zaterdag 21 januari 2017

Benjamin De Mesel



WITTGENSTEINIAN APPROACHES TO MORAL PHILOSOPHY

Third Edition

KU LEUVEN, 21-23 SEPTEMBER 2017

Venue: Institute of Philosophy, Kardinaal Mercierplein 2, 3000 Leuven

CONFERENCE THEME

Wittgenstein’s relationship toward ethics and moral thought has always been complicated and defiant of any kind of straightforward characterizations. While he grappled with moral and ethical considerations throughout his life, and clearly possessed a profound moral conviction, neither in his earlier nor later works did he ever develop an explicit ethical theory. Instead, readers are seemingly confronted with two ways of reading him: either with the call to remaining silent about matters outside the realm of representation in his earlier writings or with allusions to a method for clearing up with philosophical difficulties in his later works – often referred to as therapeutic philosophy.
The primary focus of this conference is to explore potentially relevant and fruitful uses (as well as possible difficulties) of Wittgenstein’s ideas and methodology for contemporary moral philosophy. As such, the presenters will be addressing key themes within the scholarly debate involving Wittgenstein, ethics, and moral thought: whether a positive ethical theory can be extracted from his works, to what extent his later ideas involving philosophy as therapy resolving philosophical confusions can be applied to moral philosophy, as well as exploring whether concepts (e.g. language-game, form(s)-of-life, meaning as use, and family resemblance) or perhaps a method or style of reasoning that could be characterized as Wittgensteinian might be relevant for contemporary moral philosophy.

Why Wittgenstein won’t ridicule me.

“Wittgensteinian approaches to moral philosophy”.
This title assumes that anyone who submits a paper understands Wittgenstein. Or that the author at least believes that he understands Wittgenstein. If this was not the case, it couldn’t be Wittgensteinian approaches, it would be the author’s approaches. Considering that Wittgenstein himself emphasised on numeral occasions that nearly no one did understand him, it is a bold statement to claim that you understand Wittgenstein. It’s even bold to claim that you believe you understand Wittgenstein.
The first sentence in the preface of the tractatus logico-philosophicus: “Perhaps this book will be understood only by someone who has himself had the thoughts that are expressed in it – or at least similar thoughts”. Since I am inclined to believe this, I would like to start with the question “When did you have these thoughts?” It must be obvious that “these thoughts” are prior to the reading of his book. It’s not my intention to play hide and seek in this matter. As “these thoughts” were overwhelming to me, I know exactly where and when I had these thoughts. I will try to clarify this.

Convinced that the thoughts that are expressed in the tractatus came in a similar sudden way to Wittgenstein - If I had the same thoughts as Wittgenstein then Wittgenstein had the same thoughts as me -, I want to give a suggestion when this happened to him.
I finally would like to focus on the last part in his “lecture on ethics”.
“My whole tendency and I believe the tendency of all men who ever tried to write or talk Ethics or Religion was to run against the boundaries of language.”

I think that it is safe to say that the whole tendency of Wittgenstein was to refute his own statements. There was always something to add in his writings, there was always something new in his writings, there was always something to change in his writings. So, I want to clarify how this sentence in his lecture can be, in a Wittgensteinian way, undermined. Because without the negation of this sentence, we have to admit that it is not possible to write or talk Ethics.


(Uiteraard veel kans dat u mijn paper hier in alle exclusiviteit te lezen zal krijgen. You lucky bastard.)

vrijdag 20 januari 2017

Vigilius Haufniensis




Ignaas Devisch schreef een column voor de standaard.

Laat me daarom eindigen met een cryptische gedachte van Søren Kierkegaard: ‘Eerst hij die door de angst wordt gevormd, wordt door de mogelijkheid gevormd.’

Ik ben gek op teksten met verwijzingen naar "mijn" filosofen. Al moet ik toegeven dat sommige van die teksten mij soms ook cryptisch overkomen. Dat is niet zo verwonderlijk. Zelfs mijn eigen teksten vind ik soms cryptisch. Het overkomt me wel eens dat ik "statcounter" check of er iemand mijn teksten leest (zelden) en welke dat zijn. Als ik een tekst herlees gebeurt het (zelden) dat ik terug even moet nadenken wat mijn gedachtengang daar weer precies was. Terwijl het mij op dat moment zo kraakhelder leek!

Het is niet gemakkelijk om te achterhalen wat de oorsprong is van de geciteerde gedachte.


Aanvankelijk dacht ik dat het te herleiden was tot

“Because it is possible to create — creating one’s self, willing to be one’s self… — one has anxiety. One would have no anxiety if there were no possibility whatever.”

Dat is op zich een mooie gedachte, maar het is geen gedachte van Kierkegaard maar van Rollo May.
Een mens heeft de mogelijkheid om van gedacht te veranderen.
Bij nader inzien is het een zin uit "The concept of Anxiety".

Dread is the possibility of freedom. Only this dread is by the aid of 
faith absolutely educative, consuming as it does all finite aims and 
discovering all their deceptions. And no Grand Inquisitor has in 
readiness such terrible tortures as has dread, and no spy knows how to 
attack more artfully the man he suspects, choosing the instant when he 
is weakest, nor knows how to lay traps where he will be caught and 
ensnared, as dread knows how, and no sharp- witted judge knows how- 
to interrogate, to examine the accused, as dread does, which never lets 
him escape, neither by diversion nor by noise, neither at work nor at 
play, neither by day nor by night. 

He who is educated by dread is educated by possibility, and only 
the man who is educated by possibility is educated in accordance with 
his infinity. Possibility is therefore the heaviest of all categories. One 
often hears, it is true, the opposite affirmed, that possibility is so light 
but reality is heavy. But from whom does one hear such talk ? From a lot 
of miserable men who never have known what possibility is, and who, 
since reality showed them that they were not fit for anything and never 
would be, mendaciously bedizened a possibility which was so beautiful, 
so enchanting; and the only foundation of this possibility was a little 
youthful tomfoolery of which they might rather have been ashamed. 
Therefore by this possibility which is said to be light one commonly 
understands the possibility of luck, good fortune, etc. But this is not 
possibility, it is a mendacious invention which human depravity falsely 
embellishes in order to have reason to complain of life, of providence, 
and as a pretext for being self-important. No, in possibility everything is 
possible, and he who truly was brought up by possibility has 
comprehended the dreadful as well as the smiling. 
 

KRAAKHELDER
P.S. Probeer nog wat te profiteren van de ideale weersomstandigheden.
Wie de lucht van mijn geschriften weet in te ademen, weet dat het een berglucht is, een krachtige lucht. Je moet ervoor geschapen zijn, anders is het risico niet gering dat je er kou in vat. Het ijs is vlakbij, de eenzaamheid is enorm - maar zo rustig als alle dingen in het licht liggen! zo vrij als je ademt! ...
Nietzsche, Ecce homo

donderdag 19 januari 2017

Candice Vanhecke


We zijn in een tijd beland waarin zelfs het aforisme in zijn context gezien moet worden.

woensdag 18 januari 2017

Ray Monk


"Ludwig Wittgenstein, portret van een gekwelde geest" gelezen.

Met af en toe ook uitwijdingen over de filosofie van Wittgenstein.
"Is dat zo?" lijkt me de gepaste vraag om in het achterhoofd te houden tijdens de lectuur.

dinsdag 17 januari 2017

Brie Gertler




Ik begrijp best dat er boeken over zelfkennis geschreven worden maar niet dat ze gelezen worden.

zaterdag 7 januari 2017

Peter Mertens



Begin januari zal ongetwijfeld de annalen ingaan als het gebekvecht over de vraag of de PVDA nu al dan niet een extreme partij is.

Moet de PVDA afstand nemen van Stalin? Van Mao? Van Castro?  Van Marx?

Het antwoord van Peter Mertens in de Morgen vandaag over het afstand nemen van Stalin:

"Nogmaals, wij zijn geen stalinisten. Maar tot wanneer ga je terug in de tijd? Leopold II, dat zijn tussen de vier en de twintig miljoen doden. Toch staat ons land vol met standbeelden van die man. Wel, van mij mogen die allemaal weg. (lacht)."

Peter Mertens stelt een legitieme vraag.
"Ik zou kunnen eisen van Wouter Beke dat hij zich distantieert van de inquisitie, de boekverbranding en de index. Maar die logica, daar doe ik niet aan mee."
(Chronologisch zou je verwachten dat deze passage op de vorige volgt, maar vreemd genoeg is dat in het interview niet zo. Soit, dat is niet meer dan een irrelevante bedenking van mijn kant. )

Het probleem is dat interviews redelijk lang duren.
De vraag is dan ook hoe lang je uitspraak geldig blijft. Tot wanneer ga je terug in de tijd met andere woorden.
Dit is het einde van het interview:

U noemt het cordon sanitaire rond uw partij ondemocratisch. Gaat diezelfde redenering op voor Vlaams Belang?
"(aarzelt) Tja, ik vind dat cordon sanitaire principieel correct omwille van het racisme. Het is wel een harde maatregel waar je voorzichtig mee moet omspringen. Maar de vraag is; waar begint principiële haatzaaierij? De uitspraak van de rechtbank in 2004 was glashelder: het ging over systematisch aanzetten tot discriminatie. Systematisch!"

Tot wanneer ga je terug in de tijd?
Het blijft een beetje "fuzzy".
"Fuzzy" zoals in "Fuzzy logic".
(Er bestaat meer dan één logica, maar dat weet Peter Mertens natuurlijk. "Maar die logica, daar doe ik niet aan mee" is natuurlijk niet hetzelfde als "Maar de logica, daar doe ik niet aan mee".)
Tot wanneer ga je terug in de tijd?
Al zeker tot 2004.

maandag 2 januari 2017

Harry Frankfurt


STOEL

"Jij bent mijn stoel", schrijft de dichter.

"Het is een metafoor", schrijft men achteraf.
"Het steunpunt van de dichter", schrijft men achteraf.
"Het rustpunt van de dichter", schrijft men achteraf.
En welja, "de dichter zit er graag op", schrijft men achteraf.

Maar bovenal, 
Alleen jij
Weet het.


Een gedicht om 2017 feestelijk te openen.
Inmiddels hebben we immers de feitelijke overgang van 2016 naar 2017 gemaakt.
De eerste opiniebijdrage op de redactie.be was van Luckas Vander Taelen.

"Feiten en opinie

 Dat is helaas steeds meer kenmerkend voor de manier waarop media omgaan met informatie: de eigen opvattingen van de journalist sijpelen meer dan vroeger door in artikels, die zich vaak niet meer onderscheiden van editorialen of columns. Het is in de dagelijkse informatiestroom niet altijd mogelijk het verschil te zien tussen feiten en opinie.
Misschien is dit de grootste uitdaging voor de media in 2017 : het belang van nieuwsfeiten tegen elkaar afwegen, en op een onbevangen manier, zonder enig ideologisch vooroordeel het grote beeld te duiden."
(kleine bedenking: Luckas Vander Taelen is een zelfverklaarde "freelance journalist" die een column schrijft. Faut le faire.)

En in het eerste editoriaal van de Morgen kon je dit lezen:

"Ga voor de feiten, munt niet langer uit in politiek die buiten de waarheid staat. Maak van het extreme in de niet langer het nieuwe normaal.
Als we in 2017 ergens het keerpunt kunnen bereiken, laat het dan dat zijn."
Tine Peeters

Het ziet er dus niet naar uit dat er al sprake is van een feitenindigestie.
Jammer.
Maar als de feiten u in 2017 alsnog wat de keel uithangen, dan bent u hier altijd welkom om een "moment" te verpozen.
Zelf lijdt ik aan een ernstige vorm van feitenboulemie.
Elke dag weer ga ik op zoek naar feiten en waarheden om ze op te schrokken en dan later weer uit te kotsen.
Kotsen, kotsen en nog eens kotsen.
Kotsen tot er geen spoor van feit of waarheid meer in mijn systeem zit, tot ik alleen nog pure gal uitkots.
In tegenstelling tot wat u zou vermoeden is het erg zuiverend.
Maar dat kan ik hier tot in den treure blijven herhalen, de enige manier om het zelf te achterhalen is door het te beleven. Over dus tot de orde van de dag.

Ofwel is het A, ofwel is het niet-A.
Veel gekker moet het voor mij niet worden.
Nu is er ook een tendens om te spreken over een derde mogelijkheid.
Het is noch A noch niet-A.
Met alle respect, maar dat is bullshit.

