zondag 16 juni 2019

Wolf Vanpaemel


Maarten Boudry maakt een denkfout in zijn stuk over denkfouten

Maarten Boudry. Beeld Illias Teirlinck
Wolf Vanpaemel is mathematisch psycholoog.
In een opiniestuk verdedigt Maarten Boudry de hypothese dat zonder harde taal over de islam en migratie het Vlaams Belang nog hoger had gescoord (hij noemt het zelf ‘de waarheid’, maar bescheidenheid lijkt me in dit soort zaken een mooie deugd, dus ik houd het op hypothese). Het zou best kunnen dat zijn hypothese steek houdt – mijn buikgevoel zegt hetzelfde, voor wat het waard is. Maar zijn stelling wordt onder andere gestaafd door een kromme redenering.
Hij verdedigt zijn hypothese – zwijgen over de islam en migratie speelt het Vlaams Belang in de kaart – door erop te wijzen dat de omgekeerde hypothese – stoere taal over de islam en migratie draagt bij aan het succes van het Vlaams Belang – nergens op slaat. Hij merkt op dat de argumentatie voor deze laatste stelling gebaseerd is op redeneren met metaforen en maakt volkomen terecht duidelijk dat deze manier van redeneren een erg magere garantie biedt op een waterdichte conclusie. 
Op zoek naar evidentie tegen die hypothese wendt hij zijn blik naar het klimaat. Hij wijst erop dat de duidelijke klimaatstandpunten van andere partijen de kiezers niet naar het originele groene moederschip hebben gedreven. Integendeel: de aandacht van de andere partijen voor het klimaat heeft net het succes van Groen in de kiem gesmoord. En dan maakt Boudry een grote redeneersprong: uit deze observatie over het klimaat en Groen volgt dat de stoere migratiestandpunten van andere partijen het Vlaams Belang, de partij waarvoor migratie en de islam al jarenlang het kernthema is, niet hebben vooruitgeholpen.
Dit is geen voorbeeld van het gewraakte ‘redeneren met metaforen’, maar wel van het achterneefje ‘argumenteren met analogieën’: Als x voor a (klimaat/Groen) geldt, zal x ook wel voor b (migratie/Vlaams Belang) gelden. Het probleem met zo’n redenering is dat ze enkel geldig is als er voldoende overeenkomst is tussen a en b. Boudry schijnt dit niet te beseffen, of doet in elk geval geen enkele poging om na te gaan of er voldoende overeenkomst is voor een sterke redenering per analogie. Ook al zijn er voor de hand liggende overeenkomsten tussen klimaat en migratie – ze zijn hete hangijzers, beheersen de actualiteit, lokken scherpe meningen uit, boezemen mensen angst in – het is niet moeilijk om belangrijke verschillen te vinden. Anders dan klimaat bevonden migratie en islam zich tot voor kort in de taboesfeer, om er maar één te noemen.
Boudry maakt dus zelf een denkfout, die in het Engels bekend staat als ‘argument from spurious similarity’ of de ‘analogical fallacy’. Redeneren met metaforen biedt geen garantie op een juiste conclusie, maar redeneren met analogieën evenmin.


Toffe tekst.
De immer twitterende Maarten Boudry geeft niet thuis.
"Spurious" is mijn favoriete woord uit de tekst.
En dan in het bijzonder de betekenis volgens de Cambridge dictionary

false and not what it appears to be, or (of reasons and judgments) based on something that has not been correctly understood and therefore false: 

Something that has not been correctly understood.
Dat is een voorbeeld van de "sudden death fallacy".
De argumenten van de tegenpartij verwerpen omdat hij het niet begrepen heeft.


zaterdag 8 juni 2019

E.C.




"OOK IN BEROEP VRIJSPRAAK VOOR EX-POLITIEMAN DIE SPOTPRENT JINNIH BEELS VERSPREIDDE"



De ex-politieman werd vrijgesproken in eerste aanleg en het hof van beroep heeft de vrijspraak nu bevestigd. Het arrest van het hof van beroep vind ik niet terug, het arrest in eerste aanleg wel.
E.C. is de rechter die in eerste aanleg de vrijspraak verleende.


