouwen, met betrouwbaarheid. Oprecht spreken betekent communiceren op een eerlijke manier. Nauwkeurigheid slaat op een passie, op het verlangen het juiste te zeggen, volgens de juiste onderzoeksmethode. Nauwkeurigheid als deugd betreft een houding, een gewoonte zelfs, ook om zelfbedrog en wishful thinking te onderzoeken. Liever feiten dan meningen, zelfs al zijn ze onaangenaam.
Tijd en middelen zijn altijd beperkt. Dan blijft de vraag: ben ik oprecht genoeg? Heb ik voldoende onderzocht? Druk ik me correct genoeg uit? Een stuk dat begint met ‘ik heb de indruk dat', of gebouwd is op ‘zou'-constructies mist feitelijke grond.
Oprechtheid en nauwkeurigheid zijn een innerlijke richtlijn. Williams wil een intrinsiek streven naar waarheid herwinnen: wie alleen instrumenteel omgaat met meningen – dus om een effect te bereiken – ondermijnt de waarachtigheid die nodig is om een fair debat te creëren. Maar volgens Williams appreciëren we wie wel intrinsiek waarachtig spreekt het meest. Tenslotte, wie waardeert het spektakel van meningen zoals we dat in de media te zien krijgen echt?
"Maar er zijn wel meer of minder waarachtige documentaires, meer of minder waarachtige interviews, meer of minder waarachtige standpunten."
Dat is een stelling waar naar mijn mening geen argumenten worden voor aangedragen.
Wat is dat toch tegenwoordig?
"Williams geeft graag toe dat je de werkelijkheid niet helemaal kan weergeven zoals ze is."
Nog onafgezien van het "feit" (die postmoderne intellectuelen toch ook!) dat mij dit eerder een getuige à charge lijkt dan een getuige à décharge blijven we met het problematische "gegeven" zitten dat het hier een "argumentum ad verecundiam" betreft.
U mag me uiteraard altijd tegenspreken.
Behalve dan op deze manier:
"De Britse ethicus Bernard Williams zag de gevaren van die houding heel scherp."
Dat lijkt me namelijk een schoolvoorbeeld van een "ad consequentiam", "Een drogredenering met het oog op de consequenties. Men beargumenteert dat een stelling waar of juist onwaar is, omdat het tegendeel nadelige consequenties zou hebben."
Ik denk dat ik "1984" nog eens opnieuw ga lezen.
Kwestie van een "beargumenteerd" stuk te schrijven over het aangehaalde citaat "politieke vrijheid bestaat erin dat twee plus twee vier is."
“Freedom is the freedom to say 2+2=4.”
Al moet ik eerlijk toegeven dat ik op zoek zal gaan naar datgene wat ik zoek.
(“The best books... are those that tell you what you know already.”)
“Freedom is the right to tell people what they do not want to hear.” is meer mijn motto.
Al weet ik niet meer wie dat ooit zei.
Datgene wat u niet wil horen.
Zoiets als “Reality exists in the human mind, and nowhere else" bijvoorbeeld.
Of "Het ontmenselijkende van de dictatuur bestaat er juist in dat mensen overtuigd raken van manifest juiste informatie."
Enfin, eerst dat boekje lezen.
In afwachting alvast het volgende:
"Williams geeft graag toe dat je de werkelijkheid niet helemaal kan weergeven zoals ze is. Maar er zijn wel meer of minder waarachtige documentaires, meer of minder waarachtige interviews, meer of minder waarachtige standpunten."
Dat doet me denken aan:
"All animals are equal. But some animals are more equal than others."
Je kan niet op "zwart" en "wit" tegelijk inzetten. Slechts één van beide is juist. Dat is het wezen van logica.
Faites vos jeux, rien ne va plus.
To be continued...
De Britse ethicus Bernard Williams zag de gevaren van die houding heel scherp. Zelfs al is aanspraak maken op de ‘Waarheid' onmogelijk, toch blijft waarachtigheid fundamenteel. Want wie de waarheid overboord gooit om te scoren met het eigen gelijk, maakt geen onderscheid meer tussen een eerlijk debat en retorische kneepjes, tussen waarheid en fictie. Williams geeft graag toe dat je de werkelijkheid niet helemaal kan weergeven zoals ze is. Maar er zijn wel meer of minder waarachtige documentaires, meer of minder waarachtige interviews, meer of minder waarachtige standpunten.
Leven in een democratie hangt zelfs af van die waarachtigheid. Het ontmenselijkende van de dictatuur bestaat er juist in dat mensen overtuigd raken van manifest foute informatie. In 1984 laat George Orwell het hoofdpersonage Winston zeggen dat politieke vrijheid erin bestaat dat twee plus twee vier is. ‘Als deze uitspraak mag, is alles mogelijk.' Volgens Rorty onthult de passage hoe belangrijk het is dat je kan zeggen wat je gelooft, terwijl de waarheid van de boodschap er niet toe doet. Maar Williams meent dat het wel uitmaakt dat de informatie ook klopt, dat twee plus twee nooit vijf is.
Williams stelt in Truth and Truthfulness dan twee deugden van waarachtigheid voor: sincerity , oprechtheid, en accuracy , nauwkeurigheid. Wie zich in het publieke debat over politiek uitspreekt, zoals politici, journalisten, filosofen, economen, opiniemakers, kan die deugden dan als leidraad nemen. Waarheid heeft te maken met vertrouwen, met betrouwbaarheid. Oprecht spreken betekent communiceren op een eerlijke manier. Nauwkeurigheid slaat op een passie, op het verlangen het juiste te zeggen, volgens de juiste onderzoeksmethode. Nauwkeurigheid als deugd betreft een houding, een gewoonte zelfs, ook om zelfbedrog en wishful thinking te onderzoeken. Liever feiten dan meningen, zelfs al zijn ze onaangenaam.
Tijd en middelen zijn altijd beperkt. Dan blijft de vraag: ben ik oprecht genoeg? Heb ik voldoende onderzocht? Druk ik me correct genoeg uit? Een stuk dat begint met ‘ik heb de indruk dat', of gebouwd is op ‘zou'-constructies mist feitelijke grond.
Oprechtheid en nauwkeurigheid zijn een innerlijke richtlijn. Williams wil een intrinsiek streven naar waarheid herwinnen: wie alleen instrumenteel omgaat met meningen – dus om een effect te bereiken – ondermijnt de waarachtigheid die nodig is om een fair debat te creëren. Maar volgens Williams appreciëren we wie wel intrinsiek waarachtig spreekt het meest. Tenslotte, wie waardeert het spektakel van meningen zoals we dat in de media te zien krijgen echt?
"Maar er zijn wel meer of minder waarachtige documentaires, meer of minder waarachtige interviews, meer of minder waarachtige standpunten."
Dat is een stelling waar naar mijn mening geen argumenten worden voor aangedragen.
Wat is dat toch tegenwoordig?
"Williams geeft graag toe dat je de werkelijkheid niet helemaal kan weergeven zoals ze is."
Nog onafgezien van het "feit" (die postmoderne intellectuelen toch ook!) dat mij dit eerder een getuige à charge lijkt dan een getuige à décharge blijven we met het problematische "gegeven" zitten dat het hier een "argumentum ad verecundiam" betreft.
U mag me uiteraard altijd tegenspreken.
Behalve dan op deze manier:
"De Britse ethicus Bernard Williams zag de gevaren van die houding heel scherp."
Dat lijkt me namelijk een schoolvoorbeeld van een "ad consequentiam", "Een drogredenering met het oog op de consequenties. Men beargumenteert dat een stelling waar of juist onwaar is, omdat het tegendeel nadelige consequenties zou hebben."
Ik denk dat ik "1984" nog eens opnieuw ga lezen.
Kwestie van een "beargumenteerd" stuk te schrijven over het aangehaalde citaat "politieke vrijheid bestaat erin dat twee plus twee vier is."
“Freedom is the freedom to say 2+2=4.”
Al moet ik eerlijk toegeven dat ik op zoek zal gaan naar datgene wat ik zoek.
(“The best books... are those that tell you what you know already.”)
“Freedom is the right to tell people what they do not want to hear.” is meer mijn motto.
Al weet ik niet meer wie dat ooit zei.
Datgene wat u niet wil horen.
Zoiets als “Reality exists in the human mind, and nowhere else" bijvoorbeeld.
Of "Het ontmenselijkende van de dictatuur bestaat er juist in dat mensen overtuigd raken van manifest juiste informatie."
Enfin, eerst dat boekje lezen.
In afwachting alvast het volgende:
"Williams geeft graag toe dat je de werkelijkheid niet helemaal kan weergeven zoals ze is. Maar er zijn wel meer of minder waarachtige documentaires, meer of minder waarachtige interviews, meer of minder waarachtige standpunten."
Dat doet me denken aan:
"All animals are equal. But some animals are more equal than others."
Je kan niet op "zwart" en "wit" tegelijk inzetten. Slechts één van beide is juist. Dat is het wezen van logica.
Faites vos jeux, rien ne va plus.
To be continued...
Pedro De Bruyckere
Mensen schrijven al eens een boek.
Jawel, dat gebeurt.
Jongens zijn slimmer dan meisjes
en andere mythes over leren en onderwijs.
Mythe is een speciaal woord.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Mythe
Mythe (Grieks: mythos; μυθος) betekende oorspronkelijk in het Grieks gesproken woord, verhaal. De betekenis is afhankelijk van de context:
- In de tijd van Homerus kreeg het woord mythe de betekenis die als hoofdbetekenis moet worden gezien: heilig, overgeleverd verhaal van een volk over zijn herkomst en godsdienst.
- Vanaf het einde van de 19e eeuw wordt het begrip mythe gehanteerd binnen wetenschappen als de psychologie, culturele antropologie en de historische sociologie in een andere betekenis: een verhaal met een louterende werking dat een diepe waarheid over het menselijk bestaan uitdrukt, bijvoorbeeld door uitbeelding te geven aan een archetype.
- Het woord mythe wordt in het dagelijks spraakgebruik vaak ten onrechte verstaan als fictie, iets dat nooit gebeurd is, een verzonnen verhaal. Een mythe wordt echter vaak opgevat als een zinrijk, betekenisvol en zelfs rëeel verhaal, al bevat de vertelling vele elementen die niet rëeel zijn in letterlijke of historische zin. In dit verband zei Mircea Eliade, een godsdiensthistoricus, hierover ooit: "Myths tell only of that which really happened."
Een heilig verhaal.
Is dat heilig?
Of is het een verhaal?
Geen wonder dat een mens het op de lange duur niet meer weet.
Jongens zijn beter dan meisjes in wiskunde.
Een hardnekkige mythe waarvoor geen bewijs bestaat.
Het is hooguit een self-fulfilling prophecy.
Meisjes worden geacht slechter te zijn en presteren daardoor minder goed.
woensdag 20 februari 2013
Antisthenes
ééntje uit de oude doos:
Vertrouw niemand, ook geen moslim
WIE DURFT DE ISLAM NOG TE BELEDIGEN?
Niet de minaretten, slachtmethodes of kledingvoorschriften zijn het probleem, het probleem is volgens PATRICK DE WITTE religie. Vooral als de belijders van die religie niet tegen kritiek kunnen, of hun voorschriften aan anderen willen opdringen.
De meest pertinente opmerking in de stortvloed van heftige pro- en contrareacties op het Zwitsers minarettenverbod is volgens mij: ‘Links-progressieven hebben jarenlang furieus van leer getrokken tegen de katholieke kerk maar voor de islam leggen ze nu al een hele tijd een wel heel opvallend groot begrip aan de dag.' Dat is ontegensprekelijk en spijtig genoeg waar.
De reden is overigens eenvoudig: we zijn natuurlijk niet gek. Katholieken — maar dat geldt ook voor boeddhisten, getuigen van Jehova, hindoes of satanisten — schrijven hoogstens een bol van verontwaardiging staande brief naar een krant. Moslims hebben de neiging zichzelf op te blazen in uw onmiddellijke nabijheid. Als ze u tenminste niet met een slagersmes onthoofden. Voor een camera, zodat het op JazeeraTube kan worden getoond om alle andere ongelovige honden jankend van angst terug in hun mand te jagen. Het is trouwens lang geleden dat we nog eens zo'n arme drommel op de knieën hebben zien zitten, smekend om zijn leven, terwijl zes gemaskerde en gewapende schoften achter hem klaar staan om hem op gruwelijke wijze een kopje kleiner te maken. Dát was pas boeiende televisie.
En vooraleer u op hoge poten reageert, Kristien Hemmerechts et les autres: kom alstublieft niet aanzetten met ‘u scheert alle moslims over dezelfde kam, slechts een héél klein percentage zijn gevaarlijke fundamentalisten'. Dat is namelijk hetzelfde als tegen een patiënt zeggen: uw kanker is maar een béétje uitgezaaid. Zoals men niet een klein beetje zwanger kan zijn, zo kan men niet een klein beetje opgeblazen, neergeschoten, door een brandbom getroffen of onthoofd worden.
Ik rekende me zonet voor het gemak bij de links-progressieven maar eigenlijk ben ik het een noch het andere. Ik ben in de eerste plaats een hardcore militant lid van de door Bill Hicks in het leven geroepen internationale ‘People Who Hate People Party'. U vindt ons op Facebook. Het komt hierop neer: ik vind iederéén een klootzak. Inclusief mezelf. Mijn opa die twee wereldoorlogen heeft overleefd en ‘den mensch' zoals hij ons ras omschreef dus goed heeft leren kennen, drukte me meer dan een keer op het hart: ‘Eigenlijk mag men niets of niemand vertrouwen, zelfs uw eigen gat niet, want het zal u ook beschijten'. Good point, beautifully made, zouden de Britten zeggen.
Toegegeven, een klootzak die mij zijn geloof of cultuur wil opdringen — wat in het geval van de moslims krek hetzelfde is, laten we daar alstublieft geen discussie meer aan wijden (... kijk om u heen... lees de krant... bekijk het journaal... klaar, we zijn het eens) — vind ik een nog iets kloteriger zak dan alle anderen.
Dat betekent hoegenaamd niet dat ik ‘rechts' ben. Het zegt louter dat ik niet onbesuisd en ongeïnformeerd een ver doorgedreven cultuurrelativisme ben toegedaan.
Waar ik mij rechthartig laat op voorstaan is dat ik een grondige afkeer heb van alles wat met religie te maken heeft, van welke strekking ook. Ik vind dat mensen die zich beroemen op hun religiositeit het verdienen om het voorwerp van aanhoudende spot en hoon te zijn. Voelt u zich hierdoor beledigd? Et alors? Zoals de voortreffelijke Australiër Steve Hughes al zei: ‘Er gebeurt volstrekt níets als iemand zich beledigd voelt. Het is niet dat er 's anderendaags naar de politie wordt gebeld met: gisteren werden mijn gevoelens gekwetst en vanmorgen had ik lepra. Je wil in een democratie leven en verwacht dat uw gevoelens ten alle tijde zullen gespaard worden? Wel, je bent een idioot!'
Dat is de nagel op de kop van een andere nagel die zo-even heel hard en trefzeker ook al op de kop is geslagen. Het is namelijk kiezen of delen: democratie, vrije meningsuiting en gelijke kansen voor iedereen, inclusief de kans om zich beledigd of tekortgedaan te voelen... of theocratie.
Vooraleer u op hoge poten reageert, Kristien Hemmerechts et les autres: welzeker ben ik er van overtuigd dat godsdienstvrijheid, wederzijds respect voor andermans religieuze overtuiging en inlevingsvermogen schone en humane principes zijn die zonder twijfel in een gezonde democratie thuishoren. Maar momenteel worden die fel bevochten vrijheden door moslims overal ter wereld misbruikt om diezelfde gezonde democratie te ondermijnen. Dat Luckas Vander Taelen door moslims wordt bespuugd in Brussel is, behalve uiteraard voor Luckas Vander Taelen, weinig meer dan een onfortuinlijk voorvalletje. Dat moslimgelovigen eisen dat de rest van de wereld zich aan hen aanpast inzake — en ik doe slechts een voor de hand liggende greep uit het ruime aanbod — vrije meningsuiting, vestimentaire voorschriften op school, slachtwijzen, zwembadetikette, de scheiding tussen kerk en staat, de omgang tussen mannen en vrouwen en nu ook ruimtelijke ordening in Zwitserland, dat is andere koek. Deze onrustbarende evolutie erkennen en bijgevolg de ruggengraatloze reactie van sommige prominente ongelovigen zorgwekkend vinden heeft totaal niets met xenofobie te maken. Laat ik wat dat betreft niet verkeerd begrepen worden: xenofobie is volgens mij maar voor één ding goed, namelijk om punten te scoren bij een spelletje Scrabble.
Nee, het pijnpunt is religie. Religiositeit is niets meer dan goed georganiseerde angst. Angst om onbetekenend te zijn in het allesverblindende licht der eeuwigheid. Angst voor de dood dus. Gelovigen, in welke leer dan ook, hebben één ding gemeen: ze willen het niet geweten hebben dat de mens in wezen slechts een capricieus bewustzijn met een ruggengraat is. Een klootzak, quoi.
Zoals uw,
(pdw)
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=7S2J5CR3
Het inspireerde mij destijds.
Vertrouw niets, ook geen column
(pdw) is niet meer.
De zelfverklaarde cynicus is niet meer.
Het cynisme is niet meer, de logica is niet meer.
Het enige wat rest:
Ik zie mijn vrouw en mijn kinderen graag.
Zelf dacht hij dat hij sprekend op Pete Townshend leek. Maar wanneer die legendarische en molenwiekende lead-gitarist van de modgroep The Who drie Duvels op had, wilde hij ook wel eens claimen dat hij de drummer was geweest van The Misters, een postpunkensemble uit Tervuren dat in 1978 heel even bijna beroemd was.
Patrick De Witte was rock-'n-roll gescheten. Helemaal opgetrokken uit straatcredibiliteit en als daar af en toe een grote muil bij hoorde, dan was dat maar zo. Die grote muil was toch niets anders dan een ventiel voor zijn groot hart, dat hem nu, als ik het goed begrijp, fataal geworden is.
Fuck, (pdw), zeg toch alstublieft dat het niet waar is en dat het een van je talrijke flauwe grappen is, die je volgens mij in een onuitputtelijk steekkaartensysteem had zitten en die je te pas, en soms ook te onpas, met de grootst mogelijke graagte bovenhaalde.
Je zag je vrouw en kinderen graag, heb je me eens gezegd in het Brusselse café Le Coq, toen je twijfelde aan je talent als journalist en er eigenlijk mee wilde ophouden. Je had me om raad gevraagd. Of ik dacht dat jij dat kon. Of ik dacht dat jij serieus mocht overwegen om van schrijven je vak te maken. Toen vroeg ik: "Wat vind je belangrijk in het leven?" En toen zei jij: "Ik zie mijn vrouw en mijn kinderen graag."
'Touch of genius'
Patrick De Witte kon drummen én schrijven. Dat kun je van Dostojevski bijvoorbeeld al niet zeggen.
Maar hij had vooral een groot talent voor enthousiasme. Laat ons een plaat maken! Laat ons een programma maken! Laat ons een tijdschrift maken! Dat soort enthousiasme.
En nog beter: daarna deed hij dat ook. En wat dan volgde, was niet de beste plaat van de wereld, niet het beste programma van de wereld, niet het beste tijdschrift van de wereld. Maar wel voor hem. Op dat moment. En dat was ook zo. Op dat moment.
Toch was er af en toe een touch of genius.
Damiaan De Schrijver als de Plantman in Kijk eens op de doos, dat kwam uit die langwerpige koker van (pdw) en dat was er ook écht voor 150 procent op.
Net zoals ik die hele Canvasreeks uit 2002 bijzonder grappig vond toen ik ze vorig voorjaar tijdens een gelukkige heruitzending aandachtig bekeek en niets anders kon dan vaststellen dat ze destijds haar tijd ver vooruit was.
Nu, zijn tijd ver vooruit zijn is iets waar (pdw) volgens de laatste berichten erg goed in was.
Er zijn veel redenen om hem te gedenken maar het mooiste van al vond ik toch een man die in het lelijkste café ter wereld tegen mij zei dat hij zijn vrouw en zijn kinderen graag zag.
Fuck, (pdw).
En wat stond er nu eigenlijk op die doos?
http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1582579/2013/02/20/Wat-stond-er-nu-eigenlijk-op-die-doos-Patrick.dhtml
Het cynisme.
"De filosofie werd door Antisthenes, een leerling van Socrates, gesticht te Athene. Het cynisme als leer was geïnspireerd op de Socratische theorie: kennis is wijsheid. Men wees dan ook het streven naar luxe, bezit of geld af. De aanhangers van deze opvatting waren ervan overtuigd dat het afzweren van deze zaken de enige manier was om wijs te zijn, wat uiteraard leidde tot een vervreemding van de toenmalige maatschappij, die vooral om bezit, roem en geld draaide."
http://nl.wikipedia.org/wiki/Cynisme_(filosofie)
Ook toevallig:
Wie zich, al dan niet geveinsd, zorgen maakt over de ‘ziel' van het ACW, kijkt maar beter wat verder dan de ellende waarin de christelijke arbeidersbeweging zich nu heeft gewerkt. Want die heeft een verklaring, van de crash van het Arco-imperium, via het dispuut over het statuut van de Arco-coöperanten en de Dexia-winstbewijzen, tot de heisa rond de fiscale omgang met de opbrengsten ervan.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Diogenes_van_Sinope
De reden is overigens eenvoudig: we zijn natuurlijk niet gek. Katholieken — maar dat geldt ook voor boeddhisten, getuigen van Jehova, hindoes of satanisten — schrijven hoogstens een bol van verontwaardiging staande brief naar een krant. Moslims hebben de neiging zichzelf op te blazen in uw onmiddellijke nabijheid. Als ze u tenminste niet met een slagersmes onthoofden. Voor een camera, zodat het op JazeeraTube kan worden getoond om alle andere ongelovige honden jankend van angst terug in hun mand te jagen. Het is trouwens lang geleden dat we nog eens zo'n arme drommel op de knieën hebben zien zitten, smekend om zijn leven, terwijl zes gemaskerde en gewapende schoften achter hem klaar staan om hem op gruwelijke wijze een kopje kleiner te maken. Dát was pas boeiende televisie.
En vooraleer u op hoge poten reageert, Kristien Hemmerechts et les autres: kom alstublieft niet aanzetten met ‘u scheert alle moslims over dezelfde kam, slechts een héél klein percentage zijn gevaarlijke fundamentalisten'. Dat is namelijk hetzelfde als tegen een patiënt zeggen: uw kanker is maar een béétje uitgezaaid. Zoals men niet een klein beetje zwanger kan zijn, zo kan men niet een klein beetje opgeblazen, neergeschoten, door een brandbom getroffen of onthoofd worden.
Ik rekende me zonet voor het gemak bij de links-progressieven maar eigenlijk ben ik het een noch het andere. Ik ben in de eerste plaats een hardcore militant lid van de door Bill Hicks in het leven geroepen internationale ‘People Who Hate People Party'. U vindt ons op Facebook. Het komt hierop neer: ik vind iederéén een klootzak. Inclusief mezelf. Mijn opa die twee wereldoorlogen heeft overleefd en ‘den mensch' zoals hij ons ras omschreef dus goed heeft leren kennen, drukte me meer dan een keer op het hart: ‘Eigenlijk mag men niets of niemand vertrouwen, zelfs uw eigen gat niet, want het zal u ook beschijten'. Good point, beautifully made, zouden de Britten zeggen.
Toegegeven, een klootzak die mij zijn geloof of cultuur wil opdringen — wat in het geval van de moslims krek hetzelfde is, laten we daar alstublieft geen discussie meer aan wijden (... kijk om u heen... lees de krant... bekijk het journaal... klaar, we zijn het eens) — vind ik een nog iets kloteriger zak dan alle anderen.
Dat betekent hoegenaamd niet dat ik ‘rechts' ben. Het zegt louter dat ik niet onbesuisd en ongeïnformeerd een ver doorgedreven cultuurrelativisme ben toegedaan.
Waar ik mij rechthartig laat op voorstaan is dat ik een grondige afkeer heb van alles wat met religie te maken heeft, van welke strekking ook. Ik vind dat mensen die zich beroemen op hun religiositeit het verdienen om het voorwerp van aanhoudende spot en hoon te zijn. Voelt u zich hierdoor beledigd? Et alors? Zoals de voortreffelijke Australiër Steve Hughes al zei: ‘Er gebeurt volstrekt níets als iemand zich beledigd voelt. Het is niet dat er 's anderendaags naar de politie wordt gebeld met: gisteren werden mijn gevoelens gekwetst en vanmorgen had ik lepra. Je wil in een democratie leven en verwacht dat uw gevoelens ten alle tijde zullen gespaard worden? Wel, je bent een idioot!'
Dat is de nagel op de kop van een andere nagel die zo-even heel hard en trefzeker ook al op de kop is geslagen. Het is namelijk kiezen of delen: democratie, vrije meningsuiting en gelijke kansen voor iedereen, inclusief de kans om zich beledigd of tekortgedaan te voelen... of theocratie.
Vooraleer u op hoge poten reageert, Kristien Hemmerechts et les autres: welzeker ben ik er van overtuigd dat godsdienstvrijheid, wederzijds respect voor andermans religieuze overtuiging en inlevingsvermogen schone en humane principes zijn die zonder twijfel in een gezonde democratie thuishoren. Maar momenteel worden die fel bevochten vrijheden door moslims overal ter wereld misbruikt om diezelfde gezonde democratie te ondermijnen. Dat Luckas Vander Taelen door moslims wordt bespuugd in Brussel is, behalve uiteraard voor Luckas Vander Taelen, weinig meer dan een onfortuinlijk voorvalletje. Dat moslimgelovigen eisen dat de rest van de wereld zich aan hen aanpast inzake — en ik doe slechts een voor de hand liggende greep uit het ruime aanbod — vrije meningsuiting, vestimentaire voorschriften op school, slachtwijzen, zwembadetikette, de scheiding tussen kerk en staat, de omgang tussen mannen en vrouwen en nu ook ruimtelijke ordening in Zwitserland, dat is andere koek. Deze onrustbarende evolutie erkennen en bijgevolg de ruggengraatloze reactie van sommige prominente ongelovigen zorgwekkend vinden heeft totaal niets met xenofobie te maken. Laat ik wat dat betreft niet verkeerd begrepen worden: xenofobie is volgens mij maar voor één ding goed, namelijk om punten te scoren bij een spelletje Scrabble.
Nee, het pijnpunt is religie. Religiositeit is niets meer dan goed georganiseerde angst. Angst om onbetekenend te zijn in het allesverblindende licht der eeuwigheid. Angst voor de dood dus. Gelovigen, in welke leer dan ook, hebben één ding gemeen: ze willen het niet geweten hebben dat de mens in wezen slechts een capricieus bewustzijn met een ruggengraat is. Een klootzak, quoi.
Zoals uw,
(pdw)
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=7S2J5CR3
Het inspireerde mij destijds.
Vertrouw niets, ook geen column
Weg met de literatuur Eigenlijk
is het allemaal begonnen met het punt Vroeger bestond dat helemaal niet een punt
Ik vraag me af waarom we dat ook nodig hebben Het is toch allemaal duidelijk
zonder punt zeker Een punt heeft geen voordelen, alleen maar nadelen Je krijgt
er alleen maar een punthoofd van Al die mensen die altijd maar weer een punt
willen maken Ik vraag me af waarom dat allemaal nodig is En vooraleer u op hoge
poten reageert, Kristien Hemmerechts et les autres kom alstublieft niet
aanzetten met ‘u scheert alle punten over dezelfde kam, slechts een héél klein
percentage zijn gevaarlijke punten’ Een punt is een punt en daarmee uit Een punt
betekent dat het gedaan is, je kan er niet een punt achter zetten en
daarna nog een eind blijven verder lullen Dat pikt geen enkele vrouw En één punt
tot daar aan toe Daar zou ik nog mee kunnen leven Maar je geeft die mannen een
vinger en voor je het weet ben je een hele arm kwijt Je geeft ze een punt en
binnen de kortste keren staat er een uitroepteken Het is toch waar zeker En zo
een uitroepteken, als je dat toelaat dan, neem het van me aan, dan hebben we het
einde nog niet gezien hoor Zo een uitroepteken dat kweekt zoals konijnen jong Ik
moet daar toch geen tekeningetje bijmaken zeker Zo een uitroepteken, heb je dat
al eens goed bekeken, dat staat constant in erectie Voor je het weet heb je drie
of vier uitroeptekens En zoals iedereen wel weet, drie of vier uitroeptekens,
dat is het equivalent van een column Mij niet gelaten hoor zo een column Maar
wat voor onzin je daarin allemaal wel niet kan lezen Neem nu deze als voorbeeld
Hij begint met het verwerpen van een punt en hij eindigt met het afschaffen van
de literatuur Dat is sowieso toch bewijs genoeg dat we de literatuur beter
zouden afschaffen
De zelfverklaarde cynicus is niet meer.
Het cynisme is niet meer, de logica is niet meer.
Het enige wat rest:
Ik zie mijn vrouw en mijn kinderen graag.
Zelf dacht hij dat hij sprekend op Pete Townshend leek. Maar wanneer die legendarische en molenwiekende lead-gitarist van de modgroep The Who drie Duvels op had, wilde hij ook wel eens claimen dat hij de drummer was geweest van The Misters, een postpunkensemble uit Tervuren dat in 1978 heel even bijna beroemd was.
Patrick De Witte was rock-'n-roll gescheten. Helemaal opgetrokken uit straatcredibiliteit en als daar af en toe een grote muil bij hoorde, dan was dat maar zo. Die grote muil was toch niets anders dan een ventiel voor zijn groot hart, dat hem nu, als ik het goed begrijp, fataal geworden is.
Fuck, (pdw), zeg toch alstublieft dat het niet waar is en dat het een van je talrijke flauwe grappen is, die je volgens mij in een onuitputtelijk steekkaartensysteem had zitten en die je te pas, en soms ook te onpas, met de grootst mogelijke graagte bovenhaalde.
Je zag je vrouw en kinderen graag, heb je me eens gezegd in het Brusselse café Le Coq, toen je twijfelde aan je talent als journalist en er eigenlijk mee wilde ophouden. Je had me om raad gevraagd. Of ik dacht dat jij dat kon. Of ik dacht dat jij serieus mocht overwegen om van schrijven je vak te maken. Toen vroeg ik: "Wat vind je belangrijk in het leven?" En toen zei jij: "Ik zie mijn vrouw en mijn kinderen graag."
'Touch of genius'
Patrick De Witte kon drummen én schrijven. Dat kun je van Dostojevski bijvoorbeeld al niet zeggen.
Maar hij had vooral een groot talent voor enthousiasme. Laat ons een plaat maken! Laat ons een programma maken! Laat ons een tijdschrift maken! Dat soort enthousiasme.
En nog beter: daarna deed hij dat ook. En wat dan volgde, was niet de beste plaat van de wereld, niet het beste programma van de wereld, niet het beste tijdschrift van de wereld. Maar wel voor hem. Op dat moment. En dat was ook zo. Op dat moment.
Toch was er af en toe een touch of genius.
Damiaan De Schrijver als de Plantman in Kijk eens op de doos, dat kwam uit die langwerpige koker van (pdw) en dat was er ook écht voor 150 procent op.
Net zoals ik die hele Canvasreeks uit 2002 bijzonder grappig vond toen ik ze vorig voorjaar tijdens een gelukkige heruitzending aandachtig bekeek en niets anders kon dan vaststellen dat ze destijds haar tijd ver vooruit was.
Nu, zijn tijd ver vooruit zijn is iets waar (pdw) volgens de laatste berichten erg goed in was.
Er zijn veel redenen om hem te gedenken maar het mooiste van al vond ik toch een man die in het lelijkste café ter wereld tegen mij zei dat hij zijn vrouw en zijn kinderen graag zag.
Fuck, (pdw).
En wat stond er nu eigenlijk op die doos?
http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1582579/2013/02/20/Wat-stond-er-nu-eigenlijk-op-die-doos-Patrick.dhtml
Het cynisme.
"De filosofie werd door Antisthenes, een leerling van Socrates, gesticht te Athene. Het cynisme als leer was geïnspireerd op de Socratische theorie: kennis is wijsheid. Men wees dan ook het streven naar luxe, bezit of geld af. De aanhangers van deze opvatting waren ervan overtuigd dat het afzweren van deze zaken de enige manier was om wijs te zijn, wat uiteraard leidde tot een vervreemding van de toenmalige maatschappij, die vooral om bezit, roem en geld draaide."
http://nl.wikipedia.org/wiki/Cynisme_(filosofie)
Ook toevallig:
Wie zich, al dan niet geveinsd, zorgen maakt over de ‘ziel' van het ACW, kijkt maar beter wat verder dan de ellende waarin de christelijke arbeidersbeweging zich nu heeft gewerkt. Want die heeft een verklaring, van de crash van het Arco-imperium, via het dispuut over het statuut van de Arco-coöperanten en de Dexia-winstbewijzen, tot de heisa rond de fiscale omgang met de opbrengsten ervan.
Alles gaat terug op één beslissing, geen twintig jaar geleden. Toen stapte het ACW met zijn spaarbank Bacob in de fusie waaruit Dexia is ontstaan. Toenmalig topman Hubert Detremmerie, inmiddels overleden, was er de architect van. Door te willen meespelen met de grote jongens, nam het ACW toen afscheid van zijn coöperatieve ideaal en werd het een ordinaire zakenbankier. Daar was het dat het zijn ziel verkocht.
Dat was immers geen louter technische operatie. Ze paste in een brede beweging van financiële concentratie, schaalvergroting, deregulering en privatisering – toen verkocht België immers ook alle openbare kredietinstellingen. Nu gedraagt wat nog rest van het ACW-imperium zich navenant, als elke zakenbankier, fiscale spitstechnologie inbegrepen. Wie bij de hond slaapt, et cetera.
Toch kregen het ACW en Bacob indertijd niets dan lof voor hun volgzaamheid aan de neoliberale orthodoxie. Die vroomheid dicteerde immers dat wie geld beheerde, ook de zuurverdiende centjes van kleine coöperanten, hoorde te kiezen voor het internationale zakenbankieren, op straffe van marginalisering. De wijsheid volgde pas in 2008, toen de bankencrisis leerde dat die schaalvergroting veel minder steunde op goed beheer, laat staan op ethiek, dan op hoogmoed en graaizucht. De factuur daarvan, ook die van het Dexia-fiasco, ligt nu bij de belastingbetaler.
Bij het ACW vloeide de erfzonde uit een andere voort: de historische verzuiling, waarin het middenveld systematisch was vervlecht geraakt met de overheid. Het ACW hield daar een grote politieke en institutionele macht aan over, in evenwicht met andere, even informele powers that be . Maar die fixatie op het medebeheer leidde ook tot een gebrek aan kritische afstand, tot argeloosheid tegenover de vele vormen van conformisme en conservatisme die ontstaan in de omgang met macht.
Zo belandde het ACW aan de verkeerde kant van de ethische demarcatielijn. En zodra de ziel verkocht is, gaat het van kwaad naar erger. In de bestuurskamer van menige multinational zullen ze allicht eens besmuikt monkelen om wat het ACW nu overkomt, mocht het hen al interesseren. Maar toch, een truc vinden om amper 0,3 procent belasting op inkomsten te betalen, respect! Il faut le faire .
En dan is de vraag inderdaad of de christelijke arbeidersbeweging dat moet doen. Critici noemen het ACW hypocriet omdat zijn principes niet te rijmen vallen met die dubieuze ‘fiscale optimalisering'. Al is nog niet bewezen dat die, behalve ingenieus, ook frauduleus zou zijn.
Maar in die (late) zorg over de ziel van het ACW ontbrak het die critici al evenmin aan hypocrisie. Want niet elke belastingplichtige hoeft kennelijk een ziel te hebben. Zoals die Franse miljardairs die een hartelijk welkom krijgen in de betere Brusselse wijken. Al gaat het bij hen om het in stand houden van privé-fortuinen, en niet, zoals bij het ACW, om de financiering van sociale dienstverlening.
Maar het is ook waar dat die Fransen zich maar zelden laten betrappen op ethische aanspraken. En als het bij het ACW inderdaad om fraude zou gaan, valt die allerminst te vergoelijken met goede bedoelingen.
Zo leert de fiscaliteit ook veel over de heersende sociale mores. Dat een handige Harry de wet nog altijd lucratief naar zijn hand kan zetten. Dat de grenzen tussen ethische rechtlijnigheid, ‘optimalisering' en fraude abnormaal vaag zijn. Dat de wet een onderscheid des persoons in de hand werkt, waardoor het mal vu is dat de familie van ABVV-topman Rudy De Leeuw gebruik maakt van de notionele intrestaftrek, terwijl ArcelorMittal dat ongestoord wel kan doen. Dat de politiek het maar blijft vertikken om de al lang bekende fiscale onevenwichten op te lossen, maar die slechts oplapt met uitzonderingen, achterpoortjes of gunstregimes, tot en met truukjes als maaltijdcheques, dienstencheques of bedrijfsauto's, die iedereen die er ethisch gevoelig voor is, opzadelt met het onprettige gevoel een belastingontwijker te zijn.
Nochtans hoort de fiscaliteit ieders rechten en plichten ondubbelzinnig te omschrijven. Burgers en bedrijven hoeven niet bij elk voorschrift nog een extra ethische afweging te maken. Als de ethiek niet in de wet zelf ligt, wint alleen het cynisme. Zoals nu. Zowel bij het ACW als bij zijn critici.
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20130219_00476116
"Als de ethiek niet in de wet zelf ligt, wint alleen het cynisme".
Wat een zin!
Fuck!
Intellectuele zelfbevrediging!
"Bekend van Diogenes is ook dat hij vaker in de openbaarheid stond te masturberen. Toen anderen hem hierop aanspraken zou hij gezegd hebben: "Och, was het ook maar mogelijk je honger te stillen door over je maag te wrijven". Zelfbevrediging in het openbaar was volgens hem het toppunt van autarkie en wijsheid."Dat was immers geen louter technische operatie. Ze paste in een brede beweging van financiële concentratie, schaalvergroting, deregulering en privatisering – toen verkocht België immers ook alle openbare kredietinstellingen. Nu gedraagt wat nog rest van het ACW-imperium zich navenant, als elke zakenbankier, fiscale spitstechnologie inbegrepen. Wie bij de hond slaapt, et cetera.
Toch kregen het ACW en Bacob indertijd niets dan lof voor hun volgzaamheid aan de neoliberale orthodoxie. Die vroomheid dicteerde immers dat wie geld beheerde, ook de zuurverdiende centjes van kleine coöperanten, hoorde te kiezen voor het internationale zakenbankieren, op straffe van marginalisering. De wijsheid volgde pas in 2008, toen de bankencrisis leerde dat die schaalvergroting veel minder steunde op goed beheer, laat staan op ethiek, dan op hoogmoed en graaizucht. De factuur daarvan, ook die van het Dexia-fiasco, ligt nu bij de belastingbetaler.
Bij het ACW vloeide de erfzonde uit een andere voort: de historische verzuiling, waarin het middenveld systematisch was vervlecht geraakt met de overheid. Het ACW hield daar een grote politieke en institutionele macht aan over, in evenwicht met andere, even informele powers that be . Maar die fixatie op het medebeheer leidde ook tot een gebrek aan kritische afstand, tot argeloosheid tegenover de vele vormen van conformisme en conservatisme die ontstaan in de omgang met macht.
Zo belandde het ACW aan de verkeerde kant van de ethische demarcatielijn. En zodra de ziel verkocht is, gaat het van kwaad naar erger. In de bestuurskamer van menige multinational zullen ze allicht eens besmuikt monkelen om wat het ACW nu overkomt, mocht het hen al interesseren. Maar toch, een truc vinden om amper 0,3 procent belasting op inkomsten te betalen, respect! Il faut le faire .
En dan is de vraag inderdaad of de christelijke arbeidersbeweging dat moet doen. Critici noemen het ACW hypocriet omdat zijn principes niet te rijmen vallen met die dubieuze ‘fiscale optimalisering'. Al is nog niet bewezen dat die, behalve ingenieus, ook frauduleus zou zijn.
Maar in die (late) zorg over de ziel van het ACW ontbrak het die critici al evenmin aan hypocrisie. Want niet elke belastingplichtige hoeft kennelijk een ziel te hebben. Zoals die Franse miljardairs die een hartelijk welkom krijgen in de betere Brusselse wijken. Al gaat het bij hen om het in stand houden van privé-fortuinen, en niet, zoals bij het ACW, om de financiering van sociale dienstverlening.
Maar het is ook waar dat die Fransen zich maar zelden laten betrappen op ethische aanspraken. En als het bij het ACW inderdaad om fraude zou gaan, valt die allerminst te vergoelijken met goede bedoelingen.
Zo leert de fiscaliteit ook veel over de heersende sociale mores. Dat een handige Harry de wet nog altijd lucratief naar zijn hand kan zetten. Dat de grenzen tussen ethische rechtlijnigheid, ‘optimalisering' en fraude abnormaal vaag zijn. Dat de wet een onderscheid des persoons in de hand werkt, waardoor het mal vu is dat de familie van ABVV-topman Rudy De Leeuw gebruik maakt van de notionele intrestaftrek, terwijl ArcelorMittal dat ongestoord wel kan doen. Dat de politiek het maar blijft vertikken om de al lang bekende fiscale onevenwichten op te lossen, maar die slechts oplapt met uitzonderingen, achterpoortjes of gunstregimes, tot en met truukjes als maaltijdcheques, dienstencheques of bedrijfsauto's, die iedereen die er ethisch gevoelig voor is, opzadelt met het onprettige gevoel een belastingontwijker te zijn.
Nochtans hoort de fiscaliteit ieders rechten en plichten ondubbelzinnig te omschrijven. Burgers en bedrijven hoeven niet bij elk voorschrift nog een extra ethische afweging te maken. Als de ethiek niet in de wet zelf ligt, wint alleen het cynisme. Zoals nu. Zowel bij het ACW als bij zijn critici.
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20130219_00476116
"Als de ethiek niet in de wet zelf ligt, wint alleen het cynisme".
Wat een zin!
Fuck!
Intellectuele zelfbevrediging!
http://nl.wikipedia.org/wiki/Diogenes_van_Sinope
zaterdag 16 februari 2013
Eugen Dühring
zegt de heer Dühring en verder zegt hij:
‘Wat is de Engels sprekende wereld met haar kinderachtig taalmengelmoes tegenover onze oorspronkelijke taalvorming?’
Waarop we slechts met Spinoza kunnen antwoorden: Ignorantia non est argumentum: onwetendheid is geen argument. [64]http://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1877/anti-duhring/11.htm
hoofdstuk XI moraal en recht.
We must not omit to notice that the followers of this doctrine, anxious to display their talent in assigning final causes, have imported a new method of argument in proof of their theory—namely, a reduction, not to the impossible, but to ignorance; thus showing that they have no other method of exhibiting their doctrine.
http://www.gutenberg.org/files/3800/3800-h/3800-h.htm
Nec hic praetereundum est, quod huius doctrinae sectatores, qui in assignandis rerum finibus suum ingenium ostentare voluerunt, ad hanc suam doctrinam probandam novum attulerunt modum argumentandi, reducendo scilicet non ad impossibile, sed ad ignorantiam; quod ostendit nullum aliud fuisse huic doctrinae argumentandi medium.
http://users.telenet.be/rwmeijer/spinoza/works.htm
vrijdag 8 februari 2013
Confucius
Zo eenvoudig is het dus blijkbaar.
Je schrijft een opinie bijdrage waarin je om een ernstig gesprek vraagt met Bart De Wever en prompt word je uitgenodigd in de studio van Reyers laat.
Doe mij dan maar samen met Bart De Wever en Etienne Vermeersch tegelijkertijd.
Het zou nogal vonken geven.
Automutilatie is mij namelijk niet geheel vreemd.
Het feit dat ik blijf schrijven is daar een onomstotelijk bewijs van.
Je moest lang wachten voor de heren tot de kern van de zaak kwamen.
In afwachting was het wel af en toe grappig, dat scheelt.
Zo was er een verwijzing naar Voltaire als waarlijk vertegenwoordiger van de Verlichting.
"Ik zie tenslotte mensen die ik hoger acht dan negers, zoals de negers boven de apen staan, en zoals de apen boven de oesters en andere dieren van deze soort staan". ("Enfin je vois des hommes qui me paraissent supérieurs à ces nègres, comme ces nègres le sont aux singes, et comme les singes le sont aux huîtres et aux autres animaux de cette espèce.")
"Met spijt spreek ik over de Joden: dit volk is, in menig opzicht, het verwerpelijkste dat ooit de aarde heeft bevuild" ("C’est à regret que je parle des Juifs: cette nation est, à bien des égards, la plus détestable qui ait jamais souillé la terre.")
De kern van de zaak dan.
De gulden regel.
Dat is het moment dat mijn vuist zou uitschieten en de eerbiedwaardige professor Vermeersch een bazet op zijn oog zou krijgen.
Behandel de andere zoals je jezelf behandelt.
Automutilatie.
Hij vroeg er om. Eigen schuld dikke bult.
Met de gulden regel kom je geen meter vooruit.
Geen enkele gelovige moslim vrouw zou de hoofddoek verbieden.
Daar staat Etienne dan met al zijn argumenten.
Of zoals Bart De Wever zei: is dat niet hetzelfde, is dat niet oorzaak EN gevolg ?
http://www.deredactie.be/permalink/1.1542716
Helaas, toen was de tijd verstreken.
Het was tijd voor een citaat van Confucius.
子貢問君子。子曰:「先行其言,而後從之
Zi Gong asked what constituted the superior man. The Master said, "He acts before he speaks, and afterwards speaks according to his actions."
(Analects II, 13)
"Bazet". Is dat geen schoon woord?
woensdag 16 januari 2013
Joost Vandecasteele
.
Yves Desmet schrijft een essay over euthanasie.
Kan men veroordeeld worden voor een essay?
