zaterdag 30 januari 2016

Antoine Léonard Thomas



http://www.demorgen.be/opinie/rik-torfs-over-descartes-de-twijfel-is-bevrijdend-be556e91/

De kwaliteit van René Descartes (1596-1650) blijkt uit het grote aantal mensen dat zijn gedachtegoed vandaag bekampt. Zeldzaam zijn zij die zoveel vijanden hebben, vierhonderd jaar nadat ze hebben geleefd. Een prestatie.

Met Descartes begint de moderne filosofie. Van pure speculatie houdt hij niet echt. Hij wil de waarheid zoeken, en dat kan enkel door aan alles te twijfelen. Cogito, ergo sum. Ik twijfel, dus ik ben. Weinig filosofische zinnetjes trokken op een gelijkaardige manier een spoor door de geschiedenis. René Descartes beschrijft niet enkel een mens die denkt, maar ook een mens die zich van zijn denken bewust is. De grote Griekse filosofen vonden dat de ultieme waarheid transcendent was, buiten de mens stond, voor hem onbereikbaar was. Descartes niet. De waarheid was voor hem immanent.

Filosoferen bleek voor René Descartes tegelijk een groot plezier en een absolute noodzaak:"C'est proprement avoir les yeux fermés, sans tâcher jamais de les ouvrir, que de vivre sans philosopher."('Wie leeft zonder filosofie, heeft zijn ogen dicht, zonder ooit te proberen ze te openen')

Latere filosofen stuurden Descartes vele verwijten toe. Romantici uit de negentiende eeuw vonden dat hij het denkende subject als te autonoom zag, los van de rest van de wereld en de natuur.

In mijn eigen studententijd las en hoorde ik dan weer vooral verwijten over zijn dualisme. Lichaam en geest rukte hij uit elkaar, klonk het, terwijl ze onafscheidelijk zijn. Misschien. Maar theorieën van vandaag waarin onophoudelijk wordt herhaald dat wij ons lichaam zijn, hebben mij altijd met een zekere weerzin vervuld. Misschien ten onrechte. Maar een beetje juist begrepen dualisme is eigenlijk wel leuk.

Nu ik toch persoonlijk word: drie dingen van zeer verschillende aard vind ik bij Descartes bijzonder aardig.

Allereerst twijfelt hij op een herbergzame manier. Zijn twijfel is methodisch, een manier om tot waarheid te komen. Om de twijfel zelf uiteindelijk op te heffen, ooit. Descartes' twijfel is noodzakelijk en bevrijdend. Een knagende, sceptische twijfel daarentegen, twijfel die tot vertwijfeling leidt, is helemaal niets voor hem.

Vervolgens blijft Descartes als rationalist pur sang zijn godsgeloof trouw. Hij ontwikkelt zelfs een godsbewijs. Onder de gedachten die we koesteren is er die aan een volmaakte God. Hoe kan een gedachte aan het volmaakte uit een onvolmaakt wezen zoals de mens voortvloeien, tenzij God werkelijk bestaat?

Ik moet toegeven dat godsbewijzen, in de tijd van Descartes schering en inslag, mij niet meteen aanspreken, al zijn bewijzen van het tegendeel nog erger. Doch mooi is dat Descartes zijn geloof nooit verloochende. Integendeel. Hij vond het denken niet bedreigend voor God, en God niet bedreigend voor het denken.

Ten slotte heb ik mij altijd gefascineerd gevoeld door de tijd die Descartes - hij overleed uiteindelijk in Stockholm - in Nederland doorbracht. In Amsterdam, Utrecht en Leiden, bijvoorbeeld. Maar vooral aan de universiteit van Franeker in Friesland. Een verdwenen universiteit in een prachtig stadje dat velen enkel kennen van de Elfstedentocht die zelf een beetje met verdwijnen bezig is.

Een Fransman in Franeker, dat ooit een internationale universiteit had met heel wat studenten uit Transsylvanië. In 1984, tijdens het totalitaire regime van Nicolae Ceauescu, kocht ik in Cluj een zeventiende-eeuws boekje dat in Franeker was gedrukt. Ik dacht aan René Descartes, intellectuele vluchteling, toen ik het illegaal Roemenië uit smokkelde.



Druk, druk, druk.
Rik Torfs heeft het druk, druk, druk.
Column pennen, boek lezen om er dan een recensie over te schrijven, interview weggeven want de KUL wil meewerken aan een academische opleiding voor imams.
In zijn vrije tijd is Rik Torfs rector van die instelling.
Eén ding is zeker, de aanstelling van een woordvoerder aan de KUL zouden zotte kosten zijn.
Druk, druk, druk.
En, niet te vergeten, Rik Torfs is actief op Twitter!

"Vrouwveilige zones tijdens carnaval Keulen." Wat is in de andere zones dan precies de bedoeling?

donderdag 21 januari 2016

Charles Baudelaire


http://www.demorgen.be/opinie/de-drie-fouten-van-vermeersch-b69c4884/

In zijn repliek aan mij haalt Etienne Vermeersch een boek van de 14de eeuw aan om te bewijzen dat het concept van de jihad in de 21ste eeuw niet interpreteerbaar is maar eerder vastligt en dat het niet louter defensief maar ook offensief kan zijn. Daarin maakte hij één fundamentele denkfout, en twee kleinere denkfouten. Eerst de kleine fouten:

Fout 1 is methodisch: hij reduceert de islamitische theologie tot het standpunt van een aantal geleerden over een theologieboek van de 14de eeuw (Umdat as-Salik wa 'Uddat an-Nasik). Dat is voor hem dan dé mainstream van de islam.

Als bewijs haalt hij de certificatie van Al Azhar aan zonder te begrijpen dat het over twee zaken gaat: de juistheid van de vertaling naar het Engels, en het feit dat het boek in de traditie van de soennitische islam is geschreven. Een boek erkennen als een onderdeel van de orthodoxe soenni-theologie is geen toekenning van een absolute autoriteit aan dat boek. Het is gewoon een erkenning dat het geen boek van 'ketters' is. De fatwa's in dat boek blijven tijdgebonden en interpretaties. Bovendien is dat een traditioneel boek voor sjafi-islam, een van de vier soennitische theologiescholen.

Vermeersch had beter kunnen refereren aan wat hedendaagse orthodoxe sjafi-geleerden over hetzelfde thema schrijven. Het boek Jihad van Youssef Al Qaradwi (sjafi-geleerde en ideoloog van de Moslimbroederschap) zou relevanter zijn in deze. Vermeersch had ook andere vernieuwende sjafi-denkers als Al Bishri, Al Awa, Howeidy, Hanafi kunnen aanhalen, maar dat doet hij niet (Is het omdat hij niet verder dan wat googelen en wat Wikipedia geraakt?) Vermeersch is hier pijnlijk amateuristisch en zwak.



Fout 2 is retorisch: hij begrijpt het verschil niet tussen jihad als oorlog die defensief in haar casus belli is (maar die kan escaleren tot een aanvallende oorlog in een latere fase) en aan de andere kant een agressie. Waren de geallieerden die Duitsland bezetten agressors? Of was dat een defensieve oorlog omdat Duitsland de casus belli leverde met zijn invasie van Polen?

