zaterdag 24 juni 2017

Mark Elchardus jr.



Nu de vakantie nadert, de koffers worden gepakt, de reizen gepland of geboekt, kunnen we nog heel even de tijd nemen om terug te blikken op het meest ondergewaardeerde debat van het voorbije jaar.

Is onze levenswijze superieur?


Gwendolyn Rutten (Open Vld) lanceerde dat thema. Vele landgenoten vinden van wel. Honderdduizenden West-Afrikanen vinden hun levenswijze dan weer helemaal niet superieur. Zij zetten hun leven op het spel om Europa te bereiken. Verschillende landen betalen inmiddels communicatiespecialisten om in Afrika luidkeels te verkondigen dat onze levenswijze absoluut niet superieur is, dat iedereen daar beter ter plaatse blijft en zich de dure, gevaarlijke reis bespaart. Mijn eerste reactie was dan ook een paniekerig 'Shhhttttt mevrouw Rutten, stil, stil houden'. Maar het flapte er al uit: “Onze levenswijze is superieur." De staatssecretaris voor Asiel kan mevrouw Rutten, terecht, omschrijven als een aanzuigeffect.
Terwijl ik hoopte dat de mare van haar stelling de Sahel niet zou bereiken, barstte hier de controverse los. Mensen verklaarden zich heftig voor, maar ook tegen. Voorspelbaar waren er de katholieke fundi's die, met koppeltekens in de uitverkoop, onze 'levens-wijze zin-loos' achtten. Daarnaast de occidentalisten – de haters van het Westen – die spraken van “vermeende superioriteit” en “schijnvrijheid”. Meteen naar Afrika met al die mensen. Daar vertellen dat we hier onder het juk van oude, blanke mannen zwichten.
Het debat ging niet liggen. In het vragenrondje van lezingen staken mensen de vinger op: professor, gelooft u ook dat onze levenswijze superieur is? Ik kreeg er zowaar spijt van te hebben gelachen met de uitspraak van Rutten (sorry, mevrouw). Zelden debatteerden zoveel landgenoten tegelijk over een belangrijke kwestie. Ik herinner me één gesprek waarin iemand, volkomen correct overigens, opmerkte dat de mensen het gelukkigst zijn in ons samenlevingsmodel, in Noordwest-Europa. Dat leek iedereen een sluitend bewijs voor de superioriteit van dat model. Ik vond het vervelend spelbreker te zijn, maar bracht toch in dat dit een hedonistische zienswijze is. Niet alle culturen hechten evenveel belang aan geluk. Zelfs niet alle mensen met wie wij moeten samenleven doen dat, spijtig genoeg. Veel instemmend geknik in de zaal. Neem nu psychiater Dirk 'niet-alle-dagen-feest' De Wachter. Zo iemand hebben ze daar in Afrika nodig. De diepere zin van pijn en miserie.

Vinden we rijke samenlevingen echt zo aantrekkelijk?

Hoe breed het debat ook werd gevoerd, twee dingen miste ik. (1) Wat houdt ons samenlevingsmodel dan precies in? (2) Hoe oordeelt men over superioriteit?
Is het gewoon onze rijkdom, ons bruto nationaal product per capita dat het doet? In dat geval zijn Qatar, Macau, Singapore, Brunei, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië, Oman en Bahrein, om er maar een paar te noemen, flink superieur aan België. Hoeveel one way tickets?
Persoonlijk denk ik dat een vijftal instellingen onze samenlevingsvorm typeren en van andere onderscheiden: democratie, rechtsstaat, verzorgingsstaat, seculiere staat en wetenschap als grondslag van geldig geachte kennis. De samenlevingen waarin die instellingen het mooist tot ontwikkeling kwamen, zijn de Noordwest-Europese, samen met Canada en Nieuw-Zeeland. Uiteraard is er ook een cultuur, een geheel van houdingen, opvattingen en waarden nodig om die instellingen te dragen en te laten functioneren. Die instellingen worden immers voortdurend uitgedaagd. De graaicultuur die in Brussel aan het licht komt, verettert de crisis van de democratie, het terrorisme is een uitdaging voor de rechtsstaat, globalisering bedreigt de verzorgingsstaat, de aanwezigheid van een traditionalistische islam daagt de seculiere samenleving uit, het gewicht van commerciële belangen is een probleem voor de wetenschap. Die instellingen moeten voortdurend aangepast en bijgestuurd worden. Dat lukt omdat zij steunen op idealen die breed gedragen zijn.

Oordelen als goden


Is dat samenlevingsmodel superieur? Voor mij wel. Ik ben erin opgegroeid en kan me in alle eerlijkheid geen goede samenleving, geen goed leven voorstellen zonder die instellingen. Buiten die instellingen ligt voor mij dwaasheid, onwetendheid, onverdraagzaamheid, willekeur, onrechtvaardigheid en onderdrukking. Maar – dat is zo omdat ik mijn oordeel vel op basis van die instellingen – vanuit de eis dat uitspraken over de wereld gegrond zijn in wetenschap, dat het samenleven met mensen met andere overtuigingen mogelijk moet zijn, dat sociale onrechtvaardigheid en willekeur onaanvaardbaar zijn, dat waardigheid ook zeggenschap impliceert. Mijn oordeel is met andere woorden subjectief, eurocentrisch, geveld op basis van de denkkaders, waarden en normen die ons samenlevingsmodel mij aanreikt. Ik zie trouwens niet in vanuit welk standpunt, alsof zij een soort boven de menselijke diversiteit zwevende goden zijn, sommige mensen met stelligheid kunnen beweren dat ons samenlevingsmodel wel superieur of niet superieur is. Hubris. Ik hou het liever bij: ik vind het persoonlijk superieur en ben bereid het met hand en tand te verdedigen.

