maandag 25 februari 2013

Tinneke Beeckman



http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20130224_00481732
Wat is dat toch tegenwoordig? De media staan bol van meningen over politiek, zonder fair opgebouwde argumenten, zonder verwijzing naar feiten. Ook beschuldigingen van leugens en bedrog gaan over en weer. Zonder dat bewijzen en feiten die beschuldigingen beslechten. Wat dat altijd zo? Is het gebrek aan echt debat een gevolg van commercialisering, of van sociale media? Deels ongetwijfeld wel. Maar meningen lijken te volstaan omdat het waarheidscriterium zelf lijkt te hebben afgedaan. En hieraan hebben postmoderne intellectuelen aardig meegewerkt: de afgelopen twintig jaar hebben ze de waarheid dood verklaard, zonder stil te staan bij de politieke gevolgen. Maar het politieke kan niet zonder waarachtigheid.
‘Niemand kan waarheid claimen.' ‘Ieder heeft zijn discours.' ‘De camera liegt altijd een beetje.' ‘Grote Verhalen zijn voorbij.' Verdedigers van de liberale democratie koppelden precies deze ontkenning van de waarheid aan democratie. De filosoof Richard Rorty, bijvoorbeeld: eeuwenlang hebben filosofen zich beziggehouden met de ‘Waarheid', van Plato tot Nietzsche en Heidegger. Laten we niet langer naar waarheid zoeken, maar ons met democratie en solidariteit bezighouden. Liberale democratie garandeert vrije meningsuiting. Je hebt dus de vrijheid om te zeggen wat je gelooft, en dat is het belangrijkste.
De Britse ethicus Bernard Williams zag de gevaren van die houding heel scherp. Zelfs al is aanspraak maken op de ‘Waarheid' onmogelijk, toch blijft waarachtigheid fundamenteel. Want wie de waarheid overboord gooit om te scoren met het eigen gelijk, maakt geen onderscheid meer tussen een eerlijk debat en retorische kneepjes, tussen waarheid en fictie. Williams geeft graag toe dat je de werkelijkheid niet helemaal kan weergeven zoals ze is. Maar er zijn wel meer of minder waarachtige documentaires, meer of minder waarachtige interviews, meer of minder waarachtige standpunten.
Leven in een democratie hangt zelfs af van die waarachtigheid. Het ontmenselijkende van de dictatuur bestaat er juist in dat mensen overtuigd raken van manifest foute informatie. In 1984 laat George Orwell het hoofdpersonage Winston zeggen dat politieke vrijheid erin bestaat dat twee plus twee vier is. ‘Als deze uitspraak mag, is alles mogelijk.' Volgens Rorty onthult de passage hoe belangrijk het is dat je kan zeggen wat je gelooft, terwijl de waarheid van de boodschap er niet toe doet. Maar Williams meent dat het wel uitmaakt dat de informatie ook klopt, dat twee plus twee nooit vijf is.
Williams stelt in Truth and Truthfulness dan twee deugden van waarachtigheid voor: sincerity , oprechtheid, en accuracy , nauwkeurigheid. Wie zich in het publieke debat over politiek uitspreekt, zoals politici, journalisten, filosofen, economen, opiniemakers, kan die deugden dan als leidraad nemen. Waarheid heeft te maken met vertrouwen, met betrouwbaarheid. Oprecht spreken betekent communiceren op een eerlijke manier. Nauwkeurigheid slaat op een passie, op het verlangen het juiste te zeggen, volgens de juiste onderzoeksmethode. Nauwkeurigheid als deugd betreft een houding, een gewoonte zelfs, ook om zelfbedrog en wishful thinking te onderzoeken. Liever feiten dan meningen, zelfs al zijn ze onaangenaam.
Tijd en middelen zijn altijd beperkt. Dan blijft de vraag: ben ik oprecht genoeg? Heb ik voldoende onderzocht? Druk ik me correct genoeg uit? Een stuk dat begint met ‘ik heb de indruk dat', of gebouwd is op ‘zou'-constructies mist feitelijke grond.
Oprechtheid en nauwkeurigheid zijn een innerlijke richtlijn. Williams wil een intrinsiek streven naar waarheid herwinnen: wie alleen instrumenteel omgaat met meningen – dus om een effect te bereiken – ondermijnt de waarachtigheid die nodig is om een fair debat te creëren. Maar volgens Williams appreciëren we wie wel intrinsiek waarachtig spreekt het meest. Tenslotte, wie waardeert het spektakel van meningen zoals we dat in de media te zien krijgen echt?


