Elke vezel in mijn lijf zegt "neen, dank u", tegen Martin Luther King.
De goede mensen zijn de mensen die de goede (juiste) dingen zeggen en de slechte mensen zijn de mensen die de slechte (foute) dingen zeggen.
En de juiste dingen MOETEN gezegd worden.
Dat laatste is het onvermijdelijke eindstation van een uitgangspunt dat niet het mijne is: de ene mening is de andere niet. Een bang uitgangspunt, bang van een wereld waar er geen "waarom" is. Bang van een wereld waarin er geen argumenten zijn.
Het andere uitgangspunt: All propositions are of equal value.
Wittgenstein, Tractatus 6.4
Het voordeel van een Martin Luther King is dat je hem zonder probleem kan inruilen voor een Sören Kierkegaard.
Het is een regelrechte aanval op de dagbladpers.
Dat treft, want het Martin Luther King's citaat verscheen in de tijdlijn van Joël De Ceulaer.
De mate waarin hij zich aan Kierkegaard zal ergeren is recht evenredig met de mate waarin hij zich identificeert als "journalist".
Leuk voor even.
Maar het leidt de aandacht af van het fragment, van de essentie.
En het levert munitie aan zij die van dat andere uitgangspunt uitgaan.
Vergelijk het met Kafka die het eens was met de essentie van Kierkegaard.
"You […]
evidently feel as I do that one cannot evade the power of his terminology, of
his conceptual discoveries. I think, for instance, of his concept of the
dialectical, or his division into 'knights of infinity' and 'knights of faith,'
or even the concept of 'movement.' From this concept one can be carried
straight into the bliss of knowing, and even a wingstroke further." In the
winter of 1917-18, after having been diagnosed with tuberculosis and having
moved to Zürau, a village in the Bohemian countryside, to convalescence from
his haemorrhage, Franz Kafka, in his own words, "really lost his way in
Kierkegaard." In two letters to his friend Max Brod from March 1918, Kafka describes how
Kierkegaard's terminology, and first of all the concept of movement, has
carried him straight into the bliss of knowing, "and even a wingstroke
further."
...
"In a diary entry from August 1913, Kafka noted:
"Today I got Kierkegaard's Buch des
Richters. As I suspected, his case, despite essential differences, is very
similar to mine, at least he is on the same side of the world. He bears me out
like a friend"
(Straight into the Bliss of Knowing, Søren
Kierkegaard's Influence on Franz Kafka. Isak Winkel
Holm)
Kafka en Kierkegaard vertrekken vanuit hetzelfde uitgangspunt (he is on the same side of the world).
Maar hoe kan je dat uitgangspunt overbrengen?
In the March 1918 letters to Brod, Kafka takes stock of this second encounter with Kierkegaard:
The 'physical' similarity to him that I imagined I had after reading
that little book Kierkegaard’s
Relationship to 'Her' […] has by now entirely evaporated. It’s as if a
next-door neighbor had turned into some kind of star, in respect both to my
admiration and to a certain cooling of my sympathy.
Niet door het van op de kansel te prediken.
Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Waarin onderscheidt het uitgangspunt van de "primitieven" zich ten opzichte van de "voorbeeldmensen" (Exemplar-Menneske), van de "stekelbaarsjes-mensen" (Hundesteilerne)
"Men moet de wereld nemen zoals ze is, of: De wereld is zoals men haar neemt, begrepen als volgt: men moet de wereld nemen zoals ze is, is de inhoud van deze miljoenen, het leven en bestaan van de voorbeeldige mens. Ze vinden alles gegeven, concepten, ideeën, gedachten, evenals gewoonten en gebruiken, kortom, alles is gegeven – de voorbeeldige mens brengt niets mee. Dus alles is gegeven – en nu haasten ze zich ieder naar zijn eigen om rijkdom te vergaren, iets te worden, te trouwen, enzovoorts enzovoorts. Dat deze miljoenen bestaan, merkt het bestaan zelf niet op, ze raken het niet aan, dit hele bestaan is te onbeduidend om het bestaan aan te raken, dat is ontworpen voor een ander soort bestaan, zodat het de voorbeeldige mens ten deel valt. in verhouding tot het bestaan zoals stekelbaarsjes in verhouding tot een net dat is uitgezet voor grotere vissen, het net is zeker een net (en dus is het bestaan ook een net) dat is uitgezet om vissen te vangen – maar de stekelbaarsjes hebben vrije doorgang. Het feit dat de voorbeeldige mensen een massa vormen, helpt niet, daarom wegen ze niet zwaarder: één voorbeeldig persoon en een miljoen mensen raken het bestaan slechts een klein beetje aan, dat als uit een hoorn des overvloeds uit het zwart stroomt. Zodra er daarentegen iemand komt die een primitiviteit met zich meebrengt, die niet zegt dat men de wereld moet accepteren zoals die is (dit teken mag je gerust negeren), maar die zegt: hoe de wereld ook is, ik verbind me met een originaliteit die ik niet van plan ben te veranderen naar de grillen van de wereld: op het moment dat dit woord wordt gehoord, vindt er een transformatie plaats in het hele bestaan. Zoals in het sprookje – wanneer het woord wordt uitgesproken, opent het kasteel, dat honderd jaar lang betoverd was, zich en komt alles tot leven: zo wordt het bestaan pure aandacht. De engelen gaan aan de slag, ze kijken nieuwsgierig toe wat dit zal worden, want dit houdt hen bezig. Aan de andere kant staan duistere, sinistere demonen, die al lang werkeloos op hun vingers hebben zitten knagen – ze springen op, strekken hun ledematen – want hier is iets voor ons, zeggen ze, en daar hebben ze lang op gewacht, omdat de voorbeeldmachines hun niets geven wat ze moeten bestellen, net zo min als de engelen."
Kunnen de "primitieven" uitdrukken wat ze bedoelen (willen) zonder zich af te zetten tegen de anderen, tegen de "voorbeeldmensen"?
Wittgenstein geeft je een duwtje in de juiste richting:
Onder het motto "de ene onzin is de andere niet" worden er duizenden geschriften gepubliceerd waarin theorieën naar voren worden geschoven wat Wittgenstein nu precies wilde zeggen.
Wittgenstein en het relativisme.
Wittgenstein en het nihilisme.
Wittgenstein en het solipsisme.
Wittgenstein en het scepticisme.
Maar onzin is onzin.
Je kan het niet aanleren, het moet dus ervaren worden.
Maar wat is mystiek?
Alleen op het eind van de tractatus heeft Wittgenstein het over het mystieke, vanaf 6.44. In zijn latere werk is hij daar nooit meer op terug gekomen.
6.44 Nicht wie die Welt ist, ist das Mystische, sondern dass sie ist.
6.44 Not how the world is, is the mystical, but that it is.
In deze zin wordt "mystiek" gelezen als een eigenschap van "de wereld".
Maar het opzet van het werk is de logica.
mystiek = dat de wereld is.
U en ik ervaren elk moment dat de wereld verandert, dat de wereld wordt, dat de wereld niet is, dat we niet kunnen voorspellen hoe de wereld zal evolueren (anders zou het geen "voorspellen" zijn).
Daar is helemaal niks mystieks aan.
Dat de wereld is, waar in elk wetenschappelijk artikel wordt van uitgegaan, is mystiek.
Meer lezen?


Geen opmerkingen:
Een reactie posten