Hoe doen we dat, het verdedigen? Niet door te roepen dat het superieur is. Wel door er grenzen omheen te trekken en die goed te bewaken. Te controleren wie binnenkomt. Erop toe te zien dat zij geen bedreiging vormen voor dat samenlevingsmodel. Door nieuwkomers en onze kinderen dat model beter te leren kennen en waarderen. Het is nu net een voordeel van die samenlevingsvorm dat het mensen van heel veel, niet alle, maar van heel veel verschillende overtuigingen kan opnemen in een samenleving waarvan ook zij gaan houden.
Het is altijd pijnlijk als degene die gekookt heeft als eerste zegt: "Lekker hé." Beter is het in zo’n geval naar het oordeel van anderen te luisteren. Vanuit westerse landen hebben democratie, rechtsstaat, verzorgingsstaat, seculiere staat en wetenschap zich met wisselend succes over grote delen van de wereld verspreid. Men noemt dat modernisering, maar spreekt ook van verwesterlijking omdat die instellingen in het Westen tot bloei kwamen en zich van daaruit verspreidden, ook al werden ze elders vaak op eigen, gelijkaardige ontwikkelingen geënt. Blijkbaar zijn we dus niet de enigen die deze instellingen aantrekkelijk, zo niet superieur achten, tenzij men zoals de occidentalisten veronderstelt dat hun verspreiding louter een kwestie van koloniale onderdrukking en machtsvertoon is geweest.
Die stelling horen we nu, ironisch genoeg, eveneens over de nakende 'veroosterlijking' van de wereld. Die zou het gevolg zijn van de snelle economische groei en toenemende militaire uitgaven van China. Dat wijst op grote onzekerheid en zelftwijfel. Twintig jaar geleden zouden we in diezelfde ontwikkelingen net een teken van de verwesterlijking van China hebben gelezen. Is ons samenlevingsmodel een toevallig samenraapsel van instellingen die zich over de wereld hebben verspreid omdat westerse landen baasje speelden? Of hebben die instellingen iets dat mensen doet beseffen dat zij, eens er wat economische ademruimte is, goed leven en samenleven mogelijk maken? Overal ter wereld zijn er mensen die overtuigd zijn van dat laatste; bereid ook voor die overtuiging te vechten: hun land te veranderen, eerder dan van land te veranderen.

https://www.demorgen.be/opinie/-ik-vind-ons-samenlevingsmodel-persoonlijk-superieur-en-ben-bereid-het-met-hand-en-tand-te-verdedigen-bb46edcb/

Mark Elchardus laat zijn licht schijnen op het meest ondergewaardeerde debat van het voorbije jaar. 
Is onze levenswijze superieur?
Zelf ga ik daar niet aan meedoen.
Als ik dat wel zou doen, dan zou ik de aandacht vestigen op de merkwaardige stelling dat Mark Elchardus zijn oordeel gebaseerd is op de wetenschap, dat zijn oordeel met andere woorden subjectief is. Als u het niet erg vindt, dan laat ik deze kelk aan mij voorbijgaan.
Liever zou ik hier graag even Mark Elchardus zijn legendarische hekel aan de wortel in herinnering brengen.
Dat begon al van in de baarmoeder. De eerste keer dat de mama van Mark de hand van zijn papa op haar buik legde en fluisterde "Voel, hij beweegt" had de mama van Mark net worteltjesstoemp gegeten. Het eerste bewegen van haar kind had ze toen nog niet begrepen als een koleirig stampen.
Van zodra Mark potjes vaste voeding tot zich nam zette hij het steevast op een brallerig huilen van zodra hij ook maar een spoor van wortel proefde. Maar niemand die ooit de link legde tussen het huilen en de wortel. Dat kwam pas toen Mark zijn eerste woordjes brabbelde. Het zal u niet verbazen dat de eerste woordjes van Mark Elchardus "wortel is vies" waren.
Het moet gezegd, de papa van Mark Elchardus heeft lange tijd pogingen ondernomen om zijn zoon zijn aangeboren hekel aan de wortel te helpen overwinnen. 
"Ik vind wortel vies", corrigeerde papa Elchardus telkens kleine Mark zijn mantra "wortel is vies" herhaalde.
Tot de puberteit. Net zoals elke puber had Mark weleens last van gezagsondermijnend gedrag.
"Wortel is vies", zei Mark toen zijn mama op een broeierig hete dag in juni rauwkost serveerde en Mark de geraspte oranje groente in zijn bord ontwaarde.
"Je vindt wortel vies", antwoordde zijn vader zonder zijn blik af te wenden van de column die hij aan het lezen was in de krant.
"Daar gaan we weer", rolde de mama van Merk met haar ogen.
"En ik vind dat dat een inferieur onderscheid is", keilde Mark zijn bord de tuin in.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten