zondag 30 september 2012

Georges Bernanos



"Ce que nous appelons hasard c'est peut-être la logique de Dieu."
"Wat wij toeval noemen, is misschien de logica van God."
Georges Bernanos.

Ik ben nog helemaal in de ban van het toeval.

Van Wittgenstein naar Spinoza, het is een kleine stap voor de mens, maar een grote stap voor de mensheid.
Helemaal in het denkkader van het vorige stuk zou ik u graag nog een keer Spinoza serveren.

http://users.telenet.be/rwmeijer/spinoza/ethpars2.htm#p43
PROPOSITIO XLIII. Qui veram habet ideam, simul scit se veram habere ideam, nec de rei veritate potest dubitare.  
Et quaeso, quis scire potest, se rem aliquam intelligere, nisi prius rem intelligat? hoc est, quis potest scire, se de aliqua re certum esse, nisi prius de ea re certus sit? Deinde quid idea vera clarius et certius dari potest, quod norma sit veritatis? Sane sicut lux se ipsam et tenebras manifestat, sic veritas norma sui et falsi est. 
 
PROPOSITIO XLIV. De natura rationis non est res ut contingentes, sed ut necessarias contemplari. 
COROLLARIUM I. Hinc sequitur, a sola imaginatione pendere, quod res tam respectu praeteriti, quam futuri, ut contingentes contemplemur.
COROLLARIUM II. De natura rationis est res sub quadam aeternitatis specie percipere. 

 http://www.gutenberg.org/dirs/1/5/4/9/15497/15497-h/15497-h.htm
Stelling XLIII.
Wie een ware voorstelling heeft, wéét tevens dat hij een ware voorstelling heeft en kan aan de waarheid ervan niet meer twijfelen.
Ik vraag u: wie kan weten dat hij een of andere zaak begrijpt, als hij niet eerst die zaak begrepen heeft? D.w.z.: wie kan wéten dat hij zeker is omtrent een of andere zaak als hij niet eerst omtrent die zaak zeker is? En dan: welk helderder en zekerder kenteeken der waarheid zou er kunnen zijn dan een ware voorstelling? Voorwaar, evenals het licht zichzelf en de duisternis openbaart, zoo ook is de waarheid de toets van zichzelf en van het valsche.

Stelling XLIV.
Het ligt niet in den aard der Rede de dingen als toevallig, wel echter ze als noodzakelijk te beschouwen.
Gevolg I: Hieruit volgt dat het uitsluitend van de verbeelding [voorstelling] afhangt dat wij dingen, zoowel ten opzichte van het verleden als van de toekomst, als toevallig beschouwen.
Gevolg II: Het ligt in den aard der Rede, de dingen in een of ander opzicht te beschouwen uit het gezichtspunt der eeuwigheid.

De vraag van 1.000.000 euro:
Wie kan aantonen dat hij/zij over paranormale vermogens beschikt of claims kan hard maken die onmogelijk zijn volgens de huidige wetenschappelijke kennis, ontvangt van SKEPP vzw de som van 1.000.000 euro. Enkel beweringen waarvan het resultaat objectief kan vastgesteld worden, komen in aanmerking voor de test.

Stelling van het zevende knoopsgat:
Ik kan een claim hardmaken door beroep te doen op de huidige wetenschappelijke kennis.
 

zaterdag 29 september 2012

Jane Born



Mijn kat Erwin heeft me gevraagd of ik mijn visie op Wittgenstein op een begrijpelijke manier kan weergeven.
(De eminente wetenschapper Lawrence Krauss doet de voor mij toch wel opmerkelijke uitspraak: "De wetenschap vertelt ons dat we onze intuïtie over het niets moeten aanpassen. Niets is ook iets."
Geen kat is ook een kat met andere woorden. Om de vraag van het niets - wat is niets? -  te omzeilen: wiens kat is geen kat?)
Mijn kat Erwin stelt een problematische vraag, mijn visie op Wittgenstein kan niet "begrijpelijk" worden weergegeven.

My propositions are elucidatory in this way: he who understands
me finally recognizes them as senseless
Meine Sätze erläutern dadurch, dass sie der, welcher mich versteht,
am Ende als unsinnig erkennt,

Een beetje zoals Richard Feynman: "If you think you understand quantum mechanics, you don't understand quantum mechanics".

Gelukkig is er altijd het toeval om een handje toe te steken.
Bart Eeckhout heeft een column in de Muze, de avonturen van een vader en zijn zoon.
Vorige week schreef hij dat er een tweede kind in het gezin op komst was, een "ongelukje".
"Het is niet gewenst, maar het is welkom".
Deze week komt hij er op terug.
"Die zin - kort en toch dubbelzinnig - is aan de schoenen blijven plakken als een streep hondenpoep. Hoe meer ik ermee wrijf, hoe meer het begint te stinken".
https://docs.google.com/file/d/0BzrlzA4RJv1xU2VxSnBNcmthems/edit


Weet u nog dat ik een film ging maken? Jammer genoeg zijn die wilde plannen op de lange baan geschoven wegens een gebrek aan subsidies. Ik had wel al een toffe titel: The Born identity. De outline kon de subsidie commissie niet overtuigen. Dus beperken wij ons (mijn verwaandheid - ik ben een "God" - is bescheidenheid -ik ben "een" God -, mijn wij is altijd pluralis majestatis, het is nooit meer dan een ik) tot deze tekst opgedragen aan al het ongeboren leven, opgedragen aan Jane Born. Of Jane Eeckhout zo u wil. In mijn hoofd is het een meisje. Nietzsche weet u wel, "Vorausgesetzt, dass die Wahrheit ein Weib ist .."

"Het is niet gewenst, maar het is welkom".
Wat voor een rare zin is dat?
Iets dat welkom is, is gewenst. En iets dat niet welkom is, is niet gewenst.
Een mens heeft geen eminente wetenschapper als Lawrence Krauss nodig om deze logica te begrijpen.
"Persona non grata (meervoud: personae non gratae) is Latijn voor een persoon die niet welkom, niet gewenst is. Die persoon is dan 'uit de gratie'. "
http://nl.wikipedia.org/wiki/Persona_non_grata
Eigenlijk staat er dus "Het is niet gewenst, maar het is gewenst."
Wat voor een onzin is dat?
Dat is Wittgenstein.
En iedereen "begrijpt" Wittgenstein.
"Je denkkader wordt terstond aangepast aan de nieuwe toestand".
Aanvankelijk was het niet gepland, aanvankelijk was het niet gewenst.
Maar van zodra er een nieuwe toestand "is", "is" er ook een nieuw denkkader.
We (Zou het ?) kunnen ons van het ene op het andere moment gewoon niet meer voorstellen dat het niet gewenst "is".
Dat is Wittgenstein.

http://www.gutenberg.org/files/5740/5740-pdf.pdf
Das Buch behandelt die philosophischen Probleme und zeigt—wie ich

glaube—dass die Fragestellung dieser Probleme auf dem Missverständnis
der Logik unserer Sprache beruht. Man könnte den ganzen Sinn des
Buches etwa in die Worte fassen: Was sich überhaupt sagen lässt, lässt
sich klar sagen; und wovon man nicht reden kann, darüber muss man
schweigen.
Das Buch will also dem Denken eine Grenze ziehen, oder vielmehr—
nicht dem Denken, sondern dem Ausdruck der Gedanken: Denn um dem
Denken eine Grenze zu ziehen, müssten wir beide Seiten dieser Grenze
denken können (wir müssten also denken können, was sich nicht denken
lässt).
 
