zaterdag 30 november 2019

Achiel De Volder



Het recht op vrije meningsuiting wordt meestal verward met het vermeende recht om in herhaling te vallen.

zaterdag 23 november 2019

Julie Cafmeyer


Peter Casteels schrijft in Knack over de nieuwe comedyshow Douglas van Hannah Gadsby: "Die grappen over het patriarchaat zijn mij de laatste maanden beginnen te vervelen."

Hij haalt Alex Agnew aan die de vorige show van Gadsby, Nanette, bekritiseerde in De Standaard. In dat artikel worden enkele heren gevraagd iets te zeggen over de essentie van het vak 'comedy'.

Alex Agnew zegt: "Ik heb een hekel aan die nieuwe generatie Amerikaanse woke comedians, voor wie een show een soort zelftherapie is geworden. Comedy hoeft niet grappig te zijn is daar het nieuwe motto. Nee? Wat dan wel? Comedy without jokes is listening to somebody talking, heeft de Britse comedian Frank Skinner gezegd." Toch geweldig dat Vlaanderen mannelijke comedians ter beschikking heeft die ons door citaten van andere mannelijke comedians haarfijn uitleggen wat comedy is. Een kleine bijgedachte: Hoe kun je als vrouw nadenken over comedy als mannen je steeds uitleggen wat goede comedy is?

In een interview met De Standaard zegt Sarah Vandeursen dat de redactie van het satirische programma De ideale wereld een heftige plek is. Ze ontdekt daar dat humor toch meer een mannending is. Ze krijgt het gevoel dat ze zich als vrouw harder moet bewijzen. Niet dat de mannen op de redactie seksisten zijn, het zijn toffe mannen. Maar het probleem is: Vandeursen voelt zich niet gehoord. Meer zelfs, ze zegt dat alle vrouwen gillend weglopen van De ideale wereld.

En dan nog zijn er mannen die verbaasd zijn dat vrouwen therapeutische elementen verwerken in hun comedyshow. Op zich is dat wel een goede grap.

Wat ik me wel afvraag: waar zijn de plekken waar vrouwen kunnen uitzoeken en tonen wat humor voor hen betekent? Ondertussen krijg ik telefoontjes van theaterprogrammators en redacties die klagen dat het zo moeilijk is om grappige vrouwen te vinden. Ik blijf dan een uur met hen babbelen om te bewijzen dat ik wel grappig ben. Meestal word ik nooit meer teruggebeld. In een sfeer waarin je moet bewijzen dat je grappig bent, kan geen humor ontstaan.

Als je grappige vrouwen in je tv-programma wilt, investeer dan in hen. Geef hen een diverse redactie die grappen voor hen bedenkt. Dat krijgen al die uniek getalenteerde hilarisch grappige mannen namelijk ook. Als je een grappige vrouw een podium wilt geven in het theater, schrijf dan niet op de affiche de wereldschokkende woorden: 'Vrouwen kunnen ook grappig zijn!'

Casteels nuanceert in zijn artikel: Nanette, de eerste show van Gadsby, vond hij wel indrukwekkend en geestig. Wel, ik zal eens uitleggen hoe dat komt: Gadsby neemt de vrijheid om uit te zoeken op welke manier zij zich van humor wil bedienen om haar boodschap over te brengen. Eerst inhoud, dan humor. "Wees eens grappig" doet het omgekeerde.


Ik heb gelachen om de laatste paragraaf.
De vraag is of mij dat een "male chauvinist pig" maakt.
Voor hetzelfde geld maakt het Julie Cafmeyer een grappige vrouw.

donderdag 21 november 2019

John McCarthy



Met de regelmaat van de klok verschijnt er wel weer een artikel over AI, artificiële intelligentie.
Ik begrijp al die heisa niet.
Is intelligentie niet per definitie artificieel?
(Bij deze stel ik u de geboorte van de SAI voor, de socratische artificiële intelligentie.)

maandag 18 november 2019

Michaël De Cock



Met Peter De Roover terug naar 18de eeuw

opinie

MICHAEL DE COCK is artistiek leider van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel.
Soms is het goed om even naar de geschiedenis te kijken, ook wat cultuur betreft. In 1973 werd het Cultuurpact gestemd. Doel? De greep van de politiek op de kunsten temperen, en het artistieke veld vrijwaren van politieke inmenging. Uit vrees dat de toen oppermachtige CVP alles naar haar hand zou zetten in de culturele sector, wilden de andere partijen - vooral onder aanvoering de Volksunie - ervoor zorgen dat ook andere ideologische stemmen (en minderheden) konden weerklinken.

