zaterdag 24 december 2016

Sorites


Post-truth is het woord van het jaar. Volgens het Oxford woordenboek dan toch. Dat laatste maakt het alvast geen absolute waarheid. Wat mij betreft is het een godsgeschenk, ideaal om over te schrijven. Al vraagt dat meteen om een kanttekening. Het is namelijk niet onbelangrijk er op te wijzen dat post-truth volgens het Oxford woordenboek een adjectief is: Relating to or denoting circumstances in which objective facts are less influential in shaping public opinion than appeals to emotion and personal belief.
Post-truth-seks lijkt me leuker om te doen dan om er over te schrijven bijvoorbeeld.

Een tweede voorafgaande opmerking is dat het Oxford woordenboek in tegenstelling tot de Dikke Van Dale zijn keuze niet gemaakt heeft op basis van een subjectieve stemronde. Neen, met dergelijke emotie en persoonlijke voorkeur gaat het Oxford woordenboek zich niet inlaten.
"Oxford Dictionaries is part of Oxford University Press (OUP), a department of the University of Oxford. Our mission is to provide reliable, evidence-based, up-to-date dictionaries. "
Daar kan de Dikke Van Dale nog een punt aan zuigen.
Post-truth is verkozen omdat " Language research conducted by Oxford Dictionaries editors reveals that use of the word post-truth has increased by approximately 2,000% over its usage in 2015."

Post-truth is een paradoxaal woord, dat is de kern van mijn betoog.
In de betekenis van post-truth zoals die nu voorligt is de waarheid zelf irrelevant geworden.
"Post-truth seems to have been first used in this meaning in a 1992 essay by the late Serbian-American playwright Steve Tesich in The Nation magazine. Reflecting on the Iran-Contra scandal and the Persian Gulf War, Tesich lamented that ‘we, as a free people, have freely decided that we want to live in some post-truth world’.  There is evidence of the phrase ‘post-truth’ being used before Tesich’s article, but apparently with the transparent meaning ‘after the truth was known’, and not with the new implication that truth itself has become irrelevant."
Het is mijn overtuiging (= personal belief) dat dit nonsens is.
Als er ooit een wereld zal zijn waarin de waarheid volstrekt irrelevant is, als er ooit een wereld zal zijn waarin waarheid volledig uitgestorven is, dan zal deze wereld om evidente reden niet gekend zijn als post-waarheid-wereld. Het woord "waarheid" zou er geen enkele betekenis meer hebben, het zou een woord zijn dat uit het Oxford woordenboek verdwenen is, het zou een kronsveile wereld zijn.
De "wij" uit "wij, als een vrij volk" is dus helemaal geen wij, het is een "zij". Eénieder die het woord post-truth gebruikte, heeft dat gebruikt als "betrekking hebbend op de andere".  Het verwijt dat de waarheid irrelevant geworden is heeft de uitspreker nooit zichzelf gemaakt, het was altijd gericht aan de geadresseerde. Elke keer dat de zender aan de ontvanger trachtte duidelijk te maken dat de waarheid er niet meer toe deed was precies een gigantisch bewijs dat de "wij" van de "wij, als een vrij volk" besloten heeft om wel in een waarheid-wereld te willen leven.

"Wij" vrezen een niet-waarheid-wereld. Wat is de niet-waarheid? De niet-waarheid kan de leugen zijn. De leugen-wereld, niet echt iets om naar uit te kijken. Maar de niet-waarheid kan ook de opinie zijn, datgene wat noch waar noch onwaar is. Bij wijze van proef kan u in een discussie terloops eens laten vallen dat u alleen maar een opinie uitspreekt, dat u de waarheid niet in pacht heeft. Gegarandeerd dat uw debat tegenstander dat zelf onmiddellijk zal beamen. In plaats van tevreden te zijn dat hij de discussie wint op punten (u geeft immers toe dat u niet de waarheid spreekt) en het debat als gesloten beschouwd, zal hij sneller dan uw schaduw toegeven dat hij evenmin de waarheid spreekt.
"Wij" willen allemaal de waarheid maar niemand van "ons" bezit ze. Wil ze zelfs niet bezitten.
Van een paradox gesproken.

Bij wijze van besluit ga ik pogen om het woord van 2035 te lanceren: pseudo-paradox.
Een paradox is een schijnbare tegenstelling. Intuïtief lijkt het een tegenstelling, maar bij nader inzien, "evidence-based" blijkt het niet om een tegenstelling te gaan. Een paradox is een tegenstelling die geen tegenstelling is maar alleen een tegenstelling lijkt. Maar waarom noemt men een tegenstelling die geen tegenstelling is nog een tegenstelling?
Een paradox is onbegrijpelijk van zodra men een definitie geeft.
In tegenstelling tot wat men zou vermoeden heeft pseudo-paradox helemaal niets met paradox te maken.
De pseudo-paradox is een "woord zonder betekenis". Toch vreemd dat dat nog niet bestaat (bestond), een woord voor "een woord zonder betekenis". Terwijl dat toch een hiaat is in de taal. Er zijn heel wat woorden zonder betekenis. Denk maar aan woorden van Cees Buddingh, Lewis Carroll, woorden uit de liedjes van Sigur Ros of woorden als rechtvaardigheid, waarheid en schoonheid.
Allemaal pseudo-paradoxen, woorden zonder betekenis. Een woord zonder betekenis maakt bij nader inzien weinig kans om opgenomen te worden in het Oxford woordenboek.
De Dikke Van Dale daarentegen....



vrijdag 16 december 2016

Peter Vandamme


De rechter heeft het niet onder de markt dezer dagen.
Hoog tijd voor een filosofische reflectie.
Het laatste werk van de filosofe Hannah Arendt is "The life of the mind".
Het zou een drieluik worden
Thinking, willing, judging.
De eerste twee omvangrijke delen waren klaar.
Bij het overlijden van Hannah Arendt vond men een papier in haar typemachine met de titel "JUDGING", een verder nagenoeg leeg blad. Dat verzin ik hier niet, dat kan u rustig verifiëren. En toch is dat het belangrijkste werk voor onze belaagde rechter. Ik verklaar me nader.
Men is er tot nu altijd van uitgegaan dat Hannah Arendt haar werk niet heeft kunnen afmaken door haar overlijden. Dat is natuurlijk een geldig excuus. Helaas, het is bezijden de waarheid.
De prozaïsche verklaring voor het lege blad is het schrijversblok. Dat blad papier zat al maanden in die verrekte schrijfmachine.
Hoe kwam dat zo?
Hannah Arendt is er om bekend dat ze zich liet inspireren door anderen. Dat is een aardig uitgangspunt, het kan nooit kwaad om even te luisteren wat iemand anders er van vindt. Misschien is kennis wel eerder relationeel in plaats van rationeel. In haar zoektocht kwam Hannah Arendt in contact met Ludwig Wittgenstein.

"A man’s judging goes on within his consciousness in a seclusion in comparison with which any physical seclusion is an exhibition to public view."
(Philosophical investigations)
Het oordelen speelt zich af in het brein van de mens, alleen in zijn brein. Er is niets waar de oordeler een beroep op kan doen. Geen argumenten, geen verwijzingen, geen voorbeelden.
De argumenten, de verwijzingen, de voorbeelden gaan niet aan het oordeel vooraf, het zijn a posteriori elementen.
Een mens zou voor minder een writer's block krijgen. Wat kan men dan nog schrijven over het oordelen?

Ik pleit schuldig.
Ik heb met opzet Ludwig Wittgenstein verkeerd geciteerd.
Het juiste citaat gaat als volgt:

"A man’s thinking goes on within his consciousness in a seclusion in comparison with which any physical seclusion is an exhibition to public view."
Maar Hannah Arendt had haar hoofdstuk "thinking" al klaar.
Ze had haar tijd verbeuzeld met Kant en Heidegger.



Wat moet een rechter er mee?
Men heeft mij om mijn mening gevraagd en ik heb ze gegeven.

Naschrift.

Wat heeft dat in hemelsnaam met Peter Vandamme te maken?
Niets.
De werking van de geest is ondoorgrondelijk.
Ik wou nog wat verder borduren op mijn vorige bedenkingen
Over hoe het toch vreemd is dat Bart De Wever (alias Theo Francken alias de Belgische staat) wordt beticht van het ondermijnen van de rechterlijke macht terwijl ze in cassatie gaan. Ze zoeken met andere woorden hun heil bij de rechterlijke macht.
En toen las ik over het arrest van de Hof van Cassatie dat de politie de identificatie van snelheidsoverteders op een onrechtmatige manier heeft verkregen.
En toen las ik dat rechter Kathleen Stinckens van de Leuvense politierechtbank wel veroordeelde ondanks de vraag van de advocaat om zijn cliënt de vrijspraak te verlenen op basis van ongrondwettelijk verkregen informatie.
"Het openbaar ministerie verwijst naar artikel 32 om te besluiten dat de rechtbank WEL rekening mag houden met de vaststellingen van het pv, ongeacht of de identificatie van de beklaagde onrechtmatig zou zijn gebeurd."
Ongetwijfeld maakt dat van Kathleen Stinckens een wereldvreemde rechter, een lagere macht die een hogere macht (al te) ruim interpreteert. (Dat is dan weer een verwijzing naar een artikel van Hendrik Vuye waar ik naar een originele insteek zocht om aan te kaarten dat "ruim" op zichzelf een begrip is dat voor (een al te ruime) interpretatie in aanmerking komt. Maar ik vond er geen, dus dat verhaal ging niet door)
Procedurefouten zijn voortaan ook geen absolute fouten meer. 
De rechter beslist wel even hoe zwaar ze doorwegen.
En toen las ik de reactie van de Brugse rechter Peter Vandamme met een reactie op het arrest van het Hof van Cassatie.
"Ik zal geval per geval bekijken."
"Bovendien oordeelt Cassatie ook telken over één zaak, niet over alle zaken."
En toen wou ik iets schrijven over "oordelen" en raakte ik (zoals gewoonlijk) gelukkig de pedalen helemaal kwijt. 




woensdag 14 december 2016

Dr. Jekyll


Alleen de schizofreen kan met recht en rede over zijn identiteit spreken.

zondag 11 december 2016

Theo Francken


De democratie wordt aangevallen!
Iedereen op de barricades!





Gelukkig woedt de revolutie dezer dagen alleen op twitter.
Zo is er Theo Twitter bijvoorbeeld:


Het is niet omdat een rechter de motivering ve neg beslissing van DVZ niet afdoende vindt, dat rechters in plaats vd regering m beslissen.



@Francken Theo
Dat is 100 % waar. Dit is geen #ironie

Ach, het zijn van die dagen dat ik volledig begrijp waarom ik niet op twitter zit.
Nog voor ik op de knop "verzenden" zou kunnen duwen (of wat er dan ook moet gebeuren om je tweet te publiceren), zou ik overmeesterd worden door een alles verlammende angstaanval.
Wie gaat de motivering ve neg beslissing van DVZ dan wel afdoende verklaren?

