LEF
Levensbeschouwing, ethiek en filosofie.
Mij lijkt "de selectie" de grootste uitdaging van het project.
Wat wordt er behandeld en wat niet?
Af en toe is er natuurlijk wel een meevaller.
Zo kan het ganse (omstandige) oeuvre van Georg Wilhelm Friedrich Hegel samengevat worden in één enkele zin.
“Hegel seems to me to be always wanting to say
that things which look different are really the same. Whereas my
interest is in showing that things which look the same are really
different. I was thinking of using as a motto for my book a quotation
from King Lear: 'I’ll teach you differences'. ... 'You’d be surprised' wouldn’t be a bad motto either.”
"Maar wie heeft hen (d.i. de fundamentalisten) ooit uitgelegd dat je in een liberale rechtsstaat 100 procent overtuigd mag zijn dat jouw profeet de waarheid in pacht heeft, en tegelijk kunt pleiten voor de liberale rechtsstaat?
Dat moet je uitleggen.
Veel moslims denken dat de de liberale rechtsstaat tegen de islam is. Terwijl dat natuurlijk niet het geval is. Het punt is net dat in een liberale rechtsstaat iedereen zijn profeet mag hebben. Iedereen mag denken dat hij of zij de waarheid in pacht heeft."
Patrick Loobuyck in de morgen.
LEF.
Levensbeschouwing, ethiek en filosofie.
Een nieuw vak op school.
Dat is een hele boterham.
Levensbeschouwing, ethiek en filosofie.
Eén van de cruciale onderdelen van de nog op te stellen cursus lijkt mij de leerlingen duidelijk te maken dat er een verschil is tussen "geloven" en "denken".
Er is een verschil tussen
"Iedereen mag denken dat hij of zij de waarheid in pacht heeft."
en
"Iedereen mag geloven dat hij of zij de waarheid in pacht heeft."
Dat moet je uitleggen.
Bij deze alvast de eerste examenvraag van het nieuwe vak Levensbeschouwing, ethiek en filosofie.
Om niemand af te schrikken stel ik voor om het examen op te stellen in de vorm van meerkeuzevragen.
Kan je dat uitleggen?
A.
Ik denk van wel.
B.
Ik geloof van wel.
Wat is me dat weeral een heisa rond die Jan Böhmermann zeg.
Terwijl het toch in wezen erg eenvoudig is.
Alles draait om het begrip "grap".
En "waarheid" natuurlijk.
Als men zich beperkt tot het pad van de logica, beperkt men zich tot het pad "A is waar".
Of "A is niet waar" natuurlijk.
In de logica is dat de basis om verder te bouwen.
"Als A waar is en A=B, dan is B waar" bij wijze van voorbeeld.
Dat lijkt evident, maar het is soms hallucinant hoe vaak dat uit het oog verloren wordt.
Het probleem is dat het begrip "grap" moeilijk te definiëren is.
Maar het lijkt mij essentieel dat in een discussie, in een debat de betrokkenen het eens zijn over de betekenis van "grap", anders lijkt het mij een dovemansgesprek.
"Een grap is grappig".
Dat is een zekerheid.
Men hoeft geen bekend filosoof als pakweg Wittgenstein te zijn - A tautology's truth is certain, a proposition's possible, a contradiction's impossible. (tractatus 4.464) - om dat te bedenken.
Het is de basis van de logica.
Een grap die niet grappig is, is een onmogelijkheid, het zou geen grap zijn.
En toch wordt dit zeer eenvoudige uitgangspunt ongelooflijk vaak schromelijk over het hoofd gezien.
("Of een grap grappig is, is een afweging voor een recensierubriek in de krant, niet voor de rechtbank." Bart Eeckhout in De Morgen).
Gelukkig maar.
Als ik in de marge van het debat niet zo onbedaarlijk zou kunnen lachen, hield ik er waarschijnlijk een depressie aan over.
Bart De Wever roept iedereen op om de "smakeloze tekst" van Jan Böhmermann te delen op het internet.
Dat vind ik een merkwaardige oproep. "Smakeloze tekst" is een voorzichtige formulering voor "dit is niet grappig". Ik ben mij er terdege van bewust dat ik Bart De Wever hier woorden in de mond leg die hij niet heeft uitgesproken. Het staat hem vrij om mij tegen te spreken. Een eenvoudig "het is wel grappig" volstaat om heel mijn betoog onderuit te halen.
Het is een merkwaardige oproep omdat dit standpunt leidt tot volgende twee premissen.
1. Recep Tayyip Erdogan is een geitenneuker.
2. Dit is geen grap.
De volgende stap, dat geef ik grif toe, heeft niets met logica te maken en alles met empathie.
Ik kan perfect begrijpen dat een man als Recep Tayyip Erdogan, geconfronteerd met deze premissen, begint te mekkeren.
Bart De Wever ontgoochelt mij.
Een Duits citaat !
Sutor ne ultra crepidam !
Niets is absoluut, als een geitenneuker al moet kunnen, dan is een Nietzsche-neuker toch wel een brug te ver.
Verkrachting moet strafbaar blijven.
Hat man mich verstanden?
Heeft men mij begrepen?
Hat man mich verstanden? vraagt Nietzsche zich tot drie keer toe - heeft al iemand de vergelijking met Judas opgemerkt? - af in "Ecce homo" (laatste hoofdstuk, nauwelijks een paar bladzijden lang).
Wie "men" is weet ik niet, maar Bart De Wever heeft Nietzsche alvast niet begrepen.
Het verdedigen van de waarden.
Ik gun het Bart De wever van ganser harte.
Zolang hij maar beseft dat Friedrich Nietzsche zijn tegenstander is, de vernietiger van de waarden.
"Ik ben de eerste immoralist: daarmee ben ik de vernietiger par excellence."
Misschien toch even eerst dat boekje lezen Bart, het past perfect in de context.