Gaandeweg is de interpretatie van het Cultuurpact gewijzigd. De commissies werden gedepolitiseerd en met experts gevuld. Onderzoek toont immers aan dat peer review, en evaluatie door sectorgenoten en experts tot betere resultaten leidt. Onlogisch is dat niet. In een hospitaal is het ook niet aan politici om te beslissen welke medische apparatuur moet worden aangekocht of in welke medische research geïnvesteerd moet worden.

Met de drastische besparingsaankondiging, het gebrek aan overleg met de sector, en de lichtzinnige bezuiniging op de projectsubsidies lijkt het of we terug in de tijd gaan. De besparing heeft vooral economische redenen, luidt het, al vallen er ook een paar ideologische keuzes op en weerklinken ook bedenkelijke artistieke oordelen. Mogen politici dan niets zeggen over cultuur? Zeker wel, maar het wordt gevaarlijk als ze dat, met een schrijnend gebrek aan kennis van zaken, doen om een beleid te rechtvaardigen.

Vorige vrijdag stelde Peter De Roover (N-VA) zijn State of the Arts voor op De afspraak. Dat was op zijn zachts gezegd problematisch. Met een knipoog naar de 19de-eeuwse dichter Willem Kloos verklaarde De Roover dat kunst vandaag net iets te veel de allerindividueelste uitdrukking van een allerindividueelste expressie is - lees: een gesubsidieerde egotrip - en dat er best wat meer oog voor schoonheid mocht zijn. Behalve wanneer het de 'subsidieslurf' betrof, zei De Roover smalend, dan kende de kunstenaar plots het collectief.

Er is weinig niet problematisch aan de uitspraak van De Roover. Op het economische is intussen ruim ingegaan. Subsidies zijn investeringen, hefbomen naar meer economisch verkeer, niet anders dan gelijk welke andere investering die de overheid doet. Dat argument is onweerlegbaar. Het zou politici dan ook sieren het debat met die wetenschap in het achterhoofd te voeren en het jargon aan te passen.

Nog problematischer is de visie op kunst die De Roover naar voren schuift en die ons gelijk twee eeuwen terug in de tijd katapulteert. In het midden van de 18de eeuw al kreeg de authenticiteit van de kunstenaar de bovenhand op een opgelegd idee van objectieve schoonheid, of wat daarvoor moest doorgaan. Kunst tot 'schoonheid' reduceren, heeft gekoppeld aan de foute ideologie in het verleden wel eens tot problemen geleid. Wie daar meer over wil weten moet er het Grote Geschiedenisboek van de twintigste eeuw maar eens op nalezen. Vlak voor halfweg staat er een heel hoofdstuk over in.

Het is aan kunstenaars net om de contouren van schoonheid steeds weer te bevragen en te verbreden. Het werk van Van Gogh, vandaag ongecontesteerd als 'schoonheid' beschouwd, werd door zijn tijdgenoten nauwelijks op prijs gesteld. Toen de impressionisten hun werk voor het eerst toonden, achtte men het waardeloos. Vandaag holt men van over heel de wereld naar het Parijse Musée d'Orsay om impressionistische schilderijen te bewonderen.

Zo ook in de podiumkunsten: toen Rosas begin jaren 80 Rosas danst Rosas creëerde, stonden de podiumkunsten op hun kop. Vandaag wordt die voorstelling op zomerfestivals weer opgevoerd voor een breed (middenklasse) publiek. Het werk heeft zich, met andere woorden, gecanoniseerd. Wat ooit ontregelde, is vandaag schoonheid. Onze notie van wat mooi is, wordt immers voortdurend bijgesteld. Gelukkig maar.

Eén verdienste heeft de opmerking van De Roover wél. Ze brengt het debat terug naar het hart van de kunsten. We hebben als sector nu genoeg gezegd dat we er economisch toe doen. Een wereld waar alleen de economie regeert, eindigt in het gigantisme van een shoppingmall met allemaal dezelfde ketens, en in de treurige aanblik van de A12.

Laten we het over al dié toegevoegde waarde hebben. Want natuurlijk willen we ook de schoonheid omarmen. Wat is een dansje van Lisbeth Gruwez waard, maar dan niet in Excell? Wat is de waarde van een vers? Hoeveel schoonheid schuilt er niet in het werk Berlinde De Bruyckere, Alain Platel, Miet Warlop of in de optochten van Royal de luxe?