Het ei is wit of het ei is niet-wit. Punt.
"Het ei is noch wit noch niet-wit" klinkt heel aannemelijk, maar dat is het niet. Het is niet aannemelijk omdat het ons geen ene stap vooruit helpt. Het is een volstrekt nietszeggende uitspraak, je kan even goed zwijgen. En als u dat tegenspreekt, dan is het mijn volste recht om te vragen wat het ei dan wel is. Het is onmogelijk om daar een antwoord op te geven.
Zilverwit, sneeuwwit, hagelwit, melkwit, titaanwit, zinkwit, loodwit, ivoorwit, verkeerswit, vuilwit, gebroken wit, ijswit, wolkenwit of spierwit, het is allemaal wit.
En al de rest is niet-wit.
"Het ei is rauw", zou je kunnen zeggen. In dat opzicht is het ei noch wit, noch niet-wit. Eureka!
Ik stel me dan evenwel de vraag of er ook een vierde mogelijkheid bestaat.
Het is niet "noch A noch niet-A"?
Uiteraard.
Het ei is niet rauw. Ik kan u een perfect gekookt eitje serveren als u dat niet zou geloven.
Ik stel me dan evenwel de vraag of er ook een vijfde mogelijkheid bestaat.
Het is noch "noch A noch niet-A" noch "niet 'noch A noch niet-A' ".
Uiteraard.
"Het ei is rot", zou je kunnen zeggen. In dat opzicht....
Enfin, u begrijpt het . Het creëren van de derde mogelijkheid lijkt mij een doos van Pandora, op die manier blijven we wel een tijd bezig.

Harry Frankfurt schreef een essay "on Bullshit".
Hierin maakt hij een onderscheid tussen A (de waarheid) en niet-A (de leugen).
Bovendien zou er zo iets bestaan als noch A noch niet-A.
Dat is bullshit.
Nu is het een eitje om daar komaf mee te maken, daar ga ik me echt niet mee bezighouden.
Al moet het me wel van het hart dat Harry Frankfurt ettelijke bladzijden van zijn gelukkig niet al te omstandig essay besteedt aan een uitspraak van Wittgenstein waaruit blijkt dat hij Wittgenstein even goed begrijpt als Bertrand Russell. U zou me kunnen troosten met "men moet geen struif om een ei bederven", maar dat blijft toch maar een magere troost.
Neen, van die boer geen eieren.

Ik kan evenwel niet om de realiteit heen. Het begrip "bullshit" maakte de afgelopen jaren opgang in het kielzog van de post-truth samenleving. Zo ging de Ig Nobel prijs voor de vrede 2016 naar een onderzoek "On the Reception and Detection of Pseudo-Profound Bullshit". (ook iets om trots op te zijn tussen haakjes, de winnaars verwijzen in hun bibliografie naar een werk van Filip Buekens en Maarten Boudry)
"The Ig Nobel Prizes honor achievements that first make people laugh, and then makes them think."
Er is nog geen Ig Nobel prijs voor filosofie. Dat zou dan eerder een prijs zijn die eerst tot nadenken stemt en nadien tot lachen (die filosofen moeten toch altijd een beetje dwars zijn vind ik).




Ik wens u een creatief én een nuchter 2017

zondag 1 januari 2017

Harold Polis


In juni 2015 kreeg ik een mooie afwijzingsbrief.

Geachte heer,

Dank voor uw inzending, die ik grondig heb gelezen.

Ik kan deze tekst niet uitgeven, omdat hij naar mijn gevoel een betekenis heeft die onvoldoende herkenbaar zal zijn voor het publiek dat wij willen bereiken. Maar de aanpak is inventief en viel enorm op.

Ik kan over deze beslissing niet verder corresponderen, maar het staat altijd vrij om nieuw werk voor te leggen.

Met vriendelijke groet

Harold Polis
Uitgever / Publisher
Uitgeverij Polis / Polis Publishers

Polis_P_handtekening


Mooie afwijzingsbrief. Dat is geen ironie van mijn kant.
Geen standaardbrief zoals ik er ook meerdere ontvangen heb en bovendien kreeg ik de indruk dat het boek ook effectief gelezen werd.
Ik kon me er zelfs in vinden. Naar mijn gevoel (ook al een reden om het een mooie afwijzingsbrief te vinden) was het ook voor bitter weinig mensen herkenbaar.
Om niet te zeggen voor niemand.
Maar ik heb inmiddels een soortgenoot gevonden!
Misschien (alles verandert immers) moet ik mijn boek toch nog eens voorleggen aan Harold Polis.