"Ik ben verschrikkelijk bang dat ik op een dag heilig word verklaard: het zal duidelijk zijn waarom ik dit boek voordien uitgeef, het moet verhoeden dat er misbruik van mij wordt gemaakt... Ik wil geen heilige zijn, liever nog een grappenmaker.... Misschien ben ik wel een grappenmaker...."
En volgende keer toch maar weer beter Latijn.
"Veritas temporis filia" of zo.
Sinds het begin van de vluchtelingencrisis gaan bij de meeste mensen
twee houdingen ongemakkelijk samen: het gaat om een humanitaire
verplichting die wordt aanvaard, en tegelijkertijd bestaat bij velen de
verwachting dat de komst van zoveel asielzoekers tot spanningen leidt.
Laten we bij dat gevoel van verplichting stilstaan, want het weerspreekt
alle clichés over het racistische Nederland. En ook de verwachting dat
de wassende stroom van vluchtelingen niet gemakkelijk in de samenleving
zal worden opgenomen, getuigt niet per se van een vooroordeel, want dat
oordeel is toch allereerst gebaseerd op de migratiegeschiedenis van de
afgelopen veertig jaar. Dat ongemak doortrekt de meningsvorming over deze
vluchtelingencrisis, waarbij nogal wat argumenten door elkaar heen
lopen: nu eens gaat het over moraal, dan weer over eigenbelang,
vervolgens over onmacht en ook nog over de rechtsorde. Bij de
voorstanders van een opvang zonder grenzen wijzen al deze tegenstrijdige
overwegingen opvallend genoeg in dezelfde richting: de opvang is een
morele verplichting, de komst van veel jonge migranten is in ons
eigenbelang, we kunnen de grenzen toch niet meer controleren en het
internationale recht dwingt ons tot een onbeperkte opname van
vluchtelingen. Op
al deze overwegingen valt veel af te dingen en ook de combinatie van al
deze motieven ligt niet voor de hand. Maar voor we het idee van een
onbegrensde opname kritisch bekijken, is een antwoord nodig op de vraag
of de toename van het aantal vluchtelingen en migranten incidenteel is
of structureel. Er zijn genoeg aanwijzingen voor het laatste, wanneer we
de ontwrichting van onze nabije wereld aanschouwen. Europa wordt
omgeven door een keten aan falende staten: van de voormalige Sovjet
Unie, via het Midden-Oosten tot de Magreb. Ik wil me hier tot de Arabische wereld beperken. Voorspellingen leren
dat de bevolking in deze regio nog enorm zal groeien. In 1950 woonden
76 miljoen mensen in deze regio, in 2010 was dat opgelopen tot 360
miljoen en in 2050 zal dat oplopen tot 630 miljoen mensen. Die
demografische scheefgroei zal de druk op deze samenlevingen doen
toenemen. Kijk naar een land als Egypte waar de helft van de bevolking
onder de 24 jaar oud is. Een grote groep jongeren verkeert in een
uitzichtloze situatie - het opleidingsniveau is enorm gestegen, maar de
kans op een baan is klein - en wil maar een ding: weg. Deze neergang in de Arabische wereld is geen fataliteit, Tunesië laat
zien dat er ook andere keuzes gemaakt kunnen worden. De oorzaken van
deze vluchtelingencrisis zijn immers ook politiek en cultureel. In het
bekende Arab Human Development Report uit 2002 worden drie grote
tekorten vastgesteld: de onvrijheid en onderdrukking, de zwakke positie
van vrouwen en een dramatische kennisachterstand. Om bij dat laatste te
blijven: de totale productie van vertalingen in de Arabische wereld
vanaf de negende eeuw staat gelijk aan het aantal vertalingen dat
jaarlijks in een land als Spanje wordt vervaardigd. Er zijn genoeg
redenen om aan te nemen dat de chaos in onze nabijheid voorlopig zal
voortduren en dan hebben we het nog niet over verder weg gelegen delen
van Afrika of over het verdere Oosten.
1. De moraal: we kunnen niet zeggen dat we het niet zagen aankomen.
Dat brengt ons op de morele dimensie van het vluchtelingenvraagstuk.
We hebben de foto’s gezien van ontredderde mensen, die alles wagen om
een goed heenkomen te zoeken. Beelden van vroeger en nu vloeien ineen:
achter de vluchtelingenstromen in een niemandsland zien we de beelden
van Bosnië in de jaren negentig of beelden van vluchtende Duitsers na
het einde van de oorlog of van Grieken die Turkije ontvluchten in de
vroege jaren twintig. En uiteindelijk voeren al die beelden terug naar
een archaïsche oorsprong: de exodus is van alle tijden. We kunnen dus onmogelijk zeggen dat we het niet geweten hebben en
daarom is ons geweten zo belast geraakt. We zeggen die beelden van een
verdronken kind niet te kunnen verdragen, maar wat roept het in ons op?
Zeker geen eenduidige reactie: hulpvaardigheid en gelatenheid wisselen
elkaar af. Ik denk dat de gelatenheid het kan gaan winnen, omdat een
duurzame betrokkenheid niet gebaseerd kan zijn op de schok die beelden
veroorzaken, maar op ervaringen die mensen opdoen en delen, en op
ervaringen die worden overgedragen. Ondertussen polariseert het debat tussen schuimbekkende en
goedwillende buurtbewoners. Wat we bij vooral bij de oosterburen zien is
een morele overdrijving: het lichte Duitsland wordt uitgespeeld tegen
het donkere Duitsland, het land van de welkomstcultuur keert zich af van
de vreemdelingenhaat die een deel van de samenleving in haar greep
heeft. Dat waren de woorden van president Joachim Gauck, die hij later
corrigeerde, want natuurlijk zo zei hij, zijn er in het midden van de
maatschappij velen die zich oprecht zorgen maken over een grenzeloze
opvang van vluchtelingen. En inderdaad gaat het om een afweging van twee
verplichtingen: zorg voor het welzijn van de eigen bevolking binnen de
grenzen en zorg voor slachtoffers van geweld buiten de eigen grenzen. We moeten terug naar Webers beroemde onderscheid tussen
overtuigingsethiek en verantwoordelijkheidsethiek: in het ene geval gaat
het om een handelen dat zich niet bekommert om de gevolgen, terwijl een
verantwoordelijkheidsethiek juist wil nadenken over de voorzienbare
gevolgen van keuzes die men maakt. Zo’n moraal zegt dat de voorzienbare
gevolgen van zo’n grenzeloze opvang toenemende spanningen en agressie in
de samenleving zullen zijn. Aan het onmogelijke is niemand gehouden.