Als politici zich dan toch op artistiek ijs begeven, dan liefst beslagen en met juiste argumenten. Maar met redeneringen à la De Roover jaagt deze Vlaamse regering een hele nieuwe generatie tegen zich in het harnas, en dreigt ze een sector te kweken die het bijzonder moeilijk zal hebben eender welk Vlaams project ooit te omarmen. We willen voorlopig geloven dat dat niet de bedoeling kan zijn.




Ik ben teleurgesteld.
Sommigen zouden daaruit durven concluderen dat de voorliggende tekst teleurstellend is.
Ik laat het volledig voor hun rekening.
Laat me de vergelijking maken met het aanschouwen van een kunstwerk waar je geen connectie mee voelt.
Men zou kunnen zeggen dat er geen schoonheid in het kunstwerk zit.
Je zou ook deemoedig kunnen toegeven dat je de schoonheid er niet van ziet.

Rik Wouters: Alles is schoon als men het maar zien kan.

Termen als wetenschap, kennis, argumenten in combinatie met kunst en schoonheid.
Dat slaat als een tang op een varken van Delvoye wat mij betreft.
Ik begrijp niet hoe het mogelijk is dat je een verzet tegen een opgelegd idee van schoonheid wil rechtvaardigen met een opgelegd idee van kennis.

Ik ben zelf eerder een fervent aanhanger van de zotheid.


Ik ben teleurgesteld.
Ik zie geen schoonheid in de tekst.
("Ik had niet de ambitie om een schone tekst te schrijven" lijkt mij geen excuus.
Een kunstenaar die niet de ambitie heeft om schoonheid te creëren, daar durf ik zelfs niet aan denken.)

zaterdag 16 november 2019

Een vroegere kunstenaar



"Als overheid zou je moeten zeggen dat je geld geeft, maar de kunstenaar niet stuurt. Als nu de indruk wordt gewekt dat de overheid zich wil bevrijden van kritische kunstenaars, zou ik een omgekeerde oproep willen doen aan de kritische kunstenaars: bevrijd u van de overheid en van het hele idee dat u aan de subsidieslurf moet hangen om te doen wat u eigenlijk wil: choqueren."
Peter De Roover.


HET WEZEN VAN SCHOONHEID IS DE VERANDERING
"Als overheid zou je moeten zeggen dat je geld geeft, maar de politicus niet stuurt. Als nu de indruk wordt gewekt dat de overheid zich wil bevrijden van kritische politici, zou ik een omgekeerde oproep willen doen aan de kritische politici: bevrijd u van de overheid en van het hele idee dat u aan de subsidieslurf moet hangen om te doen wat u eigenlijk wil: choqueren."
Een vroegere kunstenaar.

Afbeeldingsresultaat voor Vlaams belang choqueren

zondag 10 november 2019

De vooruitgangsdenker



De "Bende van de Vooruitgang", een genootschap van vooruitgangsdenkers, heeft een manifest geschreven. Dit is hun credo: "Het waren lange eeuwen, maar nu hebben we het "luilekkerland" gerealiseerd waarvan onze voorouders in de middeleeuwen droomden."


Ik - ik heb in mijn schrijven geen behoefte aan een genootschap (1) - word altijd als door een magneet aangetrokken door het woord "nu".
"Wij en u hebben het geweldig getroffen, want wij leven in het beste tijdperk ooit (tot nu toe)."
Wat is de draagwijdte van het nu?
Leef ik nu in een betere wereld dan op het ogenblik dat het manifest geschreven werd?
Stel - louter hypothetisch - dat ik een kritische opmerking zou formuleren.
"De grafiek van de vooruitgang is een stijgende lijn met pieken en dalen."
Na deze opmerking zou ik dan de volgende vraag stellen: Leeft u, niet "wij" maar "u", "u" zoals in "wij en u hebben het geweldig getroffen, want wij leven in het beste tijdperk ooit (tot nu toe)", in een betere wereld dan daarnet?
Het enige verschil voor "u" tussen "nu" en "daarnet", tussen de wereld nu en de wereld van daarnet,  is dat "u" nu kennis heb genomen van mijn kritische opmerking over het vooruitgangsdenken.
Maar goed, u bent verontschuldigd om hier dieper op in te gaan, het zijn veeleer vragen voor een filosoof.


P.S.
Had u opgemerkt dat ik de vooruitgangsdenkers stiekem een geloof heb toegedicht, het vooruitgangsgeloof?

(1) Tenzij er iemand interesse heeft in het simplistisch verbond.

woensdag 6 november 2019

Jeroen Hopster


Maarten Boudry zat gisteren in De afspraak om reclame te maken voor zijn nieuwe boek.
Over drogredenen.
Ik leerde dat er drogredenen zijn die ze zelf bedacht hebben. "De wafelijzermoraal" om een voorbeeld te geven.
Onder het motto "alles kan beter" bij deze een poging om er zelf één te verzinnen. En, al zeg ik het zelf, in het verzinnen meen ik een streepje voor te hebben op Maarten Boudry. Die is namelijk toch altijd een beetje gebonden aan de werkelijkheid.

