zondag 20 november 2016

Elianne Van Rens

Uw verhoor leidde tot een wrakingsverzoek van Knoops, omdat rechter Elianne van Rens vooringenomen zou zijn. Bent u het daarmee eens?


'Ze heeft fouten gemaakt door jurisprudentie door elkaar te halen en te insinueren dat mijn verhaal ook maar een mening is. 

Paul Cliteur.

http://www.volkskrant.nl/opinie/paul-cliteur-het-wildersproces-loopt-niet-goed-af~a4418115/

Insinueren mag uiteraard niet.
Een manier om zich te verdedigen tegen de stelling dat "Willen jullie meer of minder Marokkanen?" racistisch zou zijn is opwerpen dat het een vraag is zonder enige zweem van insinuatie.
Maar in het kader van het recht op vrije meningsuiting mag je wel gewoon zeggen:
Het verhaal van Paul Cliteur is ook maar een mening.
Een manier om zich te verdedigen tegen de stelling dat "Het verhaal van Paul Cliteur is ook maar een mening" subjectief zou zijn is opwerpen dat het een zin is zonder enige zweem van insinuatie.

vrijdag 18 november 2016

De angsthaas


Willen jullie meer of minder Marokkanen?
Of, om het anders te formuleren:
Willen jullie meer of minder criminele Marokkanen?
Ik wil minder Marokkanen.
Of, om het anders te formuleren:
Ik wil minder criminele Marokkanen.
Wij willen minder Marokkanen.
Of, om het anders te formuleren:
Wij willen minder criminele Marokkanen.

Wat mag je al dan niet vragen of zeggen onder de auspiciën van de vrije meningsuiting?
Je suis Geert.

Alsof al deze nuances op zich nog niet complex genoeg waren heeft Geert Wilders er nog een extra filosofische dimensie aan toegevoegd in zijn reactie op de eis van het openbaar ministerie.




Zojuist kreeg ik de strafeis van het Openbaar Ministerie te horen: een boete van 5.000 euro.
Het spreken over een van de grootste problemen van ons land - het Marokkanenprobleem - is vanaf nu volgens de elite dus strafbaar. En zo raken we langzaam maar zeker onze vrijheid van meningsuiting kwijt. Zelfs het stellen van een vraag mag niet meer. Ook al zijn miljoenen mensen het ermee eens. En Marokkanen zijn ineens een ras, dus als je wat over Marokkanen zegt ben je vanaf nu een racist. Niemand die dat snapt. Het is de waanzin ten top. Alleen bedoeld om u en mij de mond te snoeren.
Terwijl in andere landen het volk de elite naar huis stuurt, wil de elite hier een oppositieleider de mond snoeren. Nederland dreigt een dictatuur te worden. Het lijkt Turkije wel. De verschillen tussen Nederland en Turkije worden steeds kleiner. De oppositie wordt monddood gemaakt.
Ik ben door bijna een miljoen mensen gekozen. Dat worden er op 15 maart volgend jaar nog veel meer. En het is mijn plicht problemen te benoemen ook als de politiek correcte elite onder leiding van premier Rutte het er liever niet over heeft. Want wegkijken en zwijgen is geen optie.
Ik moet kunnen zeggen waar het op staat.
Want wat heeft u aan politieke angsthazen, die de waarheid niet meer durven te spreken? Die zwijgen over de problemen in ons land? Die de regering naar de mond praten. Die laf de andere kant op kijken?
Helemaal niets! De kop in het zand steken is laf.
En als je over problemen moet zwijgen omdat het stellen van een vraag al strafbaar is dan worden de problemen alleen maar groter. Dan wordt Nederland een dictatuur van bange en laffe politici.

Ik zal dat nooit accepteren. Ik zal blijven vechten voor een vrij en veilig Nederland. Daarom bedreigen islamitische terroristen mij al 12 jaar lang met de dood. En die terroristen staan vandaag te juichen. Wilders wordt gestraft. Het Openbaar Ministerie heeft zich vandaag tot hun bondgenoot gemaakt.
Maar ik laat mij net als u door niemand de mond snoeren!
Geen terrorist zal ons doen zwijgen!
Geen officier in zwarte toga of laffe premier krijgt ons op de knieën!
Ik zal me dan ook helemaal niets van hun strafeis aantrekken. Ze doen maar. Het maakt me alleen maar sterker. Ik word alleen maar meer gemotiveerd.


En u kunt me daarbij steunen.
Door samen met mij te blijven vechten voor het behoud van de vrijheid van meningsuiting. Voor het behoud van een veilig en vrij Nederland.
Ons land.


"Want wat heeft u aan politieke angsthazen, die de waarheid niet meer durven te spreken?"
Of, om het anders te formuleren:
Willen we meer of minder waarheid?
Dat zou pas een makkie zijn voor de rechtbank.
Meer, meer, meer.


Paradoxaal genoeg wordt de meningsuiting daardoor verminderd.
De meningsuiting is immers niet absoluut, laster is verboden.
"Wij willen minder Marokkanen" is de waarheid.
Of, om het anders te formuleren:
"Wij willen niet minder Marokkanen" is louter opinie, het is geen waarheid.
In het licht van de waarheid is de opinie slechts de schaduw in de grot.

Vechten voor de vrije meningsuiting is dan niet zozeer vechten voor "Wij willen minder Marokkanen", dat is immers de waarheid.
Vechten voor de vrije meningsuiting is dan eerder vechten voor "Wij willen niet minder Marokkanen".
Geert Wilders op de bres voor de vrije meningsuiting.
Geert Wilders op de bres voor "wij willen niet minder Marokkanen".
Kut zeg.

donderdag 17 november 2016

De schrijver



Bizar: De drang om te schrijven overwint de onmogelijkheid van taal.


zondag 23 oktober 2016

De cultuurpessimist

http://www.demorgen.be/dmselect/waarom-doemdenkers-zo-diepzinnig-lijken-b61854b1/

Knalprestatie van Maarten Boudry !
Een essay schrijven over cultuurpessimisme zonder dat begrip naar behoren te definiëren. En er nog in slagen van het gepubliceerd te krijgen ook. Het moet gezegd, het heeft wat weg van de Sokal-affaire.

"Cultuurpessimisme" is echter een vlag die vele ladingen dekt.

Vooraleer we daar dieper op kunnen ingaan is het belangrijk te wijzen op het onlosmakelijk verband dat er bestaat in de logica tussen om het even welk begrip en "kritiek". Essentieel in dit verband is het schrandere brein van de Griekse wijsgeer Anexagoras.
"Van zodra er een woord gelanceerd wordt in de logica ("koud" bijvoorbeeld), wordt ook automatisch het antoniem gegenereerd (niet-koud). Kritiek is een aanwijzing voor het antoniem. Indien er geen kritiek zou bestaan, indien er geen aanwijzing zou zijn voor het tegendeel, dan zou dit tegendeel in de onmogelijkheid zijn te bestaan. En er is in de logica geen enkel element aanwezig waarvan het tegendeel niet bestaat, het zou de ontkenning van de logica zelf zijn."
Het voorbeeld van Anexagoras gaat als volgt:
"Het is koud.
Maar er is toch vuur. (= kritiek)
Het is onbelangrijk of de opmerking relevant is of niet. Zo kan het perfect mogelijk zijn dat we te ver van de warmtebron verwijderd zijn om daar ook maar enig voordeel van te ondervinden.
Het is wel belangrijk dat er een opmerking gemaakt kan worden. Indien dat niet zo zou zijn is het onmogelijk dat de notie van niet-koud bestaat."