Als mensen met een liberale houding niet over grenzen willen nadenken,
dan trekken uiteindelijk mensen met een autoritaire inslag die grenzen.
Dat staat op het spel, en daarom is een moraal die de eigen gewetensnood
tot uitgangspunt neemt, geen duurzame moraal.
2. Eigenbelang: we hebben deze mensen nodig voor de arbeidsmarkt.
Omdat men de eigen overtuigingsmoraal niet helemaal vertrouwt, wordt
er in een adem een beroep gedaan op eigenbelang: we hebben deze
vluchtelingen, vaak jonge mannen, heel erg nodig op onze vergrijzende
arbeidsmarkt. Dat veronderstelde eigenbelang is al even slecht begrepen
als de aard van de morele verplichting. Omdat er zo losjes wordt
gesproken over een ‘win-win’ situatie en over ‘menselijk kapitaal’, is
het goed om ook helder de materiële en immateriële kosten te overzien
zodat we beter geïnformeerd toch ruimhartig ‘ja’ kunnen zeggen. De immateriële kosten worden goed duidelijk gemaakt in het interview
met de Duitse mensenrechtendeskundige Max Klingberg, die al vijftien
jaar in asielcentra werkt: „Wij, mensen die professioneel of vrijwillig
helpen in asielzoekerscentra, maar ook politici, moeten af van het idee
dat alle vluchtelingen mensenrechtenactivisten zijn. Onder vluchtelingen
zijn nu eenmaal veel religieuze fanatici, maar ook bijvoorbeeld mensen
die het volstrekt normaal vinden om hun vrouw te slaan.” Zo zit er een
scherpe rand aan de vluchtelingenkwestie: bieden we ook onderdak aan
mensen die onze samenlevingen ten diepste betwijfelen of zelfs
minachten? Die vormen van vroomheid en traditie gelden zeker niet voor alle
vluchtelingen, maar het zijn ook geen marginale verschijnselen. Dan nog
kun je zeggen: we staan open voor mensen in nood, al weten we dat
onderdrukking van iemand niet per se een vriend van de vrijheid maakt.
Maar dan weten we waar we voor kiezen, want door deze botsing van zeer
uiteenlopende wereldbeelden ontstaan spanningen in een samenleving. De
Amerikaanse wetenschapper Robert Putnam heeft in een onderzoek laten
zien dat in multi-etnische wijken het vertrouwen tussen burgers
beduidend lager ligt; zeker kan een nieuwe samenhang ontstaan, maar dat
kost veel tijd. Dan de materiële kosten: de arbeidsparticipatie van
vluchtelingengroepen is volgens het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP)
niet hoog: Somaliërs 26 procent, Irakezen 34, Afghanen 42 en Iraniërs 60
procent. Conclusie van dat onderzoek: „De niet-beroepsbevolking is het
grootst bij de vluchtelingengroepen, uitgezonderd de Iraanse
Nederlanders”. Waaraan ontlenen we eigenlijk het zelfvertrouwen dat het
nu met deze nieuwe vluchtelingen in de komende jaren wel goed gaat
komen? Een realistische inschatting is dat de meerderheid van de nieuwe
vluchtelingen de komende vijf jaar geen werk zal vinden. Ten slotte het demografische argument: we hebben de overwegend jonge
vluchtelingen nodig omdat we vergrijzen. Maar de veroudering van de
bevolking kan niet worden gecompenseerd met migratie uit de landen
buiten Europa. Wil men de grijze druk in bijvoorbeeld Nederland tot 2050
op het huidige niveau houden, zo berekende het Centraal Planbureau in
2003, dan zou het migratiesaldo rond de driehonderdduizend per jaar
moeten zijn. In 2050 zou de bevolking van Nederland dan 39 miljoen
mensen omvatten. Kortom, vergrijzing kan op zichzelf nooit het argument
zijn voor omvangrijke immigratie.
