Gemakkelijk essay over moeilijk.
Ik weet niet hoe u bent opgevoed, maar ik ben opgevoed met "moeilijk gaat ook".
Als er een opdracht kwam of kritiek op een uitgevoerde opdracht en mijn reactie was "maar dat is wel moeilijk hoor!" kreeg ik steevast de reactie "moeilijk gaat ook".
Veel op gevloekt, op die "moeilijk gaat ook".
Veel geheim is er eigenlijk niet aan die magische formule.
Het magische "moeilijk gaat ook" werd met de paplepel mee ingegeven.
Als er iets niet lukte namen ma of pa het over om het voor te doen.
"Moeilijk gaat ook", zeiden ze er telkens bij.
Gaandeweg bleef het voordoen meer en meer achterwege en gaandeweg bleven alleen de woorden over. Nu, u zou het mij waarschijnlijk niet nageven, maar ik was nogal een balorige jongen.
Dus af en toe durfde ik ze wel eens uit te dagen.
"Oh ja? Doet het dan maar zelf eens."
Vandaag de dag ben ik een balorige jongen met een platte neus.
Het deksel, weet u wel, telkens weer dat dekselse deksel.
hij: "Maak het onderscheid tussen wetenschap en pseudowetenschap."
ik: "Dat is wel moeilijk hoor"
hij: "Moeilijk gaat ook"
ik: "Oh ja? Doet het dan maar eens zelf"
hij: "De grens valt niet nauwkeurig te trekken."
Nu, ik ben niet van de slimste. Van al die bloedneuzen zou een mens beter moeten weten dan de woorden "doet het dan maar eens zelf" nog ten berde te brengen.
Maar ik weet wel hoe bloed proeft.
En nu proef ik het niet.
"De grens tussen wetenschap en pseudowetenschap valt dus niet scherp te trekken. Desalniettemin blijft het onderscheid zinvol. Ook de grens tussen volwassenheid en onvolwassenheid is niet scherp; toch is dat onderscheid nuttig."
http://www.etiennevermeersch.be/artikels/wetenschappen/etienne-vermeersch-over-pseudowetenschappen
"Onder Belgische filosofen woedt een verhitte discussie over het verschil tussen ‘echte’ en pseudowetenschap"
http://www.filosofiemagazine.nl/00/fm/nl/123/nieuws/17779/Opschudding_onder_Gentse_wetenschapsfilosofen_.html
Naar mijn bescheiden mening ging de discussie er vooral over of bepaalde ideeën nu echte wetenschap dan wel pseudowetenschap waren. En dat vond ik best wel jammer. Ook meneer Luyckx vond dat jammer denk ik.
"Maar dat is wellicht, toegegeven, moeilijke lectuur. 'Struggle and learn', zeg ik met Peter Strawson."
schrijft Filip Buekens over bepaalde referenties die hij opgeeft.
"Moeilijk gaat ook".
Zo is Filip Buekens opgevoed.
Ik zie wel een probleem.
Je krijgt pas het deksel op de neus als het je duidelijk gemaakt is dat "moeilijk ook gaat".
‘Psychoanalytic Facts as Unintended Institutional Facts.’ (with Maarten Boudry) Philosophy of the Social Sciences" is een referentie die Filip Buekens opgeeft.
Facts?
Ik dacht dat de discussie ging over het al dan niet bestaan van "facts"?
Heeft het onderscheid tussen echte wetenschap en pseudowetenschap dan niet te maken met het al dan niet gebaseerd zijn op "facts".
"The first principle is that you must not fool yourself, and you are the easiest person to fool."
Richard Feynman.
Vooruit met de geit!
http://forum.skepp.be/viewtopic.php?f=7&t=2906
maandag 16 januari 2012
zondag 15 januari 2012
Hermann Rorschach
Herman Luyckx:
Wel wil ik van gedegen (echte!!) filosofen vernemen of wetenschapsfilosofie anno 2012 nog mag proberen objectiviteit en universaliteit na te streven. En of, in de ogen van de postmoderne filosoof, hobby's als homeopathie, astrologie, het dromen over reizen in de tijd en het speculeren over andere irrationele denkoefeningen evenveel aanspraak op wetenschappelijkheid mogen maken als de permanent falsificeerbare disciplines van de mens- en natuurwetenschappen die aan de meeste ernstige universiteiten ter wereld worden beoefend en onderwezen.
Johan:
Dit is een vraag.
Wel wil ik van gedegen (echte!!) filosofen vernemen of wetenschapsfilosofie anno 2012 nog mag proberen objectiviteit en universaliteit na te streven. En of, in de ogen van de postmoderne filosoof, hobby's als homeopathie, astrologie, het dromen over reizen in de tijd en het speculeren over andere irrationele denkoefeningen evenveel aanspraak op wetenschappelijkheid mogen maken als de permanent falsificeerbare disciplines van de mens- en natuurwetenschappen die aan de meeste ernstige universiteiten ter wereld worden beoefend en onderwezen.
Johan:
Dit is een vraag.
Beste meneer Luyckx,
Als ik u goed begrijp maakt u een onderscheid tussen hobby's (irrationele denkoefeningen) en wetenschap (falsifieerbare disciplines), als ik het goed begrijp maakt u onderscheid tussen objectiviteit en universaliteit enerzijds en subjectiviteit anderzijds.
Herman Luyckx:
vraag
Johan:
rorschach test
Als ik u goed begrijp maakt u een onderscheid tussen hobby's (irrationele denkoefeningen) en wetenschap (falsifieerbare disciplines), als ik het goed begrijp maakt u onderscheid tussen objectiviteit en universaliteit enerzijds en subjectiviteit anderzijds.
Herman Luyckx:
vraag
Ik stelde slechts als niet-filosoof de vraag of ik dat onderscheid mag maken.
Maar voor alle duidelijkheid: ik wil de mogelijkheid niet uitsluiten dat ook falsifieerbare wetenschappelijke disciplines leuke hobby's kunnen zijn.
En ten tweede weet ik niet goed of de term 'subjectiviteit' (dat woord heb ik niet gebruikt) de lading dekt van al wat tegengesteld is aan het streven naar objectiviteit en universaliteit.
Maar voor alle duidelijkheid: ik wil de mogelijkheid niet uitsluiten dat ook falsifieerbare wetenschappelijke disciplines leuke hobby's kunnen zijn.
En ten tweede weet ik niet goed of de term 'subjectiviteit' (dat woord heb ik niet gebruikt) de lading dekt van al wat tegengesteld is aan het streven naar objectiviteit en universaliteit.
Johan:
rorschach test
Beste meneer Luyckx,
Ik ga er even gemakshalve van uit dat wij een intelligente discussie voeren, dat betekent "volgens de regels van de logica".
Het uitgangspunt van de klassieke logica is naar mijn mening "Als A = B".
De discussie zal problematisch worden als we de "opponent" (niet mijn ding eigenlijk) er kunnen op betrappen dat zijn B een vermomde -A is, want dan klopt het plaatje natuurlijk niet meer.
Nu moet u eens goed kijken naar "A".
Wat ziet u daar in?
Ziet u daar een "B" in?
Een cursus epistemologie in een gesprek van drie eenvoudige stappen.
(Als ze ons nu nog geen leerstoel aanbieden in Gent weet ik het ook niet meer.)
U ziet het, zo kan het AL-TIJD best nog interessant WORDEN, er IS altijd hoop.
P.S. ik heb al een paar ideetjes voor de cursus.
Ik wens u van ganser harte nog een aangename zondag.
bron:
http://www.dewereldmorgen.be/blogs/thomasvanderelst/2012/01/12/durf-zwenken-over-schuinsfilosofeerders-en-dwarsdenkers
Hermann Rorschach:
"Tegelijkertijd twijfelde hij aan de wetenschappelijke neiging tot standaardisering en abstrahering. Als men daar te ver mee ging, deed men volgens hem unieke individuen geen recht. Zo verwoordde hij toen al de tweespalt die de wetenschap rond deze fascinerende tests tot op heden verscheurt."
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hermann_Rorschach
Een zielige zondag vind ik het.
Feit.
Een gevecht tegen het feit.
Etymologisch is "het feit" te reconstrueren via zijn dialectvorm " 't feit".
" 't feit" is afkomstig van het Griekse "Typhoeus", de reus met honderd koppen.
Als je er één afhakt groeit het gewoon weer aan.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Typhon
Gelukkig heb ik een toverformule om me te beschermen.
Als je de toverformule uitspreekt kan Typhoeus je helemaal niks maken, dat is zijn Achilleshiel!
Het is een feit
dat de geit
met de benen gespreid
zwarte bolletjes schijt.
en dan op fluistertoon er achteraan:
zijn ze wel echt zwart?
zijn het wel echte bolletjes?
Ik ga er even gemakshalve van uit dat wij een intelligente discussie voeren, dat betekent "volgens de regels van de logica".
Het uitgangspunt van de klassieke logica is naar mijn mening "Als A = B".
De discussie zal problematisch worden als we de "opponent" (niet mijn ding eigenlijk) er kunnen op betrappen dat zijn B een vermomde -A is, want dan klopt het plaatje natuurlijk niet meer.
Nu moet u eens goed kijken naar "A".
