zondag 9 maart 2014

Lawrence Krauss

 

 

Verbeelding in een dwangbuis

 
Gesprek met Lawrence Krauss
Lawrence Krauss is een befaamd kosmoloog, populair-wetenschappelijk auteur en snoepjesliefhebber. In zijn recente boek A Universe from Nothing tracht hij een onthullend antwoord te geven op de vraag hoe ons heelal ontstaan is uit het niets. “Op zulke Grote Vragen moet de wetenschap een antwoord trachten te geven”, meent Krauss. En dus niet de filosofie. Die doet hij af als een irrelevante bezigheid die ons geen stap vooruit helpt. “Terwijl filosofen discussiëren, maakt de wetenschap progressie. Wetenschappers hebben geen enkele nood aan hun filosofische inzichten.”
Lawrence Krauss
Gefotografeerd door Simon Wardenier
Op 17 oktober ging Krauss in debat over de grenzen van de wetenschap. Nota bene met twee filosofen: Massimo Pigliucci en Daniel Dennett. “Eigenlijk ben ik nogal terughoudend om met filosofen in debat te gaan”, biecht Lawrence Krauss ons de volgende dag op. “Ik ben vooral ingegaan op de vraag van omdat ik het gevoel had dat de organisatoren er eerder een boeiende gespreksavond van wilden maken. En omdat Daniel Dennett één van de gesprekspartners was, een goede vriend en een filosoof die ik enorm waardeer. Mocht het echt in de vorm van een confronterend debat tussen mij en Pigliucci geweest zijn, dan had ik misschien niet toegezegd.”

Volgens Pigliucci hebben wetenschap en filosofie elkaar juist nodig. Hij verwijt u een te enge visie waarin onze kennis volledig herleid wordt tot datgene wat de wetenschap ons leert. Hij stelde u de vraag waarom u daar zo aan vasthoudt?
“Wetenschap is de beste manier om de wereld rondom ons te begrijpen. Ik beweer niet dat we ooit alles zullen weten, maar ik beweer dat we moeten blijven zoeken en dat wetenschap de enige methode is om progressie te maken. Alle andere manieren om kennis te vergaren zijn niet succesvol gebleken en zullen dat ook nooit zijn.”
“We zouden er ook voor kunnen kiezen om onze geest af te sluiten en ons de wereld proberen te verbeelden. Maar dan weten we niet of die hersenspinsels nog overeenstemmen met de realiteit. Het goede aan wetenschap is dat het toont dat enkel onze denkbeelden niet volstaan. We hebben experimenten — dé koppeling met de werkelijkheid — nodig om onze denkbeelden voort te stuwen in de goede richting. Nog nooit heeft louter nadenken ons kennis gebracht over het universum. Filosofie heeft ons misschien inzicht en wijsheid gebracht, maar géén kennis.”

U maakt duidelijk die strikte scheiding tussen wetenschap en filosofie. Is iemand als Daniel Dennett niet hét voorbeeld van de filosoof die vertrekt van onze wetenschappelijke kennis om aan filosofie te doen?
“We hebben gemeen dat we dezelfde vragen stellen, ja. Wat Dan doet is zeer belangrijk. Hij gebruikt de kennis van de cognitieve neurowetenschap om het soort vragen die hij stelt te verfijnen. Hij bestudeert de resultaten en hun implicaties en dat geeft ons inzicht in de manier waarop we ons gedragen. Dat is inderdaad een manier waarop filosofie en wetenschap samengebracht kunnen worden. Maar het stellen van dergelijke vragen is niet het voorrecht van de filosofie. We moeten allemaal nadenken over hoe we wetenschappelijke theorieën moeten interpreteren en hoe die ons kunnen helpen om ons gedrag te veranderen.”