"Maar er zijn wel meer of minder waarachtige documentaires, meer of minder waarachtige interviews, meer of minder waarachtige standpunten."
Dat is een stelling waar naar mijn mening geen argumenten worden voor aangedragen.
Wat is dat toch tegenwoordig?

"Williams geeft graag toe dat je de werkelijkheid niet helemaal kan weergeven zoals ze is."
Nog onafgezien van het "feit" (die postmoderne intellectuelen toch ook!) dat mij dit eerder een getuige à charge lijkt dan een getuige à décharge blijven we met het problematische "gegeven" zitten dat het hier een "argumentum ad verecundiam" betreft.
U mag me uiteraard altijd tegenspreken.
Behalve dan op deze manier:
"De Britse ethicus Bernard Williams zag de gevaren van die houding heel scherp."
Dat lijkt me namelijk een schoolvoorbeeld van een "ad consequentiam", "Een drogredenering met het oog op de consequenties. Men beargumenteert dat een stelling waar of juist onwaar is, omdat het tegendeel nadelige consequenties zou hebben."

Ik denk dat ik "1984" nog eens opnieuw ga lezen.
Kwestie van een "beargumenteerd" stuk te schrijven over het aangehaalde citaat "politieke vrijheid bestaat erin dat twee plus twee vier is."
“Freedom is the freedom to say 2+2=4.” 
Al moet ik eerlijk toegeven dat ik op zoek zal gaan naar datgene wat ik zoek.
(“The best books... are those that tell you what you know already.”)
“Freedom is the right to tell people what they do not want to hear.” is meer mijn motto.
Al weet ik niet meer wie dat ooit zei.
Datgene wat u niet wil horen.
Zoiets als “Reality exists in the human mind, and nowhere else"  bijvoorbeeld.
Of "Het ontmenselijkende van de dictatuur bestaat er juist in dat mensen overtuigd raken van manifest juiste informatie."

Enfin, eerst dat boekje lezen.
In afwachting alvast het volgende:

"Williams geeft graag toe dat je de werkelijkheid niet helemaal kan weergeven zoals ze is. Maar er zijn wel meer of minder waarachtige documentaires, meer of minder waarachtige interviews, meer of minder waarachtige standpunten."

Dat doet me denken aan:
"All animals are equal. But some animals are more equal than others."
Je kan niet op "zwart" en "wit" tegelijk inzetten. Slechts één van beide is juist. Dat is het wezen van logica.
Faites vos jeux, rien ne va plus.
To be continued...

Pedro De Bruyckere




Mensen schrijven al eens een boek.
Jawel, dat gebeurt.

Jongens zijn slimmer dan meisjes
en andere mythes over leren en onderwijs.

Mythe is een speciaal woord.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Mythe
Mythe (Grieks: mythos; μυθος) betekende oorspronkelijk in het Grieks gesproken woord, verhaal. De betekenis is afhankelijk van de context:
  • In de tijd van Homerus kreeg het woord mythe de betekenis die als hoofdbetekenis moet worden gezien: heilig, overgeleverd verhaal van een volk over zijn herkomst en godsdienst.
  • Vanaf het einde van de 19e eeuw wordt het begrip mythe gehanteerd binnen wetenschappen als de psychologie, culturele antropologie en de historische sociologie in een andere betekenis: een verhaal met een louterende werking dat een diepe waarheid over het menselijk bestaan uitdrukt, bijvoorbeeld door uitbeelding te geven aan een archetype.
  • Het woord mythe wordt in het dagelijks spraakgebruik vaak ten onrechte verstaan als ​fictie, iets dat nooit gebeurd is, een verzonnen verhaal. Een mythe wordt echter vaak opgevat als een zinrijk, betekenisvol en zelfs rëeel verhaal, al bevat de vertelling vele elementen die niet rëeel zijn in letterlijke of historische zin. In dit verband zei Mircea Eliade, een godsdiensthistoricus, hierover ooit: "Myths tell only of that which really happened."