The book deals with the problems of philosophy and shows, as I
believe, that the method of formulating these problems rests on the misunderstanding
of the logic of our language. Its whole meaning could be
summed up somewhat as follows: What can be said at all can be said
clearly; and whereof one cannot speak thereof one must be silent.
The book will, therefore, draw a limit to thinking, or rather—not to
thinking, but to the expression of thoughts; for, in order to draw a limit
to thinking we should have to be able to think both sides of this limit
(we should therefore have to be able to think what cannot be thought).
The limit can, therefore, only be drawn in language and what lies on
the other side of the limit will be simply nonsense.

"Was" en "Wovon" zijn de sleutelwoorden.
"What" en "Whereof".
Het zijn Jane Born woorden, passe-partout woorden.
Het zijn lege dozen waarin we ons kunnen verschuilen voor onszelf.
Waarover men niet kan praten, daarover moet men zwijgen.
Het zijn van die zinnen waarin een "ik" probleemloos kan vervangen worden door een "men" of een "we". Het zijn zinnen waarin "niets" gezegd wordt. Pas als de "waarover" een bepaalde invulling gekregen heeft wordt er "iets" gezegd. Maar als de "waarover" een bepaalde invulling gekregen heeft is er per definitie ook een bepaalde toestand mee gemoeid. Als u mee bent, dan vertoeft u op dit ogenblik in een gelijkaardige toestand als deze waar ik me in bevind. Ik geraak er niet meer uit, ik wil er niet meer uit.

GENOEG!

Eigenlijk wou ik u gewoon vertellen dat ik gisteren toevallig een overtuigend optreden van US rails heb bijgewoond. (Om eerlijk te zijn, die "toevallig" is een beetje gelogen - mijn vrouw had het gepland - om mijn pointe in de verf te zetten)

 




Vrij eenvoudige tekst, meer moet dat niet zijn.

Jane Born zal er toevallig zijn.
Dat is een fantastisch gesternte.

Karl Marx



"Geen socialisme, maar marxisme", zo omschrijft captain of industry Luc Bertrand (Ackermans & van Haaren) het beleid van de regering-Di Rupo I.

En hop, Karl Marx stond in het uitstalraam deze week.
Uiteraard geen verhaal over marxisme zonder het antwoord op de vraag "Wat is marxisme"?
Ik ga voor het antwoord van Jean Paul Van Bendegem in de Morgen.

http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1508923/2012/09/30/De-toestand-is-hopeloos-en-vrolijk.dhtml

De toestand is hopeloos én vrolijk


OPINIE − 30/09/12, 10u54
Dwars op een wereld van toenemend fanatisme en pessimisme, predikt de filosoof een vrolijk atheïsme, schrijft Jean Paul Van Bendegem. Hij is wetenschapsfilosoof en auteur van het bij Houtekiet pasverschenen De vrolijke atheïst.
 
Af en toe geef ik voor verenigingen in het Vlaamse culturele landschap een lezing over mijn atheïstische levenshouding. Zonder uitzondering krijg ik de vraag: "Maar mijnheer, als u atheïst bent, wat belet u dan de straat op te gaan en mensen neer te schieten?"

Ik vermoed dat de vraag is ingegeven door de gedachte dat de atheïst een hogere instantie ontbeert die hem of haar tijdig tot de orde kan roepen. Mijn antwoord heeft drie fases gekend.

De eerste fase was het cynische antwoord: "Mevrouw, ik heb niet de indruk, als ik naar de geschiedenis kijk, dat gelovig zijn daar veel aan verhelpt." Hoewel cynisch? Lees er maar het magistrale bijna voltooide magnum opus van Karlheinz Deschner, Kriminalgeschichte des Christentums, op na en dan houdt het op cynisch te zijn.

De tweede fase was de gespeelde verbijstering. Mijn lichaamstaal liet weten dat de vraagsteller beschaamd hoorde te zijn zo'n domme vraag gesteld te hebben.

Mijn derde en huidige fase is mijn eenvoudig en oprecht antwoord: "Mevrouw, als atheïst heb ik alleen maar mijn medemens in wie ik mijzelf herken vermits we samen mens zijn, dus, zou ik iemand neerschieten, ik schoot mezelf neer en daar heb ik geen zin in." En ik kan het niet laten om eraan toe te voegen: "Bovendien ben ik een filosoof en kan ik niet mikken dus sowieso stelt het probleem zich niet."

Product van omgeving
Meen ik het echt dat ik mij in mijn medemens herken?, hoor ik de scepticus en cynicus samen vragen. Echt alle mensen? Dus ook de grootste fanatiekelingen, fundamentalisten en freaks? Jazeker. Niet dat ik mij kan inleven, het gaat niet om empathie, zelfs niet om sympathie, maar ik kan mij voorstellen dat in bepaalde omstandigheden ik even fanatiek door het leven zou gaan. Ik zie mijzelf als een product van mijn omgeving, niet alleen van mijn biologische voorgeschiedenis, zeg maar het genetische materiaal van mijn ouders, maar ook van mijn opvoeding - gereformeerd protestant, daar zeg je u tegen - en mijn verdere ontwikkeling tot wat en wie ik nu ben.

Zo ook wil ik graag te weten te komen wat mensen kan drijven tot zulke fanatieke houdingen. Al snel kom je tot het besef dat het geen zuiver religieuze zaak is maar dat maatschappelijke, politieke en vooral economische factoren een essentiële rol spelen - jawel, ik beken, ik ben een marxist, de onderbouw bepaalt de bovenbouw, het kapitalisme is zichzelf aan het uitputten, dat type uitspraken koester ik heel sterk. Het wijst meteen ook de weg naar mogelijke oplossingen: speel in op die omgeving.

Ja maar, hoe dan?, hoor ik die twee van daarnet met een monkellach vragen. Toegegeven, ik weet het effectief niet. Maar dat is niet erg want de oplossing hoeft niet enkel en alleen in mijn hoofd te zitten. Je moet daar een pak hoofden voor inschakelen, tot een slimme werkverdeling overgaan en nadien proberen alle stukken en beetjes die de aparte hoofden hebben geproduceerd aan elkaar te lijmen. Wacht eens! We hebben al iets dat daar enorm op lijkt. We noemen het wetenschap of, beter, de wetenschappen.

Ik zeg wel degelijk 'lijken op'. Want de prominentste wetenschappen van dit ogenblik situeren zich in de exacte wetenschappen, de (bio-)ingenieurswetenschappen, de geneeskunde, ten nadele van de brede waaier van humane en sociale wetenschappen. Het zullen precies die wetenschappen zijn die we het hardst nodig zullen hebben om onze omgeving te begrijpen.

Regen van ideeën
Is het eigenlijk niet grappig - en ziehier al een belangrijke bron van mijn vrolijkheid over Life, the universe, and everything, om Douglas Adams er even bij te halen - dat we het kleinste in het universum kunnen vatten, Higgs voorop, net zoals het grootste, het universum zelf, maar dat helaas dat deel in het midden, namelijk wij, mensen op deze planeet, zo moeilijk in kaart kan worden gebracht? Het betekent ook dat er nog waanzinnig veel werk moet worden verricht en daar word ik nog eens vrolijk van.