Verbeelding in een dwangbuis

Een interessante casus over die scheiding tussen filosofie en wetenschap, is misschien het doctoraat van Marcoen Cabbolet, een Nederlanse fysicus aan de TU Eindhoven. Tot nog toe is nooit experimenteel aangetoond dat antimaterie en materie elkaar gravitationeel aantrekken. Cabbolet vertrok van de omgekeerde hypothese dat materie en antimaterie elkaar afstoten, en werkte op basis van die veronderstelling een geheel nieuwe fysica uit.
(onderbreekt) “Dat gaat volledig in tegen al onze natuurkundige kennis en is duidelijk fout.”
Dat was ook de reactie van Nobelprijswinaar Gerard ‘t Hooft, toen die het proefschrift te lezen kreeg. ‘t Hooft vond het werk te speculatief, waarop Cabbolets promotie op het laatste moment werd afgeblazen. Drie jaar later haalde Cabbolet alsnog zijn doctoraat met grootste onderscheiding, weliswaar aan de Faculteit Logica en Wetenschapsfilosofie van de VUB.
“Dat is interessant. Er is ‘speculatief’ en er is ‘zéér speculatief’. Zoals Richard Feynman stelt: ‘Wetenschappelijke creativiteit is verbeelding in een dwangbuis’. Het is een keurslijf dat ons bindt aan de werkelijkheid en dat ons niet toelaat om zomaar eender wat te fantaseren.”
“De meeste ideeën kan je a priori verwerpen, louter omdat ze niet in overeenstemming zijn met onze gevestigde wetenschappelijke theorieën. Een groot aantal experimenten leert ons op een indirecte manier dat materie en antimaterie gravitationeel op dezelfde manier moeten interageren. De claim dat dat niet het geval zou zijn, is ontzettend moeilijk te onderbouwen. Het is niet alleen speculatief, maar het is ook niet consistent met zowat alle natuurkunde die we tot op heden ontwikkeld hebben. Het zou anders zijn mocht zijn theorie ook bepaalde waarnemingen kunnen verklaren.”
Zou u het werk van Cabbolet dan filosofie of fysica noemen?
“Goh, misschien kan je dat filosofie noemen. Maar ik denk dat er binnen de fysica geen filosofie kan bestaan. De natuurkunde is zó ver voorbij datgene waar de filosofie is in blijven hangen. Het soort vragen die we stellen zijn zeer precies, wiskundig gedefinieerd en experimenteel. Onze intuïtie speelt niet langer de hoofdrol. We moeten onze intuïtie laten leiden door de empirische werkelijkheid. Als we poneren dat materie en antimaterie elkaar afstoten, dan doen we het omgekeerde, dan beschrijven we de werkelijkheid op basis van onze intuïtie.”
Als filosofie geen rol speelt binnen exacte wetenschappen, doet het dat dan misschien wel binnen de ‘sociale’ wetenschappen? Moeten we daar een onderscheid in maken?
“In de natuurwetenschappen hebben we beter de mogelijkheid om gecontroleerde experimenten uit te voeren. Sociale wetenschappen hebben een veel minder voorspellende waarde. Welke mechanismen zorgen er bijvoorbeeld voor dat bepaalde mensen bepaalde beslissingen nemen? We kunnen daar nog niet op antwoorden. Daarom worden er meer algemene vragen gesteld over wat er aan de hand zou zijn. Je ervaart de wereld rondom jou en probeert die te begrijpen zonder dat je onderliggende wetenschappelijke verklaring kent. Daarin kan filosofie misschien wel een rol spelen. Het is toepasbaar op de meest moeilijke en complexe menselijke problemen waarover kritisch moet worden nagedacht. In de natuurwetenschappen echter, is filosofie helemaal niet zinvol. Ik ken geen enkele fysicus die inzichten uit de wetenschapsfilosofie gebruikt.”

Is het een goede evolutie om alle vakgebieden die aan de universiteit onderwezen worden, ‘wetenschap’ te noemen? ‘Rechtswetenschap’, ‘taalwetenschap’, enzovoort. Kan alles kwantificeerbaar zijn?
“Kwantificeerbaarheid en exactheid zijn geen synoniemen. Daar is economie een goed voorbeeld van. Het proces om alles te verwetenschappelijken is een goede evolutie. Maar het is niet omdat je op iets het etiket ‘wetenschap’ zou plakken, dat het ook wetenschappelijk is. De wetenschappelijke methode, het vergelijken van theorie met experiment, is ons meest nuttige instrument. Maar in heel wat menselijke, sociale situaties is die methode niet geschikt. Er zijn te veel variabelen, je kan de experimenten niet controleren. Daarom moet je de conclusies ervan niet overdrijven.”