Jihad kan escaleren, net zoals het begrip 'just war' in de christelijke leer, maar blijft in essentie defensief. Heilige oorlog is geen islamitisch begrip. Het wordt nooit in het Arabisch gebruikt en is een christelijke term. Het feit dat Vermeersch de mogelijkheid tot aanvallende jihad vermengt met een mogelijkheid om agressie te plegen is dezelfde fout die veel (maar niet alle) jihadisten maken. Daarin is Vermeersch, zoals Maarten Boudry en anderen, een radicale salafi-jihadi en hanteert hij dezelfde reductionistische en oppervlakkige methode als zij.

De derde en fundamentele fout van Vermeersch is dat hij een antwoord wil bieden op mijn stelling dat jihad in de Koran een breed begrip is dat op verschillende manieren interpreteerbaar is, door juist naar een interpretatie buiten de Koran te verwijzen waarin twee interpretaties van de jihad worden gegeven en waar de jihad tegen jezelf (jihad annafs) als de grootste jihad bestempeld wordt. Daarmee bevestigt hij mijn stelling.

Daarnaast beweert hij dat ik geen enkele rol aan cultuur erken bij menselijk gedrag. Dat is niet waar. Ik weiger alleen cultuur als de belangrijkste en alomvattende bron van menselijk gedrag te zien. Cultuur is complex, veellagig, individueel verschillend, en subjectief. Het is een stuk van de puzzel maar niet het volledige beeld. Dat is wat ik bedoel met mijn weigering criminaliteit te culturaliseren. Ik weiger essentialisme en reductionisme, maar niet cultuur als factor onder andere factoren. De wereld is gemaakt door een wisselwerking van materie, ecologie, economie, politiek, macht-structuren, en zes miljard culturen en een paar overkoepelende narratieven over ingebeelde collectieve culturen en identiteiten die wel iets betekenen, maar veel minder dat men vaak denkt, zeker in tijden van globalisering.
Dyab Abou Jahjah



Kent u het verschil tussen een geïntegreerde nieuwe Vlaming  - "nieuw" omdat hij vroeger allochtoon en nog vroeger immigrant was. Dus eigenlijk zou "supernieuwe" Vlaming, naar analogie met de "superdiverse" samenleving, een beter woord zijn - en een geassimileerde nieuwe Vlaming?

De geassimileerde nieuwe Vlaming heeft zich het methodisch scepticisme eigen gemaakt.

Denkfouten.

De "methodische" denkfout die Abou Jahjah aanhaalt is het "beroep op autoriteit" (argumentum ad verecundiam). Het probleem met denkfouten is dat ze zo verschrikkelijk besmettelijk zijn.
"Vermeersch had beter kunnen refereren aan ..."

Af en toe is het ook leuk om stukken tekst gewoon weg te gommen.
"Jihad kan escaleren, maar blijft in essentie defensief. Ik weiger essentialisme".


Parmi l'énumération nombreuse des droits de l'homme que la sagesse du XIXe siècle recommence si souvent et si complaisamment, deux assez importants ont été oubliés, qui sont le droit de se contredire et le droit de s'en aller.
Charles Baudelaire in zijn voorwoord van de Edgar Allan Poe (!) vertaling.

dinsdag 19 januari 2016

Tiny




Zoals het er nu naar uitziet hebben we bijna materiaal genoeg om een nieuwe boekenreeks uit te geven. Na de avonturen van Tiny krijgen we nu de avonturen van Etienne.

Bij deze alvast een teaser.
Etienne gaat schaatsen.

"In verband met de interpretatie van koran- (of bijbel)teksten nog het volgende. Filologisch onderzoek poogt te achterhalen wat de oorspronkelijke bedoeling van een tekst was en hoe die door het publiek van toen werd begrepen, bijvoorbeeld "Als uw vrouw... ongehoorzaam blijft: slaat ze" (S. 4,34). Een 'fundamentalistische' benadering bestaat erin voor te houden dat men ook nu nog zijn vrouw mag slaan. Filologen leggen uit dat de vrije vrouwen zich in Medina moesten bedekken, om niet, zoals slavinnen, aangerand te worden. Fundamentalisten beweren dat moslima's daarom hier en nu een hoofddoek moeten dragen. Als men een historisch correcte interpretatie met 'salafisme'  verwart, wordt ieder ernstig onderzoek onmogelijk. Als men een koranvers salafistisch op het hedendaagse gedrag toepast, wordt een moderne beleving van de islam eveneens onmogelijk."
http://www.demorgen.be/opinie/de-meest-bevreemdende-stelling-van-abou-jahjah-is-zijn-loochening-van-culturele-invloeden-op-het-gedrag-bebc6035/

Eigenlijk had deze column niet mogen verschijnen.
Ik beroep mij hier op de traditie van "Hallo Hautekiet". Voor zij die onbekend zijn met deze traditie, in dat programma werden bellers die een fout maakten tegen het onderscheid heten/noemen meestal gewoon uit het programma gegooid. Even om het geheugen op te frissen: noemen betekent 'een naam geven', heten 'een naam hebben'.
Ik heb een "Hallo-Hautekiet-moment" met het woord "interpretatie". Columnisten die het woord "interpretatie" verbinden met juist en fout of correct en incorrect miskennen de betekenis (niet te verwarren met "de interpretatie") van interpretatie. Voor een columnist zou dergelijke miskenning de standrechtelijke executie tot gevolg moeten hebben. Zo niet voor hemzelf, dan toch zeker voor zijn product: de papierversnipperaar moet onherroepelijk zijn deel zijn.
Maar vermits het kwade nu éénmaal geschied is, wil ik er nader op ingaan.
Laat me vooraf even duidelijk maken dat ik een stroman ben, ik leg iemand woorden in de mond die hij niet (of in een andere context) heeft uitgesproken.
Stroman één.
Etienne zegt: "de islam is vrouwonvriendelijk".
Laat het duidelijk zijn, Etienne doet zelden of nooit zomaar een gratuite uitspraak.
Etienne citeert in dat verband bij tijd en wijle al graag eens een soera.
Stroman twee.
Etienne zegt: "Het is een historisch correcte interpretatie om de islam vrouwonvriendelijk te beschouwen."

Rest ons de uitspraak "de islam is hier en nu vrouwonvriendelijk".

De cruciale vraag die dan beantwoord moet worden is de volgende:
"Hoe noemt men iemand die dat beweert of hoe heet iemand die dat beweert?"
Wat is correct?




zaterdag 16 januari 2016

Dyab Aboudry



Ik kan het niet langer ontkennen, ik ben blij met de "inhoud heerst" (Apache nieuwssite) mentaliteit van kranten en andere "voorbij de waan van de dag" (de Correspondent) geschriften.
Het is een onuitputtelijke bron van inspiratie.

Vandaag in Zeno een "duel op het scherpst van de snede" tussen Dyab Abou Jahjah en Maarten Boudry.
Ik zou dat durven omschrijven als een "mainstream" gesprek gelardeerd met hoogst amusante feiten.

"De beste remedie tegen de ziekte van polarisatie is een dieet van feiten."
Daar krijg ik nu eens de schijterij van se.

De feiten:
Er zijn islamieten die het te bont maken.
Er zijn enkele islamieten die het te bont maken maar zij zijn niet representatief voor de mainstream islam.
Er zijn vrouwonvriendelijke politici.
Er zijn enkele vrouwonvriendelijke politici, maar zij zijn niet representatief voor de mainstream politici.
Er zijn rabiate atheïsten.
Er zijn enkele rabiate atheïsten, maar zij zijn niet representatief voor de mainstream atheïsten.