3. Onmacht: We kunnen de grenzen eenvoudig niet dichtgooien.
Alles bijeen is het beroep op eigenbelang niet heel erg overtuigend
als we naar de stroom van vluchtelingen kijken, en daarom zien we nog
een argument opduiken: misschien is het niet in ons belang, maar we
kunnen mensen niet tegenhouden, de grenzen zijn de facto niet meer te
controleren. Het was een gevoel van onmacht dat Merkel motiveerde tot de
opmerking dat Duitsland zijn 3000 kilometer lange grens niet meer kan
controleren. Merkwaardig genoeg speelt deze onmacht ineens helemaal geen rol meer
wanneer het om een reusachtig sociaal experiment gaat. De integratie van
misschien wel meer dan een miljoen vluchtelingen in een jaar wordt
namelijk door haar beantwoord met „Wir schaffen das”. Hoezo kan een
hoogontwikkeld land, dat zijn burgers dag en nacht afluistert, zijn
grenzen niet meer bewaken? Open grenzen, daar kun je voor kiezen, maar
wanneer je nationale of Europese grenzen niet meer wil bewaken, verhul
die politieke onwil dan niet als een politionele onmacht. We zien onmiddellijk dat het niet om daadwerkelijk controleverlies
gaat als we kijken naar de deal met Turkije, waarbij toezeggingen worden
gedaan die Erdogans positie versterken in ruil voor een effectieve
grensbewaking door Turkije. Maar waarom zou dat land kunnen wat wij in
de rest van Europa opeens niet meer zouden kunnen? Waar het op neerkomt,
is dat we de grensbewaking uitbesteden aan het autoritaire regime van
Erdogan, zoals we het eerder hadden uitbesteed aan het Libië van Gaddafi
en aan Marokko dat hardhandig de illegale migranten uit Afrika
behandelt. Dat kun je doen, maar spreek dan niet over onmacht, laat
staan over een morele opdracht. We merken nu hoe kwetsbaar en dus chantabel de Europese Unie is
geworden. De binnengrenzen zijn afgeschaft en jarenlang heeft het
bewustzijn ontbroken dat we een gemeenschappelijke buitengrens hebben,
die ook moet worden bewaakt. Oud-voorzitter van de Europese Raad Herman
van Rompuy wees daarop: „Europa, de vriend van vrijheid en ruimte, wordt
nu gezien als een bedreiging van veiligheid en thuis. We moeten de
balans herstellen: het is wezenlijk voor de Unie om ook bescherming te
bieden.” Europa moet een veiligheidsgemeenschap willen worden, maar zal
ook een waardengemeenschap moeten blijven. Het is een ingewikkelde
opgave om beide ambities met elkaar te verzoenen, nu we met zoveel
geweld in onze omgeving worden geconfronteerd.
4. Recht: het vluchtelingenverdrag maakt indamming onmogelijk.
Omdat het beroep op onmacht uiteindelijk niet overtuigt, zien we ten
slotte het internationale recht opduiken, het vierde begrip dat onze
houding vormgeeft. We kunnen de grenzen van Europa beter controleren,
maar het vluchtelingenverdrag maakt een indamming van de stroom
vluchtelingen onmogelijk. Nu valt op dat de omgang met het volkenrecht
in deze kwestie niet echt stabiel is. Wanneer de Vlaamse politicus Bart
de Wever suggereert dat het Verdrag van Genève uit 1951 aanpassing
behoeft, dan valt een koor van de volkenrechtspecialisten over hem heen,
maar diezelfde juristen hoor je niet wanneer Merkel eigenmachtig het
Verdrag van Dublin opzegt. Zeker, Dublin is Genève niet, maar wat stoort
is het selectieve gebruik van het volkenrecht. Ook
is de toepassing van het asielrecht zeer willekeurig. Zo kon het
gebeuren dat Canada in 1996 rond de 80 procent van de asielzoekers uit
Sri Lanka als vluchteling erkende, terwijl in datzelfde jaar
Groot-Brittannië vrijwel geen enkele asielaanvraag uit dat land
honoreerde. De Franse oud-minister Anicet Le Pors, lange tijd rechter in
asielzaken, heeft dat uitgezocht binnen Frankrijk. In Le Monde werd hij
onlangs geïnterviewd onder de kop ‘De grote loterij van het asielrecht’
en in dat gesprek stelt hij vast dat er grote verschillen zijn tussen
rechters die oordelen in asielzaken. Daar komt iets wezenlijks bij: er zit een tegenstrijdigheid in het
volkenrecht. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens legt
vast dat iedereen het recht heeft zijn land te verlaten en weer terug te
keren. Tegelijk is nergens vastgelegd dat er een algemene verplichting
bestaat om mensen die hun land verlaten elders op te vangen, met
uitzondering van de mensen die als vluchteling worden erkend. Kortom, de
keuze om te emigreren is een universeel mensenrecht, maar dat botst op
het beperkende immigratiebeleid, dat nog steeds valt onder de nationale
soevereiniteit. Voorstanders van open grenzen wijzen op die tegenstrijdigheid en
stellen dat de ingezetenen geen bijzondere rechten hebben tegenover
nieuwkomers. Wie zijn wij om een ‘eerstgeboorterecht’ uit te oefenen?
Maar elke gemeenschap bestaat bij de gratie van grenzen, zonder een
afbakening tussen binnen- en buitenstaanders gaat het niet.
Burgerrechten en mensenrechten moeten worden onderscheiden: kort gezegd,
mensenrechten zijn universeel en burgerrechten zijn territoriaal. Niet
iedereen heeft toegang tot de rechten zoals die zijn opgebouwd binnen
onze grenzen, vooral de verzorgingsstaat beperkt het aantal mensen dat
in een samenleving opgenomen kan worden. Een welkomstcultuur zonder
grenzen betekent dat de burgerrechten zonder beperking moeten gelden
voor iedereen die daar aanspraak op maakt. Wat we dus nodig hebben, is een verantwoordelijkheidsethiek die
nadenkt over de voorzienbare gevolgen van een onbegrensde opvang van
asielzoekers, een reële inschatting van de maatschappelijke kosten en
fricties die de komst van vele nieuwkomers met zich meebrengt, het
afscheid van de zelfgecreëerde onmacht als het gaat om grensbewaking en
ten slotte een omgang met het internationale recht die een humanitaire
verplichting koppelt aan de mogelijkheid om grenzen te stellen aan de
opvang. Natuurlijk is de werkelijkheid weerbarstig, maar we hebben een
richting nodig, een handelingsperspectief dat verder gaat dan de huidige
improvisaties van regeringswege. In beginsel moeten drie initiatieven
worden gecombineerd: er kan meer worden gedaan aan de opvang in de
regio, landen als Turkije, Libanon en Jordanië moeten financieel worden
geholpen, zonder allerlei politieke toezeggingen die niets met de
kwestie zelf te maken hebben. Verder kunnen we jaarlijkse quota
vluchtelingen uit die landen in Europa opnemen, om de druk daar te
verlichten en een omschreven aantal mensen uitzicht te bieden. Zo’n
quotum kan beperkter of juist genereuzer zijn alnaargelang een
samenleving zich daartoe in staat acht. Ten slotte moeten we doen wat we
allang hadden moeten doen: de grenzen van Europa beter bewaken tegen
illegale migratiestromen. De keuze is duidelijk: onbegrensde opvang tegen de prijs van
tweedeling en conflict of begrensde opvang met een waarborg van
burgerschap en sociale samenhang. Ik zou kiezen voor dat laatste, ook
omdat ik denk dat het afschrikkingsbeleid van de regering niet gaat
werken. Mensen die de treurige omstandigheden in een land als Libanon
ontvluchten, laten zich echt niet door een containerwoning ontmoedigen.
Ik denk dat het ontmoedigingsbeleid voor de nieuwkomers eigenlijk vooral
een aanmoedigingsbeleid is voor de ingezetenen: door vluchtelingen
karig te behandelen wordt wellicht de acceptatie van hun komst
gemakkelijker, zo is de onderliggende redenering. We kunnen mensen in nood blijven opnemen, maar de realiteit is dat de
meesten niet de onveiligheid maar de uitzichtloosheid ontvluchten. Een
afspraak met de landen in de regio moet worden gehandhaafd en dat
betekent dat er ook mensen teruggestuurd gaan worden. Het is een grote
vergissing geweest om de binnengrenzen op te heffen en geen werk te
maken van het beschermen van de buitengrenzen. De bedragen die aan
grensbewaking in Europa worden uitgegeven, zijn in de afgelopen jaren
teruggebracht. Dat gaat niet meer. Zonder een begrenzing van de migratie- en vluchtelingenstroom wordt
de ontwrichting van de regio de ontwrichting van de eigen samenleving,
wordt de neergang van vooral de Arabische wereld, steeds meer onderdeel
van onze eigen samenlevingen. Dat is geen fataliteit, want de
vluchtelingen zijn de uitdrukking van conflicten die maatschappelijke en
politieke oorzaken hebben, ook al wekken de beelden van haveloze mensen
op de vlucht de indruk van een natuurramp.
Er zijn wel degelijk antwoorden denkbaar die humanitaire
verplichtingen en politiek realisme met elkaar weten te verzoenen.
Gevraagd is een duurzame betrokkenheid bij deze vluchtelingenkwestie die
nog jaren onze aandacht zal vragen en niet de bevoogdende toon waarop
de zorgen van velen worden weggewimpeld. Wat is dat toch voor een
onvermogen in weldenkende kring om over de morele betekenis van grenzen
na te denken, welke verlegenheid is hier zichtbaar? Ik zou zeggen: juist
om genereus te kunnen blijven hebben we grenzen nodig.
Eind maart zal Paul Scheffer in het kader van de maand van de filosofie
zijn essay "de vrijheid van de grens" publiceren.
Bij deze een fundamentele kritiek.
Huh?
Hoe kan je nu een fundamentele kritiek schrijven op een essay dat nog niet eens
is verschenen, hoe kan je een fundamentele kritiek geven als je niet eens weet
waar het over gaat?
De vrijheid van de geest.
Dat niet-weten is namelijk relatief.
Het essay zal handelen over de vluchtelingen.
Je hoeft niet echt een kristallen bol te hebben om dat te weten te komen,
gewoon "vrijheid van de grens" googelen volstaat vandaag de dag.
Dat maakt het werk al iets gemakkelijker, ik weet waar het zal over gaan.
Maar wat zal Scheffer er over schrijven?
Hij zal schrijven "we hebben grenzen nodig."
Mijn fundamentele kritiek is de volgende: Dat is een maat voor niets.
Zoals schrijven dat de zon schijnt als de zon schijnt.
Een wetenschapper kan dat proces omstandig verklaren of een poëet kan er een
lyrisch gedicht over schrijven zodat het alsnog de moeite loont om te lezen dat
de zon schijnt als de zon schijnt.
Paul Scheffer zal schrijven dat we grenzen nodig hebben.
Et alors?
"We moeten terug naar Webers beroemde onderscheid tussen
overtuigingsethiek en verantwoordelijkheidsethiek: in het ene geval gaat het om
een handelen dat zich niet bekommert om de gevolgen, terwijl een
verantwoordelijkheidsethiek juist wil nadenken over de voorzienbare gevolgen
van keuzes die men maakt. Zo’n moraal zegt dat de voorzienbare gevolgen van
zo’n grenzeloze opvang toenemende spanningen en agressie in de samenleving
zullen zijn. Aan het onmogelijke is niemand gehouden. Als mensen met een
liberale houding niet over grenzen willen nadenken, dan trekken uiteindelijk
mensen met een autoritaire inslag die grenzen. Dat staat op het spel, en daarom
is een moraal die de eigen gewetensnood tot uitgangspunt neemt, geen duurzame
moraal." (Paul Scheffer,
De exodus en ons geweten)
Ik weet niet of Paul Scheffer ook in zijn "vrijheid van de
grens" Max Weber ten berde zal brengen.
Ik hoop het niet.
Het is een eminent en erudiet denker onwaardig.
Er is, om het voorzichtig uit te drukken, de suggestie dat Max Weber een
voorkeur zou hebben voor een verantwoordelijkheidsethiek ten nadele van de
overtuigingsethiek.
Dat is, om het voorzichtig uit te drukken, niet zo.
Ik vrees wel dat hij het niet zal kunnen laten, de verleiding zal te groot
zijn. Ik spreek uit ervaring.
Het uitgangspunt van Paul Scheffer is het onderscheid tussen enerzijds
aanhangers van "een grens aan de opvang van vluchtelingen" (kamp A)
en anderzijds adepten van, jawel, "geen grens aan de opvang van
vluchtelingen" (kamp B).
Er is, om het voorzichtig uit te drukken, de suggestie dat kamp A uitgaat van
een verantwoordelijkheidsethiek en dat kamp B gestoeld is op een
overtuigingsethiek.
Dat is, om het voorzichtig uit te drukken, nogal kort door de bocht.