Voor een opinie uiteraard niet, dat is nogal wiedes, maar voor een essay?
Of voor een wetenschappelijk advies?
http://vijfvoortwaalf.blogspot.be/2012/10/marcel-hulspas.html
Een opinie is subjectief, een wetenschappelijk advies objectief.
Of toch niet helemaal?
Waar ligt de grens en wie trekt ze?
Maar dit geheel terzijde.
Essay: dubbele euthanasie roept gevaar van de "glijdende helling" weer op.
(Even vooraf: "glijdende helling" lijkt mij een slechte vertaling van "slippery slope". Misschien beter "gladde helling". Maar dat is maar een opinie.)
Het hellend vlak is hot.
Er was de bijdrage van Filip Buekens.
http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1562623/2013/01/15/Wanneer-ondraaglijk-lijden-een-sociale-constructie-wordt.dhtml
Euthanasie zit op een hellend vlak. Dat is geen
conservatief-katholieke fictie, maar een reëel gevaar, waarschuwt Filip Buekens,
filosoof aan de Universiteiten van Tilburg en Leuven.
Filip Buekens heeft de verdienste om het "hellend vlak" op de agenda te plaatsen, maar daar blijft het ook bij. Als u iets interessants wil lezen over Filip Buekens: http://www.bloggen.be/argumenten/archief.php?ID=734405
Er zijn Jos Geysels en Ignaas Devisch.
http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1562621/2013/01/15/Puntjes-op-de-i-van-het-cordon-sanitaire.dhtml
Vaak heerst er verwarring tussen deze twee sferen. Zoals we ook gemerkt hebben in de recente discussies over en commentaren op (het al dan niet doorbreken) van het cordon sanitaire in Denderleeuw. Door de recente barsten die in deze democratische afspraak tot stand zijn gekomen, stelden velen zich opnieuw de vraag naar het nut, zeg maar de strategische werkzaamheid van het cordon. Deze op zich legitieme vraag verdient veel aandacht en nauwgezet onderzoek: wat heeft het bereikt, zijn partijen er groter of kleiner mee geworden, heeft het nog zin nu het Vlaams Belang 'klei' is geworden.
Een heel andere vraag is deze naar het intrinsieke belang dat het cordon heeft gehad en wat ons betreft nog steeds heeft, met name de principiële uitspraak dat democraten geen bestuursakkoorden afsluiten met een partij die de fundamentele democratische beginselen van gelijkheid en non-discriminatie niet respecteert. Dan spreken we over het principe als waarde op zich en niet als een instrument om een bepaald strategisch of tactisch doel te bereiken. Het cordon heeft altijd een intrinsieke waarde gehad omdat racisme geen graduele maar een principiële kwestie is: je gaat ervan uit of je bestrijdt het en dat doe je met duidelijke en transparante principes. Een beetje racisme is racisme, een beetje antisemitisme is antisemitisme. Die strakke lijn is verre van evident en we zijn er zelf niet altijd eenduidig in. Wie in Vlaanderen even zijn oor te luisteren legt, is ongetwijfeld bekend met de uitspraak 'ik ben geen racist maar...'. Na de 'maar' volgt dikwijls een behoorlijk racistisch vertoog.
Racisme in ons alledaagse spreken en handelen is één ding, georganiseerd racisme een tweede. Organisaties of partijen die racisme cultiveren of legitimeren, schenden een fundamenteel uitgangspunt van elke democratische samenleving: dat we allemaal gelijk zijn voor de wet en dat dit non-discriminatiebeginsel een hoeksteen is en blijft van de democratie. Beginselen die onder meer zijn vastgelegd in internationale (mensenrechten)verdragen.
Tactiek en strategie
Laat het ons dus nog maar eens herhalen. Het cordon sanitaire is altijd een principiële zaak geweest: je geeft aan de kiezer mee dat je geen bestuursakkoorden sluit met individuen of partijen die deze hoeksteen al dan niet radicaal willen verbrijzelen. Wensen kiezers hiertegen in te gaan, dan stemmen ze je weg. Punt andere lijn. Make it or break it. Wat telt, is het principe en de transparante communicatie naar de kiezer. Daarmee heeft het cordon trouwens een democratisch surplus in vergelijking met de vele schimmige bestuursakkoorden die telkens opnieuw voor elke stembusgang gemaakt worden.
Of nu vervolgens dit beginsel bepaalde partijen groter dan wel kleiner maakt, is een kwestie van een heel andere orde. Tot vandaag weten we niet of en hoe dat het geval is geweest, maar daarom is de vraag zelf niet van minder groot belang: hoe ga je racisme te lijf in een democratie? Deze vragen verdienen een gefundeerd en empirisch onderbouwd antwoord, maar wat ook het antwoord hierop is, het kan nooit betekenen dat je principiële zaken overboord gooit. Het moet wel een aanleiding zijn om grondig na te denken over de actieve strijd tegen die tendensen die racisme verspreiden.
Wat vandaag aan de gang is, getuigt eerder van een gebrek aan onderscheid tussen deze twee kwesties, met de gekende barsten tot gevolg. Zo was het opvallend dat in de discussie over de gang van zaken in Denderleeuw vooral een strategische en tactische argumentatie werd gebruikt. Ofschoon de nationale partijvoorzitters er geen onduideljkheid lieten over bestaan dat voor hun het cordon stand zou houden, werd het debat toch vooral geconcentreerd op de 'gedoogstrategie', waarbij dan werd verwezen naar de slechte ervaringen van het 'Wilders-experiment' in Nederland. Ook hier verschoof het debat van het principiële naar het strategische. Op deze manier schuift de lat op en tolereren we eerst een beetje, en daarna nog iets meer. Dit noemt men 'het hellend vlak': eens de bal rolt, eens we het principiële standpunt hebben verlaten, wordt alles een louter pragmatisch gegeven, zodat we voetje voor voetje het principe achter ons laten en stilaan woorden als 'realisme' of 'tijdgeest' gebruiken om een rechtvaardiging te zoeken waar wat aan de gang is. Nochtans, sommige zaken zijn principieel niet voor pragmatiek vatbaar, zo niet laten we betijen en schuiven we steeds verder op? Trouwens, wie gedoogt wie in Denderleeuw?
Banalisering van racisme
Dit alles impliceert niet dat mensen van idee kunnen veranderen en hun vroegere racisme afzweren, maar juist dit gebeurt niet. Zoals de voorzitter van het Belang aangaf in een debat met Rik Torfs in 'Terzake': "Wij kunnen ons verleden niet afzweren." Dat lijkt ons nochtans bijzonder eenvoudig: indien racisten inzien dat discrimineren niet kan, laat ze het publiekelijk afzweren, zoals apartheidsaanhangers in Zuid-Afrika over hun foute verleden getuigden en daarna amnestie kregen. Dan kunnen we verder praten vanuit duidelijke beginselen.
Momenteel is het tegendeel het geval: niemand zweert wat dan ook af maar kondigt een gelijkend beleid af onder een andere vlag. Behalve dat dit een volstrekt obscure evolutie is, is de kans dat het op termijn leidt tot een banalisering van racisme niet gering. Wie dan niet over beginselvaste principes beschikt, heeft geen poot om op te staan, laat staan ertegen in te gaan.
Er is het hellend vlak van de humor.
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20130114_00433287
Omdat de Vrouwenraad de humor van Tom Heremans niet kon smaken, krijgt hij vandaag de Auwch Award, ‘de prijs voor vrouwonvriendelijkheid'. Joost Vandecasteele wenst hem een dikke proficiat. De grenzen van de humor kunnen niet dun genoeg zijn, vindt hij.
Het hellend vlak dus.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hellend_vlak_(retoriek)
"Het hellend vlak of glijdende schaal is een argument in de debatkunst of retoriek. Een "hellend vlak" inroepen betekent dat men beweert dat een bepaalde actie een reeks opeenvolgende gebeurtenissen zal veroorzaken die uiteindelijk tot een (meestal ongewenst) einde zullen leiden.
Het gebruik van een hellend vlak kan een geldig argument zijn, maar ook een drogreden.
Hellend vlak als argument.
Het argument gaat als volgt (A en B zijn gebeurtenissen, toestanden, beleidskeuzes, acties, enz., waartussen een causaal verband geldt):
Drogreden
Het argument van het hellend vlak kan dikwijls een drogreden inhouden. Meestal gebeurt dit in de volgende vorm:
ONHERROEPELIJK.
Wat betekent dat?
Het probleem is dat zo'n afweging volkomen subjectief is.
Sorry, ik ben even de draad kwijt. Die laatste zin was een citaat uit het eerste artikel van Yves Desmet. Volledig uit zijn verband gerukt.
Onherroepelijk is onherroepelijk. Dat is objectief vast te stellen.
Maar door wie?
Waar ligt de grens en wie trekt ze?
Trekken "we" de grens?
"De meeste dingen in ons leven hebben geen waarde op zich, het zijn wij die er een bepaalde betekenis aan toeschrijven. Sommige dingen kennen we een intrinsieke waarde toe, we waarderen ze om wat ze zijn; andere zaken beschouwen we dan weer als instrumenteel en brengen ze in stelling om iets anders te bereiken. Het eerste noemen we ook een principe, het tweede een middel, een strategie om iets na te streven"
Als we een intrinsieke waarde aan iets toekennen, heeft dat iets dan een waarde op zich?
Maar dit geheel terzijde.
Of trekt niemand de grens?
"Het staat iedereen vrij een andere beslissing te nemen, te oordelen dat ze in een identieke situatie een andere beslissing zouden nemen. Maar wie heeft het recht in plaats van de tweeling over hun lot te beslissen en te oordelen dat ze moesten opgesloten worden in een leven dat voor hen elke zin verloren had?"
Alles mag!
Dat is een hellend vlak als argument.
Geen grenzen!
Alles!
Joost Vandecasteele vindt het grapje van de Vrouwenraad niet kunnen.
Weet u hoe dat komt?
Joost Vandecasteele heeft geen hart.
Hij heeft geen vrouw, hij heeft geen kinderen. Kortom, hij heeft geen hart. Een vleesmassa, een vleesmassa met veel belegen haar op, maar zonder hart.
Weet u waarom hij geen kinderen heeft?
Zijn kinderen zouden gepest worden.
Verontwaardigd (om de één of andere reden associeer ik Joost Vandecasteele altijd met "verontwaardigd") zou hij de pesters bij de kraag vatten om ze eens flink door mekaar te schudden.
"Het was maar een grapje", zouden de pesters uitroepen als zijn hand vervaarlijk dicht bij hun oren zou zwaaien.
"Maar... maar dan zijn jullie geen pesters?", zou Joost Vandecasteele met een klein hartje vragen (u mag hier even over nadenken, ik wacht wel even).
"Maar nee jong, wij zijn gewoon een stelletje grapjassen". zouden de grapjassen naar waarheid antwoorden.
Daarom heeft Joost Vandecasteele geen kinderen.
Hij mag het wel, maar hij kan het niet.
http://www.taalblad.be/zinsbouw/mogen-of-kunnen-

http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1562621/2013/01/15/Puntjes-op-de-i-van-het-cordon-sanitaire.dhtml
OPINIE − 15/01/13, 06u11
Er is iets grondig mis met het debat naar aanleiding van de
politiek in Denderleeuw. Dat vinden minister van staat Jos Geysels (gewezen
politiek secretaris van Agalev en medebedenker van het cordon sanitaire) en
Ignaas Devisch (professor filosofie aan de Universiteit Gent).
De meeste dingen in ons leven hebben geen waarde op zich, het zijn wij die er
een bepaalde betekenis aan toeschrijven. Sommige dingen kennen we een
intrinsieke waarde toe, we waarderen ze om wat ze zijn; andere zaken beschouwen
we dan weer als instrumenteel en brengen ze in stelling om iets anders te
bereiken. Het eerste noemen we ook een principe, het tweede een middel, een
strategie om iets na te streven.