Allee vooruit, het is nog altijd januari, de maand waarin we elkaar al eens een geschenkje uitdelen.
Bij deze uw gepersonaliseerde "maak zelf uw eigen argument en weerleg het" knutseldoos.
Proberen maar.



zaterdag 9 januari 2016

Siegfried Verbeke



Is het mogelijk om te abstraheren?
Is het mogelijk om iets abstract te maken?
De vraag veronderstelt dat er zoiets is als "concreet".
En bovendien, als het mogelijk zou zijn om het concrete abstract te maken, waar is het concrete dan?

Ik kan me voorstellen dat de inleiding u nogal abstract voorkomt, een beetje filosofisch gebazel.
Laten we het even concreet maken.
(Op het gevaar af van u af te schrikken zou men hier de opmerking kunnen maken "Is het mogelijk om het abstracte te concretiseren?)

Ik lees in mijn krant een interview met negationist Siegfried Verbeke.
99 % van het artikel gaat niet over het abstracte begrip "negationisme" (d.i. het niet aanvaarden van algemeen aanvaarde historische gebeurtenissen).
Het artikel gaat bijna uitsluitend over het concrete begrip negationisme, zijnde het ontkennen van het bestaan van de gaskamers.
Mij lijkt het ontzettend moeilijk om de overgang van abstract naar concreet te maken.

1% :
"Dat is wat mij doet revolteren: een bij wet opgelegde waarheid. Waarheid bestaat niet, de filosofen zijn daar allang achter. Laat hier om de hoek een verkeersongeval gebeuren, vraag vijf mensen wat ze hebben gezien en je hebt vijf waarheden."
Siegfried Verbeke.

Vanaf dat moment is het toch ontzettend moeilijk om nog uitspraken te doen over het concrete begrip "negationisme".

Vraag: "Sobibor en de Himmelstrasse, waar gedeporteerden na aankomst meteen naar de gaskamer werden geleid, dat heeft voor u nooit bestaan?"
Antwoord: "Neen, en die waarheid is niet meer tegen te houden, wat ze ook proberen".
Siegfried Verbeke

Siegfried Verbeke is 74 jaar.
Alle begrip dat een spreidstand dan al een beetje moeilijker wordt.
Alhoewel, leeftijd - of bij uitbreiding "tijd" - speelt geen rol.
Zo is er de immer lenige correspondent "mediamythen en mechanismen" Rob Wijnberg.








Hoe de feiten benoemen het nieuwe wegkijken werd

Correspondent Mediamythen & Mechanismen
Avatar Rob Wijnberg






Het woord begrijpen kan op twee manieren worden bedoeld.
Enerzijds: snappen, doorzien, kennis hebben van.
Anderzijds: begrip hebben voor, sympathie koesteren jegens, instemmen met.
Het verschil tussen die twee, is mijn stellige indruk, wordt steeds mínder begrepen. Als in: gesnapt. En dat komt dan weer voort uit, is mijn vermoeden, onbegrip. Als in: weerzin.

Gij zult benoemen

De spraakverwarring zie je tegenwoordig constant opduiken. Het debat over terrorisme is vruchtbare grond - net als discussies over immigratie en vluchtelingen. En het recept is meestal: als de ene kant oppert het fenomeen te begrijpen - als in: onderzoeken en doorgronden -, ontvlamt de andere kant in het verwijt dat er wordt 'goedgepraat,' 'ontkend' of 'ingestemd met.'

Voor de oorsprong van die spraakverwarring moeten we terug naar Pim Fortuyn, die succesvol een paar linkse taboes op de korrel nam - niet in de laatste plaats het multiculturalisme. Een terechte knuppel in het spreekwoordelijke hoenderhok, want de discriminatiekramp waarin links decennia schoot als je iets waagde te zeggen als 'Er zijn problemen met Marokkaans-Nederlandse jongeren,' had veel weg van problemen onder tapijten vegen.
De feiten benoemen werd toen het devies, en benoemd werd er. Van 'kopvodden' tot 'kutmarokkanen,' van borstvergrotende asielzoekers tot piemels in de vluchtelingenopvang. Inmiddels kun je geen krant meer openslaan of er wordt wel een tapijt gelicht om luidkeels op te sommen welke multiculturele drama's zich daar wel niet onder voltrekken.
Maar was het benoemen vijftien jaar geleden nog het kerkelijke taboe van links, inmiddels is dat taboe vervangen door een kerkelijk ritueel van rechts: wie oppert om eerst te begrijpen wat er benoemd zou moeten worden, krijgt automatisch het verwijt iets te ontkennen of te verzwijgen.

Een voorbeeld. Als de berichten kloppen, is er op oudejaarsavond in Keulen een omvangrijke groep vrouwen seksueel geïntimideerd, belaagd en aangerand. Vooralsnog is er - op het moment dat ik dit schrijf - meer níet bekend dan wel, maar deze feiten zijn bevestigd: ruim honderd vrouwen hebben aangifte gedaan, waarvan in ieder geval één van verkrachting. De Duitse politie spreekt van meerdere verdachten, opererend in groepen, met een 'Arabisch en/of Noord-Afrikaans uiterlijk.' Geschat wordt dat er in totaal zo'n duizend mensen op en rondom de plaats delict aanwezig waren.
Of, zoals blog De Dagelijkse Standaard het samenvatte: '1.000 Arabische en Noord-Afrikaanse mannen misbruikten Duitse vrouwen in Keulen tijdens nieuwjaarsfeest.'
Natuurlijk, genoeg voer voor verontwaardiging. En vooral: genoeg reden voor een diepgravend onderzoek. Maar ook: véél te weinig informatie voor conclusies. We begrijpen nog niet wat er precies gebeurd is. Als in: hebben nog niet voldoende informatie over.
Snappie?
Maar wie zoiets tegenwoordig hardop waagt te zeggen, loopt met zijn linkse bord-voor-de-kop tegen die hardnekkige spraakverwarring op. Namelijk: dat willen begrijpen een synoniem is voor vergoelijken, verdedigen of niet-onder-ogen-willen-zien. Meer willen weten vóórdat je je afschuw ventileert, is de ultieme socialistisch rode lap op de rechts-nationalistische stier geworden: jij wegkijkende bagetallisant van het multicriminele drama die je bent!
Of, zoals De Dagelijkse Standaard het samenvatte: 'Ziende blind: linkse Duitsers ontkennen massale aanranding door immigranten in Keulen.'