Wat ziet u daar in?
Ziet u daar een "B" in?
Een cursus epistemologie in een gesprek van drie eenvoudige stappen.
(Als ze ons nu nog geen leerstoel aanbieden in Gent weet ik het ook niet meer.)
U ziet het, zo kan het AL-TIJD best nog interessant WORDEN, er IS altijd hoop.
P.S. ik heb al een paar ideetjes voor de cursus.
Ik wens u van ganser harte nog een aangename zondag.
bron:
http://www.dewereldmorgen.be/blogs/thomasvanderelst/2012/01/12/durf-zwenken-over-schuinsfilosofeerders-en-dwarsdenkers
Hermann Rorschach:
"Tegelijkertijd twijfelde hij aan de wetenschappelijke neiging tot standaardisering en abstrahering. Als men daar te ver mee ging, deed men volgens hem unieke individuen geen recht. Zo verwoordde hij toen al de tweespalt die de wetenschap rond deze fascinerende tests tot op heden verscheurt."
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hermann_Rorschach
Een zielige zondag vind ik het.
Feit.
Een gevecht tegen het feit.
Etymologisch is "het feit" te reconstrueren via zijn dialectvorm " 't feit".
" 't feit" is afkomstig van het Griekse "Typhoeus", de reus met honderd koppen.
Als je er één afhakt groeit het gewoon weer aan.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Typhon
Gelukkig heb ik een toverformule om me te beschermen.
Als je de toverformule uitspreekt kan Typhoeus je helemaal niks maken, dat is zijn Achilleshiel!
Het is een feit
dat de geit
met de benen gespreid
zwarte bolletjes schijt.
en dan op fluistertoon er achteraan:
zijn ze wel echt zwart?
zijn het wel echte bolletjes?
Boris Spasski
http://forum.skepp.be/viewtopic.php?f=2&t=2906&p=78440#p78414
De moderator heeft een reactie van mij verwijderd.
Dat is zijn goed recht.
Zelf vond ik het geen gezwam.
Het was een reactie op die van "Digit"
De exacte woorden heb ik niet meer (ze zijn verwijderd!), maar het kwam hier op neer:
Wit is aan zet.
De laatste zet was van zwart als ik me niet vergis:
" Dus hij vraagt je of je een kruisteken wil maken en de derde deur wilt kiezen. Wat moet je doen?"
http://forum.skepp.be/viewtopic.php?f=7&t=1572&p=62097&hilit=driedeurenprobleem#p62092
De moderator heeft een reactie van mij verwijderd.
Dat is zijn goed recht.
Zelf vond ik het geen gezwam.
Het was een reactie op die van "Digit"
De exacte woorden heb ik niet meer (ze zijn verwijderd!), maar het kwam hier op neer:
Wit is aan zet.
De laatste zet was van zwart als ik me niet vergis:
" Dus hij vraagt je of je een kruisteken wil maken en de derde deur wilt kiezen. Wat moet je doen?"
http://forum.skepp.be/viewtopic.php?f=7&t=1572&p=62097&hilit=driedeurenprobleem#p62092
zaterdag 14 januari 2012
vrijdag 13 januari 2012
Karl Kraus
"Ich bin der Vogel den sein Nest beschmutzt."
Logica, ik kan het niet laten:
http://www.dewereldmorgen.be/blogs/thomasvanderelst/2012/01/12/durf-zwenken-over-schuinsfilosofeerders-en-dwarsdenkers
Nog ééntje die het niet kan laten:
http://banneling.wordpress.com/2012/01/04/pullologie-vanologie-verplichte-vakken-voor-wie-solliciteert-bij-mark-zark/
“Subjectieve mening en objectieve waarheid
verhouden zich als werkelijkheid en droom.”
Essay van het jaar. (In januari! Commercieel gezien is dat geen verstandige zet.)
Een vreemde vogel toch, die Eric Rosseel.
Zolang hij me niet poogt te verleiden om in de afgrond te kijken lees ik hem graag.
http://www.maximen.nl/auteur/kraus
Dit vond ik een hele mooie:
"Een van de meest verspreide ziekten is de diagnose. "
Logica.
Schuinsfilosoferen.
Iedereen doet het.
Weinigen geloven dat ze het doen.
Logica, ik kan het niet laten:
http://www.dewereldmorgen.be/blogs/thomasvanderelst/2012/01/12/durf-zwenken-over-schuinsfilosofeerders-en-dwarsdenkers
Nog ééntje die het niet kan laten:
http://banneling.wordpress.com/2012/01/04/pullologie-vanologie-verplichte-vakken-voor-wie-solliciteert-bij-mark-zark/
“Subjectieve mening en objectieve waarheid
verhouden zich als werkelijkheid en droom.”
Essay van het jaar. (In januari! Commercieel gezien is dat geen verstandige zet.)
Een vreemde vogel toch, die Eric Rosseel.
Zolang hij me niet poogt te verleiden om in de afgrond te kijken lees ik hem graag.
http://www.maximen.nl/auteur/kraus
Dit vond ik een hele mooie:
"Een van de meest verspreide ziekten is de diagnose. "
Logica.
Schuinsfilosoferen.
Iedereen doet het.
Weinigen geloven dat ze het doen.
woensdag 11 januari 2012
Bobby Fisher
http://www.etiennevermeersch.be/artikels/wetenschappen/etienne-vermeersch-over-pseudowetenschappen
http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/12/30/wetenschapsfilosofie-en-rechtschapenheid
Beste Etienne,
Mag ik u Etienne noemen?
Ik ben Johan, ik ben een zot.
Dat zeg ik vooraf om u een beetje op uw gemak te stellen.
Geen stress aan uw lijf, dat is toch belangrijk voor een mens van respectabele leeftijd.
Ik vermoed dat u bij het lezen van de vorige zinnen al een zweem van irritatie hebt moeten onderdrukken. Die licht ironische toon, dat ruikt naar "ad hominem". Irritatie is een allergische reactie.
Maar "is" het ironisch?
Ironie (uit het Grieks: εἰρωνεία (eirooneia) = geveinsde onwetendheid) is een stijlfiguur waarbij dat wat klaarblijkelijk gezegd wordt, afwijkt van dat wat bedoeld wordt.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Ironie
Weet u wat er bedoeld wordt?
Ik kan u verzekeren (ik weet wat er bedoeld wordt) dat het geen ironie is.
Met grote aandacht heb ik van op afstand de discussie over wetenschap gevolgd.
" In verband met intellectuele discussies veronderstelt zoiets dat men de relevante teksten van de opponent gelezen heeft en dat men duidelijk maakt waarmee men het oneens is, en waarom."
Tegen beter weten in - een zot in een intellectuele discussie, dat is om problemen vragen -, wens ik hier op in te gaan.
De relevante tekst van de opponent, die heb ik gelezen.
"Wij noemen 'pseudowetenschappen', die verzamelingen van beweringen die a priori zo onwaarschijnlijk lijken, dat materiaal van die aard nodig is vooraleer men er geloof aan kan hechten."
Dat is de relevante tekst van de opponent.
Ik ben het daar niet mee eens.
Waarom niet?
Zin in een spelletje schaak?
Gelooft u in de klassieke logica?
Is het onderscheid WAAR-NIET WAAR het wezenlijke onderdeel van de logica?
Gelooft u dat de ene mening beter is dan de andere?
Gelooft u in de "ALS... DAN..." constructie?
Is pseudo-wetenschap het tegenovergestelde van wetenschap?
Is pseudo-wetenschap waar?
Is wetenschap die verzameling van beweringen die 'a priori' zo waarschijnlijk lijken dat er geen materiaal van die aard nodig is vooraleer men er geloof aan kan hechten?
Geloof me, als ik mij een doel voor ogen heb gesteld kan ik een verschrikkelijk irritante pitbull zijn. Ik zal u altijd weer naar één van die hoeken drijven. Op eenvoudig verzoek kan ik u mijn referenties geven.
Niet doen, dat spelletje schaak, u gaat er stress van krijgen.
En bovendien doet u mij er een plezier mee, ik speel namelijk helemaal niet graag schaak.
Beste Etienne,
Mag ik u Etienne noemen?
Denkt u ook niet dat in deze aanspreking de essentie van ons denken vervat ligt?
P.S.
Hans Ree vroeg Fischer hoe hij tegen God zou spelen. Hij antwoordde: "Met zwart zou ik geen schijn van kans tegen Hem maken, maar met wit speel ik gewoon Spaans. Dat is zo'n uitgebalanceerde opening. Dan maakt Hij me niets. Maar misschien speelt Hij wel Siciliaans. Dan speel ik toch de variant met loper c4. Daarmee moet ik remise kunnen maken."
Een zot speelt AL-TIJD met zwart en biedt AL-TIJD remise aan.
the game:
http://forum.skepp.be/viewtopic.php?f=7&t=2906
http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/12/30/wetenschapsfilosofie-en-rechtschapenheid
Beste Etienne,
Mag ik u Etienne noemen?
Ik ben Johan, ik ben een zot.
Dat zeg ik vooraf om u een beetje op uw gemak te stellen.
Geen stress aan uw lijf, dat is toch belangrijk voor een mens van respectabele leeftijd.
