zondag 15 februari 2026

De apostaat

 

Maarten Boudry is een afvallige: hij heeft zijn geloof in drogredenen afgezworen.
Why fallacies don't exist (except in textbooks).

Waarschijnlijk zal hij dus helemaal geen bezwaar maken als ik hem er op wijs dat zijn stelling onderhevig is aan een drogreden: "secundum quid (et simpliciter)". 
Wat waar is in een bepaald opzicht is daarom nog niet absoluut waar. 
De uitzonderingen worden genegeerd in de algemene regel (fallacies don't exist).
Er zijn dus wel degelijk drogredenen in het werkelijke leven, bij voorbeeld deze van Maarten Boudry.

Nu ben ik natuurlijk de eerste om toe te geven dat de drogreden alleen van toepassing is op de titel van zijn stuk. Iedereen heeft dezer dagen wel "clickbait" nodig.
Uit de inhoud van zijn artikel blijkt het omgekeerde.
Maarten Boudry is helemaal geen apostaat, hij is een "bijna apostaat".
In het Engels bekt dat nog net iets lekkerder: "an almost apostate".
"real-life examples are almost nonexistent" is een symptomatische quote.
Het woord "almost" wordt acht keer gebruikt in zijn tekst. Voeg daar nog vier keer het gelijkaardige "mostly" en zeven keer "often" aan toe en je kan rustig besluiten dat Maarten Boudry wel de postmodernistische koning der bijwoorden moet zijn.
Laten we eerlijk blijven Maarten: Er is niet zoiets als een "fallacy fork".
Dat is er niet omdat er geen "almost" in de fallacy fork terug te vinden is.
Het is een "fake fork".

In werkelijkheid is het geen tweesprong.
In werkelijkheid is het een rotonde. 
Een rotonde waar de denkers even in de remmen moeten om daarna weer in dezelfde richting volop gas te geven.

zaterdag 14 februari 2026

De twijfelaar

 
De twijfelaar.

Het bed geeft rust.

Ooit
was het bed een kersenbloesem.
Een bloei van nauwelijks een week,
om dan plaats te maken voor
de kers,
de pit,
de kerselaar,
het bed.

Nooit
ben ik zekerder
van wat ik wil
dan in die twijfelaar.
Omdat allicht
de bloesem
nog in dat bed ligt.


zondag 1 februari 2026

De semanticus


 

 


 
Je kan niemand meer op zijn woord geloven dezer dagen.
Een titel als "dit is fascisme" vraagt er toch gewoon om.
Negeer het en er is ons een nieuwe golf van fascisme bespaard gebleven.
Terwijl het toch twijfelachtig is of de auteur in kwestie dat wat er staat ook effectief bedoelde.

Ik las het boek dus niet.
200 (tweehonderd !) bladzijden.
Waarom zou je tweehonderd bladzijden schrijven als je aan één woord genoeg hebt: "fascisme"?
Er zijn grenzen aan mijn welwillendheid.
Mijn welwillendheid in deze beperkt zich tot het artikel.

"Fascisme begint met taal, niet met tanks."
Dat is een insteek naar mijn hart.

"Het is een beproefde tactiek om taal van haar betekenis te ontdoen", schrijft Rosan Smits.
Fascisme begint met het woord "fascisme" van haar betekenis te ontdoen.
De zin impliceert een wereldbeeld, een wereldbeeld van "En in den beginne schiep God taal".
"Fascisme" heeft een betekenis.
We moeten "fascisme" helemaal geen betekenis geven, want als "fascisme" geen betekenis zou hebben, dan hadden we het in eerste instantie ook helemaal niet kunnen benoemen.
Er is een onverbiddelijke overgang van "er is een betekenis van fascisme" naar "er is fascisme".

"Fascisme begint met zijn, niet met tanks."
"Ga terug naar start" :
"Dit is fascisme".

Gelukkig had God een andere visie.
"Well, God has arrived. I met him on the 5.15 train".
John Maynard Keynes.
 