Op die vraag zijn vele antwoorden mogelijk.
Zo is "Theo Francken" een mogelijk antwoord.
In dat geval spreekt men van een theocratie.

zaterdag 10 december 2016

Meneer Louis


De democratie wordt aangevallen!
Allemaal op de barricades!

"De rechter heeft de democratie aangevallen."
Dat is de cruciale stelling van Bart De Wever .
"Bart de Wever heeft de democratie aangevallen", is het verweer van zijn tegenstanders.
Zo blijven we weer ettelijke dagen bezig met heen-en-weer raketaanvallen.
De democratie ligt voortdurend onder vuur, het lijkt Aleppo wel.

Het discours van Bart De Wever:
Er is een duidelijke wet.
Deze wet is niet voor interpretatie vatbaar.
Met de logica zijn er logische (uiteraard) gevolgtrekkingen te maken uit die wet.
Deze conclusies zijn ondubbelzinnig.

Nu blijkt echter dat er een rechter is wiens conclusies haaks staan op de conclusies van Bart De Wever. Deze conclusies zijn omstandig gemotiveerd bovendien.
Indien Bart De Wever kritiek uit op deze conclusies kan men zich terecht afvragen of Bart De Wever hier het principe van de scheiding der machten niet schendt. De scheiding der machten is een wezenlijk onderdeel van de democratie en een aanval op dat onderdeel is dus de facto ook een aanval op de democratie zelf.

"Het is een opinie", is de verdediging van Bart De Wever.
Maar wat is de waarde van een opinie?
De conclusies van de rechter kunnen niet zonder meer weggezet worden als een opinie. De conclusies zijn, zoals het hoort, omstandig gemotiveerd. In het licht van de logica en de logische (uiteraard) gevolgtrekkingen zijn de conclusies van de rechter van een hogere rangorde dan de opinie van Bart De Wever, dat is immers louter een opinie.
In de ogen van Bart De Wever zijn de conclusies van de rechter echter volledig irrelevant. De conclusies hadden nooit gemaakt mogen worden. Immers, er is een duidelijke wet die niet voor interpretatie vatbaar is. De voorliggende wet en "er mag in dit geval geen asiel verleend worden door de rechter" zijn synoniem. Met de logica kunnen vanaf dat uitgangspunt gevolgtrekkingen gemaakt worden, maar het uitgangspunt zelf is niet voor interpretatie vatbaar.

Wat is de opinie in het geheel van deze uiteenzetting?
"Er is een duidelijke wet", is de opinie.
Het is een stelling die zonder enige motivatie naar voor wordt geschoven.
We hebben het maar te geloven. Het is een duidelijke wet omdat Bart De Wever zegt dat het een duidelijke wet is.
Het feit dat de rechter een omstandige motivatie toevoegt aan zijn conclusie is echter per definite een bewijs van diens overtuiging dat de wet niet duidelijk is, dat de wet (voor hem) wel voor interpretatie vatbaar is.

Nu lijkt mij de rechtsgang een beetje vreemd. Ongetwijfeld kunnen professoren in de rechtsgeleerdheid het mij allemaal onverstaanbaar uitleggen, maar af en toe is het misschien interessant om de bedenkingen van een volslagen leek even te aanhoren in deze.
Voor zover ik het begrijp heeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen geoordeeld dat familie X recht heeft op visa. De Belgische Staat (alias Theo Francken alias Bart De Wever) zou daar tegen in beroep kunnen gaan, maar dat doet ze niet.
In beroep gaan betekent dat men hoopt op een andere uitspraak bij een hogere rechter. Het proces wordt dan eigenlijk voor een tweede keer gevoerd alsof er de eerste keer nooit een proces geweest is.
De Belgische Staat (alias Theo Francken alias Bart De Wever) gaat echter niet in beroep. In beroep gaan is Russiche roulette. Maar dan Russische roulette waar er pakweg in drie of vier van de zes cilinders wel een kogel zit. De hogere rechter zou wel eens een franstalige kunnen zijn, PAF, of nog erger, een rechter van PS signatuur, PAF PAF.
Neen, de Belgische Staat (alias Theo Francken alias Bart De Wever) gaat niet in beroep, ze gaan onmiddellijk in cassatieberoep. Men vraagt niet om de feiten opnieuw aan een onderzoek te onderworpen, men vraagt te onderzoeken of  de rechter de wet op de juiste manier heeft toegepast. De Belgische Staat (alias Theo Francken alias Bart De Wever) richt een annulatieverzoek in bij de Raad van State.
Om eerlijk te zijn, ik weet niet wat dat precies inhoudt. Enig opzoekingswerk (zelfs een volslagen leek wil toch enigszins beslagen ten ijs komen) levert ook bitter weinig op. Dat is voorlopig nog een hiaat in de huidige transparantie. Je kan zonder veel moeite het  betrokken arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen of zelfs het heel recente arrest van het Hof van Hoger Beroep terugvinden op het internet. Maar helaas niet het annulatieverzoek. Ik kan niet achterhalen wat men precies beoogt met het annulatieverzoek.
Ik kan alleen maar voortgaan op de letterlijke betekenis van het woord: het annuleren van de conclusie. Er is niets te concluderen, de wet is duidelijk.
Overigens kan ik me niet van de indruk ontdoen dat heel wat van de huidige heisa eigenlijk maar heisa "in afwachting" is. Familie X eiste namelijk in kort geding dat in afwachting van de uistspraak van de Raad van State de nodige documenten zouden afgeleverd worden en een dwangsom indien dat niet zou gebeuren. Op 7 november verklaarde de rechtbank zich in eerste aanleg onbevoegd. Familie X ging tegen deze uitspraak in beroep en het Hof Van Beroep (als ik het goed heb is dat alias rechter Mireille Salmon, franstalig én volgens roddels van PS signatuur) besliste dat "in afwachting" de visa moeten afgeleverd worden. En nu gaat Theo Francken "in afwachting" blijkbaar ook nog eens in cassatieberoep tegen deze uitspraak in beroep. Ook hier moet nog eerst onderzocht worden of alles wel volgens de regels van de wet is verlopen. Maar dat is dus allemaal "in afwachting" van het annulatieverzoek bij de Raad van State.

In afwachting.
Nu is wel algemeen bekend dat de Raad Van State niet over één nacht ijs gaat. Zes à zeven jaar is niet uitzonderlijk voor er een uitspraak volgt.
In afwachting.
In afwachting geef ik u alvast mijn opinie mee.
"De wet is duidelijk."
Dat is natuurlijk een zeer algemene uitspraak, een zeer algemene uitspraak die niet vol te houden is.
Zelfs Bart De Wever geeft toe dat de wet soms onduidelijk is. Als de wet soms onduidelijk is, dan is de wet niet duidelijk. Dat is logica waar geen speld tussen te krijgen is. "Soms" bestaat namelijk niet in de logica.Exit Bart De Wever.
Maar dat is niet de essentie natuurlijk, de essentie waar de Raad van State zich moet over buigen is "Is deze wet duidelijk?"
In hoeverre iets duidelijk is lijkt mij nogal persoonsgebonden.
En dan vallen we onvermijdelijk terug op de rechter van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen die in eerste instantie oordeelde dat de Belgische staat onterecht visa weigerde aan de familie X. Laten we deze rechter gemakshalve meneer Louis noemen, Louis is gewoon een nogal courante franstalige naam.
Ging meneer Louis zijn boekje te buiten van zodra hij ook maar begon na te denken? Er hoefde immers niet nagedacht te worden, de voorliggende wet is duidelijk.
Het minste dat men mag verwachten (vind ik, dat is gewoon een opinie) is dat meneer Louis gehoord zou worden. Is het dan al niet door Bart De Wever, dan toch door de Raad van State. Is meneer Louis te dom om te helpen donderen (hij had gewoon niet door dat de wet niet voor interpretatie vatbaar is) of is meneer Louis een stiekeme activistische rechter? Wist hij wel degelijk dat de wet niet voor interpretatie vatbaar was, maar heeft hij willens en wetens van zijn machtspositie misbruik gemaakt om zijn persoonlijke visie door te drukken?
Al is er ook nog een derde mogelijkheid, er is altijd een derde mogelijkheid.
Als meneer Louis er al dan niet bewust van uit gaat dat de voorliggende wet niet duidelijk is, dan kan Meneer Louis dat al dan niet omstandig verantwoorden. Indien hij argumenten naar voor brengt voor zijn standpunt, dan kunnen deze argumenten op hun merites beoordeeld worden. Maar hij is niet verplicht om dat te doen. Een rechter heeft ook de mogelijkheid om zijn vonnis, of een deel van zijn vonnis, niet te verantwoorden. Een rechter kan zeggen "men heeft mij om mijn mening gevraagd en ik heb die gegeven." Dat recht van de rechter werd bekrachtigd door het Hof van Cassatie in het arrest over rechter Walter De Smedt.
"Een vonnis moet aan geen enkele kwaliteitseis voldoen."
Een rechter heeft het recht om zich aan de logica te onttrekken.
Meneer Louis heeft het recht om te zeggen "het is mijn opinie dat de voorliggende wet onduidelijk is."
Meneer Louis heeft dat recht omdat Bart De Wever het recht heeft om te zeggen "het is mijn opinie dat de voorliggende wet duidelijk is."






zaterdag 3 december 2016

Joseph Schumpeter




'To realise the relative validity of one's convictions and yet stand for them unflinchingly is what distinguishes a civilised man from a barbarian.’

Dat is een citaat dat nogal gemakkelijk wordt toegeschreven aan Isaiah Berlin.
Hij schreef het wel, maar niet op die manier.
In "Two concepts of liberty" staat het op deze manier:

'To realise the relative validity of one's convictions', said an admirable
writer of our time, 'and yet stand for them unflinchingly is what 
distinguishes a civilised man from a barbarian.’

De bewonderenswaardige schrijver was Joseph Schumpeter.

No more than any other political method does democracy always produce the same results or promote the same interests or ideals. Rational allegiance to it thus presupposes not only a schema of hyper-rational values but also certain states of society in which democracy can be
expected to work in ways we approve. Propositions about the working of democracy are meaningless without reference to given times, places and situations and so, of course, are anti-democratic arguments.
This after all is only obvious. It should not surprise, still less shock, anyone. For it has nothing to do with the fervor or dignity of democratic conviction in any given situation. To realize the relative validity of one’s convictions and yet stand for them unflinchingly is what distinguishes a civilized man from a barbarian.