Ik vermoed dat u bij het lezen van de vorige zinnen al een zweem van irritatie hebt moeten onderdrukken. Die licht ironische toon, dat ruikt naar "ad hominem". Irritatie is een allergische reactie.
Maar "is" het ironisch?
Ironie (uit het Grieks: εἰρωνεία (eirooneia) = geveinsde onwetendheid) is een stijlfiguur waarbij dat wat klaarblijkelijk gezegd wordt, afwijkt van dat wat bedoeld wordt.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Ironie
Weet u wat er bedoeld wordt?
Ik kan u verzekeren (ik weet wat er bedoeld wordt) dat het geen ironie is.
Met grote aandacht heb ik van op afstand de discussie over wetenschap gevolgd.
" In verband met intellectuele discussies veronderstelt zoiets dat men de relevante teksten van de opponent gelezen heeft en dat men duidelijk maakt waarmee men het oneens is, en waarom."
Tegen beter weten in - een zot in een intellectuele discussie, dat is om problemen vragen -, wens ik hier op in te gaan.
De relevante tekst van de opponent, die heb ik gelezen.
"Wij noemen 'pseudowetenschappen', die verzamelingen van beweringen die a priori zo onwaarschijnlijk lijken, dat materiaal van die aard nodig is vooraleer men er geloof aan kan hechten."
Dat is de relevante tekst van de opponent.
Ik ben het daar niet mee eens.
Waarom niet?
Zin in een spelletje schaak?
Gelooft u in de klassieke logica?
Is het onderscheid WAAR-NIET WAAR het wezenlijke onderdeel van de logica?
Gelooft u dat de ene mening beter is dan de andere?
Gelooft u in de "ALS... DAN..." constructie?
Is pseudo-wetenschap het tegenovergestelde van wetenschap?
Is pseudo-wetenschap waar?
Is wetenschap die verzameling van beweringen die 'a priori' zo waarschijnlijk lijken dat er geen materiaal van die aard nodig is vooraleer men er geloof aan kan hechten?
Geloof me, als ik mij een doel voor ogen heb gesteld kan ik een verschrikkelijk irritante pitbull zijn. Ik zal u altijd weer naar één van die hoeken drijven. Op eenvoudig verzoek kan ik u mijn referenties geven.
Niet doen, dat spelletje schaak, u gaat er stress van krijgen.
En bovendien doet u mij er een plezier mee, ik speel namelijk helemaal niet graag schaak.
Beste Etienne,
Mag ik u Etienne noemen?
Denkt u ook niet dat in deze aanspreking de essentie van ons denken vervat ligt?
P.S.
Hans Ree vroeg Fischer hoe hij tegen God zou spelen. Hij antwoordde: "Met zwart zou ik geen schijn van kans tegen Hem maken, maar met wit speel ik gewoon Spaans. Dat is zo'n uitgebalanceerde opening. Dan maakt Hij me niets. Maar misschien speelt Hij wel Siciliaans. Dan speel ik toch de variant met loper c4. Daarmee moet ik remise kunnen maken."
Een zot speelt AL-TIJD met zwart en biedt AL-TIJD remise aan.
the game:
http://forum.skepp.be/viewtopic.php?f=7&t=2906
zaterdag 7 januari 2012
Joël De Ceulaer
Ik hou me niet meer bezig met dualiteit.
Er is geen dualiteit.
Niet dat ik me tot de mystiek bekeerd heb.
Neen, ook in de mystiek creëert men een dualiteit.
"The problem with assumptions is that we believe they are truth."
Een stelling waar ik mij perfect in kan vinden.
Het is een uitspraak van Don Ruiz Miguel.
En wat blijkt?
'After exploring the human mind from a Toltec as well as scientific perspective, Don Miguel has combined old wisdom with modern insights and created a new message for all mankind, based in truth and common sense.'
Het is één of andere sjamaan leraar.
http://www.miguelruiz.com/index.php
Alleen de veronderstellingen die anderen maken zijn problematisch, niet deze die we zelf maken.
Dat is mystiek.
Dat is ook logica trouwens.
Er is de stelling, of de suggestie of de opinie.
Dat is natuurlijk niet de waarheid, neen de waarheid bestaat niet.
De stelling of de suggestie of de opinie is een constructie, een bouwsel.
En de constructie wordt onderbouwd met argumenten, proposities en premissen. Als het maar gewichtig klinkt, gewicht is een belangrijke factor bij een bouwsel. Het nodige gewicht zorgt er voor dat het bouwsel niet weggeblazen wordt.
Na al het bouwen is de ene stelling of suggestie of opinie beter dan de andere.
"Argument", "propositie", "premisse", het zijn allemaal synoniemen van "het kan waar zijn", het is potentieel waar.
Na al het bouwen is de ene stelling of suggestie of opinie potentieel beter dan de andere.
Want die andere veronderstellingen zijn problematisch, niet deze die we zelf maken.
Logica is mystiek met een omweg.
Er is geen dualiteit.
Maar af en toe is de verleiding te groot....
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=VT3KJ7UC
In zijn kerstessay voor deze krant betreurde Marc Reugebrink het dat schrijvers niet meer in het centrum van het maatschappelijk debat staan, zoals vroeger. Uit het vorige week weer opflakkerende verlangen naar een boekenprogramma op Canvas spreekt dezelfde heimwee naar het tijdperk van de volksverheffing. Maar kúnnen schrijvers dat wel, het volk verheffen?
In een reactie op het kerstessay voor de krant betreurde Joël De Ceulaer het dat wetenschappers niet meer in het centrum van het maatschappelijk debat staan, zoals vroeger. Uit het vorige week weer opflakkerende verlangen naar een wetenschap programma op Canvas spreekt dezelfde heimwee naar het tijdperk van de volksverheffing. Maar kúnnen wetenschappers dat wel, het volk verheffen?
Er is geen dualiteit.
Niet dat ik me tot de mystiek bekeerd heb.
Neen, ook in de mystiek creëert men een dualiteit.
"The problem with assumptions is that we believe they are truth."
Een stelling waar ik mij perfect in kan vinden.
Het is een uitspraak van Don Ruiz Miguel.
En wat blijkt?
'After exploring the human mind from a Toltec as well as scientific perspective, Don Miguel has combined old wisdom with modern insights and created a new message for all mankind, based in truth and common sense.'
Het is één of andere sjamaan leraar.
http://www.miguelruiz.com/index.php
Alleen de veronderstellingen die anderen maken zijn problematisch, niet deze die we zelf maken.
Dat is mystiek.
Dat is ook logica trouwens.
Er is de stelling, of de suggestie of de opinie.
Dat is natuurlijk niet de waarheid, neen de waarheid bestaat niet.
De stelling of de suggestie of de opinie is een constructie, een bouwsel.
En de constructie wordt onderbouwd met argumenten, proposities en premissen. Als het maar gewichtig klinkt, gewicht is een belangrijke factor bij een bouwsel. Het nodige gewicht zorgt er voor dat het bouwsel niet weggeblazen wordt.
Na al het bouwen is de ene stelling of suggestie of opinie beter dan de andere.
"Argument", "propositie", "premisse", het zijn allemaal synoniemen van "het kan waar zijn", het is potentieel waar.
Na al het bouwen is de ene stelling of suggestie of opinie potentieel beter dan de andere.
Want die andere veronderstellingen zijn problematisch, niet deze die we zelf maken.
Logica is mystiek met een omweg.
Er is geen dualiteit.
Maar af en toe is de verleiding te groot....
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=VT3KJ7UC
Kijk mama, zonder inhoud!
Intellectueel Vlaanderen mag de champagne alvast koud zetten, want een van hun vroomste wensen gaat weldra in vervulling. Mark Coenen had het eerder al beloofd en heeft het vorige week nog eens bevestigd in een interview met De Morgen: er komt weer een boekenprogramma op Canvas. Een boeiend boekenprogramma zelfs, maakt de netmanager zich sterk. 'We gaan daar zeker iets voor ontwikkelen, en het mag voor mijn part lachen met boeken zijn', zei hij. 'Je mag alleen geen gesprekken doen met auteurs die reclame komen maken voor hun nieuwe boek. Je moet mensen goesting geven om te lezen.'
Daarmee komt de Canvasbaas tenminste een beetje tegemoet aan het ongenoegen dat al jaren knaagt bij Vlaamse schrijvers en uitgevers: sinds Koning Kijkcijfer regeert bij de openbare omroep, worden programma's zoals Wie schrijft die blijft niet meer gemaakt, zelfs niet voor de meerwaardezoeker, zelfs niet in de late uurtjes. Als het nog geen honderdduizend kijkers haalt, zo luidt de redenering, is het onverantwoord om er belastinggeld in te pompen.
Daar valt iets voor te zeggen. De openbare omroep maakt evenmin gespecialiseerde programma's voor vinkenzetters, kaatsfanaten of bloemschikinstructrices, nochtans ook drie doelgroepen met hun eigen verzuchtingen en hun eigen plek in deze samenleving. Al heeft de literator natuurlijk wel het voordeel dat hij aan volksverheffing doet.
Toch is dat voor de sector niet het belangrijkste argument. Als Coenen zegt dat hij méér wil dan een programma als reclameplatform voor auteurs die een boek te verkopen hebben, raakt hij een gevoelige zenuw: om die propaganda is het schrijvers en uitgevers immers te doen. Daar maken ze ook geen geheim van: een boekenprogramma, klinkt het geregeld, kan boeken doen verkopen, kan de boekenmarkt aanzwengelen. Volksverheffing? Mja. Maar toch vooral: volksomzet, volkswinst, volksgeld.
En dat is vreemd. Als er moet worden gefulmineerd tegen de markt, tegen de winst, tegen dat vermaledijde neoliberalisme, dan staan schrijvers altijd op de eerste rij. Laatst deed Marc Reugebrink het nog, in zijn kerstessay in deze krant. De markt, schreef hij, heeft zelfs de letteren gekaapt: 'Literatuur maakt hoogstens nog deel uit van marktgedreven amusementsindustrie en is alleen van belang voor zover men binnen die industrie bereid is haar amusant te vinden.' Reugebrink heeft heimwee naar de tijd dat literatuur nog een rol speelde bij 'de totstandkoming van de politieke en culturele synthese binnen een samenleving', naar de tijd dat literatuur nog 'een humaniseringsmedium' was. 'Een schrijver kan bijna alles zeggen wat hij wil', schreef hij. 'Er is alleen niemand meer die er nog naar luistert.'
Luister naar Reugebrink, want hij heeft gelijk. De schrijver bevindt zich niet langer in het centrum van het maatschappelijke debat. De vraag luidt nu: is dat erg? Het korte antwoord: nee.
Het zesde zintuig
Laten wij eerst een mogelijk misverstand de nek omwringen: er is niets mis met literatuur. Wel zeer integendeel: leve de schone letteren en haar immer sympathieke vervaardigers! Alleen berust zowel het verlangen naar een boekenprogramma op Canvas als dat heimwee van Marc Reugebrink óók op een misverstand. Het misverstand dat schrijvers een soort visionaire lieden zijn, die over een bevoorrechte kennis van de werkelijkheid beschikken.
Dat denken veel mensen dus. Soms denken die schrijvers dat zélf. Dat zij hun volk kunnen gidsen en leiden en verheffen. Dat zij zich mede in het centrum van het maatschappelijk debat moeten bevinden. En elke week op de kijkpijp (copyright: Jeroen Brouwers) moeten verschijnen in een boekenprogramma. Omdat ze ons kunnen waarschuwen voor de gebreken van onze tijd, voor de dreigingen van morgen. Omdat ze gevoeliger zijn, omdat ze dieper en verder zien dan ons, gewone stervelingen. Omdat ze een zesde zintuig hebben voor wat echt belangrijk is. Welnu, ook dat misverstand moet dringend de nek worden omgewrongen.
Ja, soms verheffen schrijvers hun volk. De geschiedenis leert ons dat ze er vaak staan als het erop aankomt: Vaclav Havel, Ken Saro-Wiwa, Aleksandr Solzjenitsyn, de namen zijn talrijk. Maar hún daden hebben meer met moed te maken dan met inzicht. En wie niet in een dictatuur leeft of anderszins wordt verknecht, heeft geen moed nodig. In onze knusse en vrije consumptiemaatschappij tekeergaan tegen het neoliberalisme, is niet bepaald een heldendaad. En het getuigt niet noodzakelijk van een diep inzicht in de werkelijkheid. Soms dreigt dat verzet tegen de markt zelfs een oppervlakkig cliché te worden - een schrijver die de marktwerking vurig verdedigt, dáár zouden wij nog eens van opkijken.
Nee, als wij hunkeren naar een dieper inzicht in de werkelijkheid, naar de waarheid over deze wereld, dan is de schrijver wel de laatste medemens bij wie wij moeten aankloppen. En als we dat toch doen, zal hij vriendelijk opendoen en zeggen: 'De waarheid bestaat niet.' Nog zo'n dooddoener waar men nauwelijks voor moet hebben doorgeleerd.
Boeken lezen, dat moet men wél doen om de wereld te leren doorgronden. Uiteraard. Maar of dat literatuur moet zijn? De kunst kan de wereld niet doorgronden, laat staan redden. De kunst is daar niet voor gemaakt. De kunst doet iets met het onzegbare, dat wel. Een beetje zoals religie dat doet. Kunst helpt ons omgaan met het mysterie van het bestaan, met de steken en de stoten van het lot. Fictie kan emoties fiksen.
Maar inzicht? Daarvoor moeten wij ons wenden tot de non-fictie, tot de wetenschap. Wetenschap maakt het complexe eenvoudig. Kunst maakt het eenvoudige complex. Madame Bovary en Anna Karenina zijn twee totaal verschillende romans, maar qua ondergrondse verklaring snel samengevat: getormenteerde vrouw pleegt eerst overspel en daarna zelfmoord.
In de kunst primeert de vorm, in de kennis primeert de inhoud.
De twee culturen
Het zal u al opgevallen zijn dat wij geen namen noemen. Dat hoeft ook helemaal niet. Dit stuk gaat niet over deze of gene schrijver, dit stuk gaat zelfs niet in de eerste plaats over schrijvers, maar over de literaire cultuur, over het soort van intellectuelen dat zich vooral laat voorstaan op fanatiek museumbezoek en literaire belezenheid. In dat universum doet men niet in de eerste plaats aan kennisvergaring. Men pronkt er soms zelfs met onwetendheid.
Een prachtige anekdote die ons werd verteld door de Nederlandse natuurkundige Robbert Dijkgraaf: de Nederlandse minister van Onderwijs opende ooit de Nationale Wetenschapsweek met een speech waarin ze toegaf dat wiskunde nooit haar sterke punt was geweest, en dat ze voor wetenschappen meestal zelfs gezakt was - niemand die zich eraan stoorde, aan die speech. Stel u voor, zei Dijkgraaf, dat een minister de Nationale Literatuurweek zou openen met een speech waarin hij toegeeft dat spelling nooit zijn sterke punt is geweest, en dat hij eigenlijk helemaal niet zo graag leest - 's lands intellectuelen zouden met hun verontwaardiging geen blijf weten. In Vlaanderen weet Joke Schauvliege daarvan mee te spreken.
Over die kloof tussen de veeleer literaire en de veeleer wetenschappelijk georiënteerde intellectuelen heeft een Britse schrijver-wetenschapper, wijlen C.P. Snow, in 1959 een legendarische lezing gegeven met als titel: 'The two cultures'. In grote trekken is een van de centrale klachten van Snow vandaag nog altijd geldig: literaire intellectuelen zijn doorgaans te slecht geïnformeerd om het maatschappelijk debat te mogen domineren. Omdat ze onvoldoende inzicht hebben in wetenschap, markt en industrie is hun blik op de wereld te troebel om ons op een ordentelijke en onderbouwde manier naar de toekomst te gidsen.
De leukste tip uit 'The two cultures' is genoegzaam bekend: vraag eens op een literair feestje wie de tweede wet van de thermodynamica kan uitleggen. Een loden stilte zal uw deel zijn. Terwijl die vraag zowat het wetenschappelijke equivalent is van de vraag of iemand ooit iets heeft gelezen van ene William Shakespeare.
Snow hield zijn lezing precies honderd jaar na de publicatie van On the origin of species. Hij had evengoed Darwin kunnen vergelijken met Shakespeare. Wie mens en wereld echt wil leren doorgronden, verdiept zich beter in de evolutietheorie dan in Hamlet of Macbeth. Wijlen José Saramago, de Portugese Nobelprijswinnaar voor de Literatuur, bekende ooit in een interview dat één groot mysterie voor hem altijd onopgehelderd zou blijven: waarom mensen toch zo wreed kunnen zijn voor mekaar. Het is tragisch dat Saramago daar zo mee worstelde. Wie die vraag stelt aan de eerste de beste bioloog, krijgt in vijf minuten tijd een helder antwoord.
Wetenschappers of wetenschapsfilosofen, zo hoort men weleens beweren, denken veel te snel dat wetenschap zaligmakend is, dat alleen de wetenschap de waarheid in pacht heeft - en wie dat denkt, lijdt aan sciëntisme. Misschien moet men er in artistieke kringen ook eens rekening mee houden dat een te eenzijdig vertrouwen in de kunst al even ongezond is - wie dat heeft, lijdt aan, hoe zullen we dat eens noemen, artritis. Intellectuele artritis.
Dus ja, waarom niet: kome er een boekenprogramma op Canvas! Maar als het volk moet verheven of de waarheid moet gezocht worden, dan niet alleen aandacht voor literatuur, maar graag ook voor boeken met inhoud. (Teken hier zelf uw knipoog-smiley.)

Daarmee komt de Canvasbaas tenminste een beetje tegemoet aan het ongenoegen dat al jaren knaagt bij Vlaamse schrijvers en uitgevers: sinds Koning Kijkcijfer regeert bij de openbare omroep, worden programma's zoals Wie schrijft die blijft niet meer gemaakt, zelfs niet voor de meerwaardezoeker, zelfs niet in de late uurtjes. Als het nog geen honderdduizend kijkers haalt, zo luidt de redenering, is het onverantwoord om er belastinggeld in te pompen.