Een heilig verhaal.
Is dat heilig?
Of is het een verhaal?
Geen wonder dat een mens het op de lange duur niet meer weet.

Jongens zijn beter dan meisjes in wiskunde.
Een hardnekkige mythe waarvoor geen bewijs bestaat.
Het is hooguit een self-fulfilling prophecy.
Meisjes worden geacht slechter te zijn en presteren daardoor minder goed.



 

woensdag 20 februari 2013

Antisthenes



ééntje uit de oude doos:


Vertrouw niemand, ook geen moslim

WIE DURFT DE ISLAM NOG TE BELEDIGEN?

 

Niet de minaretten, slachtmethodes of kledingvoorschriften zijn het probleem, het probleem is volgens PATRICK DE WITTE religie. Vooral als de belijders van die religie niet tegen kritiek kunnen, of hun voorschriften aan anderen willen opdringen.
De meest pertinente opmerking in de stortvloed van heftige pro- en contrareacties op het Zwitsers minarettenverbod is volgens mij: ‘Links-progressieven hebben jarenlang furieus van leer getrokken tegen de katholieke kerk maar voor de islam leggen ze nu al een hele tijd een wel heel opvallend groot begrip aan de dag.' Dat is ontegensprekelijk en spijtig genoeg waar.

De reden is overigens eenvoudig: we zijn natuurlijk niet gek. Katholieken — maar dat geldt ook voor boeddhisten, getuigen van Jehova, hindoes of satanisten — schrijven hoogstens een bol van verontwaardiging staande brief naar een krant. Moslims hebben de neiging zichzelf op te blazen in uw onmiddellijke nabijheid. Als ze u tenminste niet met een slagersmes onthoofden. Voor een camera, zodat het op JazeeraTube kan worden getoond om alle andere ongelovige honden jankend van angst terug in hun mand te jagen. Het is trouwens lang geleden dat we nog eens zo'n arme drommel op de knieën hebben zien zitten, smekend om zijn leven, terwijl zes gemaskerde en gewapende schoften achter hem klaar staan om hem op gruwelijke wijze een kopje kleiner te maken. Dát was pas boeiende televisie.

En vooraleer u op hoge poten reageert, Kristien Hemmerechts et les autres: kom alstublieft niet aanzetten met ‘u scheert alle moslims over dezelfde kam, slechts een héél klein percentage zijn gevaarlijke fundamentalisten'. Dat is namelijk hetzelfde als tegen een patiënt zeggen: uw kanker is maar een béétje uitgezaaid. Zoals men niet een klein beetje zwanger kan zijn, zo kan men niet een klein beetje opgeblazen, neergeschoten, door een brandbom getroffen of onthoofd worden.

Ik rekende me zonet voor het gemak bij de links-progressieven maar eigenlijk ben ik het een noch het andere. Ik ben in de eerste plaats een hardcore militant lid van de door Bill Hicks in het leven geroepen internationale ‘People Who Hate People Party'. U vindt ons op Facebook. Het komt hierop neer: ik vind iederéén een klootzak. Inclusief mezelf. Mijn opa die twee wereldoorlogen heeft overleefd en ‘den mensch' zoals hij ons ras omschreef dus goed heeft leren kennen, drukte me meer dan een keer op het hart: ‘Eigenlijk mag men niets of niemand vertrouwen, zelfs uw eigen gat niet, want het zal u ook beschijten'. Good point, beautifully made, zouden de Britten zeggen.

Toegegeven, een klootzak die mij zijn geloof of cultuur wil opdringen — wat in het geval van de moslims krek hetzelfde is, laten we daar alstublieft geen discussie meer aan wijden (... kijk om u heen... lees de krant... bekijk het journaal... klaar, we zijn het eens) — vind ik een nog iets kloteriger zak dan alle anderen.

Dat betekent hoegenaamd niet dat ik ‘rechts' ben. Het zegt louter dat ik niet onbesuisd en ongeïnformeerd een ver doorgedreven cultuurrelativisme ben toegedaan.