Kamp B wordt verweten zich niet te bekommeren om de gevolgen. Maar kamp B is
zich maar al te goed bewust van de gevolgen. Zij zijn bezorgd dat het hek
helemaal van de dam is als het principe van de solidariteit opgegeven wordt. Als
er verzaakt wordt aan deze pijler van de westerse normen en waarden, wat houdt
ons dan tegen om te verzaken aan om het even welke pijler?
Max Weber ten tonele brengen leidt nergens toe, maar het is wel een heel leuk
aardigheidje tot meerdere eer en glorie van de eigen achterban. Net zoals het
verwijt aan Paul Scheffer dat hij Max Weber nogal éénzijdig interpreteert
alleen maar leidt tot groter jolijt van de B-ploeg.
"We hebben grenzen nodig".
Nou, nou.
Men kan een aardige boom opzetten over de algemene stelling "we hebben
grenzen nodig."
Maar dat is hier helemaal niet aan de orde.
Het gaat over de particuliere stelling "een grens aan de opvang van
vluchtelingen".
Grens is hier vastgeketend, begrensd als het ware, aan een specifiek onderwerp.
In dat geval is er niet veel ruimte (vastgeketend, hebt u hem?) voor nuance.
Als er een grens is aan de opvang van vluchtelingen, dan komt er geen
vluchteling meer in.
Punt aan de lijn.
Het moet duidelijk zijn dat ik "grens" hier schaamteloos in zijn
ruimtelijke betekenis gebruik.
"Grens" als scheidingslijn tussen opvangen en niet opvangen.
Met recht en rede zou Paul Scheffer kunnen opmerken dat ik "grens"
ten onrechte in een veel te enge betekenis gebruik, dat "grens" moet
begrepen worden als "beperking".
Voor mij geen probleem. Op één voorwaarde natuurlijk. Als Paul Scheffer het
recht heeft om te beslissen hoe zijn "grens" moet geïnterpreteerd
worden in een bepaalde zin, dan heb ik dat ook.
In "geen grens aan de opvang van vreemdelingen" moet
"grens" begrepen worden als "einde", "stop".
Het kan best zijn dat u iemand kan vinden die van oordeel is dat er niemand,
maar dan ook echt niemand, nog recht heeft om een ander land binnen te geraken.
Net zoals u ongetwijfeld iemand kan vinden die van oordeel is dat iedereen,
maar dan ook echt iedereen, het recht heeft om een ander land binnen te
geraken.
Zou Paul Scheffer zich tot mensen met die laatste mening richten?
Als Paul Scheffer dat bevestigt, dan zweer ik bij deze dat ik als boetedoening
hoogst persoonlijk een poging zal wagen om na het polemisch geschrift ook het
ondergewaardeerde genre van de hagiografie in ere te herstellen.
Gedenk mij dan wel in uw gebeden als u "vrijheid van de grens" in de
boekhandel links laat liggen wegens "niet behorend tot de doelgroep".
"Vrijheid van de grens", dat moet ik dan weer wel toegeven, is
nochtans een prachtige titel.
(Het zou de kop van een meedogenloze recensie kunnen zijn: "het boek heeft
een prachtige titel".)
Het biedt de mogelijkheid om te mijmeren over "vrijheid" en, jawel,
"grens". En dat onafhankelijk van de vluchtelingen. Dag in dag uit
worden wij geconfronteerd met opinies, columns, essays, standpunten waarin
bespiegelingen geformuleerd worden over "vrijheid" en
"grens" verbonden aan een bepaald onderwerp. De vrijheid van
meningsuiting, de grenzen van de fatsoenlijke kledij (de knie), de grenzen aan
de godsdienstvrijheid, de vrijheid van ondernemen....
Eén keer per jaar wordt er een essay geschreven in het kader van de maand van
de filosofie. En dan gaat het godbetert, met alle respect voor de schrijnende
toestanden waarin de vluchteling zich bevindt, over welke "beperking"
waar noodzakelijk is. Want de filosofie moet de praktische problemen omhelzen
weet u wel, het algemene toepassen op het particuliere.
Terwijl het net andersom hoort te zijn.
Eén keer per jaar zou men een poging moeten ondernemen om het algemene in vraag
te stellen. Een korte detox kuur om dan weer onverdroten commentaar te spuien.
Wanneer zeggen, roepen, smeken, bidden, huilen wij "dit is de grens"?
De ontologische grens is gebonden aan de tijd.
Wanneer?
Paul Scheffer had beter een boek gelezen in plaats van een pamflet te
schrijven.
Is het mogelijk om over de vrijheid te schrijven zonder één voorbeeld van vrijheid te geven?
Is het mogelijk om over vrijheid te schrijven met een lege geest, een geest vrij van beelden, een vrije geest?
Het staat me in alle geval vrij om het te proberen.
Bestaat de absolute vrijheid?
Het is verleidelijk om daar "neen" op te antwoorden.
De reden om daar "neen" op te antwoorden zit in tal van voorbeelden.
U en ik zouden onmiddellijk talloze voorbeelden van absolute vrijheid kunnen geven die ons zo weerzinwekkend zouden overkomen dat we de idee van absolute vrijheid stante pede laten varen.
Helaas, we hebben hier geen voorbeelden ter beschikking.
De geest is leeg.
Met een lege geest bestaat de absolute vrijheid.
Uiteraard is het met een lege geest ook perfect mogelijk om precies het tegenovergestelde te beweren.
De geest is immers leeg.
Met een lege geest bestaat de absolute vrijheid niet.
Als de absolute vrijheid niet bestaat rest de mogelijkheid dat er een geconditioneerde vrijheid bestaat.
(Een "geconditioneerde vrijheid", dat kan een contradictio in terminis zijn, maar het kan ook een paradox zijn. Het onderscheid doet hier niet ter zake, ik neem gewoon even de vrijheid om dat te vermelden)
Een geconditioneerde vrijheid kan naar believen ingevuld worden.