De term "cultuurpessimisme" duikt voor het eerst op in de geschriften van de vrij onbekende Verlichtingsfilosoof Eduard de Roussillon. Het begrip staat er diametraal tegenover het vooruitgangsgeloof. In het vooruitgangsgeloof is men van oordeel dat er aan de wereld een proces ten grondslag ligt dat diezelfde wereld zich altijd zal ontwikkelen naar een betere wereld.
"Men moet al een echte cultuurpessimist zijn om daar blind voor te zijn", schreef de Roussillon.
Dat is de eerste vermelding van het begrip "cultuurpessimisme".
Het moet echter gezegd, Eduard de Roussillon was niet meteen de meest begaafde der Verlichtingsfilosofen. Uit de context van zijn "Au bord de la foi" blijkt duidelijk dat hij "cultuurpessimisme" en "achteruitgangsgeloof" als synoniemen beschouwt. Elke vorm van kritiek op de wereld was een bewijs van een achterlijk achteruitgangsgeloof.
Eduard de Roussillon glijdt hiermee af naar een gevaarlijke afwijzing van de logica.
"De wereld gaat vooruit.
Maar er is een mankement.
Dit mankement is niet relevant omdat de wereld vooruit gaat."
Zelfs Maarten Boudry zal deze denkfout herkennen.

Scherpe reactie kwam er onder meer van de Rus Vladimir Lavrov.
Hij zag de geschiedenis van de wereld als een grafiek met pieken en dalen.
"We kunnen moeilijk volhouden dat de wereld er op vooruit gaat als duizenden mensen gedood worden in een nietsontziende oorlog, als tienduizenden mensen omkomen van honger en dorst, als honderdduizenden mens op de vlucht zijn voor naderend onheil. Het is de taak van de cultuurpessimist om de vinger op de wonde te leggen".
"Cultuurpessimist" wordt gebruikt in de betekenis van "cultuurcriticus".
"Kritiek" is niet noodzakelijk een bewijs van een achteruitgangsgeloof, het kan een bewijs van een (tijdelijke) achteruitgang zijn.

Hoezeer men het ook kan betreuren, een nieuwe dimensie in het debat werd aangebracht door de postmodernistische denker Georg Zweifel.
"Kritiek is altijd tijdsgebonden. Hij die kritiek levert in de periode van een opwaartse trend is een cultuurpessimist terwijl hij die kritiek levert in de periode van een neerwaartse trend eerder als cultuuroptimist moet beschouwd worden."
Sedert Georg Zweifel moet "kritiek" altijd in termen van "terechte kritiek" en "onterechte kritiek" bekeken worden. De vraag is natuurlijk welk medium het best geschikt is om dat onderscheid te maken.

De voor cultuurpessimist (wat is dat?) versleten Johan Huizinga suggereerde het spel.
Wij spelen, en weten, dat wij spelen, dus wij zijn meer dan enkel redelijke wezens, want het spel is onredelijk.

Het gevaar van een mystiek dreigt.
Tenzij de rede (van Maarten Boudry) mystiek is en het spel universeel.






zondag 9 oktober 2016

Kees Kraaijeveld




We zijn de waarheid uit het oog verloren'

Weg met relativisme en cynisme



'Het is alles of niets', sprak Mark Rutte manmoedig in Zomergasten. De premier had het over de Nederlandse normen en waarden. Dat we daarin dus niet een beetje vrijblijvend mogen shoppen. 'Het is geen cafetariamodel.'

Goed dat Rutte, als voorman van de grootste partij van Nederland, aan de vooravond van de verkiezingscampagne, de Nederlandse waarden op de agenda zet. Waarden gaan over wat we het allerbelangrijkst vinden. Het zijn woorden voor wat mensen wensen. Door te denken en te discussiëren over waarden tillen we het publieke debat naar een wezenlijker niveau.
Maar de grote vraag die Rutte in Zomergasten niet kreeg luidt: Als het inderdaad geen cafetariamodel is en als we in het Nederlandse café der waarden dus moeten eten wat de pot schaft, wat staat er dan op het menu?

Rutte spreekt als liberaal vanzelfsprekend over 'vrijheid' en over 'het op een beschaafde manier met elkaar omgaan'. Zijn partijgenote Edith Schippers had het onlangs over 'de democratie' die moet worden beschermd. En verder moeten we ons van haar 'met elkaar bemoeien'.

Vrijheid, democratie, gelijkheid, tolerantie. Is dat dan alles? Mist hier niets? Toch wel. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs, ook VVD'er, deed nog een poging bij de opening van het academisch jaar: 'een discussie op basis van kennis en feiten'

Dat komt in de buurt, maar ook bij Dekker mist een essentiële waarde. Want wat is de grote vergeten waarde van onze tijd? Natuurlijk: de waarheid.

Het probleem met waarden is dat het - anders dan Rutte zegt - wél een cafetariamodel is. Groepen mensen vormen waardenhiërarchieën, die zijn essentieel voor de groepsvorming. Maar er bestaat geen vaststaand menu waarvan je alles moet nemen. Nee, het relatieve belang van waarden verandert voortdurend. En soms dreigt er dus wel eens een waarde van tafel te vallen, zoals nu met de waarheid.

En dat kan zo niet langer. De waarheid moet weer hoog in het vaandel. Bij u, bij mij, bij politici, journalisten, wetenschappers, bij iedereen.

Hoezo? Omdat het streven naar waarheid een cruciaal ingrediënt is voor beschaafd samenleven. Omdat we onvoldoende beseffen dat het zoeken naar de waarheid onmisbaar is voor ons streven naar vooruitgang.

Actie is nodig. Relativisme en cynisme dienen we voortaan keihard te bestrijden. De waarheid moeten we weer een ereplek geven tussen al die andere waarden waar we als westerse beschaving zo trots op zijn: gelijkheid, democratie, tolerantie en vrijheid. We zijn vergeten dat dit rijtje niet zonder de waarheid kan.
Cynisch snuiven, dát doen we tegenwoordig als het om 'het ware' gaat. De waarheid is voor naïeve dommeriken die niet willen begrijpen hoe de wereld in elkaar zit. Dit zijn tijden van post-truth politics. Leugens regeren. We hebben de Brexit-campagne gezien. Boris Johnson en andere Brexiteers die de Britten vertellen dat Europa ze wekelijks 350 miljoen pond kost, terwijl het per saldo amper de helft is. Brexit zou een einde maken aan de immigratie, het zou goed zijn voor de Britse economie. Nonsens. Wie met feiten kwam, werd weggehoond. De waarheid voorbij.