In de tussentijd is het wel behelpen geblazen. Gelukkig is de mens nog nooit gestoord geweest door een gebrek aan kennis en dus regent het opinies, opvattingen, ideetjes, halve en lege waarheden, het kan niet op. Ik sla de krant open en mijn ogen gaan open van verwondering, verbazing en uiteindelijk vrolijkheid. Di Rupo een marxist, let wel gelukkig geen trotskist? Geld dat verdampt, wat mag dat wezen? De beurzen reageren zenuwachtig, misschien is een kalmeermiddel aangewezen? Driehoeken en zandlopers, wat is het gezondst? Ik krijg zo veel dingen over mij heen die ik alleen maar als ficties kan ervaren. Soms denk ik dat ik mijn leven in een verhaal doorbreng en ik vermoed, om eerlijk te zijn, dat het Alice in Wonderland is. Niet erg want een bijzonder vrolijk verhaal.

De scepticus en cynicus kijken mij verbaasd aan: "Hier klopt iets niet. Je claimt atheïst te zijn en nergens hebben we gelezen dat God niet bestaat, hoe kan dat?" Sorry, beste mensen, maar we hebben dringender problemen aan te pakken. Ik ben een atheïst, niet enkel omdat de grote baas niet bestaat, maar vooral omdat ik tussen de mensen sta. Verder blijf ik van mening dat de grenzen van vrije meningsuiting met moeite zichtbaar mogen zijn.


"... jawel, ik beken, ik ben een marxist, de onderbouw bepaalt de bovenbouw".
We hebben bepaald wat marxisme is.
"We", dat zijn ik en Jean Paul. Je kan je de vraag stellen of dat nu de "onderbouw" dan wel de "bovenbouw" is.
"Je moet daar een pak hoofden voor inschakelen", zegt Jean Paul nog, "Je moet daar een pak hoofden voor inschakelen, tot een slimme werkverdeling overgaan en nadien proberen alle stukken en beetjes die de aparte hoofden hebben geproduceerd aan elkaar te lijmen. Wacht eens! We hebben al iets dat daar enorm op lijkt. We noemen het wetenschap of beter, de wetenschappen. Ik zeg wel degelijk 'lijken op'. Want de prominentste wetenschappen van dit ogenblik situeren zich in de exacte wetenschappen, de (bio-)ingenieurswetenschappen, de geneeskunde, ten nadele van de brede waaier van humane en sociale wetenschappen. Het zullen precies die wetenschappen zijn die we het hardst nodig zullen hebben om onze omgeving te begrijpen".
Ik geef het toe, voor mij wordt het discours op dit punt te moeilijk om volgen. Het precieze onderscheid tussen exacte en humane wetenschappen is me nooit helemaal duidelijk geworden. Iemand wel eigenlijk?
Ik houd het dus gemakshalve op "je moet daar een pak hoofden voor inschakelen".
Ik en Jean Paul, dat kan moeilijk gelijk gesteld worden met "een pak".
"Relavantie? edelachtbare", hoor ik de tegenpartij verveeld vragen tijdens het proces. Waar leidt dit allemaal naar toe.

http://skepp.be/nieuws/skepp-verhoogt-sisyphus-prijs-tot-1000000-euro

De Sisyphus Prijs van €10.000 wordt vanaf 1 oktober 2012 opgetrokken tot 1 000 000 euro (één miljoen euro) voor de duur van één jaar.
SKEPP is principieel bereid elke ernstige bewering over vreemde of paranormale eigenschappen te onderzoeken en mensen te testen die beweren over zulke vermogens te beschikken. Wie kan aantonen dat hij/zij over paranormale vermogens beschikt of claims kan hard maken die onmogelijk zijn volgens de huidige wetenschappelijke kennis, ontvangt van SKEPP vzw de som van 1.000.000 euro.

"Het bedrag komt van een rijke man die zich ergert aan waarzeggers en de pseudo-wetenschappelijke prietpraat waarmee we overspoeld worden" zegt Willem Betz, voorzitter van skepp, in de krant.
Een rijke man 1.000.000 euro afhandig maken, dat is het guitige aspect van Karl Marx. Ik ben altijd gecharmeerd door het guitige aspect van een filosoof.

Als u één dezer ("we" hebben één jaar de tijd) eens tijd heeft moet u zich een keer verdiepen in het "driedeurenprobleem".
http://nl.wikipedia.org/wiki/Driedeurenprobleem
Mij gaat het over "claims kan hard maken die onmogelijk zijn volgens de huidige wetenschappelijke kennis" en het antwoord op de vraag "hoe kan ik een claim hard maken?".
Veel plezier.

P.S. de wereld is hopeloos òf vrolijk.



woensdag 26 september 2012

Ferdinand Kürnberger



Bart De Wever is één van mijn favoriete columnisten.
Enerzijds omdat hij de wereld dikwijls op zijn kop probeert te zetten en anderzijds omdat hij geen angst heeft om zich tot mijn niveau te verlagen, het niveau van Wittgenstein, het niveau van de onzin.



My propositions are elucidatory in this way: he who understands
me finally recognizes them as senseless
Meine Sätze erläutern dadurch, dass sie der, welcher mich versteht,
am Ende als unsinnig erkennt,

En uiteraard ook omdat er gereageerd wordt op zijn column.
Zijn columns verdampen aldus tot het meta-niveau.
Ik vind inspiratie in de reacties op zijn columns, maar die inspiratie is in feite terug te brengen tot het meta-niveau. Ik veronderstel althans dat dat zo een beetje de uitleg is die echte filosofen er aan zouden geven.

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20120925_00311078

Wittgenstein citeren is goed, maar bij voorkeur juist.              

