zaterdag 3 december 2016

Joseph Schumpeter




'To realise the relative validity of one's convictions and yet stand for them unflinchingly is what distinguishes a civilised man from a barbarian.’

Dat is een citaat dat nogal gemakkelijk wordt toegeschreven aan Isaiah Berlin.
Hij schreef het wel, maar niet op die manier.
In "Two concepts of liberty" staat het op deze manier:

'To realise the relative validity of one's convictions', said an admirable
writer of our time, 'and yet stand for them unflinchingly is what 
distinguishes a civilised man from a barbarian.’

De bewonderenswaardige schrijver was Joseph Schumpeter.

No more than any other political method does democracy always produce the same results or promote the same interests or ideals. Rational allegiance to it thus presupposes not only a schema of hyper-rational values but also certain states of society in which democracy can be
expected to work in ways we approve. Propositions about the working of democracy are meaningless without reference to given times, places and situations and so, of course, are anti-democratic arguments.
This after all is only obvious. It should not surprise, still less shock, anyone. For it has nothing to do with the fervor or dignity of democratic conviction in any given situation. To realize the relative validity of one’s convictions and yet stand for them unflinchingly is what distinguishes a civilized man from a barbarian.

Joseph Schumpeter, Capitalism, Socialism and Democracy, p. 243 (1943)

Joseph Schumpeter is vooral bekend van "de paradox van Schumpeter".
De paradox van Schumpeter gaat als volgt:
To realize the relative validity of one’s convictions and yet stand for them unflinchingly is what distinguishes a civilized man from a barbarian.
In de logica is deze uitspraak "waar" of "niet waar".
Gelukkig heb je in dit leven altijd de keuze tussen de leugenarij (de volledige zin is "niet waar", dus je bent een leugenaar) en de barbarij (de volledige zin is "waar", dus je realiseert je de relatieve validiteit niet).

woensdag 30 november 2016

Nicolaus Notabene



Winteruurgewijs, net voor het slapen gaan....





Misschien moet ik me hier nog een ogenblik bezighouden met de gedachte in welke relatie ik mezelf denk te plaatsen ten opzichte van de lezers. Deze overweging beschouw ik als iets grappigs, een luchthartig tijdverdrijf, waar je gerust een half uurtje aan kunt besteden als je klaar bent met het schrijven van je boek, maar zeker niet eerder. In onze tijd denkt men daar anders over. Men denkt dat de dwaze ernst waarmee een schrijver zichzelf lezers probeert te verschaffen voordat hij met schrijven begint, en dat de jeugdige luchthartigheid waarmee hij plannen ontwerpt en mensen daarin inwijdt, dat die pas werkelijk ernst zijn, een ernst die bewijst dat je de rijpheid hebt van een volwassen man. Wie bij zijn beschouwing van het leven en wat zich in het leven voordoet niet zover is gekomen dat hij weet wat een ernstige toets kan doorstaan en wat als een dun laagje ijs slechts de snelle vaart van een schaatser kan dragen, zo iemand kan natuurlijk nooit in zichzelf en in zijn prestaties ernst bereiken.

Ieder mens in enkel op zichzelf aangewezen, en wie er op toeziet daar bij te blijven, heeft vaste grond om op te staan, die hem niet beschaamd zal maken. Als hij dan bij zichzelf overweegt wat hij wil, in hoeverre hij wil, en als hij dan op grond van deze overweging langzaam en zwijgzaam een begin maakt, dan zal zijn ernst niet beschaamd worden.Als iemand er echter behagen in schept ernstig te worden bij de gedachte wat hij voor anderen wil doen, dan blijkt daaruit dat hij ten diepste een joker is, wiens leven poppenkast is en blijft, ondanks expressie en gebaren, hoogdravende frasen en gevoel voor theater. Degene die mijn lezer wordt, zal het met mij eens zijn dat de wetenschap, ook al is ze in onze tijd met alles klaar, jammer genoeg de pointe van het geheel heeft vergeten. Dat kernpunt is nu juist dat het hier helemaal niet gaat om fans of om abonnees of om een polonaise rond een of andere literaire afgod. Wie er van overtuigd is dat iedereen op zichzelf is aangewezen en dat dit de hoofdzaak is, alleen zo iemand is mijn lezer.

Maar daarom kan ik ook niet zeker weten of hij al dan niet verder is dan ik. Ik vertrouw er echter toch op dat hij op de een of andere manier er iets aan zal hebben om te lezen wat ik schrijf. Maar, en dat wil ik nog eens herhalen, ik zou nooit op het idee komen mij een gewichtigheid aan te meten alsof het omwille van anderen noodzakelijk was dat ik een boek heb geschreven. Pas als de drijfveer en de drang in mijzelf me tot schrijven heeft gebracht, en pas als ik ermee klaar ben, pas dan kan het in me opkomen aan een lezer te denken.
Met behulp van deze opvatting hoef ik me ook niet bij voorbaat zorgen te maken over de lotgevallen van het boek. Vermoedelijk komt dit boek uit, met zekerheid kan ik dat niet weten. Als het een lezer aantreft die er enig nut van heeft of plezier aan beleeft, dan is dat voor mij een onzekere opbrengst waar ik niet op gerekend heb, en daarmee zijn we quitte tot wederzijdse tevredenheid en genoegen.

Sören Kierkegaard, Voorwoorden VII


http://www.kierkegaardvandaag.nl/kierkegaardvandaag/home.html
Ik veronderstel dat Andries Visser de vertaler van dienst is.





zaterdag 26 november 2016

De nuancist






Er is nood aan een meer genuanceerde visie, zowel voor minderheden als voor de meerderheid

Patrick Loobuyck is hoogleraar levensbeschouwing (UA), gastprofessor politieke filosofie (UGent) en opiniemaker voor De Morgen.




25 jaar na Zwarte Zondag: hebben we vooruitgang geboekt in de discussie over diversiteit, samenleven, populisme en extreemrechts? Te weinig. Er is een en ander geëvolueerd, maar niet ten goede.
Eerste evolutie: politici, journalisten en waarnemers zijn het onderling steeds minder eens over de wenselijkheid van een cordon. Journalist Joël De Ceulaer (DM 19/11) noemt het mediacordon nu een vergissing en ook academici twijfelen. Jos Geysels (DM 22/11) en politiek filosoof Stefan Rummens blijven het idee van een politiek cordon sanitaire verdedigen. Velen blijven verward en verweesd achter.




Tweede evolutie: het debat is erg gefocust geraakt op dé islam. Islampessimisten als Wim Van Rooy zijn er rotsvast van overtuigd dat de islamisering een gigantisch probleem is (DM 23/11). "Moslims hangen een gevaarlijk nazistische ideologie aan. Het zou beter en veiliger zijn mochten we niet met hen moeten samenleven." Islamoptimisten fietsen dan weer om de problemen heen die de islam in zich draagt. Geen kritisch, negatief woord over de islam in het interview met Nadia Fadil (DM 24/11). Zij herleidt de problematiek van de multiculturele samenleving vooral tot racisme en discriminatie.
Van Rooy, Dewinter en anderen zeggen dat moslims hier niet thuishoren en hier niet kunnen integreren. Fadil, Abou Jahjah en co. benadrukken vooral dat moslims hier niet als gelijke burgers worden behandeld en hier niet mogen integreren en participeren. Volgens Fadil lezen we voortdurend, maar ten onrechte, 'dat de islam het probleem is'. Volgens Van Rooy lezen we daarentegen nooit dat de islam het probleem is (vandaar zijn boektitel: Waarover men niet spreekt). Een vastgelopen stellingenoorlog waarin beide partijen slechts de eigen helft van de werkelijkheid willen zien.
Derde evolutie: het succes van Donald Trump, Marine Le Pen, Nigel Farage en Geert Wilders maakt van Zwarte Zondag klein bier. Nog minder dan 25 jaar geleden is er een antwoord op populisme. En ook hier tekent zich een stellingenoorlog af met eenzijdige standpunten.