“Just a theory”

Ook binnen de natuurwetenschappen worden conclusies soms overdreven. Bijvoorbeeld over de snaartheorie, waarvan de grote beloftes nooit werden waargemaakt.
“Klopt, in de jaren 90 is daar een overdreven hype rond ontstaan. In populariserende boeken en in de pers zijn snaarfysici toen claims gaan maken die ongerechtvaardigd waren. Het is goed dat wetenschappers aan een breed publiek proberen uitleggen waarmee ze bezig zijn, maar het wordt gevaarlijk als ze de consequenties ervan gaan overdrijven.”
“Als wij claims maken die onhoudbaar blijken, dan geven we een wapen aan critici die vinden dat de wetenschap zichzelf voorbijloopt. Wanneer ik in de Verenigde Staten bijvoorbeeld met creationisten in debat ga, noemen ze evolutietheorie ‘just a theory’. Wanneer ze dan horen dat snaartheorie een andere ‘theorie’ is waarover weinig consensus en geen enkel empirisch bewijs bestaat, dan kunnen ze dat misbruiken om échte wetenschappelijke theorieën onderuit te halen. Ten opzichte van evolutietheorie is het oneerlijk om snaartheorie ‘een theorie’ te noemen. Ik ben blij dat mijn vriend Brian Greene (befaamd snaarfysicus die al meermaals met Krauss in debat ging, n.v.d.r.) mij daar intussen in volgt. Een wetenschappelijke theorie moet immers getoetst kunnen worden aan de werkelijkheid. Dat is het geval voor de kwantummechanica of voor het standaardmodel van de deeltjesfysica, maar niet voor snaartheorie.”
Als snaartheorie geen wetenschappelijke theorie is, is het dan louter een wiskundige theorie?
“Het onderzoek is natuurlijk zeer wiskundig van aard en heel wat snaartheoretici zijn in feite wiskundigen. Maar het is niet zo dat degenen die ermee bezig zijn, zichzelf geen fysici zouden willen noemen. Hun intentie is nog altijd om een reëel fysisch probleem op te lossen. Snaartheorie heeft ons fascinerende wiskunde voortgebracht, maar dat is dan ook alles. Ik zeg niet dat het zinloos is om er verder onderzoek naar te doen — veel van mijn studenten zijn later snaartheoretici geworden. Maar snaartheorie is het niet waard dat iederéén eraan werkt.”
“Verder is het zo dat het overgrote deel van de wetenschappelijk ideeën die aangebracht worden, simpelweg verkeerd is. Dat is iets wat men te weinig beseft. Ofwel blijken ze wiskundig geen steek te houden, ofwel zitten ze wiskundig wél goed in elkaar, maar kunnen ze niet experimenteel bevestigd worden. De meeste ideeën zijn a priori fout, men mag er dus niet te veel van verwachten.”
“Toegegeven, in de begindagen deden we dat wel. Het was een zeer beloftevol idee en het leek een goede kandidaat om een kwantumgravitatietheorie te worden (overkoepelende theorie die kantummechanica en relativiteitstheorie verenigt, n.v.d.r.). We hadden dus goede redenen om er geïnteresseerd in te zijn. Maar na dertig jaar aanslepen, heeft het ons niets opgebracht — op enkele wiskundige resultaten na.”
Misschien moeten we nog even geduld hebben? Uiteindelijk heeft het ons ook vijftig jaar gekost om het Higgs-mechanisme experimenteel te bevestigen.
“Er is een verschil. Het Higgs-mechanisme was goed gedefinieerd en liet toe om specifieke voorspelingen te gaan maken. Het was toegepast op de theorie van de elektrozwakke wisselwerking en zat op die manier ingebed in het standaardmodel van de fysica. Tijdens de volgende dertig jaar werd dat standaardmodel uitgebreid getest. Alle deeltjes die men op basis van de theorie verwachtte, werden in de jaren 70 ook teruggevonden in de versnellers. Op die manier werd het Higgs-mechanisme — via het standaardmodel — al op een indirecte manier geverifieerd. Enkel op het Higgs-boson moesten we wat langer wachten, dat is juist. Maar we wisten tenminste hoe we het moesten doen. Het Higgs-mechanisme lost een fysisch probleem op en voorspelt dat we een Higgs-boson kunnen waarnemen. Het heeft dus alle eigenschappen van een goede theorie. Snaartheorie daarentegen maakt geen enkele specifieke, falsifieerbare voorspelling. Het kan geen enkel fysisch probleem oplossen. We weten niet eens wat we ermee moeten aanvangen.”
“De snaartheorie maakt geen enkele specifieke, falsifieerbare voorspelling. Het kan geen enkel fysisch probleem oplossen. We weten niet eens wat we ermee moeten aanvangen”
“Het is dus oneerlijk om de twee op die manier met elkaar te vergelijken. In tegenstelling tot snaartheorie kon het Higgs-mechanisme getest worden, weliswaar indirect via de elektrozwakke unificatie. Nog vóór het Higgs-deeltje werd gevonden, werden al drie Nobelprijzen uitgedeeld voor andere aspecten van de theorie (aan Abdus Salam, Sheldon Glashow en Steven Weinberg in 1979, n.v.d.r.). En de uiteindelijke zoektocht naar het Higgs-boson zelf was een prachtig voorbeeld van een falsifieerbare test. Het feit dat het volledige standaardmodel, de grootste intellectuele prestatie die onze menselijke soort ooit heeft voortgebracht, in duigen kon vallen, was uitermate spannend. Stiekem was ik zelfs aan het hopen dat het fout zou zijn, want dan zou er iets nóg opwindenders aan de gang zijn.”