Waar ik mij rechthartig laat op voorstaan is dat ik een grondige afkeer heb van alles wat met religie te maken heeft, van welke strekking ook. Ik vind dat mensen die zich beroemen op hun religiositeit het verdienen om het voorwerp van aanhoudende spot en hoon te zijn. Voelt u zich hierdoor beledigd? Et alors? Zoals de voortreffelijke Australiër Steve Hughes al zei: ‘Er gebeurt volstrekt níets als iemand zich beledigd voelt. Het is niet dat er 's anderendaags naar de politie wordt gebeld met: gisteren werden mijn gevoelens gekwetst en vanmorgen had ik lepra. Je wil in een democratie leven en verwacht dat uw gevoelens ten alle tijde zullen gespaard worden? Wel, je bent een idioot!'

Dat is de nagel op de kop van een andere nagel die zo-even heel hard en trefzeker ook al op de kop is geslagen. Het is namelijk kiezen of delen: democratie, vrije meningsuiting en gelijke kansen voor iedereen, inclusief de kans om zich beledigd of tekortgedaan te voelen... of theocratie.

Vooraleer u op hoge poten reageert, Kristien Hemmerechts et les autres: welzeker ben ik er van overtuigd dat godsdienstvrijheid, wederzijds respect voor andermans religieuze overtuiging en inlevingsvermogen schone en humane principes zijn die zonder twijfel in een gezonde democratie thuishoren. Maar momenteel worden die fel bevochten vrijheden door moslims overal ter wereld misbruikt om diezelfde gezonde democratie te ondermijnen. Dat Luckas Vander Taelen door moslims wordt bespuugd in Brussel is, behalve uiteraard voor Luckas Vander Taelen, weinig meer dan een onfortuinlijk voorvalletje. Dat moslimgelovigen eisen dat de rest van de wereld zich aan hen aanpast inzake — en ik doe slechts een voor de hand liggende greep uit het ruime aanbod — vrije meningsuiting, vestimentaire voorschriften op school, slachtwijzen, zwembadetikette, de scheiding tussen kerk en staat, de omgang tussen mannen en vrouwen en nu ook ruimtelijke ordening in Zwitserland, dat is andere koek. Deze onrustbarende evolutie erkennen en bijgevolg de ruggengraatloze reactie van sommige prominente ongelovigen zorgwekkend vinden heeft totaal niets met xenofobie te maken. Laat ik wat dat betreft niet verkeerd begrepen worden: xenofobie is volgens mij maar voor één ding goed, namelijk om punten te scoren bij een spelletje Scrabble.

Nee, het pijnpunt is religie. Religiositeit is niets meer dan goed georganiseerde angst. Angst om onbetekenend te zijn in het allesverblindende licht der eeuwigheid. Angst voor de dood dus. Gelovigen, in welke leer dan ook, hebben één ding gemeen: ze willen het niet geweten hebben dat de mens in wezen slechts een capricieus bewustzijn met een ruggengraat is. Een klootzak, quoi.

Zoals uw,

(pdw)
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=7S2J5CR3



Het inspireerde mij destijds.

Vertrouw niets, ook geen column

Weg met de literatuur Eigenlijk is het allemaal begonnen met het punt Vroeger bestond dat helemaal niet een punt Ik vraag me af waarom we dat ook nodig hebben Het is toch allemaal duidelijk zonder punt zeker Een punt heeft geen voordelen, alleen maar nadelen Je krijgt er alleen maar een punthoofd van Al die mensen die altijd maar weer een punt willen maken Ik vraag me af waarom dat allemaal nodig is En vooraleer u op hoge poten reageert, Kristien Hemmerechts et les autres kom alstublieft niet aanzetten met ‘u scheert alle punten over dezelfde kam, slechts een héél klein percentage zijn gevaarlijke punten’ Een punt is een punt en daarmee uit Een punt betekent dat het gedaan is, je kan er niet een punt achter zetten en daarna nog een eind blijven verder lullen Dat pikt geen enkele vrouw En één punt tot daar aan toe Daar zou ik nog mee kunnen leven Maar je geeft die mannen een vinger en voor je het weet ben je een hele arm kwijt Je geeft ze een punt en binnen de kortste keren staat er een uitroepteken Het is toch waar zeker En zo een uitroepteken, als je dat toelaat dan, neem het van me aan, dan hebben we het einde nog niet gezien hoor Zo een uitroepteken dat kweekt zoals konijnen jong Ik moet daar toch geen tekeningetje bijmaken zeker Zo een uitroepteken, heb je dat al eens goed bekeken, dat staat constant in erectie Voor je het weet heb je drie of vier uitroeptekens En zoals iedereen wel weet, drie of vier uitroeptekens, dat is het equivalent van een column Mij niet gelaten hoor zo een column Maar wat voor onzin je daarin allemaal wel niet kan lezen Neem nu deze als voorbeeld Hij begint met het verwerpen van een punt en hij eindigt met het afschaffen van de literatuur Dat is sowieso toch bewijs genoeg dat we de literatuur beter zouden afschaffen

(pdw) is niet meer.
De zelfverklaarde cynicus is niet meer.
Het cynisme is niet meer, de logica is niet meer.
Het enige wat rest:
Ik zie mijn vrouw en mijn kinderen graag.

Zelf dacht hij dat hij sprekend op Pete Townshend leek. Maar wanneer die legendarische en molenwiekende lead-gitarist van de modgroep The Who drie Duvels op had, wilde hij ook wel eens claimen dat hij de drummer was geweest van The Misters, een postpunkensemble uit Tervuren dat in 1978 heel even bijna beroemd was.

Patrick De Witte was rock-'n-roll gescheten. Helemaal opgetrokken uit straatcredibiliteit en als daar af en toe een grote muil bij hoorde, dan was dat maar zo. Die grote muil was toch niets anders dan een ventiel voor zijn groot hart, dat hem nu, als ik het goed begrijp, fataal geworden is.

Fuck, (pdw), zeg toch alstublieft dat het niet waar is en dat het een van je talrijke flauwe grappen is, die je volgens mij in een onuitputtelijk steekkaartensysteem had zitten en die je te pas, en soms ook te onpas, met de grootst mogelijke graagte bovenhaalde.

Je zag je vrouw en kinderen graag, heb je me eens gezegd in het Brusselse café Le Coq, toen je twijfelde aan je talent als journalist en er eigenlijk mee wilde ophouden. Je had me om raad gevraagd. Of ik dacht dat jij dat kon. Of ik dacht dat jij serieus mocht overwegen om van schrijven je vak te maken. Toen vroeg ik: "Wat vind je belangrijk in het leven?" En toen zei jij: "Ik zie mijn vrouw en mijn kinderen graag."

'Touch of genius'

Patrick De Witte kon drummen én schrijven. Dat kun je van Dostojevski bijvoorbeeld al niet zeggen.

Maar hij had vooral een groot talent voor enthousiasme. Laat ons een plaat maken! Laat ons een programma maken! Laat ons een tijdschrift maken! Dat soort enthousiasme.

En nog beter: daarna deed hij dat ook. En wat dan volgde, was niet de beste plaat van de wereld, niet het beste programma van de wereld, niet het beste tijdschrift van de wereld. Maar wel voor hem. Op dat moment. En dat was ook zo. Op dat moment.

Toch was er af en toe een touch of genius.

Damiaan De Schrijver als de Plantman in Kijk eens op de doos, dat kwam uit die langwerpige koker van (pdw) en dat was er ook écht voor 150 procent op.

Net zoals ik die hele Canvasreeks uit 2002 bijzonder grappig vond toen ik ze vorig voorjaar tijdens een gelukkige heruitzending aandachtig bekeek en niets anders kon dan vaststellen dat ze destijds haar tijd ver vooruit was.

Nu, zijn tijd ver vooruit zijn is iets waar (pdw) volgens de laatste berichten erg goed in was.

Er zijn veel redenen om hem te gedenken maar het mooiste van al vond ik toch een man die in het lelijkste café ter wereld tegen mij zei dat hij zijn vrouw en zijn kinderen graag zag.

Fuck, (pdw).

