maandag 5 oktober 2026

De volharder

 

Taalspelletjes.
Language games.



 

De basis van een taalspelletje is een woord dat op een dubbele manier gebruikt wordt.
In de "genetica" bijvoorbeeld, de "erfelijkheidsleer", kan je spelen met "erfelijk".

"Ons DNA draagt nergens een etiket 'zwart', 'wit' of 'Aziatisch'."
In tegenstelling tot mensen van een bepaald "ras" kan er bij mensen met het "Downsyndroom" wel een DNA relatie vastgesteld worden.

"Downsyndroom is een aangeboren aandoening die ontstaat door de aanwezigheid van een extra chromosoom in de cellen van de baby.
Chromosomen zijn kleine deeltjes die voorkomen in iedere cel in alle weefsels in ons lichaam.  De meeste mensen hebben twee kopieën van elk chromosoom. Mensen met downsyndroom hebben drie kopieën van het 21ste chromosoom. Vandaar de medische term ‘trisomie 21’. "

Het vreemde is nu dat het Downsyndroom meestal niet erfelijk is.

Er is dus een verschil tussen "genetisch" en "erfelijk" terwijl "genetica" en "erfelijkheidsleer" verondersteld worden synoniemen te zijn.

Dat gezegd zijnde, acht ik eenieder intelligent genoeg om een redenering op te bouwen die zal leiden tot wonderlijke nieuwe woorden als "populatist" en "populatiefabulist".

Doe mij maar de meester van het taalspelletje, Ludwig Wittgenstein.

315. I can know what someone else is thinking, not what I am thinking.
It is correct to say “I know what you are thinking”, and wrong to say “I know what I am thinking”.
(A whole cloud of philosophy condenses into a drop of grammar.)
316. “Man’s thinking goes on within the inner recesses of his mind in a seclusion in comparison with which any physical seclusion is a lying in full view.”
Would people who could always read another person’s silent self-conversations—say, by observing the larynx—also be inclined to use the image of complete isolation?

 Ich kann wissen, was der Andre denkt, nicht was ich denke.
 Es ist richtig zu sagen “Ich weiß, was Du denkst”, & falsch: “Ich weiß, was ich denke.”
     (Eine ganze Wolke von Philosophie kondensiert zu einem Tröpfchen Grammatik. || Sprachlehre.)
“Das Denken des Menschen geht im Innern des Bewußtseins in einer Abgeschlossenheit vor sich, gegen die jede physische Abgeschlossenheit ein Offen-da-liegen || offen-da-liegen ist.”
     Würden Menschen, die stets – etwa durch Beobachten des Kehlkopfs – die stillen Selbstgespräche des Andern lesen könnten, – würden die auch geneigt sein das Bild von der gänzlichen Abgeschlossenheit zu gebrauchen?

Ludwig Wittgenstein is om meerdere redenen de meester van het taalspel.
Wordt u er gelukkig van als blijkt dat je een aforisme (Das Denken des Menschen ...) verkeerd had gebruikt? 
Ik in ieder geval wel.
Wittgenstein is de volharder bij uitstek: hij beperkt zich consequent tot de oerversie van het spelletje.
En last but not least, wat zegt het over een auteur als je je kan veroorloven om een zin als "
Eine ganze Wolke von Philosophie kondensiert zu einem Tröpfchen Grammatik. || Sprachlehre." tussen haakjes kan plaatsen?


Geen opmerkingen:

Een reactie posten