Deze tekst heb ik, in tegenstelling tot mijn gewoonte, tientallen keren herschreven. Volledige versies, waaronder één die zo grofgebekt was dat zelfs Jean-Marie Dedecker er jaloers op geweest zou zijn, naar de prullenmand verwezen.

Rechtsweigering.
Er zijn verschillende interpretaties mogelijk.
Maar het is de taak van de rechter om haar interpretatie naar voor te schuiven.
Indien ze dat verzuimt is dat rechtsweigering.
Het voorliggende vonnis is een pseudo-vonnis.

Sec. Een vonnis in vijf korte regels onderuit gehaald.
Pedant.
Meestal is het gemakkelijk om de zwakte in een redenering bloot te leggen.
Soms moet je wat dieper graven, maar elke redenering kan gevloerd worden.
Behalve indien E.C. geen vonnis zou uitgesproken hebben is er sprake van rechtsweigering. Dat is geen algemeen geldende regel, waardoor bovenstaande redenering een universele redenering zou blijken. Maar het is wel een stelling die ondergetekende zelf genegen is. Daar is bewijs voor.
In 2010 volgde deze auteur het proces over de rechtsweigering van rechter Walter De Smedt en was (en is) lyrisch over de verdediging van deze laatste.
"Iedereen heeft zijn mening gehad over mijn vonnis en ik heb gezwegen. Ik heb gezwegen omdat een magistraat zich niét moet verantwoorden tegenover de publieke opinie, niét tegenover zijn collega's, niét tegenover zijn oversten. Een magistraat moet zijn mening alleen uitspreken in een vonnis".
Wat mij betreft had E.C. zonder enige uitleg "vrijspraak" kunnen zeggen.
Met deze munitie vloert E.C. J.B. (Johan Bosmans) met IPPON.

Een redenering ziet er uit zoals het vonnis dat we hier kunnen inkijken.
Er is een typp-ex man (of typp-ex vrouw, ik probeer een seksisme proces te vermijden) aan het werk.
De typp-ex man (of typp-ex vrouw) moet al de namen van de betrokkenen naar beste vermogen uit het arrest weg typp-exen wanneer dat publiek gemaakt wordt. Maar de verwijzingen zijn zo talrijk dat het niet altijd lukt. (blz. 5 HELLEBOOG, blz. 8 BEELS)
We proberen de zwakte in onze argumentatie weg te typp-exen, maar dat lukt niet.


Ten gronde dan.
Terughoudendheid.
Dat is een woord dat ten onrechte veel van zijn pluimen heeft verloren.
E.C. legt een terughoudendheid aan de dag.
Paradoxaal genoeg niet ten aanzien van de prent.
blz 11. : De prent is ontegensprekelijk racistisch en beledigend.
Dat valt moeilijk te rijmen met "er zijn verschillende interpretaties mogelijk".
Maar een inconsistentie in het betoog is onvermijdelijk om een kettingreactie, de onvermijdelijke overgang van "racistisch" naar "racist", te onderbreken.
Er is terughoudendheid ten aanzien van de beschuldigde.
Is dat terecht?
Daar zijn ongetwijfeld verschillende interpretaties mogelijk.
E.C. heeft haar interpretatie gegeven.
Die van mij zou ongefundeerd zijn, ik heb de man nooit ontmoet.