Het citaat van Ludwig Wittgenstein dat Bart De Wever goed uitkwam in zijn column was niet volledig, schrijft BART ENGELEN. Daardoor kwam de taalfilosoof in een iscours terecht waar hij niet thuishoort.
In zijn column over ‘Het A-woord' (DS 25 september) maakt Bart De Wever enkele kritische bedenkingen bij de recente commotie rond het gebruik van de term ‘allochtoon'. Volgens hem moeten we ons richten op de echte problemen en niet op de woorden die we gebruiken om deze problemen te beschrijven. Maar de steun die hij zoekt bij taalfilosofen is volledig misplaatst. Ook al kent hij blijkbaar Ludwig Wittgensteins befaamde devies wel (‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen') jammer genoeg heeft hij het helemaal fout begrepen.
De Wever begeeft zich expliciet op taalfilosofisch domein: ‘Taal maakt de werkelijkheid. Dat is een opmerkelijke redenering, want ze druist in tegen het acquis van enkele honderden jaren analytische taalfilosofie, waarin taal wordt beschouwd als een middel om de werkelijkheid te beschrijven.' Voor iedereen met ook maar enige notie van taalfilosofie is het lezen van deze ene zin een ware marteling.
Taal is niet neutraal
Ten eerste bestaat de analytische taalfilosofie nog maar ruim honderd jaar.
Ten tweede begrijpt de dominante stroming binnen de taalfilosofie taal helemaal niet als beschrijving van de werkelijkheid, maar als constitutief voor de werkelijkheid. Geloofde de jongere Wittgenstein nog dat taal kon en moest fungeren als spiegel voor de realiteit, dan groeide al snel bij hem – en bij de meeste andere taalfilosofen – het inzicht dat woorden veel meer zijn dan neutrale labels. Woorden benoemen niet alleen maar, ze verlenen ook betekenis en vormen op die manier de wereld waarin we leven.
In essentie draait de discussie om twee problemen, die taalfilosofen – met de hulp van Gottlob Frege – duiden in termen van ‘verwijzing' en ‘betekenis'.
Vooreerst is vaak niet duidelijk waar een term precies naar verwijst. Slaat ‘allochtoon' bijvoorbeeld enkel op Turken en Marokkanen of op iedereen van buitenlandse origine? Zulke inherent ambigue termen zijn filosofisch, wetenschappelijk, maar ook journalistiek onverantwoord. Ze schrappen dient niet om bepaalde problemen te negeren, maar om ze helderder en accurater te formuleren. En laat die doelstelling precies de kern zijn van Wittgensteins taalfilosofische project. Had De Wever ook Wittgenstein gelezen, dan zou hij dat weten: ‘Wat zich überhaupt laat zeggen, laat zich helder zeggen; en waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.' Als je een reëel fenomeen wil beschrijven, gebruik dan zo specifiek mogelijke woorden in plaats van vage veralgemeningen. Dat we best zwijgen over dingen die we niet op een accurate en dus wetenschappelijke manier kunnen benoemen, kadert bij Wittgenstein in een kritiek op metafysische, ethische en religieuze claims en heeft met dit soort discussies dus niets te maken.
Vervolgens kunnen termen ook een specifieke betekenis of connotatie krijgen. Vaak zijn woorden geen louter neutrale labels, maar gaan ze gepaard met allerlei associaties die onze blik op de realiteit kleuren. Door iemand een ‘pedofiel' te noemen, beschrijf je hem niet louter als een ‘volwassene die seksuele liefde voelt voor kinderen', maar categoriseer en stigmatiseer je hem automatisch als walgelijk, pervers en immoreel. Precies door deze impact van taal wordt ‘Mohammed' minder snel uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek dan ‘Mark', ook al hebben beiden een identiek cv. Uiteraard worden zulke problemen niet opgelost door een ander woordgebruik, maar dat media kritisch nadenken over de impact van taalgebruik valt alleen maar toe te juichen.
Het mag trouwens verbazen dat een historicus en nationalist als Bart De Wever zo'n naïef beeld ophangt van taal. De rest van de column is namelijk, net als het N-VA-discours, gebaseerd op de veronderstelling dat taal de leefwereld van mensen wel degelijk vorm kan geven. Door onderscheidingen aan te brengen en te enten op andere onderscheidingen probeert ook Bart De Wever dit te doen. Zo zijn ‘wij' vooral ‘Vlamingen' en niet ‘Belgen', is ‘'tStad' blijkbaar niet van ‘iedereen' en moet een discours van ‘rechten' aangevuld worden met een discours van ‘plichten'. Van iemand die dit puur neutrale labels vindt en die blijkbaar net als Karl Marx de wereld niet wil interpreteren maar veranderen, zou je dan toch verwachten dat hij een bestuursmandaat opneemt.


"Had De Wever ook Wittgenstein gelezen, dan zou hij dat weten: ‘Wat zich überhaupt laat zeggen, laat zich helder zeggen; en waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen."
Persoonlijk heb ik daar mijn twijfels over omdat ik tot drie kan tellen.
Het motto van de Tractatus Logico-Philosophicus is namelijk het volgende:



Mo t t o: . . . und alles, was man weiss, nicht bloss rauschen
und brausen gehört hat, lässt sich in drei Worten sagen.
Kürnberger.

Drie woorden ...
Drie woorden ...
mmm
...
Nee, even serieus nu, niemand weet blijkbaar over welke drie woorden het gaat.
Ik ook niet.
Maar ik ben wel een fervent gokker.
Ik gok op "essentia involvit existentia".



 

dinsdag 25 september 2012

Miss Piggy


Miss Piggy heeft mij gevraagd iets te schrijven over "allochtoon".
"Would you do that for me please... pour moi?"
Een dame kan men niets weigeren, zelfs niet als ze zoiets onmogelijks vraagt als "iets 'serieus' als het kan".


http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20120924_00309372
Boem, paukenslag, de redactie van De Morgen is bevallen van een grootse gedachte. Ruim baan, wereldnieuws op de voorpagina, want Vlaanderen moet er kennis van nemen dat het woord ‘allochtoon' niet meer tot het correcte spraakgebruik behoort. De krant laat wel weten dat ze mensen die ze interviewt en die het vermaledijde woord nog in de mond zouden nemen weliswaar niet zal censureren. Er zullen nu eenmaal altijd van die domoren zijn die volharden in de boosheid, misschien zelfs totdat ‘allochtoon' uiteindelijk op de index belandt van het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding.
Aan de federale regering zal dat alvast niet liggen. Joëlle Milquet stuurde prompt een brief aan alle redacties met de vraag om De Morgen te volgen op het pad van de verlichting. Elio Di Rupo prees de krant zowaar om haar ‘moedig' initiatief, dus het moet zijn dat De Morgen toch een groot risico genomen heeft. Laurette Onkelinx wil meteen een rondzendbrief rondsturen die alle federale ambtenaren opdraagt voortaan het a-woord te mijden, want ‘taal kan helpen om een betere maatschappij uit te bouwen'.
De achterliggende redenering is daarmee goed samengevat: taal maakt de werkelijkheid. Dat is een opmerkelijke redenering, want ze druist in tegen het acquis van enkele honderden jaren analytische taalfilosofie, waarin taal wordt beschouwd als een middel om de werkelijkheid te beschrijven. ‘Waarover men niet spreken kan, daarover doet men er beter het zwijgen toe', zo vatte Ludwig Wittgenstein samen dat we gedoemd zijn om te falen in onze pogingen om met taal de totale werkelijkheid te beschrijven. Derhalve is taalgebruik niet neutraal, want het bepaalt hoe we de beschreven werkelijkheid interpreteren. Zo gaan krantenkoppen ‘200 Antwerpse jongeren opgepakt' en ‘200 allochtone jongeren opgepakt in Antwerpen' over exact dezelfde feiten, maar ze geven de lezer een verschillende indruk van de werkelijkheid mee. In Manufacturing Consent: the Political Economy of Mass Media beschrijft Noam Chomsky hoe media via de manipulatie van het taalgebruik de publieke opinie proberen te sturen. Mediamanipulatie behoort volgens hem zelfs tot het wezen van de democratie. In een totalitaire staat maakt het niet uit wat de burger denkt omdat hij niet eens de vrijheid heeft om die mening te uiten. In een democratie kan iedereen uiting geven aan zijn interpretatie van de werkelijkheid. Dominante elites vrezen het ongecontroleerd botsen van al die opinies en streven naar consensus. De massamedia zijn de facilitator van die consensus. Ze geven weer wat de heersende maatschappelijke opvattingen zijn en marginaliseren de opinies die daarbuiten vallen. Chomsky gelooft in het corrigerend vermogen van het gezond verstand. Je kan een individu eindeloos inlepelen hoe hij de werkelijkheid moet interpreteren, deze interpretatie zal geen stand houden als ze strijdig is met de persoonlijke, zintuiglijke en cognitieve ervaringen.
Zo kunnen we twintig jaar nadat Paula D'Hondt het woord ‘allochtoon' lanceerde – om de termen te counteren uit het toenmalige spraakgebruik van extreemrechts – alleen maar vaststellen dat het a-woord voor een goed stuk drager is geworden van de interpretaties die het moest bestrijden. Of zoals Tom Lanoye het nogal extreem stelt: ‘een beschaafd woord voor makak'.
Nu moeten we de hele oefening dus nog eens overdoen met een nieuwe term die ons een positieve indruk van de werkelijkheid moet geven. Mark Elchardus merkte trouwens op dat het woord ‘allochtoon' al meer en meer spontaan wordt vervangen door ‘moslim' en hij noemt dat terecht ‘een twijfelachtige evolutie'. Uiteindelijk is er geen ontsnappen aan. Mensen maken gemakkelijk onderscheid tussen wij en zij. Wie daaraan wil ontsnappen zal er met veranderend woordgebruik over de werkelijkheid niet komen, de werkelijkheid zelf zal moeten veranderen. Wie af wil van de feitelijke apartheid die gegroeid is tussen autochtonen en degenen die voorheen bekend waren als allochtoon, zal een voorpagina moeten wijden aan een doordacht migratiebeleid, een volgehouden inburgering en de opwaartse sociale mobiliteit van nieuwkomers. Wie een gemeenschap wil vormen moet haar leden aan elkaar smeden tot een gedeelde publieke cultuur in de werkelijkheid. Misschien moeten progressieve lieden er hun Karl Marx maar eens op nalezen: het komt er niet op aan de werkelijkheid te interpreteren, het komt er op aan ze te veranderen.
Bart De Wever