Vorige week schreef ik dat het Pietenpact de perceptie voedt dat de weldenkende elite haar wereldvreemde multiculti-agenda door de strot van de gewone mens wil duwen (DM 15/11). Het leverde me een nieuwe werkplek op, las ik op sociale media: de WIT, de Weldenkende Ivoren Toren. Van daaruit schrijf ik, op kosten van de gemeenschap, belerende en betweterige stukken zonder voeling met de realiteit.
Hoe durfde ik immers over 'perceptie' te spreken?! "Volk versus elite is geen populistisch denkbeeld, maar de re-a-li-teit. Wie die tegenstelling in twijfel trekt, is niet van deze wereld." Zie ik dan niet dat we al jaren worden geregeerd en gemanipuleerd door een politiek correcte elite? De politiek, het onderwijs, de media, de culturele centra en het middenveld - ze worden allemaal beheerst door een links-progressieve agenda. Migranten en vooral moslims worden ontzien. Vlamingen daarentegen worden voortdurend van racisme beticht. En in plaats dat de nieuwkomers zich integreren, zijn het de Vlamingen die hun eigen cultuur moeten aanpassen. Niet het onverdoofd slachten wordt aangepakt, wel onze Zwarte Piet. En straks eten we met zijn allen halal...

Vox populi

Ziehier de analyse van de populisten: de machtsverhoudingen maken dat wat echt in de samenleving leeft niet aan de oppervlakte komt. Want diegenen die verzet aantekenen tegen de hegemonie van de weldenkende maar corrupte elite worden meewarig aan de kant gezet. Naar de vox populi wordt niet geluisterd, de gewone man is van de macht uitgesloten.
Maar dat is buiten de verkiezingen gerekend. "The times they are a-changin'", zo citeerde Filip Dewinter de kersverse Nobelprijswinnaar Literatuur in de Kamer. Nu Trump verkozen is en de brexit gestemd, is de tijd daar voor de opstand tegen de elite en de emancipatie van het volk. En hoop doet leven, want in Europa zijn Le Pen, Wilders, Alternative für Deutschland, Vlaams Belang en andere rechts-populistische partijen in opgang.



Dit soort analyses horen we dagelijks. Het gevaar bestaat dat we ze nog gaan geloven ook. Als leugens lang genoeg worden herhaald, worden zij vanzelf de waarheid. Nochtans valt er op de tegenstelling volk-elite ontzettend veel af te dingen. Ze is simplistisch schematisch en verdonkeremaant een veel complexere werkelijkheid. Zowel het volk als de elite is over heel wat thema's intern verdeeld. Zelfs het Vlaams Belang heeft een extreemrechtse en een zeer extreemrechtse vleugel. De categorieën 'homogeen volk' en 'weldenkende elite' zijn ongedefinieerde constructies. Handig om electoraat te mobiliseren, maar weinig accuraat om de werkelijkheid te begrijpen. Bovendien is populisme een belangrijk signaal, maar biedt het geen realistische oplossingen.

Spiegelbeeld

Om de populisten in het ongelijk te stellen, proberen velen al jaren de werkelijkheid anders te reconstrueren. In spiegelbeeld. Het stuk 'De tirannie van de meerderheid' van Joël De Ceulaer (DM 19/11) is een sprekend voorbeeld. Hij mocht ongetwijfeld op applaus rekenen van mensen als Dyab Abou Jahjah en andere antiracisme-activisten.
Er bestaat een linkse kerk waar zijn analyse bon ton, ja bijna dogma is. Ze gaat als volgt. We worden helemaal niet door een weldenkende elite geregeerd. Integendeel. De angst voor populisten en extreemrechts heeft ertoe geleid dat mainstreampartijen hen zijn achternagelopen en hun discours en standpunten hebben overgenomen. Plat op de buik. Kijk maar naar het islamdebat, waar de islamkritiek de bovenhand heeft. Niet weldenkend links, maar populistisch rechts zwaait indirect al jaren de plak en bepaalt de politieke agenda. Hierdoor wordt racisme niet aangepakt, maar weggerelativeerd. Niet de etnisch culturele minderheden, maar de bange blanke Vlamingen worden gepamperd.



Tijd dus om de rug te rechten en ermee te stoppen de potentieel racistische kiezers naar de mond te praten. Iedereen moet inburgeren in de superdiversiteit, de bedenkers van het Pietenpact mogen niet plooien en laat ons eindelijk werk maken van de strijd tegen het racisme, dat heel diep in de Vlaamse aard, samenleving en instituties zit ingebakken.
Deze framing is even eenzijdig, dualistisch en beperkt als de populistische. Er zijn momenten dat de Vlaming werd ontzien, maar er zijn net zo goed momenten waarop de moslimgemeenschap en de nieuwkomers werden ontzien.
Waarom hebben we gewacht tot in 2003 om een inburgeringsdecreet te stemmen? Waarom is het onverdoofd slachten anno 2016 nog steeds niet verboden? Waarom heeft men de problematische toestanden in het joodse onderwijs niet aangepakt? Waarom durfde men na de invoering van de snel-Belgwet in 2000 jarenlang geen integratievoorwaarden te koppelen aan de nationaliteitsverwerving? Waarom heeft men zo lang geaarzeld om de huwelijksmigratie beter te managen? En laat ons eerlijk zijn: welke ouder zag zijn kind thuiskomen van school met de mededeling dat de leerkracht sympathie had voor Trump?
Het valt niet te ontkennen dat een minimale vorm van weldenkendheid de overhand heeft in de boodschappen die de sociaal-culturele sector, bepaalde media en het onderwijs uitdragen. Dat is niet erg, maar we zijn er ons maar beter goed van bewust.
En: populisme heeft soms de verdienste thema's op de politieke agenda te zetten die vele mensen beroeren maar door de mainstreampolitici niet worden opgepikt of bewust worden vermeden. Migratie, diversiteit, islam en Europese integratie zijn daar voorbeelden van.