Het is alleen te hopen dat B.V.L dezelfde terughoudendheid aan de dag legt bij zijn vrijspraak.
Want soms is het duidelijk dat er eigenlijk maar één keuze mogelijk is.
De prent is ontegensprekelijk racistisch.



woensdag 5 juni 2019

Chris Janssens

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/06/04/vlaams-belang-over-culturele-sector-en-vrt-wij-willen-meer-div/


Vlaams Belang mag in de raad van bestuur van de VRT.
Chris Janssens verdedigde dat met passie. 18% van de Vlamingen krijgen een stem in de VRT waar ze die voordien niet hadden. Daar valt weinig tegen in te brengen. Het uitgangspunt is dat alle mensen evenwaardig zijn. Dus ook mensen die op Vlaams Belang stemmen.
Als 18% van de bevolking tot de groep van het Vlaams Belang behoort, dan is het niet meer dan normaal dat die 18% vertegenwoordigd is in belangrijke overlegorganen, in belangrijke beslissingsorganen, in belangrijke topfuncties.
Daar valt weinig tegen in te brengen behalve als je je zou uitlaten als een tegenstander van quota.

De Mediawatcher.


zaterdag 23 maart 2019

Thierry Baudet




Somber en schuw, zolang je achterwarts schouwt,
De toekomst vertrouwensvol, als je jezelf vertrouwt.
O vogel, komt je een plaats onder adelaars toe?
Ben je Minerva's lieveling Oehoe-oehoe?

Nietzsche, de vrolijke wetenschap 53


Schwermüthig scheu, solang du rückwärts schaust,
Der Zukunft trauend, wo du selbst dir traust:
Oh Vogel, rechn’ ich dich den Adlern zu?
Bist du Minerva’s Liebling U-hu-hu?



zondag 17 maart 2019

Branton Tarrant



Een mens vraagt zich af wat een andere mens bezield om een vijftigtal andere mensen af te knallen.
Gaat hij uit van een absolute waarheid of van een relatieve waarheid?
De meningen verschillen daarover.

Als het verschil tussen waarheid en onwaarheid, feit en verzinsel vervaagt, rest enkel machtspolitiek. Juist en feit is dan wat de meest machtige kan doen geloven of opleggen wat juist en feit is. Dat, niet zozeer racisme of bombastische symboliek, is de kern van het fascisme: wil en macht als de uiteindelijke toetssteen van waarde en waarheid. Het meest opvallende aan de hedendaagse populisten zijn niet hun soms rauwe opvattingen en wereldvreemde oplossingen, maar de afwezigheid van overtuiging en de wilskracht zich gezwind aan te passen aan alles wat hen dichter brengt bij macht. Dat voert ons terug naar het interbellum en verder naar de 19de eeuw toen, in het vaarwater van Darwin, maatschappijtheorieën populair werden die de geschiedenis beschouwen als een eeuwige strijd en precies daarom ook als gestage vooruitgang. De sterkste wint, legt zijn waarheid en zijn feiten aan de anderen op, en dat is vooruitgang want zij zijn het die van hem de sterkste hebben gemaakt.

Ik denk niet dat veel mensen in die wereld van wil en macht willen leven. Vraag is echter: hoe geven we mensen weer de mogelijkheid het verschil te maken tussen waarheid en onwaarheid, tussen feit en verzinsel? Moeizaam vrees ik, traag alleszins, waarschijnlijk na hevige conflicten en afhankelijk van wie de sterkste blijkt.

Mark Elchardus op 17/12/2016

https://www.demorgen.be/opinie/dit-is-een-waar-gebeurd-verhaal-niet-gekker-dan-de-samenzweringsmythes-die-bij-ons-ten-tijde-van-dutroux-circuleerden-ba517b1f/


Kunnen we dat vermijden? Waarschijnlijk niet. We kunnen ons alleen maar blijven verzetten tegen absolute waarden, absolute waarheden, absolute prioriteiten.

Mark Elchardus op 16/03/2019

https://www.demorgen.be/opinie/als-je-zelfs-in-nieuw-zeeland-niet-langer-veilig-bent-b73882c5/

Joris Casaer


Journalisten hebben vandaag de dag de gewoonte om nogal smalend te doen over de debatfiches van de politici.
Er is geen ruimte meer om zijpaden te bewandelen.
Jammer genoeg geldt dat ook voor de journalisten.
Verblind door hun vragenlijstje zien ze geen opportuniteiten meer.
Zo is er in zeno een interview met David Van Reybrouck.
Een gemiste kans.
Het enige interessante waren de foto's.