En wat stond er nu eigenlijk op die doos?
http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1582579/2013/02/20/Wat-stond-er-nu-eigenlijk-op-die-doos-Patrick.dhtml


Het cynisme.
"De filosofie werd door Antisthenes, een leerling van Socrates, gesticht te Athene. Het cynisme als leer was geïnspireerd op de Socratische theorie: kennis is wijsheid. Men wees dan ook het streven naar luxe, bezit of geld af. De aanhangers van deze opvatting waren ervan overtuigd dat het afzweren van deze zaken de enige manier was om wijs te zijn, wat uiteraard leidde tot een vervreemding van de toenmalige maatschappij, die vooral om bezit, roem en geld draaide."
http://nl.wikipedia.org/wiki/Cynisme_(filosofie)

Ook toevallig:

Wie zich, al dan niet geveinsd, zorgen maakt over de ‘ziel' van het ACW, kijkt maar beter wat verder dan de ellende waarin de christelijke arbeidersbeweging zich nu heeft gewerkt. Want die heeft een verklaring, van de crash van het Arco-imperium, via het dispuut over het statuut van de Arco-coöperanten en de Dexia-winstbewijzen, tot de heisa rond de fiscale omgang met de opbrengsten ervan.
Alles gaat terug op één beslissing, geen twintig jaar geleden. Toen stapte het ACW met zijn spaarbank Bacob in de fusie waaruit Dexia is ontstaan. Toenmalig topman Hubert Detremmerie, inmiddels overleden, was er de architect van. Door te willen meespelen met de grote jongens, nam het ACW toen afscheid van zijn coöperatieve ideaal en werd het een ordinaire zakenbankier. Daar was het dat het zijn ziel verkocht.
Dat was immers geen louter technische operatie. Ze paste in een brede beweging van financiële concentratie, schaalvergroting, deregulering en privatisering – toen verkocht België immers ook alle openbare kredietinstellingen. Nu gedraagt wat nog rest van het ACW-imperium zich navenant, als elke zakenbankier, fiscale spitstechnologie inbegrepen. Wie bij de hond slaapt, et cetera.
Toch kregen het ACW en Bacob indertijd niets dan lof voor hun volgzaamheid aan de neoliberale orthodoxie. Die vroomheid dicteerde immers dat wie geld beheerde, ook de zuurverdiende centjes van kleine coöperanten, hoorde te kiezen voor het internationale zakenbankieren, op straffe van marginalisering. De wijsheid volgde pas in 2008, toen de bankencrisis leerde dat die schaalvergroting veel minder steunde op goed beheer, laat staan op ethiek, dan op hoogmoed en graaizucht. De factuur daarvan, ook die van het Dexia-fiasco, ligt nu bij de belastingbetaler.
Bij het ACW vloeide de erfzonde uit een andere voort: de historische verzuiling, waarin het middenveld systematisch was vervlecht geraakt met de overheid. Het ACW hield daar een grote politieke en institutionele macht aan over, in evenwicht met andere, even informele powers that be . Maar die fixatie op het medebeheer leidde ook tot een gebrek aan kritische afstand, tot argeloosheid tegenover de vele vormen van conformisme en conservatisme die ontstaan in de omgang met macht.
Zo belandde het ACW aan de verkeerde kant van de ethische demarcatielijn. En zodra de ziel verkocht is, gaat het van kwaad naar erger. In de bestuurskamer van menige multinational zullen ze allicht eens besmuikt monkelen om wat het ACW nu overkomt, mocht het hen al interesseren. Maar toch, een truc vinden om amper 0,3 procent belasting op inkomsten te betalen, respect! Il faut le faire .
En dan is de vraag inderdaad of de christelijke arbeidersbeweging dat moet doen. Critici noemen het ACW hypocriet omdat zijn principes niet te rijmen vallen met die dubieuze ‘fiscale optimalisering'. Al is nog niet bewezen dat die, behalve ingenieus, ook frauduleus zou zijn.
Maar in die (late) zorg over de ziel van het ACW ontbrak het die critici al evenmin aan hypocrisie. Want niet elke belastingplichtige hoeft kennelijk een ziel te hebben. Zoals die Franse miljardairs die een hartelijk welkom krijgen in de betere Brusselse wijken. Al gaat het bij hen om het in stand houden van privé-fortuinen, en niet, zoals bij het ACW, om de financiering van sociale dienstverlening.
Maar het is ook waar dat die Fransen zich maar zelden laten betrappen op ethische aanspraken. En als het bij het ACW inderdaad om fraude zou gaan, valt die allerminst te vergoelijken met goede bedoelingen.
Zo leert de fiscaliteit ook veel over de heersende sociale mores. Dat een handige Harry de wet nog altijd lucratief naar zijn hand kan zetten. Dat de grenzen tussen ethische rechtlijnigheid, ‘optimalisering' en fraude abnormaal vaag zijn. Dat de wet een onderscheid des persoons in de hand werkt, waardoor het mal vu is dat de familie van ABVV-topman Rudy De Leeuw gebruik maakt van de notionele intrestaftrek, terwijl ArcelorMittal dat ongestoord wel kan doen. Dat de politiek het maar blijft vertikken om de al lang bekende fiscale onevenwichten op te lossen, maar die slechts oplapt met uitzonderingen, achterpoortjes of gunstregimes, tot en met truukjes als maaltijdcheques, dienstencheques of bedrijfsauto's, die iedereen die er ethisch gevoelig voor is, opzadelt met het onprettige gevoel een belastingontwijker te zijn.
Nochtans hoort de fiscaliteit ieders rechten en plichten ondubbelzinnig te omschrijven. Burgers en bedrijven hoeven niet bij elk voorschrift nog een extra ethische afweging te maken. Als de ethiek niet in de wet zelf ligt, wint alleen het cynisme. Zoals nu. Zowel bij het ACW als bij zijn critici.
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20130219_00476116