Er is een onderscheid tussen autochtoon en allochtoon.
Persoon A zegt dat we dit onderscheid niet langer gaan maken.
Persoon B verwijt A daarop dat de dominante elites, dat de media via de manipulatie van het taalgebruik de publieke opinie proberen te sturen.
Persoon B heeft bovendien een alternatief: "Wie een gemeenschap wil vormen moet haar leden aan elkaar smeden tot een gedeelde publieke cultuur in de werkelijkheid."
Nu is het heel eenvoudig om karikaturen te maken van beide stellingen.
Persoon A is een struisvogel die zijn kop in het zand steekt. Het is niet omdat het onderscheid niet meer benoemd wordt dat het ook effectief verdwenen is.
Het plan van persoon A is een maat voor niets, het woord zal gewoon vervangen worden door een ander woord.
Persoon B is een calimero.
Een gevaarlijke calimero bovendien, hij wil het onderscheid opheffen.
Een handige calimero bovendien, hij beroept zich op de iconen van persoon A om zijn stelling kracht bij te zetten.
Dat maakt dat zelfs een ironische karikatuur zou gemaakt kunnen worden: Als persoon B marxist kan worden kan hij misschien ook een inburgeringscursus "moslim" volgen om de beoogde "gedeelde publieke cultuur" te verwezenlijken.

Maar Miss Piggy houdt niet van karikaturen.
Een struisvogel en een calimero zijn beide vogels en hebben hetzelfde nobele doel: de wij - zij tegenstelling opheffen.
Dat is het doel.
Alleen in de appreciatie van het middel is er onderscheid.
En de basis van die appreciatie, c'est moi!
Boem Patat.

P.S. Overigens is het een feit dat BDW Wittgenstein verkeerd interpreteert.
P.P.S. Onder het motto "wat BDW kan, kan ik ook" zit er een retorische analogie in zijn en mijn tekst.
Hebt u hem? Zoek !
Het antwoord staat onder Miss Piggy.



"One man's poison is another man's bacon"
Helaas, dat is barbaars.

Derhalve is taalgebruik niet neutraal, want het bepaalt hoe we de beschreven werkelijkheid interpreteren.
Is een "beschreven" werkelijkheid niet altijd geïnterpreteerd?
We?

Alleen in de appreciatie van het middel is er onderscheid.
En de basis van die appreciatie, c'est moi!
Is een appreciatie niet altijd te herleiden tot iemand die apprecieert?
Moi?

zondag 23 september 2012

Samuel Cartwright



Au!
Au! Au! Au!


Ik klopte verdomd hard op mijn vinger toen ik dit schilderijtje van Modigliani wilde ophangen.
Zijn "Pierrot", een zelfportret.
Zijn blinde oog kon ik niet weerstaan, ik was tot tranen toe ontroerd, ik moest en zou het kleinood ophangen.
Ik klopte verdomd hard op mijn vinger, en nu klopt mijn vinger keihard terug.
Voortdurend klopt hij en klopt hij, om gek van te worden.
Ik repte me dus in zeven haasten naar dokter House.
Dokter House greep mijn hand en bekeek mijn vinger.
"Drapetomania", zei hij toen hij mij indringend aankeek.
Hij zocht en vond een kopspeld en een aansteker. Hij stak de kop van de speld in de vlam en wachtte tot die roodgloeiend was.
"Slaven die een ziekelijke neiging hadden om hun vrijheid op te zoeken en aan de slavernij wilden ontsnappen", vertelde dokter House, "fascinerend vind je niet?"
"De ziekte werd beschreven door een zekere dokter Cartwright. Hij had trouwens ook een remedie in huis om de ziekte te behandelen: zweepslagen".
De kop van de naald had ondertussen de beoogde kleur en dokter House duwde telkens voorzichtig het kopje op mijn nagel tot hij een gaatje gemaakt had en het bloed onder de nagel een uitweg vond.
Het kloppen stopte als bij wonder onmiddellijk.
"Wie iets vangt beperkt zijn eigen vrijheid", zei dokter House, "hij zal het moeten bewaken. Laat het los en je bent vrij."

zaterdag 22 september 2012

Robert Plant


http://focus.knack.be/entertainment/muziek/muzieknieuws/robert-plant-begrijpt-de-teksten-van-eigen-stairway-to-heaven-niet/article-4000181790048.htm

Robert Plant begrijpt de teksten van eigen 'Stairway to Heaven' niet

Robert Plant, zanger van Led Zeppelin, heeft een vreemde onthulling gedaan: hij begrijpt de tekst van de zelfgeschreven monsterhit 'Stairway to Heaven' niet. 'Ik probeer te begrijpen waarover ik het toen precies had'.
Zanger Robert Plant van Led Zeppelin begrijpt de tekst van "Stairway to Heaven", de monsterhit uit 1971 van de Britse rockband, niet. Dat heeft de man gezegd op een persconferentie in Londen ter gelegenheid van de lancering van "Celebration Day", een film over het laatste Led Zep-concert, vijf jaar geleden in de Londense O2 Arena. Merkwaardig, want Plant zelf heeft de tekst van die song geschreven.
"Ik heb last met de woorden van sommige periodes" uit de Zeppelin-discografie, zei de 64-jarige zanger. "Met de ervaring en het gewicht der jaren heb ik misschien niet meer hetzelfde aanvoelen van sommige woorden. Momenteel ben ik zelf aan het proberen te begrijpen waarover ik het toen precies had".