Vaak heerst er verwarring tussen deze twee sferen. Zoals we ook gemerkt hebben in de recente discussies over en commentaren op (het al dan niet doorbreken) van het cordon sanitaire in Denderleeuw. Door de recente barsten die in deze democratische afspraak tot stand zijn gekomen, stelden velen zich opnieuw de vraag naar het nut, zeg maar de strategische werkzaamheid van het cordon. Deze op zich legitieme vraag verdient veel aandacht en nauwgezet onderzoek: wat heeft het bereikt, zijn partijen er groter of kleiner mee geworden, heeft het nog zin nu het Vlaams Belang 'klei' is geworden.
Een heel andere vraag is deze naar het intrinsieke belang dat het cordon heeft gehad en wat ons betreft nog steeds heeft, met name de principiële uitspraak dat democraten geen bestuursakkoorden afsluiten met een partij die de fundamentele democratische beginselen van gelijkheid en non-discriminatie niet respecteert. Dan spreken we over het principe als waarde op zich en niet als een instrument om een bepaald strategisch of tactisch doel te bereiken. Het cordon heeft altijd een intrinsieke waarde gehad omdat racisme geen graduele maar een principiële kwestie is: je gaat ervan uit of je bestrijdt het en dat doe je met duidelijke en transparante principes. Een beetje racisme is racisme, een beetje antisemitisme is antisemitisme. Die strakke lijn is verre van evident en we zijn er zelf niet altijd eenduidig in. Wie in Vlaanderen even zijn oor te luisteren legt, is ongetwijfeld bekend met de uitspraak 'ik ben geen racist maar...'. Na de 'maar' volgt dikwijls een behoorlijk racistisch vertoog.
Racisme in ons alledaagse spreken en handelen is één ding, georganiseerd racisme een tweede. Organisaties of partijen die racisme cultiveren of legitimeren, schenden een fundamenteel uitgangspunt van elke democratische samenleving: dat we allemaal gelijk zijn voor de wet en dat dit non-discriminatiebeginsel een hoeksteen is en blijft van de democratie. Beginselen die onder meer zijn vastgelegd in internationale (mensenrechten)verdragen.
Tactiek en strategie
Laat het ons dus nog maar eens herhalen. Het cordon sanitaire is altijd een principiële zaak geweest: je geeft aan de kiezer mee dat je geen bestuursakkoorden sluit met individuen of partijen die deze hoeksteen al dan niet radicaal willen verbrijzelen. Wensen kiezers hiertegen in te gaan, dan stemmen ze je weg. Punt andere lijn. Make it or break it. Wat telt, is het principe en de transparante communicatie naar de kiezer. Daarmee heeft het cordon trouwens een democratisch surplus in vergelijking met de vele schimmige bestuursakkoorden die telkens opnieuw voor elke stembusgang gemaakt worden.
Of nu vervolgens dit beginsel bepaalde partijen groter dan wel kleiner maakt, is een kwestie van een heel andere orde. Tot vandaag weten we niet of en hoe dat het geval is geweest, maar daarom is de vraag zelf niet van minder groot belang: hoe ga je racisme te lijf in een democratie? Deze vragen verdienen een gefundeerd en empirisch onderbouwd antwoord, maar wat ook het antwoord hierop is, het kan nooit betekenen dat je principiële zaken overboord gooit. Het moet wel een aanleiding zijn om grondig na te denken over de actieve strijd tegen die tendensen die racisme verspreiden.
Wat vandaag aan de gang is, getuigt eerder van een gebrek aan onderscheid tussen deze twee kwesties, met de gekende barsten tot gevolg. Zo was het opvallend dat in de discussie over de gang van zaken in Denderleeuw vooral een strategische en tactische argumentatie werd gebruikt. Ofschoon de nationale partijvoorzitters er geen onduideljkheid lieten over bestaan dat voor hun het cordon stand zou houden, werd het debat toch vooral geconcentreerd op de 'gedoogstrategie', waarbij dan werd verwezen naar de slechte ervaringen van het 'Wilders-experiment' in Nederland. Ook hier verschoof het debat van het principiële naar het strategische. Op deze manier schuift de lat op en tolereren we eerst een beetje, en daarna nog iets meer. Dit noemt men 'het hellend vlak': eens de bal rolt, eens we het principiële standpunt hebben verlaten, wordt alles een louter pragmatisch gegeven, zodat we voetje voor voetje het principe achter ons laten en stilaan woorden als 'realisme' of 'tijdgeest' gebruiken om een rechtvaardiging te zoeken waar wat aan de gang is. Nochtans, sommige zaken zijn principieel niet voor pragmatiek vatbaar, zo niet laten we betijen en schuiven we steeds verder op? Trouwens, wie gedoogt wie in Denderleeuw?
Banalisering van racisme
Dit alles impliceert niet dat mensen van idee kunnen veranderen en hun vroegere racisme afzweren, maar juist dit gebeurt niet. Zoals de voorzitter van het Belang aangaf in een debat met Rik Torfs in 'Terzake': "Wij kunnen ons verleden niet afzweren." Dat lijkt ons nochtans bijzonder eenvoudig: indien racisten inzien dat discrimineren niet kan, laat ze het publiekelijk afzweren, zoals apartheidsaanhangers in Zuid-Afrika over hun foute verleden getuigden en daarna amnestie kregen. Dan kunnen we verder praten vanuit duidelijke beginselen.
Momenteel is het tegendeel het geval: niemand zweert wat dan ook af maar kondigt een gelijkend beleid af onder een andere vlag. Behalve dat dit een volstrekt obscure evolutie is, is de kans dat het op termijn leidt tot een banalisering van racisme niet gering. Wie dan niet over beginselvaste principes beschikt, heeft geen poot om op te staan, laat staan ertegen in te gaan.
Er is het hellend vlak van de humor.
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20130114_00433287
Omdat de Vrouwenraad de humor van Tom Heremans niet kon smaken, krijgt hij vandaag de Auwch Award, ‘de prijs voor vrouwonvriendelijkheid'. Joost Vandecasteele wenst hem een dikke proficiat. De grenzen van de humor kunnen niet dun genoeg zijn, vindt hij.
Het is 2013 en u kunt nu kijken naar de herhalingen van de afgelopen decennia. Want we beleven dezelfde crisis als in de jaren tachtig en we eisen dezelfde humor van de jaren vijftig. U weet wel, gewoon gezellig.
Maar eerst en vooral moet ik met totaal misprijzen De Standaard -collega en mede-man Tom Heremans feliciteren met zijn Auwch Award voor vrouwonvriendelijkheid vandaag, uitgereikt door de Vrouwenraad. Volgens hun website een prijs voor mensen (ze bedoelen mannen) of organisaties die ‘het glazen plafond verstevigen, quota verwerpen, salarissen van vrouwen laag en de ongelijkheid hoog houden'. De concurrentie was stevig, van de afgevoerde Laatste show wegens te weinig vrouwelijke gasten tot CC De Werft wegens te weinig vrouwelijke komieken op één bepaalde avond. Want zeker bij comedy is het wettelijke quotum zeer duidelijk, voor elke mannelijke komiek moet er die avond ook een vrouw, een dwerg, een rolstoelpatiënt, een allochtoon, een bejaarde en een homo te zien zijn. Ook al duurt het dan tot vier uur 's nachts.
Maar Tom Heremans was wel de ergste uit de selectie, want hij gaf commentaar op het uiterlijk van Annemie Struyf (DS 14 april 2012) . In zijn column bekende hij verder schaamteloos dat Miet Smet op een naaktkalender hem weinig kon bekoren; een uitspraak die tot in India walging veroorzaakte. Want hoe durfde hij zo'n origineel idee als een naaktkalender, even uniek als een flashmob of een kookprogramma, te bekritiseren? De kalender bespotten wegens zijn naaktmodellen is natuurlijk onaanvaardbaar, want het was tegen kanker, ik herhaal KANKER. En met kanker spot men niet, net als met astma, aids, armoede, aandoeningen, abortus... (U kunt de volledige alfabetische lijst raadplegen op de website zelfcensuurdoejezo.be). Maar kort samengevat, elk onderwerp dat kwetsend kan zijn voor iemand of iemand die iemand kent die het kwetsend zou kunnen vinden, is een probleem — zelfs al is de persoon in kwestie misschien overleden.
Leuk doen, niks meer
Zolang het klonen van Toon Hermans nog niet gelukt is, zijn er godzijdank mensen die de komiek wijzen op zijn of haar maatschappelijke functie, namelijk leuk doen en niks meer. De voorbije week werd die taak volbracht door Lut Celie van De Bleekweide (DS 11 januari) en Mark Van de Voorde (De Morgen 12 januari) , oud-hoofdredacteur van Kerk en Leven (een titel die eerlijk toegeeft dat de kerk losstaat van het echte leven).
In haar opiniestuk gaf Lut Celie een schrijnend fictief voorbeeld. Een zwaarlijvig meisje met de naam Mandy De Bock (u mag die naam herlezen, ik wacht wel even) wordt gepest door een Ruben en een Kevin die een Maggie De Block-mop uit het tv-programma Comedian vindt werk recycleren. Nog los van het feit dat blanke jongens van vijftien jaar de voornaamste doelgroep zijn voor Canvasprogramma's op een dinsdagavond om 22 uur, heeft ze ook gelijk over de verpletterende verantwoordelijkheid van de komiek. Hij ging te ver. Want een verzonnen dikzak werd gepest, niet door de komiek, maar toch een beetje, via een omweg of zo.
Mark Van de Voorde verwoordde het nog beter in zijn opiniestuk. Meteen bewees hij zijn kennis van het comedylandschap met de zin ‘Het lijkt erop dat steeds meer Vlaamse komieken slechts grappig kunnen zijn als ze grofgebekt beledigen'. Een feit dat staat als een huis, ongetwijfeld vastgesteld na jarenlang veldonderzoek. Men denkt bijvoorbeeld aan de controversiële show van Willy Bleekselder, getiteld Een uur lang neger roepen .
Zijn column kwam er naar aanleiding van de grap van Theo Maassen over de cafébrand in Volendam, nu twaalf jaar geleden. Dat er pas een klacht kwam nadat de show op televisie werd uitgezonden en niet na de 150 livevoorstellingen is volgens Van de Voorde heel logisch. Alleen geestesverwanten gaan naar humor op een podium kijken. Want bij aankoop van elk theaterabonnement, krijgt de toeschouwer ook een vragenlijst die dan volledig ingevuld wordt opgestuurd naar de artiest. Op die manier is het publiek verzekerd dat niks onaanvaardbaars gezegd zal worden. Een andere mogelijke verklaring voor de klachten die pas na de uitzending opduiken, is dat de compulsieve klager met de egoïstische neiging om diens éénpersoonsvisie op te dringen aan de wereld, gewoon te lui is om naar theater te gaan.
Alles mag!
Gelukkig biedt Van de Voorde de maatstaf voor wat wel of niet grove humor is. De komiek moet de regel van de wederkerigheid hanteren: ‘Zou ik het verdragen als men dit over mij zou vertellen'. Als komiek onder komieken kan ik u meedelen dat er nergens meer en beter en schoner en vakkundiger en tot op het bot beledigd wordt als onder komieken. Opmerkingen over lijf, religie, denkpatronen, ziektes en politieke voorkeuren worden naar elkaar gesmeten zonder dat dit in een gekwetst zieltje resulteert.