Het meest intrigerende aan deze foto is de kop koffie.
Jammer genoeg had alleen de fotograaf dat in de smiezen.





Wat een gemiste mogelijkheid om tot een boeiend gesprek te komen!
Die ene gerateerde vraag zou het hele interview goed gemaakt hebben. Wat zeg ik, die ene gerateerde vraag zou de hele bijlage goed gemaakt hebben.
"Wat betekent die tekst op je kopje koffie David?"
Dat zou een essay kunnen opleveren waarmee "tegen verkiezingen" zou gereduceerd worden tot niets meer dan een ordinair pamflet.
En na de hele uitleg aanhoord te hebben zou ik vragen aan David Van Reybrouck of hij er zich bewust van is dat Hannah Arendt verkeerd geciteerd wordt op zijn kopje koffie.
Dit is het juiste citaat:

“The notion that there exist dangerous thoughts is mistaken for the simple reason that thinking itself is dangerous to all creeds, convictions, and opinions.”

"En of dat enig verschil zou maken David?"

P.S. Heel toepasselijk wel dat mijn foto van de originele foto (copyright Joris Casaer) een enigszins vertekend beeld geeft.




zondag 3 maart 2019

De bosbrosser



Bij nader inzien is het onbegrijpelijk dat ik nog geen enkel woord over de klimaatverandering heb geschreven. Iedereen heeft het er over, zelfs de nauwelijks uit de pamper gegroeide kleuter werd wel al een microfoon onder de neus geduwd om naar zijn engagement te informeren.
Hoog tijd dus om daar, welja, verandering in te brengen.
"A philosopher who is not taking part in discussions is like a boxer who never goes into the ring."
Ludwig Wittgenstein.
Een filosofische benadering van verandering.
Dat is een fundamenteel andere benadering dan een wetenschappelijke benadering.
"When you are philosophizing you have to descend into primeval chaos and feel at home there."
Ludwig Wittgenstein.


Laat het duidelijk zijn, ik ben de enige klimaatneutrale burger van de wereld.

Klimaatactivisten en klimaatnegationisten, het is allemaal één pot nat (is de nattigheid de laatste jaren toegenomen, of is dat alleen maar een idee van mij?)
Beide gaan er immers van uit dat er een "juist" klimaat zou zijn, een klimaat als referentiepunt.
Woorden als "waarheid" , "bewijs" of "ernst" kunnen alleen afgetoetst worden aan een referentiepunt, een referentiepunt dat eerst zorgvuldig werd uitgekozen.
Waarschijnlijk in alle ernst.

De reden waarom men aanneemt dat er zoiets als "waarheid", "bewijs" of "ernst" zou bestaan is de "noodzakelijkheid". We hebben dergelijke begrippen nodig omdat we anders helemaal niets meer zouden kunnen. Welke verboden of geboden zouden wij nog kunnen opleggen zonder objectieve, universele grond?
Dat is echter een bekende drogreden, in het jargon ook wel "ad necessitatem" geheten.
"Omdat het nodig is".
Wat zouden wij nog kunnen doen als we geen beroep meer kunnen doen op "omdat het nodig is"?
Er zit echter een verraderlijke twist in die redenering.
Het antwoord op die vraag is niet "niets", het antwoord is "alles".
Het antwoord "niets" is het antwoord op de vraag "Wat zouden wij nog moeten doen als we geen beroep meer kunnen doen op "omdat het nodig is"?
Ik daarentegen, ik kan alles doen.
Ik kan schaamteloos een pleidooi houden voor het bouwen van duizenden extra windmolens in dit land.
Niet omdat het moet.
Omdat het kan.
Omdat ik het wil.
Misschien dat ik zelfs eens mee ga betogen als dat het discours van de bosbrosser zou worden.