Ze moet echter wel ingevuld worden, anders zou er van conditionering geen sprake meer zijn.
Er kan bijvoorbeeld een onderscheid gemaakt worden tussen positieve vrijheid en negatieve vrijheid.
Vergeef me deze kleine uitschuiver en laat me herformuleren.
Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen positieve vrijheid en negatieve vrijheid.
Twee verzamelingen, langs de ene kant de verzameling "positieve vrijheid" en langs de andere kant de verzameling "negatieve vrijheid".
Wederom kan hier de vraag gesteld worden of de "positieve vrijheid" (of de "negatieve vrijheid") absoluut is of niet en geraken we vervolgens verstrikt in een eindeloze reeks van herhalingen.
Er is de theoretische mogelijkheid dat de verzamelingen mekaar overlappen.
Coercion is the deprivation of freedom. And what is freedom, at
least in its political sense? We know that more than two hundred
definitions of this word have cast a dark cloud upon the subject.
Yet there are at least two senses of the word which few would
deny to be central, or at least two criteria which determine whether
a man or a nation or a group is free or not. The first, which I
shall call the negative sense or criterion, is the answer to the question ‘What is the area within which the subject – a person or
group of persons – is left to do what they like without control by
other persons?’ The second is the answer to the question ‘What is
the source of control, when it exists, which can prevent someone
from doing what he wishes?’ To say that there is only one sense of
the word ‘freedom’, but two criteria for its determination, seems to
me merely a confusion; for the two questions seem genuinely
different, even though the answers to them may overlap. Let us
take them one by one.
Overlappen.
Daar durf je niet aan te denken.
In dat geval zou er immers een "overlappende vrijheid" bestaan, een vrijheid die niet geconditioneerd is, een absolute vrijheid.
Daar durf ik niet aan te denken.
Ik zou onmiddellijk talloze voorbeelden van absolute vrijheid kunnen geven die mij zo weerzinwekkend zouden overkomen dat ik de idee van absolute vrijheid stante pede laat varen.
Helaas, we hebben geen voorbeelden ter beschikking.
De geest is leeg.
Mijn geest is vrij.
Met een vrije geest hoef ik de vrijheid niet als het een geconditioneerde vrijheid is.
"Perlmann's zwijgen" is een boek van Pascal Mercier, het alter ego van de Zwitserse filosoof Peter Bieri.
Meer dan 600 bladzijden "doet ie het of doet ie het niet?"
Best wel spannend.
Mijn filosofische helden hadden aan drie woorden voldoende.
Peter Bieri noch Pascal Mercier noch Philip Perlmann komen daar voor in aanmerking.
Meer dan 600 bladzijden.
Als tegenprestatie bij deze een poging om het boek te recenseren in één woord.
Best wel spannend.
Sphallolalia.
Wie graag het zwaard hanteert,
mag niet schrikken als iemand hem eens een mes tussen de ribben plant.
Op het slagveld van de opiniemakerij kan de kleinste onoplettendheid al
fataal zijn. Men kan zich vergissen, men kan overdrijven, men kan
zichzelf tegenspreken. Vooral dat laatste is erg riskant. Als een
politicus dat durft, staat er altijd wel iemand aan de zijlijn met
sardonisch genoegen te roepen: "Aha, u zwalpt!"
Afgelopen week
was het mijn beurt om dat verwijt eens te incasseren. Nadat ik eerder in
een brief aan Johan Vande Lanotte met veel lawaai had getoeterd dat
"alleen principes ons kunnen redden" (DM 5/2), gaf ik maandag Theo
Francken een elleboogstoot omdat hij "blind vasthoudt aan principes" (DM
22/2). Euh, wacht even, hoe zit het nu, vroegen een paar schrandere
geesten op Twitter, en ook in de echte wereld, zich af: zijn principes
nu heilig of niet? U zwalpt, mijnheer! Alles wat u zegt, bent u zelf! Of
is het ene principe het andere niet?
Voorwaar een zeer goede
vraag en terechte kritiek, waar men verschillende kanten mee uit kan.
Men kan, wat sommige politici zouden doen, de dichtstbijzijnde zandbak
zoeken, daar zijn hoofd insteken en wachten tot de kritiek overwaait.
Men kan, wat Rik Torfs zou doen, de vraag in ironie verdrinken en
monkelen dat men zijn gebreken omhelst en elke inconsequentie koestert
als een deugd. Of men kan, wat ik hier nu zou willen proberen, hardop en
ootmoedig over de vraag nadenken, in het bijzijn van de kritische
lezer.
Zodus. Wat schreef ik in die brief aan sp.a-kopstuk Vande
Lanotte? Dat alleen principes ons kunnen redden. Ik doelde op het
principe dat we oorlogsvluchtelingen altijd moeten opvangen, ook als ze
met velen zijn. Beeld u maar eens in dat u zélf zo'n vluchteling bent,
dat u met partner en kinderen een veilig oord opzoekt, maar dat iemand
ergens aan een grens zegt: sorry, vol is vol. Dat kregen in de jaren
dertig behoorlijk wat joden te horen, overigens. Tal van Europese landen
stuurden hen, bij wijze van push back, bij aankomst meteen terug naar
Duitsland. Een ietwat nare herinnering aan, welja, slappe principes.
Mijn opiniestukje van maandag dan. Wat verweet ik N-VA-staatssecretaris
voor Asiel en Migratie Theo Francken? Dat hij te blind wil vasthouden
aan het principe dat segregatie in onze samenleving niet wenselijk is.
Toen CD&V-voorzitter Wouter Beke suggereerde om vluchtelingen te
spreiden naar nationaliteit en gezinssamenstelling, schoot Francken dat
idee meteen af. Die mensen moeten zich integreren, vindt hij, ze moeten
vooral niet denken dat zij hier hun wetten mogen komen stellen. En ja,
in principe heeft hij gelijk: in ons maatschappijmodel mag de overheid
geen segregatie organiseren naar nationaliteit, leeftijd, huidskleur,
seksuele geaardheid, religie of wat dan ook.