Joseph Schumpeter, Capitalism, Socialism and Democracy, p. 243 (1943)

Joseph Schumpeter is vooral bekend van "de paradox van Schumpeter".
De paradox van Schumpeter gaat als volgt:
To realize the relative validity of one’s convictions and yet stand for them unflinchingly is what distinguishes a civilized man from a barbarian.
In de logica is deze uitspraak "waar" of "niet waar".
Gelukkig heb je in dit leven altijd de keuze tussen de leugenarij (de volledige zin is "niet waar", dus je bent een leugenaar) en de barbarij (de volledige zin is "waar", dus je realiseert je de relatieve validiteit niet).

woensdag 30 november 2016

Nicolaus Notabene



Winteruurgewijs, net voor het slapen gaan....





Misschien moet ik me hier nog een ogenblik bezighouden met de gedachte in welke relatie ik mezelf denk te plaatsen ten opzichte van de lezers. Deze overweging beschouw ik als iets grappigs, een luchthartig tijdverdrijf, waar je gerust een half uurtje aan kunt besteden als je klaar bent met het schrijven van je boek, maar zeker niet eerder. In onze tijd denkt men daar anders over. Men denkt dat de dwaze ernst waarmee een schrijver zichzelf lezers probeert te verschaffen voordat hij met schrijven begint, en dat de jeugdige luchthartigheid waarmee hij plannen ontwerpt en mensen daarin inwijdt, dat die pas werkelijk ernst zijn, een ernst die bewijst dat je de rijpheid hebt van een volwassen man. Wie bij zijn beschouwing van het leven en wat zich in het leven voordoet niet zover is gekomen dat hij weet wat een ernstige toets kan doorstaan en wat als een dun laagje ijs slechts de snelle vaart van een schaatser kan dragen, zo iemand kan natuurlijk nooit in zichzelf en in zijn prestaties ernst bereiken.

Ieder mens in enkel op zichzelf aangewezen, en wie er op toeziet daar bij te blijven, heeft vaste grond om op te staan, die hem niet beschaamd zal maken. Als hij dan bij zichzelf overweegt wat hij wil, in hoeverre hij wil, en als hij dan op grond van deze overweging langzaam en zwijgzaam een begin maakt, dan zal zijn ernst niet beschaamd worden.Als iemand er echter behagen in schept ernstig te worden bij de gedachte wat hij voor anderen wil doen, dan blijkt daaruit dat hij ten diepste een joker is, wiens leven poppenkast is en blijft, ondanks expressie en gebaren, hoogdravende frasen en gevoel voor theater. Degene die mijn lezer wordt, zal het met mij eens zijn dat de wetenschap, ook al is ze in onze tijd met alles klaar, jammer genoeg de pointe van het geheel heeft vergeten. Dat kernpunt is nu juist dat het hier helemaal niet gaat om fans of om abonnees of om een polonaise rond een of andere literaire afgod. Wie er van overtuigd is dat iedereen op zichzelf is aangewezen en dat dit de hoofdzaak is, alleen zo iemand is mijn lezer.

Maar daarom kan ik ook niet zeker weten of hij al dan niet verder is dan ik. Ik vertrouw er echter toch op dat hij op de een of andere manier er iets aan zal hebben om te lezen wat ik schrijf. Maar, en dat wil ik nog eens herhalen, ik zou nooit op het idee komen mij een gewichtigheid aan te meten alsof het omwille van anderen noodzakelijk was dat ik een boek heb geschreven. Pas als de drijfveer en de drang in mijzelf me tot schrijven heeft gebracht, en pas als ik ermee klaar ben, pas dan kan het in me opkomen aan een lezer te denken.
Met behulp van deze opvatting hoef ik me ook niet bij voorbaat zorgen te maken over de lotgevallen van het boek. Vermoedelijk komt dit boek uit, met zekerheid kan ik dat niet weten. Als het een lezer aantreft die er enig nut van heeft of plezier aan beleeft, dan is dat voor mij een onzekere opbrengst waar ik niet op gerekend heb, en daarmee zijn we quitte tot wederzijdse tevredenheid en genoegen.

Sören Kierkegaard, Voorwoorden VII


http://www.kierkegaardvandaag.nl/kierkegaardvandaag/home.html
Ik veronderstel dat Andries Visser de vertaler van dienst is.





zaterdag 26 november 2016

De nuancist






Er is nood aan een meer genuanceerde visie, zowel voor minderheden als voor de meerderheid

Patrick Loobuyck is hoogleraar levensbeschouwing (UA), gastprofessor politieke filosofie (UGent) en opiniemaker voor De Morgen.




25 jaar na Zwarte Zondag: hebben we vooruitgang geboekt in de discussie over diversiteit, samenleven, populisme en extreemrechts? Te weinig. Er is een en ander geëvolueerd, maar niet ten goede.
Eerste evolutie: politici, journalisten en waarnemers zijn het onderling steeds minder eens over de wenselijkheid van een cordon. Journalist Joël De Ceulaer (DM 19/11) noemt het mediacordon nu een vergissing en ook academici twijfelen. Jos Geysels (DM 22/11) en politiek filosoof Stefan Rummens blijven het idee van een politiek cordon sanitaire verdedigen. Velen blijven verward en verweesd achter.




Tweede evolutie: het debat is erg gefocust geraakt op dé islam. Islampessimisten als Wim Van Rooy zijn er rotsvast van overtuigd dat de islamisering een gigantisch probleem is (DM 23/11). "Moslims hangen een gevaarlijk nazistische ideologie aan. Het zou beter en veiliger zijn mochten we niet met hen moeten samenleven." Islamoptimisten fietsen dan weer om de problemen heen die de islam in zich draagt. Geen kritisch, negatief woord over de islam in het interview met Nadia Fadil (DM 24/11). Zij herleidt de problematiek van de multiculturele samenleving vooral tot racisme en discriminatie.
Van Rooy, Dewinter en anderen zeggen dat moslims hier niet thuishoren en hier niet kunnen integreren. Fadil, Abou Jahjah en co. benadrukken vooral dat moslims hier niet als gelijke burgers worden behandeld en hier niet mogen integreren en participeren. Volgens Fadil lezen we voortdurend, maar ten onrechte, 'dat de islam het probleem is'. Volgens Van Rooy lezen we daarentegen nooit dat de islam het probleem is (vandaar zijn boektitel: Waarover men niet spreekt). Een vastgelopen stellingenoorlog waarin beide partijen slechts de eigen helft van de werkelijkheid willen zien.
Derde evolutie: het succes van Donald Trump, Marine Le Pen, Nigel Farage en Geert Wilders maakt van Zwarte Zondag klein bier. Nog minder dan 25 jaar geleden is er een antwoord op populisme. En ook hier tekent zich een stellingenoorlog af met eenzijdige standpunten.



Vorige week schreef ik dat het Pietenpact de perceptie voedt dat de weldenkende elite haar wereldvreemde multiculti-agenda door de strot van de gewone mens wil duwen (DM 15/11). Het leverde me een nieuwe werkplek op, las ik op sociale media: de WIT, de Weldenkende Ivoren Toren. Van daaruit schrijf ik, op kosten van de gemeenschap, belerende en betweterige stukken zonder voeling met de realiteit.
Hoe durfde ik immers over 'perceptie' te spreken?! "Volk versus elite is geen populistisch denkbeeld, maar de re-a-li-teit. Wie die tegenstelling in twijfel trekt, is niet van deze wereld." Zie ik dan niet dat we al jaren worden geregeerd en gemanipuleerd door een politiek correcte elite? De politiek, het onderwijs, de media, de culturele centra en het middenveld - ze worden allemaal beheerst door een links-progressieve agenda. Migranten en vooral moslims worden ontzien. Vlamingen daarentegen worden voortdurend van racisme beticht. En in plaats dat de nieuwkomers zich integreren, zijn het de Vlamingen die hun eigen cultuur moeten aanpassen. Niet het onverdoofd slachten wordt aangepakt, wel onze Zwarte Piet. En straks eten we met zijn allen halal...

Vox populi

Ziehier de analyse van de populisten: de machtsverhoudingen maken dat wat echt in de samenleving leeft niet aan de oppervlakte komt. Want diegenen die verzet aantekenen tegen de hegemonie van de weldenkende maar corrupte elite worden meewarig aan de kant gezet. Naar de vox populi wordt niet geluisterd, de gewone man is van de macht uitgesloten.
Maar dat is buiten de verkiezingen gerekend. "The times they are a-changin'", zo citeerde Filip Dewinter de kersverse Nobelprijswinnaar Literatuur in de Kamer. Nu Trump verkozen is en de brexit gestemd, is de tijd daar voor de opstand tegen de elite en de emancipatie van het volk. En hoop doet leven, want in Europa zijn Le Pen, Wilders, Alternative für Deutschland, Vlaams Belang en andere rechts-populistische partijen in opgang.



Dit soort analyses horen we dagelijks. Het gevaar bestaat dat we ze nog gaan geloven ook. Als leugens lang genoeg worden herhaald, worden zij vanzelf de waarheid. Nochtans valt er op de tegenstelling volk-elite ontzettend veel af te dingen. Ze is simplistisch schematisch en verdonkeremaant een veel complexere werkelijkheid. Zowel het volk als de elite is over heel wat thema's intern verdeeld. Zelfs het Vlaams Belang heeft een extreemrechtse en een zeer extreemrechtse vleugel. De categorieën 'homogeen volk' en 'weldenkende elite' zijn ongedefinieerde constructies. Handig om electoraat te mobiliseren, maar weinig accuraat om de werkelijkheid te begrijpen. Bovendien is populisme een belangrijk signaal, maar biedt het geen realistische oplossingen.

Spiegelbeeld

Om de populisten in het ongelijk te stellen, proberen velen al jaren de werkelijkheid anders te reconstrueren. In spiegelbeeld. Het stuk 'De tirannie van de meerderheid' van Joël De Ceulaer (DM 19/11) is een sprekend voorbeeld. Hij mocht ongetwijfeld op applaus rekenen van mensen als Dyab Abou Jahjah en andere antiracisme-activisten.
Er bestaat een linkse kerk waar zijn analyse bon ton, ja bijna dogma is. Ze gaat als volgt. We worden helemaal niet door een weldenkende elite geregeerd. Integendeel. De angst voor populisten en extreemrechts heeft ertoe geleid dat mainstreampartijen hen zijn achternagelopen en hun discours en standpunten hebben overgenomen. Plat op de buik. Kijk maar naar het islamdebat, waar de islamkritiek de bovenhand heeft. Niet weldenkend links, maar populistisch rechts zwaait indirect al jaren de plak en bepaalt de politieke agenda. Hierdoor wordt racisme niet aangepakt, maar weggerelativeerd. Niet de etnisch culturele minderheden, maar de bange blanke Vlamingen worden gepamperd.



Tijd dus om de rug te rechten en ermee te stoppen de potentieel racistische kiezers naar de mond te praten. Iedereen moet inburgeren in de superdiversiteit, de bedenkers van het Pietenpact mogen niet plooien en laat ons eindelijk werk maken van de strijd tegen het racisme, dat heel diep in de Vlaamse aard, samenleving en instituties zit ingebakken.
Deze framing is even eenzijdig, dualistisch en beperkt als de populistische. Er zijn momenten dat de Vlaming werd ontzien, maar er zijn net zo goed momenten waarop de moslimgemeenschap en de nieuwkomers werden ontzien.
Waarom hebben we gewacht tot in 2003 om een inburgeringsdecreet te stemmen? Waarom is het onverdoofd slachten anno 2016 nog steeds niet verboden? Waarom heeft men de problematische toestanden in het joodse onderwijs niet aangepakt? Waarom durfde men na de invoering van de snel-Belgwet in 2000 jarenlang geen integratievoorwaarden te koppelen aan de nationaliteitsverwerving? Waarom heeft men zo lang geaarzeld om de huwelijksmigratie beter te managen? En laat ons eerlijk zijn: welke ouder zag zijn kind thuiskomen van school met de mededeling dat de leerkracht sympathie had voor Trump?
Het valt niet te ontkennen dat een minimale vorm van weldenkendheid de overhand heeft in de boodschappen die de sociaal-culturele sector, bepaalde media en het onderwijs uitdragen. Dat is niet erg, maar we zijn er ons maar beter goed van bewust.
En: populisme heeft soms de verdienste thema's op de politieke agenda te zetten die vele mensen beroeren maar door de mainstreampolitici niet worden opgepikt of bewust worden vermeden. Migratie, diversiteit, islam en Europese integratie zijn daar voorbeelden van.

Nuance

Bij het lezen van de populistische analyse voelen de etnisch-culturele minderheden zich verongelijkt. Bij het lezen van De Ceulaer voelt de autochtone Vlaming zich verongelijkt. Terecht. De realiteit is complexer en de problematiek verdient beter. Laat ons een discours zoeken dat tegemoetkomt aan ieders zorgen. Ik geef hier enkele voorzetten.
Natuurlijk is racisme niet relatief, maar heb er ook oog voor dat de term vaak gratuit als conversatiestopper wordt gebruikt, bijvoorbeeld om islamcritici de mond te snoeren of om kritiek op storend gedrag van jongeren van Marokkaanse afkomst af te blokken. Natuurlijk zijn er mechanismen van discriminatie waar mensen met een vreemde naam op botsen, maar in plaats van de blanke Vlamingen te culpabiliseren, moeten ze worden geïnformeerd en begeleid, zodat die mechanismen minder impact krijgen. Wijs bovendien ook op de bestaande kansen en doorprik de slachtoffercultuur waarin etnische minderheidsgroepen zich weleens wentelen. Racisme, discriminatie en wij-zijdenken zijn bovendien des mensen en als dusdanig ook aanwezig bij minderheidsgroepen. Dat moet evengoed worden geproblematiseerd.



Natuurlijk brengen verandering, diversiteit en globalisering onrust, angst en onzekerheid met zich mee. Doe daar niet politiek correct meewarig over. Zet de onwennigheid met migranten niet zomaar weg als xenofobie, zoals Bob Cools dat in zijn interview deed (DM 21/11). Maar buit die angst ook niet op een populistische manier electoraal uit. Maak duidelijk dat die onrust normaal is en ga samen zoeken hoe die het best kan worden ontmijnd.
Natuurlijk vergt de diversiteit een inspanning van Vlamingen, maar leg uit dat die inspanning niet impliceert dat ze die zaken waaraan ze gehecht zijn zomaar zullen moeten opgeven. Leg uit dat ook nieuwkomers een inspanning moeten doen om zich onze maatschappelijke cultuur, taal en omgangsvormen eigen te maken. Leg ook aan nieuwkomers uit dat de uitnodiging om hier Nederlands te leren geen vraag is om zich te assimileren. De inburgeringseis is geen uiting van misplaatst nationalisme, maar een manier om de samenleving hier leefbaar te houden, het sociaal weefsel sterk genoeg te houden en henzelf ook optimale participatiekansen te geven. Als we willen dat de integratie lukt, moet de hele samenleving op haar verantwoordelijkheid worden aangesproken. Niet alleen de zogenaamde bange blanke man die De Ceulaer noemt, maar ook niet alleen de zogenaamde integratie-onwillige nieuwkomer die Dewinter noemt.



En inzake terreur: in plaats van eenzijdig de islam te viseren, zoals populisten doen, of de islam te verzwijgen, zoals de politiek correcte president Obama dat deed, probeer de juiste relatie tussen terreur, IS en islam te benoemen. Ja, IS heeft met islam te maken. Nee, IS vertegenwoordigt niet de hele moslimgemeenschap en de meeste moslims hangen de radicale IS-ideologie niet aan.
Worden we geregeerd door de weldenkende elite? Nee. Worden we geregeerd door de tirannie van de meerderheid? Nee. Er is nood aan een meer genuanceerde visie die recht doet aan de problemen en uitdagingen die samenleven in diversiteit met zich meebrengen, zowel voor minderheden als voor de meerderheid. Denkschema's die maar de helft van de realiteit en de problemen belichten, laten we beter achterwege.

http://www.demorgen.be/opinie/er-is-nood-aan-een-meer-genuanceerde-visie-zowel-voor-minderheden-als-voor-de-meerderheid-b0b6b3d2/


De genuanceerde visie.
Hebt u al ooit een artikel gelezen waarin de visie van de tegenstander als "genuanceerd" wordt omschreven en de eigen visie als "niet genuanceerd"?
Ik zal er geen twijfel over laten bestaan: Fuck nuance.
Dit is geen genuanceerde visie.
Ik heb een probleem met nuance.
Ik heb een probleem met nuance en wel hierom:  De categorie "nuance" is een ongedefinieerde constructie.
Dat is een nogal flauwe analogie van mijn kant.
Laten we er gemakshalve van uitgaan dat de auteur "genuanceerd" gebruikt in de betekenis van "met zin voor (subtiel) onderscheid". Soms is het gemakkelijker om iemand woorden in de mond te leggen die hij niet uitgesproken heeft dan het verwijt van vaagheid te gebruiken.
Stel dat een vraag beantwoord wordt met "Ja" of "Nee", hoeveel ruimte is er dan nog voor nuance?
Ik geef hier enkele voorzetten.
Worden we geregeerd door de weldenkende elite? Nee.
Worden we geregeerd door de tirannie van de meerderheid? Nee.
Van zodra iemand de pen ter hand neemt stopt hij met het onderscheid te maken.
Het is aan de lezer te achterhalen op welk moment hij gestopt is.

Zo wou ik ooit een essay schrijven over de boom.
Met zin voor nuance weliswaar.
Dus koos ik mij een bos uit.
Het was het bos dat grenst aan mijn tuin.
Maar een bos is uiteraard geen boom.
Ik koos voor een ietwat alleenstaande eik.
Ik bestudeerde de eik zeer grondig.
Het zou een genuanceerd essay over de boom worden. "Genuanceerd" in de betekenis van "doordacht".
Ik bestudeerde de eik zeer grondig, maar net toen ik dacht dat ik de essentie van de eik wel gevat had, stak er een briesje op en waaiden er enkele bladeren van de eik weg.
"Gelukkig maar dat ik zo grondig ben", bedacht ik mij toen ik even in het gras ging zitten, "of ik had deze nuance gemist".










woensdag 23 november 2016

Mieke Groeninck



Meestal is denken gemakkelijk, tenzij het ons van een van onze lievelingsinzichten berooft. Dan blijven we verwilderd achter (1944, 55 jaar)







Kunnen "wij" voor onszelf denken, terwijl "zij" blindelings beïnvloed worden door een bepaald discours?

Mieke Groeninck is doctoraatsstudent sociale en culturele antropologie aan de KU Leuven. Ze reageert op het interview met Wim Van Rooy.




In een interview met Joël De Ceulaer claimt schrijver Wim Van Rooy nog maar eens dat "islam niet integreerbaar is", dat "islam het nieuwe fascisme is", dat "islam geen ‘libido sciendi’ kent", en dus kortom, dat "we" onze hakken in het zand moeten zetten en zeggen "tot hier en niet verder".
In wat intussen ‘normale omstandigheden’ kunnen genoemd worden, zou ik het woord laten aan de tal van jonge Belgische, islamitische intellectuelen die intussen een vaste waarde geworden zijn in het publieke debat. Maar in dezen worden wij, sociale wetenschappers die werken rond islam, ook geïnterpelleerd en wel om het volgende. Meneer Van Rooy claimt dat hij "jarenlang die religieuze ideologie heeft bestudeerd" en dat "u en uw collega-journalisten dat ook eens zouden moeten doen". Wel, ikzelf, net als zovele anderen, doen dat nog steeds. En daarom ben ik het niet met u eens.
Ik zou van wal kunnen steken over hoe, wat Van Rooy claimt over het superioriteitsgevoel dat specifiek ingebed zou zijn in islam, het gebrek aan ‘libido sciendi’ en de onzin van kennis over de natuurwetten binnen islam, niet stroken met tal van vormgevende voorbeelden uit de islamitische geschiedenis. Hoe voor zowel islamitische filosofen, theologen, als mystici, natuur- en menswetenschappen, diversiteit en wederzijdse verschillen niet als contradictorisch of problematisch beschouwd werden, maar net integraal deel uitmaakten van ‘het wonder des Werelds’, en in die hoedanigheid onderzocht en begrepen werden. 
Over hoe tal van hedendaagse wetenschappers met islamitische achtergrond en hervormingsgezinde theologen vanuit hun eigen religieuze traditie hoge toppen scoren en steeds meer mensen bereiken, ook in de diaspora. Of over hoe Van Rooys vereenzelviging van het joods-christelijke kader (wat dat ook moge zijn) met humanisme en respect voor liberale waarden eveneens getuigt van een selectieve lezing van de geschiedenis.
Maar er is iets anders wat nog pertinenter is. Aan de ene kant maakt Van Rooy een duidelijk onderscheid tussen de racistische praat van de "moegetergde volksmens", en elke traditie van "white supremacy" dat hij expliciet veroordeelt. Racistische uitspraken worden door hem beschouwd als "peanuts" en er wordt nergens een link gelegd naar de toename van islamofobe en racistische incidenten in de laatste jaren, noch naar neonazistisch terrorisme als in het geval van Anders Breivik, en al helemaal niet naar een bredere culturele of religieuze Westerse traditie waartoe de daders behoorden – ongeacht of zij daar rechtstreeks naar refereerden of niet. 
Maar aan de andere kant stelt Van Rooy dat het onderscheid tussen het individu en het collectief niet bestaat in het geval van de islam. Zowel jihadi terrorisme als kleinere incidenten beschouwt hij als zijnde exclusief gemotiveerd door "de" islam. Daar waar racistische uitspraken door Van Rooy, ten slotte, worden afgedaan als het gevolg van "angsten" en "moegetergd zijn", is er echter nergens sprake van sociale omkadering in het geval van ‘de ander’. Met andere woorden: het ‘autochtoon’ superioriteitsdenken wordt afgedaan als een gevolg van angsten en kleinmenselijke imperfecties, terwijl superioriteitsdenken van moslims gezien wordt als een bewijs dat "de islam" vergelijkbaar is met "nazisme".
Het verschil in benadering is problematisch, niet alleen omdat het om twee maten en twee gewichten gaat, maar ook omdat het veronderstelt dat ‘wij’ voor onszelf kunnen denken, terwijl ‘zij’ blindelings beïnvloed worden door een bepaald discours. Dat we het "slecht gedrag" in eigen rangen moeten kaderen en nuanceren en niet als representatief beschouwen voor wie we wérkelijk zijn, maar dat dit niet, nooit, geldt in het geval van de "ander" De "ander" wordt dus niet alleen geplaatst binnen wat omschreven wordt als een onrijmbaar ("onintegreerbaar") denkkader, maar wordt tegelijkertijd afgeschilderd als minder rationeel, minder kritisch, minder vrij, minder humanistisch, minder moreel, minder ‘zoals het zou moeten’. Of hoe extremen in se erg gelijkaardig denken. 


"Extremen" lijken mij niet te denken.
Het denken lijkt mij voorbehouden aan personen.
De islam denkt niet, net zo min als "uiterste waarden" denken.
Extremisten daarintegen denken wel.
Ze denken zelfs gelijkaardig.
Ze denken anders dan "wij".
WAARIN dat denken zich precies onderscheid, dat blijft meestal nogal vaag.
We zijn al lang blij DAT we het kunnen onderscheiden.
Even, heel even maar had ik een ingeving.

"Wij kunnen voor onszelf denken terwijl de extremisten blindelings beïnvloed worden door een bepaald discours".

6 aug. 2012
Dat geldt niet alleen voor denken over ‘zekerheid’ maar ook over JOUW LEVEN EN DAT VAN ANDEREN. Vervelend maar BELANGRIJK (1944, 55 jaar)


Je kunt niet behoorlijk denken als je niet bereid bent jezelf pijn te doen. Als bangerik weet ik daar alles van (1944, 55 jaar)

zondag 20 november 2016

Elianne Van Rens

Uw verhoor leidde tot een wrakingsverzoek van Knoops, omdat rechter Elianne van Rens vooringenomen zou zijn. Bent u het daarmee eens?


'Ze heeft fouten gemaakt door jurisprudentie door elkaar te halen en te insinueren dat mijn verhaal ook maar een mening is. 

Paul Cliteur.

http://www.volkskrant.nl/opinie/paul-cliteur-het-wildersproces-loopt-niet-goed-af~a4418115/

Insinueren mag uiteraard niet.
Een manier om zich te verdedigen tegen de stelling dat "Willen jullie meer of minder Marokkanen?" racistisch zou zijn is opwerpen dat het een vraag is zonder enige zweem van insinuatie.
Maar in het kader van het recht op vrije meningsuiting mag je wel gewoon zeggen:
Het verhaal van Paul Cliteur is ook maar een mening.
Een manier om zich te verdedigen tegen de stelling dat "Het verhaal van Paul Cliteur is ook maar een mening" subjectief zou zijn is opwerpen dat het een zin is zonder enige zweem van insinuatie.

vrijdag 18 november 2016

De angsthaas


Willen jullie meer of minder Marokkanen?
Of, om het anders te formuleren:
Willen jullie meer of minder criminele Marokkanen?
Ik wil minder Marokkanen.
Of, om het anders te formuleren:
Ik wil minder criminele Marokkanen.
Wij willen minder Marokkanen.
Of, om het anders te formuleren:
Wij willen minder criminele Marokkanen.

Wat mag je al dan niet vragen of zeggen onder de auspiciën van de vrije meningsuiting?
Je suis Geert.

Alsof al deze nuances op zich nog niet complex genoeg waren heeft Geert Wilders er nog een extra filosofische dimensie aan toegevoegd in zijn reactie op de eis van het openbaar ministerie.




Zojuist kreeg ik de strafeis van het Openbaar Ministerie te horen: een boete van 5.000 euro.
Het spreken over een van de grootste problemen van ons land - het Marokkanenprobleem - is vanaf nu volgens de elite dus strafbaar. En zo raken we langzaam maar zeker onze vrijheid van meningsuiting kwijt. Zelfs het stellen van een vraag mag niet meer. Ook al zijn miljoenen mensen het ermee eens. En Marokkanen zijn ineens een ras, dus als je wat over Marokkanen zegt ben je vanaf nu een racist. Niemand die dat snapt. Het is de waanzin ten top. Alleen bedoeld om u en mij de mond te snoeren.
Terwijl in andere landen het volk de elite naar huis stuurt, wil de elite hier een oppositieleider de mond snoeren. Nederland dreigt een dictatuur te worden. Het lijkt Turkije wel. De verschillen tussen Nederland en Turkije worden steeds kleiner. De oppositie wordt monddood gemaakt.
Ik ben door bijna een miljoen mensen gekozen. Dat worden er op 15 maart volgend jaar nog veel meer. En het is mijn plicht problemen te benoemen ook als de politiek correcte elite onder leiding van premier Rutte het er liever niet over heeft. Want wegkijken en zwijgen is geen optie.
Ik moet kunnen zeggen waar het op staat.
Want wat heeft u aan politieke angsthazen, die de waarheid niet meer durven te spreken? Die zwijgen over de problemen in ons land? Die de regering naar de mond praten. Die laf de andere kant op kijken?
Helemaal niets! De kop in het zand steken is laf.
En als je over problemen moet zwijgen omdat het stellen van een vraag al strafbaar is dan worden de problemen alleen maar groter. Dan wordt Nederland een dictatuur van bange en laffe politici.

Ik zal dat nooit accepteren. Ik zal blijven vechten voor een vrij en veilig Nederland. Daarom bedreigen islamitische terroristen mij al 12 jaar lang met de dood. En die terroristen staan vandaag te juichen. Wilders wordt gestraft. Het Openbaar Ministerie heeft zich vandaag tot hun bondgenoot gemaakt.
Maar ik laat mij net als u door niemand de mond snoeren!
Geen terrorist zal ons doen zwijgen!
Geen officier in zwarte toga of laffe premier krijgt ons op de knieën!
Ik zal me dan ook helemaal niets van hun strafeis aantrekken. Ze doen maar. Het maakt me alleen maar sterker. Ik word alleen maar meer gemotiveerd.


En u kunt me daarbij steunen.
Door samen met mij te blijven vechten voor het behoud van de vrijheid van meningsuiting. Voor het behoud van een veilig en vrij Nederland.
Ons land.


"Want wat heeft u aan politieke angsthazen, die de waarheid niet meer durven te spreken?"
Of, om het anders te formuleren:
Willen we meer of minder waarheid?
Dat zou pas een makkie zijn voor de rechtbank.
Meer, meer, meer.


Paradoxaal genoeg wordt de meningsuiting daardoor verminderd.
De meningsuiting is immers niet absoluut, laster is verboden.
"Wij willen minder Marokkanen" is de waarheid.
Of, om het anders te formuleren:
"Wij willen niet minder Marokkanen" is louter opinie, het is geen waarheid.
In het licht van de waarheid is de opinie slechts de schaduw in de grot.

Vechten voor de vrije meningsuiting is dan niet zozeer vechten voor "Wij willen minder Marokkanen", dat is immers de waarheid.
Vechten voor de vrije meningsuiting is dan eerder vechten voor "Wij willen niet minder Marokkanen".
Geert Wilders op de bres voor de vrije meningsuiting.
Geert Wilders op de bres voor "wij willen niet minder Marokkanen".
Kut zeg.

donderdag 17 november 2016

De schrijver



Bizar: De drang om te schrijven overwint de onmogelijkheid van taal.


zondag 23 oktober 2016

De cultuurpessimist

http://www.demorgen.be/dmselect/waarom-doemdenkers-zo-diepzinnig-lijken-b61854b1/

Knalprestatie van Maarten Boudry !
Een essay schrijven over cultuurpessimisme zonder dat begrip naar behoren te definiëren. En er nog in slagen van het gepubliceerd te krijgen ook. Het moet gezegd, het heeft wat weg van de Sokal-affaire.

"Cultuurpessimisme" is echter een vlag die vele ladingen dekt.

Vooraleer we daar dieper op kunnen ingaan is het belangrijk te wijzen op het onlosmakelijk verband dat er bestaat in de logica tussen om het even welk begrip en "kritiek". Essentieel in dit verband is het schrandere brein van de Griekse wijsgeer Anexagoras.
"Van zodra er een woord gelanceerd wordt in de logica ("koud" bijvoorbeeld), wordt ook automatisch het antoniem gegenereerd (niet-koud). Kritiek is een aanwijzing voor het antoniem. Indien er geen kritiek zou bestaan, indien er geen aanwijzing zou zijn voor het tegendeel, dan zou dit tegendeel in de onmogelijkheid zijn te bestaan. En er is in de logica geen enkel element aanwezig waarvan het tegendeel niet bestaat, het zou de ontkenning van de logica zelf zijn."
Het voorbeeld van Anexagoras gaat als volgt:
"Het is koud.
Maar er is toch vuur. (= kritiek)
Het is onbelangrijk of de opmerking relevant is of niet. Zo kan het perfect mogelijk zijn dat we te ver van de warmtebron verwijderd zijn om daar ook maar enig voordeel van te ondervinden.
Het is wel belangrijk dat er een opmerking gemaakt kan worden. Indien dat niet zo zou zijn is het onmogelijk dat de notie van niet-koud bestaat."

De term "cultuurpessimisme" duikt voor het eerst op in de geschriften van de vrij onbekende Verlichtingsfilosoof Eduard de Roussillon. Het begrip staat er diametraal tegenover het vooruitgangsgeloof. In het vooruitgangsgeloof is men van oordeel dat er aan de wereld een proces ten grondslag ligt dat diezelfde wereld zich altijd zal ontwikkelen naar een betere wereld.
"Men moet al een echte cultuurpessimist zijn om daar blind voor te zijn", schreef de Roussillon.
Dat is de eerste vermelding van het begrip "cultuurpessimisme".
Het moet echter gezegd, Eduard de Roussillon was niet meteen de meest begaafde der Verlichtingsfilosofen. Uit de context van zijn "Au bord de la foi" blijkt duidelijk dat hij "cultuurpessimisme" en "achteruitgangsgeloof" als synoniemen beschouwt. Elke vorm van kritiek op de wereld was een bewijs van een achterlijk achteruitgangsgeloof.
Eduard de Roussillon glijdt hiermee af naar een gevaarlijke afwijzing van de logica.
"De wereld gaat vooruit.
Maar er is een mankement.
Dit mankement is niet relevant omdat de wereld vooruit gaat."
Zelfs Maarten Boudry zal deze denkfout herkennen.

Scherpe reactie kwam er onder meer van de Rus Vladimir Lavrov.
Hij zag de geschiedenis van de wereld als een grafiek met pieken en dalen.
"We kunnen moeilijk volhouden dat de wereld er op vooruit gaat als duizenden mensen gedood worden in een nietsontziende oorlog, als tienduizenden mensen omkomen van honger en dorst, als honderdduizenden mens op de vlucht zijn voor naderend onheil. Het is de taak van de cultuurpessimist om de vinger op de wonde te leggen".
"Cultuurpessimist" wordt gebruikt in de betekenis van "cultuurcriticus".
"Kritiek" is niet noodzakelijk een bewijs van een achteruitgangsgeloof, het kan een bewijs van een (tijdelijke) achteruitgang zijn.

Hoezeer men het ook kan betreuren, een nieuwe dimensie in het debat werd aangebracht door de postmodernistische denker Georg Zweifel.
"Kritiek is altijd tijdsgebonden. Hij die kritiek levert in de periode van een opwaartse trend is een cultuurpessimist terwijl hij die kritiek levert in de periode van een neerwaartse trend eerder als cultuuroptimist moet beschouwd worden."
Sedert Georg Zweifel moet "kritiek" altijd in termen van "terechte kritiek" en "onterechte kritiek" bekeken worden. De vraag is natuurlijk welk medium het best geschikt is om dat onderscheid te maken.

De voor cultuurpessimist (wat is dat?) versleten Johan Huizinga suggereerde het spel.
Wij spelen, en weten, dat wij spelen, dus wij zijn meer dan enkel redelijke wezens, want het spel is onredelijk.

Het gevaar van een mystiek dreigt.
Tenzij de rede (van Maarten Boudry) mystiek is en het spel universeel.






zondag 9 oktober 2016

Kees Kraaijeveld




We zijn de waarheid uit het oog verloren'

Weg met relativisme en cynisme



'Het is alles of niets', sprak Mark Rutte manmoedig in Zomergasten. De premier had het over de Nederlandse normen en waarden. Dat we daarin dus niet een beetje vrijblijvend mogen shoppen. 'Het is geen cafetariamodel.'

Goed dat Rutte, als voorman van de grootste partij van Nederland, aan de vooravond van de verkiezingscampagne, de Nederlandse waarden op de agenda zet. Waarden gaan over wat we het allerbelangrijkst vinden. Het zijn woorden voor wat mensen wensen. Door te denken en te discussiëren over waarden tillen we het publieke debat naar een wezenlijker niveau.
Maar de grote vraag die Rutte in Zomergasten niet kreeg luidt: Als het inderdaad geen cafetariamodel is en als we in het Nederlandse café der waarden dus moeten eten wat de pot schaft, wat staat er dan op het menu?

Rutte spreekt als liberaal vanzelfsprekend over 'vrijheid' en over 'het op een beschaafde manier met elkaar omgaan'. Zijn partijgenote Edith Schippers had het onlangs over 'de democratie' die moet worden beschermd. En verder moeten we ons van haar 'met elkaar bemoeien'.

Vrijheid, democratie, gelijkheid, tolerantie. Is dat dan alles? Mist hier niets? Toch wel. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs, ook VVD'er, deed nog een poging bij de opening van het academisch jaar: 'een discussie op basis van kennis en feiten'

Dat komt in de buurt, maar ook bij Dekker mist een essentiële waarde. Want wat is de grote vergeten waarde van onze tijd? Natuurlijk: de waarheid.

Het probleem met waarden is dat het - anders dan Rutte zegt - wél een cafetariamodel is. Groepen mensen vormen waardenhiërarchieën, die zijn essentieel voor de groepsvorming. Maar er bestaat geen vaststaand menu waarvan je alles moet nemen. Nee, het relatieve belang van waarden verandert voortdurend. En soms dreigt er dus wel eens een waarde van tafel te vallen, zoals nu met de waarheid.

En dat kan zo niet langer. De waarheid moet weer hoog in het vaandel. Bij u, bij mij, bij politici, journalisten, wetenschappers, bij iedereen.

Hoezo? Omdat het streven naar waarheid een cruciaal ingrediënt is voor beschaafd samenleven. Omdat we onvoldoende beseffen dat het zoeken naar de waarheid onmisbaar is voor ons streven naar vooruitgang.

Actie is nodig. Relativisme en cynisme dienen we voortaan keihard te bestrijden. De waarheid moeten we weer een ereplek geven tussen al die andere waarden waar we als westerse beschaving zo trots op zijn: gelijkheid, democratie, tolerantie en vrijheid. We zijn vergeten dat dit rijtje niet zonder de waarheid kan.
Cynisch snuiven, dát doen we tegenwoordig als het om 'het ware' gaat. De waarheid is voor naïeve dommeriken die niet willen begrijpen hoe de wereld in elkaar zit. Dit zijn tijden van post-truth politics. Leugens regeren. We hebben de Brexit-campagne gezien. Boris Johnson en andere Brexiteers die de Britten vertellen dat Europa ze wekelijks 350 miljoen pond kost, terwijl het per saldo amper de helft is. Brexit zou een einde maken aan de immigratie, het zou goed zijn voor de Britse economie. Nonsens. Wie met feiten kwam, werd weggehoond. De waarheid voorbij.

We zien Trump fulmineren en debatteren. De Amerikaanse factcheckers kunnen de leugens van de man amper bijhouden. Het deert hem nauwelijks. Al die naarstig opgezochte feiten bereiken Trumps supporters toch niet. Zoals ook de Russische bevolking de feiten over de MH17 niet onder ogen krijgt, maar wel de inconsistente berichten die worden verspreid via het Kremlin van Vladimir Poetin.

In eigen land kan PVV-leider Wilders ongestraft stellen dat Europa een Nederlands gezin 40 duizend euro kost. Niet alleen extreemrechts liegt. Als SP-Kamerlid Renske Leijten actie voert tegen het zorgstelsel klaagt ze steevast dat het basispakket de afgelopen tien jaar kleiner is geworden. Feitelijk onjuist: het basispakket is alleen maar gegroeid, met meer behandelingen, meer medicijnen en veel meer euro's.

En als je je woede hierover deelt met anderen, word je meestal meewarig aangekeken. 'Maak je niet zo druk, Kees, het zijn politici.' Gevolgd door een les over 'hoe de politiek nu eenmaal werkt'. Steeds komen mensen met dat afgezaagde modewoord 'framing'. Dat Leijten liegt over het basispakket, past nu eenmaal in het 'antimarktwerking-frame' van de SP. Dat zou ik toch zo langzamerhand eens moeten snappen. Trouwens: politici, die zijn sowieso niet te vertrouwen.

Wantrouwen

Een vriendin, net moeder geworden, vertelt me dat ze vreselijk twijfelt of ze haar kind moet laten inenten. 'Natuurlijk', zeg ik. Want dat is het beste voor je eigen kind én voor de volksgezondheid. 'Maar hij kan er autistisch van worden', zegt ze. 'Dat is een hardnekkig fabeltje', probeer ik geruststellend. 'Kijk vooral even op de site van het RIVM.' 'Het RIVM, really? Die hebben toch connecties met de grote farmaceuten? Die willen gewoon vaccins verkopen!' Zo verkiest een hoogopgeleide jonge vrouw de angstige praatjes uit haar facebookbubble boven het advies van de experts.

'The country has had enough of experts', riep het Brexit-camp. Feiten en cijfers zijn koud en kil en bovendien: manipuleerbaar. Wetenschappers zijn verdacht. RIVM, CBS, CPB, IMF, de universiteiten, allemaal instituten die eens boven elke twijfel waren verheven, worden niet meer vertrouwd.

Het wantrouwen in de instituties treft ook de journalistiek. GeenStijl noemt onze onafhankelijke publieke omroep consequent de 'staatsomroep'. In Duitsland hebben de rechts-populisten van Pegida de nazi-term 'Lügenpresse' weer van stal gehaald om de doorsneemedia zwart te maken.

En dat werkt. Mensen gaan geloven dat de media liegen en dat de experts liegen. Zijn er niet incidenten te over? Natuurlijk. Ook niet alle experts weten de waarheid hoog te houden en gerenommeerde instituten worden soms inderdaad slachtoffer van politieke manipulatie. Bij het IMF moest de interne kwaliteitscontroleur vaststellen dat het fonds onder politieke druk 'over-optimistische prognoses over de groei van de Griekse economie' publiceerde. De waarheid sneuvelde hier voor politieke opportuniteit.

Ook de media hebben de waarheid niet altijd even hoog in het vaandel staan. Neem het interview in NRC Handelsblad met de diëtisten Tessa Moorman en Merel von Carlsberg. De dames hebben, het zal u niet zijn ontgaan, zonder enig kritisch tegengeluid hun Green Happiness-dieet mogen aanprijzen in het interview. Gewoon hun adviezen volgen (geen zuivel, geen gluten, geen eieren) en u bent weer gezond, want: 'Als je je lichaam maar de middelen geeft die het nodig heeft, dan heelt het zichzelf.'

Klopt het wel wat hier staat? Is het wel waar wat deze persoon zegt? In het interview met Moorman en Von Carlsberg deed het er blijkbaar niet toe. Dat het 'kul' was, erkende interviewster Rinskje Koelewijn achteraf op Twitter. Maar wel 'kul die 200.000 mensen eten'.

Journalisten nemen hun rol als hoeder van de waarheid niet serieus genoeg. Een week later, in dezelfde krant, laat professor Peter Jan Margry dezelfde denkfout optekenen in het stuk van Kim Bos over alternatieve geneeswijzen. Margry mag zonder enige tegenwerping concluderen dat kwakzalverij als reflexzonetherapie en homeopathie toch 'nuttig' moet zijn omdat alleen al in Nederland een miljoen mensen er gebruik van maken, ruim 80 procent hoogopgeleid bovendien. 'Zijn dat allemaal naïeve idioten?', vraagt Margry zich af. Of een behandeling bewezen wérkt of niet, dat doet er niet toe. Het gaat erom hoe het voelt voor de mensen. Een miljoen naïeve idioten kunnen toch geen ongelijk hebben? Ik denk dan: welke idioot interviewt nou zo'n idioot?

Nog een voorbeeldje, uit Vrij Nederland. Dat laat 'duurzaam ondernemer' Tom van de Beek beweren dat een voedselbos veel productiever is dan de huidige landbouw; 'vijf keer zoveel voedsel als dezelfde oppervlakte aan landbouwgrond, zonder gebruik van pesticiden of kunstmest'. Hij mag het zeggen, zonder weerwoord of kritische vraag. Terwijl het flauwekul is. Met een voedselbos word je nooit productiever dan met de huidige landbouw.

Alles-overstijgend doel

Hoe hebben we het zover kunnen laten komen? Daar zijn al talloze redenen voor genoemd, vooral vanuit sociologisch perspectief. God is dood, ontkerkelijking, mondialisering, individualisering. Noem maar op. Ook zijn er talloze ideologische stromingen die aan de waarheid een broertje dood hebben. Denk aan pragmatisme, het postmodernisme of het sociaal-constructivisme. Het relativisme van 'jij hebt jouw waarheid en ik de mijne' is breed geaccepteerd, zeker in ons egalitaire Nederland. Bij een partij als D66 staat het zelfs in de beginselen: 'Niemand heeft de waarheid in pacht'.

Psychologisch is goed te duiden dat we moeite hebben met de waarheid. Kritisch denkwerk kost moeite en ons brein is liever lui dan moe. We zijn goedgelovige groepsdieren, dol op mooie verhalen die ons leven mooier, leuker en zinniger maken. Of iets waar is, doet er niet toe. Een lekker verhaal moet je niet stuk checken.

Maar de gebrekkige populariteit van de waarheid heeft nog een oorzaak, een die niet zo vaak wordt benoemd. Daarvoor moeten we kijken naar waarden. De waarheid moeten we dan beschouwen vanuit de waardenleer, vanuit een 'axiologisch perspectief'.

De waarheid geldt al sinds de klassieke oudheid als een van de hoogste waarden. Voor scholastieke denkers als Thomas van Aquino en Bonaventura, was het Ware, samen met het Schone en het Goede, nog een alles-overstijgend doel. Ook voor Verlichtingsdenkers waren de rede, de vooruitgang en de waarheid nog kernwaarden. Langzamerhand zijn we de waarheid uit het oog verloren, ook omdat die botst met andere waarden die we belangrijk zijn gaan vinden. Vrijheid, gelijkheid en broederschap hebben de overhand gekregen, met de waarheid als belangrijkste slachtoffer.

Dat Rutte, Schippers en Dekker de waarheid niet expliciet meer noemen als ze het over de Nederlandse waarden hebben is geen wonder. In de vele waardenmodellen die de afgelopen jaren zijn ontwikkeld dankzij het empirisch onderzoek van sociologen en moreelpsychologen ontbreekt waarheid als eindwaarde structureel. Dit terwijl mensen wel schoonheid en goedheid blijven noemen. Aan de gedragswaarde 'eerlijkheid' hechten we nog wel, maar de klassieke zoektocht naar waarheid, het toetsen van oude en nieuwe verhalen op hun validiteit, het streven naar steeds waarachtiger en vollediger theorieën over de werkelijkheid, het tegenspreken van onzin, dát zijn we vergeten.

Minachting voor experts

En niet voor niets. Waarheid is ouderwets. Waarheid is star en waarheid is lastig. Waarheid is naarheid. Het botst met moderne waarden die we hoog achten, met gelijkheid, met democratie, met tolerantie en vrijheid. Kijk maar.

Waarheid is een kwaliteitsstempel. Streven naar waarheid betekent onderkennen dat de ene uitspraak meer waar is dan de andere. Als we de waarde van waarheid in ere herstellen, komen we niet meer weg met het gemakkelijke relativisme van 'jij jouw waarheid, ik de mijne'. De waarde van waarheid houdt in dat ik ongelijk kan hebben en jij gelijk. Het betekent dat we met elkaar in debat moeten om hiërarchie aan te brengen in meer en minder waar. En dat staat op gespannen voet met gelijkheid, een centraal uitgangspunt van onze samenleving.

Onze liefde voor gelijkheid en de hieruit volgende democratisering van kennis, macht en kapitaal, verklaart ook de minachting voor experts. Democratie betekent one man one vote. Maar zonder de waarheid als kwaliteitstoets leidt dit democratisch uitgangspunt al snel tot verwarring. De mening van de professor die er jaren op heeft gestudeerd, weegt ineens even zwaar als de mening van iemand die net voor het eerst op het onderwerp heeft gegoogeld. Mensen voelen dat écht zo. 'Wat een arts weet, is wat ik weet', zegt transitiegoeroe Tony Bosma. Onzin natuurlijk. Zelfs als alle data 'gedemocratiseerd' zou zijn, blijft er een verschil tussen informatie en kennis en het deskundige oordeel van de expert.

Niet iedere mening telt. Niet iedere zienswijze is even waar en daarmee even waardevol. We moeten waarheid weer als waarde omarmen. Dat hebben wij democraten nodig om voor onszelf te kunnen rechtvaardigen dat we meer waarde moeten hechten aan wat experts zeggen dan aan wat leken roepen.

Logicus Bertrand Russell, een man die leefde voor de waarheid, heeft hiervoor ooit mooie vuistregels geformuleerd: 1) als de experts het eens zijn, moeten leken accepteren dat het waarschijnlijker is dat deze consensus waar is, dan dat het tegendeel waar zou zijn; en 2) als de experts van mening verschillen, kan de leek zich beter van een oordeel onthouden.

Waarheid conflicteert ook met breed geaccepteerde waarden als tolerantie en respect. Wat er gebeurt als je de waarheid uit het oog verliest en alleen nog vanuit tolerantie handelt, heeft niemand recentelijk mooier en schokkender omschreven dan journalist Margalith Kleijwegt.
Kleijwegt bezocht vorig jaar in opdracht van de minister van Onderwijs een aantal mbo's en hbo's. Ze beschrijft in haar rapport '2 werelden, 2 werkelijkheden' hoe docenten worstelen met klassen waarin zowel PVV-aanhangers als gelovige moslims zitten. Een docente toont een filmpje van de aanslag op de Twin Towers. Twee leerlingen willen een ander filmpje laten zien, een versie waaruit blijkt dat de Amerikanen en de zionisten erachter zaten. Dat mag van de docente. Prima, ze respecteert de verschillende perspectieven.

Dan komt het. Na de twee filmpjes besluit de docente 'neutraal te blijven'. Ze vond dat 'beide waarheden op deze manier naast elkaar konden bestaan'. Met alle begrip voor de lastige situatie waarin de docente zich bevindt: dat is een jammerlijke misser. Hier leren die kinderen niets van, geen feitenonderzoek, geen debat, niet het inleven in andermans perspectief en al helemaal niet: beschaafd samenleven. Niets.

'Een leraar moet zin van onzin durven scheiden', schreef Aleid Truijens pas nog in een heldere column over Kleijwegts onderzoek. Eens, maar dan moet een leraar daar ook opdracht toe krijgen. Scholen hameren voortdurend op respect en tolerantie, maar - best vreemd voor kennisinstellingen - zelden expliciet op de waarheid. Deze docente nam het niet op voor de waarheid en koos de makkelijke weg van het relativisme.

Mag deze docente dat dan niet zelf weten? Nee dus. Vrijheid is een groot goed. Het is de waarde die op de menukaart van onze premier vanzelfsprekend bovenaan staat. Maar vrijheid zou hier moeten wijken voor de waarheid. Het is niet 'anything goes', want sommige uitspraken zijn nu eenmaal meer waar dan andere.

Een morele opdracht

We hebben de waarheid weggepoetst van ons blazoen, omdat deze klassieke waarde ongemakkelijk botst met moderne waarden als gelijkheid, democratie, tolerantie en vrijheid.

Dat is een kostbare vergissing. Een misstap die hersteld moet worden. Het streven naar waarheid is, net als het optimisme van filosoof Karl Popper, een morele opdracht. We moeten de waarheid verdedigen tegen relativisme, tegen gemakzuchtige tolerantie en tegen de wals van democratische gelijkheid.

Waarheid staat voor een nieuwsgierige en kritische levenshouding. Waarheid staat voor eerlijk en vertrouwenwekkend gedrag.

We hebben waarheid gewoon nodig, ook heel praktisch. Het streven naar het ware is wat ons bindt. Alleen voor wie naar waarheid zoekt, is het inhoudelijk interessant te debatteren. Vergeten we de waarheid, dan kunnen we ons net zo goed helemaal terugtrekken in de comfortabele filterbubbles van het eigen gelijk. Dan versplintert de samenleving.

Als we de zoektocht naar de waarheid blijven relativeren, als we blijven ontkennen dat er zoiets bestaat als een meer en een minder waar en als we experts koppig als onze gelijke blijven zien, dan zullen paranoia en wantrouwen nog meer de overhand krijgen. En met het verlies van onze 'high trust'-samenleving verdwijnen ook alle politieke, sociale, culturele, juridische én economische voordelen die daarbij horen.

Dit mogen we niet laten gebeuren. Alleen met de waarheid hoog in het vaandel kunnen we samenleven in een maatschappij waarin we elkaar kunnen vertrouwen: in truth we trust.

Kees Kraaijeveld is filosoof, psycholoog en directeur van De Argumentenfabriek.

Wat kunt u zelf doen?

1 Onderstreep het belang van waarheid en waarheidsvinding

2 Strijd tegen onwaarheden

3 Neem niets voor waar aan zonder onderbouwing

4 Zoek actief naar tegenbewijs

5 Bestrijd relativisme

6 Trek niet zonder reden de waarheden van experts in twijfel

7 Bestrijd cynisme

8 Zoek actief naar feiten en onderbouw ze zo cijfermatig mogelijk

9 Heb oog voor de kwaliteit van informatie

10 Heb oog voor de kwaliteit van de bron van informatie

11 Verdedig experts en hun instituten

12 Accepteer geen leugens van politici

13 Stem nooit op politici die liegen

14 Maak consequent onderscheid tussen feiten en meningen

15 Streef naar waarheid, streef naar consensus over de feiten

16 Neem nooit genoegen met 'ook een mening'

http://www.volkskrant.nl/politiek/-we-zijn-de-waarheid-uit-het-oog-verloren~a4391497/?utm_source=twitter&utm_medium=social&utm_campaign=shared%20content&utm_content=paid&hash=a184b05a250ca8b110b3c093b8a64307ed8a8bb5





"Weg met het relativisme"
Het eerste wat ik me altijd afvraag bij het lezen van een leus is de vraag naar het alternatief.
"Lang leve het niet-relativisme".
In de logica, toch een wezenlijk element van de waarheid, kan men er niet omheen dat niet-relativisme en absolutisme met elkaar verwant zijn.
Maar, ik geef het toe, daar kan over gedebatteerd worden. Het is niet de waarheid.
(Alleen voor wie naar waarheid zoekt, is het inhoudelijk interessant te debatteren.)
Er is nu eenmaal een verschil tussen de waarheid spreken en naar de waarheid streven.

Ik wou het hebben over een feit.
Kees Kraaijeveld is filosoof, dat is een expert in de filosofie.
Als een filosoof zijn zin met een 'anything goes' lardeert, dan mogen we er van uitgaan dat hij weet waar hij het over heeft.
Niet dus.
Volgens Wikipedia verwijst 'anything goes' naar een musical, een titelsong of een film.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Anything_Goes
Eens te meer een bewijs dat Wikipedia alvast geen expert in de filosofie genoemd kan worden.
'Anything goes' verwijst naar een stelling van filosoof Paul Feyerabend.

It is clear, then, that the idea of a fixed method, or of a fixed theory or rationality, rests on too naive a view of man and his social surroundings. To those who look at the rich material provided by history, and who are not intent on impoverishing it in order to please their lower instincts, their craving for intellectual security in the form of clarity, precision, "objectivity", "truth", it will become clear that there is only one principle that can be defended under all circumstances and in all stages of human development. It is the principle: anything goes.

Het moet duidelijk zijn dat Feyerabend hier niet mee bedoelde dat alles zo maar om het even is.
Het gaat over de methode.
Over het feit dat een musical, een titelsong of een film evenveel zoden aan de dijk kan zetten dan een essay (bijna had ik 'opiniebijlage' geschreven.)
Of een karamellenvers.

als we blijven ontkennen dat er zoiets bestaat als een meer en een minder waar
dan lijkt het onderscheid tussen "zijn" en "bestaan" mij nog niet zonneklaar.




zaterdag 1 oktober 2016

De pierewieter


"Er zijn mensen die beweren dat God bestaat, zonder dat je het kunt bewijzen. Toch doen ze alsof God een realiteit is. Ik noem ze pierewieters. Rik Torfs is er zo een."
Etienne Vermeersch

Als er één ding is dat we van Etienne Vermeersch moeten onthouden, dan is het wel dit:
Als er iets is wat niet bestaat dan verzin je het toch gewoon.

"Er zijn mensen die beweren dat de Rede bestaat, zonder dat je het kunt bewijzen. Toch doen ze alsof de Rede een realiteit is. Ik noem ze trampolijners. Etienne Vermeersch is er zo een."

"Ignodichotomie" lijkt me ook een prachtig woord.
of "zeugmablind".


zaterdag 24 september 2016

Karel Lotingen

http://indrukmagazine.be/essay/recensies-zijn-een-religie#more-812

Hallo, ik ben geen schrijver.
God verhoede het!
Stel je gewoon even voor dat je een simpele taalfaut zou schrijven, een kleine letter in plaats van een hoofdletter bijvoorbeeld. Geheid dat de eerste de beste B-schrijver in zijn pen kruipt. Het zal je maar overkomen. Een focus op de vorm waardoor je inhoud verdwijnt, jawel hoor, als sneeuw voor de zon.
Een metafoor die iet of wat afwijkt van het gangbare? No way, Jose!
(Dat is Engels, Joost mag weten wat dat betekent. Gelukkig bestaat er vandaag de dag zoiets als een boek, een woordenboek.)
Stenen kloten krijg ik van die holle woorden.
"Literaire recensies zijn net als religie. Namelijk per definitie oninteressant omdat het uitgaat van een ideaalbeeld."
Jezus Christus, het lijkt wel een tweet van Rik Torfs.
Recensenten zijn lezers, schrijvers zijn pastoors.






Jurriën Hamer

De PVV begrijpt niks van democratie: een echte democraat is ook bereid zich tegen de meerderheid te verzetten


In de Volkskrant van afgelopen zaterdag kopte Martin Sommer dat democratie draait om het recht zelf te beslissen, en niet om nemen van de juiste beslissingen. Hij brak een lans voor het in opdracht van de PVV geschreven rapport van Thierry Baudet en Paul Cliteur, waarin gepleit wordt voor het invoeren van bindende en door burgers geïnitieerde referenda. Van de PVV zelf zou zelfs de Grondwet direct per referendum gewijzigd moeten kunnen worden.
Deze voorstellen lijden aan een fatale denkfout: de gedachte dat wanneer we het met elkaar oneens zijn, de meerderheid van stemmen altijd beslissend is.
Dat is niet zo: soms heeft de meerderheid het recht niet om de minderheid te dwingen. Soms moet een meerderheid tegen principiële grenzen aanlopen, die niet zomaar overgestoken kunnen worden. En daar kan het voortbestaan van de democratie zelf vanaf hangen.
Het gevaar van democratie
Dat klinkt antidemocratisch. Zijn burgers niet de baas, en hebben zij geen recht om absoluut en direct voor zichzelf politieke keuzes te maken? Als de meerderheid iets wil, moet het gebeuren. Dat is democratie. Toch?
Niet per se. Want de meerderheid kan grandioze fouten maken. In het verleden hebben democratische meerderheden dictators aangesteld en slavenhandel toegestaan. En vandaag de dag zijn vele democratische meerderheden nog steeds niet bereid het nodige te doen om een duurzaam klimaat te garanderen. De meerderheid is soms niet te vertrouwen. Wie daaraan twijfelt heeft te weinig toespraken van Donald Trump beluistert.
Het helpt ook niet om te suggereren dat men in een democratie het recht heeft om fouten te maken. Dat mensen door schade en schande wijs worden en moeten leren zichzelf te besturen. Want soms zijn fouten onomkeerbaar. Een marteling kan je niet terugnemen. Een deportatie kan je niet terugnemen. En als de Nederlandse regering ooit met harde hand moskeeën sluit, is het besmeurde blazoen niet zomaar schoongeveegd.
De vraag is alleen: wie bepaalt waar de grenzen liggen?
Het recht de democratie te beschermen
Voor Wilders en co. is het antwoord simpel: niemand mag dat bepalen. Het zou in hun ogen het toppunt van arrogantie zijn als iemand besluit de wil van de meerderheid in te perken. Want waarom zou een expert, een rechter of wie dan ook het beter weten dan de meesten? Waarom zou een verwaande elitaire geleerde met de vinger mogen wijzen naar een meute die alle twijfel verloren heeft? Wilders zou het waarschijnlijk niet kunnen bedenken – en daarom is radicale democratie zijn enige antwoord.
Maar hier maakt Wilders, en alle andere populisten met hem, zijn cruciale denkfout. Want hoewel niemand meer democratische rechten heeft dan de rest, heeft iedereen de verantwoordelijkheid om grenzen te stellen aan de wensen van de meerderheid – en om te vechten als die wensen veranderen in tirannie.
Om dat in te zien hoef je jezelf alleen een simpele vraag te stellen: waarom zou de meerderheid überhaupt iets mogen beslissen? Waarom moeten we luisteren als 51 van de 100 mensen iets willen? Het antwoord – en dat zal zelfs Wilders onderschrijven – is dat alle 100 het recht hebben om over zichzelf te beschikken. En dat als ze allemaal gelijke rechten hebben, de wil van 51 belangrijker is dan de wil van 49. Een pleidooi voor de wil van de meerderheid impliceert dus een erkenning van gelijke rechten.
Nu kunnen we de denkfout zien. Want als je gelooft dat mensen gelijke rechten hebben, kan je niet zomaar accepteren dat deze rechten afgeschaft worden, ookal wil de meerderheid hiertoe besluiten. Dat is de paradox van democratie: precies het principe dat ons de wil van de meerderheid doet accepteren, moedigt ons ook aan om ons tegen de meerderheid te verzetten. We kunnen dus niet coherent nadenken over democratie zonder ons voor te stellen wat de grenzen zijn van die democratie.
Sterker nog, het feit dat Wilders deze grenzen niet erkent, geeft aan dat hij geen echte democraat is. Een echte democraat verbindt de wil van een volk namelijk aan een Grondwet die deze wil inperkt. Een echte democraat durft te staan voor democratie, zelfs als de meerderheid de democratie zelf bedreigt.
Democratische zelfbescherming
Dit betekent niet dat de elite de meerderheid moet beteugelen. Als een college van rechters zomaar grenzen kan stellen aan de wil van de meerderheid, is er geen sprake meer van democratie, maar van aristocratie. Het volk moet daarom zichzelf beteugelen.
Dat is in het verleden ook regelmatig gebeurt. Met bijzondere – grotere – meerderheden is de Grondwet aangepast, opdat in de toekomst de macht van simpele meerderheden zou zijn begrenst. En er zijn wetten en verdragen aangenomen die zo moeilijk te veranderen zijn, dat ze een vergelijkbare bescherming opleveren.
Wie uitzoomt ziet in de politiek een haag van instituties staan die de meerderheidsbeslissing sturen en begrenzen – van de Eerste Kamer tot het Europese Hof van de Rechten van de Mens. Zij waken over de normen die generaties voor ons het belangrijkste vonden. Zoals het recht niet gediscrimineerd te worden. Het recht op een eerlijk proces. En natuurlijk onze politieke rechten.
Het mag niet verwonderen dat dit precies de ‘elitaire’ instituties zijn die een partij als de PVV graag zou willen slopen. Want zolang deze wachters bestaan, betekent een meerderheid van 76 zetels nog niet dat een minaret in de fik kan worden gestoken, en een gehele cultuur het land uit kan worden gejaagd.
En dat is maar goed ook. Echte democratie is veel meer dan een opzwepend referendum dat met een simpel en veranderlijk meerderheidje onze constitutionele waarden wegwuift.
Echte democratie is inzien waarom het volk de macht heeft, en waarom het volk zich altijd tegen zijn eigen tekortkomingen dient te beschermen.

https://bijnaderinzien.org/2016/09/22/de-pvv-begrijpt-niks-van-democratie-een-echte-democraat-is-ook-bereid-zich-tegen-de-meerderheid-te-verzetten/

De vraag is alleen: wie bepaalt waar de grenzen liggen?
Voor Wilders en co. is het antwoord simpel: niemand mag dat bepalen.

Ik kan het wel een beetje begrijpen hoor. Het academiejaar is nog maar net begonnen, de academicus is nog een beetje in vakantiestemming. We beleven een mooie nazomer, we lopen nog in bermuda en op sandalen rond in plaats van in dat strakke pak. Het mag allemaal nog ietsje losser.
En voor je er erg in hebt nestelt er zich een denkfout in je brein.
Meer specifiek de stropopredenering.
Ik denk niet dat de vraag "Wie bepaalt waar de grenzen liggen?" ooit aan Wilders gesteld is.
Elk antwoord op die vraag is dus louter speculatie.
Op zich is het natuurlijk wel mogelijk dat Wilders effectief dat antwoord zou geven.
Maar als ik Wilders zou zijn, zou ik het niet doen.
Ik zou antwoorden: "de meerderheid bepaalt waar de grenzen liggen."
Einde van de gedachte ontwikkeling.
Wat in dit geval eerder een geluk dan een ongeluk genoemd kan worden.
Een ontkenning van de feiten is immers altijd nog erger dan een denkfout.
Feit: de meerderheid is op dit ogenblik voorstander van de parlementaire democratie en tegenstander van het referendum.
Wilders verzet zich tegen deze meerderheid.
Wilders als de Robin Hood van de democratie, de horror.