Rock ‘n roll tour movie

Iets helemaal anders. Eind dit jaar komt de documentaire The Unbelievers uit, waarin u samen met Richard Dawkins gevolgd wordt. Kan u al een tipje van de sluier oplichten?
(enthousiast) “Iedereen zou die moeten zien! Het wordt een prachtige rock ‘n’ roll tour movie, die ons zowel voor als achter de schermen volgt terwijl we de wereld rondtrekken en met elkaar in gesprek gaan over wetenschap. Dat die gesprekken veel discussie zullen uitlokken, is nu al gebleken uit de try-outs, maar dat is volgens mij net wat een goede film moet doen. Het is ook een amusante film, er zit verhaal in, de muziek zit goed, het fascineert. Ik ben er heel trots op. Ik hoop dat we hiermee het grote publiek aanzetten om zich te interesseren voor wetenschap. In ieder geval zal het de kijkers uitdagen en in beroering brengen. Ik heb zelfs van religieuze mensen gehoord dat ze benieuwd zijn om er naar te kijken. Al is het niet onze betrachting om hun geloof af te nemen, wel om het belang van de rede en van kritisch denken te benadrukken.”

Bron:
http://www.schamper.ugent.be/2013-online/verbeelding-in-een-dwangbuis



Wanneer filosofie van wetenschap onderscheiden wordt is er de neiging om de filosofie als het kneusje te beschouwen.
In tegenstelling tot de wetenschap komen we met de filosofie geen stap vooruit.

We cannot define anything precisely. If we attempt to, we get into that paralysis of thought that comes to philosophers, who sit opposite each other, one saying to the other, "You don't know what you are talking about!". The second one says, "What do you mean by know? What do you mean by talking? What do you mean by you?"
Richard Feynman, The Feynman lectures on physics

Men doet wat lacherig over "de verlamming van het denken".
Maar waar komt die "verlamming van het denken" vandaan?

The questions 'What is length?', 'What is meaning?', 'What is the number one?' etc., produce in us a mental cramp. We feel that we can't point to anything in reply to them and yet ought to point at something. (We are up against one of the great sources of philosophical bewilderment: we try to find a substance for a substantive)
Ludwig Wittgenstein, Blue book.

 
 
 

(Even geheel terzijde: de schoonheid van de getypte pagina met de tikfouten en de verbeteringen!
Het beeld van de denker die achter zijn typmachine zijn gedachten zit uit te tokkelen.
“But thinking is nothing but talking to yourself inside.”
Richard Feynman, It's as simple as one, two, three...)


The real problem in speech is not precise language. The problem is clear language. The desire is to have the idea clearly communicated to the other person. It is only necessary to be precise when there is some doubt as to the meaning of a phrase, and then the precision should be put in the place where the doubt exists. It is really quite impossible to say anything with absolute precision, unless that thing is so abstracted from the real world as to not represent any real thing.
Richard Feynman, New Textbooks for the "New" Mathematics

Geef toe, soms lijkt het wel of Richard Feynman en Ludwig Wittgenstein het over precies hetzelfde hebben. Maar dat is uiteraard een illusie.
The first principle is that you must not fool yourself — and you are the easiest person to fool.
Richard Feynman, Cargo cult science
Nothing is so difficult as not deceiving oneself.
Ludwig Wittgenstein,Culture and value.