Guilty by association (Hallo Jeroen!) was de volgende drogreden die de revue passeerde.
Vreemde quote: "soms zijn die argumenten ook wel legitiem".
Het "somsisme" en "wanneer?" zijn innig met elkaar verstrengeld. Niet soms, altijd.

"Procrastinatie" lijkt mij de drogreden bij uitstek. Het uitstellen van het denken als het om de knikkers gaat.

zaterdag 26 oktober 2019

F.C. de kampioen



"Als ik zo baldadig mag zijn om te verwijzen naar mijn boek Hoera! De democratie is niet perfect:
er bestaat een groot verschil tussen wetenschap en democratie. In een democratie moeten meningen maximaal geuit worden. In een wetenschappelijk debat niet."

Joël De Ceulaer.

https://www.demorgen.be/tv-cultuur/n-va-is-de-fc-de-kampioenen-van-de-politiek~b8f1f4a9/


"Het wetenschappelijk debat".
Dat lijkt me net zo fascinerend als het monster van Loch Ness.
Ik vraag me af waar er zoal over gediscussieerd kan worden in een wetenschappelijk debat.

De oorsprong van de paradox ligt in de contradictio in terminis.

Hanne Gaby Odiele



Toevallig kwam ik deze week op het twitter account van Joel David Hamkins terecht.
Zijn vakgebied is "philosophy of the infinite".
Ik wist niet eens dat dat bestond!
En toevallig las ik vandaag ook een interview met Hanne Gaby Odiele.
"Hen" -want zo hoort dat- noemt zichzelf non-binair.

Voor zover het voor een filosoof van de oneindigheid mogelijk is om in te spelen op de actualiteit  lijken mij daar uitdagende onderwerpen voor de cursus te liggen.

Als je jezelf non-binair noemt, ben je dan ook effectief non-binair?
Als je non-binair bent, zijn er dan nog binaire mensen?
Daar kan ik mij tot in de oneindigheid mee amuseren.




zondag 20 oktober 2019

Eva Berghmans

Essay Het individu als houvast in godloze tijden

Minder ‘ikkigheid’? We hebben net méér ik nodig

In zijn nieuwe boek neemt Dirk De Wachter de rol van pastoor op zich. Hij lacht er een beetje mee, maar vindt het nodig in deze tijden van eenzaamheid en burn-out. Nick Cave geeft op zijn website raad aan fans die de weg kwijt zijn. Is dat nu echt wat wij, bevrijde individuen, nodig hebben? Iemand die ons zegt hoe het leven te leiden?

Zelf worstel ik al maanden met een essay dat ik wil schrijven.
Over de paradox.
Over hoe het paradoxale schromelijk over het hoofd gezien wordt.
Ik vrees dat ik de deadline niet ga halen.
Te veel afleiding.


The Philosophy Essay Prize

Each year the Royal Institute holds an essay prize competition. The winner will receive £2,500 and their essay will be published in Philosophy
 
The new editors of Philosophy have extended the submission deadline to 1st November 2019.
 
Entries will be considered by a committee, and the winner announced by the end of 2019.  The winning entry will be published in Philosophy in April 2020.
 


2019 Topic: The Significance of Paradoxes

Philosophers of logic and language and metaphysicians of substance, space and time have long been interested in paradoxes but so to a lesser degree have philosophers of mind and moral philosophers, eg in relation to self-deception, weakness of will and moral dilemmas. Essays are invited on the philosophical use of paradox. Authors may consider the implications of seeming or real paradoxes in specific areas of philosophy, where the paradoxes in question may be strictly logical or more informal, or they may examine the general significance of paradox for accounts of thought and of reality.
 
In assessing entries priority will be given to originality, clarity of expression, breadth of interest, and potential for advancing discussion. All entries will be deemed to be submissions to Philosophy and more than one may be published. In exceptional circumstances the prize may be awarded jointly in which case the financial component will be divided, but the aim is to select a single prize-winner.
 
Entries should be prepared in line with standard Philosophy guidelines for submission. They should be submitted electronically in Word, with PRIZE ESSAY in the subject heading, to assistant [at] royalinstitutephilosophy [dot] org.
 
Instructions for contributors can be found here. (Please note Prize Essay submissions should be sent to the email address above and not through the ScholarOne system).