"Als de ethiek niet in de wet zelf ligt, wint alleen het cynisme".

Wat een zin!
Fuck!
Intellectuele zelfbevrediging!
 
"Bekend van Diogenes is ook dat hij vaker in de openbaarheid stond te masturberen. Toen anderen hem hierop aanspraken zou hij gezegd hebben: "Och, was het ook maar mogelijk je honger te stillen door over je maag te wrijven". Zelfbevrediging in het openbaar was volgens hem het toppunt van autarkie en wijsheid."
http://nl.wikipedia.org/wiki/Diogenes_van_Sinope

vrijdag 8 februari 2013

Confucius



Zo eenvoudig is het dus blijkbaar.
Je schrijft een opinie bijdrage waarin je om een ernstig gesprek vraagt met Bart De Wever en prompt word je uitgenodigd in de studio van Reyers laat.
Doe mij dan maar samen met Bart De Wever en Etienne Vermeersch tegelijkertijd.
Het zou nogal vonken geven.
Automutilatie is mij namelijk niet geheel vreemd.
Het feit dat ik blijf schrijven is daar een onomstotelijk bewijs van.

Je moest lang wachten voor de heren tot de kern van de zaak kwamen.
In afwachting was het wel af en toe grappig, dat scheelt.
Zo was er een verwijzing naar Voltaire als waarlijk vertegenwoordiger van de Verlichting.

"Ik zie tenslotte mensen die ik hoger acht dan negers, zoals de negers boven de apen staan, en zoals de apen boven de oesters en andere dieren van deze soort staan". ("Enfin je vois des hommes qui me paraissent supérieurs à ces nègres, comme ces nègres le sont aux singes, et comme les singes le sont aux huîtres et aux autres animaux de cette espèce.")
"Met spijt spreek ik over de Joden: dit volk is, in menig opzicht, het verwerpelijkste dat ooit de aarde heeft bevuild" ("C’est à regret que je parle des Juifs: cette nation est, à bien des égards, la plus détestable qui ait jamais souillé la terre.")

De kern van de zaak dan.
De gulden regel.
Dat is het moment dat mijn vuist zou uitschieten en de eerbiedwaardige professor Vermeersch een bazet op zijn oog zou krijgen.
Behandel de andere zoals je jezelf behandelt.
Automutilatie.
Hij vroeg er om. Eigen schuld dikke bult.
Met de gulden regel kom je geen meter vooruit.
Geen enkele gelovige moslim vrouw zou de hoofddoek verbieden.
Daar staat Etienne dan met al zijn argumenten.

Of zoals Bart De Wever zei: is dat niet hetzelfde, is dat niet oorzaak EN gevolg ?

http://www.deredactie.be/permalink/1.1542716

Helaas, toen was de tijd verstreken.
Het was tijd voor een citaat van Confucius.

 子貢問君子。子曰:「先行其言,而後從之
Zi Gong asked what constituted the superior man. The Master said, "He acts before he speaks, and afterwards speaks according to his actions."
(Analects II, 13)
"Bazet". Is dat geen schoon woord?