Dus meneer Van de Voorde; dankzij uw regel van wederkerigheid is het officieel: alles mag. En misschien moet ik het woord ‘alles' nog eens benadrukken, alles betekent ook wat u stoort of kwetst. Want alles is alles en niks is heilig. En als u werkelijk gelooft dat een komiek eerder geïnteresseerd is in een carrière opgebouwd met gemakkelijke beledigingen in plaats van intelligente gepolijste grappen met impact; dan bent u cynischer dan welke uitgebluste performer ook.
Maar eerst en vooral moet ik met totaal misprijzen De Standaard -collega en mede-man Tom Heremans feliciteren met zijn Auwch Award voor vrouwonvriendelijkheid vandaag, uitgereikt door de Vrouwenraad. Volgens hun website een prijs voor mensen (ze bedoelen mannen) of organisaties die ‘het glazen plafond verstevigen, quota verwerpen, salarissen van vrouwen laag en de ongelijkheid hoog houden'. De concurrentie was stevig, van de afgevoerde Laatste show wegens te weinig vrouwelijke gasten tot CC De Werft wegens te weinig vrouwelijke komieken op één bepaalde avond. Want zeker bij comedy is het wettelijke quotum zeer duidelijk, voor elke mannelijke komiek moet er die avond ook een vrouw, een dwerg, een rolstoelpatiënt, een allochtoon, een bejaarde en een homo te zien zijn. Ook al duurt het dan tot vier uur 's nachts.
Maar Tom Heremans was wel de ergste uit de selectie, want hij gaf commentaar op het uiterlijk van Annemie Struyf (DS 14 april 2012) . In zijn column bekende hij verder schaamteloos dat Miet Smet op een naaktkalender hem weinig kon bekoren; een uitspraak die tot in India walging veroorzaakte. Want hoe durfde hij zo'n origineel idee als een naaktkalender, even uniek als een flashmob of een kookprogramma, te bekritiseren? De kalender bespotten wegens zijn naaktmodellen is natuurlijk onaanvaardbaar, want het was tegen kanker, ik herhaal KANKER. En met kanker spot men niet, net als met astma, aids, armoede, aandoeningen, abortus... (U kunt de volledige alfabetische lijst raadplegen op de website zelfcensuurdoejezo.be). Maar kort samengevat, elk onderwerp dat kwetsend kan zijn voor iemand of iemand die iemand kent die het kwetsend zou kunnen vinden, is een probleem — zelfs al is de persoon in kwestie misschien overleden.
Leuk doen, niks meer
Zolang het klonen van Toon Hermans nog niet gelukt is, zijn er godzijdank mensen die de komiek wijzen op zijn of haar maatschappelijke functie, namelijk leuk doen en niks meer. De voorbije week werd die taak volbracht door Lut Celie van De Bleekweide (DS 11 januari) en Mark Van de Voorde (De Morgen 12 januari) , oud-hoofdredacteur van Kerk en Leven (een titel die eerlijk toegeeft dat de kerk losstaat van het echte leven).
In haar opiniestuk gaf Lut Celie een schrijnend fictief voorbeeld. Een zwaarlijvig meisje met de naam Mandy De Bock (u mag die naam herlezen, ik wacht wel even) wordt gepest door een Ruben en een Kevin die een Maggie De Block-mop uit het tv-programma Comedian vindt werk recycleren. Nog los van het feit dat blanke jongens van vijftien jaar de voornaamste doelgroep zijn voor Canvasprogramma's op een dinsdagavond om 22 uur, heeft ze ook gelijk over de verpletterende verantwoordelijkheid van de komiek. Hij ging te ver. Want een verzonnen dikzak werd gepest, niet door de komiek, maar toch een beetje, via een omweg of zo.
Mark Van de Voorde verwoordde het nog beter in zijn opiniestuk. Meteen bewees hij zijn kennis van het comedylandschap met de zin ‘Het lijkt erop dat steeds meer Vlaamse komieken slechts grappig kunnen zijn als ze grofgebekt beledigen'. Een feit dat staat als een huis, ongetwijfeld vastgesteld na jarenlang veldonderzoek. Men denkt bijvoorbeeld aan de controversiële show van Willy Bleekselder, getiteld Een uur lang neger roepen .
Zijn column kwam er naar aanleiding van de grap van Theo Maassen over de cafébrand in Volendam, nu twaalf jaar geleden. Dat er pas een klacht kwam nadat de show op televisie werd uitgezonden en niet na de 150 livevoorstellingen is volgens Van de Voorde heel logisch. Alleen geestesverwanten gaan naar humor op een podium kijken. Want bij aankoop van elk theaterabonnement, krijgt de toeschouwer ook een vragenlijst die dan volledig ingevuld wordt opgestuurd naar de artiest. Op die manier is het publiek verzekerd dat niks onaanvaardbaars gezegd zal worden. Een andere mogelijke verklaring voor de klachten die pas na de uitzending opduiken, is dat de compulsieve klager met de egoïstische neiging om diens éénpersoonsvisie op te dringen aan de wereld, gewoon te lui is om naar theater te gaan.
Alles mag!
Gelukkig biedt Van de Voorde de maatstaf voor wat wel of niet grove humor is. De komiek moet de regel van de wederkerigheid hanteren: ‘Zou ik het verdragen als men dit over mij zou vertellen'. Als komiek onder komieken kan ik u meedelen dat er nergens meer en beter en schoner en vakkundiger en tot op het bot beledigd wordt als onder komieken. Opmerkingen over lijf, religie, denkpatronen, ziektes en politieke voorkeuren worden naar elkaar gesmeten zonder dat dit in een gekwetst zieltje resulteert.
Dus meneer Van de Voorde; dankzij uw regel van wederkerigheid is het officieel: alles mag. En misschien moet ik het woord ‘alles' nog eens benadrukken, alles betekent ook wat u stoort of kwetst. Want alles is alles en niks is heilig. En als u werkelijk gelooft dat een komiek eerder geïnteresseerd is in een carrière opgebouwd met gemakkelijke beledigingen in plaats van intelligente gepolijste grappen met impact; dan bent u cynischer dan welke uitgebluste performer ook.
Het hellend vlak dus.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hellend_vlak_(retoriek)
"Het hellend vlak of glijdende schaal is een argument in de debatkunst of retoriek. Een "hellend vlak" inroepen betekent dat men beweert dat een bepaalde actie een reeks opeenvolgende gebeurtenissen zal veroorzaken die uiteindelijk tot een (meestal ongewenst) einde zullen leiden.
Het gebruik van een hellend vlak kan een geldig argument zijn, maar ook een drogreden.
Hellend vlak als argument.
Het argument gaat als volgt (A en B zijn gebeurtenissen, toestanden, beleidskeuzes, acties, enz., waartussen een causaal verband geldt):
- Als A gebeurt
- dan volgt B onherroepelijk
Drogreden
Het argument van het hellend vlak kan dikwijls een drogreden inhouden. Meestal gebeurt dit in de volgende vorm:
- B is slecht
- omdat de kans op B verhoogt als A gebeurt, is A ook slecht
ONHERROEPELIJK.
Wat betekent dat?
Het probleem is dat zo'n afweging volkomen subjectief is.
Sorry, ik ben even de draad kwijt. Die laatste zin was een citaat uit het eerste artikel van Yves Desmet. Volledig uit zijn verband gerukt.
Onherroepelijk is onherroepelijk. Dat is objectief vast te stellen.
Maar door wie?
Waar ligt de grens en wie trekt ze?
Trekken "we" de grens?
"De meeste dingen in ons leven hebben geen waarde op zich, het zijn wij die er een bepaalde betekenis aan toeschrijven. Sommige dingen kennen we een intrinsieke waarde toe, we waarderen ze om wat ze zijn; andere zaken beschouwen we dan weer als instrumenteel en brengen ze in stelling om iets anders te bereiken. Het eerste noemen we ook een principe, het tweede een middel, een strategie om iets na te streven"
Als we een intrinsieke waarde aan iets toekennen, heeft dat iets dan een waarde op zich?
Maar dit geheel terzijde.
Of trekt niemand de grens?
"Het staat iedereen vrij een andere beslissing te nemen, te oordelen dat ze in een identieke situatie een andere beslissing zouden nemen. Maar wie heeft het recht in plaats van de tweeling over hun lot te beslissen en te oordelen dat ze moesten opgesloten worden in een leven dat voor hen elke zin verloren had?"
Alles mag!
Dat is een hellend vlak als argument.
Geen grenzen!
Alles!
Joost Vandecasteele vindt het grapje van de Vrouwenraad niet kunnen.
Weet u hoe dat komt?
Joost Vandecasteele heeft geen hart.
Hij heeft geen vrouw, hij heeft geen kinderen. Kortom, hij heeft geen hart. Een vleesmassa, een vleesmassa met veel belegen haar op, maar zonder hart.
Weet u waarom hij geen kinderen heeft?
Zijn kinderen zouden gepest worden.
Verontwaardigd (om de één of andere reden associeer ik Joost Vandecasteele altijd met "verontwaardigd") zou hij de pesters bij de kraag vatten om ze eens flink door mekaar te schudden.
"Het was maar een grapje", zouden de pesters uitroepen als zijn hand vervaarlijk dicht bij hun oren zou zwaaien.
"Maar... maar dan zijn jullie geen pesters?", zou Joost Vandecasteele met een klein hartje vragen (u mag hier even over nadenken, ik wacht wel even).
"Maar nee jong, wij zijn gewoon een stelletje grapjassen". zouden de grapjassen naar waarheid antwoorden.
Daarom heeft Joost Vandecasteele geen kinderen.
Hij mag het wel, maar hij kan het niet.
http://www.taalblad.be/zinsbouw/mogen-of-kunnen-
Mogen of kunnen?
Kunnen jullie mij even helpen?
Mogen we hier mee lachen?
Bij ‘mogen’ is er altijd sprake van een toestemming van iemand. Soms staat de persoon die de toestemming geeft, vermeld in de zin.
‘Mogen’ is een modaal werkwoord. Je combineert ‘mogen’ dus met een infinitief.
‘Kunnen’ heeft te maken met:
- een mogelijkheid
- een capaciteit, een competentie
Het kan gaan om een competentie die je van nature hebt of om een competentie die je bereikt hebt door te oefenen.
Mogen we hier mee lachen?
MOGEN
Bij ‘mogen’ is er altijd sprake van een toestemming van iemand. Soms staat de persoon die de toestemming geeft, vermeld in de zin.
| Ik mag er mee lachen. | |
| Je mag er van Joost Vandecasteele mee lachen. |
‘Mogen’ is een modaal werkwoord. Je combineert ‘mogen’ dus met een infinitief.
KUNNEN
‘Kunnen’ heeft te maken met:
- een mogelijkheid
| Waarom kan Joost Vandecasteele er niet mee lachen? |
- een capaciteit, een competentie
Het kan gaan om een competentie die je van nature hebt of om een competentie die je bereikt hebt door te oefenen.
maandag 14 januari 2013
Gunter Lamoot
http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1562087/2013/01/14/Een-goede-gore-grap-maakt-de-wereld-weer-mooi.dhtml
Zijn er grenzen aan de humor, zoals Mark Van de Voorde beweert (DM 11/1)? Neen, in feite zijn die er niet. Iedereen met gezond verstand weet dat.
Sommige mensen hebben de neiging om de dingen die ze zelf niet willen zien, ook te verbieden voor anderen. Willen ze dan dat alles gereglementeerd wordt? Zelf voel ik me soms beledigd door de geur- en smaakloze eenheidsworst op tv. Is dat dan de norm?
Moraalridders zoeken draken om te verslaan en komieken zijn de draken van tegenwoordig. Helaas verwachten moraalridders dat zo'n draak warme chocomelk spuwt en hun pantoffels komt brengen. Ze verwachten Toon Hermans, maar zijn verwonderd wanneer draken vuur spuwen.
