zaterdag 25 november 2017

Ruben Mersch

http://www.standaard.be/cnt/dmf20171121_03200640

Academici, stelde Patrick Loobuyck in deze krant, maken te vaak de fout hun feiten te presenteren op een bedje van ideologische of politieke voorkeur. Ze slagen er niet in om het onderscheid te maken tussen wetenschappelijke feiten enerzijds en morele opinies anderzijds (DS 21 november). Dat klopt. Maar misschien kunnen ze daar niets aan doen. Misschien is dat onderscheid niet zo glashelder als Loobuyck denkt. Je overtuigingen zijn geen jas die je als academicus even kan uitdoen ­zodra je aan wetenschap begint. Alleen als we dat erkennen, kunnen we samen de moeizame tocht naar meer zekerheid aanvatten.

Donkere vs. blanke spelers
Wat gebeurt er als je een grote groep wetenschappers dezelfde vraag laat beantwoorden op basis van dezelfde dataset? Komen ze dan uiteindelijk allemaal tot dezelfde conclusie? Dat probeerde Brian Nosek, een sociaal psycholoog verbonden aan de universiteit van Virginia, te weten te komen. Hij verzamelde alle data van de voetbalwedstrijden in de eerste klasse in Engeland, Duitsland, Spanje en Frankrijk en gaf die aan 29 verschillende onderzoeksgroepen. De vraag die ze moesten beantwoorden: krijgen donkere spelers vaker een rode kaart dan blanke spelers?
Negen van de 29 onderzoeksgroepen zagen geen verschil tussen het aantal kaarten bij blanke en donkere voetballers, twintig groepen concludeerden dat donkere voetballers vaker een rode kaart aangesmeerd kregen dan blanke spelers. Over hoeveel vaker dat gebeurde, verschilden ze dan weer van mening: van 20 procent meer kans tot, volgens één onderzoeksgroep, liefst 300 procent meer kans op een kaart. Doordat elk team totaal transparant was over de gebruikte methodologie, kon Nosek op zoek gaan naar de oorzaken van deze verschillen. Die werden niet veroorzaak door fraude of methodologische fouten, maar wel door op het eerste gezicht vrij triviale beslissingen. Hou je in je analyse rekening met de positie van de speler? Want verdedigers begaan vaker overtredingen dan aanvallers, en als verdedigers ook vaak donker zijn, vertekent dat je resultaat. Hou je rekening met de leeftijd van de spelers? Want misschien zijn jonge spelers wel impulsiever en krijgen ze daarom vaker kaarten? Neem je ook het gewicht van een speler mee in het onderzoek? Zijn lengte? Met welke van deze factoren de onderzoeksgroepen rekening hielden en hoe ze dat precies deden, had een grote invloed op de uiteindelijke conclusie.