Nuance

Bij het lezen van de populistische analyse voelen de etnisch-culturele minderheden zich verongelijkt. Bij het lezen van De Ceulaer voelt de autochtone Vlaming zich verongelijkt. Terecht. De realiteit is complexer en de problematiek verdient beter. Laat ons een discours zoeken dat tegemoetkomt aan ieders zorgen. Ik geef hier enkele voorzetten.
Natuurlijk is racisme niet relatief, maar heb er ook oog voor dat de term vaak gratuit als conversatiestopper wordt gebruikt, bijvoorbeeld om islamcritici de mond te snoeren of om kritiek op storend gedrag van jongeren van Marokkaanse afkomst af te blokken. Natuurlijk zijn er mechanismen van discriminatie waar mensen met een vreemde naam op botsen, maar in plaats van de blanke Vlamingen te culpabiliseren, moeten ze worden geïnformeerd en begeleid, zodat die mechanismen minder impact krijgen. Wijs bovendien ook op de bestaande kansen en doorprik de slachtoffercultuur waarin etnische minderheidsgroepen zich weleens wentelen. Racisme, discriminatie en wij-zijdenken zijn bovendien des mensen en als dusdanig ook aanwezig bij minderheidsgroepen. Dat moet evengoed worden geproblematiseerd.



Natuurlijk brengen verandering, diversiteit en globalisering onrust, angst en onzekerheid met zich mee. Doe daar niet politiek correct meewarig over. Zet de onwennigheid met migranten niet zomaar weg als xenofobie, zoals Bob Cools dat in zijn interview deed (DM 21/11). Maar buit die angst ook niet op een populistische manier electoraal uit. Maak duidelijk dat die onrust normaal is en ga samen zoeken hoe die het best kan worden ontmijnd.
Natuurlijk vergt de diversiteit een inspanning van Vlamingen, maar leg uit dat die inspanning niet impliceert dat ze die zaken waaraan ze gehecht zijn zomaar zullen moeten opgeven. Leg uit dat ook nieuwkomers een inspanning moeten doen om zich onze maatschappelijke cultuur, taal en omgangsvormen eigen te maken. Leg ook aan nieuwkomers uit dat de uitnodiging om hier Nederlands te leren geen vraag is om zich te assimileren. De inburgeringseis is geen uiting van misplaatst nationalisme, maar een manier om de samenleving hier leefbaar te houden, het sociaal weefsel sterk genoeg te houden en henzelf ook optimale participatiekansen te geven. Als we willen dat de integratie lukt, moet de hele samenleving op haar verantwoordelijkheid worden aangesproken. Niet alleen de zogenaamde bange blanke man die De Ceulaer noemt, maar ook niet alleen de zogenaamde integratie-onwillige nieuwkomer die Dewinter noemt.



En inzake terreur: in plaats van eenzijdig de islam te viseren, zoals populisten doen, of de islam te verzwijgen, zoals de politiek correcte president Obama dat deed, probeer de juiste relatie tussen terreur, IS en islam te benoemen. Ja, IS heeft met islam te maken. Nee, IS vertegenwoordigt niet de hele moslimgemeenschap en de meeste moslims hangen de radicale IS-ideologie niet aan.
Worden we geregeerd door de weldenkende elite? Nee. Worden we geregeerd door de tirannie van de meerderheid? Nee. Er is nood aan een meer genuanceerde visie die recht doet aan de problemen en uitdagingen die samenleven in diversiteit met zich meebrengen, zowel voor minderheden als voor de meerderheid. Denkschema's die maar de helft van de realiteit en de problemen belichten, laten we beter achterwege.

http://www.demorgen.be/opinie/er-is-nood-aan-een-meer-genuanceerde-visie-zowel-voor-minderheden-als-voor-de-meerderheid-b0b6b3d2/


De genuanceerde visie.
Hebt u al ooit een artikel gelezen waarin de visie van de tegenstander als "genuanceerd" wordt omschreven en de eigen visie als "niet genuanceerd"?
Ik zal er geen twijfel over laten bestaan: Fuck nuance.
Dit is geen genuanceerde visie.
Ik heb een probleem met nuance.
Ik heb een probleem met nuance en wel hierom:  De categorie "nuance" is een ongedefinieerde constructie.
Dat is een nogal flauwe analogie van mijn kant.
Laten we er gemakshalve van uitgaan dat de auteur "genuanceerd" gebruikt in de betekenis van "met zin voor (subtiel) onderscheid". Soms is het gemakkelijker om iemand woorden in de mond te leggen die hij niet uitgesproken heeft dan het verwijt van vaagheid te gebruiken.
Stel dat een vraag beantwoord wordt met "Ja" of "Nee", hoeveel ruimte is er dan nog voor nuance?
Ik geef hier enkele voorzetten.
Worden we geregeerd door de weldenkende elite? Nee.
Worden we geregeerd door de tirannie van de meerderheid? Nee.
Van zodra iemand de pen ter hand neemt stopt hij met het onderscheid te maken.
Het is aan de lezer te achterhalen op welk moment hij gestopt is.

Zo wou ik ooit een essay schrijven over de boom.
Met zin voor nuance weliswaar.
Dus koos ik mij een bos uit.
Het was het bos dat grenst aan mijn tuin.
Maar een bos is uiteraard geen boom.
Ik koos voor een ietwat alleenstaande eik.
Ik bestudeerde de eik zeer grondig.
Het zou een genuanceerd essay over de boom worden. "Genuanceerd" in de betekenis van "doordacht".
Ik bestudeerde de eik zeer grondig, maar net toen ik dacht dat ik de essentie van de eik wel gevat had, stak er een briesje op en waaiden er enkele bladeren van de eik weg.
"Gelukkig maar dat ik zo grondig ben", bedacht ik mij toen ik even in het gras ging zitten, "of ik had deze nuance gemist".










woensdag 23 november 2016

Mieke Groeninck



Meestal is denken gemakkelijk, tenzij het ons van een van onze lievelingsinzichten berooft. Dan blijven we verwilderd achter (1944, 55 jaar)







Kunnen "wij" voor onszelf denken, terwijl "zij" blindelings beïnvloed worden door een bepaald discours?

Mieke Groeninck is doctoraatsstudent sociale en culturele antropologie aan de KU Leuven. Ze reageert op het interview met Wim Van Rooy.




In een interview met Joël De Ceulaer claimt schrijver Wim Van Rooy nog maar eens dat "islam niet integreerbaar is", dat "islam het nieuwe fascisme is", dat "islam geen ‘libido sciendi’ kent", en dus kortom, dat "we" onze hakken in het zand moeten zetten en zeggen "tot hier en niet verder".
In wat intussen ‘normale omstandigheden’ kunnen genoemd worden, zou ik het woord laten aan de tal van jonge Belgische, islamitische intellectuelen die intussen een vaste waarde geworden zijn in het publieke debat. Maar in dezen worden wij, sociale wetenschappers die werken rond islam, ook geïnterpelleerd en wel om het volgende. Meneer Van Rooy claimt dat hij "jarenlang die religieuze ideologie heeft bestudeerd" en dat "u en uw collega-journalisten dat ook eens zouden moeten doen". Wel, ikzelf, net als zovele anderen, doen dat nog steeds. En daarom ben ik het niet met u eens.
Ik zou van wal kunnen steken over hoe, wat Van Rooy claimt over het superioriteitsgevoel dat specifiek ingebed zou zijn in islam, het gebrek aan ‘libido sciendi’ en de onzin van kennis over de natuurwetten binnen islam, niet stroken met tal van vormgevende voorbeelden uit de islamitische geschiedenis. Hoe voor zowel islamitische filosofen, theologen, als mystici, natuur- en menswetenschappen, diversiteit en wederzijdse verschillen niet als contradictorisch of problematisch beschouwd werden, maar net integraal deel uitmaakten van ‘het wonder des Werelds’, en in die hoedanigheid onderzocht en begrepen werden. 
Over hoe tal van hedendaagse wetenschappers met islamitische achtergrond en hervormingsgezinde theologen vanuit hun eigen religieuze traditie hoge toppen scoren en steeds meer mensen bereiken, ook in de diaspora. Of over hoe Van Rooys vereenzelviging van het joods-christelijke kader (wat dat ook moge zijn) met humanisme en respect voor liberale waarden eveneens getuigt van een selectieve lezing van de geschiedenis.
Maar er is iets anders wat nog pertinenter is. Aan de ene kant maakt Van Rooy een duidelijk onderscheid tussen de racistische praat van de "moegetergde volksmens", en elke traditie van "white supremacy" dat hij expliciet veroordeelt. Racistische uitspraken worden door hem beschouwd als "peanuts" en er wordt nergens een link gelegd naar de toename van islamofobe en racistische incidenten in de laatste jaren, noch naar neonazistisch terrorisme als in het geval van Anders Breivik, en al helemaal niet naar een bredere culturele of religieuze Westerse traditie waartoe de daders behoorden – ongeacht of zij daar rechtstreeks naar refereerden of niet. 
Maar aan de andere kant stelt Van Rooy dat het onderscheid tussen het individu en het collectief niet bestaat in het geval van de islam. Zowel jihadi terrorisme als kleinere incidenten beschouwt hij als zijnde exclusief gemotiveerd door "de" islam. Daar waar racistische uitspraken door Van Rooy, ten slotte, worden afgedaan als het gevolg van "angsten" en "moegetergd zijn", is er echter nergens sprake van sociale omkadering in het geval van ‘de ander’. Met andere woorden: het ‘autochtoon’ superioriteitsdenken wordt afgedaan als een gevolg van angsten en kleinmenselijke imperfecties, terwijl superioriteitsdenken van moslims gezien wordt als een bewijs dat "de islam" vergelijkbaar is met "nazisme".
Het verschil in benadering is problematisch, niet alleen omdat het om twee maten en twee gewichten gaat, maar ook omdat het veronderstelt dat ‘wij’ voor onszelf kunnen denken, terwijl ‘zij’ blindelings beïnvloed worden door een bepaald discours. Dat we het "slecht gedrag" in eigen rangen moeten kaderen en nuanceren en niet als representatief beschouwen voor wie we wérkelijk zijn, maar dat dit niet, nooit, geldt in het geval van de "ander" De "ander" wordt dus niet alleen geplaatst binnen wat omschreven wordt als een onrijmbaar ("onintegreerbaar") denkkader, maar wordt tegelijkertijd afgeschilderd als minder rationeel, minder kritisch, minder vrij, minder humanistisch, minder moreel, minder ‘zoals het zou moeten’. Of hoe extremen in se erg gelijkaardig denken. 


"Extremen" lijken mij niet te denken.
Het denken lijkt mij voorbehouden aan personen.
De islam denkt niet, net zo min als "uiterste waarden" denken.
Extremisten daarintegen denken wel.
Ze denken zelfs gelijkaardig.
Ze denken anders dan "wij".
WAARIN dat denken zich precies onderscheid, dat blijft meestal nogal vaag.
We zijn al lang blij DAT we het kunnen onderscheiden.
Even, heel even maar had ik een ingeving.

"Wij kunnen voor onszelf denken terwijl de extremisten blindelings beïnvloed worden door een bepaald discours".

6 aug. 2012
Dat geldt niet alleen voor denken over ‘zekerheid’ maar ook over JOUW LEVEN EN DAT VAN ANDEREN. Vervelend maar BELANGRIJK (1944, 55 jaar)


Je kunt niet behoorlijk denken als je niet bereid bent jezelf pijn te doen. Als bangerik weet ik daar alles van (1944, 55 jaar)

zondag 20 november 2016

Elianne Van Rens

Uw verhoor leidde tot een wrakingsverzoek van Knoops, omdat rechter Elianne van Rens vooringenomen zou zijn. Bent u het daarmee eens?


'Ze heeft fouten gemaakt door jurisprudentie door elkaar te halen en te insinueren dat mijn verhaal ook maar een mening is. 

Paul Cliteur.

http://www.volkskrant.nl/opinie/paul-cliteur-het-wildersproces-loopt-niet-goed-af~a4418115/

Insinueren mag uiteraard niet.
Een manier om zich te verdedigen tegen de stelling dat "Willen jullie meer of minder Marokkanen?" racistisch zou zijn is opwerpen dat het een vraag is zonder enige zweem van insinuatie.
Maar in het kader van het recht op vrije meningsuiting mag je wel gewoon zeggen:
Het verhaal van Paul Cliteur is ook maar een mening.
Een manier om zich te verdedigen tegen de stelling dat "Het verhaal van Paul Cliteur is ook maar een mening" subjectief zou zijn is opwerpen dat het een zin is zonder enige zweem van insinuatie.

vrijdag 18 november 2016

De angsthaas


Willen jullie meer of minder Marokkanen?
Of, om het anders te formuleren:
Willen jullie meer of minder criminele Marokkanen?
Ik wil minder Marokkanen.
Of, om het anders te formuleren:
Ik wil minder criminele Marokkanen.
Wij willen minder Marokkanen.
Of, om het anders te formuleren:
Wij willen minder criminele Marokkanen.

Wat mag je al dan niet vragen of zeggen onder de auspiciën van de vrije meningsuiting?
Je suis Geert.

Alsof al deze nuances op zich nog niet complex genoeg waren heeft Geert Wilders er nog een extra filosofische dimensie aan toegevoegd in zijn reactie op de eis van het openbaar ministerie.




Zojuist kreeg ik de strafeis van het Openbaar Ministerie te horen: een boete van 5.000 euro.
Het spreken over een van de grootste problemen van ons land - het Marokkanenprobleem - is vanaf nu volgens de elite dus strafbaar. En zo raken we langzaam maar zeker onze vrijheid van meningsuiting kwijt. Zelfs het stellen van een vraag mag niet meer. Ook al zijn miljoenen mensen het ermee eens. En Marokkanen zijn ineens een ras, dus als je wat over Marokkanen zegt ben je vanaf nu een racist. Niemand die dat snapt. Het is de waanzin ten top. Alleen bedoeld om u en mij de mond te snoeren.
Terwijl in andere landen het volk de elite naar huis stuurt, wil de elite hier een oppositieleider de mond snoeren. Nederland dreigt een dictatuur te worden. Het lijkt Turkije wel. De verschillen tussen Nederland en Turkije worden steeds kleiner. De oppositie wordt monddood gemaakt.
Ik ben door bijna een miljoen mensen gekozen. Dat worden er op 15 maart volgend jaar nog veel meer. En het is mijn plicht problemen te benoemen ook als de politiek correcte elite onder leiding van premier Rutte het er liever niet over heeft. Want wegkijken en zwijgen is geen optie.
Ik moet kunnen zeggen waar het op staat.
Want wat heeft u aan politieke angsthazen, die de waarheid niet meer durven te spreken? Die zwijgen over de problemen in ons land? Die de regering naar de mond praten. Die laf de andere kant op kijken?
Helemaal niets! De kop in het zand steken is laf.
En als je over problemen moet zwijgen omdat het stellen van een vraag al strafbaar is dan worden de problemen alleen maar groter. Dan wordt Nederland een dictatuur van bange en laffe politici.

Ik zal dat nooit accepteren. Ik zal blijven vechten voor een vrij en veilig Nederland. Daarom bedreigen islamitische terroristen mij al 12 jaar lang met de dood. En die terroristen staan vandaag te juichen. Wilders wordt gestraft. Het Openbaar Ministerie heeft zich vandaag tot hun bondgenoot gemaakt.
Maar ik laat mij net als u door niemand de mond snoeren!
Geen terrorist zal ons doen zwijgen!
Geen officier in zwarte toga of laffe premier krijgt ons op de knieën!
Ik zal me dan ook helemaal niets van hun strafeis aantrekken. Ze doen maar. Het maakt me alleen maar sterker. Ik word alleen maar meer gemotiveerd.


En u kunt me daarbij steunen.
Door samen met mij te blijven vechten voor het behoud van de vrijheid van meningsuiting. Voor het behoud van een veilig en vrij Nederland.
Ons land.


"Want wat heeft u aan politieke angsthazen, die de waarheid niet meer durven te spreken?"
Of, om het anders te formuleren:
Willen we meer of minder waarheid?
Dat zou pas een makkie zijn voor de rechtbank.
Meer, meer, meer.


Paradoxaal genoeg wordt de meningsuiting daardoor verminderd.
De meningsuiting is immers niet absoluut, laster is verboden.
"Wij willen minder Marokkanen" is de waarheid.
Of, om het anders te formuleren:
"Wij willen niet minder Marokkanen" is louter opinie, het is geen waarheid.
In het licht van de waarheid is de opinie slechts de schaduw in de grot.

Vechten voor de vrije meningsuiting is dan niet zozeer vechten voor "Wij willen minder Marokkanen", dat is immers de waarheid.
Vechten voor de vrije meningsuiting is dan eerder vechten voor "Wij willen niet minder Marokkanen".
Geert Wilders op de bres voor de vrije meningsuiting.
Geert Wilders op de bres voor "wij willen niet minder Marokkanen".
Kut zeg.

donderdag 17 november 2016

De schrijver



Bizar: De drang om te schrijven overwint de onmogelijkheid van taal.


zondag 23 oktober 2016

De cultuurpessimist

http://www.demorgen.be/dmselect/waarom-doemdenkers-zo-diepzinnig-lijken-b61854b1/

Knalprestatie van Maarten Boudry !
Een essay schrijven over cultuurpessimisme zonder dat begrip naar behoren te definiëren. En er nog in slagen van het gepubliceerd te krijgen ook. Het moet gezegd, het heeft wat weg van de Sokal-affaire.

"Cultuurpessimisme" is echter een vlag die vele ladingen dekt.

Vooraleer we daar dieper op kunnen ingaan is het belangrijk te wijzen op het onlosmakelijk verband dat er bestaat in de logica tussen om het even welk begrip en "kritiek". Essentieel in dit verband is het schrandere brein van de Griekse wijsgeer Anexagoras.
"Van zodra er een woord gelanceerd wordt in de logica ("koud" bijvoorbeeld), wordt ook automatisch het antoniem gegenereerd (niet-koud). Kritiek is een aanwijzing voor het antoniem. Indien er geen kritiek zou bestaan, indien er geen aanwijzing zou zijn voor het tegendeel, dan zou dit tegendeel in de onmogelijkheid zijn te bestaan. En er is in de logica geen enkel element aanwezig waarvan het tegendeel niet bestaat, het zou de ontkenning van de logica zelf zijn."
Het voorbeeld van Anexagoras gaat als volgt:
"Het is koud.
Maar er is toch vuur. (= kritiek)
Het is onbelangrijk of de opmerking relevant is of niet. Zo kan het perfect mogelijk zijn dat we te ver van de warmtebron verwijderd zijn om daar ook maar enig voordeel van te ondervinden.
Het is wel belangrijk dat er een opmerking gemaakt kan worden. Indien dat niet zo zou zijn is het onmogelijk dat de notie van niet-koud bestaat."

De term "cultuurpessimisme" duikt voor het eerst op in de geschriften van de vrij onbekende Verlichtingsfilosoof Eduard de Roussillon. Het begrip staat er diametraal tegenover het vooruitgangsgeloof. In het vooruitgangsgeloof is men van oordeel dat er aan de wereld een proces ten grondslag ligt dat diezelfde wereld zich altijd zal ontwikkelen naar een betere wereld.
"Men moet al een echte cultuurpessimist zijn om daar blind voor te zijn", schreef de Roussillon.
Dat is de eerste vermelding van het begrip "cultuurpessimisme".
Het moet echter gezegd, Eduard de Roussillon was niet meteen de meest begaafde der Verlichtingsfilosofen. Uit de context van zijn "Au bord de la foi" blijkt duidelijk dat hij "cultuurpessimisme" en "achteruitgangsgeloof" als synoniemen beschouwt. Elke vorm van kritiek op de wereld was een bewijs van een achterlijk achteruitgangsgeloof.
Eduard de Roussillon glijdt hiermee af naar een gevaarlijke afwijzing van de logica.
"De wereld gaat vooruit.
Maar er is een mankement.
Dit mankement is niet relevant omdat de wereld vooruit gaat."
Zelfs Maarten Boudry zal deze denkfout herkennen.

Scherpe reactie kwam er onder meer van de Rus Vladimir Lavrov.
Hij zag de geschiedenis van de wereld als een grafiek met pieken en dalen.
"We kunnen moeilijk volhouden dat de wereld er op vooruit gaat als duizenden mensen gedood worden in een nietsontziende oorlog, als tienduizenden mensen omkomen van honger en dorst, als honderdduizenden mens op de vlucht zijn voor naderend onheil. Het is de taak van de cultuurpessimist om de vinger op de wonde te leggen".
"Cultuurpessimist" wordt gebruikt in de betekenis van "cultuurcriticus".
"Kritiek" is niet noodzakelijk een bewijs van een achteruitgangsgeloof, het kan een bewijs van een (tijdelijke) achteruitgang zijn.

Hoezeer men het ook kan betreuren, een nieuwe dimensie in het debat werd aangebracht door de postmodernistische denker Georg Zweifel.
"Kritiek is altijd tijdsgebonden. Hij die kritiek levert in de periode van een opwaartse trend is een cultuurpessimist terwijl hij die kritiek levert in de periode van een neerwaartse trend eerder als cultuuroptimist moet beschouwd worden."
Sedert Georg Zweifel moet "kritiek" altijd in termen van "terechte kritiek" en "onterechte kritiek" bekeken worden. De vraag is natuurlijk welk medium het best geschikt is om dat onderscheid te maken.

De voor cultuurpessimist (wat is dat?) versleten Johan Huizinga suggereerde het spel.
Wij spelen, en weten, dat wij spelen, dus wij zijn meer dan enkel redelijke wezens, want het spel is onredelijk.

Het gevaar van een mystiek dreigt.
Tenzij de rede (van Maarten Boudry) mystiek is en het spel universeel.






zondag 9 oktober 2016

Kees Kraaijeveld




We zijn de waarheid uit het oog verloren'

Weg met relativisme en cynisme



'Het is alles of niets', sprak Mark Rutte manmoedig in Zomergasten. De premier had het over de Nederlandse normen en waarden. Dat we daarin dus niet een beetje vrijblijvend mogen shoppen. 'Het is geen cafetariamodel.'

Goed dat Rutte, als voorman van de grootste partij van Nederland, aan de vooravond van de verkiezingscampagne, de Nederlandse waarden op de agenda zet. Waarden gaan over wat we het allerbelangrijkst vinden. Het zijn woorden voor wat mensen wensen. Door te denken en te discussiëren over waarden tillen we het publieke debat naar een wezenlijker niveau.
Maar de grote vraag die Rutte in Zomergasten niet kreeg luidt: Als het inderdaad geen cafetariamodel is en als we in het Nederlandse café der waarden dus moeten eten wat de pot schaft, wat staat er dan op het menu?

Rutte spreekt als liberaal vanzelfsprekend over 'vrijheid' en over 'het op een beschaafde manier met elkaar omgaan'. Zijn partijgenote Edith Schippers had het onlangs over 'de democratie' die moet worden beschermd. En verder moeten we ons van haar 'met elkaar bemoeien'.

Vrijheid, democratie, gelijkheid, tolerantie. Is dat dan alles? Mist hier niets? Toch wel. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs, ook VVD'er, deed nog een poging bij de opening van het academisch jaar: 'een discussie op basis van kennis en feiten'

Dat komt in de buurt, maar ook bij Dekker mist een essentiële waarde. Want wat is de grote vergeten waarde van onze tijd? Natuurlijk: de waarheid.

Het probleem met waarden is dat het - anders dan Rutte zegt - wél een cafetariamodel is. Groepen mensen vormen waardenhiërarchieën, die zijn essentieel voor de groepsvorming. Maar er bestaat geen vaststaand menu waarvan je alles moet nemen. Nee, het relatieve belang van waarden verandert voortdurend. En soms dreigt er dus wel eens een waarde van tafel te vallen, zoals nu met de waarheid.

En dat kan zo niet langer. De waarheid moet weer hoog in het vaandel. Bij u, bij mij, bij politici, journalisten, wetenschappers, bij iedereen.

Hoezo? Omdat het streven naar waarheid een cruciaal ingrediënt is voor beschaafd samenleven. Omdat we onvoldoende beseffen dat het zoeken naar de waarheid onmisbaar is voor ons streven naar vooruitgang.

Actie is nodig. Relativisme en cynisme dienen we voortaan keihard te bestrijden. De waarheid moeten we weer een ereplek geven tussen al die andere waarden waar we als westerse beschaving zo trots op zijn: gelijkheid, democratie, tolerantie en vrijheid. We zijn vergeten dat dit rijtje niet zonder de waarheid kan.
Cynisch snuiven, dát doen we tegenwoordig als het om 'het ware' gaat. De waarheid is voor naïeve dommeriken die niet willen begrijpen hoe de wereld in elkaar zit. Dit zijn tijden van post-truth politics. Leugens regeren. We hebben de Brexit-campagne gezien. Boris Johnson en andere Brexiteers die de Britten vertellen dat Europa ze wekelijks 350 miljoen pond kost, terwijl het per saldo amper de helft is. Brexit zou een einde maken aan de immigratie, het zou goed zijn voor de Britse economie. Nonsens. Wie met feiten kwam, werd weggehoond. De waarheid voorbij.

We zien Trump fulmineren en debatteren. De Amerikaanse factcheckers kunnen de leugens van de man amper bijhouden. Het deert hem nauwelijks. Al die naarstig opgezochte feiten bereiken Trumps supporters toch niet. Zoals ook de Russische bevolking de feiten over de MH17 niet onder ogen krijgt, maar wel de inconsistente berichten die worden verspreid via het Kremlin van Vladimir Poetin.

In eigen land kan PVV-leider Wilders ongestraft stellen dat Europa een Nederlands gezin 40 duizend euro kost. Niet alleen extreemrechts liegt. Als SP-Kamerlid Renske Leijten actie voert tegen het zorgstelsel klaagt ze steevast dat het basispakket de afgelopen tien jaar kleiner is geworden. Feitelijk onjuist: het basispakket is alleen maar gegroeid, met meer behandelingen, meer medicijnen en veel meer euro's.

En als je je woede hierover deelt met anderen, word je meestal meewarig aangekeken. 'Maak je niet zo druk, Kees, het zijn politici.' Gevolgd door een les over 'hoe de politiek nu eenmaal werkt'. Steeds komen mensen met dat afgezaagde modewoord 'framing'. Dat Leijten liegt over het basispakket, past nu eenmaal in het 'antimarktwerking-frame' van de SP. Dat zou ik toch zo langzamerhand eens moeten snappen. Trouwens: politici, die zijn sowieso niet te vertrouwen.

Wantrouwen

Een vriendin, net moeder geworden, vertelt me dat ze vreselijk twijfelt of ze haar kind moet laten inenten. 'Natuurlijk', zeg ik. Want dat is het beste voor je eigen kind én voor de volksgezondheid. 'Maar hij kan er autistisch van worden', zegt ze. 'Dat is een hardnekkig fabeltje', probeer ik geruststellend. 'Kijk vooral even op de site van het RIVM.' 'Het RIVM, really? Die hebben toch connecties met de grote farmaceuten? Die willen gewoon vaccins verkopen!' Zo verkiest een hoogopgeleide jonge vrouw de angstige praatjes uit haar facebookbubble boven het advies van de experts.

'The country has had enough of experts', riep het Brexit-camp. Feiten en cijfers zijn koud en kil en bovendien: manipuleerbaar. Wetenschappers zijn verdacht. RIVM, CBS, CPB, IMF, de universiteiten, allemaal instituten die eens boven elke twijfel waren verheven, worden niet meer vertrouwd.

Het wantrouwen in de instituties treft ook de journalistiek. GeenStijl noemt onze onafhankelijke publieke omroep consequent de 'staatsomroep'. In Duitsland hebben de rechts-populisten van Pegida de nazi-term 'Lügenpresse' weer van stal gehaald om de doorsneemedia zwart te maken.

En dat werkt. Mensen gaan geloven dat de media liegen en dat de experts liegen. Zijn er niet incidenten te over? Natuurlijk. Ook niet alle experts weten de waarheid hoog te houden en gerenommeerde instituten worden soms inderdaad slachtoffer van politieke manipulatie. Bij het IMF moest de interne kwaliteitscontroleur vaststellen dat het fonds onder politieke druk 'over-optimistische prognoses over de groei van de Griekse economie' publiceerde. De waarheid sneuvelde hier voor politieke opportuniteit.

Ook de media hebben de waarheid niet altijd even hoog in het vaandel staan. Neem het interview in NRC Handelsblad met de diëtisten Tessa Moorman en Merel von Carlsberg. De dames hebben, het zal u niet zijn ontgaan, zonder enig kritisch tegengeluid hun Green Happiness-dieet mogen aanprijzen in het interview. Gewoon hun adviezen volgen (geen zuivel, geen gluten, geen eieren) en u bent weer gezond, want: 'Als je je lichaam maar de middelen geeft die het nodig heeft, dan heelt het zichzelf.'

Klopt het wel wat hier staat? Is het wel waar wat deze persoon zegt? In het interview met Moorman en Von Carlsberg deed het er blijkbaar niet toe. Dat het 'kul' was, erkende interviewster Rinskje Koelewijn achteraf op Twitter. Maar wel 'kul die 200.000 mensen eten'.

Journalisten nemen hun rol als hoeder van de waarheid niet serieus genoeg. Een week later, in dezelfde krant, laat professor Peter Jan Margry dezelfde denkfout optekenen in het stuk van Kim Bos over alternatieve geneeswijzen. Margry mag zonder enige tegenwerping concluderen dat kwakzalverij als reflexzonetherapie en homeopathie toch 'nuttig' moet zijn omdat alleen al in Nederland een miljoen mensen er gebruik van maken, ruim 80 procent hoogopgeleid bovendien. 'Zijn dat allemaal naïeve idioten?', vraagt Margry zich af. Of een behandeling bewezen wérkt of niet, dat doet er niet toe. Het gaat erom hoe het voelt voor de mensen. Een miljoen naïeve idioten kunnen toch geen ongelijk hebben? Ik denk dan: welke idioot interviewt nou zo'n idioot?

Nog een voorbeeldje, uit Vrij Nederland. Dat laat 'duurzaam ondernemer' Tom van de Beek beweren dat een voedselbos veel productiever is dan de huidige landbouw; 'vijf keer zoveel voedsel als dezelfde oppervlakte aan landbouwgrond, zonder gebruik van pesticiden of kunstmest'. Hij mag het zeggen, zonder weerwoord of kritische vraag. Terwijl het flauwekul is. Met een voedselbos word je nooit productiever dan met de huidige landbouw.

Alles-overstijgend doel

Hoe hebben we het zover kunnen laten komen? Daar zijn al talloze redenen voor genoemd, vooral vanuit sociologisch perspectief. God is dood, ontkerkelijking, mondialisering, individualisering. Noem maar op. Ook zijn er talloze ideologische stromingen die aan de waarheid een broertje dood hebben. Denk aan pragmatisme, het postmodernisme of het sociaal-constructivisme. Het relativisme van 'jij hebt jouw waarheid en ik de mijne' is breed geaccepteerd, zeker in ons egalitaire Nederland. Bij een partij als D66 staat het zelfs in de beginselen: 'Niemand heeft de waarheid in pacht'.

Psychologisch is goed te duiden dat we moeite hebben met de waarheid. Kritisch denkwerk kost moeite en ons brein is liever lui dan moe. We zijn goedgelovige groepsdieren, dol op mooie verhalen die ons leven mooier, leuker en zinniger maken. Of iets waar is, doet er niet toe. Een lekker verhaal moet je niet stuk checken.

Maar de gebrekkige populariteit van de waarheid heeft nog een oorzaak, een die niet zo vaak wordt benoemd. Daarvoor moeten we kijken naar waarden. De waarheid moeten we dan beschouwen vanuit de waardenleer, vanuit een 'axiologisch perspectief'.

De waarheid geldt al sinds de klassieke oudheid als een van de hoogste waarden. Voor scholastieke denkers als Thomas van Aquino en Bonaventura, was het Ware, samen met het Schone en het Goede, nog een alles-overstijgend doel. Ook voor Verlichtingsdenkers waren de rede, de vooruitgang en de waarheid nog kernwaarden. Langzamerhand zijn we de waarheid uit het oog verloren, ook omdat die botst met andere waarden die we belangrijk zijn gaan vinden. Vrijheid, gelijkheid en broederschap hebben de overhand gekregen, met de waarheid als belangrijkste slachtoffer.

Dat Rutte, Schippers en Dekker de waarheid niet expliciet meer noemen als ze het over de Nederlandse waarden hebben is geen wonder. In de vele waardenmodellen die de afgelopen jaren zijn ontwikkeld dankzij het empirisch onderzoek van sociologen en moreelpsychologen ontbreekt waarheid als eindwaarde structureel. Dit terwijl mensen wel schoonheid en goedheid blijven noemen. Aan de gedragswaarde 'eerlijkheid' hechten we nog wel, maar de klassieke zoektocht naar waarheid, het toetsen van oude en nieuwe verhalen op hun validiteit, het streven naar steeds waarachtiger en vollediger theorieën over de werkelijkheid, het tegenspreken van onzin, dát zijn we vergeten.

Minachting voor experts

En niet voor niets. Waarheid is ouderwets. Waarheid is star en waarheid is lastig. Waarheid is naarheid. Het botst met moderne waarden die we hoog achten, met gelijkheid, met democratie, met tolerantie en vrijheid. Kijk maar.

Waarheid is een kwaliteitsstempel. Streven naar waarheid betekent onderkennen dat de ene uitspraak meer waar is dan de andere. Als we de waarde van waarheid in ere herstellen, komen we niet meer weg met het gemakkelijke relativisme van 'jij jouw waarheid, ik de mijne'. De waarde van waarheid houdt in dat ik ongelijk kan hebben en jij gelijk. Het betekent dat we met elkaar in debat moeten om hiërarchie aan te brengen in meer en minder waar. En dat staat op gespannen voet met gelijkheid, een centraal uitgangspunt van onze samenleving.

Onze liefde voor gelijkheid en de hieruit volgende democratisering van kennis, macht en kapitaal, verklaart ook de minachting voor experts. Democratie betekent one man one vote. Maar zonder de waarheid als kwaliteitstoets leidt dit democratisch uitgangspunt al snel tot verwarring. De mening van de professor die er jaren op heeft gestudeerd, weegt ineens even zwaar als de mening van iemand die net voor het eerst op het onderwerp heeft gegoogeld. Mensen voelen dat écht zo. 'Wat een arts weet, is wat ik weet', zegt transitiegoeroe Tony Bosma. Onzin natuurlijk. Zelfs als alle data 'gedemocratiseerd' zou zijn, blijft er een verschil tussen informatie en kennis en het deskundige oordeel van de expert.

Niet iedere mening telt. Niet iedere zienswijze is even waar en daarmee even waardevol. We moeten waarheid weer als waarde omarmen. Dat hebben wij democraten nodig om voor onszelf te kunnen rechtvaardigen dat we meer waarde moeten hechten aan wat experts zeggen dan aan wat leken roepen.

Logicus Bertrand Russell, een man die leefde voor de waarheid, heeft hiervoor ooit mooie vuistregels geformuleerd: 1) als de experts het eens zijn, moeten leken accepteren dat het waarschijnlijker is dat deze consensus waar is, dan dat het tegendeel waar zou zijn; en 2) als de experts van mening verschillen, kan de leek zich beter van een oordeel onthouden.

Waarheid conflicteert ook met breed geaccepteerde waarden als tolerantie en respect. Wat er gebeurt als je de waarheid uit het oog verliest en alleen nog vanuit tolerantie handelt, heeft niemand recentelijk mooier en schokkender omschreven dan journalist Margalith Kleijwegt.
Kleijwegt bezocht vorig jaar in opdracht van de minister van Onderwijs een aantal mbo's en hbo's. Ze beschrijft in haar rapport '2 werelden, 2 werkelijkheden' hoe docenten worstelen met klassen waarin zowel PVV-aanhangers als gelovige moslims zitten. Een docente toont een filmpje van de aanslag op de Twin Towers. Twee leerlingen willen een ander filmpje laten zien, een versie waaruit blijkt dat de Amerikanen en de zionisten erachter zaten. Dat mag van de docente. Prima, ze respecteert de verschillende perspectieven.