Er is nu heel wat discussie over 'de misselijkmakende humor' van Theo Maassen. In zijn show Met alle respect maakte hij een grap over de brand in Volendam. Dat is objectief een goeie grap, al ligt ze subjectief niet in mijn bovenste lade. Het gaat om een grap die uit de context werd gerukt en werd opgeblazen. Ik begrijp dat Theo Maassen zegt: "Ik lach met alles." Dat is zijn vrijheid en zijn beroep. Het vizier van de moraalridders staat echter gericht op woorden als 'verbrand' of 'kanker', maar de constructie van een grap zien zij niet.
Er zullen altijd mensen gekwetst zijn en ik begrijp dat. Statistisch kun je daar niet onderuit, maar als je rekening houdt met statistiek, kun je niets meer zeggen. Maak je een grap over kanker, dan is de kans erg groot dat er mensen gekwetst zijn. Bijna iedereen krijgt op de een of andere manier met kanker te maken, maar moet je daarom een goede grap laten liggen?
Een fan van hardere humor kan zoiets plaatsen, zelfs als je er zelf mee geconfronteerd bent. Daarom is zo'n grap nog niet fijn, maar je kunt wel inschatten wat zo'n mop waard is. Je kunt beledigd of gekwetst zijn, maar dat wil niet zeggen dat de grap niet goed is. De mate waarin mensen zich beledigd voelen, is geen maatstaf voor de kwaliteit van een grap.
Globaal bekeken heeft de grote meerderheid van de mensen wel een grens die je niet mag overschrijven. De harde humor en kleine toefjes subversiviteit vormen een kleine minderheid. Zo is er ook een verschil tussen een optreden in een zaal en een uitzending op tv. Bij dat laatste is de kans groter dat het publiek gechoqueerd reageert.
Hoewel ik instinctief bezig ben met grappen besef ik ook dat je in sommige tv-programma's niet moet overdrijven. Anders gaat de humor verloren - dat heeft niets te maken met zelfcensuur, wel moet je de beste grap maken die in een bepaalde context mogelijk is.
Je kunt het publiek ook voorbereiden op harde humor. 'Warning: contains adult humor', waarschuwt de BBC haar kijkers. Ik vind dat goed. Het is informatief en het stoort niet. Je moet niet nodeloos proberen om reacties uit te lokken bij mensen die daar niet voor gekozen hebben. Het is nooit de bedoeling om concrete slachtoffers te viseren. Wij zijn maar een bende professionele onnozelaars die iets grappigs proberen te doen. Er is geen verborgen agenda.
Een gore grap kan niet té gortig zijn als het ook een goede grap is. Soms zou er meer respect mogen zijn voor een goede grap dan voor mensen, hoe hard de grap ook is. Het gaat om métier, om de creativiteit waarmee je iets brengt. Als de grap goed is, kan zelfs grove humor fris zijn. Dan is de wereld heel even een mooiere plek. Ja, soms voel ik schroom over taboe-onderwerpen, maar dat betekent dat de grap niet goed genoeg is. Hoe beter de grap, hoe minder schroom je voelt.
Humor is gebaseerd op de werkelijkheid, maar het is tegelijk abstract en primitief. Je laat de werkelijkheid even los. Je zet een venster open, zodat je een parfum van amoraliteit kunt opsnuiven. Het is instinctief lachen met dingen waar je eigenlijk niet mee mag lachen. Maar daarna doe je dat venster weer dicht.
De discussie over comedy zal nooit stoppen, maar de kritiek is totaal niet relevant voor mij. Ik wil niemand beledigen of choqueren, maar gewoon humor brengen. Soms lucht het op om eens heel amoreel tewerk te gaan. Alsof je een klein gaatje in een ballon prikt zonder dat hij ontploft. Dan is er wat minder spanning en dat is ook goed voor de ballon.
Dit is objectief een goeie grap.
In dat geval heb ik de neiging om een voorbeeld te vragen van een objectief slechte grap.
Stel dat u een voorbeeld geeft van zo'n grap.
In dat geval zijn er grenzen aan de grap.
Die slechte grap is namelijk de grens. Het is niet meer om te lachen. "Het is erover". Het is over de grens.
"Een slechte grap is geen grap", spartelt u tegen.
Dat is larie natuurlijk. Een grap is een grap.
U kan wel grapjes vertellen, maar als u een opinie naar voor schuift, dan gebeurt dat doorgaans volgens de basisregels van de logica.
De basisregel bij uitstek in de logica is A = A.
Een grap is een grap.
Stel dat u geen voorbeeld geeft van een objectief slechte grap.
Indien u zich profileert als iemand die een objectief goeie grap kan herkennen, dan kunt u toch ook een objectief slechte grap herkennen dunkt mij. Uw expertise als beoordelaar in het herkennen van een objectief goeie grap staat of valt helaas met uw expertise als beoordelaar in het herkennen van een objectief slechte grap.
Of is elke grap objectief een goeie grap?
Hitler hemzelve zou ter zijner verdediging kunnen opwerpen: het was maar om te lachen.
Geen grap over Hitler of de Joden, maar een uitspraak of gebeurtenis zelf presenteren als grap.
"Maar dat is helemaal geen grap", spartelt u wanhopig tegen.
Wat is een grap?
Iets waarmee je kan lachen.
Maar wat als Marc er niet mee kan lachen en Gunter wel?
Dan schrijft Marc een grap en dan schrijft Gunter een grap.
Zoals ik al zei: dit is objectief een goeie grap.
Ik hou de werkelijkheid even vast.
Zijn er grenzen aan de humor, zoals Mark Van de Voorde beweert (DM 11/1)? Neen, in feite zijn die er niet. Iedereen met gezond verstand weet dat.
Sommige mensen hebben de neiging om de dingen die ze zelf niet willen zien, ook te verbieden voor anderen. Willen ze dan dat alles gereglementeerd wordt? Zelf voel ik me soms beledigd door de geur- en smaakloze eenheidsworst op tv. Is dat dan de norm?
Moraalridders zoeken draken om te verslaan en komieken zijn de draken van tegenwoordig. Helaas verwachten moraalridders dat zo'n draak warme chocomelk spuwt en hun pantoffels komt brengen. Ze verwachten Toon Hermans, maar zijn verwonderd wanneer draken vuur spuwen.
Er is nu heel wat discussie over 'de misselijkmakende humor' van Theo Maassen. In zijn show Met alle respect maakte hij een grap over de brand in Volendam. Dat is objectief een goeie grap, al ligt ze subjectief niet in mijn bovenste lade. Het gaat om een grap die uit de context werd gerukt en werd opgeblazen. Ik begrijp dat Theo Maassen zegt: "Ik lach met alles." Dat is zijn vrijheid en zijn beroep. Het vizier van de moraalridders staat echter gericht op woorden als 'verbrand' of 'kanker', maar de constructie van een grap zien zij niet.
Er zullen altijd mensen gekwetst zijn en ik begrijp dat. Statistisch kun je daar niet onderuit, maar als je rekening houdt met statistiek, kun je niets meer zeggen. Maak je een grap over kanker, dan is de kans erg groot dat er mensen gekwetst zijn. Bijna iedereen krijgt op de een of andere manier met kanker te maken, maar moet je daarom een goede grap laten liggen?
Een fan van hardere humor kan zoiets plaatsen, zelfs als je er zelf mee geconfronteerd bent. Daarom is zo'n grap nog niet fijn, maar je kunt wel inschatten wat zo'n mop waard is. Je kunt beledigd of gekwetst zijn, maar dat wil niet zeggen dat de grap niet goed is. De mate waarin mensen zich beledigd voelen, is geen maatstaf voor de kwaliteit van een grap.
Globaal bekeken heeft de grote meerderheid van de mensen wel een grens die je niet mag overschrijven. De harde humor en kleine toefjes subversiviteit vormen een kleine minderheid. Zo is er ook een verschil tussen een optreden in een zaal en een uitzending op tv. Bij dat laatste is de kans groter dat het publiek gechoqueerd reageert.
Hoewel ik instinctief bezig ben met grappen besef ik ook dat je in sommige tv-programma's niet moet overdrijven. Anders gaat de humor verloren - dat heeft niets te maken met zelfcensuur, wel moet je de beste grap maken die in een bepaalde context mogelijk is.
Je kunt het publiek ook voorbereiden op harde humor. 'Warning: contains adult humor', waarschuwt de BBC haar kijkers. Ik vind dat goed. Het is informatief en het stoort niet. Je moet niet nodeloos proberen om reacties uit te lokken bij mensen die daar niet voor gekozen hebben. Het is nooit de bedoeling om concrete slachtoffers te viseren. Wij zijn maar een bende professionele onnozelaars die iets grappigs proberen te doen. Er is geen verborgen agenda.
Een gore grap kan niet té gortig zijn als het ook een goede grap is. Soms zou er meer respect mogen zijn voor een goede grap dan voor mensen, hoe hard de grap ook is. Het gaat om métier, om de creativiteit waarmee je iets brengt. Als de grap goed is, kan zelfs grove humor fris zijn. Dan is de wereld heel even een mooiere plek. Ja, soms voel ik schroom over taboe-onderwerpen, maar dat betekent dat de grap niet goed genoeg is. Hoe beter de grap, hoe minder schroom je voelt.
Humor is gebaseerd op de werkelijkheid, maar het is tegelijk abstract en primitief. Je laat de werkelijkheid even los. Je zet een venster open, zodat je een parfum van amoraliteit kunt opsnuiven. Het is instinctief lachen met dingen waar je eigenlijk niet mee mag lachen. Maar daarna doe je dat venster weer dicht.
De discussie over comedy zal nooit stoppen, maar de kritiek is totaal niet relevant voor mij. Ik wil niemand beledigen of choqueren, maar gewoon humor brengen. Soms lucht het op om eens heel amoreel tewerk te gaan. Alsof je een klein gaatje in een ballon prikt zonder dat hij ontploft. Dan is er wat minder spanning en dat is ook goed voor de ballon.
Dit is objectief een goeie grap.
In dat geval heb ik de neiging om een voorbeeld te vragen van een objectief slechte grap.
Stel dat u een voorbeeld geeft van zo'n grap.
In dat geval zijn er grenzen aan de grap.
Die slechte grap is namelijk de grens. Het is niet meer om te lachen. "Het is erover". Het is over de grens.
"Een slechte grap is geen grap", spartelt u tegen.
Dat is larie natuurlijk. Een grap is een grap.
U kan wel grapjes vertellen, maar als u een opinie naar voor schuift, dan gebeurt dat doorgaans volgens de basisregels van de logica.
De basisregel bij uitstek in de logica is A = A.
Een grap is een grap.
Stel dat u geen voorbeeld geeft van een objectief slechte grap.
Indien u zich profileert als iemand die een objectief goeie grap kan herkennen, dan kunt u toch ook een objectief slechte grap herkennen dunkt mij. Uw expertise als beoordelaar in het herkennen van een objectief goeie grap staat of valt helaas met uw expertise als beoordelaar in het herkennen van een objectief slechte grap.
Of is elke grap objectief een goeie grap?
Hitler hemzelve zou ter zijner verdediging kunnen opwerpen: het was maar om te lachen.
Geen grap over Hitler of de Joden, maar een uitspraak of gebeurtenis zelf presenteren als grap.
"Maar dat is helemaal geen grap", spartelt u wanhopig tegen.
Wat is een grap?
Iets waarmee je kan lachen.
Maar wat als Marc er niet mee kan lachen en Gunter wel?
Dan schrijft Marc een grap en dan schrijft Gunter een grap.
Zoals ik al zei: dit is objectief een goeie grap.
Ik hou de werkelijkheid even vast.
Abonneren op:
Posts (Atom)