Het nieuwe wegkijken

Het problematische is vooral de bizarre omkering van zaken die hierachter schuilgaat: wie eerst wil weten wat er precies aan de hand is, is de wegkijker - wie aan vijf speculaties en een half Arabisch woord genoeg heeft, díe is de benoemer.
Het Fortuyniaanse feiten benoemen is, kortom, het nieuwe wegkijken geworden.
Het resultaat is bizarre staaltjes ziendeblindheid van een geheel nieuw soort, zoals in dit opiniestuk van het Amsterdamse VVD-raadslid Dilan Yesilgoz: onder de kop 'Kom op zeg, dit laten we toch niet toe! #keulen' beklaagt Yesilgoz zich over het gebrek aan ophef, verontwaardiging en feiten benoemen in de dagen na oudejaarsavond.
Zo hekelt ze de burgemeester van Keulen die het voorval een 'schande' noemde. 'Een burgemeester die spreekt van ‘schande’? Nee, een massa-aanranding is misdadig, walgelijk en onacceptabel!' aldus Yesilgoz.
Bij de VVD is schande kennelijk al geen krachtterm meer.
Daarna vraagt Yesilgoz zich af: '[...] zijn de media hier bewust terughoudend geweest in de berichtgeving, omdat de politie sprak over Noord-Afrikanen? Dachten de mainstreammedia in Duitsland, in Engeland en wellicht in ons eigen land: ‘Dat is stigmatiserend’? Ik weet niet wat de reden is, maar ik, en velen met mij, zijn er klaar mee.'
Nog los van het feit dat het reuze meeviel (of, zo je wilt: tegenviel) met die terughoudendheid - ik kon geen medium vinden dat niet sprak van het gesignaleerde 'Arabische of Noord-Afrikaanse uiterlijk' van de vermeende daders -, is het antwoord niet: omdat we nog helemaal niet weten wat er precies is gebeurd en wie de daders zijn?
Begrijp me niet verkeerd: ik ben niet tegen een gezonde dosis morele verontwaardiging, zeker niet als het om (wijdverspreid!) geweld tegen vrouwen gaat. Maar benoemen zonder feiten, is kijken met je ogen dicht: daar wordt niemand wijzer van.

https://decorrespondent.nl/3856/Hoe-de-feiten-benoemen-het-nieuwe-wegkijken-werd/98829280-08bc06b1


"Als in: hebben nog niet voldoende informatie over.
Snappie?"
Voor een zelfverklaarde correspondent "chaos" zijn dat onoverkomelijke barrières in een tekst.
Het is zoals de balkjes in een omloop van het veldrijden. Een mindere God kan daar met de beste wil van de wereld niet overheen.
"Informatie", wat is dat?
"TILT" zegt mijn brein dan. En dat wordt bovendien bevestigd door de realiteit. Ik heb nog maar net gelezen dat we nog een half jaartje moeten wachten voor we inzicht krijgen in het begrip "informatie".
"Benoemen zonder feiten", is ook zo'n balkje.
"Feiten" is een begrip dat mijn verstand te boven gaat.



(Beeld: "De verwondering", Wies De Bles)

Zo ontstaat de illusie dat je de wereld begrijpt

Correspondent Mediamythen & Mechanismen
Avatar Rob Wijnberg







'Ieder begrip ontstaat door het gelijkstellen van het ongelijke.'
Dit zinnetje, afkomstig uit de pen van de filosoof met de hamer, spookt al een tijdje door mijn achterhoofd - soms als geruststellende relativering, vaker als tot wanhoop drijvende constatering.
Het zinnetje is afkomstig uit het essay Over waarheid en leugen in buiten-morele zin (1873) en maakt onderdeel uit van een langere uiteenzetting van Friedrich Nietzsche over hoe taal de mens misleidt. Niet alleen generaliseert de mens er lustig op los in zijn oordelen over de wereld, erger nog: de woorden waarmee hij dat doet, zijn zelf al groteske generalisaties van de wereld die ze trachten te beschrijven.
'Terwijl geen enkel blad [aan een boom, RW] gelijk is aan een ander blad, wordt het begrip 'blad' gevormd door het willekeurig weglaten van individuele verschillen, door het vergeten van het kenmerkende', schrijft Nietzsche. 'Ieder woord [...] moet passen op talloze, min of meer op elkaar lijkende - en dus strikt genomen nooit aan elkaar gelijke - gevallen.'
Oftewel: ieder begrip ontstaat door het gelijkstellen van het ongelijke.

De wereld beschrijven is een vorm van liegen

Als de consequentie van deze vaststelling eenmaal tot je doorgedrongen is, kun je bijna niet meer normaal naar de wereld kijken. Opeens besef je hoe gebrekkig ons kijken, beschrijven, beoordelen en veroordelen van die wereld is. Taal wekt vaak de illusie dat we redelijk accuraat en feitelijk de werkelijkheid in woorden kunnen gieten, maar in feite zijn onze beschrijvingen alsof we de zonnebloemen van Vincent van Gogh proberen na te schilderen met een verfroller: niet bepaald een precisiewerk.

Ontnuchterend is niet alleen dát we dit doen, maar vooral ook dat er niet aan valt te ontkomen. Taal is noodzakelijkerwijs een generalisatie, een model waarin onherroepelijk unieke details verloren gaan, omdat het anders haar functie zou verliezen: je kunt simpelweg niet ieder verschil een eigen woord geven zonder de wereld onbegrijpelijk te maken. Stel je voor dat je iedere boom een eigen naam zou moeten geven - dan ben je nog wel even bezig.
Natuurlijk, je kunt bomen nog wel onder verdelen in soorten ('loofboom'), en die soorten weer in geslachten ('eik'), en de geslachten dan nog in subsoorten ('zomereik'), maar uiteindelijk zul je 'het ongelijke gelijkstellen.' Je moet generaliseren. Onheus generaliseren, meestal. Of zoals Nietzsche dat fraai bombastisch formuleerde: 'Volgens geldende conventies liegen.'

Wie houden we voor de gek?

Nu is dat in de meeste gevallen niet zo erg. Niemand zal het je kwalijk nemen dat je alle bomen en alle bladeren over één kam scheert. Problematisch wordt het alleen wanneer je bedenkt dat we dit ook aan de lopende band met mensen doen.
Grieken.
Allochtonen.
PVV'ers.
Bankiers.
Door een Nietzscheaanse bril denk je opeens: wie houden we hier eigenlijk voor de gek? Aan wat voor hoogmoed moet je lijden om te denken dat je elf miljoen inwoners van een land, 3,5 miljoen landgenoten, anderhalf miljoen kiezers of tienduizenden beroepsuitoefenaars op een zinnige manier kunt vangen in één term?
Ook hier weer: je ontkomt er niet aan. Het heeft een functie. En, ook niet onbelangrijk, het is niet altijd onwaar. Mensen zijn, naast individuen, ook sociale wezens. Groepsidentiteit bestaat. Kuddegedrag ook.

Maar het gemak waarmee we elkaar afschilderen met de verfroller, terwijl we doen alsof we met een penseeltje in de weer zijn, neemt soms ontegenzeggelijk kwalijke vormen aan.
Neem de meest gebezigde generalisatie van de afgelopen tien jaar: moslim. Het is een term die zo vanzelfsprekend gebezigd wordt dat je haast zou vergeten hoe absurd veralgemeniserend de term zélf alleen al is.
Want zeg nu zelf: wat hebben basketballer Shaquille O'Neal, burgemeester Ahmed Aboutaleb, rapper Busta Rhymes, voetballer Frank Ribéry, autocoureur Jan Lammers, YouTube-oprichter Yawed Karim, BBC-presentatrice Mishal Husain en voormalig Al-Qaeda-leider Osama bin Laden gemeen, behalve het predicaat 'moslim'?
Ieder begrip ontstaat door het gelijkstellen van het totáál ongelijke.