zondag 10 februari 2019

zaterdag 22 december 2018

De collega's



Tijd voor de eindejaarsvraagjes.
"Met wie of wat hebt u in 2018 het hardst gelachen?"
Dat zou volgens de wetenschappelijke consensus de belangrijkste van de eindejaarsvraagjes zijn. En als het niet zo is, dan zou het dat moeten zijn.
Humor zal de wereld redden.
In 2018 heb ik, behalve met mezelf -want elke tekst is een lachen met mezelf, ik hoop dat u dat ooit zal inzien- ongetwijfeld het hardst gelachen met Joël De Ceulaer.
Dat is een loepzuivere ad hominem, dus in geen enkel opzicht wetenschappelijk. Laat dat alvast duidelijk zijn.
Hoewel totaal overbodig wegens los op kop, plaatste hij net voor kerstmis nog een verschroeiende demarrage.


Column



Joël De Ceulaer

Dat ik Filip Dewinter wél interview, en Paul Verhaeghe niet, krijg ik zelfs aan veel collega’s niet uitgelegd

- Joël De Ceulaer




1 Joël De Ceulaer. © Eric de Mildt

Joël De Ceulaer (1964) is senior writer bij De Morgen.
Ik interview liever Filip Dewinter dan Paul Verhaeghe. Sterker nog: ik héb Dewinter al een paar keer geïnterviewd en pieker er niet over om dat ooit te doen met Verhaeghe. Dat klinkt krankzinnig, daarvan ben ik mij bewust. Tenslotte is Dewinter een radicaal rechtse stokebrand en Verhaeghe een aimabele professor aan de UGent. 
Dat ik de ene wel en de andere niet aan het woord wil laten, is een persoonlijke keuze, die ik zelfs aan de meeste van mijn collega’s niet uitgelegd krijg. En misschien hebt u, waarde lezer, er ook uw bedenkingen bij. Sta mij dus toe dat ik mijzelf nader verklaar. Een journalist mag af en toe ook wel eens verantwoording afleggen.
Ik maak eerst een kleine omweg, want u vraagt zich wellicht af waarom ik daar ineens over begin. Dat zit zo: mijn chef heeft mij gevraagd om u in een eindejaars­column te vertellen waar ik in 2018 zoal van wakker lag. En de waarheid luidt dat ik zelden wakker lig. Ik leid momenteel, met gepaste dankbaarheid, een privé­leven dat mij veel vreugde en weinig gepieker verschaft. Wereld­problemen houden mij ook niet uit mijn slaap, omdat het nogal hoog­moedig zou zijn te denken dat ik die problemen kan oplossen. Ik ga ervan uit dat mensen die zeggen dat ze wakker liggen van klimaat of armoede, dat alleen figuurlijk doen. Niet letterlijk.
Ik ben dus niet zo’n wakker­ligger. Ik slaap goed en gerust. En dus dacht ik: laat ik dan maar schrijven over een professionele kwestie die mij dit jaar erg heeft bezig­gehouden, waar ik zo diep over heb nagedacht dat ik er af en toe figuurlijk van wakker lag.


En dat brengt ons dus bij Dewinter en Verhaeghe. Bij het verschil tussen democratie en wetenschap – want dáár gaat het om. Het is, onder meer, op dát cruciale verschil dat ik mijn beslissing baseer om bepaalde mensen al dan niet te interviewen.
In het democratisch debat wil ik de band­breedte zo groot mogelijk houden. Ik verwerp de ideeën van Dewinter met volle kracht, maar hij is wel de invloed­rijkste politicus van de voorbije 30 jaar – zonder hem hadden we nu nog een regering, om maar iets te noemen. En journalisten hebben de taak om, op kritische wijze uiteraard, ook radicale stemmen in het politieke veld aan het woord te laten. Volgens mij, toch. Die overtuiging leidt ertoe dat ik soms controversiële keuzes maak, die iedereen heftig mag afkeuren en betwisten – zo interviewde ik dit jaar zelfs Dries Van Langenhove, weliswaar vóór de Pano-reportage, maar goed: toen ik hem sprak, klonk hij al behoorlijk radicaal.
Hoe kom ik er dan bij, denkt u nu, om een veto te stellen tegen Paul Verhaeghe? Wel, omdat we ons met hem niet in het democratische, maar in het wetenschappelijke debat bevinden. En er bestaat een fundamenteel verschil tussen democratie en wetenschap.

Als het over democratische keuzes gaat, bestaat De Waarheid niet: wel of geen migratie­pact, meer of minder belastingen, kern­energie of zonne­panelen – politici discussiëren daarover, en wie de meeste stemmen behaalt (of een meerderheid kan vormen) krijgt het voor het zeggen. In de wetenschap is dat anders. Daar wordt niet gestemd, maar is de werkelijkheid de baas. Wie wil weten of zijn of haar hypothese deugt, moet die onderwerpen aan empirische of experimentele toetsing. Zo komen wetenschappers – stapje per stapje – tot betere en juistere inzichten over mens en wereld, die de waarheid soms ontbloten en in elk geval steeds dichter benaderen. De wetenschap is een methode om aan waarheids­vinding te doen, de democratie is een methode om de samenleving te organiseren.
Daarom verdient het wetenschappelijke debat, volgens mij althans, minder band­breedte dan het democratische. Wie nog altijd denkt dat de aarde plat is, heeft ongelijk – en ga ik niet interviewen. Wie zegt dat homeo­pathische middelen een werkzaam bestand­deel bevatten, zit ernaast – en ga ik niet interviewen. Wie vindt dat kinderen maar beter niet worden gevaccineerd, vertelt pertinente onzin – en ga ik niet interviewen. Wie beweert dat de aarde niet opwarmt, of dat de mens daar niets mee te maken heeft, zet zich buiten de wetenschappelijke consensus – en ga ik niet interviewen.

En psycho­analytici zoals Verhaeghe, die beweren dat mensen trauma’s zoals seksueel misbruik jarenlang kunnen verdringen tot een therapeut die herinnering weer naar boven haalt, druisen even hard in tegen de wetenschappelijke consensus als klimaat­negationisten, want ook voor die stelling bestaat geen enkele evidentie. Daarom, dus: wel Dewinter, geen Verhaeghe.
Maar wees het gerust met mij oneens. Journalistiek is ook geen wetenschap.

Vraagje voor Joël De Ceulaer:
Psychoanalytici zoals Verhaeghe, zijn dat wetenschappers?
Iemand die zich buiten de wetenschappelijke consensus zet, is dat nog een wetenschapper?
Indien het antwoord op die laatste vraag "neen" luidt, dan is Paul Verhaeghe topprioriteit voor Joël De Ceulaer in 2019. Ik kijk er nu al naar uit.
Indien het antwoord op die vraag "ja" luidt, dan is er de ongemakkelijke vraag in hoeverre het aangehaalde voorbeeld nog als een wetenschappelijke consensus beschouwd kan worden?
Als er "veel" wetenschappers - "veel" zoals in "veel" collega's - een andere mening op nahouden, kunnen we dan nog van een "consensus" spreken?
Dat laatste is waarschijnlijk een persoonlijke keuze.

Ik wens u een jaar vol Joël De Ceulaer.

zaterdag 15 december 2018

Jan Jambon


De wereld gaat ten onder aan een gebrek aan spitsen.
Er is geen spitsheid meer te ontwaren bij politici, filosofen, journalisten.

Francken zegt: zonder een exit uit het pact treden wij niet toe tot de nieuwe regering. Voor hem lijkt dat een breekpunt. Voor u niet?
"Mijn principes laat ik niet los, maar ik lanceer geen breekpunten vooraf."

En dan over naar de volgende vraag.
Een spits die zichzelf zonder schroom nog spits durft te noemen kan deze kans toch niet laten liggen?
"Wat is het verschil tussen een principe en een breekpunt?"

Spitse humor vind ik dat.