De vraag luidt nu:
is dat tweede principe dan niet even belangrijk als het eerste? Moet ik
de beginselvastheid van Francken niet prijzen, als ik toch de
beginselloosheid van Vande Lanotte heb aangevallen? Welnu, na ampele
reflectie is mijn oprechte antwoord: nee, het gaat om principes van een
andere orde. Vinden dat elke oorlogsvluchteling opvang moet krijgen, is
iets heel anders dan vinden dat iedereen in alle omstandigheden met
iedereen moet kunnen samenleven. Beeld u maar eens in dat men uw gezin
in een container propt zonder rekening te houden met wat dan ook. Ga
eens in de schoenen van een vluchteling staan en vraag u dan af of u
niet liever met andere Vlaamse gezinnen die eerste maanden zou
overbruggen. Met Clouseau op de iPod en elke dag konijn met pruimen.
Misschien is dat wel het enige écht belangrijke principe: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat aan een ander niet.
Toegegeven, we zijn al een hele stap in de goede richting als men begrijpt dat een beginsel geen meervoud heeft.
Maar de vraag blijft of de gulden regel het beginsel is.
En meer nog, zou Joël tot twijfel kunnen bewogen worden?
Na ampere reflectie bij deze mijn conclusie.
"wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat aan een ander niet", sprak de masochist en hij gaf Joël een pak voor de broek.
Ik ben een boek aan het lezen.
"Perlmann's zwijgen" van Pascal Mercier.
"Tegenwoordigheid" is een woord dat daar nogal vaak in gebruikt wordt.
Geheel in de flow van het boek vraag ik me af welk woord daar in de originele Duitse versie voor zou gebruikt zijn.
Geheel toevallig zag ik ook Van Gils en gasten met Petra De Sutter.
Op het eind sprak ze even over haar sympathie voor het boeddhisme, over haar verlangen om in het "nu" te leven.
"Mensen die in het nu willen leven realiseren zich nog niet dat ze nu leven."
Het zou een mantra kunnen zijn.
"En Leo?
Wel als DiCaprio straks die Oscar wint, is het voor de verkeerde film. De acteur verdient een 10 voor vlijt en inzet, maar in wezen blijft dit een nogal ééndimensionale, oppervlakkige, van elk innerlijk leven gespeende 'Zie mij hier eens afzien!'-vertolking die voornamelijk bestaat uit gehijg, gepuf, gepiep, gegrom en gekreun. Het is niet omdat je ijspegels in je baard draagt, dat je ook een Academy Award verdient."
Eric Stockman in "Humo"
Dat is het fragment waar ik de afgelopen week aan moest denken bij het wereldwijd meest besproken onderwerp van de, welja, afgelopen week.
Ik zou mij compleet belachelijk kunnen maken met het geven van een alternatieve verklaring.
Ik las immers dat het LIGO eerst alle mogelijke andere verklaringen, zoals het voorbij denderen van een vrachtwagen, vooraf heeft nagegaan.
Maar neen, er was geen zwaar vrachtvervoer in de buurt op dat ogenblik.
Men kon dus alleen maar concluderen dat het geluid hier wel degelijk het orgasme van twee zwarte gaten betreft.
Alle mogelijke andere verklaringen nagaan?
Is dat wel mogelijk?
Is de mogelijkheid van de verveling wel voldoende onderzocht?
Ik wil niets suggereren maar ik ken, geheel toevallig, de geluidsanalyticus van het LIGO in Hanford.
Wat meer is, ik ken hem vrij goed, hij is zelfs de peetvader van mijn kleindochter.
Behalve zijn niet onaardige capaciteiten ben ik ook vertrouwd met zijn iets mindere kantjes.
Zo heeft hij de neiging om in geval van verveling zijn wijsvinger in zijn mond te stoppen, die tegen zijn wang op te spannen, om hem dan met een ploppend geluid weer uit zijn mond te floepen.
Bovendien heb ik het uit de eerste hand: na al die jaren geluidsanalyse durft de verveling wel eens om de hoek komen kijken daar in Hanford.
Ik hoor u al met recht en rede opwerpen: Hoe is het in godsnaam mogelijk dat het geluid van een ploppende wang in Hanford ook tegelijkertijd hoorbaar zou zijn in Livingstone?
Welnu, uiteraard is er, en dat heb ik alweer uit betrouwbare bron, op regelmatige basis telefonisch contact tussen de geluidsanalyticus van het LIGO in Hanford en de geluidsanalyticus van het LIGO in Livingstone. Doublecheck weet u wel.
Deze telefonische contacten zijn, om het eufemistisch uit te drukken, niet echt hartelijk te noemen omdat beide heren tot dan toe bitter weinig, om niet te zeggen niets, maar dan ook niets gemeenschappelijks hebben.
Al jaren gaat het van: "Heb jij dat gehoord?", waarop steevast alleen maar een ontkennend antwoord volgde. Dan heb je niet echt een basis om uitgebreid te communiceren met als logisch gevolg dat het contact altijd vroegtijdig werd verbroken.
Eigenlijk was het al die jaren alleen maar wachten tot de telefoonlijn op een mooie dag door een ik weet niet welke samenloop van omstandigheden open zou blijven liggen....
"Fucking hell, did you hear that?" klonk het vanuit Livingstone na het geluid van de ploppende wang.
Dat is, om begrijpelijke redenen, weggemonteerd uit de opname.
Maar voor alle duidelijkheid, ik ben er niet de man naar om zich compleet belachelijk te maken.
Als de verbeelding werkelijkheid is, het zou een definitie van belachelijkheid kunnen zijn.
Rest het verband met Leonardo DiCaprio?
Albert Einstein kreeg de Nobelprijs voor Fysica.
Dat was de verkeerde categorie.
Hij verdiende de Nobelprijs voor filosofie.