Ken uzelf alvorens te veroordelen

En dat is pas het begin. Want met die Nietzscheaanse generalisaties die wij woorden noemen, smeden we uiteindelijk zinnen en die zinnen vormen uiteindelijk de oordelen waarin we de wereld indelen in goed en fout. Oordelen die we net zo lang blijven herhalen totdat ze 'canoniek en bindend voorkomen,' zoals Nietzsche dat zegt - tot ze illusies zijn geworden 'waarvan men vergeten is dat het illusies zijn.'
'Grieken zijn lui.'
'Bankiers zijn graaiers.'
'De meeste terroristen zijn moslim.'
Zou het? 
De wereld beschrijven is volgens geldende conventies liegen.
De wereld veroordelen is jezelf bedriegen.
De wereld begrijpen is je eigen beperkingen kennen.

https://decorrespondent.nl/2460/Zo-ontstaat-de-illusie-dat-je-de-wereld-begrijpt/63049800-d740d1a2

Ik vraag me af of een correspondent "mechanismen" een filosoof als Nietzsche überhaupt kan snappen?
Jeder Begriff entsteht durch Gleichsetzen des Nichtgleichen.
Dat doet mij een beetje denken aan "omnis determinatio negatio est".
Maar dat is ongetwijfeld een knoert van een negationisme.

zondag 3 januari 2016

Etienne Vermeersch



Bompa bakt ze bruin!

Na Charlie Hebdo werd ook het debat over de vrijheid van meningsuiting gevoerd. Wat is uw mening?
Die vrijheid moet absoluut zijn, behalve laster, eerroof en aansporen tot misdaad. Je kan niet zeggen dat iemand een moord heeft begaan als dat niet waar is. Het satirisch weekblad Charlie Hebdo heeft niemand aangespoord tot misdaad noch iemand belasterd.
http://www.dezondag.be/vermeersch/

Dat is blijkbaar nieuws.
Terwijl het oud nieuws is.

"Maar waarom gebruikte ik hier, uitzonderlijk, de term ‘achterlijk’? Wel, om duidelijk te maken dat meningsvrijheid inhoudt dat men zelfs het recht heeft uitspraken te doen die volledig fout zijn of door sommigen als beledigend worden ervaren. (Uitgesloten zijn alleen: laster, eerroof, negationisme, directe oorzaak van rampen of misdaden, en systematische aansporing tot racisme en discriminatie.)"
http://www.standaard.be/cnt/dmf20130516_00585729

Nieuws ten opzichte van 2013 is het feit dat Etienne Vermeersch de woordjes "negationisme" en "systematische aansporing tot racisme en discriminatie" uit zijn lijstje van uitzonderingen heeft geschrapt.

Voor mij is dat een faits divers.
Een mededeling die thuishoort net voor "eekhoorn in de problemen door overstroming krijgt onverwachte hulp" en net na "jongen verschiet zich een ongeluk wanneer verjaardagstaart vuur vat".

Er is helemaal niets nieuws.
Etienne Vermeersch blijft als vanouds worstelen met waar en niet waar.
Je kan niet zeggen dat iemand een moord heeft begaan als dat niet waar is, maar je hebt wel het recht om uitspraken te doen die volledig fout zijn.
Het feit dat Etienne Vermeersch het woordje negationisme (het ontkennen van algemeen aanvaarde historische gebeurtenissen) schrapte, verandert daar geen ene moer aan.

De vrijheid van meningsuiting is absoluut behalve in geval van laster.
Maar wat is laster?
"Iemand kwaadwillig iets verwijten dat de eer van die persoon aantast of hem blootstelt aan publieke verachting, zonder dat men erin slaagt het wettelijke bewijs ervan te leveren, terwijl de wet het leveren van het bewijs veronderstelt."

Mag ik zeggen dat Etienne Vermeersch achterlijk is?
Uiteraard.
"Maar waarom gebruikte ik hier, uitzonderlijk, de term ‘achterlijk’? Wel, om duidelijk te maken dat meningsvrijheid inhoudt dat men zelfs het recht heeft uitspraken te doen die volledig fout zijn of door sommigen als beledigend worden ervaren.
Ik mag dat zeggen, zelfs als Etienne Vermeersch dat als beledigend ervaart.
Ik mag het alleen niet zeggen als ik er niet in slaag om daar het wettelijke bewijs van te leveren.

Als ik daar dieper over nadenk moet ik tot de slotsom komen dat de informatie die overgemaakt wordt niet éénduidig is om het eufemistisch uit te drukken.

Wat zijn uw plannen?
Ik hoop halfweg dit jaar klaar te zijn met mijn boek over informatie, wat mijn belangrijkste boek moet worden. Het is één van de origineelste ideeën die ik ooit gehad heb. Wat is informatie? Niemand weet dat.

Die laatste woorden indachtig belooft het gelukkig een kort boek te worden.
Welkom in 2016.




zaterdag 12 december 2015

e.a.


U was weer geweldig deze week!
Wat vooraf ging ...

http://www.demorgen.be/opinie/schrap-euthanasie-op-basis-van-louter-psychisch-lijden-uit-de-wet-b277b650/




Schrap euthanasie op basis van louter psychisch lijden uit de wet

De dood als therapie?
Ariane Bazan (klinisch psychologe ULB), Gertrudis Van de Vijver (filosofe UGent) en Willem Lemmens (ethicus Universiteit Antwerpen) schrijven deze open brief in naam van 65 professoren, psychiaters en psychologen.



Voor het eerst sinds het in voege treden van de wet in 2002 werd een beslissing tot euthanasie - het geval De Moor/Van Hoey - door de evaluatiecommissie betwist en naar het gerecht doorgeleid. Van deze euthanasie en de gesprekken tussen patiënt en arts bestaat een documentaire van de Australische zender SBS. Ook over een 24-jarige jongedame uit Brugge, die in laatste instantie afzag van de uitvoering van de haar toegekende euthanasie omwille van psychisch lijden, werd recent een indringende videoreportage van The Economist uitgezonden (24 and Ready to Die).

In onze open brief in de Artsenkrant (september 2015) wezen wij al op de rechtsonzekerheid van de arts bij euthanasie op basis van louter psychisch lijden. Met dit opiniestuk brengen wij het specifieke problematische karakter ervan onder de aandacht, met name de onmogelijkheid om de uitzichtloosheid van psychisch lijden te objectiveren.
Men zou verwachten dat deze ongeneeslijkheid onderbouwd wordt met bijvoorbeeld aanwijzingen van een organisch letsel of van weefselschade, met andere woorden, met factoren onafhankelijk van wat er subjectief inzake de ziekte gevoeld en gedacht wordt. Dergelijke objectivering is bij psychisch lijden problematisch.

Laten we duidelijk zijn: psychisch lijden is reëel en kan minstens even zwaar zijn als lichamelijk lijden. Specifiek is evenwel dat je enkel kan steunen op het woord van degene die lijdt om het in te schatten. En maar goed ook, want hij of zij is de enige die weet hoeveel pijn het doet op het moment zelf. Op het moment zelf... want wanneer we psychisch lijden, zijn we er veelal van overtuigd dat er geen andere toekomst meer mogelijk is. Het is vaak precies deze gedachte die een mens de dieperik in duwt, want zolang er perspectief is, kan men meestal bijzonder veel aan.


Depressie is vandaag de meest voorkomende mentale aandoening: volgens schattingen van de Wereldgezondheidsorganisatie hebben 1 op 7 mensen ooit te maken met een ernstige depressie. Als we deze cijfers plaatsen naast het feit dat uitzichtloosheid één van de centrale kenmerken is van een depressieve fase, is het duidelijk dat het hopeloze gevoel op geen enkele wijze in verhouding staat tot het werkelijk hopeloos zijn van een situatie.

In tegenstelling tot ziektes die het gevolg zijn van weefselschade is mentaal lijden verbonden met een verandering in functioneren - en niet met een aantasting van weefsel. Dit verschil is essentieel omdat dergelijke dynamische veranderingen per definitie kunnen omslaan en wel soms vrij plots. Zo zien we dat sommigen die eerst ongeneeslijk ziek verklaard werden en op basis daarvan toestemming kregen voor euthanasie, er van afzien omdat er nieuwe - zij het kwetsbare - perspectieven zijn opgedaagd.

Op een paradoxale manier bewijst dit dat de ziekte niet ongeneeslijk kan genoemd worden. De subjectieve inschatting van het eigen perspectief bij psychisch lijden biedt daarom geen houvast om het verdict 'ongeneeslijk te vellen.

De conclusie is duidelijk: de huidige wet veronderstelt ten onrechte dat er bij psychisch lijden objectieve klinische criteria zouden bestaan die euthanasie kunnen rechtvaardigen. Het is om die reden dat euthanasie op grond van psychisch lijden alleen niet bij wet kan geregeld worden.

Sommigen verdedigen bovendien de stelling dat (pas) de dood als optie tot een positieve kentering kan leiden en ook daarom als een onderdeel van een goede zorg kan beschouwd worden. Volgens ons betekent dit echter automatisch het radicale failliet van de mentale zorgsector. Het hanteren van 'de dood als therapie', eventueel tot en met het daadwerkelijk uitvoeren van de euthanasie, impliceert het a priori verzaken aan wat therapie steeds kan en moet zijn: het onuitputtelijk openzetten van nieuwe perspectieven.

Als vertegenwoordigers van de verschillende rechtstreeks betrokken beroepsgroepen over de verschillende landsdelen en voorbij de klassieke ideologische breuklijnen, zijn wij gealarmeerd door een toenemende banalisering van euthanasie op grond van psychisch lijden alleen. Wij vinden dat deze situatie intrinsiek verbonden is met het gegeven van een wet die stoelt op subjectieve criteria. Daarom dringen wij erop aan om het toelaten van euthanasie op basis van louter psychisch lijden uit de huidige wetgeving te schrappen.



http://www.demorgen.be/opinie/banaliseer-psychisch-lijden-niet-bdb8ed05/





Banaliseer psychisch lijden niet

Johan Braeckman is hoogleraar wijsbegeerte aan de UGent, An Ravelingien ethicus bij Bioethics Institute Ghent en Maarten Boudry wetenschapsfilosoof aan de UGent.



In een open brief uitten tientallen academici en zorgverleners hun bezorgdheid over de wettelijke regeling rond euthanasie voor ondraaglijk psychisch lijden. Die bezorgdheid is ongetwijfeld goedbedoeld, maar niettemin misplaatst. De briefschrijvers eisen een "objectieve" aanwijzing van de onomkeerbaarheid van psychisch lijden, zoals een "organisch letsel of weefselschade". Zij verwachten "factoren die onafhankelijk zijn van wat er subjectief inzake de ziekte gevoeld en gedacht wordt". Euthanasie op basis van "louter psychisch lijden" willen ze uit de huidige wetgeving schrappen. Vooral het woordje "louter" is hier zeer betekenisvol.

Het is volgens ons een misvatting dat euthanasie enkel bij zogenaamd lichamelijk lijden "verantwoord" is. De eis om lijden (en pijn) "objectiveerbaar" te maken, is een vreemde vorm van positivisme of sciëntisme. Moeten we psychisch lijden waarvan mensen langdurig en helder getuigen, niet ernstig nemen zolang dat leed niet wetenschappelijk wordt hard gemaakt? Gaan we pas ingaan op de ultieme vraag om hulp als het leed onder een hersenscan is aangetoond? De briefschrijvers miskennen niet alleen de professionele competentie van de artsen en therapeuten die de diagnose stellen, maar willen de klok decennia terug draaien door de patiënt onmondig te verklaren over de aard en intensiteit van zijn of haar lijden.

Uitzichtloos lijden

Vanzelfsprekend is lijden subjectief. Wat anders? Als een persoon lijdt, dan is hij of zij evident de enige die deze ervaring redelijk kan inschatten. Het lijden behoort toe aan een subject. Deze subjectieve dimensie miskennen, verraadt een gebrek aan empathie. De opmerking van de briefschrijvers dat ze "gealarmeerd zijn door een toenemende banalisering van euthanasie op grond van psychisch lijden" is bijgevolg bedenkelijk.

In een gesprek met Bart Schols in De Afspraak (8/12) verwees Ariane Bazan, een van de initiatiefnemers van de brief, naar een artikel en het boek van psychiater Lieve Thienpont: "Libera me. Over euthanasie en psychisch lijden". Het werk van Lieve Thienpont maakte haar blijkbaar duidelijk dat euthanasie voor psychisch lijden opnieuw verboden moet worden. Dat is erg merkwaardig, omdat het boek van Lieve Thienpont net maar al te duidelijk maakt hoe uitzichtloos de situatie is van diegenen die omwille van psychisch lijden euthanasie aanvragen. Het gaat om mensen die men vaak reeds vele jaren tracht te helpen, met alle mogelijke middelen die de geneeskunde en de psychologische zorgverlening te bieden heeft. Sommige van die patiënten zijn zo wanhopig dat ze overgaan tot zelfdoding, met soms vreselijke en mensonterende gevolgen van dien.

Denken de briefschrijvers dat de wetgever, en de artsen die bereid zijn om aan sommige (!) hulpvragen tegemoet te komen, lichtzinnig omspringen met het verzoek om waardig afscheid van het leven te mogen nemen? Dat ze niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden van diverse therapieën en van de strikte voorwaarden voor euthanasie bij psychisch lijden? Net omdat psychisch lijden moeilijker meetbaar is, en een specifieke groep patiënten niet terminaal is, heeft de wetgever voor deze patiënten al twee bijkomende zorgvuldigheidsvoorwaarden verbonden aan een euthanasieverzoek: een tweede advies van een psychiater en een minimumwachttermijn van één maand.

De briefschrijvers houden het bij een algemene beschouwing over het "hopeloze gevoel" dat mensen bij depressie ervaren, dat voor hen "op geen enkele wijze in verhouding staat tot het werkelijk hopeloos zijn van een situatie". Maar uiteraard komt niet iedereen met een depressie zonder verdere therapeutische interventie zomaar in aanmerking voor euthanasie. Dat is evident. In de praktijk gaat het jaarlijks in ons land over een vijftigtal personen, een uiterst kleine fractie van het aantal mensen dat een depressie doormaakt.

Dat de briefschrijvers het uitzichtloos lijden van deze kleine groep mensen wegwuiven als "louter subjectief", een gevoel dat nu eenmaal bij een depressie hoort, illustreert niet alleen een gebrek aan inlevingsvermogen maar bovendien is het een paternalistische reflex: 'Jij denkt dat je lijden uitzichtloos is, maar wij weten beter.' Overigens staat een acute depressie (bv. door een rouwproces) de wettelijke voorwaarde van vrijwilligheid meestal in de weg. Het gaat bij het merendeel van de euthanasie-aanvragen om andere mentale aandoeningen, soms in combinatie met langdurige, chronische en therapieresistente depressie.

Het valse onderscheid tussen fysiek en psychisch lijden

De briefschrijvers vrezen dat de opvatting dat het uitzicht op de dood onderdeel van goede zorg kan zijn, "het radicale failliet van de mentale zorgsector" betekent. Deze opmerkelijke uitspraak was enkele decennia geleden nog een vaak gehoorde bedenking in het euthanasiedebat, ook voor fysiek lijden: "De dood is de vijand van de geneeskunde, als een arts iemand uit zijn lijden verlost, betekent dat het falen van de medische zorg". Ondertussen weten we beter. Helaas is het lijden van sommige patiënten zo onpeilbaar diep, dat het inwilligen van hun verzoek om medisch geassisteerd en pijnloos te overlijden, vanaf een bepaald moment het beste is wat de zorgsector nog te bieden heeft. Ariane Bazan en haar co-auteurs zijn blijkbaar van mening dat psychiatrische patiënten nooit uitbehandeld kunnen zijn. Dat komt erop neer dat psychiatrische patiënten geen recht hebben om een behandeling te weigeren, wat geheel in strijd is met de wet op de patiëntenrechten.

De euthanasiewet steunt op enkele fundamentele filosofische principes over een waardig levenseinde, waarin empathie en zelfbeschikking centraal staan. Er is geen goede reden te bedenken waarom men patiënten die ondraaglijk psychisch lijden, zoals ondubbelzinnig erkend door bevoegde artsen en conform de wetgeving, minder ernstig moet nemen dan diegenen die zogenaamd "objectief lichamelijk" lijden. Overigens ervaren ook mensen met een ongeneeslijke fysieke aandoening psychisch leed. Als we de logica van de briefschrijvers volgen, kan men bijgevolg de "ondraaglijkheid" van elke euthanasie-aanvraag betwisten, wat een aantasting inhoudt van de autonomie, en bijgevolg de waardigheid, van om het even welke patiënt die om euthanasie verzoekt. Net zoals de overgrote meerderheid van zorgverleners vandaag de dag, is ook de wetgever in 2002 heus niet overhaast te werk gegaan.



Vooral het woordje "moeilijker" is hier zeer betekenisvol.
"Net omdat psychisch lijden moeilijker meetbaar is..."
Als "de eis" om lijden (en pijn) objectiveerbaar  te maken al een vreemde vorm van positivisme of sciëntisme zou zijn, dan lijkt mij (subjectief) het feit dat het lijden meetbaar is (objectiveerbaar) evenzeer een vreemde vorm van positivisme of sciëntisme.

De situatie is uitzichtloos.
Zo lijkt het toch.

P.S.
Niet het woord "louter" in de eerste tekst is zeer betekenisvol.
De zwakte in dat betoog zit in het woord "bestaan".
"De conclusie is duidelijk: de huidige wet veronderstelt ten onrechte dat er bij psychisch lijden objectieve klinische criteria zouden bestaan die euthanasie kunnen rechtvaardigen. "
Maar dat kan alleen maar begrepen worden in een moment.









zaterdag 5 december 2015

Bart Maddens


De definitie van radicalisme - Bart Maddens 


Je hoort wel eens beweren dat de Franstalige politici lakser zijn in de bestrijding van de radicalisering dan de Vlaamse. Als dat al zo is, dan geldt dat toch zeker niet voor Joëlle Milquet. Als Franstalig minister van onderwijs geeft ze blijk van een opmerkelijke daadkracht wat dat betreft.


Milquet laat momenteel een nieuw decreet goedkeuren dat alle personeelsleden van het Franstalige onderwijs een ‘loyauteitsplicht’ oplegt: zowel op school als daarbuiten mogen zij geen uitspraken doen of handelingen stellen die in strijd zijn met de democratische basiswaarden of die ernstig afbreuk kunnen doen aan het vertrouwen in het onderwijs van de Franse Gemeenschap. Aanleiding hiervoor was onder meer een incident met een kennelijk nogal radicale Moslimleraar aan het Atheneum Leonardo Da Vinci in Anderlecht. Op basis van het nieuwe decreet zal zo iemand nu gemakkelijk de laan kunnen worden uitgestuurd.

Misbruik

Applaus voor zoveel ijver in de strijd tegen de radicalisering! Want dat is toch echt wel een acuut probleem aan het worden in de Franstalige onderwijsinstellingen. Neem nu de Universiteit van Namen. Daar is er een hoogleraar grondwettelijk recht die aanstoot geeft met ronduit extremistische standpunten betreffende ons politiek systeem. Sterker nog, hij heeft al geruime tijd banden met een racistische en fascistoïde partij. En, o gruwel, inmiddels is die geradicaliseerde prof Kamerlid geworden voor die partij en zelfs fractieleider. Wat een geluk dat de immer waakzame Joëlle Milquet er nu voor zorgt dat die extremist stante pede kan worden ontslagen.
Het is Hendrik Vuye zelf die er op knack.be voor heeft gewaarschuwd dat de zeer verregaande bepalingen in Milquet’s decreet wel eens zouden kunnen worden misbruikt om hem aan de deur te zetten in Namen. De paragraaf hierboven klinkt in Vlaanderen natuurlijk als volledig van de pot gerukt, en dat is ze ook. Maar langs Franstalige kant wordt iemand die pleit voor confederalisme of separatisme al snel weggezet als een extremist. En verschillende gezaghebbende politici hebben de N-VA al afgeschilderd als een racistische en fascistoïde partij. Vanuit dat Franstalige perspectief is het niet zo vergezocht om Vuye als een ‘geradicaliseerd’ persoon te beschouwen.

Terrorisme

De kwestie illustreert mooi het potentieel perverse effect van de draconische maatregelen die nu worden voorgesteld om de Moslim-radicalisering te bestrijden. Dat geldt zeker ook voor het uiterst bedenkelijke wetsvoorstel van de MR-kopstukken Denis Ducarme en Olivier Chastel om de ‘verheerlijking van terrorisme’ te bestraffen. Dat definiëren zij zeer breed als ‘wetens en willens terroristische misdrijven in het openbaar goedkeuren, pogen te rechtvaardigen of schromelijk minimaliseren.
Stel dat ik hier schrijf dat er wel enig begrip kan worden opgebracht voor de gewapende strijd van de PKK tegen het repressieve regime van Erdogan, dan riskeer ik – als het van de liberalen (!) Ducarme en Chastel zou afhangen – een celstraf van twee tot vijf jaar (ervan uitgaande dat ook minderjarigen deredactie.be kunnen lezen en dat dus de zwaarste straf van toepassing is). Hetzelfde hangt me boven het hoofd als ik hier zou schrijven dat het ETA-geweld in Spanje enigszins begrijpelijk was in het licht van de anti-Baskische repressie tijdens de Franco-dictatuur en de GAL-staatsterreur nadien.
Ik geef met opzet die twee voorbeelden. Want in Vlaams-nationale kringen bestaat toch wel enige sympathie voor de Koerdische PKK. En zeker tot halfweg de jaren tachtig bestond ook de neiging om het ETA-geweld te vergoelijken of te relativeren. Maar als Ducarme en Chastel hun zin krijgen, dan mag daar zelfs niet meer over worden gediscussieerd.

Separatisten

Vlaams-nationalisten zullen voortaan dus op hun tellen moeten passen als het over de ETA of de PKK gaat. En al zeker als ze met elkaar telefoneren. Want nu de inlichtingendiensten meer bevoegdheden krijgen om ‘geradicaliseerden’ af te luisteren zullen misschien ook de anti-Belgische separatisten extra in de gaten worden gehouden. Ik hoor echter meteen een koor van proteststemmen opgaan. Wat voor paranoia is me dat, zeg! Wees er maar zeker van dat de veiligheidsdiensten vandaag andere katten te geselen hebben.
Dat kan zijn, maar waarom was dat dan niet zo in het recente verleden? Uit het nogal onthutsende onderzoek van Tijd-journalist Lars Bové bleek dat, tussen 2010 en 2013, bijna één derde van de verkozen politici opduikt in de dossiers van de staatsveiligheid. Opmerkelijk is ook dat de Vlaamse parlementsleden het vaakst voorkomen in die dossiers (Lars Bové, De geheimen van de staatsveiligheid, pp.100-101). Zou het toeval zijn dat er uitgerekend in die periode uitzonderlijk veel Vlaams-nationalisten rondliepen in het parlement?

Staatsveiligheid

Toen in 2006 het inmiddels welbekende Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD) werd opgericht botste dit op het grootste argwaan bij Vlaams-nationalisten. Want in de memorie van toelichting van het wetsontwerp kondigde minister van Justitie Laurette Onkelinx aan dat het OCAD ook bedreigingen van “nationalistische aard” zou bestrijden. Het contrast met vandaag is groot. Van enige argwaan ten aanzien van de Belgische inlichtingendiensten is niets meer te bespeuren bij flaminganten. Sterker nog, die pleiten er nu zelf voor om de staatsveiligheid meer bevoegdheden te geven.
Misschien gaat men ervan uit dat de Vlaams-nationale greep naar de macht ertoe zal leiden dat de Belgische veiligheidsdiensten hun leven beteren. Jan Jambon zal er wel voor zorgen dat die zich nu met de échte veiligheidsprioriteiten bezig houden. Maar Lars Bové toonde ook aan hoe moeilijk het is voor de verantwoordelijke politici om vat te krijgen op de politieke machinaties van de staatsveiligheid. En we horen vandaag wel veel pleiten voor extra bevoegdheden en middelen voor de inlichtingendiensten, maar niet voor meer en strengere controle op hun schimmige activiteiten.
Zouden die echt hun belangstelling voor de Vlaams-nationale ‘extremisten’ verliezen nu de N-VA het voor het zeggen heeft in België? Enige scepsis lijkt op zijn plaats. Behoort het anti-separatisme niet gewoonweg tot de ‘bedrijfscultuur’ van de staatsveiligheid? Impliceert de veiligheid van de staat niet ook de territoriale integriteit ervan, zodat de separatisten even goed als de Moslim-extremisten een te bestrijden bedreiging vormen?
Wie weet zijn de Vlaams-nationalisten, meegesleurd als ze zijn door de securitaire obsessie, een monster aan het voeden waardoor ze ooit zelf zullen worden opgepeuzeld.

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/opinieblog/opinie/1.2514388



Bart Maddens, een mens moet daar eerlijk in durven zijn, is nu niet onmiddellijk de auteur op wiens pennenvruchten ik ongeduldig zit te wachten. Zijn ironie is me iets te weinig subtiel, het is herkenbaar als ironie. Op zich is dat niet onwenselijk, maar wanneer men ironie herkent in combinatie met "ernst" is dat een dodelijke coctail. Ironie zou "per definitie" niet ernstig mogen zijn, maar dit geheel terzijde.

Met een titel als "de definitie van radicalisme" werd ik evenwel tot het artikel aangetrokken zoals een verheerlijker van het terrorisme aangetrokken wordt tot het verheerlijken van terroristische misdrijven.
Wat een afknapper was me dat zeg.
Nu had ik uiteraard niet gehoopt om "de" definitie van radicalisme te weten te komen, maar zonder de definitie van de schrijver zelve, zonder de betekenis die de auteur aan een essentieel woord vast knoopt, lijken al die columns over onder andere radicalisme en fundamentalisme mij nogal nietszeggend. Paradoxaal genoeg, hoe langer de teksten dan worden, hoe nietszeggender ze zijn. (Dus gaan we, om elk misverstand dienaangaande uit te sluiten, nog even door.)
Nu, bij nader inzien mag het niet verbazen dat Bart Maddens zelf geen definitie geeft van het begrip radicalisme.
Zelf koester ik de grootste schroom om het privé leven van de mensen te grabbel te gooien, maar wat moet moet. Indien dat privé leven relevant is kan het niet, mag het niet verzwegen worden.
Bart Maddens is een duivenmelker. Dat had u kunnen weten.
Quiévrain, wachten.
Clermont-Ferrand, wachten.
Dourdan, wachten.
Het heeft het denken van Bart Maddens diepgaand beïnvloed!

Denk maar aan de Maddens-doctrine. (Kan er als columnist iets hogers bereikt worden dan dat er een eigen leer naar je vernoemd wordt?)
Wachten.
Wachten, als de Maddens-doctrine in één woord samengevat kan worden, dan is het wel "wachten".
Quiévrain, wachten.
Om in de staatshervorming vooruit te geraken moeten de Vlamingen wachten (had ik het woord paradox in deze column al gebruikt?) tot de Franstaligen vragende partij zijn.

Quiévrain, wachten.
Wachten.
Wachten tot iemand anders een definitie naar voor schuift om er dan genadeloos mee af te rekenen.
Da lijkt me al te gemakkelijk.





donderdag 3 december 2015

Wilhelm Dilthey




Het onderscheid tussen Natuurwetenschappen en Geesteswetenschappen, het blijft me verbazen.
De term "Geesteswetenschappen" is te danken aan Wilhelm Dilthey.


Das Ganze der Wissenschaften, welche die geschichtlich-gesell-
schaftliche Wirklichkeit zu ihrem Gegenstande haben, wird in diesem
Werke unter dem Namen der Geisteswissenschaften zusammengefaßt.

(All the disciplines that have socio-historical reality as their subject matter are encompassed in this work under the name "human sciences.")



De socio-historische realiteit.
Niet te verwarren met de natuur.
De natuur is ook een realiteit, maar een andere realiteit.
De realiteit is immers niet zomaar de realiteit.

WAT ALS ...

Wat als pakweg fysica een geesteswetenschap zou zijn in plaats van een natuurwetenschap?
(De wetenschap is immers niet zomaar de wetenschap)
Zou Albert Einstein (de relativiteitstheorie) dan weggehoond worden als postmodernist?


vrijdag 20 november 2015

Fleur Jongepier


http://bijnaderinzien.org/2015/11/20/waarom-de-vluchtelingenkwestie-geen-goud-wit-zwart-blauw-jurkje-is/#more-1489