We zien Trump fulmineren en debatteren. De Amerikaanse factcheckers kunnen de leugens van de man amper bijhouden. Het deert hem nauwelijks. Al die naarstig opgezochte feiten bereiken Trumps supporters toch niet. Zoals ook de Russische bevolking de feiten over de MH17 niet onder ogen krijgt, maar wel de inconsistente berichten die worden verspreid via het Kremlin van Vladimir Poetin.

In eigen land kan PVV-leider Wilders ongestraft stellen dat Europa een Nederlands gezin 40 duizend euro kost. Niet alleen extreemrechts liegt. Als SP-Kamerlid Renske Leijten actie voert tegen het zorgstelsel klaagt ze steevast dat het basispakket de afgelopen tien jaar kleiner is geworden. Feitelijk onjuist: het basispakket is alleen maar gegroeid, met meer behandelingen, meer medicijnen en veel meer euro's.

En als je je woede hierover deelt met anderen, word je meestal meewarig aangekeken. 'Maak je niet zo druk, Kees, het zijn politici.' Gevolgd door een les over 'hoe de politiek nu eenmaal werkt'. Steeds komen mensen met dat afgezaagde modewoord 'framing'. Dat Leijten liegt over het basispakket, past nu eenmaal in het 'antimarktwerking-frame' van de SP. Dat zou ik toch zo langzamerhand eens moeten snappen. Trouwens: politici, die zijn sowieso niet te vertrouwen.

Wantrouwen

Een vriendin, net moeder geworden, vertelt me dat ze vreselijk twijfelt of ze haar kind moet laten inenten. 'Natuurlijk', zeg ik. Want dat is het beste voor je eigen kind én voor de volksgezondheid. 'Maar hij kan er autistisch van worden', zegt ze. 'Dat is een hardnekkig fabeltje', probeer ik geruststellend. 'Kijk vooral even op de site van het RIVM.' 'Het RIVM, really? Die hebben toch connecties met de grote farmaceuten? Die willen gewoon vaccins verkopen!' Zo verkiest een hoogopgeleide jonge vrouw de angstige praatjes uit haar facebookbubble boven het advies van de experts.

'The country has had enough of experts', riep het Brexit-camp. Feiten en cijfers zijn koud en kil en bovendien: manipuleerbaar. Wetenschappers zijn verdacht. RIVM, CBS, CPB, IMF, de universiteiten, allemaal instituten die eens boven elke twijfel waren verheven, worden niet meer vertrouwd.

Het wantrouwen in de instituties treft ook de journalistiek. GeenStijl noemt onze onafhankelijke publieke omroep consequent de 'staatsomroep'. In Duitsland hebben de rechts-populisten van Pegida de nazi-term 'Lügenpresse' weer van stal gehaald om de doorsneemedia zwart te maken.

En dat werkt. Mensen gaan geloven dat de media liegen en dat de experts liegen. Zijn er niet incidenten te over? Natuurlijk. Ook niet alle experts weten de waarheid hoog te houden en gerenommeerde instituten worden soms inderdaad slachtoffer van politieke manipulatie. Bij het IMF moest de interne kwaliteitscontroleur vaststellen dat het fonds onder politieke druk 'over-optimistische prognoses over de groei van de Griekse economie' publiceerde. De waarheid sneuvelde hier voor politieke opportuniteit.

Ook de media hebben de waarheid niet altijd even hoog in het vaandel staan. Neem het interview in NRC Handelsblad met de diëtisten Tessa Moorman en Merel von Carlsberg. De dames hebben, het zal u niet zijn ontgaan, zonder enig kritisch tegengeluid hun Green Happiness-dieet mogen aanprijzen in het interview. Gewoon hun adviezen volgen (geen zuivel, geen gluten, geen eieren) en u bent weer gezond, want: 'Als je je lichaam maar de middelen geeft die het nodig heeft, dan heelt het zichzelf.'

Klopt het wel wat hier staat? Is het wel waar wat deze persoon zegt? In het interview met Moorman en Von Carlsberg deed het er blijkbaar niet toe. Dat het 'kul' was, erkende interviewster Rinskje Koelewijn achteraf op Twitter. Maar wel 'kul die 200.000 mensen eten'.

Journalisten nemen hun rol als hoeder van de waarheid niet serieus genoeg. Een week later, in dezelfde krant, laat professor Peter Jan Margry dezelfde denkfout optekenen in het stuk van Kim Bos over alternatieve geneeswijzen. Margry mag zonder enige tegenwerping concluderen dat kwakzalverij als reflexzonetherapie en homeopathie toch 'nuttig' moet zijn omdat alleen al in Nederland een miljoen mensen er gebruik van maken, ruim 80 procent hoogopgeleid bovendien. 'Zijn dat allemaal naïeve idioten?', vraagt Margry zich af. Of een behandeling bewezen wérkt of niet, dat doet er niet toe. Het gaat erom hoe het voelt voor de mensen. Een miljoen naïeve idioten kunnen toch geen ongelijk hebben? Ik denk dan: welke idioot interviewt nou zo'n idioot?

Nog een voorbeeldje, uit Vrij Nederland. Dat laat 'duurzaam ondernemer' Tom van de Beek beweren dat een voedselbos veel productiever is dan de huidige landbouw; 'vijf keer zoveel voedsel als dezelfde oppervlakte aan landbouwgrond, zonder gebruik van pesticiden of kunstmest'. Hij mag het zeggen, zonder weerwoord of kritische vraag. Terwijl het flauwekul is. Met een voedselbos word je nooit productiever dan met de huidige landbouw.

Alles-overstijgend doel

Hoe hebben we het zover kunnen laten komen? Daar zijn al talloze redenen voor genoemd, vooral vanuit sociologisch perspectief. God is dood, ontkerkelijking, mondialisering, individualisering. Noem maar op. Ook zijn er talloze ideologische stromingen die aan de waarheid een broertje dood hebben. Denk aan pragmatisme, het postmodernisme of het sociaal-constructivisme. Het relativisme van 'jij hebt jouw waarheid en ik de mijne' is breed geaccepteerd, zeker in ons egalitaire Nederland. Bij een partij als D66 staat het zelfs in de beginselen: 'Niemand heeft de waarheid in pacht'.

Psychologisch is goed te duiden dat we moeite hebben met de waarheid. Kritisch denkwerk kost moeite en ons brein is liever lui dan moe. We zijn goedgelovige groepsdieren, dol op mooie verhalen die ons leven mooier, leuker en zinniger maken. Of iets waar is, doet er niet toe. Een lekker verhaal moet je niet stuk checken.

