zondag 21 april 2019

Alberta Roszel



Het is algemene kennis dat de laatste woorden van Albert Einstein verloren zijn gegaan. Net voor hij zijn laatste adem uitblies zei hij nog iets in het Duits maar de nachtzuster van wacht verstond de taal jammer genoeg niet.
Dat was een traumatische ervaring voor zuster Alberta Roszel.
Opmerkingen aan haar adres na het overlijden van Einstein als "haar verstand is omgekeerd evenredig met dat van haar patiënt" konden nog bij de meest vriendelijke reacties gecatalogiseerd worden. De voortdurende bagger die ze over zich heen kreeg was zelfs zo traumatisch dat ze er op latere leeftijd psychologische hulp voor zocht.
Ik weet dat.
Ik weet dat omdat mijn grootvader de betreffende psycholoog was bij wie ze terecht kwam en omdat ik als wettelijke erfgenaam in het bezit kwam van zijn persoonlijk archief.
Daaruit blijkt dat zuster Alberta Roszel onder hypnose in staat was de laatste woorden van Einstein te reconstrueren en zij de rest van haar leven welgemoed kon verder zetten.
Ze was mijn grootvader zo dankbaar dat ze hem elk jaar met Pasen - ze beschouwde haar genezing als een soort verrijzenis - een kaartje met paaswensen verzond. Behalve het obligate Zalig Paasfeest schreef ze daar in sierlijke letters altijd volgende boodschap onder:

Die Stärke eines Beweises liegt in der Stärke der vorausgehenden Annahme. Albert(a) Einstein.

zaterdag 30 maart 2019

de factchecker



Factchecks zijn zoals verkiezingsuitslagen. Bij publicatie verouderd.

De weg van mogelijkheid naar waarschijnlijkheid is een tochtje door het spiegelpaleis.


Om maar te zeggen, mits een beetje moeite ik had best kunnen meedoen met de wedstrijd "zes woorden verhaal"
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/03/28/schrijf-eens-een-verhaal-in-zes-woorden/
Alhoewel.

Six word story. One down.





zaterdag 23 maart 2019

Thierry Baudet




Somber en schuw, zolang je achterwarts schouwt,
De toekomst vertrouwensvol, als je jezelf vertrouwt.
O vogel, komt je een plaats onder adelaars toe?
Ben je Minerva's lieveling Oehoe-oehoe?

Nietzsche, de vrolijke wetenschap 53


Schwermüthig scheu, solang du rückwärts schaust,
Der Zukunft trauend, wo du selbst dir traust:
Oh Vogel, rechn’ ich dich den Adlern zu?
Bist du Minerva’s Liebling U-hu-hu?


Vraag @ Thierry
Hoe kan ik (moet ik?) een anti-intellectualisme begrijpen?


zondag 17 maart 2019

Branton Tarrant



Een mens vraagt zich af wat een andere mens bezield om een vijftigtal andere mensen af te knallen.
Gaat hij uit van een absolute waarheid of van een relatieve waarheid?
De meningen verschillen daarover.

Als het verschil tussen waarheid en onwaarheid, feit en verzinsel vervaagt, rest enkel machtspolitiek. Juist en feit is dan wat de meest machtige kan doen geloven of opleggen wat juist en feit is. Dat, niet zozeer racisme of bombastische symboliek, is de kern van het fascisme: wil en macht als de uiteindelijke toetssteen van waarde en waarheid. Het meest opvallende aan de hedendaagse populisten zijn niet hun soms rauwe opvattingen en wereldvreemde oplossingen, maar de afwezigheid van overtuiging en de wilskracht zich gezwind aan te passen aan alles wat hen dichter brengt bij macht. Dat voert ons terug naar het interbellum en verder naar de 19de eeuw toen, in het vaarwater van Darwin, maatschappijtheorieën populair werden die de geschiedenis beschouwen als een eeuwige strijd en precies daarom ook als gestage vooruitgang. De sterkste wint, legt zijn waarheid en zijn feiten aan de anderen op, en dat is vooruitgang want zij zijn het die van hem de sterkste hebben gemaakt.

Ik denk niet dat veel mensen in die wereld van wil en macht willen leven. Vraag is echter: hoe geven we mensen weer de mogelijkheid het verschil te maken tussen waarheid en onwaarheid, tussen feit en verzinsel? Moeizaam vrees ik, traag alleszins, waarschijnlijk na hevige conflicten en afhankelijk van wie de sterkste blijkt.

Mark Elchardus op 17/12/2016

https://www.demorgen.be/opinie/dit-is-een-waar-gebeurd-verhaal-niet-gekker-dan-de-samenzweringsmythes-die-bij-ons-ten-tijde-van-dutroux-circuleerden-ba517b1f/


Kunnen we dat vermijden? Waarschijnlijk niet. We kunnen ons alleen maar blijven verzetten tegen absolute waarden, absolute waarheden, absolute prioriteiten.

Mark Elchardus op 16/03/2019

https://www.demorgen.be/opinie/als-je-zelfs-in-nieuw-zeeland-niet-langer-veilig-bent-b73882c5/

Joris Casaer


Journalisten hebben vandaag de dag de gewoonte om nogal smalend te doen over de debatfiches van de politici.
Er is geen ruimte meer om zijpaden te bewandelen.
Jammer genoeg geldt dat ook voor de journalisten.
Verblind door hun vragenlijstje zien ze geen opportuniteiten meer.
Zo is er in zeno een interview met David Van Reybrouck.
Een gemiste kans.
Het enige interessante waren de foto's.



Het meest intrigerende aan deze foto is de kop koffie.
Jammer genoeg had alleen de fotograaf dat in de smiezen.





Wat een gemiste mogelijkheid om tot een boeiend gesprek te komen!
Die ene gerateerde vraag zou het hele interview goed gemaakt hebben. Wat zeg ik, die ene gerateerde vraag zou de hele bijlage goed gemaakt hebben.
"Wat betekent die tekst op je kopje koffie David?"
Dat zou een essay kunnen opleveren waarmee "tegen verkiezingen" zou gereduceerd worden tot niets meer dan een ordinair pamflet.
En na de hele uitleg aanhoord te hebben zou ik vragen aan David Van Reybrouck of hij er zich bewust van is dat Hannah Arendt verkeerd geciteerd wordt op zijn kopje koffie.
Dit is het juiste citaat:

“The notion that there exist dangerous thoughts is mistaken for the simple reason that thinking itself is dangerous to all creeds, convictions, and opinions.”

"En of dat enig verschil zou maken David?"

P.S. Heel toepasselijk wel dat mijn foto van de originele foto (copyright Joris Casaer) een enigszins vertekend beeld geeft.




zaterdag 16 maart 2019

de interviewer


In hoeverre is een auteur in zijn opzet geslaagd als hij over zijn boek moet praten?

zondag 3 maart 2019

de bosbrosser



Bij nader inzien is het onbegrijpelijk dat ik nog geen enkel woord over de klimaatverandering heb geschreven. Iedereen heeft het er over, zelfs de nauwelijks uit de pamper gegroeide kleuter werd wel al een microfoon onder de neus geduwd om naar zijn engagement te informeren.
En ik, ik, de vleesgeworden incarnatie van de verandering, ik, ik die alleen maar verandering in- en uitadem, heb dat tot hiertoe verzuimd.
Hoog tijd dus om daar, welja, verandering in te brengen.
"A philosopher who is not taking part in discussions is like a boxer who never goes into the ring."
Ludwig Wittgenstein.
Een filosofische benadering van verandering.
Dat is een fundamenteel andere benadering dan een wetenschappelijke benadering.
"When you are philosophizing you have to descend into primeval chaos and feel at home there."
Ludwig Wittgenstein.


Laat het duidelijk zijn, ik ben de enige klimaatneutrale burger van de wereld.
(Er is nog nooit iemand gek geworden van enige Nietzscheaanse overdrijving.)
Klimaatactivisten en klimaatnegationisten, het is allemaal één pot nat (is de nattigheid de laatste jaren toegenomen, of is dat alleen maar een idee van mij?)
Beide gaan er immers van uit dat er een "juist" klimaat zou zijn, een klimaat als referentiepunt.
Woorden als "waarheid" , "bewijs" of "ernst" kunnen alleen afgetoetst worden aan een referentiepunt, een referentiepunt dat eerst zorgvuldig werd uitgekozen.
Waarschijnlijk in alle ernst.

De reden waarom men aanneemt dat er zoiets als "waarheid", "bewijs" of "ernst" zou bestaan is de "noodzakelijkheid". We hebben dergelijke begrippen nodig omdat we anders helemaal niets meer zouden kunnen. Welke verboden of geboden zouden wij nog kunnen opleggen zonder objectieve, universele grond?
Dat is echter een bekende drogreden, in het jargon ook wel "ad necessitatem" geheten.
"Omdat het nodig is".
Wat zouden wij nog kunnen doen als we geen beroep meer kunnen doen op "omdat het nodig is"?
Er zit echter een verraderlijke twist in die redenering.
Het antwoord op die vraag is niet "niets", het antwoord is "alles".
Het antwoord "niets" is het antwoord op de vraag "Wat zouden wij nog moeten doen als we geen beroep meer kunnen doen op "omdat het nodig is"?
Ik daarentegen, ik kan alles doen.
Ik kan schaamteloos een pleidooi houden voor het bouwen van duizenden extra windmolens in dit land.
Niet omdat het moet.
Omdat het kan.
Omdat ik het wil.
Misschien dat ik zelfs eens mee ga betogen als dat het discours van de bosbrosser zou worden.


zaterdag 22 december 2018

De collega's



Tijd voor de eindejaarsvraagjes.
"Met wie of wat hebt u in 2018 het hardst gelachen?"
Dat zou volgens de wetenschappelijke consensus de belangrijkste van de eindejaarsvraagjes zijn. En als het niet zo is, dan zou het dat moeten zijn.
Humor zal de wereld redden.
In 2018 heb ik ongetwijfeld het hardst gelachen met Joël De Ceulaer.
Dat is een loepzuivere ad hominem, dus in geen enkel opzicht wetenschappelijk. Laat dat alvast duidelijk zijn.
Hoewel totaal overbodig wegens los op kop, plaatste hij net voor kerstmis nog een verschroeiende demarrage.


Column

Joël De Ceulaer

Dat ik Filip Dewinter wél interview, en Paul Verhaeghe niet, krijg ik zelfs aan veel collega’s niet uitgelegd

- Joël De Ceulaer



1 Joël De Ceulaer. © Eric de Mildt

Joël De Ceulaer (1964) is senior writer bij De Morgen.
Ik interview liever Filip Dewinter dan Paul Verhaeghe. Sterker nog: ik héb Dewinter al een paar keer geïnterviewd en pieker er niet over om dat ooit te doen met Verhaeghe. Dat klinkt krankzinnig, daarvan ben ik mij bewust. Tenslotte is Dewinter een radicaal rechtse stokebrand en Verhaeghe een aimabele professor aan de UGent. 
Dat ik de ene wel en de andere niet aan het woord wil laten, is een persoonlijke keuze, die ik zelfs aan de meeste van mijn collega’s niet uitgelegd krijg. En misschien hebt u, waarde lezer, er ook uw bedenkingen bij. Sta mij dus toe dat ik mijzelf nader verklaar. Een journalist mag af en toe ook wel eens verantwoording afleggen.
Ik maak eerst een kleine omweg, want u vraagt zich wellicht af waarom ik daar ineens over begin. Dat zit zo: mijn chef heeft mij gevraagd om u in een eindejaars­column te vertellen waar ik in 2018 zoal van wakker lag. En de waarheid luidt dat ik zelden wakker lig. Ik leid momenteel, met gepaste dankbaarheid, een privé­leven dat mij veel vreugde en weinig gepieker verschaft. Wereld­problemen houden mij ook niet uit mijn slaap, omdat het nogal hoog­moedig zou zijn te denken dat ik die problemen kan oplossen. Ik ga ervan uit dat mensen die zeggen dat ze wakker liggen van klimaat of armoede, dat alleen figuurlijk doen. Niet letterlijk.
Ik ben dus niet zo’n wakker­ligger. Ik slaap goed en gerust. En dus dacht ik: laat ik dan maar schrijven over een professionele kwestie die mij dit jaar erg heeft bezig­gehouden, waar ik zo diep over heb nagedacht dat ik er af en toe figuurlijk van wakker lag.

En dat brengt ons dus bij Dewinter en Verhaeghe. Bij het verschil tussen democratie en wetenschap – want dáár gaat het om. Het is, onder meer, op dát cruciale verschil dat ik mijn beslissing baseer om bepaalde mensen al dan niet te interviewen.
In het democratisch debat wil ik de band­breedte zo groot mogelijk houden. Ik verwerp de ideeën van Dewinter met volle kracht, maar hij is wel de invloed­rijkste politicus van de voorbije 30 jaar – zonder hem hadden we nu nog een regering, om maar iets te noemen. En journalisten hebben de taak om, op kritische wijze uiteraard, ook radicale stemmen in het politieke veld aan het woord te laten. Volgens mij, toch. Die overtuiging leidt ertoe dat ik soms controversiële keuzes maak, die iedereen heftig mag afkeuren en betwisten – zo interviewde ik dit jaar zelfs Dries Van Langenhove, weliswaar vóór de Pano-reportage, maar goed: toen ik hem sprak, klonk hij al behoorlijk radicaal.
Hoe kom ik er dan bij, denkt u nu, om een veto te stellen tegen Paul Verhaeghe? Wel, omdat we ons met hem niet in het democratische, maar in het wetenschappelijke debat bevinden. En er bestaat een fundamenteel verschil tussen democratie en wetenschap.

Als het over democratische keuzes gaat, bestaat De Waarheid niet: wel of geen migratie­pact, meer of minder belastingen, kern­energie of zonne­panelen – politici discussiëren daarover, en wie de meeste stemmen behaalt (of een meerderheid kan vormen) krijgt het voor het zeggen. In de wetenschap is dat anders. Daar wordt niet gestemd, maar is de werkelijkheid de baas. Wie wil weten of zijn of haar hypothese deugt, moet die onderwerpen aan empirische of experimentele toetsing. Zo komen wetenschappers – stapje per stapje – tot betere en juistere inzichten over mens en wereld, die de waarheid soms ontbloten en in elk geval steeds dichter benaderen. De wetenschap is een methode om aan waarheids­vinding te doen, de democratie is een methode om de samenleving te organiseren.
Daarom verdient het wetenschappelijke debat, volgens mij althans, minder band­breedte dan het democratische. Wie nog altijd denkt dat de aarde plat is, heeft ongelijk – en ga ik niet interviewen. Wie zegt dat homeo­pathische middelen een werkzaam bestand­deel bevatten, zit ernaast – en ga ik niet interviewen. Wie vindt dat kinderen maar beter niet worden gevaccineerd, vertelt pertinente onzin – en ga ik niet interviewen. Wie beweert dat de aarde niet opwarmt, of dat de mens daar niets mee te maken heeft, zet zich buiten de wetenschappelijke consensus – en ga ik niet interviewen.

En psycho­analytici zoals Verhaeghe, die beweren dat mensen trauma’s zoals seksueel misbruik jarenlang kunnen verdringen tot een therapeut die herinnering weer naar boven haalt, druisen even hard in tegen de wetenschappelijke consensus als klimaat­negationisten, want ook voor die stelling bestaat geen enkele evidentie. Daarom, dus: wel Dewinter, geen Verhaeghe.
Maar wees het gerust met mij oneens. Journalistiek is ook geen wetenschap.

Vraagje voor Joël De Ceulaer:
Psychoanalytici zoals Verhaeghe, zijn dat wetenschappers?
Iemand die zich buiten de wetenschappelijke consensus zet, is dat nog een wetenschapper?
Indien het antwoord op die laatste vraag "neen" luidt, dan is Paul Verhaeghe topprioriteit voor Joël De Ceulaer in 2019. Ik kijk er nu al naar uit.
Indien het antwoord op die vraag "ja" luidt, dan is er de ongemakkelijke vraag in hoeverre het aangehaalde voorbeeld nog als een wetenschappelijke consensus beschouwd kan worden?
Als er "veel" wetenschappers - "veel" zoals in "veel" collega's - een andere mening op nahouden, kunnen we dan nog van een "consensus" spreken?
Dat laatste is waarschijnlijk een persoonlijke keuze.

Ik wens u een jaar vol Joël De Ceulaer.

zaterdag 15 december 2018

Jan Jambon


De wereld gaat ten onder aan een gebrek aan spitsen.
Er is geen spitsheid meer te ontwaren bij politici, filosofen, journalisten.

Francken zegt: zonder een exit uit het pact treden wij niet toe tot de nieuwe regering. Voor hem lijkt dat een breekpunt. Voor u niet?
"Mijn principes laat ik niet los, maar ik lanceer geen breekpunten vooraf."

En dan over naar de volgende vraag.
Een spits die zichzelf zonder schroom nog spits durft te noemen kan deze kans toch niet laten liggen?
"Wat is het verschil tussen een principe en een breekpunt?"

Spitse humor vind ik dat.