De duivel en de details
De invloed van overtuigingen op wetenschappelijke resultaten komt niet, zoals we vaak denken, door bewuste misleiding. Niet door gegevens weg te laten of te vervalsen, maar door een hele reeks kleine beslissingen. Beslissingen die vanzelfsprekend en verdedigbaar lijken, maar toch een grote invloed hebben op het resultaat. In de werkelijke wereld is het aantal kleine beslissingen nog groter dan in het experiment van Nosek. Daar krijgen wetenschappers geen kant-en-klare datasets aangereikt. En dus moeten ze beslissingen nemen over definities (Hoe definieer je armoede? Wie is wel en wie is geen migrant?) en over hoe ze die dingen gaan meten (Hoe tel je het aantal migranten of armen?). Al die kleine beslissingen beïnvloeden de uiteindelijke conclusie. De duivel zit, ook in de wetenschap, in de details. En door die details kunnen ideologie en overtuigingen haast ongemerkt binnen sijpelen.
Betekent dat nu dat er geen feiten bestaan? Dat we de werkelijkheid, ook als wetenschapper, moeiteloos in elke vorm kunnen kneden? Gelukkig niet. Feiten bestaan, maar het is alleen door diverse onderzoekers een probleem te laten analyseren dat we ze kunnen ontdekken. Had Nosek maar één onderzoeksgroep gevraagd om de dataset te analyseren, dan hadden we, afhankelijk van de onderzoeksgroep, ten onrechte geconcludeerd dat scheidsrechters notoire racisten zijn dan wel dat ze absoluut niet discrimineren. Net door de diversiteit aan onderzoeksgroepen kunnen we een onderbouwde schatting maken van de invloed van de huidskleur op de kans dat een speler een kaart krijgt. En het is ook door die diversiteit dat elke groep de tekortkomingen van zijn analyse kon blootleggen. Ook wetenschappers zijn vaak blind voor de eigen blindheid. Door wetenschappers van diverse pluimage op een probleem los te laten, kunnen ze die blinde vlekken bij elkaar ontdekken en komt de waarheid, met horten en stoten, bovendrijven.
Die diversiteit is er niet altijd. Uit een grootschalige analyse van de overtuigingen van Amerikaanse sociaal psychologen bleek dat conservatieve wetenschappers duidelijk in de minderheid zijn. In 2010 waren er veertien keer meer zelfverklaarde progressieve dan conservatieve psychologen. Als dat resultaat ook geldt voor andere vakgebieden en andere landen, dan zitten we met een probleem. Want door dat gebrek aan diversiteit lopen we dan het risico dat we allemaal, waarschijnlijk onbewust, de werkelijkheid in één richting interpreteren. Zonder dat er iemand is die ons op die vertekening kan wijzen. Dus hebben we meer conservatieve wetenschappers nodig – hoe vreemd om dit als progressieve jongen te beweren. Tegengesproken worden is vervelend, maar wel noodzakelijk willen we kennis verwerven.

Ook ik heb vanzelfsprekend mijn blinde vlekken, en waarschijnlijk zijn deze binnen gesijpeld in bovenstaande tekst. Patrick, je weet wat je te doen staat.



Net door de diversiteit aan onderzoeksgroepen kunnen we een onderbouwde schatting maken van de invloed van de huidskleur op de kans dat een speler een kaart krijgt. En het is ook door die diversiteit dat elke groep de tekortkomingen van zijn analyse kon blootleggen. Ook wetenschappers zijn vaak blind voor de eigen blindheid. Door wetenschappers van diverse pluimage op een probleem los te laten, kunnen ze die blinde vlekken bij elkaar ontdekken en komt de waarheid, met horten en stoten, bovendrijven.

Het toeval wil dat ik de resultaten van deze onderzoeksgroepen aan een wetenschappelijk onderzoek onderworpen heb. Ik heb aan honderd verschillende wetenschappers gevraagd een onderbouwde schatting te maken van de invloed van de huidskleur op de kans dat een speler een kaart krijgt.
Let wel: de honderd verschillende wetenschappers kregen GEEN toegang tot de initiële dataset, ze konden zich uitsluitend baseren op het beschikbare uitgevoerde wetenschappelijke onderzoek. Vreemd genoeg kwam daar niet echt een eensluitende conclusie uit de bus, de onderbouwde schatting varieerde nagenoeg van 0% tot 100%. Opvallend was echter wel de uniformiteit in de antwoorden op de vraag naar het fundament van hun onderbouwing. Zonder uitzondering gaf iedereen aan zich gebaseerd te hebben op wetenschappelijk onderzoek. En dat is nog waar ook.
Zo zie je maar dat Ruben Mersch gelijk heeft. De waarheid komt inderdaad met horten en stoten bovendrijven. 

woensdag 22 november 2017

John Updike



Nota aan mezelf: "Why write" van John Updike lezen.
Daarin zou het volgende staan:

"Dat wat de schrijver optekent is in het beste geval net zo dubbelzinnig en ondoorzichtig als het leven zelf'."


zaterdag 11 november 2017

Bart De Pauw



Grensoverschrijdend gedrag.
Iedereen rechter.
Van zodra je ook maar iets te berde brengt ben je rechter. Je oordeelt, daar kan je niet aan ontsnappen. Zelfs "niets te berde brengen" zou al beschouwd kunnen worden als een oordeel. "De feiten" zouden in die mate bezwarend kunnen zijn dat een stilzwijgen moreel laakbaar is.
Iedereen rechter.
En terecht, want iedereen heeft wel een moeder (daar kan je niet aan ontsnappen) en misschien (ik wil niet op de feiten vooruitlopen) een vrouw, een zus, een vriendin, een dochter.
Iedereen rechter.
Voor sommigen is dat moeilijk. Er zijn maar weinig feiten bekend. Voor anderen vormt dat geen beletsel om de vermeende dader openlijk te verdedigen of aan te vallen. Nochtans hoort men een oordeel te vellen op basis van de feiten. Zoals Paul Lembrechts, de gedelegeerd bestuurder van de VRT. "De feiten zijn voldoende ernstig en erg voor de betrokkenen die het hebben meegemaakt."  
Waarop deze uitspraak op zich ook een "feit" wordt, een "feit" waarop men zich weer kan baseren om een oordeel te vellen. Zoals Sven Gatz, Vlaams minister van media. "Ik ga ervan uit dat de VRT niet over één nacht ijs is gegaan."
Iedereen rechter.
"Stalking" is de aanklacht. Dat is "de rust van iemand anders ernstig verstoren". Gelukkig vroeg Kathleen Cools aan John Maes in Terzake nog even door wat dat dan precies inhield. "Oh, maar dat is een pure appreciatie van de rechter."
Als we dan toch allemaal rechter zijn is het misschien goed om dat in het achterhoofd te houden.
De rechter oordeelt niet op basis van de feiten, de rechter oordeelt op basis van zijn appreciatie van de feiten.
Die laatste zin is een mooi voorbeeld van grensoverschrijdend gedrag: de illusie opwekken dat de zin mijzelf overstijgt, dat mijn zin bepalend is.



zaterdag 14 oktober 2017

Othman El Hammouchi


"Normen en waarden kunnen nooit voortgebracht worden uit een identiteit."

"Maar ik heb God vooral nodig om een objectief fundament te hebben voor mijn morele waarden."

Conclusie:
God is geen identiteit.
Ik weet niet of dat nu goed dan wel slecht is.
Othman?

https://www.demorgen.be/interviewreportage/filosoof-othman-el-hammouchi-de-seksuele-revolutie-was-een-grote-ramp-b1dd593b/

zaterdag 7 oktober 2017

Christopher Hitchens



“That which can be asserted without evidence, can be dismissed without evidence.”   


Bij deze:


dinsdag 22 augustus 2017

zaterdag 1 juli 2017

Charles Darwin




Dat is de waarheid, althans "tot nader order".
"Tot nader order" is natuurlijk relatief. Hoe lang is dat nog "tot nader order"?
Tot nu.

De ambitie is immers nooit een ambitie om de ambitie, de ambitie heeft altijd betrekking op.
Zo is het de ambitie van de vrouw om een goede vrouw te zijn.
Het is de ambitie van de vrouw is om een goede partner te zijn, het is de ambitie van de vrouw om een goede dochter te zijn, het is de ambitie van de vrouw om een goede moeder te zijn.
Begrijp me niet verkeerd, dat is een statistische stelling!
Deze stelling gaat niet op voor alle vrouwen, maar voor vrouwen in het algemeen. Een statistische uitspraak zegt niets over individuen. Uiteraard zijn er carrièrevrouwen, vrouwen voor wie alles moet wijken om de hoogste top te kunnen bereiken. Ik spreek ook geen moreel oordeel uit over die vrouwen. Hun ambitie is hun gegund, net zoals de ambitie van hun 'soort'genoten. Hun ambitie is misschien niet gelijk, maar wel gelijkwaardig.
Om een goede partner te zijn zal de vrouw al eens vlugger besluiten vier vijfde te gaan werken ten einde haar tien vijfde dagtaak rond te krijgen. Om een goede dochter te zijn zal de vrouw misschien eerder dan de man zorgverlof overwegen. Om een goede moeder te zijn zal de vrouw geneigd zijn een snipperdag op te offeren om haar zieke kind wat extra te verwennen.
Let wel, dat is andermaal een statistische stelling. God verhoede het me om de vrouw te veroordelen die haar zieke kind bij de oma dropt vooraleer ze zich naar het werk rept. Het gaat hier om de gemiddelde vrouw.
Met andere woorden, de gemiddelde vrouw brandt van ambitie. De ambitie van de vrouw is een vuur met de allures van een bosbrand in Portugal waarbij de ambitie van de man gereduceerd wordt tot het vlammetje van een lucifer waarmee men een stuk krantenpapier in de fik steekt.

Oh ja, Charles Darwin.

"I have always thought that Darwin was wrong: his theory does not account for all the variety of species."
Ludwig Wittgenstein.



@joël
Even de betekenis van "ambitie" veranderd.
Moet kunnen.





zaterdag 24 juni 2017

Mark Elchardus jr.




Nu de vakantie nadert, de koffers worden gepakt, de reizen gepland of geboekt, kunnen we nog heel even de tijd nemen om terug te blikken op het meest ondergewaardeerde debat van het voorbije jaar.

Is onze levenswijze superieur?



Gwendolyn Rutten (Open Vld) lanceerde dat thema. Vele landgenoten vinden van wel. Honderdduizenden West-Afrikanen vinden hun levenswijze dan weer helemaal niet superieur. Zij zetten hun leven op het spel om Europa te bereiken. Verschillende landen betalen inmiddels communicatiespecialisten om in Afrika luidkeels te verkondigen dat onze levenswijze absoluut niet superieur is, dat iedereen daar beter ter plaatse blijft en zich de dure, gevaarlijke reis bespaart. Mijn eerste reactie was dan ook een paniekerig 'Shhhttttt mevrouw Rutten, stil, stil houden'. Maar het flapte er al uit: “Onze levenswijze is superieur." De staatssecretaris voor Asiel kan mevrouw Rutten, terecht, omschrijven als een aanzuigeffect.
Terwijl ik hoopte dat de mare van haar stelling de Sahel niet zou bereiken, barstte hier de controverse los. Mensen verklaarden zich heftig voor, maar ook tegen. Voorspelbaar waren er de katholieke fundi's die, met koppeltekens in de uitverkoop, onze 'levens-wijze zin-loos' achtten. Daarnaast de occidentalisten – de haters van het Westen – die spraken van “vermeende superioriteit” en “schijnvrijheid”. Meteen naar Afrika met al die mensen. Daar vertellen dat we hier onder het juk van oude, blanke mannen zwichten.
Het debat ging niet liggen. In het vragenrondje van lezingen staken mensen de vinger op: professor, gelooft u ook dat onze levenswijze superieur is? Ik kreeg er zowaar spijt van te hebben gelachen met de uitspraak van Rutten (sorry, mevrouw). Zelden debatteerden zoveel landgenoten tegelijk over een belangrijke kwestie. Ik herinner me één gesprek waarin iemand, volkomen correct overigens, opmerkte dat de mensen het gelukkigst zijn in ons samenlevingsmodel, in Noordwest-Europa. Dat leek iedereen een sluitend bewijs voor de superioriteit van dat model. Ik vond het vervelend spelbreker te zijn, maar bracht toch in dat dit een hedonistische zienswijze is. Niet alle culturen hechten evenveel belang aan geluk. Zelfs niet alle mensen met wie wij moeten samenleven doen dat, spijtig genoeg. Veel instemmend geknik in de zaal. Neem nu psychiater Dirk 'niet-alle-dagen-feest' De Wachter. Zo iemand hebben ze daar in Afrika nodig. De diepere zin van pijn en miserie.

Vinden we rijke samenlevingen echt zo aantrekkelijk?

Hoe breed het debat ook werd gevoerd, twee dingen miste ik. (1) Wat houdt ons samenlevingsmodel dan precies in? (2) Hoe oordeelt men over superioriteit?
Is het gewoon onze rijkdom, ons bruto nationaal product per capita dat het doet? In dat geval zijn Qatar, Macau, Singapore, Brunei, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië, Oman en Bahrein, om er maar een paar te noemen, flink superieur aan België. Hoeveel one way tickets?
Persoonlijk denk ik dat een vijftal instellingen onze samenlevingsvorm typeren en van andere onderscheiden: democratie, rechtsstaat, verzorgingsstaat, seculiere staat en wetenschap als grondslag van geldig geachte kennis. De samenlevingen waarin die instellingen het mooist tot ontwikkeling kwamen, zijn de Noordwest-Europese, samen met Canada en Nieuw-Zeeland. Uiteraard is er ook een cultuur, een geheel van houdingen, opvattingen en waarden nodig om die instellingen te dragen en te laten functioneren. Die instellingen worden immers voortdurend uitgedaagd. De graaicultuur die in Brussel aan het licht komt, verettert de crisis van de democratie, het terrorisme is een uitdaging voor de rechtsstaat, globalisering bedreigt de verzorgingsstaat, de aanwezigheid van een traditionalistische islam daagt de seculiere samenleving uit, het gewicht van commerciële belangen is een probleem voor de wetenschap. Die instellingen moeten voortdurend aangepast en bijgestuurd worden. Dat lukt omdat zij steunen op idealen die breed gedragen zijn.

Oordelen als goden



Is dat samenlevingsmodel superieur? Voor mij wel. Ik ben erin opgegroeid en kan me in alle eerlijkheid geen goede samenleving, geen goed leven voorstellen zonder die instellingen. Buiten die instellingen ligt voor mij dwaasheid, onwetendheid, onverdraagzaamheid, willekeur, onrechtvaardigheid en onderdrukking. Maar – dat is zo omdat ik mijn oordeel vel op basis van die instellingen – vanuit de eis dat uitspraken over de wereld gegrond zijn in wetenschap, dat het samenleven met mensen met andere overtuigingen mogelijk moet zijn, dat sociale onrechtvaardigheid en willekeur onaanvaardbaar zijn, dat waardigheid ook zeggenschap impliceert. Mijn oordeel is met andere woorden subjectief, eurocentrisch, geveld op basis van de denkkaders, waarden en normen die ons samenlevingsmodel mij aanreikt. Ik zie trouwens niet in vanuit welk standpunt, alsof zij een soort boven de menselijke diversiteit zwevende goden zijn, sommige mensen met stelligheid kunnen beweren dat ons samenlevingsmodel wel superieur of niet superieur is. Hubris. Ik hou het liever bij: ik vind het persoonlijk superieur en ben bereid het met hand en tand te verdedigen.


Hoe doen we dat, het verdedigen? Niet door te roepen dat het superieur is. Wel door er grenzen omheen te trekken en die goed te bewaken. Te controleren wie binnenkomt. Erop toe te zien dat zij geen bedreiging vormen voor dat samenlevingsmodel. Door nieuwkomers en onze kinderen dat model beter te leren kennen en waarderen. Het is nu net een voordeel van die samenlevingsvorm dat het mensen van heel veel, niet alle, maar van heel veel verschillende overtuigingen kan opnemen in een samenleving waarvan ook zij gaan houden.
Het is altijd pijnlijk als degene die gekookt heeft als eerste zegt: "Lekker hé." Beter is het in zo’n geval naar het oordeel van anderen te luisteren. Vanuit westerse landen hebben democratie, rechtsstaat, verzorgingsstaat, seculiere staat en wetenschap zich met wisselend succes over grote delen van de wereld verspreid. Men noemt dat modernisering, maar spreekt ook van verwesterlijking omdat die instellingen in het Westen tot bloei kwamen en zich van daaruit verspreidden, ook al werden ze elders vaak op eigen, gelijkaardige ontwikkelingen geënt. Blijkbaar zijn we dus niet de enigen die deze instellingen aantrekkelijk, zo niet superieur achten, tenzij men zoals de occidentalisten veronderstelt dat hun verspreiding louter een kwestie van koloniale onderdrukking en machtsvertoon is geweest.
Die stelling horen we nu, ironisch genoeg, eveneens over de nakende 'veroosterlijking' van de wereld. Die zou het gevolg zijn van de snelle economische groei en toenemende militaire uitgaven van China. Dat wijst op grote onzekerheid en zelftwijfel. Twintig jaar geleden zouden we in diezelfde ontwikkelingen net een teken van de verwesterlijking van China hebben gelezen. Is ons samenlevingsmodel een toevallig samenraapsel van instellingen die zich over de wereld hebben verspreid omdat westerse landen baasje speelden? Of hebben die instellingen iets dat mensen doet beseffen dat zij, eens er wat economische ademruimte is, goed leven en samenleven mogelijk maken? Overal ter wereld zijn er mensen die overtuigd zijn van dat laatste; bereid ook voor die overtuiging te vechten: hun land te veranderen, eerder dan van land te veranderen.

https://www.demorgen.be/opinie/-ik-vind-ons-samenlevingsmodel-persoonlijk-superieur-en-ben-bereid-het-met-hand-en-tand-te-verdedigen-bb46edcb/

Mark Elchardus laat zijn licht schijnen op het meest ondergewaardeerde debat van het voorbije jaar. 
Is onze levenswijze superieur?
Zelf ga ik daar niet aan meedoen.
Als ik dat wel zou doen, dan zou ik de aandacht vestigen op de merkwaardige stelling dat Mark Elchardus zijn oordeel gebaseerd is op de wetenschap, dat zijn oordeel met andere woorden subjectief is. Als u het niet erg vindt, dan laat ik deze kelk aan mij voorbijgaan.
Liever zou ik hier graag even Mark Elchardus zijn legendarische hekel aan de wortel in herinnering brengen.
Dat begon al van in de baarmoeder. De eerste keer dat de mama van Mark de hand van zijn papa op haar buik legde en fluisterde "Voel, hij beweegt" had de mama van Mark net worteltjesstoemp gegeten. Het eerste bewegen van haar kind had ze toen nog niet begrepen als een koleirig stampen.
Van zodra Mark potjes vaste voeding tot zich nam zette hij het steevast op een brallerig huilen van zodra hij ook maar een spoor van wortel proefde. Maar niemand die ooit de link legde tussen het huilen en de wortel. Dat kwam pas toen Mark zijn eerste woordjes brabbelde. Het zal u niet verbazen dat de eerste woordjes van Mark Elchardus "wortel is vies" waren.
Het moet gezegd, de papa van Mark Elchardus heeft lange tijd pogingen ondernomen om zijn zoon zijn aangeboren hekel aan de wortel te helpen overwinnen. 
"Ik vind wortel vies", corrigeerde papa Elchardus telkens kleine Mark zijn mantra "wortel is vies" herhaalde.
Tot de puberteit. Net zoals elke puber had Mark weleens last van gezagsondermijnend gedrag.
"Wortel is vies", zei Mark toen zijn mama op een broeierig hete dag in juni rauwkost serveerde en Mark de geraspte oranje groente in zijn bord ontwaarde.
"Je vindt wortel vies", antwoordde zijn vader zonder zijn blik af te wenden van de column die hij aan het lezen was in de krant.
"Daar gaan we weer", rolde de mama van Mark met haar ogen.
"En ik vind dat dat een inferieur onderscheid is", keilde Mark zijn bord de tuin in.


zaterdag 17 juni 2017

Robert A. Maundy



Over de banaliteit van de waarheid.

Wat is waarheid?
Daar gaan we nu toch niet moeilijk over doen.
"Een ware bewering is er een die overeenstemt met de werkelijkheid."
Veel gekker moet het voor mij niet worden.

" in werkelijkheid is de waarheid doodgewoon. Een ware bewering is er een die overeenstemt met de werkelijkheid. "
"In werkelijkheid is de waarheid datgene wat overeenstemt met de werkelijkheid", zou men kunnen zeggen.
Dat maakt uiteraard dat deze stelling waar is.

Nu is er in de filosofie echter wel een probleem met stellingen.
Althans als we kunnen voortgaan op een filosoof als Bertrand Russell

"Moore and Russell came to reject the identity theory of truth in favor of a correspondence theory, sometime around 1910 (as we see in Moore, 1953, which reports lectures he gave in 1910–1911, and Russell, 1910b). They do so because they came to reject the existence of propositions. Why? Among reasons, they came to doubt that there could be any such things as false propositions, and then concluded that there are no such things as propositions at all."

https://plato.stanford.edu/entries/truth/

Het denken begint pas daar waar Maarten Boudry er mee stopt.


dinsdag 6 juni 2017

De Verlichte geest


Schotschrift gericht aan niemand.

Dit is wat me stoort aan de Verlichte geesten.
Hun opdringerigheid.

"A is superieur ten opzichte van B."
Dit is een abstracte vorm van de propositie.
Het gaat er niet om of deze abstracte propositie juist of fout is. Zolang er geen concrete invulling is van A en B is het nogal zinloos om er een uitspraak over te doen.
Het gaat er om of deze abstracte propositie geldig is of niet.

De Verlichte geest kan hier "neen" op antwoorden.
Om een willekeurig voorbeeld te geven, als A en B personen zijn, dan is deze abstracte propositie niet geldig.
Hitler is superieur ten opzichte van Gandhi.
De vraag of deze propositie juist of fout is komt niet aan de orde.
De propositie is immers niet geldig
Ideeën zijn superieur, mensen niet.

De Verlichte geest kan er ook "ja" op antwoorden.
Om een willekeurig voorbeeld te geven, als A en B  ideeën, waardenstelsels, kennismethodes of samenlevingsvormen zijn, dan is de propositie geldig.
Het atheïsme is superieur ten opzichte van de islam.
Dat is een geldige propositie.
De vraag stelt zich dan of deze concrete propositie juist of fout is.
Ik weet het niet.
De Verlichte geest waarschijnlijk ook niet, maar hij heeft ongetwijfeld objectieve argumenten om zijn mening kracht bij te zetten.

We worden dus geconfronteerd met het feit dat de propositie "A is superieur ten opzichte van B" soms geldig is en soms niet. (Vergis u niet, dat is geen relativisme. Dat is een absolutisme)
De geldigheid blijkt uit de concrete invulling van A en B.
Net zoals de juistheid. De juistheid blijkt uit de concrete invulling van A en B.
Bij nader inzien is er dus blijkbaar geen verschil tussen de geldigheid en de juistheid.
Ik blijf het vreemd vinden dat niemand er een flauw benul van heeft hoe die concrete invulling van A en B er uitziet zolang ik de woorden Hitler, Gandhi, atheïsme en islam niet gebruikt heb terwijl iedereen er blijkbaar van uitgaat dat zijn concrete invulling van Hitler, Gandhi, atheïsme en islam volledig correspondeert met mijn concrete invulling van die begrippen.

Wat is superieur?
Wat is een Verlichte geest?

“When I use a word,” Humpty Dumpty said, in rather a scornful tone, “it means just what I choose it to mean—neither more nor less.” “The question is,” said Alice, “whether you can make words mean so many different things.” “The question is,” said Humpty Dumpty, “which is to be master—that’s all.”