 There`s a lady who`s sure
All that glitters is gold
And she`s buying a stairway to heaven.
When she gets there she knows
If the stores are all closed
With a word she can get what she came for.
Ooh ooh and she`s buying a stairway to heaven.
There`s a sign on the wall
But she wants to be sure
`Cause you know sometimes words have two meanings.
In a tree by the brook
There`s a songbird who sings,
Sometimes all of our thoughts are misgiven.
Ooh, it makes me wonder,
Ooh, it makes me wonder.
There`s a feeling I get
When I look to the west,
And my spirit is crying for leaving.
In my thoughts I have seen
Rings of smoke through the trees,
And the voices of those who standing looking.
Ooh, it makes me wonder,
Ooh, it really makes me wonder.
And it`s whispered that soon, If we all call the tune
Then the piper will lead us to reason.
And a new day will dawn
For those who stand long
And the forests will echo with laughter.
If there`s a bustle in your hedgerow, Don`t be alarmed now,
It`s just a spring clean for the May queen.
Yes, there are two paths you can go by
But in the long run
There`s still time to change the road you`re on.
And it makes me wonder.
Your head is humming and it won`t go
In case you don`t know,
The piper`s calling you to join him,
Dear lady, can you hear the wind blow,
And did you know
Your stairway lies on the whispering wind.
And as we wind on down the road
Our shadows taller than our soul.
There walks a lady we all know
Who shines white light and wants to show
How ev`rything still turns to gold.
And if you listen very hard
The tune will come to you at last.
When all are one and one is all
To be a rock and not to roll.
And she`s buying a stairway to heaven.

 




Amedeo Modigliani



http://spinoza.blogse.nl/log/amedeo-modigliani-1884-1920-gaf-zich-uit-als-afstammeling-van-spinoza.html

"Léopold Survage (1879-1968) de kunstenaar van Fins-Deense afkomst werd in 1917/1918 door Modigliani geschilderd – diens vrouw Germaine Meyer ook trouwens. In 1918 werden de schilderijen in Nice geëxposeerd. Op de vraag van Survage waarom hij hem aan één oog blind geschilderd had, antwoordde Modigliani per brief: “omdat je met het ene oog de wereld inkijkt en met het andere in jezelf blikt” («Perché con uno guardi il mondo, con l’altro guardi dentro di te»). "



Modigliani gaf zich ook uit als afstammeling van Spinoza.
"Logisch", denk ik dan onmiddellijk bij mezelf.
Maar anderen hebben het blijkbaar niet zo begrepen.

"Amadeo Modigliani traced his heritage to the Jewish philosopher Baruch Spinoza. His work, however, was not to be dominated by the mind, but rather his feelings."
Benjamin Blech

Met welk oog kijkt u de wereld in?

"Sij mosten al siende blint wesen ende hoir hoofden wat lage houden, want ten was genen tijt doe vörder af te spreken of dairup te deyncken"
Jean Froissart.

genen tijt...


vrijdag 21 september 2012

Jan Brugman



http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2012/09/19/links-zijn

Ik hoop dat ik aan het juiste adres ben voor een taalkundige vraag.

"Mijn standpunten staan hier, en ik neem er de volle verantwoordelijkheid voor. Voor mij is ‘links’ een wezenlijke en principiële definitie van mezelf. Het is een inhoudelijk gegeven dat zich niet laat uitdrukken via vaste etiketten en vertogen. Net zoals ‘democratie’ door een handig spreker zo kan gedraaid worden dat het voor het tegendeel van zijn eigenlijke betekenis komt te staan, gebruikt men nu zowel als in het verleden ‘links’ op volstrekt oneigenlijke manieren."
Jan Blommaert
Een vraag over de "zijn" eigenlijke betekenis in de laatste zin.
Heeft "zijn" betrekking op de handige spreker?




De overgang van "zijn" naar "worden" ligt altijd in een vraag, een zijnsvraag, niet in een antwoord.

Een voorbeeld.





Als exempel. Het was een dwaes, ende vraghede enen wisen meyster, oft beter weert vele te weten ende alle daghe meer te leren ende dat niet te belaven, dan luttel weten ende dat-selve te beleven. Ende die meyster vraghe det sinen clercken. Ende sie antwoerden, dattet beter waer luttel te weten ende dat-selve te beleven, dan vele te weten ende daer niet nae te leven.
Doe antwoerde die dwaes: ‘Is dat alsoe, soe sin ghi alle dwaes ende ic bin wijs. Want ghi weten vele ende en belevens niet, ende ic weet een luttel ende dat-selve beleve ic.’
http://www.dbnl.org/tekst/brug013vers01_01/brug013vers01_01_0018.php

Wat is weten?


Het antwoord is zwijgen.
Ic bin den vleesch geworden consequente van min eighen.
Dat "weet" die dwaes.

zaterdag 15 september 2012

Lisbeth Imbo



Om af te sluiten: als de goede fee langskwam en je mocht één wens doen, helemaal voor jezelf, wat zou je dan kiezen?
"Dat ik de man van mijn leven mag tegenkomen voor ik zeventig ben."

Zeventig? Waarom zou je zoveel marge inbouwen?
"Als ik zou zeggen: morgen, dan zou ik ongerust zijn dat de fee net die dag haar handen al te vol heeft. Ik ben toch het meisje van de eeuwige reality check, vrees ik (lacht).

Lisbeth Imbo in de Morgen.

Liefste Lisbeth,
Geloof het of geloof het niet, de goede fee is mijn buurvrouw.
Toen ik haar vanmorgen in ons plantsoentje de krant zag lezen, merkte ik onmiddellijk dat er haar iets dwars zat.
"Goedemorgen buurvrouw -ik spreek haar altijd aan als "buurvrouw", ik slaag er niet in om telkens weer "goede fee" te zeggen - ", begroette ik haar.
"Dag buurman", antwoordde ze.
"Wat ligt er  zo zwaar op de maag zo vroeg in de ochtend", vroeg ik haar.
"Lisbeth", zuchtte ze.
Liefste Lisbeth, zelf zou de goede fee nooit haar beklag doen over iemand, het is per slot van rekening de goede fee, haar verhaal was eerder het verhaal van haar eigen moedeloosheid.
Dat kan je toch niemand kwalijk nemen, ook de goede fee blijft tenslotte ook maar een gewone goede fee.
"Mijn lieve buurman", zei ze, "dit heb ik nog nooit iemand verteld, maar vandaag moet het me van het hart."

"Lang, lang geleden schiep God hemel en aarde en al wat er bij hoort. Men denkt altijd dat hij als laatste de mens geschapen heeft, maar dat is niet helemaal correct. Als laatste schiep hij de goede fee, op de zevende dag namelijk. Dat komt zo, de zevende dag was God aan rust toe. Hij zette zich neer in zijn ligstoel aan zijn zwemvijver, jaah, God was zijn tijd ver vooruit. Genietend van de eerste zonnestralen werd hij voor een dilemma geplaatst. Hij had zin in een stevige pint, maar hij was vergeten om zijn sixpack mee te brengen. Moest hij zijn positie in zijn ligstoel opgeven om zich alsnog een sixpack te gaan halen, of moest hij blijven zitten en zijn pintje laten voor wat, of liever "waar", het was?
God twijfelde. Maar niet echt lang.
Want God zou God niet zijn als hij niet een ingenieuze inval had. Hij schiep de goede fee die hem een sixpack bracht!
Maar God heeft het zich die dag beklaagd, want al gauw begon de goede fee te zeuren.
"Maar God, het kan toch niet zijn dat ik enkel en alleen maar geschapen ben om jouw een biertje te bezorgen".
"Ach, zeur toch niet zo goede fee", antwoordde God, maar diep in zijn binnenste vond hij toch wel dat de goede fee een punt had.
"Weet je wat", zei hij na verloop van tijd, "jij bent geschapen om wensen te vervullen".
Zo, dat had hij even aardig opgelost.
En ook de goede fee was blij met haar lotsbestemming.
Maar toen ze samen wat zaten te doezelen, loom geworden van het bier, begon de goede fee toch wat schrik te krijgen van haar taak.
"Maar hoe moet ik dat allemaal gedaan krijgen God", wierp ze op, "ik zou toch enkele hulpmiddelen nodig hebben om dat allemaal gedaan te krijgen".
God werd een beetje kregelig. Het was een lieve man, maar als hij wat te veel gedronken had kon hij wel chagrijnig uit de hoek komen. God schepte met zijn hand in zijn zwemvijver en reikte de goede fee een handvol kikkerdril aan. "En nou opgehoepeld", dat waren de laatste woorden die de goede fee te horen kreeg."
De goede fee zuchtte.
"Honderden kikkers heb ik Lisbeth al langs gestuurd, honderden. Maar ze heeft nog niet door dat je de kikker eerst moet kussen voor het een prins op het witte paard wordt".
"Ach, maak je maar geen zorgen", gaf ik de goede fee een knuffel, "de tijd verhult alles, maar het moment onthult de realiteit".

vrijdag 14 september 2012

Johannes Bouwmeester



Ook dit blog wordt door de verkiezingskoorts bevangen.
Een artikel over de NVA kan niet langer uitblijven.
Ik begrijp Bart De Wever niet altijd.

"Van 1669 tot 1672 was de meest opvallende activiteit van Nil Volentibus Arduum het schrijven van Frans-klassieke versies van de toneelstukken die in de Schouwburg opgevoerd werden. Zelf waren zij niet welkom in het schouwburgbestuur, en op deze manier uitten zij hun kritiek op het (in hun ogen) ondermaatse repertoire."
http://www.let.leidenuniv.nl/Dutch/Ceneton/LijstNVA.html

't Kan verkeren.
Of hoe een roemrucht gezelschap van intellectuelen in de toneelwereld van Fransgezind naar Vlaamsgezind kan evolueren.


Ik begrijp de intellectuelen niet altijd.
Maar omdat de oorzaak daarvan wel eens eerder bij mij dan bij de intellectuelen zou kunnen liggen besloot ik om nog een keer op consultatie te gaan bij dokter House (dat was alweer een eeuwigheid geleden!).
Dokter House adviseerde mij Spinoza.
"Traktaat over de verbetering van het verstand".
Dat zou beternis moeten brengen volgens hem.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Tractatus_de_intellectus_emendatione
Ik kom nu tot uw vraag, die als volgt luidt: Bestaat er een of andere methode, of kan er een methode bestaan zodanig, dat wij daarmee bij het overdenken van de meest verheven dingen, zonder te struikelen en zonder tegenzin, steeds verder kunnen gaan? Of is het zo dat onze geest, evenals ons lichaam, onderworpen is aan toevalligheden, en dat onze gedachten meer door geluk dan door wijsheid worden bestuurd? Ik denk dat mijn antwoord op deze vragen bevredigend zal zijn, als ik zal aantonen dat er noodzakelijkerwijs een methode moet bestaan, volgens welke wij onze heldere en duidelijke voorstellingen kunnen besturen en met elkaar verbinden, en dat het verstand niet, zoals het lichaam, aan toevalligheden is onderworpen.
— Spinoza aan Johannes Bouwmeester (1666

Helaas.
Ik begrijp de intellectuelen niet altijd.
Volgens de Spinoza-kenners is de tekst niet volledig.
"De tekst, voor zover deze compleet is, bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt aangetoond dat het tot de natuur van het denken behoort ware voorstellingen te vormen en wordt uiteengezet hoe ware voorstellingen van de overige voorstellingen onderscheiden kunnen worden. In het tweede deel, dat voor de voltooiing afgebroken wordt, wordt onderzocht wat de krachten en het vermogen van het Verstand zijn. Spinoza onderscheidt twee fundamentele vermogens: het Verstand en de Verbeelding."


"110. Ideae falsae et fictae nihil positivum habent (ut abunde ostendimus), per quod falsae aut fictae dicuntur; sed ex solo defectu cognitionis ut tales considerantur. Ideae ergo falsae et fictae, quatenus tales, nihil nos de essentia cogitationis docere possunt; sed haec petenda ex modo recensitis proprietatibus positivis, hoc est, iam aliquid commune statuendum est, ex quo hae proprietates necessario sequantur, sive quo dato hae necessario dentur, et quo sublato haec omnia tollantur."

Dat is het einde van het traktaat.

 " False and fictitious ideas have nothing positive about them (as we have abundantly shown), which causes them to becalled false or fictitious; t hey are only considered as such through the defectiveness of knowledge. Therefore, false and fictitious ideas as such can teach us nothing concerning the essence of thought; this must be sought from the positive just enumerated; in other words, we must lay down some common basis from which these properties necessarily follow, so that when this is given, the properties are necessarily given also, and when it is removed, they too vanish with it"

Dat lijkt mij een loepzuivere conclusie waar niets meer aan toe te voegen is.

dinsdag 11 september 2012

Annelies Rutten



Toen ik vandaag mijn dagelijkse portie "actualiteit" achter de kiezen had, was er een beeld dat niet meer uit mijn brein verdween.
Een beeld uit "dancing on ice".
Dat is vrij merkwaardig vermits ik dat programma nooit gezien heb.
Een beeld uit de verbeelding dus.
Het was een beeld van een schaatsende Bart De Wever.
Alhoewel, schaatsen is veel gezegd.
Bart De Wever die voetje voor voetje over het ijs schuifelt en bij elke stap met zijn rechterarm molenwiekend zijn evenwicht probeert te zoeken.
Aan zijn linkerarm wordt hij telkens ondersteund door een stevig op haar benen staande Ann De Craemer.

Bart De Wever begeeft zich op glad ijs.
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20120910_00291045

"Lang voordat verlichte geesten het identiteitsbesef van de mens begonnen te vergelijken met lasagne, schreef Johann Gottlieb Fichte al dat het tot het wezenskenmerk van een Duitser behoort dat hij altijd meer is dan alleen maar een Duitser. Identiteit was dus altijd al ‘gelaagd', zoals dat vandaag klinkt, en dus veranderlijk. De vraag of de Europese Unie een aandikkende laag is in onze lasagne, wordt opgevolgd door de Eurobarometer, een verzameling statistieken over de attitudes van de Europeanen tegenover de EU. Want er mogen dan wel fractieleiders in het Europees Parlement zijn die menen dat praten over identiteit het begin is van een weg die eindigt in de gaskamer, verstandige mensen beseffen dat de EU als project van gedeeld burgerschap maar kan lukken als het wordt geschraagd door de succesvolle verbeelding van een Europese identiteit."

Een verbeelding van een identiteit!
"De macht aan de verbeelding" is een slogan die geassocieerd wordt met mei '68.
Dat is niet direct de beweging waar ik Bart De Wever mee associeer.
"De macht aan de verbeelding".
Ik stel me dan altijd de vraag wat daarmee bedoeld wordt.
Ik heb het vermoeden, maar het is ook niet meer dan een vermoeden, dat het meestal moet geïnterpreteerd worden als "de macht aan het verbeelde", de macht aan datgene wat nog niet is maar wat de persoon in kwestie in gedachten heeft.

http://anndecraemer.be/2012/09/11/over-een-ludiek-vlammetje-dat-een-literaire-brand-werd/
"Maar misschien moet het werk van recensenten ook eens gerecenseerd worden."

 

http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20120315_228

Annelies Rutten

De momenten dat ze niet weten dat ze je ontroeren, dat zijn de allermooiste. Want soms weet hij natuurlijk deksels goed dat hij mij rond zijn vinger draait. Zoals vorige week in de badkamer. Twee armen rond mijn nek, en dan: 'Mama, jij bent zo lief dat het mij bijna pijn doet.' Echt gebeurd, op een avond bij het pyjamaritueel (zijn slobberende pyjama bijna symbool voor de fase waarin hij op dit moment zweeft: zijn nog niet eens achtjarige lijf nu al te groot om nog in maat 'acht jaar' te passen, maar de 'tien jaar' die ik dan maar genomen heb, toch nog te wijd om al met 'de groten' mee te kunnen spelen). En dan slik ik natuurlijk. En vergeet dat ik me eigenlijk boos aan 't maken was over zijn eeuwige getreuzel (hoe lang kán het eigenlijk duren om een pyjama aan te trekken?).

Maar de echte ontroering volgt even later, in bed. Naast elkaar onder het dekbed, lezen we een boek. Over een opa, een kleindochter, en een varken. (*) Zomaar lukraak uit het rek geplukt in de bibliotheek. Maar, zo gaat dat soms met toevalstreffers, het is een prachtig boek. Want de opa in kwestie is een beetje gek. Hij bakt vijfhonderd pannenkoeken, gewoon, omdat hij niet kan stoppen. En hij springt over de sloot. Of hij neemt een modderbad, samen met zijn kleindochter. En met het varken. En soms is hij gewoon ook wel eens boos.

En dan zegt hij het, mijn zoon. 'Mama, op de plaatjes in mijn hoofd, zie ik altijd het huis van oma.' Hij beseft niet welke snaar hij met die woorden raakt. Hij maakt plaatjes in zijn hoofd! Wat hij hoort, vertaalt hij in zelfbedachte beelden. 'Ik kan niet anders', zegt hij nog. 'Als we lezen, dan zie ik het allemaal voor mij.' En het huis van die opa, vertelt hij, dat wordt in zijn hoofd dus het huis van zijn oma. Maar dan wel roze in plaats van grijs. En met in de tuin een sloot die kronkelt, in plaats van de kaarsrechte beek die er in werkelijkheid ligt. Maar wel met de keuken, de bedden, de bank, die hij stuk voor stuk zo goed kent.

Misschien ben ik wel rap ontroerd, misschien is dat nu eenmaal hoe het gaat als het je eigen kroost betreft. Maar als hij zoiets zegt, dan word ik een zacht ei. En denk, naast 'slik', ook: de verbeelding aan de macht, zou er een manier bestaan om dat nooit los te laten?
(* Mijn opa en ik en het varken Oma, Marjolijn Hof)

zaterdag 8 september 2012

Jerome Kagan



Wat is "Onachtzaamheid" ?

Ik las een interessant artikel in Knack magazine.

"ADHD is een verzinsel"
De laatste jaren lijkt de halve wereldbevolking bipolair te zijn of aan ADHD te lijden. Jerome Kagan, ontwikkelingspsycholoog aan Harvard University, krijgt het er benauwd van. "Ik schaam me een beetje voor mijn vakgebied."
Toen bleek dat ik in de rubriek "Kennis" zat en kreeg ik het benauwd.

Quibus




Lange tijd werd Quibus beschouwd als een derderangs erotisch dichter.
Typerend was dat telkens hetzelfde slotvers werd gebruikt:
"Tempus omnia revelat"
Uit recent onderzoek blijkt echter dat er een diepere filosofische betekenis verborgen ligt in zijn verzen.

Arno


"Een artiest verstaat de kunst om altijd kind te blijven"

probeert de krant mij te verleiden om een interview met Arno te lezen.
Even verderop blijkt dat hij dat een beetje anders gezegd heeft.

"Een artiest verstaat de kunst om ondanks zijn leeftijd toch altijd een beetje kind te blijven".

Ik troost me met de gedachte "alle beetjes helpen".

"Ik ben opgegroeid met iets wat de jongeren van nu misschien nooit nog zullen kennen: totale, absolute vrijheid."
Arno heeft het over de vrijheid van de fifties en de sixties.

Wat is vrijheid?
En toen was ze weg!
Vrijheid die gevangen zit, gevangen in een definitie, is geen vrijheid.
Vrijheid is een beestje in mijn hoofd, maar er is niemand die 't gelooft.
Het beestje kan alleen ontsnappen als je je mond opendoet.
Vrijheid is een lieveheersbeestje in mijn hoofd.
"Alle lieveheersbeestjes zijn in België beschermd bij Koninklijk Besluit van 22-9-1980. Dit betekent dat het verboden is om ze te doden, te bejagen, te vangen of in gevangenschap te houden, ongeacht het ontwikkelingsstadium; hun woon- of schuilplaats te beschadigen of met opzet te verstoren of ze levend of dood, onder welke vorm ook, te vervoeren, te verhandelen of kosteloos of tegen betaling af te staan."
http://nl.wikipedia.org/wiki/Lieveheersbeestjes

Maar dat neemt niet weg dat ik Arno een toffe peer vind.
Zingen mag wel trouwens, volgens een recent wetenschappelijk onderzoek heeft dat een verlammend effect op de vleugels van het beestje waardoor ze alsnog in hun woonplaats blijven zitten.





Quel bruit fait mon cerveau quand je pense à rien
Je n'suis pas malheureux mais je n'suis pas bien
Merci, bonjour, salut, ça va?
Je suis jaune, vert, bleu, lilas
La vie des autres c'est pas une vie pour toi
Je chante une chanson de n'importe quoi

Vive ma liberté, yeh, yeh, yeh
Vive ma liberté, yoh, yoh, yoh
Vive ma liberté, yeh, yeh, yeh
Vive ma liberté

Aili ailo je ne suis pas méchant
Mais le pire de tout je suis content
Je suis des boules de pétanque
Qui se touchent en dansant le tour des romances
La vie des autres c'est pas une vie pour toi
Je chante une chanson de n'importe quoi

Vive ma liberté, yeh, yeh, yeh
Vive ma liberté, yoh, yoh, yoh
Vive ma liberté, yeh, yeh, yeh
Vive ma liberté

Je chante une bête chanson à la française
Avec des mots bêtes et artificiels
Avec des mots brancés et intelleuctuels
Je chante une bête chanson à la...

Vive ma liberté, yeh, yeh, yeh
Vive ma liberté, yoh, yoh, yoh
Vive ma liberté, yeh, yeh, yeh
Vive ma liberté

Pour toi et le monde entier
Pour toi et le monde entier


(c) A.hintjes / A.Cominotto