Dan komt het. Na de twee filmpjes besluit de docente 'neutraal te blijven'. Ze vond dat 'beide waarheden op deze manier naast elkaar konden bestaan'. Met alle begrip voor de lastige situatie waarin de docente zich bevindt: dat is een jammerlijke misser. Hier leren die kinderen niets van, geen feitenonderzoek, geen debat, niet het inleven in andermans perspectief en al helemaal niet: beschaafd samenleven. Niets.

'Een leraar moet zin van onzin durven scheiden', schreef Aleid Truijens pas nog in een heldere column over Kleijwegts onderzoek. Eens, maar dan moet een leraar daar ook opdracht toe krijgen. Scholen hameren voortdurend op respect en tolerantie, maar - best vreemd voor kennisinstellingen - zelden expliciet op de waarheid. Deze docente nam het niet op voor de waarheid en koos de makkelijke weg van het relativisme.

Mag deze docente dat dan niet zelf weten? Nee dus. Vrijheid is een groot goed. Het is de waarde die op de menukaart van onze premier vanzelfsprekend bovenaan staat. Maar vrijheid zou hier moeten wijken voor de waarheid. Het is niet 'anything goes', want sommige uitspraken zijn nu eenmaal meer waar dan andere.

Een morele opdracht

We hebben de waarheid weggepoetst van ons blazoen, omdat deze klassieke waarde ongemakkelijk botst met moderne waarden als gelijkheid, democratie, tolerantie en vrijheid.

Dat is een kostbare vergissing. Een misstap die hersteld moet worden. Het streven naar waarheid is, net als het optimisme van filosoof Karl Popper, een morele opdracht. We moeten de waarheid verdedigen tegen relativisme, tegen gemakzuchtige tolerantie en tegen de wals van democratische gelijkheid.

Waarheid staat voor een nieuwsgierige en kritische levenshouding. Waarheid staat voor eerlijk en vertrouwenwekkend gedrag.

We hebben waarheid gewoon nodig, ook heel praktisch. Het streven naar het ware is wat ons bindt. Alleen voor wie naar waarheid zoekt, is het inhoudelijk interessant te debatteren. Vergeten we de waarheid, dan kunnen we ons net zo goed helemaal terugtrekken in de comfortabele filterbubbles van het eigen gelijk. Dan versplintert de samenleving.

Als we de zoektocht naar de waarheid blijven relativeren, als we blijven ontkennen dat er zoiets bestaat als een meer en een minder waar en als we experts koppig als onze gelijke blijven zien, dan zullen paranoia en wantrouwen nog meer de overhand krijgen. En met het verlies van onze 'high trust'-samenleving verdwijnen ook alle politieke, sociale, culturele, juridische én economische voordelen die daarbij horen.

Dit mogen we niet laten gebeuren. Alleen met de waarheid hoog in het vaandel kunnen we samenleven in een maatschappij waarin we elkaar kunnen vertrouwen: in truth we trust.

Kees Kraaijeveld is filosoof, psycholoog en directeur van De Argumentenfabriek.

Wat kunt u zelf doen?

1 Onderstreep het belang van waarheid en waarheidsvinding

2 Strijd tegen onwaarheden

3 Neem niets voor waar aan zonder onderbouwing

4 Zoek actief naar tegenbewijs

5 Bestrijd relativisme

6 Trek niet zonder reden de waarheden van experts in twijfel

7 Bestrijd cynisme

8 Zoek actief naar feiten en onderbouw ze zo cijfermatig mogelijk

9 Heb oog voor de kwaliteit van informatie

10 Heb oog voor de kwaliteit van de bron van informatie

11 Verdedig experts en hun instituten

12 Accepteer geen leugens van politici

13 Stem nooit op politici die liegen

14 Maak consequent onderscheid tussen feiten en meningen

15 Streef naar waarheid, streef naar consensus over de feiten

16 Neem nooit genoegen met 'ook een mening'

http://www.volkskrant.nl/politiek/-we-zijn-de-waarheid-uit-het-oog-verloren~a4391497/?utm_source=twitter&utm_medium=social&utm_campaign=shared%20content&utm_content=paid&hash=a184b05a250ca8b110b3c093b8a64307ed8a8bb5





"Weg met het relativisme"
Het eerste wat ik me altijd afvraag bij het lezen van een leus is de vraag naar het alternatief.
"Lang leve het niet-relativisme".
In de logica, toch een wezenlijk element van de waarheid, kan men er niet omheen dat niet-relativisme en absolutisme met elkaar verwant zijn.
Maar, ik geef het toe, daar kan over gedebatteerd worden. Het is niet de waarheid.
(Alleen voor wie naar waarheid zoekt, is het inhoudelijk interessant te debatteren.)
Er is nu eenmaal een verschil tussen de waarheid spreken en naar de waarheid streven.

Ik wou het hebben over een feit.
Kees Kraaijeveld is filosoof, dat is een expert in de filosofie.
Als een filosoof zijn zin met een 'anything goes' lardeert, dan mogen we er van uitgaan dat hij weet waar hij het over heeft.
Niet dus.
Volgens Wikipedia verwijst 'anything goes' naar een musical, een titelsong of een film.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Anything_Goes
Eens te meer een bewijs dat Wikipedia alvast geen expert in de filosofie genoemd kan worden.
'Anything goes' verwijst naar een stelling van filosoof Paul Feyerabend.

It is clear, then, that the idea of a fixed method, or of a fixed theory or rationality, rests on too naive a view of man and his social surroundings. To those who look at the rich material provided by history, and who are not intent on impoverishing it in order to please their lower instincts, their craving for intellectual security in the form of clarity, precision, "objectivity", "truth", it will become clear that there is only one principle that can be defended under all circumstances and in all stages of human development. It is the principle: anything goes.

Het moet duidelijk zijn dat Feyerabend hier niet mee bedoelde dat alles zo maar om het even is.
Het gaat over de methode.
Over het feit dat een musical, een titelsong of een film evenveel zoden aan de dijk kan zetten dan een essay (bijna had ik 'opiniebijlage' geschreven.)
Of een karamellenvers.

als we blijven ontkennen dat er zoiets bestaat als een meer en een minder waar
dan lijkt het onderscheid tussen "zijn" en "bestaan" mij nog niet zonneklaar.




zaterdag 1 oktober 2016

De pierewieter


"Er zijn mensen die beweren dat God bestaat, zonder dat je het kunt bewijzen. Toch doen ze alsof God een realiteit is. Ik noem ze pierewieters. Rik Torfs is er zo een."
Etienne Vermeersch

Als er één ding is dat we van Etienne Vermeersch moeten onthouden, dan is het wel dit:
Als er iets is wat niet bestaat dan verzin je het toch gewoon.

"Er zijn mensen die beweren dat de Rede bestaat, zonder dat je het kunt bewijzen. Toch doen ze alsof de Rede een realiteit is. Ik noem ze trampolijners. Etienne Vermeersch is er zo een."

"Ignodichotomie" lijkt me ook een prachtig woord.
of "zeugmablind".