Maar de gebrekkige populariteit van de waarheid heeft nog een oorzaak, een die niet zo vaak wordt benoemd. Daarvoor moeten we kijken naar waarden. De waarheid moeten we dan beschouwen vanuit de waardenleer, vanuit een 'axiologisch perspectief'.

De waarheid geldt al sinds de klassieke oudheid als een van de hoogste waarden. Voor scholastieke denkers als Thomas van Aquino en Bonaventura, was het Ware, samen met het Schone en het Goede, nog een alles-overstijgend doel. Ook voor Verlichtingsdenkers waren de rede, de vooruitgang en de waarheid nog kernwaarden. Langzamerhand zijn we de waarheid uit het oog verloren, ook omdat die botst met andere waarden die we belangrijk zijn gaan vinden. Vrijheid, gelijkheid en broederschap hebben de overhand gekregen, met de waarheid als belangrijkste slachtoffer.

Dat Rutte, Schippers en Dekker de waarheid niet expliciet meer noemen als ze het over de Nederlandse waarden hebben is geen wonder. In de vele waardenmodellen die de afgelopen jaren zijn ontwikkeld dankzij het empirisch onderzoek van sociologen en moreelpsychologen ontbreekt waarheid als eindwaarde structureel. Dit terwijl mensen wel schoonheid en goedheid blijven noemen. Aan de gedragswaarde 'eerlijkheid' hechten we nog wel, maar de klassieke zoektocht naar waarheid, het toetsen van oude en nieuwe verhalen op hun validiteit, het streven naar steeds waarachtiger en vollediger theorieën over de werkelijkheid, het tegenspreken van onzin, dát zijn we vergeten.

Minachting voor experts

En niet voor niets. Waarheid is ouderwets. Waarheid is star en waarheid is lastig. Waarheid is naarheid. Het botst met moderne waarden die we hoog achten, met gelijkheid, met democratie, met tolerantie en vrijheid. Kijk maar.

Waarheid is een kwaliteitsstempel. Streven naar waarheid betekent onderkennen dat de ene uitspraak meer waar is dan de andere. Als we de waarde van waarheid in ere herstellen, komen we niet meer weg met het gemakkelijke relativisme van 'jij jouw waarheid, ik de mijne'. De waarde van waarheid houdt in dat ik ongelijk kan hebben en jij gelijk. Het betekent dat we met elkaar in debat moeten om hiërarchie aan te brengen in meer en minder waar. En dat staat op gespannen voet met gelijkheid, een centraal uitgangspunt van onze samenleving.

Onze liefde voor gelijkheid en de hieruit volgende democratisering van kennis, macht en kapitaal, verklaart ook de minachting voor experts. Democratie betekent one man one vote. Maar zonder de waarheid als kwaliteitstoets leidt dit democratisch uitgangspunt al snel tot verwarring. De mening van de professor die er jaren op heeft gestudeerd, weegt ineens even zwaar als de mening van iemand die net voor het eerst op het onderwerp heeft gegoogeld. Mensen voelen dat écht zo. 'Wat een arts weet, is wat ik weet', zegt transitiegoeroe Tony Bosma. Onzin natuurlijk. Zelfs als alle data 'gedemocratiseerd' zou zijn, blijft er een verschil tussen informatie en kennis en het deskundige oordeel van de expert.

Niet iedere mening telt. Niet iedere zienswijze is even waar en daarmee even waardevol. We moeten waarheid weer als waarde omarmen. Dat hebben wij democraten nodig om voor onszelf te kunnen rechtvaardigen dat we meer waarde moeten hechten aan wat experts zeggen dan aan wat leken roepen.

Logicus Bertrand Russell, een man die leefde voor de waarheid, heeft hiervoor ooit mooie vuistregels geformuleerd: 1) als de experts het eens zijn, moeten leken accepteren dat het waarschijnlijker is dat deze consensus waar is, dan dat het tegendeel waar zou zijn; en 2) als de experts van mening verschillen, kan de leek zich beter van een oordeel onthouden.

Waarheid conflicteert ook met breed geaccepteerde waarden als tolerantie en respect. Wat er gebeurt als je de waarheid uit het oog verliest en alleen nog vanuit tolerantie handelt, heeft niemand recentelijk mooier en schokkender omschreven dan journalist Margalith Kleijwegt.
Kleijwegt bezocht vorig jaar in opdracht van de minister van Onderwijs een aantal mbo's en hbo's. Ze beschrijft in haar rapport '2 werelden, 2 werkelijkheden' hoe docenten worstelen met klassen waarin zowel PVV-aanhangers als gelovige moslims zitten. Een docente toont een filmpje van de aanslag op de Twin Towers. Twee leerlingen willen een ander filmpje laten zien, een versie waaruit blijkt dat de Amerikanen en de zionisten erachter zaten. Dat mag van de docente. Prima, ze respecteert de verschillende perspectieven.

Dan komt het. Na de twee filmpjes besluit de docente 'neutraal te blijven'. Ze vond dat 'beide waarheden op deze manier naast elkaar konden bestaan'. Met alle begrip voor de lastige situatie waarin de docente zich bevindt: dat is een jammerlijke misser. Hier leren die kinderen niets van, geen feitenonderzoek, geen debat, niet het inleven in andermans perspectief en al helemaal niet: beschaafd samenleven. Niets.

'Een leraar moet zin van onzin durven scheiden', schreef Aleid Truijens pas nog in een heldere column over Kleijwegts onderzoek. Eens, maar dan moet een leraar daar ook opdracht toe krijgen. Scholen hameren voortdurend op respect en tolerantie, maar - best vreemd voor kennisinstellingen - zelden expliciet op de waarheid. Deze docente nam het niet op voor de waarheid en koos de makkelijke weg van het relativisme.

Mag deze docente dat dan niet zelf weten? Nee dus. Vrijheid is een groot goed. Het is de waarde die op de menukaart van onze premier vanzelfsprekend bovenaan staat. Maar vrijheid zou hier moeten wijken voor de waarheid. Het is niet 'anything goes', want sommige uitspraken zijn nu eenmaal meer waar dan andere.

Een morele opdracht

We hebben de waarheid weggepoetst van ons blazoen, omdat deze klassieke waarde ongemakkelijk botst met moderne waarden als gelijkheid, democratie, tolerantie en vrijheid.

Dat is een kostbare vergissing. Een misstap die hersteld moet worden. Het streven naar waarheid is, net als het optimisme van filosoof Karl Popper, een morele opdracht. We moeten de waarheid verdedigen tegen relativisme, tegen gemakzuchtige tolerantie en tegen de wals van democratische gelijkheid.

Waarheid staat voor een nieuwsgierige en kritische levenshouding. Waarheid staat voor eerlijk en vertrouwenwekkend gedrag.

We hebben waarheid gewoon nodig, ook heel praktisch. Het streven naar het ware is wat ons bindt. Alleen voor wie naar waarheid zoekt, is het inhoudelijk interessant te debatteren. Vergeten we de waarheid, dan kunnen we ons net zo goed helemaal terugtrekken in de comfortabele filterbubbles van het eigen gelijk. Dan versplintert de samenleving.

Als we de zoektocht naar de waarheid blijven relativeren, als we blijven ontkennen dat er zoiets bestaat als een meer en een minder waar en als we experts koppig als onze gelijke blijven zien, dan zullen paranoia en wantrouwen nog meer de overhand krijgen. En met het verlies van onze 'high trust'-samenleving verdwijnen ook alle politieke, sociale, culturele, juridische én economische voordelen die daarbij horen.

Dit mogen we niet laten gebeuren. Alleen met de waarheid hoog in het vaandel kunnen we samenleven in een maatschappij waarin we elkaar kunnen vertrouwen: in truth we trust.

Kees Kraaijeveld is filosoof, psycholoog en directeur van De Argumentenfabriek.

Wat kunt u zelf doen?

1 Onderstreep het belang van waarheid en waarheidsvinding

2 Strijd tegen onwaarheden

3 Neem niets voor waar aan zonder onderbouwing

4 Zoek actief naar tegenbewijs

5 Bestrijd relativisme

6 Trek niet zonder reden de waarheden van experts in twijfel

7 Bestrijd cynisme

8 Zoek actief naar feiten en onderbouw ze zo cijfermatig mogelijk

9 Heb oog voor de kwaliteit van informatie

10 Heb oog voor de kwaliteit van de bron van informatie

11 Verdedig experts en hun instituten

12 Accepteer geen leugens van politici

13 Stem nooit op politici die liegen

14 Maak consequent onderscheid tussen feiten en meningen

15 Streef naar waarheid, streef naar consensus over de feiten

16 Neem nooit genoegen met 'ook een mening'

http://www.volkskrant.nl/politiek/-we-zijn-de-waarheid-uit-het-oog-verloren~a4391497/?utm_source=twitter&utm_medium=social&utm_campaign=shared%20content&utm_content=paid&hash=a184b05a250ca8b110b3c093b8a64307ed8a8bb5





"Weg met het relativisme"
Het eerste wat ik me altijd afvraag bij het lezen van een leus is de vraag naar het alternatief.
"Lang leve het niet-relativisme".
In de logica, toch een wezenlijk element van de waarheid, kan men er niet omheen dat niet-relativisme en absolutisme met elkaar verwant zijn.
Maar, ik geef het toe, daar kan over gedebatteerd worden. Het is niet de waarheid.
(Alleen voor wie naar waarheid zoekt, is het inhoudelijk interessant te debatteren.)
Er is nu eenmaal een verschil tussen de waarheid spreken en naar de waarheid streven.

Ik wou het hebben over een feit.
Kees Kraaijeveld is filosoof, dat is een expert in de filosofie.
Als een filosoof zijn zin met een 'anything goes' lardeert, dan mogen we er van uitgaan dat hij weet waar hij het over heeft.
Niet dus.
Volgens Wikipedia verwijst 'anything goes' naar een musical, een titelsong of een film.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Anything_Goes
Eens te meer een bewijs dat Wikipedia alvast geen expert in de filosofie genoemd kan worden.
'Anything goes' verwijst naar een stelling van filosoof Paul Feyerabend.

It is clear, then, that the idea of a fixed method, or of a fixed theory or rationality, rests on too naive a view of man and his social surroundings. To those who look at the rich material provided by history, and who are not intent on impoverishing it in order to please their lower instincts, their craving for intellectual security in the form of clarity, precision, "objectivity", "truth", it will become clear that there is only one principle that can be defended under all circumstances and in all stages of human development. It is the principle: anything goes.

Het moet duidelijk zijn dat Feyerabend hier niet mee bedoelde dat alles zo maar om het even is.
Het gaat over de methode.
Over het feit dat een musical, een titelsong of een film evenveel zoden aan de dijk kan zetten dan een essay (bijna had ik 'opiniebijlage' geschreven.)
Of een karamellenvers.

als we blijven ontkennen dat er zoiets bestaat als een meer en een minder waar
dan lijkt het onderscheid tussen "zijn" en "bestaan" mij nog niet zonneklaar.




zaterdag 1 oktober 2016

De pierewieter


"Er zijn mensen die beweren dat God bestaat, zonder dat je het kunt bewijzen. Toch doen ze alsof God een realiteit is. Ik noem ze pierewieters. Rik Torfs is er zo een."
Etienne Vermeersch

Als er één ding is dat we van Etienne Vermeersch moeten onthouden, dan is het wel dit:
Als er iets is wat niet bestaat dan verzin je het toch gewoon.

"Er zijn mensen die beweren dat de Rede bestaat, zonder dat je het kunt bewijzen. Toch doen ze alsof de Rede een realiteit is. Ik noem ze trampolijners. Etienne Vermeersch is er zo een."

"Ignodichotomie" lijkt me ook een prachtig woord.
of "zeugmablind".


zaterdag 24 september 2016

Karel Lotingen

http://indrukmagazine.be/essay/recensies-zijn-een-religie#more-812

Hallo, ik ben geen schrijver.
God verhoede het!
Stel je gewoon even voor dat je een simpele taalfaut zou schrijven, een kleine letter in plaats van een hoofdletter bijvoorbeeld. Geheid dat de eerste de beste B-schrijver in zijn pen kruipt. Het zal je maar overkomen. Een focus op de vorm waardoor je inhoud verdwijnt, jawel hoor, als sneeuw voor de zon.
Een metafoor die iet of wat afwijkt van het gangbare? No way, Jose!
(Dat is Engels, Joost mag weten wat dat betekent. Gelukkig bestaat er vandaag de dag zoiets als een boek, een woordenboek.)
Stenen kloten krijg ik van die holle woorden.
"Literaire recensies zijn net als religie. Namelijk per definitie oninteressant omdat het uitgaat van een ideaalbeeld."
Jezus Christus, het lijkt wel een tweet van Rik Torfs.
Recensenten zijn lezers, schrijvers zijn pastoors.






Jurriën Hamer

De PVV begrijpt niks van democratie: een echte democraat is ook bereid zich tegen de meerderheid te verzetten


In de Volkskrant van afgelopen zaterdag kopte Martin Sommer dat democratie draait om het recht zelf te beslissen, en niet om nemen van de juiste beslissingen. Hij brak een lans voor het in opdracht van de PVV geschreven rapport van Thierry Baudet en Paul Cliteur, waarin gepleit wordt voor het invoeren van bindende en door burgers geïnitieerde referenda. Van de PVV zelf zou zelfs de Grondwet direct per referendum gewijzigd moeten kunnen worden.
Deze voorstellen lijden aan een fatale denkfout: de gedachte dat wanneer we het met elkaar oneens zijn, de meerderheid van stemmen altijd beslissend is.
Dat is niet zo: soms heeft de meerderheid het recht niet om de minderheid te dwingen. Soms moet een meerderheid tegen principiële grenzen aanlopen, die niet zomaar overgestoken kunnen worden. En daar kan het voortbestaan van de democratie zelf vanaf hangen.
Het gevaar van democratie
Dat klinkt antidemocratisch. Zijn burgers niet de baas, en hebben zij geen recht om absoluut en direct voor zichzelf politieke keuzes te maken? Als de meerderheid iets wil, moet het gebeuren. Dat is democratie. Toch?
Niet per se. Want de meerderheid kan grandioze fouten maken. In het verleden hebben democratische meerderheden dictators aangesteld en slavenhandel toegestaan. En vandaag de dag zijn vele democratische meerderheden nog steeds niet bereid het nodige te doen om een duurzaam klimaat te garanderen. De meerderheid is soms niet te vertrouwen. Wie daaraan twijfelt heeft te weinig toespraken van Donald Trump beluistert.
Het helpt ook niet om te suggereren dat men in een democratie het recht heeft om fouten te maken. Dat mensen door schade en schande wijs worden en moeten leren zichzelf te besturen. Want soms zijn fouten onomkeerbaar. Een marteling kan je niet terugnemen. Een deportatie kan je niet terugnemen. En als de Nederlandse regering ooit met harde hand moskeeën sluit, is het besmeurde blazoen niet zomaar schoongeveegd.
De vraag is alleen: wie bepaalt waar de grenzen liggen?
Het recht de democratie te beschermen
Voor Wilders en co. is het antwoord simpel: niemand mag dat bepalen. Het zou in hun ogen het toppunt van arrogantie zijn als iemand besluit de wil van de meerderheid in te perken. Want waarom zou een expert, een rechter of wie dan ook het beter weten dan de meesten? Waarom zou een verwaande elitaire geleerde met de vinger mogen wijzen naar een meute die alle twijfel verloren heeft? Wilders zou het waarschijnlijk niet kunnen bedenken – en daarom is radicale democratie zijn enige antwoord.
Maar hier maakt Wilders, en alle andere populisten met hem, zijn cruciale denkfout. Want hoewel niemand meer democratische rechten heeft dan de rest, heeft iedereen de verantwoordelijkheid om grenzen te stellen aan de wensen van de meerderheid – en om te vechten als die wensen veranderen in tirannie.
Om dat in te zien hoef je jezelf alleen een simpele vraag te stellen: waarom zou de meerderheid überhaupt iets mogen beslissen? Waarom moeten we luisteren als 51 van de 100 mensen iets willen? Het antwoord – en dat zal zelfs Wilders onderschrijven – is dat alle 100 het recht hebben om over zichzelf te beschikken. En dat als ze allemaal gelijke rechten hebben, de wil van 51 belangrijker is dan de wil van 49. Een pleidooi voor de wil van de meerderheid impliceert dus een erkenning van gelijke rechten.
Nu kunnen we de denkfout zien. Want als je gelooft dat mensen gelijke rechten hebben, kan je niet zomaar accepteren dat deze rechten afgeschaft worden, ookal wil de meerderheid hiertoe besluiten. Dat is de paradox van democratie: precies het principe dat ons de wil van de meerderheid doet accepteren, moedigt ons ook aan om ons tegen de meerderheid te verzetten. We kunnen dus niet coherent nadenken over democratie zonder ons voor te stellen wat de grenzen zijn van die democratie.
Sterker nog, het feit dat Wilders deze grenzen niet erkent, geeft aan dat hij geen echte democraat is. Een echte democraat verbindt de wil van een volk namelijk aan een Grondwet die deze wil inperkt. Een echte democraat durft te staan voor democratie, zelfs als de meerderheid de democratie zelf bedreigt.
Democratische zelfbescherming
Dit betekent niet dat de elite de meerderheid moet beteugelen. Als een college van rechters zomaar grenzen kan stellen aan de wil van de meerderheid, is er geen sprake meer van democratie, maar van aristocratie. Het volk moet daarom zichzelf beteugelen.
Dat is in het verleden ook regelmatig gebeurt. Met bijzondere – grotere – meerderheden is de Grondwet aangepast, opdat in de toekomst de macht van simpele meerderheden zou zijn begrenst. En er zijn wetten en verdragen aangenomen die zo moeilijk te veranderen zijn, dat ze een vergelijkbare bescherming opleveren.
Wie uitzoomt ziet in de politiek een haag van instituties staan die de meerderheidsbeslissing sturen en begrenzen – van de Eerste Kamer tot het Europese Hof van de Rechten van de Mens. Zij waken over de normen die generaties voor ons het belangrijkste vonden. Zoals het recht niet gediscrimineerd te worden. Het recht op een eerlijk proces. En natuurlijk onze politieke rechten.
Het mag niet verwonderen dat dit precies de ‘elitaire’ instituties zijn die een partij als de PVV graag zou willen slopen. Want zolang deze wachters bestaan, betekent een meerderheid van 76 zetels nog niet dat een minaret in de fik kan worden gestoken, en een gehele cultuur het land uit kan worden gejaagd.
En dat is maar goed ook. Echte democratie is veel meer dan een opzwepend referendum dat met een simpel en veranderlijk meerderheidje onze constitutionele waarden wegwuift.
Echte democratie is inzien waarom het volk de macht heeft, en waarom het volk zich altijd tegen zijn eigen tekortkomingen dient te beschermen.

https://bijnaderinzien.org/2016/09/22/de-pvv-begrijpt-niks-van-democratie-een-echte-democraat-is-ook-bereid-zich-tegen-de-meerderheid-te-verzetten/

De vraag is alleen: wie bepaalt waar de grenzen liggen?
Voor Wilders en co. is het antwoord simpel: niemand mag dat bepalen.

Ik kan het wel een beetje begrijpen hoor. Het academiejaar is nog maar net begonnen, de academicus is nog een beetje in vakantiestemming. We beleven een mooie nazomer, we lopen nog in bermuda en op sandalen rond in plaats van in dat strakke pak. Het mag allemaal nog ietsje losser.
En voor je er erg in hebt nestelt er zich een denkfout in je brein.
Meer specifiek de stropopredenering.
Ik denk niet dat de vraag "Wie bepaalt waar de grenzen liggen?" ooit aan Wilders gesteld is.
Elk antwoord op die vraag is dus louter speculatie.
Op zich is het natuurlijk wel mogelijk dat Wilders effectief dat antwoord zou geven.
Maar als ik Wilders zou zijn, zou ik het niet doen.
Ik zou antwoorden: "de meerderheid bepaalt waar de grenzen liggen."
Einde van de gedachte ontwikkeling.
Wat in dit geval eerder een geluk dan een ongeluk genoemd kan worden.
Een ontkenning van de feiten is immers altijd nog erger dan een denkfout.
Feit: de meerderheid is op dit ogenblik voorstander van de parlementaire democratie en tegenstander van het referendum.
Wilders verzet zich tegen deze meerderheid.
Wilders als de Robin Hood van de democratie, de horror.

woensdag 21 september 2016

Sengai



"Zelfrelativering".

Menig columnist presenteert het met de regelmaat van een klok als de remedie tegen het welig tierende fundamentalisme dat men ontwaart.
Ik heb daar zo mijn bedenkingen bij.
Niets is gemakkelijker dan "zelfrelativering" om de eenvoudige reden dat men altijd iets hoger acht dan het zelf. De remedie tegen het fundamentalisme lijkt me dan eerder de "ietshogerrelativering".
Het vermogen om te lachen met datgene wat we hoger achten dan onszelf.
Kan de christenmens lachen met de Bijbel of met God?
Kan de moslim lachen met de Koran of met Allah?
Kan de verlichte geest lachen met de waarden van de Verlichting of met de Verlichting?

Lachen met de Verlichting.
Zo schreef Joël De Ceulaer onlangs een essay in de Morgen.

ESSAY
Ons systeem is superieur, maar daarom zijn wij dat nog niet
Zijn die verlichte geesten allemaal wel zo verlicht?
Elke aanslag lijkt het te bevestigen: de westerse normen en waarden steken er met kop en schouders bovenuit. De democratische rechtsstaat en de Verlichting zijn hipper dan ooit. Maar over welke Verlichting hebben we het precies? Moet iedereen atheïst worden of mogen moslims, joden en christenen nog geloven dat God niet van homo’s houdt?
Het was een televisie-interview dat de geschiedenis zal ingaan. Met één simpele vraag heeft Bart Schols woensdagavond het debat over onze normen en waarden nog eens op scherp gezet. Toen hij in De Afspraak imam Brahim Laytouss en rabbijn Aaron Malinsky vroeg wat ze ervan zouden vinden mocht een van hun respectieve zonen zeggen dat hij homo is, begonnen ze te kronkelen als palingen in een emmer zeepsop. Door de vraag rustig te blijven herhalen, legde Schols de vinger stevig op de wonde: monotheïstische godsdiensten hebben een probleem met homoseksualiteit. Niet alleen de islam, ook het jodendom. En de katholieke kerk, uiteraard – als ze recht in de leer is, tenminste.
De conclusie zou kunnen zijn dat Laytouss en Malinsky, en hun geloofsgenoten, nog niet volslagen verlicht zijn, dat wil zeggen, nog niet echt doordrongen van de westerse waarden en normen die vorm kregen in de beroemde achttiende eeuw, de eeuw van de Verlichting. Maar klopt dat ook? Wel, dat hangt er maar vanaf, zou ik in dit essay willen betogen, wat we precies onder Verlichting verstaan. Als u mij toestaat, maak ik even een omweg om dat duidelijk te maken. Een omweg via Guy Verhofstadt.
Onze liberale oud-premier heeft in mijn bijzijn ooit iets angstaanjagends gezegd. Dat gebeurde in 2014, terwijl ik hem in zijn kantoor zat te interviewen over zijn kandidatuur voor het voorzitterschap van de Europese Commissie. Verhofstadt is, zoals bekend, nogal passioneel aangelegd en dat spreekt veel mensen aan. Mij niet zo. Ik ben veeleer beducht voor de bevlogenheid van politici zoals Verhofstadt, omdat ze in al hun enthousiasme weleens over hun eigen veters dreigen te struikelen. Geef mij maar de rustige vastheid van leiders zoals Herman Van Rompuy.
Toen ik Verhofstadt vroeg of passie niet levensgevaarlijk kan zijn, gaf hij dat meteen toe. Het is te zeggen: hij gaf het maar hálf toe. Passie kan levensgevaarlijk zijn “als het voor de verkeerde zaak is”, zei hij. Mijn volgende vraag was de logica zelve: “Twijfelt u nooit of u wel voor de goede zaak vecht?” Ik wist haast zeker dat Verhofstadt nooit twijfelt, maar zou hij dat ook toegeven? Zat ik hier oog in oog met een man die ervan overtuigd is dat hij altijd voor de goede zaak vecht, en dat hij zich dus niet kan vergissen? Ik spitste mijn oren. En ja, hoor. “Als je idealen en doelen ingebed zijn in de traditie van vrijheid en rechtvaardigheid, als je de verlichtingsidealen voor ogen houdt, dan kun je je toch niet vergissen?” zei Verhofstadt meteen, zonder verpinken. Ik probeerde mijn verbazing te verbergen en vroeg het voor alle zekerheid nog eens: “Nee?”
Verhofstadt gaf geen krimp. “Wanneer vergissen mensen zich?” vroeg hij uitdagend. “Als ze het pad van de Verlichting verlaten. Als ze de principes van vrijheid en gelijkheid opzij zetten. Als ze identiteit en etniciteit als criteria gebruiken. Als emotionele en irrationele argumenten het winnen van de ratio. Het probleem is nu net dat de verlichtingsidealen met te weinig passie worden uitgeschreeuwd. Wie dat doet, wie gepassioneerd opkomt voor de Verlichting, kan niet verkeerd zitten.”
Lees: ik ben eigenlijk onfeilbaar.
Ketters en dissidenten
Ik moest op dat moment, terwijl ik in het kantoor van Verhofstadt zat, terugdenken aan een interview dat ik in 2011 had gedaan met Samuel IJsseling, de ondertussen overleden Leuvense filosoof die het postmodernisme in onze contreien introduceerde. Toen ik hem vroeg om die filosofische strekking eens te definiëren, gaf hij een antwoord dat ik nooit zal vergeten. “Het postmodernisme gaat in tegen de cultus van de eensgezindheid”, zei IJsseling. “De werkelijkheid is meervoudig, nooit eenduidig.
Het postmodernisme kent de prioriteit van de veelheid boven de eenheid. Van de dissensus boven de consensus. Eigenlijk is de democratie een postmoderne zaak: de veelheid aan opvattingen en keuzes kan nooit samenvallen in een eenheid. Ik zeg niet dat het modernisme per se tot de dictatuur moet leiden, maar er is in dat modernisme toch die cultus van de eensgezindheid. Het idee dat alles maakbaar is, dat alles controleerbaar is.”
Het idee, vulde ik aan, dat er voor elk probleem een optimale oplossing bestaat, waar eigenlijk geen alternatief voor is. “Precies”, zei IJsseling. “Dat idee. En dat kán dus niet. Die overtuiging leidt makkelijk tot de dictatuur. Als ik weet wat de beste weg is, dan zijn de mensen die het niet met mij eens zijn dus dom. Ik zeg niet dat postmodernisme en democratie per se samenvallen, maar er zijn toch raakpunten. We moeten respecteren dat andere mensen heel anders denken, en dat zij daarom nog geen slechte mensen zijn. In het totalitaire denken is dat wel zo: de kerk kent ketters, totalitaire systemen kennen dissidenten die worden opgesloten of uitgeroeid.”

IJsseling had gelijk, Verhofstadt zat ernaast. "

IJsseling had gelijk, Verhofstadt zat ernaast.
Dat is het moment dat ik onbedaarlijk begin te lachen.
"De pot op met de dissensus dan maar", zou ik aanvullen.
Maar ik ben dan ook geen Verlichte geest.
Het is altijd wat gemakkelijker om te lachen met het "ietshogere" van iemand anders dan dat van jezelf.

Ik heb ook niets, denk ik, met de Verlichting van de Zen monniken.
Maar ik ben wel onvoorwaardelijke fan van hun kunst.
Het vluchtige schetsen en de kalligrafie lijken mij een poging om het moment te vangen.


Sengai om een voorbeeld te geven.

"If by sitting in mediation,
one becomes Buddha..."
坐禅して人が仏になるならば






woensdag 7 september 2016

The royal


Philosophy Essay Prize

2016 Prize Essay Competition
The Royal Institute of Philosophy and Cambridge University Press are pleased to announce the 2016 Philosophy Essay Prize. The winner of the Prize will receive £2,500 with his or her essay being published in Philosophy and identified as the essay prize winner.
The topic for the 2016 essay competition is:
Can there be a credible philosophy of history?
Many thinkers from classical times onwards have seen history as having a predetermined direction. Some have seen it in terms of inevitable decline, others in terms of progress to a utopian future. The idea that history has a predetermined direction has been criticised by many, who stress the unpredictability of the future in general or the effects of human freedom, creativity and ingenuity, or other ways in which the course of events may change radically. Are these or other criticisms conclusive, or is it still possible to hold a deterministic or evolutionary view, either despite the criticisms or by refuting them directly? Even given historical unpredictability in detail, are there still trends in history which can be discerned? If history has no direction, is there anything left to be said about the philosophy of history? Authors may address the question by considering some of the issues raised above or by attempting other approaches of their own.
In assessing entries priority will be given to originality, clarity of expression, breadth of interest, and potential for advancing discussion. All entries will be deemed to be submissions to Philosophy and more than one may be published. In exceptional circumstances the prize may be awarded jointly in which case the financial component will be divided, but the aim is to select a single prize-winner.
Entries should be prepared in line with standard Philosophy guidelines for submission (see http://royalinstitutephilosophy.org/publications/philosophy-information-for-authors/). They should be submitted electronically in Word, with PRIZE ESSAY in the subject heading, to assistant@royalinstitutephilosophy.org.
The closing date for receipt of entries is 3rd October 2016. 
Entries will be considered by a committee of the Royal Institute of Philosophy, and the winner announced by the end 2016.  The winning entry will be published in Philosophy in April 2017.


Can there be a credible philosophy of history?
Quite a mouthful to write an essay about. The days that something plain and simple like “lecture on ethics” would do are obvious definitely gone, history. In view of the circumstantial question I will submit no less than three different essays to answer.
The first essay consists of one word: ‘Yes’.
The second one is even a letter shorter: ‘No’.
The third one is the one you are currently reading.

Although it would be fun to have written the shortest award winning essay in the history of philosophy, I believe that none of the first two essays will get rewarded. Nevertheless, they serve a purpose. They try to make clear in a flash - an insight occurs always in a flash – that the question asked is a kind of a rhetorical question. It makes clear that the one who asks the question expects an argument. A single ‘yes’ or ‘no’ does not correspond with the meaning that the one who asks the question has given to ‘credible’. If there would be no such expectation, there would be no obstruction at all to reward a one-word essay. It would only be important to know what the jury is favorable of. Never take a chance with something so volatile like a personal preference! The only thing left to do is to leave no option open.
Yes.
No.
Still, I believe that there is a link in the question asked that cannot be broken, a link between ‘credibility’ and ‘argument’.  I have to admit that this ‘believe’ is a blind believe, it is not based on an ‘argument’. So, in contradiction with what is normally the case, ‘believable’ and ‘credible’ are not synonyms in this context, they are antonyms.

Can there be a credible philosophy of history?
Even if I should be inclined to answer the question with a simple ‘no’, he who asks the question is secretly demanding an argument. It seems to me that I can do nothing but go along in this ruthless logic. But by giving possible arguments for my “no”, I am undermining my own point of view. In the end, I will have to admit that by arguing that there cannot be credible philosophy of history, I’m doing quite the opposite of what I’m saying. So the conclusion has to be that there can be a credible philosophy of history. We have made a successful transition from ‘can there be a credible philosophy of history?’ to ‘there can be a credible philosophy of history’.

It remains however fascinating how a possible argument for the ‘no’ would look like. Only for the sake of curiosity of course. In order to do this, I would like to extend the subject from ‘philosophy of history’ to philosophy in general. Because why on earth would there be a difference between philosophy of history, philosophy of language, philosophy of medicine or philosophy of whatever regarding the credibility?
If you want to answer ‘can there be a credible philosophy of history?’, you have to answer ‘can there be a credible philosophy?’
A philosophy, any philosophy is credible if it is based on a valid argument.
Considering this, the remark must be made that there is something strange about the argument in the former paragraph. In retrospect (!), there are no ‘possible’ arguments, there are only ‘valid’ arguments and ‘invalid’ arguments.
Can there be a credible philosophy?
No. There ‘can’ not be a credible philosophy because there are no ‘possible’ arguments. Either there is a credible philosophy, a philosophy that is based on a valid argument, or there is no credible philosophy, a philosophy that is based on an invalid argument.
This conclusion however can hardly be called a satisfying breakthrough.
The question ‘Is there a credible philosophy?’ remains unanswered.

In order to find an answer, we have to investigate the essence of ‘a valid argument’.
What is a valid argument?
I’m aware of the danger of getting suspected. Getting suspected of shamelessly trying to change the subject from philosophy of history to philosophy of language, but please continue to read.
What is a valid argument?
An argument is valid when it is based on ‘that which is’.
You might take a detour. You might take a detour to ‘truth’ or you might take a detour to ‘reality’.  You might say that an argument is valid when it is based on the truth or you might say that an argument is valid when it is based on reality. But then I will ask ‘what is truth’ or ‘what is reality’. And sooner or later, I can be rather persistent, you will have to answer ‘truth is that which is’ or ‘reality is that which is’.
Philosophy is credible if it is based on that which is.

With that in mind, we can try to narrow our investigation back to the philosophy of history.
There cannot be a credible philosophy of history because there cannot be a credible philosophy.
Is there a credible philosophy of history?
There is a credible philosophy of history if it is based on a valid argument
Philosophy of history is credible if it is based on that which is.
On the other hand, there can be little discussion that history is ‘that which was’.
History cannot be ‘that which is’, it would be in contradiction of the definition of history itself.

Philosophy of history, it’s like humor in seriousness.
Humor cannot be found in seriousness. If so, the humor would not be called ‘humor’ but ‘seriousness’.
However, looking for it cannot be ridiculed.