Wat betekent het dan om van de elementen te zeggen dat we ze noch zijn noch niet-zijn kunnen toeschrijven? – Men zou kunnen zeggen: als alles wat we 'zijn' en 'niet-zijn' noemen, besloten ligt in het bestaan ​​en niet-bestaan ​​van verbanden tussen de elementen, dan heeft het geen zin om te spreken van het zijn (niet-zijn) van een element; net zoals, als alles wat we 'vernietigen' noemen, besloten ligt in de scheiding van elementen, het geen zin heeft om te spreken van de vernietiging van een element. Maar men zou kunnen zeggen: men kan een element geen zijn toeschrijven, want als het er niet was, zou men het niet eens kunnen benoemen en er dus helemaal niets over kunnen zeggen. – Laten we een analoog geval bekijken! Van één ding kan men niet zeggen dat het 1 meter lang is, noch dat het niet 1 meter lang is, en dat is de oorspronkelijke meter in Parijs.



 Was heißt es nun, von den Elementen zu sagen, daß wir ihnen weder Sein noch Nichtsein beilegen können? – Man könnte sagen: Wenn alles, was wir “Sein” und “Nichtsein” nennen, im Bestehen und Nichtbestehen von Verbindungen zwischen den Elementen liegt, dann hat es keinen Sinn vom Sein (Nichtsein) eines Elements zu sprechen; sowie, wenn alles, was wir “zerstören” nennen, in der Trennung von Elementen liegt, es keinen Sinn hat, vom Zerstören eines Elements zu reden.
     Aber man möchte sagen: man kann dem Element nicht Sein beilegen, denn wäre es nicht, so könnte man es auch nicht einmal nennen und also garnichts von ihm aussagen. – Betrachten wir doch einen analogen Fall! Man kann von einem Ding nicht aussagen, es sei  1 m lang, noch, es sei nicht 1 m lang, und das ist das Urmeter in Paris


woensdag 21 januari 2026

Leo Vroman

 


Rik Torfs bevindt zich momenteel in het oog van een mediastorm: In zijn boek "waarheid" gebruikte hij citaten van bekende mensen die helemaal niet blijken te bestaan. 
De citaten bedoel ik dan voor alle duidelijkheid.
Tot overmaat van ramp bestempelde hij dergelijke praktijk enkele dagen eerder als "genant" en "iets wat lang aan de bedrijver zou blijven kleven". 

Rik Torfs reageerde echter veel verstandiger op de heisa dan Petra De Sutter. De betrokken citaten zijn geen letterlijke citaten, hij "parafraseert" de aangehaalde auteurs.
Petra De Sutter verzuimde om te vermelden dat ze Albert Einstein parafraseerde. Jammer, het zou haar zijn subtiele spot - veel mensen zijn minder erudiet dan ze willen laten uitschijnen - hebben bespaard.
Het is overigens opvallend dat beide auteurs een zeker relativisme willen promoten.
"Dogma is de vijand van de vooruitgang".
Het aan Einstein toegewezen citaat zou zo maar uit het boek van Rik Torfs kunnen komen.

Het is goed toeven in het oog van de storm, er heerst een absolute rust.
"In de volgende editie zullen de haakjes verwijderd worden."
Zo eenvoudig kan het zijn.
Nu is het echter bij het parafraseren wel de bedoeling dat je de ideeën van de aangehaalde auteurs juist weergeeft. 
Wat dat betreft heb ik een kleine opmerking.
Het mooiste woord uit zijn boek is "algauw".
"Maar wat Friedrich Nietzsche duidelijk besefte, dat feiten algauw interpretaties zijn, .."
Het originele citaat luidt: "Nein, gerade Tatsachen gibt es nicht, nur Interpretationen."
"Nee, er zijn geen absolute feiten, alleen interpretaties."
Met de "algauw" als bijwoord wordt de betekenis algauw het omgekeerde van het oorspronkelijke citaat.
Misschien kan dat ook alsnog rechtgezet worden in de vierde editie.



Want, om het met Vigilius Haufniensis (volledig fictieve schrijver) te zeggen:


Waarheid heeft altijd veel luidruchtige predikers gehad, maar de vraag is of iemand waarheid in de diepste zin zal erkennen, haar zijn hele wezen zal laten doordringen, alle consequenties ervan zal accepteren en niet, in geval van nood, een uitweg voor zichzelf zal zoeken en een Judaskus zal gebruiken om de gevolgen te verzachten.
"Het begrip angst"

"Sandheden har altid havt mange høirøstede Forkyndere, men Spørgsmaalet er, om et Menneske i dybeste Forstand vil erkjende Sandheden, vil lade den gjennemtrænge sit hele Væsen, antage alle dens Consequentser, og ikke have i Nødsfald et Smuthul for sig selv og et Judas-Kys for Consequentsen."