Daar valt iets voor te zeggen. De openbare omroep maakt evenmin gespecialiseerde programma's voor vinkenzetters, kaatsfanaten of bloemschikinstructrices, nochtans ook drie doelgroepen met hun eigen verzuchtingen en hun eigen plek in deze samenleving. Al heeft de literator natuurlijk wel het voordeel dat hij aan volksverheffing doet.
Toch is dat voor de sector niet het belangrijkste argument. Als Coenen zegt dat hij méér wil dan een programma als reclameplatform voor auteurs die een boek te verkopen hebben, raakt hij een gevoelige zenuw: om die propaganda is het schrijvers en uitgevers immers te doen. Daar maken ze ook geen geheim van: een boekenprogramma, klinkt het geregeld, kan boeken doen verkopen, kan de boekenmarkt aanzwengelen. Volksverheffing? Mja. Maar toch vooral: volksomzet, volkswinst, volksgeld.
En dat is vreemd. Als er moet worden gefulmineerd tegen de markt, tegen de winst, tegen dat vermaledijde neoliberalisme, dan staan schrijvers altijd op de eerste rij. Laatst deed Marc Reugebrink het nog, in zijn kerstessay in deze krant. De markt, schreef hij, heeft zelfs de letteren gekaapt: 'Literatuur maakt hoogstens nog deel uit van marktgedreven amusementsindustrie en is alleen van belang voor zover men binnen die industrie bereid is haar amusant te vinden.' Reugebrink heeft heimwee naar de tijd dat literatuur nog een rol speelde bij 'de totstandkoming van de politieke en culturele synthese binnen een samenleving', naar de tijd dat literatuur nog 'een humaniseringsmedium' was. 'Een schrijver kan bijna alles zeggen wat hij wil', schreef hij. 'Er is alleen niemand meer die er nog naar luistert.'
Luister naar Reugebrink, want hij heeft gelijk. De schrijver bevindt zich niet langer in het centrum van het maatschappelijke debat. De vraag luidt nu: is dat erg? Het korte antwoord: nee.
Het zesde zintuig
Laten wij eerst een mogelijk misverstand de nek omwringen: er is niets mis met literatuur. Wel zeer integendeel: leve de schone letteren en haar immer sympathieke vervaardigers! Alleen berust zowel het verlangen naar een boekenprogramma op Canvas als dat heimwee van Marc Reugebrink óók op een misverstand. Het misverstand dat schrijvers een soort visionaire lieden zijn, die over een bevoorrechte kennis van de werkelijkheid beschikken.
Dat denken veel mensen dus. Soms denken die schrijvers dat zélf. Dat zij hun volk kunnen gidsen en leiden en verheffen. Dat zij zich mede in het centrum van het maatschappelijk debat moeten bevinden. En elke week op de kijkpijp (copyright: Jeroen Brouwers) moeten verschijnen in een boekenprogramma. Omdat ze ons kunnen waarschuwen voor de gebreken van onze tijd, voor de dreigingen van morgen. Omdat ze gevoeliger zijn, omdat ze dieper en verder zien dan ons, gewone stervelingen. Omdat ze een zesde zintuig hebben voor wat echt belangrijk is. Welnu, ook dat misverstand moet dringend de nek worden omgewrongen.
Ja, soms verheffen schrijvers hun volk. De geschiedenis leert ons dat ze er vaak staan als het erop aankomt: Vaclav Havel, Ken Saro-Wiwa, Aleksandr Solzjenitsyn, de namen zijn talrijk. Maar hún daden hebben meer met moed te maken dan met inzicht. En wie niet in een dictatuur leeft of anderszins wordt verknecht, heeft geen moed nodig. In onze knusse en vrije consumptiemaatschappij tekeergaan tegen het neoliberalisme, is niet bepaald een heldendaad. En het getuigt niet noodzakelijk van een diep inzicht in de werkelijkheid. Soms dreigt dat verzet tegen de markt zelfs een oppervlakkig cliché te worden - een schrijver die de marktwerking vurig verdedigt, dáár zouden wij nog eens van opkijken.
Nee, als wij hunkeren naar een dieper inzicht in de werkelijkheid, naar de waarheid over deze wereld, dan is de schrijver wel de laatste medemens bij wie wij moeten aankloppen. En als we dat toch doen, zal hij vriendelijk opendoen en zeggen: 'De waarheid bestaat niet.' Nog zo'n dooddoener waar men nauwelijks voor moet hebben doorgeleerd.
Boeken lezen, dat moet men wél doen om de wereld te leren doorgronden. Uiteraard. Maar of dat literatuur moet zijn? De kunst kan de wereld niet doorgronden, laat staan redden. De kunst is daar niet voor gemaakt. De kunst doet iets met het onzegbare, dat wel. Een beetje zoals religie dat doet. Kunst helpt ons omgaan met het mysterie van het bestaan, met de steken en de stoten van het lot. Fictie kan emoties fiksen.
Maar inzicht? Daarvoor moeten wij ons wenden tot de non-fictie, tot de wetenschap. Wetenschap maakt het complexe eenvoudig. Kunst maakt het eenvoudige complex. Madame Bovary en Anna Karenina zijn twee totaal verschillende romans, maar qua ondergrondse verklaring snel samengevat: getormenteerde vrouw pleegt eerst overspel en daarna zelfmoord.
In de kunst primeert de vorm, in de kennis primeert de inhoud.
De twee culturen
Het zal u al opgevallen zijn dat wij geen namen noemen. Dat hoeft ook helemaal niet. Dit stuk gaat niet over deze of gene schrijver, dit stuk gaat zelfs niet in de eerste plaats over schrijvers, maar over de literaire cultuur, over het soort van intellectuelen dat zich vooral laat voorstaan op fanatiek museumbezoek en literaire belezenheid. In dat universum doet men niet in de eerste plaats aan kennisvergaring. Men pronkt er soms zelfs met onwetendheid.
Een prachtige anekdote die ons werd verteld door de Nederlandse natuurkundige Robbert Dijkgraaf: de Nederlandse minister van Onderwijs opende ooit de Nationale Wetenschapsweek met een speech waarin ze toegaf dat wiskunde nooit haar sterke punt was geweest, en dat ze voor wetenschappen meestal zelfs gezakt was - niemand die zich eraan stoorde, aan die speech. Stel u voor, zei Dijkgraaf, dat een minister de Nationale Literatuurweek zou openen met een speech waarin hij toegeeft dat spelling nooit zijn sterke punt is geweest, en dat hij eigenlijk helemaal niet zo graag leest - 's lands intellectuelen zouden met hun verontwaardiging geen blijf weten. In Vlaanderen weet Joke Schauvliege daarvan mee te spreken.
Over die kloof tussen de veeleer literaire en de veeleer wetenschappelijk georiënteerde intellectuelen heeft een Britse schrijver-wetenschapper, wijlen C.P. Snow, in 1959 een legendarische lezing gegeven met als titel: 'The two cultures'. In grote trekken is een van de centrale klachten van Snow vandaag nog altijd geldig: literaire intellectuelen zijn doorgaans te slecht geïnformeerd om het maatschappelijk debat te mogen domineren. Omdat ze onvoldoende inzicht hebben in wetenschap, markt en industrie is hun blik op de wereld te troebel om ons op een ordentelijke en onderbouwde manier naar de toekomst te gidsen.
De leukste tip uit 'The two cultures' is genoegzaam bekend: vraag eens op een literair feestje wie de tweede wet van de thermodynamica kan uitleggen. Een loden stilte zal uw deel zijn. Terwijl die vraag zowat het wetenschappelijke equivalent is van de vraag of iemand ooit iets heeft gelezen van ene William Shakespeare.
Snow hield zijn lezing precies honderd jaar na de publicatie van On the origin of species. Hij had evengoed Darwin kunnen vergelijken met Shakespeare. Wie mens en wereld echt wil leren doorgronden, verdiept zich beter in de evolutietheorie dan in Hamlet of Macbeth. Wijlen José Saramago, de Portugese Nobelprijswinnaar voor de Literatuur, bekende ooit in een interview dat één groot mysterie voor hem altijd onopgehelderd zou blijven: waarom mensen toch zo wreed kunnen zijn voor mekaar. Het is tragisch dat Saramago daar zo mee worstelde. Wie die vraag stelt aan de eerste de beste bioloog, krijgt in vijf minuten tijd een helder antwoord.
Wetenschappers of wetenschapsfilosofen, zo hoort men weleens beweren, denken veel te snel dat wetenschap zaligmakend is, dat alleen de wetenschap de waarheid in pacht heeft - en wie dat denkt, lijdt aan sciëntisme. Misschien moet men er in artistieke kringen ook eens rekening mee houden dat een te eenzijdig vertrouwen in de kunst al even ongezond is - wie dat heeft, lijdt aan, hoe zullen we dat eens noemen, artritis. Intellectuele artritis.
Dus ja, waarom niet: kome er een boekenprogramma op Canvas! Maar als het volk moet verheven of de waarheid moet gezocht worden, dan niet alleen aandacht voor literatuur, maar graag ook voor boeken met inhoud. (Teken hier zelf uw knipoog-smiley.)

Kijk mama, zonder inhoud!
Intellectueel Vlaanderen mag de champagne alvast koud zetten, want een van hun vroomste wensen gaat weldra in vervulling. Mark Coenen had het eerder al beloofd en heeft het vorige week nog eens bevestigd in een interview met De Morgen: er komt weer een wetenschap programma op Canvas. Een boeiend wetenschappelijk programma zelfs, maakt de netmanager zich sterk. 'We gaan daar zeker iets voor ontwikkelen, en het mag voor mijn part lachen met wetenschap zijn', zei hij. 'Je mag alleen geen gesprekken doen met wetenschappers die reclame komen maken voor hun nieuwe onderzoek. Je moet mensen goesting geven om te leren.'
Daarmee komt de Canvasbaas tenminste een beetje tegemoet aan het ongenoegen dat al jaren knaagt bij Vlaamse wetenschappers: sinds Koning Kijkcijfer regeert bij de openbare omroep, worden programma's zoals Hoe? Zo! niet meer gemaakt, zelfs niet voor de meerwaardezoeker, zelfs niet in de late uurtjes. Als het nog geen honderdduizend kijkers haalt, zo luidt de redenering, is het onverantwoord om er belastinggeld in te pompen.
Daar valt iets voor te zeggen. De openbare omroep maakt evenmin gespecialiseerde programma's voor vinkenzetters, kaatsfanaten of bloemschikinstructrices, nochtans ook drie doelgroepen met hun eigen verzuchtingen en hun eigen plek in deze samenleving. Al heeft de wetenschapper natuurlijk wel het voordeel dat hij aan volksverheffing doet.
Toch is dat voor de sector niet het belangrijkste argument. Als Coenen zegt dat hij méér wil dan een programma als reclameplatform voor wetenschappers die een onderzoek te promoten hebben, raakt hij een gevoelige zenuw: om die propaganda is het de wetenschappers immers te doen. Daar maken ze ook geen geheim van: een wetenschap programma, klinkt het geregeld, kan onderzoeken stimuleren, kan de beurzen aanzwengelen. Volksverheffing? Mja. Maar toch vooral: volksomzet, volkswinst, volksgeld.
En dat is vreemd. Als er moet worden gefulmineerd tegen de markt, tegen de winst, tegen dat vermaledijde neoliberalisme, dan staan wetenschappers altijd op de eerste rij. Laatst deed Joël De Ceulaer het nog, in een reactie op het kerstessay in deze krant. De markt, schreef hij, heeft zelfs de wetenschap gekaapt: 'Wetenschap maakt hoogstens nog deel uit van marktgedreven industrie en is alleen van belang voor zover men binnen die industrie bereid is haar rendabel te vinden.' De Ceulaer heeft heimwee naar de tijd dat wetenschap nog een rol speelde bij 'de totstandkoming van de politieke en culturele synthese binnen een samenleving', naar de tijd dat wetenschap nog 'een humaniseringsmedium' was. 'Een wetenschapper kan bijna alles zeggen wat hij wil', schreef hij. 'Er is alleen niemand meer die er nog naar luistert.'
Luister naar De Ceulaer, want hij heeft gelijk. De wetenschapper bevindt zich niet langer in het centrum van het maatschappelijke debat. De vraag luidt nu: is dat erg? Het korte antwoord: nee.
Het zesde zintuig
Laten wij eerst een mogelijk misverstand de nek omwringen: er is niets mis met wetenschap. Wel zeer integendeel: leve de wetenschap en haar immer sympathieke vervaardigers! Alleen berust zowel het verlangen naar een wetenschap programma op Canvas als dat heimwee van Joël De Ceulaer óók op een misverstand. Het misverstand dat wetenschappers een soort visionaire lieden zijn, die over een bevoorrechte kennis van de werkelijkheid beschikken.
Dat denken veel mensen dus. Soms denken die wetenschappers dat zélf. Dat zij hun volk kunnen gidsen en leiden en verheffen. Dat zij zich mede in het centrum van het maatschappelijk debat moeten bevinden. En elke week op de kijkbuis (copyright: Hans Lippershey) moeten verschijnen in een wetenschap programma. Omdat ze ons kunnen waarschuwen voor de gebreken van onze tijd, voor de dreigingen van morgen. Omdat ze gevoeliger zijn, omdat ze dieper en verder zien dan ons, gewone stervelingen. Omdat ze een zesde zintuig hebben voor wat echt belangrijk is. Welnu, ook dat misverstand moet dringend de nek worden omgewrongen.
Ja, soms verheffen wetenschappers hun volk. De geschiedenis leert ons dat ze er vaak staan als het erop aankomt: Albert Einstein, Richard Feynman, Kurt Gödel, de namen zijn talrijk. Maar hún daden hebben meer met moed te maken dan met inzicht. En wie niet in een dictatuur leeft of anderszins wordt verknecht, heeft geen moed nodig. In onze knusse en vrije consumptiemaatschappij tekeergaan tegen het neoliberalisme, is niet bepaald een heldendaad. En het getuigt niet noodzakelijk van een diep inzicht in de werkelijkheid. Soms dreigt dat verzet tegen de markt zelfs een oppervlakkig cliché te worden - een wetenschapper die de marktwerking vurig verdedigt, dáár zouden wij nog eens van opkijken.
Nee, als wij hunkeren naar een dieper inzicht in de werkelijkheid, naar de waarheid over deze wereld, dan is de wetenschapper wel de laatste medemens bij wie wij moeten aankloppen. En als we dat toch doen, zal hij vriendelijk opendoen en zeggen: 'De waarheid bestaat niet.' Nog zo'n dooddoener waar men nauwelijks voor moet hebben doorgeleerd.
Boeken lezen, dat moet men wél doen om de wereld te leren doorgronden. Uiteraard. Maar of dat wetenschappelijke literatuur moet zijn? De wetenschap kan de wereld niet doorgronden, laat staan redden. De wetenschap is daar niet voor gemaakt. De wetenschap doet iets met het zegbare, dat wel. Een beetje zoals recht dat doet. Wetenschap helpt ons omgaan met de afspraken van het bestaan, met de dagelijkse beslomeringen van wie nu eerst de straat mag oversteken. Wetenschap kan verstand rationaliseren.
Maar inzicht? Daarvoor moeten wij ons wenden tot de fictie, tot de literatuur. Literatuur maakt het complexe eenvoudig. Wetenschap maakt het eenvoudige complex. Relativiteitstheorie en de onvolledigheidsstellingen zijn twee totaal verschillende wetenschappelijke werken, maar qua ondergrondse verklaring snel samengevat: alles is relatief.
In de wetenschap primeert de vorm, in de literatuur primeert de inhoud.
De twee culturen
Het zal u al opgevallen zijn dat wij geen namen noemen. Dat hoeft ook helemaal niet. Dit stuk gaat niet over deze of gene wetenschapper, dit stuk gaat zelfs niet in de eerste plaats over wetenschappers, maar over de wetenschappelijke cultuur, over het soort van intellectuelen dat zich vooral laat voorstaan op fanatieke waarneming en wetenschappelijke belezenheid. In dat universum doet men niet in de eerste plaats aan onderzoek. Men pronkt er soms zelfs met de waarheid.
Een prachtige anekdote die ons werd verteld door de Nederlandse schrijver Jan Terlouw: de Nederlandse minister van cultuur opende ooit de Nationale dansweek met een speech waarin hij toegaf dat moderne dans nooit zijn sterke punt was geweest, en dat hij voor dans meestal zelfs gezakt was - niemand die zich eraan stoorde, aan die speech. Stel u voor, zei Terlouw, dat een minister de Nationale Wetenschapsweek zou openen met een speech waarin hij toegeeft dat tellen nooit zijn sterke punt is geweest, en dat hij eigenlijk helemaal niet zo graag weet - 's lands intellectuelen zouden met hun verontwaardiging geen blijf weten. In Vlaanderen weet Marcel Colla daarvan mee te spreken.
Over die kloof tussen de veeleer literaire en de veeleer wetenschappelijk georiënteerde intellectuelen heeft een Britse schrijver-wetenschapper, wijlen C.P. Snow, in 1959 een legendarische lezing gegeven met als titel: 'The two cultures'. In grote trekken is een van de centrale klachten van Snow vandaag nog altijd geldig: wetenschappelijke intellectuelen zijn doorgaans te slecht geïnformeerd om het maatschappelijk debat te mogen domineren. Omdat ze onvoldoende inzicht hebben in literatuur, filosofie en kunst is hun blik op de wereld te troebel om ons op een ordentelijke en onderbouwde manier naar de toekomst te gidsen.
De leukste tip uit 'The two cultures' is genoegzaam bekend: vraag eens op een wetenschappelijk feestje wie de zin "To be or not to be, that's the question" kan uitleggen. Een loden stilte zal uw deel zijn. Terwijl die vraag zowat het filosofisch equivalent is van de vraag "Hoeveel is één plus één".
Snow hield zijn lezing precies honderd jaar na de publicatie van On the origin of species. Hij had evengoed Shakespeare kunnen vergelijken met Darwin. Wie mens en wereld echt wil leren doorgronden, verdiept zich beter in Hamlet of Macbeth dan in de evolutietheorie. Wijlen John Nash, de Amerikaanse Nobelprijswinnaar voor de Economie, bekende ooit in een interview dat één groot mysterie voor hem altijd onopgehelderd zou blijven: waarom mensen toch kunnen samenleven. Het is tragisch dat Nash daar zo mee worstelde. Wie die vraag stelt aan de eerste de beste schrijver, krijgt in vijf minuten tijd een helder antwoord.
Schrijvers, zo hoort men weleens beweren, denken veel te snel dat literatuur zaligmakend is, dat alleen de literatuur de waarheid in pacht heeft - en wie dat denkt, lijdt aan liturgisme. Misschien moet men er in wetenschappelijke kringen ook eens rekening mee houden dat een te eenzijdig vertrouwen in de wetenschap al even ongezond is - wie dat heeft, lijdt aan, hoe zullen we dat eens noemen, artritis. Intellectuele artritis.
Dus ja, waarom niet: kome er een wetenschap programma op Canvas! Maar als het volk moet verheven of de waarheid moet gezocht worden, dan niet alleen aandacht voor wetenschap, maar graag ook voor boeken met inhoud. (Teken hier zelf uw definitie van "inhoud".)
Daarmee komt de Canvasbaas tenminste een beetje tegemoet aan het ongenoegen dat al jaren knaagt bij Vlaamse wetenschappers: sinds Koning Kijkcijfer regeert bij de openbare omroep, worden programma's zoals Hoe? Zo! niet meer gemaakt, zelfs niet voor de meerwaardezoeker, zelfs niet in de late uurtjes. Als het nog geen honderdduizend kijkers haalt, zo luidt de redenering, is het onverantwoord om er belastinggeld in te pompen.
Daar valt iets voor te zeggen. De openbare omroep maakt evenmin gespecialiseerde programma's voor vinkenzetters, kaatsfanaten of bloemschikinstructrices, nochtans ook drie doelgroepen met hun eigen verzuchtingen en hun eigen plek in deze samenleving. Al heeft de wetenschapper natuurlijk wel het voordeel dat hij aan volksverheffing doet.
Toch is dat voor de sector niet het belangrijkste argument. Als Coenen zegt dat hij méér wil dan een programma als reclameplatform voor wetenschappers die een onderzoek te promoten hebben, raakt hij een gevoelige zenuw: om die propaganda is het de wetenschappers immers te doen. Daar maken ze ook geen geheim van: een wetenschap programma, klinkt het geregeld, kan onderzoeken stimuleren, kan de beurzen aanzwengelen. Volksverheffing? Mja. Maar toch vooral: volksomzet, volkswinst, volksgeld.
En dat is vreemd. Als er moet worden gefulmineerd tegen de markt, tegen de winst, tegen dat vermaledijde neoliberalisme, dan staan wetenschappers altijd op de eerste rij. Laatst deed Joël De Ceulaer het nog, in een reactie op het kerstessay in deze krant. De markt, schreef hij, heeft zelfs de wetenschap gekaapt: 'Wetenschap maakt hoogstens nog deel uit van marktgedreven industrie en is alleen van belang voor zover men binnen die industrie bereid is haar rendabel te vinden.' De Ceulaer heeft heimwee naar de tijd dat wetenschap nog een rol speelde bij 'de totstandkoming van de politieke en culturele synthese binnen een samenleving', naar de tijd dat wetenschap nog 'een humaniseringsmedium' was. 'Een wetenschapper kan bijna alles zeggen wat hij wil', schreef hij. 'Er is alleen niemand meer die er nog naar luistert.'
Luister naar De Ceulaer, want hij heeft gelijk. De wetenschapper bevindt zich niet langer in het centrum van het maatschappelijke debat. De vraag luidt nu: is dat erg? Het korte antwoord: nee.
Het zesde zintuig
Laten wij eerst een mogelijk misverstand de nek omwringen: er is niets mis met wetenschap. Wel zeer integendeel: leve de wetenschap en haar immer sympathieke vervaardigers! Alleen berust zowel het verlangen naar een wetenschap programma op Canvas als dat heimwee van Joël De Ceulaer óók op een misverstand. Het misverstand dat wetenschappers een soort visionaire lieden zijn, die over een bevoorrechte kennis van de werkelijkheid beschikken.
Dat denken veel mensen dus. Soms denken die wetenschappers dat zélf. Dat zij hun volk kunnen gidsen en leiden en verheffen. Dat zij zich mede in het centrum van het maatschappelijk debat moeten bevinden. En elke week op de kijkbuis (copyright: Hans Lippershey) moeten verschijnen in een wetenschap programma. Omdat ze ons kunnen waarschuwen voor de gebreken van onze tijd, voor de dreigingen van morgen. Omdat ze gevoeliger zijn, omdat ze dieper en verder zien dan ons, gewone stervelingen. Omdat ze een zesde zintuig hebben voor wat echt belangrijk is. Welnu, ook dat misverstand moet dringend de nek worden omgewrongen.
Ja, soms verheffen wetenschappers hun volk. De geschiedenis leert ons dat ze er vaak staan als het erop aankomt: Albert Einstein, Richard Feynman, Kurt Gödel, de namen zijn talrijk. Maar hún daden hebben meer met moed te maken dan met inzicht. En wie niet in een dictatuur leeft of anderszins wordt verknecht, heeft geen moed nodig. In onze knusse en vrije consumptiemaatschappij tekeergaan tegen het neoliberalisme, is niet bepaald een heldendaad. En het getuigt niet noodzakelijk van een diep inzicht in de werkelijkheid. Soms dreigt dat verzet tegen de markt zelfs een oppervlakkig cliché te worden - een wetenschapper die de marktwerking vurig verdedigt, dáár zouden wij nog eens van opkijken.
Nee, als wij hunkeren naar een dieper inzicht in de werkelijkheid, naar de waarheid over deze wereld, dan is de wetenschapper wel de laatste medemens bij wie wij moeten aankloppen. En als we dat toch doen, zal hij vriendelijk opendoen en zeggen: 'De waarheid bestaat niet.' Nog zo'n dooddoener waar men nauwelijks voor moet hebben doorgeleerd.
Boeken lezen, dat moet men wél doen om de wereld te leren doorgronden. Uiteraard. Maar of dat wetenschappelijke literatuur moet zijn? De wetenschap kan de wereld niet doorgronden, laat staan redden. De wetenschap is daar niet voor gemaakt. De wetenschap doet iets met het zegbare, dat wel. Een beetje zoals recht dat doet. Wetenschap helpt ons omgaan met de afspraken van het bestaan, met de dagelijkse beslomeringen van wie nu eerst de straat mag oversteken. Wetenschap kan verstand rationaliseren.
Maar inzicht? Daarvoor moeten wij ons wenden tot de fictie, tot de literatuur. Literatuur maakt het complexe eenvoudig. Wetenschap maakt het eenvoudige complex. Relativiteitstheorie en de onvolledigheidsstellingen zijn twee totaal verschillende wetenschappelijke werken, maar qua ondergrondse verklaring snel samengevat: alles is relatief.
In de wetenschap primeert de vorm, in de literatuur primeert de inhoud.
De twee culturen
Het zal u al opgevallen zijn dat wij geen namen noemen. Dat hoeft ook helemaal niet. Dit stuk gaat niet over deze of gene wetenschapper, dit stuk gaat zelfs niet in de eerste plaats over wetenschappers, maar over de wetenschappelijke cultuur, over het soort van intellectuelen dat zich vooral laat voorstaan op fanatieke waarneming en wetenschappelijke belezenheid. In dat universum doet men niet in de eerste plaats aan onderzoek. Men pronkt er soms zelfs met de waarheid.
Een prachtige anekdote die ons werd verteld door de Nederlandse schrijver Jan Terlouw: de Nederlandse minister van cultuur opende ooit de Nationale dansweek met een speech waarin hij toegaf dat moderne dans nooit zijn sterke punt was geweest, en dat hij voor dans meestal zelfs gezakt was - niemand die zich eraan stoorde, aan die speech. Stel u voor, zei Terlouw, dat een minister de Nationale Wetenschapsweek zou openen met een speech waarin hij toegeeft dat tellen nooit zijn sterke punt is geweest, en dat hij eigenlijk helemaal niet zo graag weet - 's lands intellectuelen zouden met hun verontwaardiging geen blijf weten. In Vlaanderen weet Marcel Colla daarvan mee te spreken.
Over die kloof tussen de veeleer literaire en de veeleer wetenschappelijk georiënteerde intellectuelen heeft een Britse schrijver-wetenschapper, wijlen C.P. Snow, in 1959 een legendarische lezing gegeven met als titel: 'The two cultures'. In grote trekken is een van de centrale klachten van Snow vandaag nog altijd geldig: wetenschappelijke intellectuelen zijn doorgaans te slecht geïnformeerd om het maatschappelijk debat te mogen domineren. Omdat ze onvoldoende inzicht hebben in literatuur, filosofie en kunst is hun blik op de wereld te troebel om ons op een ordentelijke en onderbouwde manier naar de toekomst te gidsen.
De leukste tip uit 'The two cultures' is genoegzaam bekend: vraag eens op een wetenschappelijk feestje wie de zin "To be or not to be, that's the question" kan uitleggen. Een loden stilte zal uw deel zijn. Terwijl die vraag zowat het filosofisch equivalent is van de vraag "Hoeveel is één plus één".
Snow hield zijn lezing precies honderd jaar na de publicatie van On the origin of species. Hij had evengoed Shakespeare kunnen vergelijken met Darwin. Wie mens en wereld echt wil leren doorgronden, verdiept zich beter in Hamlet of Macbeth dan in de evolutietheorie. Wijlen John Nash, de Amerikaanse Nobelprijswinnaar voor de Economie, bekende ooit in een interview dat één groot mysterie voor hem altijd onopgehelderd zou blijven: waarom mensen toch kunnen samenleven. Het is tragisch dat Nash daar zo mee worstelde. Wie die vraag stelt aan de eerste de beste schrijver, krijgt in vijf minuten tijd een helder antwoord.
Schrijvers, zo hoort men weleens beweren, denken veel te snel dat literatuur zaligmakend is, dat alleen de literatuur de waarheid in pacht heeft - en wie dat denkt, lijdt aan liturgisme. Misschien moet men er in wetenschappelijke kringen ook eens rekening mee houden dat een te eenzijdig vertrouwen in de wetenschap al even ongezond is - wie dat heeft, lijdt aan, hoe zullen we dat eens noemen, artritis. Intellectuele artritis.
Dus ja, waarom niet: kome er een wetenschap programma op Canvas! Maar als het volk moet verheven of de waarheid moet gezocht worden, dan niet alleen aandacht voor wetenschap, maar graag ook voor boeken met inhoud. (Teken hier zelf uw definitie van "inhoud".)
Richard Dawkins
Twee wetenschappelijke stellingen:
Stelling 1: Evolutie is eindeloze vooruitgang
Stelling 2: Hersenen beginnen al te verslijten vanf 45 jaar.
Welke stelling gelooft u?
P.S. Niet dat ik u wil beïnvloeden, maar gewoon een wist-je-dat-je, dat maakt het geheel toch altijd wat luchtiger: Wist je dat Richard Dawkins dit jaar 71 wordt. Hip-hip-hip, hoera.
Stelling 1: Evolutie is eindeloze vooruitgang
Stelling 2: Hersenen beginnen al te verslijten vanf 45 jaar.
Welke stelling gelooft u?
P.S. Niet dat ik u wil beïnvloeden, maar gewoon een wist-je-dat-je, dat maakt het geheel toch altijd wat luchtiger: Wist je dat Richard Dawkins dit jaar 71 wordt. Hip-hip-hip, hoera.
vrijdag 6 januari 2012
April Wheeler
FRANK: Maybe we are running. We're running from the hopeless emptiness of the whole life here, right?
JOHN: The hopeless emptiness? Now you've said it. Plenty of people are on to the emptiness, but it takes real guts to see the hopelessness.
APRIL: You know, he's the first person who seemed to know what we were talking about.
FRANK: That's true. Maybe we are just as crazy as he is.
APRIL: If being crazy means living life as if it matters, then I don't care if we are completely insane. Do you?
JOHN: The hopeless emptiness? Now you've said it. Plenty of people are on to the emptiness, but it takes real guts to see the hopelessness.
APRIL: You know, he's the first person who seemed to know what we were talking about.
FRANK: That's true. Maybe we are just as crazy as he is.
APRIL: If being crazy means living life as if it matters, then I don't care if we are completely insane. Do you?
Uit de film "revolutionary road" naar de gelijknamige roman van Richard Yates.
Hoop ligt in de zotheid omdat het onmogelijk in de zekerheid kan liggen.
Hoop is de onzekere verwachting dat een bepaalde gewenste gebeurtenis zal plaatsvinden.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hoop
Als hoop de onzekere verwachting is, dan is er met de zekerheid geen hoop meer.
P.S. "Hopeless" wordt hier gebruikt in de betekenis van "endless".
Er is geen hoop dat de leegheid ooit iets anders zal zijn dan leegheid (dan zou het geen leegheid meer zijn). De leegheid is eindeloos.
Hoop ligt in de zotheid omdat het onmogelijk in de zekerheid kan liggen.
Hoop is de onzekere verwachting dat een bepaalde gewenste gebeurtenis zal plaatsvinden.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hoop
Als hoop de onzekere verwachting is, dan is er met de zekerheid geen hoop meer.
P.S. "Hopeless" wordt hier gebruikt in de betekenis van "endless".
Er is geen hoop dat de leegheid ooit iets anders zal zijn dan leegheid (dan zou het geen leegheid meer zijn). De leegheid is eindeloos.
donderdag 5 januari 2012
Edvard Munch
Verboden te verbieden?
05/01/12, 06u54
Jean Paul Van Bendegem reageert op de wildgroei aan verbodsbepalingen. Van Bendegem is als hoogleraar logica en wetenschapsfilosofie verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel.
Wie meer kennis heeft, wordt vaker voor meer keuzes wordt geplaatst. Om een kras voorbeeld te geven: een middeleeuwer zal nooit wakker gelegen hebben des nachts, piekerend over de vraag of een abonnement bij Telenet nu echt wel voordeliger is dan eentje bij Belgacom. Wij hebben die keuzes wel en we moeten kiezen
Laat ik beginnen met de vaststelling dat wie meer kennis heeft, vaker voor meer keuzes wordt geplaatst. Om een kras voorbeeld te geven: een middeleeuwer zal nooit wakker gelegen hebben des nachts, piekerend over de vraag of een abonnement bij Telenet nu echt wel voordeliger is dan eentje bij Belgacom. Het is niet dat onze voorouder de keuze afwees, er was niet eens een keuze te maken. Wij hebben die keuzes wel en we moeten kiezen. Als je in een grootwarenhuis staat en je moet kiezen tussen twintig ontbijtgranen, dan moet je iets doen, anders ga je met lege handen naar huis (overigens ook een keuze natuurlijk).
Volgende vaststelling: diezelfde 'meerkennis' brengt met zich mee dat je die keuzes kunt verantwoorden en dus worden we ook gevraagd om dat te doen. Waarom dat ontbijtgraan en geen ander? Ik vermoed dat wie antwoordt dat het de eerste doos was die je tegenkwam bij het binnenkomen, raar zal bekeken worden, maar wie stelt dat Test-Aankoop dit merk heeft aanbevolen, die plant zijn of haar leven goed. Dus de conclusie dringt zich op: de ene verantwoording is al beter dan de andere. Dus kan er ook een beste verantwoording zijn en dan is het normaal dat iedereen zich in principe moet scharen achter die keuze. Dat is wat we vandaag vaak zien gebeuren in het geval die "meerkennis" een wetenschappelijke basis heeft. Want die kennis wordt verondersteld objectief te zijn en dus in die zin persoonsonafhankelijk. Het voorbeeld bij uitstek: medische kennis maakt duidelijk - en daar hoeft geen discussie over te bestaan - dat roken ongezond is, dus als de keuze moet gemaakt worden tussen roken en niet roken, dan kan je eigenlijk maar op één antwoord uitkomen: niet roken. Neem je toch de andere optie, dan krijg je al snel het etiket asociaal opgekleefd. Dit vertaalt zich dan in een verbodsregel en dus is er eigenlijk geen keuze meer. Zo bekeken produceert 'meerkennis' 'minderkeus'. (Waarschuwing: mijn uitspraken over wetenschap zijn zelf niet noodzakelijk objectief).
Muntstuk opgooien
De zaak eindigt hier niet, want 'meerkennis' wil zoveel mogelijk domeinen verkennen. Willen we idealiter niet alles weten? Misschien wel, maar het gevolg is dat over bijna ieder aspect van ons leven iets te zeggen valt in termen van keuzes en verantwoordingen. Dus moet het wel verbodsregel(tje)s regenen, het kan niet anders. Sla eten is gezond, dus je eet sla, maar, naarmate onze kennis verbetert over sla, is niet meer alle sla gezond, maar wel dit type sla, dus suggererend dat je de andere types best achterwege laat. Behalve natuurlijk indien het erom gaat de juiste vitamines binnen te krijgen, want voor A is die sla goed, voor B die en voor E nog een andere. (De kans is groot dat er een lezer zal reageren dat die vitamines in sla niet voorkomen, waarmee mijn punt zeker is aangetoond). 'Meerkennis' produceert 'minderkeus' waaruit de wildgroei van verbodsregel(tje)s ontstaat.
Ben ik nu aan het pleiten voor 'minderkennis'? Neen, want die garandeert in geen geval een 'meerkeus'. Dus is de vraag hoe om te gaan met die overvloed aan keuzes en de erbij horende verantwoordingen. Suggestie: als eerste stap stel ik voor sommige keuzes - ontbijtgranen bijvoorbeeld - te beslechten door een muntstuk op te gooien. Ben je al van die verantwoording verlost.
bron:
Iedereen wil er uit lijkt het wel.
Maar waar is de uitgang?
Suggestie: misschien de deur eens proberen, de deur waarlangs je bent binnen gekomen.
Is de ene suggestie al beter dan de andere?
Abonneren op:
Posts (Atom)