In de wetenschap is er het object dat bestudeerd wordt en gaat men op zoek naar een woord dat het object zo goed mogelijk benadert.
De wetenschappelijke verbijstering bestaat erin dat men er niet in slaagt om object en woord te laten samenvallen.
In de filosofie is er het woord en gaat men op zoek naar het object dat het woord zo goed mogelijk benadert.
De filosofische verbijstering bestaat erin dat men er niet in slaagt om woord en object te laten samenvallen.

In dat opzicht is er geen verschil tussen de wetenschap en de filosofie.

When philosophers use a word – “knowledge”, “being”, “object”, “I”, “proposition”, “name” – and try to grasp the essence of the thing, one must always ask oneself: is the word ever actually used in this way in the language which is its original home?
What we do is to bring words back from their metaphysical to their everyday use.
Ludwig Wittgenstein, Philosophical Investigations, 116

"We". "We", dat is én de wetenschap én de filosofie.

Dat is uiteraard allemaal theorie.
Puur hypothetisch.
(Als u ooit nog eens in de Philosphical investigations zou snuisteren, lees dan eens bij wijze van afwisseling niet de tekst, maar tel het aantal keer dat Wittgenstein "imagine" of "suppose" gebruikt.)

It was true to say that our considerations could not be scientific ones. It was not of any possible interest to us to find out empirically that, contrary to our preconceived ideas, it is possible to think such-and-such -- whatever that may mean. (The conception of thought as a gaseous medium.) And we may not advance any kind of theory. There must not be anything hypothetical in our considerations. We must do away with all explanation, and description alone must take its place. And this description gets its light, that is to say its purpose, from the philosophical problems. These are, of course, not empirical problems, they are solved, rather, by looking into the workings of our language, and that in such a way as to make us recognize those workings: in despite of an urge to misunderstand them. The problems are solved, not by giving new information, but by arranging what we have always known. Philosophy is a battle against the bewitchment of our intelligence by means of language.
Ludwig Wittgenstein, Philosophical Investigations, 109

Hoe werkt onze taal?
"Zoals Richard Feynman stelt: ‘Wetenschappelijke creativiteit is verbeelding in een dwangbuis’."
Dat is een uitspraak van Lawrence Krauss.

Lawrence Krauss citeert verkeerd.
Dat is een feit.
Het juiste citaat is: "The game I play is a very interesting one. It's imagination, in a tight straightjacket.”





"Lawrence Krauss citeert verkeerd".

Deze uitspraak kan op twee manieren begrepen worden.

Als een unieke uitspraak.
Lawrence Krauss heeft het hier en nu even bij het verkeerde eind.

Als een algemene uitspraak.
Lawrence Krauss die een stigma mee draagt.
Lawrence Krauss komma de man die verkeerd citeert komma ...

"Lawrence Krauss citeert verkeerd" is een wetenschappelijke uitspraak.
Ik kan u de bewijzen voorleggen. Het is een feit!
Als dusdanig is het dus onmiskenbaar een wetenschappelijke uitspraak.
Een wetenschappelijke uitspraak is geen uitspraak over het unieke, het is een uitspraak over het algemene.
Wees dus op je hoede als Lawrence Krauss begint te citeren

Denk in dit verband ook maar eens even aan heel de heisa die recent ontstaan is over de pedofiel die zijn straf had uitgezeten en zich weer in de maatschappij wou integreren.
Voorstanders en tegenstanders hadden een fundamenteel andere visie op de wetenschappelijke uitspraak "hij is een pedofiel".

Filosoof zijnde zou men tot meerdere eer en glorie van de filosofie kunnen besluiten: het is de filosoof in de wetenschapper die de draagwijdte van de wetenschap bepaalt.
Helaas, ik ben geen filosoof.
Ik ben noch filosoof, noch wetenschapper.

Ik zie geen onderscheid tussen het unieke en het algemene.
Ik maak een onderscheid tussen het unieke en het algemene.

Maar men moet al een ongebreidelde fantasie hebben om dat te begrijpen.
Een verbeelding ontdaan van alle ketenen.

Ik stel mij de vraag of Richard Feynman zo een ongebreidelde fantasie had.
Ik denk het wel.
Maar hé, wie ben ik?

What cannot be imagined cannot even be talked about.
Ludwig Wittgenstein, dagboek.
What I cannot create, I do not understand.
Richard Feynman, op het schoolbord bij zijn overlijden.


 
 
P.S.
Vraag: Is deze tekst wetenschap of filosofie?
Antwoord: Het is een spel dat ik speel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten